<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR250337_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening gemeente Oosterhout artikel 212 Gemeentewet</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oosterhout</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oosterhout</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Oosterhout, 16-01-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Oosterhout artikel 212 Gemeentewet</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=212">Gemeentewet, art. 212 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BI.0120095</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening gemeente Oosterhout artikel 212 Gemeentewet</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oosterhout;</al><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=212">artikel 212 van de Gemeentewet</extref>,</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de verordening op de uitgangspunten voor het financieel
                        beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de
                        financiële organisatie van de gemeente Oosterhout.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>1. Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1. Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>administratie:</al></li><li nr=""><al>het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en
                                    verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het
                                    functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de
                                    organisatie van de gemeente Oosterhout en ten behoeve van de
                                    verantwoording die daarover moet worden afgelegd.</al></li><li nr="b."><al>financiële administratie:</al></li><li nr=""><al>het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch
                                    maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële
                                    gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente
                                    Oosterhout, teneinde te komen tot een goed inzicht in: </al><lijst><li nr="1."><al>de financieel-economische positie;</al></li><li nr="2."><al>het beheren van de vermogenswaarden;</al></li><li nr="3."><al>de uitvoering van de begroting;</al></li><li nr="4."><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al></li><li nr="5."><al>alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                                            daarover.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>administratieve organisatie:</al></li><li nr=""><al>het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot
                                    stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de
                                    bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van
                                    de verantwoordelijke leiding.</al></li><li nr="d."><al>financieel beheer :</al></li><li nr=""><al>het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van
                                    middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente
                                    Oosterhout.</al></li><li nr="e."><al>rechtmatigheid</al></li><li nr=""><al>het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving,
                                    waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en
                                    collegebesluiten.</al></li><li nr="f."><al>doelmatigheid</al></li><li nr=""><al>de mate waarin de gewenste prestaties worden gerealiseerd met
                                    een zo beperkt mogelijke inzet van middelen, of de mate waarin
                                    met de beschikbare middelen zoveel mogelijk resultaat wordt
                                    bereikt.</al></li><li nr="g."><al>doeltreffendheid</al></li><li nr=""><al>de mate waarin de gemeente erin slaagt de beoogde
                                    maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk te
                                    bereiken.</al></li><li nr="h."><al>planning en control</al></li><li nr=""><al>ontwikkelen, invoeren en beheren van beleids- en
                                    beheersinstrumenten met betrekking tot het (strategisch) beleid
                                    alsmede het financieel-, personeels-, organisatie-, en
                                    financieringsbeleid.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>2. Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2. Programma-indeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Jaarlijks wordt door het college de programmabegroting
                                    aangeboden aan de Gemeenteraad op basis van een
                                    meerjarenbeleidsplan (MJBP) / perspectiefnota welke eveneens
                                    eerder in het jaar door de raad ter vaststelling wordt
                                    aangeboden.</al></li><li nr="2."><al>De raad stelt bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode een
                                    programma-indeling voor de komende raadsperiode vast.</al></li><li nr="3."><al>De programmabegroting bevat op hoofdlijnen de
                                    beleidsdoelstellingen en maatschappelijke effecten die worden
                                    nagestreefd, alsmede de middelen die daarvoor beschikbaar zijn,
                                    één en ander waar mogelijk uitgedrukt in relevante
                                    prestatiecijfers en kengetallen.</al></li><li nr="4."><al>De raad stelt op voorstel van het college per programma
                                    relevante indicatoren vast voor het meten van en het afleggen
                                    van verantwoording over de gemeentelijke prestaties en de
                                    maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.a Planning en controlcyclus</titel></kop><al>Voor aanvang van een begrotingsjaar biedt het college een overzicht aan
                            met daarin in elk geval de data voor het aanbieden door het college en
                            het vaststellen door de raad van de perspectiefnota /
                            meerjarenbeleidsplan en de begroting met de meerjarenraming.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De onderverdeling van de programma’s staat voor de raadsperiode
                                    vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen. Wijzigingen
                                    worden bij de begroting expliciet vermeld.</al></li><li nr="2."><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting
                                    wordt van de nieuwe investeringen per beleidsveld het benodigde
