<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR250396_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen Wmo ISD Bollenstreek 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Teylingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Teylingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Teylinger, 9-1-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen Wmo ISD Bollenstreek 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Maatschappelijke%20Ondersteuning/article=4">Wet Maatschappelijke Ondersteuning, art. 4 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>24288</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voorzieningen Wmo ISD Bollenstreek 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>INLEIDING</titel></kop><structuurtekst><al>Deze Verordening is ingrijpend veranderd ten opzichte ten opzichte van
                            de vorige versie. De lijn die gold onder de Wvg, waarbij sprake was van
                            een zorgplicht en tamelijk nauwkeurig omschreven voorzieningen werd na
                            invoering van de Wmo aanvankelijk ook gevolgd en is ook terug te vinden
                            in de huidige verordening. De compensatieplicht vraagt echter om een
                            andere aanpak.</al><al>Kernbegrippen zijn nu het leveren van maatwerk, uitgaan van te bereiken
                            resultaten en eigen verantwoordelijkheid. Bij de beoordeling van een
                            aanvraag, of al tijdens het gesprek voorafgaand aan de aanvraag, komt
                            eerst het resultaat dat bereikt moet worden aan de orde, daarna passeren
                            de verschillende oplossingen de revue, en niet alleen de individuele
                            voorzieningen. Omdat maatwerk nodig is, vindt een uitgebreid gesprek
                            plaats ter verkenning van de mogelijkheden, waarbij vooral de eigen
                            verantwoordelijkheid voorop staat.</al><al><extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning/article=4">Artikel 4 van de Wmo</extref> geeft allereerst aan op welke
                            terreinen (een huishouden te voeren; zich te verplaatsen in en om de
                            woning; zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel;medemensen te
                            ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan) resultaten
                            bereikt dienen te worden. Deze vier resultaatgebieden zijn vertaald in 8
                            resultaten. Dit is gedaan omdat de compensatieplicht volgens de Centrale
                            Raad van Beroep een resultaatsverplichting inhoudt.</al><al>Omdat de wet niet bepaalt hoe een resultaat bereikt moet worden, biedt
                            dit veel beleidsvrijheid aan de gemeente. Er is gekozen om veel meer dan
                            voorheen de nadruk te leggen op de eigen verantwoordelijkheid, het eigen
                            netwerk en diverse voorliggende voorzieningen.</al><al>Uit de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep blijkt dat
                            maatwerk en zorgvuldig onderzoek van essentieel belang zijn bij een
                            goede invulling van de compensatieplicht. Er moet rekening gehouden
                            worden met de persoonlijke omstandigheden en behoeften. De Centrale Raad
                            van Beroep heeft ook uitgesproken dat het verlenen van (het primaat aan)
                            collectieve voorzieningen, zoals het collectief vervoer is toegestaan.
                            Er mag echter niet (meer) automatisch vanuit worden gegaan dat het ook
                            voldoende compenseert. Er zal steeds moeten worden onderzocht of de
                            persoon in kwestie daarmee in voldoende mate in staat wordt gesteld om
                            te participeren.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel/></kop><al>lid 1 Begripsomschrijvingen</al><al>In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt
                                verstaan onder:</al><al>a) Aanmelding:</al><al>de mededeling aan het Dagelijks Bestuur dat er beperkingen worden
                                ondervonden op grond waarvan iemand verzoekt een afspraak te maken
                                voor een gesprek.</al><al>b) Aanvraag:</al><al>het verzoek van een belanghebbende om in aanmerking te komen voor
                                één of meerdere voorzieningen om een resultaat te bereiken in het
                                kader van deze Verordening.</al><al>c) Algemeen gebruikelijke voorziening:</al><al>een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een
                                beperking, dus ook door anderen gebruikt wordt, algemeen
                                verkrijgbaar is en niet aanzienlijk – duurder is dan vergelijkbare
                                producten.</al><al>d) Algemene voorziening:</al><al>een voorliggende voorziening die weliswaar niet bestemd is voor,
                                noch te gebruiken is door alle personen als bedoeld in artikel 4 lid
                                1 van de wet, maar die anderzijds door iedereen waarvoor de
                                voorziening wel bedoeld is op eenvoudige wijze te verkrijgen of te
                                gebruiken is, zonder een ingewikkelde aanvraagprocedure.</al><al>e) Belanghebbende:</al><al>een persoon met een beperking, een chronisch psychisch probleem of
                                een psychosociaal probleem die behoefte heeft aan compensatie ten
                                behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk
                                verkeer en het zelfstandig functioneren</al><al>f) Budgethouder:</al><al>een persoon aan wie ingevolge deze verordening een persoonsgebonden
                                budget is toegekend. Of diens wettelijk vertegenwoordiger, die aan
                                het dagelijks bestuur verantwoording over de besteding van het
                                persoonsgebonden budget verschuldigd is.</al><al>g) Collectieve voorziening:</al><al>een voorziening die door het dagelijks bestuur individueel wordt
                                verstrekt maar die door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt,
                                bijvoorbeeld het collectief vraagafhankelijk vervoer.</al><al>h) Compensatieplicht:</al><al>de plicht van het College/Dagelijks Bestuur om op grond van artikel
                                4 van de wet aan personen met een beperking, een chronisch psychisch
                                of een psychosociaal probleem voorzieningen te bieden ter
                                compensatie van hun beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en
                                maatschappelijke participatie ten einde hen in staat te stellen een
                                huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich
                                lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten
                                en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Daarbij legt
                                    <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning/article=4">artikel 4 van de Wet</extref> het Dagelijks Bestuur de plicht
                                op om een resultaat te bereiken dat als compensatie mag gelden en
                                dat in het individuele geval maatwerk is.</al><al>i) Dagelijks Bestuur:</al><al>het Dagelijks Bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst
                                Bollenstreek Hillegom, Lisse, Teylingen, Noordwijkerhout, Noordwijk,
                                zoals samengesteld conform de Gemeenschappelijke Regeling ISD
                                Bollenstreek.</al><al>j) Financiële tegemoetkoming:</al><al>een geldbedrag, al dan niet forfaitair of gemaximeerd, bedoeld om
                                een voorziening mee aan te schaffen voor het te bereiken
                                resultaat</al><al>k) Gebruikelijke zorg:</al><al>de normale, dagelijkse zorg/ondersteuning die alle meerderjarige
