<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR250784_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2013​</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ermelo</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ermelo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige</al><al>Uitvoeringsbesluit gemeentelijke belastingen</al><al>Beleidsregels ambtshalve verminderingenReglement automatische incasso</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2013​</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ermelo;</al><al>gelezen het voorstel van het college van 6 november 2012, nr. 12062379;</al><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de: <vet>VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN
                        RIOOLHEFFING 201</vet><vet>3</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>- Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een onroerende zaak als bedoeld in hoofdstuk III van de Wet
                                waardering onroerende zaken, een roerende zaak of een zelfstandig
                                gedeelte van een roerende zaak.</al></li><li nr="b."><al>onroerende zaak mede: een geheel van twee of meer gebouwde of
                                ongebouwde eigendommen, of gedeelten daarvan, of samenstellen van
                                twee of meer gebouwde of ongebouwde eigendommen of gedeelten
                                daarvan, dat naar de omstandigheden beoordeeld één terrein vormt
                                bestemd voor verblijfsrecreatie en dat als zodanig wordt
                                geëxploiteerd, als bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering
                                onroerende zaken.</al></li><li nr="c."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente, daaronder begrepen het voor de
                                openbare dienst bestemde gemeentewater en de Individuele
                                Behandelingsvoorzieningen Afvalwater (IBA’s) die bij de gemeente in
                                eigendom, in beheer of in onderhoud zijn;</al></li><li nr="d."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="e."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater,
                                hemelwater of grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>– Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>- Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit
                            water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd
                            dan wel dat belang heeft bij de nakoming van de gemeentelijke
                            zorgplichten voor hemel- en grondwater genoemd in artikel 3.5 en 3.6 van
                            de Waterwet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als gebruiker wordt aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 4 – al dan niet voor volgtijdig gebruik is
                                    afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft
                                    afgestaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Gebruik door leden van een huishouden wordt aangemerkt als gebruik door
                            een door het college aan te wijzen lid van dat huishouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>- Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een roerende zaak blijkens hun indeling bestemd zijn om
                        als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, worden de rechten geheven ter
                        zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien
                        twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze
                        als één eigendom worden aangemerkt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>- Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar een vast bedrag
                            dat wordt verhoogd afhankelijk van het aantal kubieke meters water dat
                            vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aantal kubieke meters afgevoerd water wordt gesteld op het aantal
                            kubieke meters leiding- en grondwater dat in de voorlaatste aan het
                            begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het
                            perceel is toegevoerd of opgepompt. Daarbij geldt een gedeelte van een
                            kubieke meter voor een volle kubieke meter. Ingeval de verbruiksperiode
                            niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid
                            water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt
                            een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water verkregen door middel van
                            een pompinstallatie wordt vastgesteld aan de hand van een door de
                            belastingplichtige in te vullen aangiftebiljet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                            pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden
                                    afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                    pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan
                                    worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien
                                    vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op
                                    grond van enige andere wettelijke bepaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de
                            hoeveelheid water die niet is afgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>– Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting als bedoeld in artikel 2 bedraagt per perceel per
                            belastingjaar: € 153,80</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in lid 1 vermelde bedrag wordt</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer meer dan 500m³ afvalwater wordt afgevoerd, doch niet
                                    meer dan 1.000m³, verhoogd met: € 153,80;</al></li><li nr="b."><al>wanneer meer dan 1000m³ afvalwater wordt afgevoerd, doch niet
                                    meer dan 1500m³, verhoogd met: € 307,60;</al></li><li nr="c."><al>wanneer meer dan 1.500m³ afvalwater wordt afgevoerd, doch niet
                                    meer dan 2.000m³, verhoogd met: € 461,40;</al></li><li nr="d."><al>wanneer meer dan 2.000m³ afvalwater wordt afgevoerd, doch niet
                                    meer dan 2.500m³, verhoogd met: € 615,20;</al></li><li nr="e."><al>wanneer meer dan 2.500m³ afvalwater wordt afgevoerd, doch niet
                                    meer dan 5.000m³, verhoogd met: € 769,00;</al></li><li nr="f."><al>wanneer meer dan 5.000m³ afvalwater wordt afgevoerd, doch niet
                                    meer dan 10.000m³, verhoogd met: € 922,80;</al></li><li nr="g."><al>wanneer meer dan 10.000m³ afvalwater wordt afgevoerd, doch niet
                                    meer dan 25.000m³, verhoogd met: € 1.076,60;</al></li><li nr="h."><al>wanneer meer dan 25.000m³ afvalwater wordt afgevoerd, doch niet
                                    meer dan 50.000m³, verhoogd met: € 1.230,40;</al></li><li nr="i."><al>wanneer meer dan 50.000m³ afvalwater wordt afgevoerd, doch niet
                                    meer dan 100.000m³, verhoogd met: € 1.384,20;</al></li><li nr="j."><al>wanneer meer dan 100.000m³ afvalwater wordt afgevoerd, doch niet
