<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR250524_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening Gouda 2003</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-04-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Goudse Post,
                01-05-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene subsidieverordening Gouda 2003</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, artikel 4:23, eerste lid</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147 en 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-04-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-05-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-10-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 13</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>805265</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Uitvoeringsbesluit bij de algemene subsidieverordening Gouda 2003</al><al>subsidieregeling ouderen doen mee</al><al>subsidieregeling Jongeren doen mee door sport en spel</al><al>subsidieregeling sterevenementen</al><al>subsidieregeling volksfeesten</al><al>subsidieregeling Goed voor Gouda 2014</al><al>subsidieregeling vrijwilligersinitiatief Gouda 2014</al><al>regeling jubileumsubsidies 2007</al><al>subsidieregeling onderwijsachterstandenbeleid</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening Gouda 2003</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>de raad van de gemeente gouda</vet></al><al/><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 augustus 2011,
                        699900</al><al/><al>Gelet op artikel 4:23 ,eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;</al><al/><al>Gelet op de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende Algemene Subsidieverordening Gouda 2003.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>– inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>artikel 1</label><nr>begripsbepalingen</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al><cursief>a. </cursief><cursief>Awb</cursief>: Algemene wet
                                bestuursrecht;</al><al><cursief>b. </cursief><cursief>instelling</cursief>: organisatie die
                                zich ten doel stelt het behartigen van een of meer belangen waarvan
                                het gemeentebestuur de ideële en/of materiële waarde erkent; </al><al><cursief>c. </cursief><cursief>exploitatiesubsidie</cursief>:
                                subsidie die wordt verstrekt op grondslag van het exploitatietekort
                                van een instelling;</al><al><cursief>d. </cursief><cursief>activiteitensubsidie</cursief>:
                                subsidie die wordt verstrekt in de kosten van een of meer benoemde
                                activiteiten van een instelling;</al><al><cursief>e. </cursief><cursief>productsubsidie</cursief>: subsidie
                                die wordt verstrekt op basis van genormeerde kostprijzen voor
                                benoemde producteenheden van een instelling;</al><al><cursief>f. </cursief><cursief>investeringssubsidie</cursief>:
                                subsidie in de kosten van aankoop, stichting, of verbouwing van een
                                accommodatie of in de kosten van aanschaf van materiële
                                benodigdheden;</al><al><cursief>g. </cursief><cursief>product</cursief>: een concreet en
                                meetbaar voortbrengsel van het handelen van een instelling;</al><al><cursief>h. </cursief><cursief>producteenheid</cursief>: eenheid van
                                een product waarvoor een bepaald bedrag aan subsidie wordt
                                verstrekt;</al><al><cursief>i. </cursief><cursief>egalisatiereserve:</cursief> de
                                reserve bedoeld in artikel 4:72 van de Awb;</al><al><cursief>j. </cursief><cursief>per boekjaar verstrekte subsidie:
                                </cursief>subsidie waarop afdeling 4.2.8 van de Awb van toepassing
                                is.</al><al><cursief>k. social return on investment</cursief>: het opnemen van
                                sociale voorwaarden, eisen en wensen in inkoop-, aanbestedings- en
                                subsidieverleningstrajecten zodat de subsidieontvanger een bijdrage
                                levert aan het gemeentelijk beleid ten aanzien van:</al><al>- Het bieden van werkgelegenheid aan mensen met een afstand tot de
                                arbeidsmarkt. De concrete invulling hiervan gebeurt aan de hand van
                                reguliere banen, leerwerkplekken, stageplekken en
                                (werk)ervaringsplaatsen aan mensen met een afstand tot de
                                arbeidsmarkt of jongeren zonder startkwalificatie;</al><al>- Het bevorderen van maatschappelijke participatie. De concrete
                                invulling hiervan gebeurt in dit verband aan de hand van een
                                expliciete koppeling van kansarme, kwetsbare en niet actieve burgers
                                en activiteiten op de terreinen waarop deze verordening van
                                toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel 2</label><nr>reikwijdte</nr><titel>van de verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening geeft een aanvulling op titel 4.2 van de Awb en is
                                van toepassing op subsidies die worden verstrekt krachtens de Wet
                                maatschappelijke ondersteuning, alsmede op andere subsidies op
                                terreinen van zorg, onderwijs, cultuur, toerisme, recreatie en
                                sport, indien en voor zover daarvoor geen andere gemeentelijke
                                subsidieverordening of een door de gemeente uit te voeren
                                bekostigingsregeling van een hogere overheid van kracht is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen is afdeling
                                4.2.8 van de Awb van toepassing. Deze subsidies kunnen ingevolge
                                artikel 4:67 Awb zowel voor één als voor een bepaald aantal
                                boekjaren worden verleend<cursief>,</cursief>mits voor het
                                gekozen subsidietijdvak (meerjarige) beleidskaders zijn
                                vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel 3</label><nr>rechtspersoonlijkheid</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie wordt slechts verstrekt aan rechtspersonen met volledige
                                rechtsbevoegdheid. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In bijzondere gevallen kan subsidie worden verstrekt aan
                                rechtspersonen zonder volledige rechtsbevoegdheid en aan natuurlijke
                                personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel 4</label><nr>bevoegd</nr><titel>bestuursorgaan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn binnen de kaders van de door de
                                gemeenteraad vastgestelde programmabegroting belast met de
                                uitvoering van deze verordening. Uitvoering houdt mede in het nemen
                                van besluiten over subsidieaanvragen, het aangaan van
                                subsidieovereenkomsten, het nemen van verdagingsbesluiten en van
                                besluiten over het bevoorschotten, wijzigen, intrekken,
                                terugvorderen en/of beëindigen van subsidies. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders bepalen in voorkomende gevallen of
                                toepassing wordt gegeven aan artikel 4:24 van de Awb. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel 5</label><nr>nadere</nr><titel>regels</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in een uitvoeringsbesluit nadere
                            regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel 6</label><nr>toezichthouders</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen toezichthouders als bedoeld in
                                artikel 5:11 van de Awb aanwijzen die zijn belast met het toezicht
                                op de naleving van de verplichtingen die aan een subsidieontvanger
                                zijn opgelegd. Een toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden
                                vermeld in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Awb. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een door burgemeester en wethouders aangewezen accountant heeft de