                                leden van een leefeenheid geacht worden elkaar onderling te bieden,
                                omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en op die
                                grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het
                                functioneren van dat huishouden.</al><al>l) Gesprek:</al><al>het eerste contact na een aanmelding waarin met degene die
                                maatschappelijke ondersteuning zoekt zijn gehele situatie wordt
                                geïnventariseerd ten aanzien van de beperkingen en de gevolgen
                                daarvan, de te bereiken resultaten, de te kiezen oplossingen via
                                eigen mogelijkheden, via mogelijkheden van het netwerk dan wel via
                                algemene, algemeen gebruikelijke collectieve, (wettelijk)
                                voorliggende en individuele voorzieningen.</al><al>m) Hoofdverblijf:</al><al>de woonruimte waar een persoon zijn vaste woon- en verblijfplaats
                                heeft en volgens de gemeentelijke basisadministratie staat
                                ingeschreven dan wel zal staan ingeschreven, dan wel het feitelijke
                                woonadres indien het een persoon met beperkingen met een briefadres
                                is.</al><al>n) Individuele voorziening:</al><al>een voorziening die door het Dagelijks Bestuur ten behoeve van één
                                persoon op basis van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning/article=4">artikel 4 Wmo</extref> wordt verstrekt.</al><al>o) Mantelzorger:</al><al>een persoon, die mantelzorg verleent als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning/article=1">artikel 1, lid 1, onder b van de wet</extref>.</al><al>p) Meerkosten:</al><al>kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen voorziening,
                                voorzover dit deel van de kosten uitgaat boven voor die persoon als
                                algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van een dergelijke
                                voorziening</al><al>q) Sociaal netwerk:</al><al>het gezin, familie en andere sociale relaties (bijvoorbeeld
                                vrienden, buren, vereniging, kerkgenootschap), in de buurt van
                                belanghebbende. Deze mensen kunnen, waar nodig, ondersteuning en
                                mantelzorg verlenen.</al><al>r) Persoonsgebonden budget:</al><al>een geldbedrag, zoals bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning/article=6">artikel 6</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning/article=6a">6a van de wet</extref>, om te gebruiken voor het te bereiken
                                resultaat, als alternatief voor een voorziening in natura.</al><al>s) Persoonsvolgend budget:</al><al>een geldbedrag om te gebruiken voor het te bereiken resultaat
                                waarbij het beheer en de administratie van dit budget in handen is
                                van een professionele budgetbeheerder.</al><al>t) Psychosociaal probleem:</al><al>een situatie van verlies van zelfstandigheid en, met name, een
                                gebrek aan mogelijkheden tot deelname aan het maatschappelijk
                                verkeer, als gevolg van problemen die iemand op grond van zijn
                                psyche ondervindt in zijn relatie met anderen, met zijn sociale
                                omgeving<sup>¹</sup>.</al><al>u) Resultaat:</al><al>het doel waarvoor een aanvraag daadwerkelijk is ingediend dat door
                                compensatie van de problemen die iemand ondervindt bereikt moeten
                                worden, eventueel door verstrekking van passende voorzieningen.</al><al>v) Voorziening in natura:</al><al>een voorziening die in eigendom, in bruikleen, in huur of in de vorm
                                van een persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt aan een persoon
                                met beperkingen om in te zetten om het resultaat te bereiken.</al><al>w) Voorliggende voorziening:</al><al>elke voorziening buiten deze wet waarop de persoon of het gezin
                                aanspraak kan maken, dan wel een beroep kan doen, waarmee het
                                resultaat geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden. De voorliggende
                                voorziening moet gezien haar aard en doel compensatie bieden voor de
                                ondervonden beperkingen op de vier domeinen (het voeren van een
                                huishouden, zich verplaatsen in en om de woning, zich lokaal
                                verplaatsen per vervoermiddel en medemensen ontmoeten en op basis
                                daarvan sociale verbanden aan gaan).</al><al>x) Wet:</al><al>Wet maatschappelijke ondersteuning.</al><al>y) Zelfredzaamheid:</al><al>het lichamelijke, verstandelijke, geestelijke en financiële vermogen
                                om zelf voorzieningen te treffen die deelname aan het normale
                                maatschappelijke verkeer mogelijk maken.</al><al>Lid 2</al><al>De begrippen die in deze Verordening worden gebruikt en niet nader
                                worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet en/of de
                                awb, tenzij anders is aangegeven.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Resultaatgerichte compensatie.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>De te bereiken resultaten.</titel></kop><al>De op basis van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning/article=4">artikel 4 lid 1 van de Wet</extref> via compenserende
                                maatregelen te bereiken resultaten betreffen:</al><lijst><li nr="1."><al>een schoon en leefbaar huis;</al></li><li nr="2."><al>wonen in een geschikte woning;</al></li><li nr="3."><al>beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;</al></li><li nr="4."><al>beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                        kleding;</al></li><li nr="5."><al>het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                        behoren;</al></li><li nr="6."><al>zich verplaatsen in, om en nabij de woning;</al></li><li nr="7."><al>zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;</al></li><li nr="8."><al>de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en
                                        deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of
                                        religieuze activiteiten.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Hoe te komen tot de te bereiken resultaten.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Scheiding aanmelding en aanvraag</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Aan een aanvraag voor een individuele voorziening ex <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning/article=1">artikel 1, lid 1 aanhef en onder g sub 6 van de wet</extref>
                                kan een aanmelding voor een gesprek vooraf gaan.</al><al>Lid 2.</al><al>De manier waarop, wanneer, onder welke voorwaarden een gesprek
                                plaatsvindt en de voorwaarden waaraan het (gespreks)verslag moet
                                voldoen is vastgelegd en nader uitgewerkt in het gemeentelijke
                                WMO-beleidsmeerjarenplan.</al><al>Bij het voeren van het gesprek zal in elk geval de International
                                Classification of Functions, Disabilities and Health als basis voor
                                het begrippenkader worden gehanteerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>De aanvraag (zie artikel 1 b) voor een te bereiken resultaat, moet
                                in overeenstemming met de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A1">artikelen 4:1</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A2">4:2 van de Awb</extref>, schriftelijk of elektronisch
                                plaatsvinden.</al><al>Lid 2.</al><al>Indien een aanvraag mondeling (via de telefoon of op een andere
                                manier) plaatsvindt wordt dit per omgaande schriftelijk bevestigd.