                                    investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende
                                    investeringen het totaal van de geautoriseerde
                                    investeringskredieten weergegeven rekening houdend met de
                                    actuele raming van de uitputting.</al></li><li nr="3."><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van
                                    de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van
                                    de totale uitgaven weergegeven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3a. Kaders begroting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt eens in de vier jaar een
                                    meerjarenbeleidsprogramma (MJBP) aan, waarin de prioriteiten uit
                                    het politiek akkoord geconcretiseerd en aangevuld worden. Het
                                    MJBP zal zo spoedig mogelijk na de vaststelling van het politiek
                                    akkoord worden aangeboden aan de raad.</al></li><li nr="2."><al>Het college biedt uiterlijk vijf weken vóór vaststelling door de
                                    Raad een perspectiefnota aan over de kaders voor het volgende
                                    begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. De perspectiefnota
                                    is de jaarlijkse herijking van het MJBP. In deze nota worden de
                                    bevindingen getrokken uit de rapportage van de
                                    begrotingsuitvoering bedoeld in artikel 5 en de jaarstukken
                                    bedoeld in artikel 3b. De raad stelt deze nota uiterlijk half
                                    juni van het lopende begrotingsjaar vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3b. Jaarstukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Jaarlijks worden door het college de jaarstukken bestaande uit
                                    jaarverslag en -rekening uiterlijk vijf weken voor de
                                    vaststelling aangeboden aan de raad.</al></li><li nr="2."><al>Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de
                                    verantwoording vanuit de afdelingen naar de
                                    programmaverantwoording.</al></li><li nr="3."><al>Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de
                                    programma’s. In de verantwoording geeft het college aan: </al><lijst><li nr="a."><al>wat is bereikt;</al></li><li nr="b."><al>wat er voor gedaan is;</al></li><li nr="c."><al>wat de kosten zijn.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s
                                    of de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar
                                    bijstelling behoeven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4. Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de
                                    totale lasten en de totale baten per programma en het overzicht
                                    algemene dekkingsmiddelen.</al></li><li nr="2."><al>Na vaststelling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen
                                    hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie
                                    van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe
                                    investeringen worden bij vaststelling van het delegatiebesluit
                                    geautoriseerd.</al></li><li nr="3."><al>Het college is bevoegd overschrijdingen van de geautoriseerde
                                    lasten en onderschrijdingen van de geautoriseerde baten te
                                    dekken uit het bedrag voor onvoorzien (rekening houdend met de
                                    daarbij behorende spelregels).</al></li><li nr="4."><al>Bij de behandeling van de concernrapportages in de raad doet het
                                    college voorstellen voor wijzigingen naar aanleiding van
                                    prijscompensatie en administratieve wijzigingen.</al></li><li nr="5."><al>Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in
                                    de begroting zijn opgenomen, legt het college vooraf aan het
                                    aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel en een
                                    voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de
                                    raad voor.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5. Tussentijdse (concern)rapportage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college informeert de raad in elk geval voor de behandeling
                                    van het Meerjarenbeleidsplan respectievelijk de perspectiefnota
                                    en voor de behandeling van de begroting door de raad door middel
                                    van concernrapportages over de realisatie van de begroting van
                                    de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De rapportages gaan in op afwijkingen op hoofdlijnen, ten minste
                                    wat betreft de lasten en baten. In principe wordt een
                                    grensbedrag gehanteerd van € 50.000.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>3. Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6. Waardering &amp; afschrijving vaste activa</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt eens in de vier jaar een nota investerings- en
                                    afschrijvingsbeleid aan aan de raad.</al></li><li nr="2."><al>In de nota worden de relevante aspecten met betrekking tot de
                                    waardering en afschrijving van vaste activa behandeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6a. Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens
                                    oninbaarheid gevormd.</al></li><li nr="2."><al>Bij de bepaling van de voorziening wordt rekening gehouden met
                                    de economische situatie en de informatie welke van derden wordt
                                    ontvangen met betrekking tot mogelijke problemen inzake het
                                    innen van vorderingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6b. Reserves en voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college geeft jaarlijks bij de programmabegroting een
                                    overzicht van de reserves en voorzieningen.</al></li><li nr="2."><al>Eens in de vier jaar wordt een nota ‘reserves en voorzieningen’
                                    opgesteld. De raad stelt de nota vast. De nota behandelt in