                                bevoegdheid tot review op de verrichte werkzaamheden van de
                                accountant van de instelling. De instelling draagt er zorg voor dat
                                haar accountant hiermee instemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel 7</label><nr>subsidieregeling</nr><titel>voor specifieke activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien voor het subsidiëren van specifieke activiteiten een budget
                                beschikbaar is, kunnen burgemeester en wethouders voor het
                                verstrekken van subsidie uit dat budget een subsidieregeling
                                vaststellen.</al><al>In zo’n subsidieregeling wordt aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al> een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie kan
                                        worden verstrekt;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al> welke toekenningscriteria van toepassing zijn;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al> de wijze waarop het bedrag dat voor de uitvoering van de
                                        subsidieregeling beschikbaar is, wordt verdeeld.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>– de subsidieaanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>artikel 8</label><nr>algemene</nr><titel>bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen regels vast over de uiterlijke
                                indieningstermijn van een subsidieaanvraag en de hierbij in te
                                dienen bescheiden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen voor de bij de subsidieaanvraag in
                                te dienen bescheiden aanwijzingen geven en modellen voorschrijven.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zenden de aanvrager per omgaande een
                                bericht van ontvangst van de subsidieaanvraag onder vermelding van
                                de vermoedelijke afdoeningstermijn en de bij de afdoening te volgen
                                procedure.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>– de subsidieverlening</titel></kop><artikel><kop><label>artikel 9</label><nr>inhoud</nr><titel>van de beschikking tot subsidieverlening</titel></kop><al>De beschikking tot subsidieverlening bevat in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>bij een aanvraag om een exploitatie-, activiteiten- of
                                    productsubsidie:</al><lijst><li nr="-"><al>een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie
                                            wordt verleend, zoveel mogelijk gespecificeerd naar
                                            aard, omvang, intensiteit en doelgroep;</al></li><li nr="-"><al>het tijdvak waarvoor de subsidieverlening geldt;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>bij een aanvraag om een investeringssubsidie:</al><lijst><li nr="-"><al>een omschrijving van de investering waarvoor de subsidie
                                            wordt verleend;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag
                                    wordt bepaald;</al></li><li nr="d."><al>de voorwaarden en verplichtingen die aan de subsidieverlening
                                    zijn verbonden;</al></li><li nr="e."><al>indien van toepassing: een begrotingsvoorbehoud zoals bedoeld in
                                    artikel 4:34 van de Awb;</al></li><li nr="f."><al>de data vóór welke en de wijze waarop de voor de
                                    subsidievaststelling of tussentijdse rapportages benodigde
                                    bescheiden dienen te worden overgelegd;</al></li><li nr="g."><al>indien artikel 31 wordt toegepast: de wijze waarop voorschotten
                                    op de subsidie worden verstrekt;</al></li><li nr="h."><al>een vermelding van de wijze waarop bezwaar tegen de beschikking
                                    kan worden gemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel 10</label><nr>bekendmaking</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders stellen regels vast over de termijnen van
                            bekendmaking van het besluit over een subsidieaanvraag en maken dit
                            besluit schriftelijk aan de aanvrager bekend. </al></artikel><artikel><kop><label>artikel 11</label><nr>weigeringsgronden</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie naast de in artikel 4:35
                            van de Awb genoemde gevallen weigeren indien gegronde redenen bestaan
                            aan te nemen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de
                                    gemeente Gouda of niet aanwijsbaar ten goede zullen komen aan
                                    ingezetenen van de gemeente Gouda;</al></li><li nr="b."><al>de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden aan
                                    het doel waarvoor de subsidie wordt verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal
                                    ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of
                                    de openbare orde;</al></li><li nr="d."><al>de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende
                                    gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van
                                    derden, kan beschikken om de kosten van de activiteiten te
                                    dekken;</al></li><li nr="e."><al>de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de
                                    gemeente Gouda;</al></li><li nr="f."><al>de instelling niet voldoet aan de wet- en regelgeving die op
                                    haar van toepassing is;</al></li><li nr="g."><al>een doublure ontstaat met activiteiten van een rechtspersoon
                                    waaraan het gemeentebestuur al subsidie verstrekt. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>– verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><artikel><kop><label>artikel 12</label><nr>verplichtingen</nr><titel>die strekken tot verwezenlijkingvan het doel van de
                                subsidie</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen de subsidieontvanger naast de in
                            artikel 4:37 van de Awb genoemde verplichtingen ook andere
                            verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel
                            van de subsidie. Deze andere verplichtingen kunnen in ieder geval worden
                            opgelegd met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal deelnemers aan de activiteiten;</al></li><li nr="b."><al>het aantal uren dat een accommodatie voor gebruikers is
                                    opengesteld, alsmede de periodes van vakantiesluiting;</al></li><li nr="c."><al>het bij voorrang richten van de activiteiten op bepaalde
                                    categorieën van de bevolking;</al></li><li nr="d."><al>de hoogte van de financiële bijdrage die de instelling van haar
                                    gebruikers, deelnemers of leden verlangt;</al></li><li nr="e."><al>andere elementen die van belang worden geacht voor het
                                    waarborgen van een voldoende kwaliteit, doelmatigheid dan wel
                                    doeltreffendheid van de activiteiten of voor een doelmatige dan
                                    wel doeltreffende uitvoering van het gemeentelijk beleid op
                                    grond waarvan de subsidie wordt
                                    verstrekt<cursief>.</cursief></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>artikel 13</label><nr>ministernorm</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger, waarop de Wet normering bezoldiging
                                topfunctionarissen publieke en semipublieke sector van toepassing
                                is, is verplicht om de inkomensgrens, zoals bedoeld in deze wet, als
                                bezoldigingsmaximum in acht te nemen. Indien voor een sector een
                                hoger bezoldigingsmaximum is afgesproken tussen de sector en de
                                minister, dan geldt dit maximum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Indien de subsidieontvanger de in het vorige lid bedoelde
                                verplichting niet nakomt, kan het in de verleningsbeschikking
