<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR250493_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening bestuursrechterlijke geldschulden</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Nijmegen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nijmegen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2012/110</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening bestuursrechterlijke geldschulden</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht art. 4:87 t/m 4:125</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-12-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsvoorstelnummer 159/2012</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING BESTUURSRECHTELIJKE GELDSCHULDEN</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de Gemeente Nijmegen bijeen in zijn vergadering van 28 november
                        2012;</al><al>Gelezen het voorstel van het College van Burgemeester en Wethouders van 6
                        november 2012;</al><al>Gelet op de artikelen 4:87 tot en met 4:125 van de Algemene wet
                        bestuursrecht;</al><al>besluit: vast te stellen de verordening bestuursrechtelijke geldschulden </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="b."><al>bestuursorgaan: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1:1 van
                                de wet;</al></li><li nr="c."><al>chartaal betalen: het betalen met contant geld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al>Deze verordening geldt voor alle bestuursrechtelijke geldschulden zoals
                        bedoeld in artikel 4:85 van de wet, voor zover geen regeling voor deze
                        geldschulden is opgenomen in een andere wet of verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Betalingstermijn</titel></kop><al>In afwijking op het bepaalde in de wet geschieden de betalingen binnen 30
                        dagen nadat de beschikking op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt,
                        tenzij bij of krachtens een wettelijke regeling een afwijkende
                        betalingstermijn is bepaald of de beschikking een later tijdstip
                        vermeldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verplichting tot betaling zonder beschikking tot vaststelling</titel></kop><al>1.Voor de uit hoofdstuk VI van de Gemeentewet voortvloeiende geldschulden
                        wordt bepaald dat geen beschikking wordt vastgesteld alvorens een geldsom
                        moet worden betaald.</al><al>2.Betaling van geldschulden zoals bedoeld in lid 1 vindt plaats uiterlijk
                        zeven maanden nadat het feit en de omvang van de betalingsverplichting
                        bekend is geworden bij het gemeentebestuur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Wijze van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Naast girale betaling zoals geregeld in artikel 4:89 van de wet is
                            chartale betaling mogelijk in alle gevallen dat de schuldenaar betaalt
                            aan een bestuursorgaan van de gemeente Nijmegen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Chartale betaling door de gemeente Nijmegen aan een schuldeiser is
                            mogelijk indien het bestuursorgaan van de gemeente Nijmegen dat
                            aangemerkt wordt als schuldenaar inzake, besluit dat girale betaling
                            bezwaarlijk is, zoals bedoeld in artikel 4:90 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking op artikel 4:89 van de wet wordt de betaling rechtstreeks
                            aan een leverancier van een voorziening zoals bedoeld in artikel 4, lid
                            1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning of van duurzame
                            gebruiksgoederen zoals bedoeld in artikel 51 van de Wet werk en bijstand
                            verricht indien het college hiertoe besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verrekening</titel></kop><al>Naast de reeds bij ander wettelijk voorschrift geregelde verrekeningen kan
                        een geldschuld met een bestaande vordering worden verrekend bij
                        voorzieningen zoals bedoeld in artikel 4, lid 1 van de Wet Maatschappelijke
                        Ondersteuning indien deze in de vorm van een persoonsgebonden budget zijn
                        verstrekt, onverminderd het bepaalde in artikel 4:93 leden 2, 3, 4 en 5 Awb.
                    </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wettelijke rente en kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 4:98 van de wet, is wettelijke rente, in geval
                            het een schuld betreft van een schuldenaar aan een bestuursorgaan van de
                            gemeente Nijmegen, niet verschuldigd indien het een schuld betreft die
                            voortvloeit uit de Wet werk en bijstand, de Wet investeren in jongeren,
                            de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                            werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan brengt aanmaningskosten en de kosten voor de
                            betekening en de tenuitvoerlegging van het dwangbevel in rekening zoals
                            bedoeld in artikel 4:113 van de wet. Voor zover het een schuld betreft
                            die voortvloeit uit de Wet werk en bijstand, de Wet investeren in
                            jongeren, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                            arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, worden
                            alleen aanmaningskosten in rekening gebracht bij overdracht van de
                            vordering aan een deurwaarder. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Aanmaningstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 4:112 lid 1 van de wet kan, indien het het een
                            schuld betreft die voortvloeit uit schending van de inlichtingenplicht,
                            zoals bedoeld in artikel 17 van de Wet werk en bijstand, artikel 44 Wet
                            investeren in jongeren, artikel 13 Wet inkomensvoorziening oudere en
                            gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of artikel 13 Wet
                            inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                            zelfstandigen en sprake is van conservatoire beslaglegging, zoals
                            bedoeld in artikel 4:116 en volgende van de wet, de aanmaningstermijn
                            worden vastgesteld op vijf dagen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 4:112 lid 1 van de wet, wordt de
                            aanmaningstermijn in daartoe door het bestuursorgaan aan te wijzen
                            gevallen, gesteld op vijf dagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>1.Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar
                        bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op een verplichting tot betaling aan- of door een bestuursorgaan die is
                            vastgesteld of ontstaan voor het tijdstip van ingang van deze
                            verordening blijft de wettelijke regeling van toepassing zoals die gold
                            ten tijde van het ontstaan of vaststellen van die verplichting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op een verplichting tot betaling aan of door een bestuursorgaan in
                            verband met een subsidie die vóór het tijdstip van ingang van deze
                            verordening is verleend, blijft het recht zoals dat gold vóór dat
                            tijdstip van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al><vet>Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van belanghebbende
                                afwijken van de bepalingen in deze verordening indien toepassing
                                daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></li><li nr="2."><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening bestuursrechtelijke
                        geldschulden.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 november 2012,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter, de raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>drs. H.M.F. Bruls drs. M.M.V. Mientjes</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>