                                    ieder geval: </al><lijst><li nr="a)"><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b)"><al>de vorming en besteding van voorzieningen;</al></li><li nr="c)"><al>de toerekening en verwerking van rente over de reserves
                                            en de voorzieningen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De nota wordt elke vier jaar geactualiseerd en aan de raad ter
                                    vaststelling aangeboden.</al></li><li nr="4."><al>Indien een bestemmingsreserve voor een investeringsprogramma
                                    binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een
                                    investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan
                                    de algemene reserve toegevoegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7. Kostprijsberekening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en
                                    diensten van de gemeente Oosterhout wordt een systeem van
                                    kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden
                                    naast de directe kosten ook de indirecte kosten betrokken. De
                                    indirecte kosten worden via een opslag boven op de directe
                                    kosten verdeeld naar de producten.</al></li><li nr="2."><al>Bij de berekening van de kosten worden ook betrokken de
                                    bijdragen aan reserves voor de noodzakelijke vervanging van de
                                    betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde
                                    activa en voor rioolrechten, reinigingsrechten en
                                    afvalstoffenheffing de compensabele BTW.</al></li><li nr="3."><al>De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten
                                    wordt jaarlijks bij de begroting en jaarrekening
                                    vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                                prijzen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte
                                    van de gemeentelijke tarieven voor belastingen, rioolheffing
                                    afvalstoffenheffing en overige leges.</al></li><li nr="2."><al>De bevoegdheid omtrent de vaststelling van de grondprijzen wordt
                                    geregeld in de nota grondbeleid.</al></li><li nr="3."><al>De besluiten voor het vaststellen van nieuwe prijzen en het
                                    wijzigen van prijzen worden ter kennisneming aan de raad
                                    aangeboden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9. Financieringsfunctie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college legt de richtlijnen voor de uitoefening van de
                                    financieringsfunctie vast in een treaurystatuut.</al></li><li nr="2."><al>Het college zendt eens in de vier jaar het besluit
                                    treasurystatuut ter vaststelling aan de raad.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>3.a Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9a. Lokale heffingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt er zorg voor dat er een actueel overzicht is
                                    van de tarieven, heffingen en prijzen per verstrekte dienst bij
                                    de aanvang van het begrotingsjaar;</al></li><li nr="2."><al>Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                    lokale heffingen verslag van de opbrengsten per lokale heffing;
                                    het bedrag van kwijtscheldingen en de ontwikkeling van de lokale
                                    lastendruk voor huishoudens.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9b. Weerstandsvermogen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college geeft in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                                    begroting en het jaarverslag de risico’s van materieel belang
                                    aan, de eventuele impact en een beschrijving van eventuele
                                    maatregelen die het risico reduceren.</al></li><li nr="2."><al>Het college geeft in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                                    begroting en het jaarverslag de ontwikkeling van de
                                    weerstandscapaciteit aan en in hoeverre schade en verliezen als
                                    gevolg van de risico’s van materieel belang met de
                                    weerstandscapaciteit kunnen worden opgevangen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9c. Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt een Kwaliteitsvisie Openbare Ruimte vast. Hierin
                                    wordt het volledige areaal aan openbare ruimte benoemd, de
                                    budgetten bepaald en het kwaliteitsniveau in beeld gebracht. Op
                                    grond hiervan kan de raad voor de verschillende onderdelen van
                                    de stad ( centrum, woonwijken en bedrijventerreinen) de gewenste
                                    kwaliteitsniveaus kiezen met daarbij behorend financieel
                                    overzicht.</al></li><li nr="2."><al>De Kwaliteitsvisie Openbare Ruimte dient als uitgangspunt voor
                                    de diverse documenten die worden opgesteld voor het beheer van
                                    de openbare ruimte zoals beeldkwaliteitsbestekken,
                                    beheerprogramma’s, jaarplan openbare ruimte en meerjarenplan
                                    openbare ruimte. Deze intern gehanteerde documenten worden
                                    gekoppeld aan de reguliere planning- en controlproducten
                                    (begroting, tussentijdse rapportage en jaarrekening). Sturing en
                                    beheersing van de kwaliteit van de openbare ruimte vindt door de
                                    raad middels deze planning- en controlproducten plaats.</al></li><li nr="3."><al>Het college biedt conform de wettelijke vereisten een ‘ verbreed
                                    gemeentelijk rioleringsplan’ (VGRP) ter vaststelling aan aan de
                                    raad. Het betreft een beleidsplan voor vuilwater, afvloeiend
                                    hemelwater als ook maatregelen voor het grondwater. Het plan
                                    geeft het kader weer voor de inrichting van het onderhoud en het
                                    beoogde onderhoudsniveau en de uitbreiding van het rioolstelsel.