                                genoemde subsidiebedrag bij de subsidievaststelling worden
                                verminderd. De vermindering is gelijk aan het bedrag van de
                                overschrijding van de geldende inkomensgrens in het kalenderjaar
                                waarop de verleningsbeschikking betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is van toepassing op alle subsidieaanvragen die
                                betrekking hebben op 2014 en volgende jaren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel 14</label><nr>social return on investment</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen de subsidieontvanger bij de
                            subsidieverstrekking verplichtingen opleggen ten aanzien van social
                            return on investment. </al></artikel><artikel><kop><label>artikel 15</label><nr>toegankelijkheid</nr><titel>voor mensen met een beperking</titel></kop><al>De instelling streeft ernaar dat haar activiteiten en accommodaties
                            zoveel mogelijk mede bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar zijn voor
                            mensen met een beperking.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel 16</label><nr>accommodatie</nr></kop><al>Indien de instelling een accommodatie in gebruik heeft die met een
                            subsidie is gebouwd, verbouwd of aangepast, wordt deze niet verruild
                            voor een andere accommodatie dan met toestemming van burgemeester en
                            wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel 17</label><nr>verzekering</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De instelling verzekert haar roerende en onroerende zaken op basis
                                van herbouw- of vervangingswaarde tegen schade van brand, storm en
                                inbraak. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De instelling verzekert het bij haar in dienst zijnde personeel en
                                de voor haar werkzame vrijwilligers gedurende de tijd dat dezen voor
                                haar werkzaam zijn, tegen de gevolgen van wettelijke
                                aansprakelijkheid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel 18</label><nr>vergoedingenplicht</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid van de Awb, is de
                                subsidieontvanger aan burgemeester en wethouders een vergoeding van
                                vermogenswaarden verschuldigd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van
                                de waarde van de goederen en ander vermogensbestanddelen op het
                                tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande
                                dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of
                                beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als
                                schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling
                                door een onafhankelijke deskundige. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op de in artikel 4:41, tweede lid
                                onder c en e van de Awb genoemde gevallen indien en voor zover de
                                activiteiten door een derde worden voortgezet en de activa en
                                passiva met toestemming van burgemeester en wethouders aan die derde
                                worden overgedragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel 19</label><nr>overige</nr><titel>verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De instelling tracht van derden financiële steun te verkrijgen en
                                draagt er zorg voor dat haar leden, deelnemers en gebruikers een
                                redelijke financiële of in geld waardeerbare bijdrage leveren aan
                                haar activiteiten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De instelling brengt een wijziging van haar statuten en/of
                                huishoudelijk reglement binnen een maand na vaststelling
                                schriftelijk ter kennis van burgemeester en wethouders. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De instelling stelt burgemeester en wethouders zo spoedig mogelijk
                                schriftelijk in kennis van omstandigheden die van belang zijn voor
                                de beslissing op een subsidieaanvraag danwel een beslissing tot
                                wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De instelling verleent op verzoek van burgemeester en wethouders de
                                nodige medewerking aan onderzoeken. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De instelling hanteert voor de leeftijd van haar bestuursleden geen
                                bovengrens.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>– de subsidievaststelling</titel></kop><artikel><kop><label>artikel 20</label><nr>indieningstermijn</nr><titel>voor een aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders stellen regels vast over de uiterlijke
                            indieningstermijn van een aanvraag tot vaststelling van de subsidie.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>artikel 21</label><nr>bij</nr><titel>een aanvraag tot subsidievaststelling in te dienen
                                bescheiden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Naast het bepaalde in paragraaf 4.2.8.5 van de Awb stellen
                                burgemeester en wethouders regels vast over bij een aanvraag tot
                                subsidievaststelling in te dienen bescheiden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen met betrekking tot de bij de
                                aanvraag tot subsidievaststelling in te dienen bescheiden
                                aanwijzingen geven en modellen voorschrijven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21a</nr><titel>directe en ambtshalve vaststelling subsidies minder dan €
                                25.000,--</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies minder dan € 25.000,-- kunnen door burgemeester en
                                wethouders:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al> direct worden vastgesteld of;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>verleend, waarbij burgemeester en wethouders aangeven dat de
                                subsidie ambtshalve zal worden vastgesteld binnen 15 weken nadat de
                                activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht of;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>verleend, waarbij burgemeester en wethouders – voordat het tot
                                ambtshalve vaststelling overgaat – de aanvrager verplichten om op de
                                door hen aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor
                                subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de
                                subsidie verbonden verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in het uitvoeringsbesluit nadere
                                regels stellen met betrekking tot directe en ambtshalve vaststelling
                                van subsidies minder dan € 25.000,--. </al></lid><lid><lidnr/><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel 22</label><nr>toepassing</nr><titel>van artikel 4:76 Awb</titel></kop><al>Artikel 4:76 van de Awb is van overeenkomstige toepassing op het
                            financiële verslag van subsidieontvangers die hun inkomsten voor meer
                            dan 50% ontlenen aan door het gemeentebestuur verstrekte subsidie. </al><al>Indien de subsidie is verstrekt ten behoeve van de activiteiten van een
                            onderdeel van een instelling dan geldt het in de voorgaande zin bepaalde
                            voor de aan dat onderdeel van de instelling toe te rekenen inkomsten.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>vrijstelling en ontheffing accountantsverklaring</titel></kop><al>Het college stelt nadere regels over vrijstelling en ontheffing van een
                            accountantsverklaring in het uitvoeringsbesluit bij deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel 24</label><nr>vaststelling</nr><titel>exploitatie- en activiteitensubsidies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een exploitatiesubsidie wordt niet hoger vastgesteld dan het tekort