                                Bij deze bevestiging wordt een aanvraagformulier meegezonden.</al><al>Lid 3.</al><al>Bij de aanvraag wordt, als er een ondertekend verslag van het
                                gesprek aanwezig is, dit ondertekende verslag als aanvraagformulier
                                beschouwd voor een individuele voorziening ex <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht/article=1">artikel 1, lid 1 aanhef en onder g sub 6 van de
                                wet</extref>.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Beoordeling van de te bereiken resultaten.</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Algemene regels.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Compensatieplicht middels inzet van individuele
                                    voorzieningen</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Beperkingen in zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie
                                    van een individuele burger moeten eerst binnen de eigen
                                    mogelijkheden, dan wel met inzet van algemene en/of collectieve
                                    voorzieningen worden opgelost. Ook alle (wettelijke)
                                    voorliggende en algemeen gebruikelijke voorzieningen, die
                                    beschikbaar en bruikbaar zijn, moeten hierbij betrokken
                                    worden.</al><al>Lid 2.</al><al>Slechts indien daarmee de beperkingen niet in afdoende mate
                                    kunnen worden weggenomen gaat het Dagelijks Bestuur over tot het
                                    inzetten van individuele voorzieningen.</al><al>Lid 3.</al><al>Om voorzieningen in onderlinge samenhang op de situatie van de
                                    belanghebbende te kunnen afstemmen, moet samen met de
                                    belanghebbende een resultaat worden bereikt dat als compensatie
                                    mag gelden. Daarbij neemt het Dagelijks Bestuur het verslag van
                                    het gesprek indien aanwezig als uitgangspunt. Het Dagelijks
                                    Bestuur gaat uit van de behoeften en persoonskenmerken van de
                                    belanghebbende. Daarbij zal onderzoek gedaan worden naar de
                                    noodzaak en mogelijkheid tot leveren van maatwerk ten aanzien
                                    van het te bereiken resultaat.</al><al>Lid 4.</al><al>Bij het onderzoek en de indicatiestelling wordt gebruik gemaakt
                                    van de systemen neergelegd in de International Classification of
                                    Functioning, Disability and Health, de zogenaamde
                                    ICF-classificatie.</al><al>Lid 5.</al><al>Bij het compenseren van beperkingen die een belanghebbende
                                    ondervindt in de zelfredzaamheid en bij de maatschappelijke
                                    participatie wordt rekening gehouden met de eigen
                                    verantwoordelijkheid bij de keuzes die hij/zij maakt in het
                                    leven. Het Dagelijks Bestuur houdt bij de beoordeling rekening
                                    met het verstandelijke vermogen van de belanghebbende.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Beperkingen</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover:</al><al>a) de noodzaak voor het te bereiken resultaat langdurig is,
                                    tenzij kortdurende hulp bij het huishouden leidt tot het te
                                    bereiken resultaat;</al><al>b) de te verstrekken voorziening als de goedkoopst-compenserende
                                    voorziening aan te merken is;</al><al>Lid 2.</al><al>Geen voorziening wordt toegekend:</al><al>a) als de voorziening algemeen gebruikelijk is;</al><al>b) als de belanghebbende niet woonachtig is binnen de
                                    gemeentegrenzen van de gemeenten genoemd in de
                                    Gemeenschappelijke Regeling ISD Bollenstreek (uitzondering
                                    artikel 8 lid 1 onder b)</al><al>c) voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de
                                    belanghebbende voorafgaand aan het moment van aanvragen of het
                                    moment van beschikken heeft gemaakt en niet meer is na te gaan
                                    of deze voorziening noodzakelijk was en als
                                    goedkoopst-compenserend aan te merken valt;</al><al>d) voor zover een voorziening als die waarop de aanvraag
                                    betrekking heeft reeds eerder in het kader van enige wettelijke
                                    bepaling of regeling is verstrekt en de normale
                                    afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is,
                                    tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is
                                    gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan belanghebbende
                                    zijn toe te rekenen, of tenzij belanghebbende geheel of
                                    gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>De te bereiken resultaten.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Een schoon en leefbaar huis.</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van
                                    een huishouden bestaat uit het kunnen wonen in een huis dat
                                    schoon is. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer,
                                    slaapvertrekken, keuken en sanitaire ruimten, zijnde elementaire
                                    woonfuncties.</al><al>Lid 2.</al><al>Als het gaat om een schoon en leefbaar huis kan een individuele
                                    voorziening getroffen worden voor het lichte en/of het zware
                                    huishoudelijke werk.</al><al>Lid 3.</al><al>Als de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die
                                    beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen in het
                                    kader van gebruikelijke zorg, wordt deze mogelijkheid eerst
                                    beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid en de in artikel 5 lid 1 van de
                                    Verordening genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn
                                    en leiden tot het te bereiken resultaat worden ten aanzien van
                                    die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Wonen in een geschikte woning.</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>a</al><al>Het tweede te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van
                                    een huishouden bestaat uit het normaal gebruik kunnen maken van
                                    de woning waar men het hoofdverblijf heeft of zal hebben. Dit
                                    geldt, in elk geval, ten aanzien van de woonkamer,
                                    slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimten.</al><al>b</al><al>In aanvulling van het gestelde in het eerste lid kan een
                                    woonvoorziening getroffen worden voor het bezoekbaar maken van
                                    één woonruimte indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft in
                                    een op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20toelating%20zorginstellingen/article=5">artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen</extref>
                                    erkende instelling. Het gaat om het kunnen bereiken en gebruiken
                                    van de woonkamer en een toilet.</al><al>De aanvraag voor het bezoekbaar maken wordt ingediend in de
                                    gemeente waar de aan te passen woning staat.</al><al>De woonvoorziening betreft het bezoekbaar maken van de
                                    woonruimte tot een maximumbedrag. Dit bedrag is vastgelegd in
                                    het Besluit financiële bijdragen maatschappelijke ondersteuning
                                    ISD Bollenstreek.</al><al>Onder bezoekbaar maken wordt uitsluitend verstaan het middels
                                    een woonvoorziening bewerkstelligen dat de belanghebbende de
                                    woonruimte kan bereiken en de woonkamer en een toilet kan
                                    gebruiken.</al><al>Onder logeerbaar maken wordt uitsluitend verstaan het middels
                                    een woonvoorziening bewerkstelligen dat de in een op grond van
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20toelating%20zorginstellingen/article=5">artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen</extref>
                                    erkende instelling verblijvende minderjarige belanghebbende een