                                    Tevens wordt in het plan ingegaan op de waarborging van de
                                    kwaliteit en het meerjarig budgettair beslag. Het verbreed
                                    rioleringsplan geeft een doorkijk naar de komende 40 jaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9d. Treasury</titel></kop><al>Bij de begroting en het jaarverslag doet het college in de
                            treasuryparagraaf verslag van de stand van zaken over de uitvoering van
                            het treasurystatuut.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9e. Bedrijfsvoering</titel></kop><al>In het onderdeel bedrijfsvoering van de begroting gaat het college in op
                            de tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven; in het
                            onderdeel bedrijfsvoering bij het jaarverslag rapporteert het college
                            over de bij de begroting bepaalde onderwerpen aangaande de
                            bedrijfsvoering en over nieuwe ontwikkelingen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9f. Verbonden partijen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt één keer per vier jaar de raad een nota
                                    verbonden partijen aan ter vaststelling.</al></li><li nr="2."><al>De nota bevat de kaders voor het beleid aangaande (het aangaan
                                    van nieuwe) participaties, met name de condities waaronder het
                                    publiek belang is gediend met behartiging door verbonden
                                    partijen, de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de
                                    verbonden partijen en de financiële voorwaarden.</al></li><li nr="3."><al>In de begroting en het jaarverslag wordt in de paragraaf
                                    verbonden partijen in elk geval ingegaan op het doel,
                                    betrokkenheid, financieel belang, publiek belang,
                                    uittredingsbepalingen en ontwikkelingen binnen en van de
                                    verbonden partijen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9g. Grondbeleid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt ten minste eens in de vier jaar een nota
                                    grondbeleid aan ter behandeling en vaststelling door de raad. In
                                    deze nota wordt onder andere aandacht besteed aan de
                                    strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                                    gemeente.</al></li><li nr="2."><al>In de paragraaf grondbeleid van de begroting en het jaarverslag
                                    wordt ingegaan op de uitvoering van de nota grondbeleid, met
                                    name de belangrijkste financiële ontwikkelingen zoals verlies /
                                    winstverwachtingen, de verwerving van gronden e.d. en de
                                    relaties van het grondbeleid met de programma’s.</al></li></lijst><al>Tevens doet het college in de betreffende paragraaf verslag van de
                            plannen die in ontwikkeling zijn of reeds in uitvoering en geraamde
                            investeringen mede in relatie met de ‘reserve bovenwijkse
                            voorzieningen’.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9h. Emu-saldo</titel></kop><al>Het emu-saldo is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid.
                            In het verdrag van Maastricht is afgespoken dat het Emu-tekort van een
                            land maximaal 3% BBP mag zijn. Daarnaast is in het Groei- en
                            Stabiliteitspact afgesproken dat op lange termijn naar een tekort dicht
                            bij 0% of een overschot moet worden gestreefd. Hebben gemeenten
                            onverwachts hogere tekorten op hun begroting dan is dat van invloed op
                            de hoogte van het Emu-saldo. Daarom is afgesproken dat gemeenten het
                            Emu-saldo opnemen in de begroting en jaarrekening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9i. Subsidies</titel></kop><al>In de paragraaf subsidies bij de begroting en jaarrekening geeft het
                            college in ieder geval een overzicht van de subsidies per beleidsterrein
                            en outputcontracten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>4. Financieel beheer en interne controle</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 10. Administratie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt er zorg voor dat:de vereiste informatie
                                    verstrekt wordt aan het rijk, de provincie en de Europese Unie,
                                    alsmede aan andere instellingen die specifieke
                                    verantwoordingsverplichtingen opleggen aan gemeenten.</al></li><li nr="2."><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in
                                    ieder geval dienstbaar is voor: </al><lijst><li nr="a)"><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en
                                            processen in de gemeente als geheel en in de
                                            afdelingen;</al></li><li nr="b)"><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                            omvang van activa met economisch nut, activa met
                                            maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen en schulden,