                                van de exploitatierekening van de instelling over het tijdvak
                                waarvoor de subsidie is verleend tot ten hoogste het in de
                                beschikking tot subsidieverlening genoemde bedrag van de subsidie.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een activiteitensubsidie wordt niet hoger vastgesteld dan het
                                werkelijke tekort dat bij de uitvoering van de gesubsidieerde
                                activiteiten is opgetreden tot ten hoogste het in de beschikking tot
                                subsidieverlening genoemde bedrag van de subsidie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij per boekjaar verstrekte subsidies mogen dotaties aan reserves
                                bij de bepaling van het in het eerste en tweede lid bedoelde tekort
                                worden meegenomen, tenzij het totaal aan reserves van de instelling
                                hoger is of daardoor hoger wordt dan twintig procent van de
                                jaarinkomsten van de instelling en mits wordt voldaan aan het
                                bepaalde in artikel 26. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen toestemming verlenen dat het in
                                het derde lid genoemde percentage van twintig wordt
                                overschreden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel 25</label><nr>vaststelling</nr><titel>productsubsidies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een verleende productsubsidie wordt vastgesteld volgens de formule:
                                aantal gerealiseerde producteenheden vermenigvuldigd met het aan de
                                betreffende producteenheid gekoppelde subsidiebedrag tot ten hoogste
                                het in de beschikking tot subsidieverlening genoemde bedrag van de
                                subsidie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een geringere productie niet het gevolg is van verwijtbaar
                                handelen van de instelling en toepassing van het gestelde in het
                                eerste lid gevolgen heeft voor de instelling welke aantoonbaar niet
                                door haar gedragen kunnen worden, kan in voor de instelling gunstige
                                zin van die toepassing worden afgeweken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel 26</label><nr>reserves</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij per boekjaar verstrekte subsidies vormt de instelling een
                                egalisatiereserve en worden andere reserves pas gevormd als de
                                egalisatiereserve een omvang heeft bereikt van tenminste 10% van de
                                jaarinkomsten van de instelling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een in lid 1. bedoelde andere reserve mag slechts met subsidie
                                worden gevoed als burgemeester en wethouders met de vorming van die
                                reserve hebben ingestemd en mag voor het deel waarmee subsidie aan
                                die reserve heeft bijgedragen niet zonder toestemming van
                                burgemeester en wethouders worden aangewend voor een ander doel dan
                                waarvoor de reserve is gevormd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Reserves worden zo hoog rentend en zo veilig als redelijkerwijs
                                mogelijk is belegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel 27</label><nr>bekendmaking</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders stellen regels vast over de termijnen van
                            bekendmaking van het besluit over de vaststelling van de subsidie. Het
                            besluit wordt schriftelijk bekend gemaakt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>– intrekking en wijziging</titel></kop><artikel><kop><label>artikel 28</label><nr>intrekking</nr><titel>en wijziging van verleende of vastgestelde subsidies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:48 of 4:50 van de Awb
                                heeft dit overeenkomstige gevolgen voor de verleende voorschotten.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat burgemeester en wethouders toepassing geven aan de artikelen
                                4:48 tot en met 4:50 van de Awb, wordt de subsidieontvanger in de
                                gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel 29</label><nr>intrekking</nr><titel>ex artikel 4:50 Awb</titel></kop><al>Naast de in artikel 4:50 van de Awb genoemde gronden voor intrekking
                            kunnen burgemeester en wethouders de subsidieverlening ook intrekken
                            wanneer:</al><lijst><li nr="a."><al>de instelling bij rechterlijk vonnis geacht wordt geen
                                    rechtspersoon te zijn;</al></li><li nr="b."><al>de instelling bij rechterlijk vonnis wordt ontbonden;</al></li><li nr="c."><al>bij de instelling conservatoir/executoriaal beslag is gelegd op
                                    het vermogen of een deel daarvan;</al></li><li nr="d."><al>de instelling failliet is verklaard of aan hem surséance van
                                    betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de
                                    rechtbank is ingediend.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>– betaling en terugvordering</titel></kop><artikel><kop><label>artikel 30</label><nr>betaling</nr><titel>in gedeelten</titel></kop><al>Indien aan een subsidievaststelling geen beschikking tot
                            subsidieverlening vooraf is gegaan kunnen burgemeester en wethouders het
                            bedrag van de subsidie in gedeelten uitbetalen. De omvang van het
                            gedeelte en het tijdstip van betaling worden bij de vaststelling
                            afgestemd op de te verrichten activiteiten en de financiële
                            verplichtingen waaraan de subsidieontvanger moet voldoen.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel 31</label><nr>voorschotten</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen voorschotten verstrekken op een
                                verleende subsidie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Teveel ontvangen voorschotten worden als onverschuldigde betaling
                                teruggevorderd of kunnen worden verrekend met subsidies of
                                voorschotten voor een volgend tijdvak.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>– overige en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>artikel 32</label><nr>inwerkingtreding</nr><titel>en overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Algemene
                                subsidieverordening Gouda 2003” (afgekort ASV Gouda 2003 of ASV).
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zij treedt in werking op 1 april 2008.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op subsidies die vóór de datum van inwerkingtreding van deze
                                verordening zijn verstrekt, is deze verordening van toepassing.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>artikel 33</label><nr>hardheidsclausuleenonvoorzieneomstandigheden</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen, een
                                    artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing
                                    laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 1,
                                    2, 4, en 11, voor zover toepassing gelet op het belang van de
                                    aanvrager of subsidieontvanger leidt tot een onbillijkheid van
                                    overwegende aard. </al></li><li nr="2."><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet of
                                    onduidelijk is, treffen burgemeester en wethouders de nodige
                                    voorzieningen en/of nemen zij de nodige beslissingen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Gouda in de openbare
                        vergadering van 23 april 2013.</al><al/><al>De raad van de gemeente voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>, voorzitter</ondertekening><ondertekening>, griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>toelichting</label><nr/><titel/></kop><tussenkop><vet>algemeen</vet></tussenkop><al/><al>De Algemene subsidieverordening Gouda 2003 (verder AsG2003) is ontstaan naar