                                    slaapkamer en de badkamer kan bereiken en gebruiken.</al><al>Lid 2.</al><al>Als het gaat om het normale gebruik van de woning kan een
                                    individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van de
                                    bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de
                                    woning.</al><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte
                                    woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning welke
                                    verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat wordt deze
                                    mogelijkheid eerst beoordeeld. Deze beoordeling vindt alleen
                                    plaats indien de aanpassing van de woning het bedrag genoemd in
                                    het Besluit financiële bijdragen maatschappelijke ondersteuning
                                    ISD Bollenstreek te boven gaat.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid en de in artikel 5 lid 1 van de
                                    Verordening genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn
                                    en leiden tot het te bereiken resultaat, worden ten aanzien van
                                    die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Beschikken over goederen voor primaire
                                    levensbehoeften.</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het derde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van
                                    een huishouden bestaat uit het voorzien zijn van dagelijks
                                    benodigde levensmiddelen, evenals toiletartikelen en
                                    schoonmaakartikelen. Ook de noodzakelijke bereiding van
                                    maaltijden kan hieronder vallen.</al><al>Lid 2.</al><al>Als het gaat om het beschikken over goederen voor primaire
                                    levensbehoeften kan een individuele voorziening worden getroffen
                                    ten aanzien van het doen van boodschappen, alsmede het bereiden
                                    en aanreiken van maaltijden.</al><al>Lid 3.</al><al>Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die
                                    beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen en/of
                                    voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige
                                    en bruikbare boodschappenservice of maaltijdvoorziening die in
                                    de individuele situatie van de belanghebbende kan leiden tot het
                                    te bereiken resultaat, wordt deze mogelijkheid eerst
                                    beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid en de in artikel 5 lid 1 van de
                                    Verordening genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn
                                    en leiden tot het te bereiken te resultaat worden ten aanzien
                                    van die onderdelen geen individuele voorzieningen
                                    verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Beschikken over schone, draagbare en doelmatige
                                    kleding.</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het vierde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van
                                    een huishouden bestaat uit het aanwezig zijn van gewassen, al
                                    dan niet gestreken en zo nodig opgevouwen of opgehangen,
                                    kleding.</al><al>Lid 2.</al><al>Als het gaat om het beschikken over schone, draagbare en
                                    doelmatige kleding kan een individuele voor-ziening worden
                                    getroffen ten aanzien van het wassen, drogen en strijken en
                                    opruimen van de dagelijkse was.</al><al>Lid 3.</al><al>Indien de belanghebbende één of meer huisgenoten heeft die
                                    beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden over te nemen, wordt
                                    dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid en de in artikel 5 lid 1 van de
                                    Verordening genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn
                                    en leiden tot het te bereiken resultaat worden ten aanzien van
                                    die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het
                                    gezin behoren.</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het vijfde te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van
                                    een huishouden bestaat uit de dagelijkse, gebruikelijke zorg
                                    voor in het huishouden aanwezige kinderen.</al><al>Lid 2.</al><al>Als het gaat om het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot
                                    het gezin behoren, kan een individuele voorziening worden
                                    getroffen ten aanzien van het –tijdelijk ter overbrugging van
                                    een periode noodzakelijk voor het nemen van meer definitieve
                                    maatregelen – vervangen van de ouder die in principe voor de
                                    kinderen zorgt.</al><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige
                                    en bruikbare voor- tussen- en naschoolse opvang, kinderopvang of
                                    andere opvangmogelijkheden die in de individuele situatie van de
                                    belanghebbende kunnen leiden tot het te bereiken resultaat
                                    worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld .</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid en de in artikel 5 lid 1 van de
                                    Verordening genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn
                                    en leiden tot het te bereiken resultaat worden ten aanzien van
                                    die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Zich verplaatsen in en om de woning</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich verplaatsen
                                    in en om de woning bestaat uit het in staat zijn de elementaire
                                    woonfuncties en elementaire gebruiksruimte te kunnen bereiken en
                                    er zich zodanig kunnen redden dat normaal functioneren mogelijk
                                    is.</al><al>Lid 2.</al><al>Als het gaat om het verplaatsen in en om de woning kan een
                                    individuele voorziening worden getroffen bestaande uit een
                                    rolstoel voor dagelijks gebruik.</al><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een bestaande
                                    en bruikbare rolstoelpool die in de individuele situatie van de
                                    belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat, wordt
                                    deze mogelijkheid eerst beoordeeld.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in artikel 5 lid 1 van de Verordening en de in het
                                    vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn
                                    en leiden tot het te bereiken resultaat zullen ten aanzien van
                                    die onderdelen geen individuele voorzieningen worden
                                    verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Zich lokaal verplaatsen per
                                    vervoermiddel.</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van het zich lokaal
                                    verplaatsen per vervoermiddel bestaat uit het kunnen doen van
                                    dagelijkse boodschappen, het kunnen bezoeken van familie,
                                    kennissen en het doen van gewenste activiteiten, alles binnen de
                                    directe woon- en leefomgeving.</al><al>Lid 2.</al><al>Als het gaat om het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel,
                                    kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van
                                    het verplaatsen in de directe omgeving van de woning en het
                                    verplaatsen over de langere afstand binnen de directe woon en
                                    leefomgeving.</al><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een bestaande
                                    en bruikbare scootermobielpool of van collectief
                                    vraagafhankelijk vervoer (CVV) van deur tot deur die in de
                                    individuele situatie van de belanghebbende kan leiden tot het te
                                    bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld.