                                            enzovoorts.;</al></li><li nr="c)"><al>het verschaffen van informatie aan de budgethouders en
                                            voor het maken van kostencalculaties en
                                            nacalculaties;</al></li><li nr="d)"><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met
                                            betrekking tot de gemeentelijke prestaties en de
                                            maatschappelijke effecten van het gemeentelijke
                                            beleid.</al></li><li nr="e)"><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid,
                                            de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                                            bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                            begroting en ter zake geldende wet- en regelgeving;</al></li><li nr="f)"><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig
                                            en van de daaraan ontleende informatie alsmede voor de
                                            controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                            doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot
                                            de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante
                                            wet- en regelgeving.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11. Interne controle</titel></kop><al>Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                            rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse interne
                            toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking (juistheid,
                            volledigheid en tijdigheid), en de rechtmatigheid van de
                            beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot
                            herstel.</al><al>Het door het college vastgestelde overkoepelende controleplan is
                            gebaseerd op een gemeentebrede risicoanalyse en wordt jaarlijks
                            geactualiseerd.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12. Misbruik en oneigenlijk gebruik</titel></kop><al>Het college zorgt voor de regels voor het voorkomen van misbruik en
                            oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>5. Financiële organisatie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 13. Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    afdelingen zoals vastgelegd wordt in een
                                    organisatieregeling;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    is gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de regels voor de opdrachtverlening en de verrekening van
                                    leveringen tussen de afdelingen van de gemeente;</al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen;</al></li><li nr="f."><al>de regels voor de verlening van décharge over het gevoerde
                                    beheer van de afdelingen;</al></li><li nr="g."><al>een actuele regeling budgethouderschap, waarin wordt beschreven
                                    hoe binnen de gemeente Oosterhout wordt omgegaan met de taken,
                                    verantwoordelijkheden en bevoegdheden ten aanzien van de
                                    budgetten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13a. Inkoop en aanbesteding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college zorgt voor en legt vast de interne regels voor de
                                    inkoop en aanbesteding van goederen, werken en diensten.</al></li><li nr="2."><al>Het college zendt deze nota ter kennisgeving aan de raad.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>6. Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 14. Inwerkingtreding en geldigheidsduur</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van
                                    de bekendmaking in weekblad Oosterhout met dien verstande dat de
                                    begroting, meerjarenraming, de jaarstukken en de informatie voor
                                    derden en de daarbij behorende toelichtingen met ingang van de
                                    begroting voor het begrotingsjaar 2013 voldoen. De stukken voor
                                    dit begrotingsjaar en latere begrotingsjaren voldoen aan de
                                    bepalingen van deze verordening. De verordening zal minimaal één
                                    maal per vier jaar worden vervangen door een door de raad
                                    vastgestelde geactualiseerde verordening.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in de plaats van de `Financiële
                                    verordening gemeente Oosterhout` vastgesteld door de raad op 19
                                    februari 2008.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15. Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald onder de naam “Financiële verordening
                            gemeente Oosterhout”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 18 december 2012</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening>, voorzitter.</ondertekening><ondertekening>, griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de artikelen</titel></kop><al><vet>Artikel 1. Definities</vet></al><al>Voor de gehanteerde begrippen in de verordening gelden de definities uit de
                    Gemeentewet, de Wet Fido, het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                    gemeenten (BBV) en het Besluit accountantscontrole provincies en gemeenten.