                    aanleiding van nieuwe hogere wetgeving op het gebied van subsidies; titel 4.2
                    Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb), Subsidies.</al><al>Titel 4.2 bevat:</al><lijst><li nr="-"><al>dwingende bepalingen, waar niet van afgeweken mag worden;</al></li><li nr="-"><al>gangbare bepalingen, die voor de normale gevallen de beste regeling
                            geven, maar waarvoor in de verordening een afwijkende regeling kan
                            worden getroffen;</al></li><li nr="-"><al>aanvullende regels, die normen geven voor de gevallen dat de gemeente
                            zelf geen regel heeft vastgesteld; als de gemeente wel in de verordening
                            een regel heeft vastgesteld dan gaat die regel voor;</al></li><li nr="-"><al>facultatieve regels, die niet uit zichzelf gelden maar in de verordening
                            van toepassing moeten worden verklaard.</al></li></lijst><al>Deze verordening voorziet in de afwijkende en aanvullende regels en waar nodig
                    in het van toepassing verklaren van regels uit titel 4.2. Het is dus
                    nadrukkelijk de bedoeling dat deze verordening naast de Awb wordt gebruikt. </al><al/><al>Voor de aanvulling is gebruik gemaakt van de Algemene Subsidie Verordening 1994
                    (verder: ASV 1994).</al><al/><al>Titel 4.2 biedt de mogelijkheid om een afdeling voor per boekjaar verstrekte
                    subsidies aan rechtspersonen van toepassing te verklaren. Deze afdeling is van
                    toepassing verklaard, omdat de regels in grote lijnen leken op bestaande regels
                    in de ASV 1994 en vanuit de wens om zoveel mogelijk aan te sluiten bij algemene
                    regelgeving.</al><al/><al>Kort samengevat biedt de Awb drie procedures, namelijk:</al><al>1.een algemene procedure;</al><al>2 een uitgebreide algemene procedure voor per boekjaar verstrekte subsidies aan
                    rechtspersonen;</al><al>3.een verkorte algemene procedure, waarbij vaststelling en verlening één moment
                    is.</al><al/><al>De verordening sluit aan bij deze drie procedures, met dien verstande dat de
                    afdeling voor per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen geïntegreerd
                    is in de algemene procedure, zodat niet steeds heen en weer gebladerd hoeft te
                    worden. Bij het toepassen van de algemene procedure kunnen de artikelen die
                    aansluiten bij de afdeling voor per boekjaar verstrekte subsidies aan
                    rechtspersonen eenvoudig buiten toepassing worden gelaten.</al><al/><al>Indien de Awb niks regelt moeten worden teruggevallen op de AsG 2003. Dit geldt
                    bijvoorbeeld voor de aanvraagprocedure voor subsidies die niet vallen onder de
                    afdeling voor per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen.</al><al/><al>Deze toelichting voorziet niet in een uitgebreide toelichting op de
                    subsidietitel in de Awb. Daarvoor kan de toelichting op de Awb geraadpleegd
                    worden.</al><al/><al><cursief> wijziging verordening met ingang van 29 december 2011</cursief></al><al>De wijziging van de Algemene subsidieverordening Gouda 2003 heeft betrekking op
                    een viertal inhoudelijke wijzigingen en op een paar tekstuele wijzigingen. De
                    belangrijkste inhoudelijke wijziging betreft het opnemen van een artikel over
                    directe en ambtshalve vaststelling van subsidies minder dan e 25.000. Hiermee
                    wordt het mogelijk om het subsidieproces voor kleine subsidies qua stappen te
                    halveren en in de tijd terug te brengen van ongeveer anderhalf jaar naar een
                    paar maanden.Ten behoeve van zorgvuldig gebruik van deze mogelijkheid zijn, ook
                    in het bij deze verordening behorende uitvoeringsbesluit, een aantal juridische
                    waarborgen ingebouwd. Een tweetal niet-doelgebonden verplichtingen worden
                    geschrapt en een nieuwe niet-doelgebonden verplichting met betrekking tot
                    ‘Social Return on Investment’ wordt toegevoegd. Het artikel over
                    subsidieregelingen wordt minder dwingend geformuleerd en uitgebreid. Er wordt
                    een nieuwe weigeringgrond toegevoegd</al><tussenkop><vet>artikelsgewijs</vet></tussenkop><tussenkop><vet>hoofdstuk 1 – inleidende bepalingen</vet></tussenkop><al/><tussenkop><vet>toelichting artikel 1 begripsbepalingen </vet></tussenkop><al/><al>In de verordening worden 5 bijzondere vormen van subsidies onderscheiden,
                    namelijk:</al><lijst><li nr="1."><al>exploitatiesubsidie</al></li><li nr="2."><al>activiteitensubsidie</al></li><li nr="3."><al>productsubsidie</al></li><li nr="4."><al>investeringssubsidie</al></li></lijst><al/><al>ad 1: bij exploitatiesubsidies wordt de hoogte van de subsidie bepaald door het
                    exploitatietekort van de subsidieontvanger.</al><al>ad 2: bij een activiteitensubsidie wordt de hoogte van de subsidie direct
                    gerelateerd aan een bepaald niveau van activiteiten of prestaties.</al><al>ad 3: een productsubsidie is een nader gespecificeerde activiteitensubsidie. Het
                    specifieke zit in de methode volgens welke het ter beschikking te stellen budget
                    wordt bepaald, namelijk door het gewenste activiteiten- of prestatieniveau te
                    koppelen aan de (genormeerde) kostprijs van een eenheid prestatie of activiteit.
                    De beschrijving van activiteiten in termen van producten vereist standaardisatie
                    en meetbaarheid van deze activiteiten, hetgeen gezien het uiteenlopende en
                    diffuse karakter van veel gesubsidieerde activiteiten niet altijd mogelijk
                    is.</al><al>ad 4: een investeringssubsidie heeft het karakter van een financiële injectie
                    voor die uitgaven in investeringen, die een instelling zelf niet (geheel) kan
                    opbrengen.</al><al/><tussenkop><vet>toelichting artikel 2 reikwijdte van de verordening</vet></tussenkop><al/><al>Het eerste lid geeft aan dat de verordening een aanvulling is op titel 4.2 Awb
                    en dus ook naast de Awb gebruikt moet worden.</al><tussenkop><vet>toelichting artikel 3 rechtspersoonlijkheid</vet></tussenkop><al/><al>In principe dient een instelling rechtspersoonlijkheid met volledige
                    rechtsbevoegdheid te bezitten, zodat duidelijk is wie aansprakelijk zijn. Er
                    zijn echter gevallen, waarin dit (nog) niet kan worden geëist. Dat kan
                    bijvoorbeeld het geval zijn bij subsidies met een eenmalig karakter, bij
                    subsidies voor net startende activiteiten, waarbij de formele totstandkoming van
                    een rechtspersoon bij de subsidietoekenning nog niet rond is, en bij subsidies
                    van zo geringe omvang, dat rechtspersoonlijkheid en/of volledige
                    rechtsbevoegdheid redelijkerwijs niet van de aanvrager kan worden verlangd.</al><al>Het tweede lid geeft de mogelijkheid in bijzondere gevallen ook subsidies toe te
                    kennen aan natuurlijke personen.</al><tussenkop><vet>toelichting artikel 4 bevoegd bestuursorgaan</vet></tussenkop><al/><al>De gemeenteraad stelt de programmabegroting vast en burgemeester en wethouders
                    zijn bevoegd om binnen die vastgestelde kaders uitvoering te geven aan deze
                    verordening. Dit betekent dat alle subsidiebesluiten met het vaststellen van
                    deze verordening door het college genomen kunnen worden. Dit artikel voorziet
                    eveneens in de bevoegdheid voor burgemeester en wethouders om
                    uitvoeringsovereenkomsten af te sluiten.</al><tussenkop><vet>toelichting artikel 4, tweede lid evaluatie </vet></tussenkop><al/><al>Dit artikellid verwijst naar artikel 4:24 Awb, waarin een evaluatieplicht is
                    vastgelegd. Het gaat om een periodieke evaluatie van beleid en wetgeving op het
                    terrein van subsidies. Ingevolge artikel 20, vierde lid rust op door de gemeente
                    gesubsidieerde instellingen de verplichting om aan zo’n evaluatieonderzoek mee
                    te werken. </al><al>In dit artikellid is afgeweken van de in artikel 4:24 Awb gestelde termijn van
                    tenminste eenmaal in de vijf jaren, omdat dit wellicht niet altijd haalbaar is.