                                    Het CVV heeft het primaat op een individuele
                                    vervoersvoorziening.</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid en de in artikel 5 lid 1
                                    genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn en leiden
                                    tot het te bereiken resultaat zullen ten aanzien van die
                                    onderdelen geen individuele voorzieningen worden verstrekt.</al><al>Artikel 14. De mogelijkheid om contacten te hebben met
                                    medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of
                                    religieuze activiteiten.</al><al>Lid 1.</al><al>Het te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om
                                    contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan
                                    recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten bestaat
                                    uit het zo mogelijk kunnen afleggen van gewenste bezoeken en het
                                    deelnemen aan gewenste activiteiten.</al><al>Lid 2.</al><al>Als het gaat om de mogelijkheid om contact te hebben met
                                    medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of
                                    religieuze activiteiten kan een individuele voorziening worden
                                    getroffen ten aanzien van het vervoer naar de gewenste
                                    bestemmingen.</al><al>Lid 3.</al><al>Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een of meer
                                    aanwezige en bruikbare (vrijwilligers)organisaties of het
                                    collectief vraag afhankelijk vervoer of van een aanwezige en
                                    bruikbare scootmobielpool en dat die in de individuele situatie
                                    van de belanghebbende kunnen leiden tot het te bereiken
                                    resultaat, worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld .</al><al>Lid 4.</al><al>Voor zover de in het vorige lid en de in artikel 5 lid 1
                                    genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn en leiden
                                    tot het te behalen resultaat worden ten aanzien van die
                                    onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Wijze van verstrekke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Mogelijke verstrekkingwijzen.</titel></kop><al>Een individuele voorziening kan verstrekt worden in natura, als
                                persoonsvolgend budget*, als persoonsgebonden budget of als
                                financiële tegemoetkoming. De persoon met beperkingen kan derhalve
                                in plaats van een individuele voorziening in natura, behoudens bij
                                de deelnemerspas voor het collectief vervoer, kiezen voor een
                                persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming.</al><al>* Zodra het invoeren van een persoonsvolgend budget tot de
                                mogelijkheden behoort, kan ook voor deze verstrekkingsvorm worden
                                gekozen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15a basistarief hulp bij het huishouden</titel></kop><al>Op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20maatschappelijke%20ondersteuning/article=21a">artikel 21a van de Wet</extref> zijn de basistarieven voor de
                                hulp bij het huishouden als volgt vastgesteld:</al><lijst><li nr="-"><al>Categorie 1 € 17,00</al></li><li nr="-"><al>Categorie 2 € 21,00</al></li><li nr="-"><al>Categorie 3 € 21,00</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16. Inhoud beschikking bij verstrekking in
                                natura.</titel></kop><al>Bij het treffen van een voorziening in natura wordt in de
                                beschikking vastgelegd</al><lijst><li nr="a)"><al>welke de te treffen voorziening is,</al></li><li nr="b)"><al>wat de duur is van de verstrekking,</al></li><li nr="c)"><al>hoe de voorziening in natura verstrekt wordt,</al></li><li nr="d)"><al>op welke wijze het genomen besluit bijdraagt aan het
                                        behouden en bevorderen van de zelfredzaamheid en de normale
                                        maatschappelijke participatie van de persoon met een
                                        beperking of een chronisch psychisch of psychosociaal
                                        probleem</al></li><li nr="e)"><al>of er sprake is van een overeenkomst waarin deze
                                        verstrekking is geregeld, en.</al></li><li nr="f)"><al>of er een eigen bijdrage verschuldigd is in de zin van
                                        artikel 21 van de Verordening</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17. Persoonsgebonden budget</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Op het persoonsgebonden budget, zoals genoemd in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning/article=6">artikelen 6 lid 1</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning/article=6a">6 a van de wet</extref>,</al><al>zijn de volgende voorwaarden van toepassing:</al><lijst><li nr="a)"><al>een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten
                                        aanzien van individuele voorzieningen;</al></li><li nr="b)"><al>de omvang van het persoonsgebonden budget wordt, met
                                        uitzondering van het persoonsgebonden budget voor vergoeding
                                        van een arbeidsverhouding als bedoeld <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20loonbelasting%201964/article=5">artikel 5 lid 2 van de Wet op de loonbelasting
                                            1964</extref>, afgeleid van de tegenwaarde van de in de
                                        betreffende situatie te verstrekken voorziening in
                                        natura;</al></li><li nr="c)"><al>het persoonsgebonden budget wordt, indien noodzakelijk,
                                        aangevuld met een vergoeding voor aanvullende kosten, zoals
                                        vastgelegd in het Besluit financiële bijdragen
                                        maatschappelijke ondersteuning ISD Bollenstreek.</al></li><li nr="d)"><al>de wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt
                                        vastgesteld wordt door het dagelijks bestuur vastgelegd in
                                        het Beleidsboek maatschappelijke ondersteuning ISD
                                        Bollenstreek.</al></li></lijst><al>Lid 2.</al><al>De besteding van het persoonsgebonden budget dient door de
                                budgethouder als volgt te worden verantwoord:</al><al>Bij verstrekking van een persoonsgebonden budget onder een in het
                                Besluit financiële bijdrage maatschappelijke ondersteuning ISD