                    Overige begrippen uit de verordening worden in artikel 1 van deze verordening
                    gedefinieerd.</al><al><vet>Artikel 2. Programma-indeling</vet></al><al>Artikel 2 bevat een aantal bepalingen over de inrichting van de begroting waarin
                    de kaderstellende functie van de raad tot uiting komt. De raad legt op basis van
                    dit artikel een belangrijk deel van de infrastructuur van de begroting vast,
                    evenals de kengetallen waarop de raad wil sturen en controleren. Voorafgaand aan
                    de programmabegroting biedt het college jaarlijks een perspectiefnota aan waarin
                    het college aangeeft hoe naar haar oordeel in beleidsmatig opzicht de agenda
                    voor de planperiode moet worden ingevuld. In het verkiezingsjaar is dit het
                    meerjarenbeleidsplan en in de drie daaropvolgende jaren is dit de
                    Perspectiefnota.</al><al>In het “Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten” is de
                    indeling van de begroting in functies niet meer verplicht voorgeschreven. De
                    gemeente bepaalt nu zelf het aantal en de inhoud van de programma’s van de
                    begroting en kan daardoor de begrotingsopzet aanpassen aan de eigen
                    politiek-bestuurlijke wensen. Omdat er een politiek-bestuurlijke keuze ten
                    grondslag ligt aan de indeling van de programma’s stelt de raad de indeling
                    vast. Meestal zal die vaststelling voor enkele jaren gelden, bijvoorbeeld voor
                    een gehele raadsperiode. Indien daartoe aanleiding is, kan de raad de indeling
                    wijzigen.</al><al><vet>Artikel 2a. Planning en controlcyclus</vet></al><al>Voor aanvang van een begrotingsjaar biedt het college een overzicht aan met
                    daarin in elk geval de data voor het aanbieden door het college en het
                    vaststellen door de raad van de perspectiefnota / meerjarenbeleidsplan en de
                    begroting met de meerjarenraming.</al><al><vet>Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken</vet></al><al>In artikel 3 zijn in aanvulling op het BBV bepalingen opgenomen voor de
                    inrichting van de begroting. Tevens wordt de verplichting in het BBV om in de
                    begroting aandacht te besteden aan de investeringen nader uitgewerkt door te
                    bepalen dat er bij de uiteenzetting van de financiële positie een overzicht van
                    de investeringen wordt gegeven.</al><al><vet>Artikel 3a. Kaders begroting</vet></al><al>De artikelen 2 en 3 betreffen vooral de infrastructuur van de begroting. Artikel
                    3a gaat over het meerjarige budgettaire kader. Dat vormt, zoals in de meeste
                    gemeenten gebruikelijk is, de grondslag voor de eigenlijke begroting. Gegeven
                    het grote belang van het budgetrecht van de raad, is het logisch dat de raad
                    expliciet een budgettair kader vaststelt.</al><al><vet>Artikel 3b. Jaarstukken</vet></al><al>Artikel 3b is het sluitstuk van de begrotingscyclus, de verantwoording over de
                    begrotingsuitvoering door het college, cq. de controle van de raad daarop. De
                    jaarrekening is ingedeeld overeenkomstig de in het BBV voorgeschreven indeling,
                    waaraan wordt toegevoegd een verslag zoals bedoeld in artikel 197 van de
                    Gemeentewet. Tezamen vormen deze de jaarstukken.</al><al><vet>Artikel 4. Autorisatie begroting en investeringskredieten</vet></al><al>De raad geeft in dit artikel enkele belangrijke uitgangspunten aan die het
                    college voor de uiteenzetting van de financiële positie en de meerjarenramingen
                    moet volgen.</al><al>Tevens wordt hier expliciet vastgelegd hoe de raad bij het vaststellen van de
                    financiële positie, de investeringskredieten autoriseert. De autorisatie van
                    deze kredieten zou anders als gevolg van het door gemeenten gehanteerde lasten
                    en batenstelsel buiten de boot vallen. Investeringen van gemeenten worden
                    voornamelijk geactiveerd en drukken zodoende in het jaar van aanschaf niet op de
                    onder de programma’s verantwoorde lasten.</al><al>In de begroting en meerjarenramingen wordt jaarlijks ruimte opgenomen voor
                    "onvoorzien". Voorstellen waarbij een beroep wordt gedaan op onvoorzien worden
                    getoetst aan de criteria onvoorzienbaar, onuitstelbaar en onontkoombaar.</al><al>Het college is bevoegd om, onafhankelijk van de hoogte van het bedrag, te
                    beschikken over de post mits voldaan wordt aan bovenstaande criteria. Hierover
                    zal achteraf via de concernrapportage worden gerapporteerd.</al><al><vet>Artikel 5.Tussentijdse (concern)rapportage</vet></al><al>Artikel 5 formaliseert een belangrijk onderdeel van de planning en control van
                    de raad. De raad geeft namelijk aan de aard van de informatie die het college
                    standaard dient te verstrekken evenals de reguliere frequentie. Op basis van
                    deze informatie kan de raad de uitvoering van de begroting volgen en besluiten
                    of bijsturing nodig is.</al><al>Artikel 5 regelt wanneer de raad tussentijds over de stand van zaken in het
                    lopende begrotingsjaar moet worden geïnformeerd.</al><al>De raad autoriseert het college met het vaststellen van de begroting op
                    hoofdlijnen het door het college uit te voeren beleid. Hiermee worden alle