                    Burgemeester en wethouders kunnen zelf bepalen wanneer zij zo’n
                    evaluatieonderzoek nodig achten.</al><tussenkop><vet>toelichting artikel 6 toezichthouders </vet></tussenkop><al>Van toepassing is afdeling 5.2 Awb: toezicht op de naleving. De memorie van
                    toelichting op de Awb kenschetst toezicht op de naleving als de uitvoering van
                    controles zonder dat van de overtreding van een wettelijk voorschrift hoeft te
                    zijn gebleken. Hiervan zou een belangrijk preventief effect uitgaan. Het
                    wettelijk voorschrift is deze verordening, maar het toezicht omvat ook de
                    krachtens deze verordening opgelegde verplichtingen. </al><al>Verwezen wordt naar afdeling 5.2 Awb, waarin onder meer staat dat de
                    toezichthouder bevoegd is om accommodaties te betreden en om inzage te vorderen
                    in zakelijke bescheiden en zonodig kopieën te maken.</al><al>In het tweede lid zijn de bevoegdheden op grond van de artikelen 5:18 en 5:19
                    uitgezonderd, aangezien deze bevoegdheden niet noodzakelijk zijn in het kader
                    van deze verordening.</al><al>Als waarschuwingen geen effect sorteren, loopt het toezicht in de regel uit op
                    het gebruik van handhavingsmiddelen met een meer dwingend karakter (MvT,
                    Kamerstukken II 23 700, nr. 3, p. 128) </al><al>Het tweede lid voorziet in een review door een door burgemeester en wethouders
                    aangewezen accountant van de werkzaamheden van de controlerend deskundige van de
                    instelling. Deze werkzaamheden moeten in bepaalde gevallen kunnen worden
                    beoordeeld. </al><tussenkop><vet>toelichting artikel 7 subsidieregeling voor specifieke activiteiten</vet></tussenkop><al/><al>subsidieplafonds</al><al> Deze verordening biedt de grondslag voor het vaststellen van de
                    subsidieplafonds, als bedoeld in artikel 4:22 Awb. Ingevolge artikel 4:25,
                    tweede lid wordt een subsidie geweigerd voor zover door verstrekking van de
                    subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden. </al><tussenkop><vet>verdeelregels</vet></tussenkop><al>De wijze van verdeling van het beschikbare subsidiebudget moet ingevolge art.
                    4:26 Awb ook worden geregeld. De wijze van verdeling is in principe vrij. Het
                    kan gaan om kwalitatieve criteria, maar ook simpelweg ‘wie het eerst komt, wie
                    het eerst maalt’.</al><al>Subsidieplafond en verdeelregels moeten gelijktijdig bekend worden gemaakt.</al><al/><tussenkop><vet>hoofdstuk 3 – de subsidieverlening</vet></tussenkop><al/><tussenkop><vet>toelichting artikel 9 inhoud van de beschikking tot subsidieverlening</vet></tussenkop><al/><al>In dit artikel wordt voor de gebruiker van deze verordening op een rijtje gezet
                    wat er in de subsidieverleningsbeschikking moet staan. </al><al>Onder d. worden zowel voorwaarden als verplichtingen genoemd. Voor de
                    voorwaarden wordt verwezen naar artikel 4:33 Awb. Een voorwaarde kan zijn het
                    afsluiten van een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 4:36 Awb. Voor
                    de verplichtingen wordt verwezen naar afdeling 4.2.4 Awb, paragraaf 4.2.8.4 Awb
                    en hoofdstuk 4 van deze verordening. </al><tussenkop><vet>toelichting artikel 11 weigeringsgronden </vet></tussenkop><al/><al>De weigeringsgronden in dit artikel vormen een aanvulling op de
                    weigeringsgronden, genoemd in artikel 4:35 Awb. Er blijft, evenals bij de
                    weigeringsgronden uit artikel 4:35 Awb een zekere beleidsruimte voor
                    burgemeester en wethouders, omdat ze niet dwingend zijn geformuleerd. Er zijn
                    situaties denkbaar dat burgemeester en wethouders een subsidieaanvraag niet
                    weigeren, al hebben zij op grond van de genoemde weigeringsgronden daartoe de
                    mogelijkheid. </al><al>De weigeringsgrond genoemd onder d. impliceert een vermogenstoetsing voorafgaand
                    aan de subsidieverlening.</al><al>De weigeringsgrond genoemd onder e. is een soort ‘vangnet’; hiermee is het
                    mogelijk om op basis van geformuleerd en bekendgemaakt beleid bepaalde
                    subsidieaanvragen te weigeren.</al><tussenkop><vet>hoofdstuk 4 – verplichtingen van de subsidieontvanger</vet></tussenkop><tussenkop><vet>toelichting artikel 12 verplichtingen die strekken tot verwezenlijking van
                        het doel van de subsidie</vet></tussenkop><al/><al>Dit artikel vormt een uitwerking van artikel 4:38 Awb en een aanvulling op
                    artikel 4:37 Awb. Het geeft burgemeester en wethouders de mogelijkheid om bij de
                    subsidieverlening ook nog andere verplichtingen op te leggen, mits ze strekken
                    tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. De onder a.t/m e. genoemde
                    mogelijkheden zijn niet uitputtend. De verplichtingen kunnen eventueel worden
                    uitgewerkt in een uitvoeringsovereenkomst.</al><tussenkop>toelichting artikel 13</tussenkop><al>Met dit artikel wordt uitvoering gegeven aan de raadsmotie tot het wijzigen van
                    de verordening in die zin dat instellingen/organisaties worden gekort op hun
                    subsidie met het bedrag gelijk aan de overschrijding</al><al>van de ministersnorm, in het geval dat het salaris van bestuurders deze norm te
                    boven gaat door het terugvorderen van subsidie bij een gesubsidieerde instelling
                    mogelijk te maken, ingeval die instelling een beloning uitkeert die boven de
                    wettelijke norm ligt. Dit landelijke normbedrag is bepaald in de per 1 januari
                    in werking getreden Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en
                    semipublieke sector (WNT) </al><al/><tussenkop><vet>algemene toelichting artikelen 14 t/m 17 en artikel 19</vet></tussenkop><al/><al>Deze artikelen vormen een uitwerking van artikel 4:39 Awb, de niet-doelgebonden
                    verplichtingen. Het gaat om verplichtingen die geen rechtstreeks verband houden
                    met de gesubsidieerde activiteit. Er moet echter wel sprake zijn van enig
                    verband. De verplichtingen kunnen alleen bij wettelijk voorschrift worden
                    opgelegd.</al><al>NB: In de artikelen 4:86 t/m 4:72 Awb zijn ook nog extra verplichtingen
                    opgenomen voor subsidies die per boekjaar worden verstrekt aan
                    rechtspersonen.</al><tussenkop><vet>toelichting artikel 18 vergoedingenplicht </vet></tussenkop><al/><al>Verwezen wordt naar de toelichting op artikel 4:41 Awb.</al><tussenkop><vet>toelichting artikel 19, tweede lid overige verplichtingen</vet></tussenkop><al/><al>Het is van belang dat de gemeente direct op de hoogte wordt gesteld van
                    wijzigingen in de statuten of het huishoudelijk reglement van een instelling.