                                Bollenstreek nader vastgesteld normbedrag gaat het Dagelijks Bestuur
                                steekproefsgewijs na of het persoonsgebonden budget is besteed aan
                                het doel waarvoor deze verstrekt is. De budgethouder is verplicht de
                                daarvoor noodzakelijke stukken, zoals benoemd in het Beleidsboek
                                maatschappelijke ondersteuning ISD Bollenstreek, op verzoek van het
                                Dagelijks Bestuur per omgaande te verstrekken.</al><al>Bij verstrekking van een persoonsgebonden budget boven het onder a
                                benoemde normbedrag is de budgethouder verplicht om na aanschaf van
                                de voorziening waarvoor het persoongebonden budget is verstrekt, dan
                                wel na afloop van de periode waarop het persoonsgebonden budget van
                                toepassing is, aan het Dagelijks Bestuur de besteding van het budget
                                te verantwoorden volgens de voorschriften zoals opgenomen in het
                                Beleidsboek maatschappelijke ondersteuning ISD Bollenstreek</al><al>Na ontvangst van de in het vorige lid bedoelde bescheiden wordt door
                                het Dagelijks Bestuur beoordeeld of er aanleiding bestaat het
                                persoonsgebonden budget geheel of ten dele terug te vorderen of te
                                verrekenen</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18. Overwegende bezwaren bij verstrekking als
                                persoonsgebonden budget</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur legt in het Beleidsboek maatschappelijke
                                ondersteuning ISD Bollenstreek vast in welke situaties sprake is van
                                overwegende bezwaren op grond waarvan er geen persoonsgebonden
                                budget verstrekt wordt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19. Inhoud beschikking bij verstrekking als
                                persoonsgebonden budget</titel></kop><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een
                                persoonsgebonden budget wordt in de beschikking vastgelegd</al><lijst><li nr="a)"><al>voor welk te bereiken resultaat het persoonsgebonden budget
                                        gebruikt moet worden, eventueel aangevuld met een program
                                        van eisen waaraan bij de besteding voldaan moet worden,</al></li><li nr="b)"><al>wat de omvang van het persoonsgebonden budget is en hoe dit
                                        bedrag is samengesteld,</al></li><li nr="c)"><al>wat de duur is van de verstrekking waarvoor het
                                        persoonsgebonden budget bedoeld is,</al></li><li nr="d)"><al>op welke wijze het genomen besluit bijdraagt aan het
                                        behouden en bevorderen van de zelfredzaamheid en de normale
                                        maatschappelijke participatie van de persoon met een
                                        beperking of een chronisch psychisch of psychosociaal
                                        probleem,</al></li><li nr="e)"><al>welke regels gelden ten aanzien van verantwoording van het
                                        persoonsgebonden budget,</al></li><li nr="f)"><al>welke regels gelden bij eventuele terugvordering en</al></li><li nr="g)"><al>of er een eigen bijdrage verschuldigd is in de zin van
                                        artikel 21 van deze Verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20. Inhoud beschikking bij verstrekking als financiële
                                tegemoetkoming.</titel></kop><al>Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een financiële
                                tegemoetkoming wordt in de beschikking vastgelegd:</al><lijst><li nr="a)"><al>voor welk te bereiken resultaat de financiële tegemoetkoming
                                        bestemd is,</al></li><li nr="b)"><al>wat de duur van de verstrekking is,</al></li><li nr="c)"><al>wat de omvang van de financiële tegemoetkoming is en hoe dit
                                        bedrag is samengesteld,</al></li><li nr="d)"><al>op welke wijze het genomen besluit bijdraagt aan het
                                        behouden en bevorderen van de zelfredzaamheid en de normale
                                        maatschappelijke participatie van de persoon met een
                                        beperking of een chronisch psychisch of psychosociaal
                                        probleem,</al></li><li nr="e)"><al>of er sprake is van een overeenkomst waarin deze
                                        verstrekking is geregeld,</al></li><li nr="f)"><al>Welke regels gelden ten aanzien van verantwoording daarvan,
                                        en</al></li><li nr="g)"><al>of er sprake is van een eigen aandeel in de zin van artikel
                                        21 van deze Verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21. Eigen bijdragen en eigen aandeel</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>De persoon met beperkingen of een chronisch psychisch of
                                psychosociaal probleem die in aanmerking wordt gebracht voor een
                                individuele voorziening is een eigen bijdrage of een eigen aandeel
                                verschuldigd, tenzij anders is bepaald in deze Verordening.</al><al>Lid 2.</al><al>De hoogte van de eigen bijdrage en het eigen aandeel wordt berekend
                                overeenkomstig het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=besluit%20maatschappelijke%20ondersteuning/article=4.1">artikel 4.1 lid 1 van het Besluit maatschappelijke
                                    ondersteuning</extref> (staatsblad 2006, 450). Het Dagelijks
                                Bestuur legt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning ISD
                                Bollenstreek de hoogte van de te vragen eigen bijdrage vast.</al><al>Lid 3.</al><al>Overige bepalingen ten aanzien van de vaststelling en inning eigen
                                bijdrage en het eigen aandeel zijn opgenomen in het Besluit
                                maatschappelijke ondersteuning ISD Bollenstreek.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6 Procedurele bepalingen rond onderzoek, advies en
                            besluitvorming, intrekking en terugvordering.</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 22. Beslistermijn.</titel></kop><al>De termijn waarbinnen een besluit genomen moet worden is geregeld in
                                de Awb</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23. Advisering</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het Dagelijks Bestuur is bevoegd om, voor zover dit van belang kan
                                zijn voor de beoordeling van het recht op de aangevraagde
                                voorziening, de belanghebbende of bij gebruikelijke zorg diens