                                    meer dan 250.000m³, verhoogd met: € 1.538,00;</al></li><li nr="k."><al>wanneer meer dan 250.000m³ afvalwater wordt afgevoerd, doch niet
                                    meer dan 500.000m³, verhoogd met: € 1.691,80;</al></li><li nr="l."><al>wanneer meer dan 500.000m³ afvalwater wordt afgevoerd verhoogd
                                    met: € 1.845,60.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7 - </nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van garageboxen,
                                    trafo’s, hoogspanningsmasten, zendmasten en onbebouwde
                                    percelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8 - </nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9 - </nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10 - </nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                    tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting als bedoeld in artikel 2, is verschuldigd
                                            bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is,
                                            bij de aanvang van de belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel
                                            in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de
                                            belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten
                                            van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in
                                            dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog
                                            volle kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel
                                            in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat
                                            aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten
                                            van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in
                                            dat jaar, na de beëindiging van de belastingplicht, nog
                                            volle kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="4."><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien
                                            de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en
                                            aldaar een ander perceel in gebruik neemt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11 - </nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de
                                            Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald
                                            uiterlijk een maand na de dagtekening van het
                                            aanslagbiljet.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid geldt voor aanslagen die
                                            worden opgelegd in het kalenderjaar waarop zij
                                            betrekking hebben, ingeval het totaalbedrag van de op
                                            één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                                            aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan
                                            minder is dan € 3.000,00, dat de aanslagen moeten worden
                                            betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste
                                            termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
                                            aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens
                                            één maand later.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het eerste en tweede lid geldt voor
                                            aanslagen die worden opgelegd in het belastingtijdvak
                                            waarop zij betrekking hebben, ingeval het totaalbedrag
                                            van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als
                                            het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag
                                            daarvan, groter dan € 30,00 en minder dan € 3.000,00 is
                                            en het totaalbedrag van dat aanslagbiljet door middel
                                            van automatische betalingsincasso kan worden
                                            afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in
                                            zoveel gelijke termijnen als er na de maand van
                                            dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het
                                            belastingtijdvak resteren. De eerste termijn vervalt een
                                            maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van
                                            de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="4."><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid,
                                            onderdeel c van de Invorderingswet 1990, met een
                                            belastingaanslag gelijk gestelde beschikking inzake een
                                            bestuurlijke boete, zijn het eerste tot en met derde lid
                                            van overeenkomstige toepassing, voor zover deze
                                            gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de
                                            aanslag.</al></li><li nr="5."><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in
                                            de voorgaande leden gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12 - </nr><titel>Nadere regels door het college</titel></kop><al>Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de
                                    heffing en invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13 - </nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Van de rioolheffing kan kwijtschelding worden verleend als
                                    bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 (Stbl
                                    221).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14 - </nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening rioolrecht 2012” van 15 december 2011,
                                            wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid
                                            genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
                                            verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare
                                            feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de
                                            achtste dag na die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari
                                            2013.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening
                                            rioolheffing 2013”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van </ondertekening><ondertekening>griffier, voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Deze verordening zal worden/is
                        gepubliceerd in</ondertekening><ondertekening>Ermelo’s Weekblad van 19 december 2012</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>