                    Het is immers mogelijk dat hierdoor de doelstelling of de werkwijze van een
                    instelling zodanig verandert, dat de subsidiegrondslag vervalt. Burgemeester en
                    wethouders moeten dit kunnen beoordelen en zo nodig stappen kunnen
                    ondernemen.</al><tussenkop><vet>toelichting artikel 19, vierde lid overige verplichtingen</vet></tussenkop><al/><al>Hier zijn onderzoeken bedoeld ter verkrijging van gegevens in het kader van
                    wetenschappelijk onderzoek, verdere beleidsontwikkeling of een periodieke
                    evaluatie van beleid en wetgeving op het terrein van subsidies. De onderzoeken
                    kunnen zowel door de gemeente zelf als door andere instanties worden
                    uitgevoerd.</al><al/><al><cursief>toelichting artikel 21a directe en ambtshalve vaststellingsubsidies
                        minder dan € 25.000,--</cursief></al><al>Kenmerkend voor subsidies minder dan € 25.000,-- is dat een vast bedrag kan
                    worden verstrekt en dat de subsidieontvanger achteraf niet <vet>standaard</vet>
                    verantwoording hoeft af te leggen. De subsidieontvanger hoeft dan geen
                    vaststellingsaanvraag in te dienen. Hierdoor kunnen de lasten voor zowel de
                    subsidieaanvrager als de subsidieverstrekker worden verminderd.</al><al/><al>Subsidies direct vaststellen is onder meer afhankelijk van de aard van de
                    subsidie en van een risicoafweging door de subsidieverstrekker.
                    Steekproefsgewijze controle na de vaststelling is mogelijk, maar leidt alleen in
                    bijzondere gevallen, zoals fraude, tot terugvordering.</al><al/><al>In het geval van verlening, gevolgd door <cursief>ambtshalve vaststelling,
                    </cursief>wordt in de subsidiebeschikking vermeld wanneer de gesubsidieerde
                    activiteiten moeten zijn verricht. De subsidie wordt vervolgens, binnen 15 weken
                    na de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve
                    vastgesteld door de subsidieverstrekker. </al><al/><al>In het geval van ambtshalve vaststelling, eerste lid onderdeel c, wordt de
                    aanvrager verplicht om op de door het college aangegeven wijze aan te tonen dat
                    de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is
                    voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.</al><al/><al>Door te kiezen voor het systeem van ambtshalve vaststelling is er juridisch meer
                    mogelijkheid om op te treden, indien de gemeente bemerkt dat de activiteit niet
                    (geheel) is gerealiseerd. De subsidie is immers niet bij de verstrekking reeds
                    vastgesteld. De subsidieontvanger dient, desgevraagd, op een door het college in
                    de beschikking aangegeven wijze, aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor
                    subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie
                    verbonden verplichtingen.</al><tussenkop><vet>hoofdstuk 5 – de subsidievaststelling</vet></tussenkop><tussenkop><vet>toelichting artikel 22 toepassing van artikel 4:76 Awb</vet></tussenkop><al/><al>Artikel 4:76 Awb is ingevolge artikel 4:77 Awb van overeenkomstige toepassing
                    verklaard op het financiële verslag van subsidieontvangers die hun inkomsten
                    voor meer dan 50% ontlenen aan door het gemeentebestuur verstrekte subsidies. In
                    zulke gevallen is het ook gewenst dat er ten behoeve van de subsidievaststelling
                    inzicht wordt verkregen in de gehele financiële gang van zaken van de
                    instelling. </al><al>Artikel 4:76 is eveneens van overeenkomstige toepassing verklaard op het
                    financiële verslag van een onderdeel van een instelling dat zijn inkomsten voor
                    meer dan 50% ontleent aan door het gemeentebestuur verstrekte subsidies; dan is
                    het gewenst om inzicht te hebben in de gehele financiële gang van zaken van dat
                    onderdeel. </al><tussenkop><vet>toelichting artikel 25 vaststelling productsubsidies</vet></tussenkop><al/><al>Bij productsubsidies wordt de subsidie vastgesteld volgens de formule genoemd in
                    dit artikel tot het bij de subsidieverlening aangegeven maximumbedrag. Positieve
                    aanpassingen van de subsidie achteraf, bijvoorbeeld omdat meer activiteiten zijn
                    uitgevoerd of meer producten zijn geleverd, of omdat de kosten hoger blijken uit
                    te vallen dan aanvankelijk geraamd, behoren in beginsel niet tot de
                    mogelijkheden.</al><al>Het kan gebeuren dat de vaststelling van de subsidie volgens de in dit artikel
                    genoemde formule de instelling onbedoeld in financiële problemen brengt. Gedacht
                    kan worden aan situaties waarin wel uitgaven zijn gedaan maar waar de
                    afgesproken productie door overmacht niet of niet geheel is geleverd. Het moet
                    dan mogelijk zijn de helpende hand te bieden en in voor de instelling gunstige
                    zin van deze vaststellingsbepaling af te wijken. Daartoe is het tweede lid
                    opgenomen. Situaties van overmacht laten zich niet vooraf omschrijven en in
                    regels vastleggen. Daarom is de omschrijving van het tweede lid algemeen. Voor
                    elke situatie zal, rekening houdend met de beginselen van behoorlijk bestuur,