                                relevante huisgenoten:</al><lijst><li nr="a)"><al>uit te nodigen om nadere informatie te verstrekken op een
                                        door het Dagelijks Bestuur te bepalen plaats en
                                        tijdstip;</al></li><li nr="b)"><al>uit te nodigen voor een (nader) onderzoek door een of meer
                                        daartoe aangewezen medische- of andere deskundigen op een
                                        door het dagelijks bestuur te bepalen plaats en
                                        tijdstip.</al></li></lijst><al>Het Dagelijks Bestuur kan een door haar daartoe aangewezen
                                adviesinstantie om advies vragen indien:</al><lijst><li nr="a)"><al>het handelt om een aanvraag van een persoon die nog niet
                                        bekend is bij het Dagelijks Bestuur;</al></li><li nr="b)"><al>het handelt om een aanvraag van een persoon die wel bekend
                                        is bij het Dagelijks Bestuur maar waarvan de omstandigheden
                                        zodanig zijn veranderd dat die gewijzigde omstandigheden de
                                        noodzaak van een voorziening of de soort van voorziening
                                        kunnen beïnvloeden;</al></li><li nr="c)"><al>de aanvraag om medische redenen wordt afgewezen;</al></li><li nr="d)"><al>zij dat gewenst vindt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24. Wijziging situatie</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>De belanghebbende aan wie krachtens deze verordening een voorziening
                                is verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk (en schriftelijk) aan
                                het Dagelijks Bestuur mededeling te doen van feiten en
                                omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze
                                van invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening.</al><al>Lid 2.</al><al>Het Dagelijks Bestuur is bevoegd de in het eerste lid genoemde
                                persoon, na verlening van een voorziening op grond van de
                                verordening, op te roepen om vast te stellen of de omstandigheden
                                die hebben geleid tot de verlening van de voorziening, gewijzigd
                                zijn.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25. Heronderzoek</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur is bevoegd degene aan wie krachtens deze
                                Verordening of een rechtsvoorganger van deze Verordening een
                                voorziening is verstrekt, aan een heronderzoek te onderwerpen
                                teneinde vast te stellen of de omstandigheden die hebben geleid tot
                                de verlening van de voorziening gewijzigd zijn en betrokkene nog
                                recht heeft op de voorziening, dan wel vast te stellen of zij op
                                basis van deze Verordening, zoals deze luidt op de dag van het
                                heronderzoek, tot een ander besluit zou zijn gekomen.</al><al>Op dit heronderzoek zijn de bepalingen van artikel 23 van
                                overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26. Intrekking en herziening.</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Het dagelijks bestuur kan een besluit, genomen op grond van deze
                                verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien:</al><lijst><li nr="a)"><al>niet of niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld
                                        bij het besluit tot verlening;</al></li><li nr="b)"><al>beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat
                                        die gegevens zodanig onjuist waren dat; waren de juiste
                                        gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn
                                        genomen, terwijl de belanghebbende wist of redelijkerwijs
                                        had kunnen weten dat bedoelde gegevens onjuist waren;</al></li><li nr="c)"><al>achteraf blijkt dat een aanspraak op grond van een andere
                                        (wettelijke) regeling ten gelden wordt of kan worden
                                        gemaakt;</al></li><li nr="d)"><al>achteraf blijkt van een structureel niet-gebruik van de
                                        verstrekte voorziening.</al></li></lijst><al>Lid 2</al><al>Onverminderd de gronden voor intrekking genoemd in lid 1 en lid 4
                                kan het besluit tot verlening van een persoonsgebonden budget of
                                financiële tegemoetkoming worden ingetrokken of gewijzigd met ingang
                                van de dag vanaf welke de budgethouder heeft aangegeven geen prijs
                                meer te stellen op het budget.</al><al>Lid 3</al><al>Bij het overlijden van de budgethouder eindigt het persoonsgebonden
                                budget of financiële tegemoetkoming op de dag gelegen na de dag
                                waarop de (budget)houder is overleden.</al><al>Lid 4</al><al>Een besluit tot het verlenen van een persoonsgebonden budget of
                                financiële tegemoetkoming kan worden ingetrokken of gewijzigd met
                                ingang van de dag waarop de (budget)houder zijn verplichtingen niet
                                nakomt.</al><al>Lid 5</al><al>Een besluit tot het verlenen van een persoonsgebonden budget of
                                financiële tegemoetkoming kan worden ingetrokken of gewijzigd indien
                                er sprake is van gewijzigde omstandigheden</al><al>Lid 6</al><al>Een besluit tot het verlenen van een persoonsgebonden budget of
                                financiële tegemoetkoming kan worden ingetrokken of gewijzigd indien
                                blijkt dat het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet is
                                aangewend voor de bekostiging van het resultaat waarvoor de
                                verlening heeft plaatsgevonden en er geen verschonende
                                omstandigheden zijn;</al><al>Lid 7</al><al>Een besluit tot het verlenen van een persoonsgebonden budget of
                                financiële tegemoetkoming kan worden ingetrokken of gewijzigd indien
                                blijkt dat het budget niet volledig of anders is besteed.</al><al>Lid 8</al><al>Een besluit tot het verlenen van een persoonsgebonden budget of
                                financiële tegemoetkoming kan worden ingetrokken of gewijzigd indien
                                blijkt dat de verantwoording niet voldoet aan de door het Dagelijks
                                bestuur gestelde eisen.</al><al>Lid 9</al><al>Het Dagelijks Bestuur kan over gaan tot opschorting en intrekking
                                van het persoonsgebonden budget indien de door het CAK opgelegde
                                verschuldigde eigen bijdrage niet of niet volledig door de