                    afzonderlijke verplichtingen die in de programma’s besloten liggen in materiële
                    zin oftewel financieel geaccordeerd.</al><al><vet>Artikel 6. Waardering en afschrijving vast activa</vet></al><al>Conform het tweede lid van artikel 212 Gemeentewet wordt in dit artikel verwezen
                    naar de regels voor de waardering en afschrijving van de vaste activa. De vaste
                    activa worden verplicht ingedeeld in immateriële vaste activa, materiele vaste
                    activa en financiële vaste activa. De immateriële vaste activa worden verdeeld
                    in de kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief en de kosten
                    verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio. De
                    materiele vaste activa worden onderverdeeld in materiele vaste activa met
                    economisch nut en materiele vaste activa met alleen maatschappelijk nut.</al><al><vet>Artikel 6a. Voorziening voor oninbare vorderingen</vet></al><al>Artikel 6a geeft de regels voor het innen van openstaande vorderingen. De
                    accountant controleert bij zijn controle van het getrouwe beeld van de
                    jaarrekening sowieso de hoogte van deze voorziening. Hij zal indien over de
                    waarderingsgrondslagen geen afspraken bestaan, mogelijk aandringen op het
                    hanteren van een methodiek voor het onderbouwen van de hoogte van deze
                    voorziening.</al><al><vet>Artikel 6b. Reserves en voorzieningen</vet></al><al>Een belangrijk beleidsmatig aspect betreft de omvang van het eigen vermogen van
                    een gemeente. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de algemene
                    reserves en bestemmingsreserves. Hoe groot moet het eigen vermogen zijn om
                    risico’s op te vangen en gaan we een investering financieren door
                    belastingverhoging of door het interen op het eigen vermogen, zijn financieel
                    beleidsmatige vragen die thuishoren bij de raad.</al><al>Artikel 6b bepaalt, dat het college een nota over de reserves en voorzieningen
                    aanbiedt ter behandeling en vaststelling door de raad. In deze nota kan de raad
                    het kader vaststellen voor de omvang van de reserves. Kaders stellen voor
                    voorzieningen is veelal niet aan de orde, omdat voorzieningen een verplichtend
                    karakter kennen. Wel is het inzichtelijk in de nota in te gaan op de
                    voorzieningen.</al><al><vet>Artikel 7. Kostprijsberekening</vet></al><al>De grondslag voor de hoogte van heffingen en tarieven is een politieke
                    besluitvorming door de raad op basis van de geraamde hoeveelheden en de geraamde
                    kostprijzen. Kostprijzen laten zich op vele manieren berekenen. In dit artikel
                    worden uitgangspunten voor de bepaling van de kostprijzen gegeven.</al><al>Op grond van lid 2 moeten ook worden meegenomen de kosten compensabele BTW voor
                    rioolrechten, reinigingsrechten en afvalstoffenheffing. De begroting en
                    jaarstukken zijn exclusief de compensabele BTW. Voor dit soort heffingen is
                    echter in de wet bepaald dat ze wel meegenomen mogen worden in de
                    kostprijsberekening. Dit is toegestaan vanwege het feit dat gemeenten voor het
                    BTW-deel dat nu compensabel is, is gekort in het gemeentefonds.</al><al><vet>Artikel 8. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                        prijzen</vet></al><al>Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten en leges is een
                    bevoegdheid van de raad, die niet kan worden gedelegeerd (artikel 156
                    Gemeentewet).</al><al>Het eerste lid van het artikel bepaalt dat de raad de tarieven voor de
                    belastingen, rioolrechten en afvalstoffenheffing jaarlijks vaststelt. Een
                    gemeenteraad die voor meer rechten (en leges) de tarieven jaarlijks wenst vast
                    te stellen, kan het eerste lid met deze rechten (en leges) uitbreiden.</al><al>Daar waar bij het vaststellen van de prijs voor een gemeentelijke dienst of de
                    levering van goederen of werken een publiek belang in het geding is en prijzen
                    lager dan marktconform worden vastgesteld, is het aan de raad om het publiek
                    belang te definiëren en het college kaders mee te geven voor het afwijken van
                    marktconforme prijzen. Het tweede lid bepaalt dat de kaders voor de prijzen voor
                    de verhuur en verkoop van onroerend goed worden vastgesteld. Het derde lid
                    bepaalt dat de besluiten voor het vaststellen van nieuwe prijzen en het wijzigen
                    van prijzen ter kennisneming aan de raad worden aangeboden.</al><al><vet>Artikel 9. Financieringsfunctie</vet></al><al>De financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het
                    middelenbeheer. Gezien de operationele kwetsbaarheid van deze functie bevat
                    artikel 212 het expliciete voorschrift dat de verordening een onderdeel over de
                    financieringsfunctie heeft. Het artikel draagt het college op een
                    financieringsstatuut (treasurystatuut) op te stellen dat met name protocollen
                    bevat voor de dagelijkse uitvoering. Onderwerpen die in zo’n besluit aan de orde
                    komen zullen met name betreffen het derivatenbeheer (indien van toepassing), het
                    kasbeheer, het risicobeheer, de financiering en de administratieve organisatie.