                    een passende oplossing moeten worden gevonden.</al><al>Als geen sprake is van overmacht, doch de afgesproken productie door eigen
                    toedoen van de instelling niet of niet geheel is gehaald, zijn de gevolgen voor
                    de instelling.</al><al>Voor de mogelijk daardoor bij de instelling ontstane lasten kan dan geen beroep
                    worden gedaan op de gemeente. Het tweede lid is dan niet van toepassing.</al><al/><tussenkop><vet>toelichting artikel 26 reserves </vet></tussenkop><al/><al>Het begrip voorzieningen komt niet meer voor. Voorzieningen hebben betrekking op
                    min of meer zekere verplichtingen die in een boekjaar zijn opgetreden, maar pas
                    in de toekomst tot werkelijke uitgaven leiden. </al><al>Het begrip egalisatiereserve is afkomstig uit de Awb (artikel 4:72) en is
                    bedoeld om tekorten en overschotten die in een bepaald jaar bij een
                    gesubsidieerde instelling kunnen optreden, tegen elkaar te kunnen laten
                    wegvallen. </al><tussenkop><vet>hoofdstuk 6 – intrekking en wijziging</vet></tussenkop><tussenkop><vet>toelichting artikel 29 intrekking ex artikel 4:50 Awb</vet></tussenkop><al/><al>Dit artikel geeft invulling aan artikel 4:50 Awb, eerste lid onder c. Artikel
                    4:50 Awb regelt de situatie dat burgemeester en wethouders voor de toekomst een
                    einde willen maken of een wijziging willen aanbrengen in een subsidieverhouding
                    (ex nunc).</al><al>De onder a. t/m d. genoemde gronden zijn opgenomen om te voorkomen dat de
                    gemeente specifieke risico’s loopt als een instelling niet meer aan haar
                    verplichtingen kan voldoen.</al><tussenkop><vet>hoofdstuk 7 – betaling en terugvordering</vet></tussenkop><tussenkop><vet>toelichting artikel 31 voorschotten </vet></tussenkop><al/><al>Bevoorschotting vindt op diverse manieren plaats. In het kader van de
                    subsidiestaat wordt vaak per kwartaal een kwart van de subsidie overgemaakt naar
                    de aanvrager. Als de hoofdactiviteit bestaat uit een jaarlijks evenement dan
                    wordt vaak gekozen voor een betaling vlak voor het evenement. De bevoorschotting
                    is altijd maatwerk, in die zin dat met de instelling van geval tot geval
                    afspraken worden gemaakt over hoogte en tijdstip van de betalingen.</al><tussenkop><vet>hoofdstuk 8 – overige slotbepalingen</vet></tussenkop><tussenkop><vet>toelichting artikel 33, eerste lid slotbepaling</vet></tussenkop><al/><al>De periode tussen subsidieaanvraag en subsidievaststelling omvat in het algemeen
                    meer dan twee jaar. In die periode kunnen zich onverwachte ontwikkelingen
                    voordoen die het gewenst maken dat, met het oog op het belang waarvoor een
                    subsidie is toegekend, wordt afgeweken van één of meer bepalingen uit of
                    krachtens deze verordening,</al><al>Ter bevordering van de nodige flexibiliteit wordt daarom aan burgemeester en
                    wethouders de mogelijkheid geboden om in individuele gevallen één of meer van
                    deze bepalingen niet van toepassing te verklaren. Dit laatste kan overigens
                    alleen onder de voorwaarde dat hierover met de betreffende instelling
                    overeenstemming bestaat.</al></nota-toelichting><bijlage><al><vet>Inhoudsopgave</vet></al><al/><al><vet>hoofdstuk 1 - Inleidende bepalingen</vet></al><al>- begripsbepalingen</al><al>- reikwijdte van de verordening</al><al>- rechtspersoonlijkheid</al><al>- bevoegd bestuursorgaan</al><al>- nadere regels</al><al>- toezichthouders</al><al>- subsidie regeling voor specifieke activiteiten</al><al/><al><vet>hoofdstuk 2 - de subsidieaanvraag</vet></al><al>- algemene bepalingen</al><al/><al><vet>hoofdstuk 3 - subsidieverlening</vet></al><al>- inhoud van de beschikking tot subsidieverlening</al><al>- bekendmaking</al><al>- weigeringsgronden</al><al/><al><vet>hoofdstuk 4 - verplichtingen van de subsidieontvanger</vet></al><al>- verplichtingen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de
                    subsidie</al><al>- social return on investment</al><al>- toegankelijkheid voor mensen met een beperking</al><al>- accomodatie</al><al>- verzekering</al><al>- vergoedingenplicht</al><al>- overige verplichtingen</al><al/><al><vet>hoofdstuk 5 - de subsidievaststelling</vet></al><al>- indieningstermijn voor een aanvraag tot subsidievaststelling</al><al>- bij een aanvraag tot subsidievaststelling in te dienen bescheiden </al><al>- directe en ambtshalve vaststelling subsidies minder dan € 25.000,--</al><al>- toepassing van artikel 4:76 Awb</al><al>- vrijstelling en ontheffing accountantsverklaring</al><al>- vaststelling exploitatie- en activiteitensubsidies</al><al>- vaststelling productsubsidies</al><al>- reserves</al><al>- bekendmaking</al><al/><al><vet>hoofdstuk 6 - intrekking en wijziging</vet></al><al>- intrekking en wijziging van verleende of vastgestelde subsidie</al><al>- intrekking ex artikel 4:50 Awb</al><al/><al><vet>hoofdstuk 7 - betaling en terugvordering</vet></al><al>- betaling in gedeelten</al><al>- voorschotten</al><al/><al><vet>hoofdstuk 8 - overige en slotbepalingen</vet></al><al>- inwerkingtreding en overgangsrecht</al><al>- hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden</al><al/><al><vet>toelichting</vet></al><al>- algemeen</al><al>- artikelgewijs</al></bijlage></regeling></body></cvdr>