                                budgethouder wordt voldaan.</al><al>Lid 10</al><al>Het Dagelijks Bestuur kan over gaan tot stopzetting van de zorg in
                                natura indien de door het CAK aan de persoon met beperkingen
                                opgelegde eigen bijdrage niet of niet volledig wordt betaald.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27. Terugvordering en verrekenen.</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Indien het recht op een voorziening is ingetrokken kan op basis
                                daarvan een reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of
                                persoonsgebonden budget worden teruggevorderd.</al><al>Lid 2</al><al>Indien een persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming
                                abusievelijk ten onrechte of tot een te hoog bedrag is uitbetaald,
                                kan dit worden teruggevorderd.</al><al>Lid 3</al><al>Alle ingevolge deze verordening terug te vorderen bedragen kunnen
                                vanaf het moment dat de persoon van wie wordt teruggevorderd in
                                gebreke is gesteld worden verhoogd met de wettelijke rente.</al><al>Lid 4.</al><al>Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is
                                ingetrokken kan deze voorziening worden teruggevorderd indien voor
                                de verkrijging daarvan doelbewust onjuiste gegevens zijn
                                verstrekt.</al><al>Lid 5</al><al>Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is
                                ingetrokken kan deze voorziening worden teruggehaald indien voor de
                                verkrijging daarvan doelbewust onjuiste gegevens zijn
                                verstrekt.</al><al>Lid 6</al><al>Het Dagelijks Bestuur kan over gaan tot terugvordering van het
                                persoonsgebonden budget indien de door het CAK opgelegde
                                verschuldigde eigen bijdrage niet of niet volledig door de
                                budgethouder wordt voldaan.</al><al>Lid 7</al><al>Het Dagelijks Bestuur kan, als de persoon met beperkingen blijft
                                volharden in zijn verzuim de eigen bijdrage te betalen, overgaan tot
                                terugvordering van de aan de zorgaanbieder verstrekte vergoeding
                                voor de geboden zorg in natura.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 7 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 28. Besluitvorming, nadere regels en nadere
                                voorwaarden</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Voorzover in deze Verordening niet anders is bepaald is het
                                Dagelijks Bestuur belast met de uitvoering van de Verordening tot
                                alle besluiten ter uitvoering van deze Verordening en de wet.</al><al>Lid 2.</al><al>Ter uitvoering van deze Verordening stelt het Dagelijks Bestuur het
                                Financieel Besluit en de Beleidsregels vast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 29. Hardheidsclausule.</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur kan in bijzondere gevallen ten gunste van de
                                belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze Verordening
                                indien toepassing van de Verordening tot onbillijkheden van
                                overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 30. Indexering.</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur kan jaarlijks per 1 januari de in het kader
                                van deze Verordening en het op deze Verordening berustende besluit
                                maatschappelijke ondersteuning ISD Bollenstreek geldende bedragen
                                verhogen of verlagen aan de hand van de prijsindex voor de
                                gezinsconsumptie, zoals bepaald in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20maatschappelijke%20ondersteuning/article=4.5">artikel 4.5 lid 1 van het Besluit maatschappelijke
                                    ondersteuning</extref> (Stb. 2006, 450).</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 31. Evaluatie.</titel></kop><al>Het door de gemeente gevoerde beleid wordt, in ieder geval, eenmaal
                                per 4 jaar geëvalueerd. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft
                                wordt dit vervolgens aangepast. Het Dagelijks Bestuur zendt hiertoe
                                tijdig aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en
                                de effecten van de verordening in de praktijk.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 32. Inwerkingtreding.</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Deze Verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                2013.</al><al>Lid 2.</al><al>Op de dag van inwerkingtreding van deze Verordening wordt de
                                    “<extref doc="http://teylingen.regelingenbank.nl/regelingen/Verordening-Maatschappelijke-Ondersteuning-ISD-Bollenstreek-2010">Verordening maatschappelijke ondersteuning ISD Bollenstreek
                                    2009</extref>” ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 33. Citeertitel.</titel></kop><al>Deze Verordening wordt aangehaald als “Verordening voorzieningen
                                Wmo” ISD Bollenstreek 2013.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 34. Overgangsrecht</titel></kop><al>Lid 1.</al><al>Indien een aanvraag vóór de datum van inwerkingtreding van deze
                                Verordening is ingediend, wordt deze aan de hand van het op dat
                                moment geldende wettelijk kader beoordeeld, tenzij de bepalingen van
                                deze Verordening gunstiger zijn voor de aanvrager. In dat geval
                                worden de bepalingen van deze Verordening toegepast.</al><al>Lid 2.</al><al>Een persoon aan wie op grond van de <extref doc="http://teylingen.regelingenbank.nl/regelingen/Verordening-Maatschappelijke-Ondersteuning-ISD-Bollenstreek-2010">Verordening maatschappelijke ondersteuning ISD Bollenstreek
                                    2009</extref> een voorziening is toegekend waarop hij op grond
                                van de huidige Verordening geen recht zou hebben gehad, houdt recht
                                op die voorziening totdat de voorziening niet langer noodzakelijk
                                is, dan wel de voorziening moet worden vervangen, dan wel gedurende
                                de in de beschikking genoemde looptijd.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><al/><al/><al><vet>Voetnoot</vet></al><al/><al><vet>¹</vet></al><al>Ontleend aan uitspraak CRvB 29-04-2009. LJN: BI6832. Dit is een omgewerkt citaat
                    uit de parlementaire behandeling in die uitspraak geciteerd.</al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>