                    Onder het risicobeheer vallen het renterisicobeheer, het kredietrisicobeheer,
                    het koersrisicobeheer, het interne liquiditeitsbeheer en het valutarisicobeheer
                    (indien van toepassing).</al><al><vet>Artikelen 9a. tot en met 9i. Paragrafen</vet></al><al>In deze artikelen worden de voorgeschreven paragrafen nader uitgewerkt. Per
                    onderdeel is aangegeven bij welk product waarover en in welke vorm moet worden
                    gerapporteerd.</al><al><vet>Artikel 10. Administratie</vet></al><al>In artikel 10 worden de kaders gegeven voor de inrichting van administraties van
                    de gemeente. In hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens moeten worden
                    vastgelegd en aan welke eisen de vastgelegde gegevens moeten voldoen. Deze
                    verordening regelt niet de regels en activiteiten die daarvoor in de uitvoering
                    nodig zijn. Dat is een taak van het college. Het college zal deze zaken in een
                    besluit vastleggen voor de aansturing van de ambtelijke organisatie.</al><al>Vanuit de financiële administratie moeten gegevens worden aangeleverd voor de
                    financiële verantwoordingsinformatie aan de raad, maar ook aan gedeputeerde
                    staten, in hun rol als toezichthouder, het rijk, de Europese Unie etc.</al><al><vet>Artikel 11. Interne controle</vet></al><al>De accountant toetst jaarlijks van de jaarrekening of deze een getrouw beeld
                    geeft van de gemeentelijke financiën en of de (financiële) beheershandelingen
                    die eraan ten grondslag liggen rechtmatig zijn verlopen. Artikel 11 draagt het
                    college op maatregelen te treffen opdat gedurende het jaar of vooraf aan de
                    accountantscontrole de gemeente zelf nagaat of de cijfers in de administratie
                    een getrouw beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de baten
                    en lasten en balansmutaties ten grondslag liggen rechtmatig (zijn)
                    verlopen.</al><al><vet>Artikel 12. Misbruik en oneigenlijk gebruik</vet></al><al>Artikel 12 bepaalt dat in gemeentelijke regelingen en werkprocedures voldoende
                    maatregelen worden getroffen om misbruik en oneigenlijk gebruik van
                    gemeentelijke regelingen en eigendommen te beperken. Het gaat hierbij om
                    bijvoorbeeld het treffen</al><al>van voldoende verificatiemaatregelen vooraf van de antecedenten van een
                    aanvrager van een gemeentelijke subsidie, zodat subsidies wel daadwerkelijk
                    worden verstrekt aan rechthebbenden. Het treffen van afdoende beleid op het
                    gebied van misbruik en oneigenlijk gebruik maakt deel uit van het
                    rechtmatigheidoordeel van de accountant.</al><al><vet>Artikel 13. Financiële organisatie</vet></al><al>In dit artikel worden uitgangspunten voor de inrichting van de financiële
                    organisatie gegeven, waaraan het college bij het stellen van regels voor de
                    ambtelijke organisatie invulling moet geven. De regels bedoeld onder de letters
                    a en b kan het college gezamenlijk vastleggen in een organisatiebesluit. De
                    organisatieregeling wordt door het college vastgesteld.</al><al><vet>Artikel 13a. Inkoop en aanbesteding</vet></al><al>De inkoop van goederen en diensten en de aanbesteding van werken zijn
                    belangrijke en kwetsbare activiteiten die een groot budgettair effect kunnen
                    hebben. Het hanteren van een protocol is naast de desbetreffende administratieve
                    aspecten tevens te zien als een vorm van risicobeheersing. De aansprakelijkheid
                    kan worden beperkt en er wordt jegens derden rechtszekerheid gecreëerd. Artikel
                    13a legt aan het college de zorg om regels op te stellen voor de aanbesteding
                    van werken en inkoop van goederen en diensten. De regelgeving van de Europese
                    Unie dient daarbij nageleefd te worden. Doordat de regels worden vastgelegd kan
                    de accountant bij zijn controle van de jaarstukken nagaan of de interne regels (
                    en de Europese regelgeving) zijn nageleefd, het is een onderdeel van de
                    rechtmatigheidstoets. De accountant beoordeelt hiervoor eveneens het systeem van
                    interne regels.</al><al><vet>Artikel 14. Inwerkingtreding en geldigheidsduur</vet></al><al>Deze verordening treedt in de plaats van de vorige op grond van artikel 212
                    Gemeentewet opgestelde verordening. Het artikel bepaalt dat de verordening van
                    toepassing is op alle stukken van het genoemde begrotingsjaar en latere jaren.
                    Vierjaarlijks zal de verordening worden vervangen door een door de raad
                    vastgestelde geactualiseerde verordening.</al><al><vet>Artikel 15. Citeertitel</vet></al><al>In dit artikel wordt de naam gegeven, waarmee men in de gemeentelijke stukken
                    naar deze verordening dient te verwijzen.</al><al><vet>Vaststelling</vet></al><al>Uitgaande stukken van de raad moeten door de burgemeester worden ondertekend
                    (artikel 75, lid 1 Gemeentewet). De griffier moet de uitgaande stukken van de
                    raad medeondertekenen (artikel 107c Gemeentewet).</al><al>Binnen twee weken na vaststelling door de raad moet het college de verordening
                    aan gedeputeerde staten zenden (artikel 214 Gemeentewet). Gedeputeerde staten
                    kunnen te allen tijde een onderzoek instellen naar het beheer en de inrichting
                    van de financiële organisatie en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet
                    (artikel 215 Gemeentewet).</al><al>De financiële verordening heeft enkel interne werking en is dus niet een besluit
                    van algemene strekking in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht. De
                    verordening hoeft dan ook niet te worden gepubliceerd, voordat zij in werking
                    kan treden.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>