<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR250110_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de monumentencommissie Montferland 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Montferland</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-01-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montferland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Montferland Nieuws, 23 januari 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de monumentencommissie Montferland 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Monumentenwet 1988, art. 15</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening op de monumentencommissie Montferland 2005</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de monumentencommissie Montferland 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 15 van de
                            Monumentenwet 1988;</vet></al><al/><al><vet>Besluit:</vet></al><al/><al>Besluit vast te stellen de <onderstreept>Verordening op de
                            monumentencommissie Montferland 2012</onderstreept> ter wijziging van de
                        verordening op de monumentencommissie zoals vastgesteld door de gemeenteraad
                        op 27 januari 2005.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>gemeentelijk monument</onderstreept>: Een
                                overeenkomstig de gemeentelijke Erfgoedverordening als beschermd
                                gemeentelijk monument aangewezen:</al><lijst><li nr=""><al>1.zaak die van algemeen belang zijn wegens zijn schoonheid,
                                        betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische
                                        waarde;</al></li><li nr=""><al>2.terrein dat van algemeen belang is wegens een daar
                                        aanwezige zaak als bedoeld onder 1;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al><onderstreept>archeologisch monument</onderstreept>: </al></li></lijst><al>monument, bedoeld in onderdeel a, onder 2;</al><al>c.<onderstreept>beschermd monument</onderstreept>: </al><al>beschermd monument als bedoeld in artikel 1.1. eerste lid van de Wet
                        algemene bepalingen omgevingsrecht (rijksmonument);</al><al>d.<onderstreept>college</onderstreept>: </al><al>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Montferland.</al><al>e.<onderstreept>cultuurhistorisch beleid</onderstreept>:</al><al>het in de nota ‘Cultuurhistorisch beleid voor Montferland 2012’ vastgestelde
                        beleid voor het cultuurhistorisch erfgoed in de gemeente Montferland;</al><al>f.<onderstreept>cultuurhistorisch erfgoed</onderstreept>:</al><al>verzameling van de in de gemeente Montferland aanwezige beschermde- en
                        gemeentelijke monumenten en archeologische verwachtingsgebieden;</al><al>g.<onderstreept>gemeentelijke monumentenlijst</onderstreept>: </al><al>de lijst waarop zijn geregistreerd de aangewezen beschermde – en
                        gemeentelijke monumenten;</al><al>h.<onderstreept>erfgoedverordening;</onderstreept></al><al>erfgoedverordening van de gemeente Montferland;</al><al>i.<onderstreept>subsidieverordening</onderstreept>;</al><al>subsidieverordening monumenten van de gemeente Montferland;</al><al>j.<onderstreept>verordening stimuleringslening</onderstreept>;</al><al>verordening stimuleringslening onderhoud en restauratie monumenten van de
                        gemeente Montferland;</al><al>k.<onderstreept>commissie</onderstreept>;</al><al>de op basis van artikel 15 van de Monumentenwet 1988 ingestelde commissie
                        met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over
                        de toepassing van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen
                        omgevingsrecht, de gemeentelijke erfgoedverordening en het cultuurhistorisch
                        beleid voor Montferland;</al><al>l.<onderstreept>Wabo</onderstreept>;</al><al>Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Taak commissie</titel></kop><al>De commissie heeft tot taak het college op verzoek of uit eigen beweging te
                        adviseren over:</al><lijst><li nr="1."><al>wijzigingsplannen waarvoor een omgevingsvergunning (onderdeel
                                wijziging monument) op grond van de Wabo vereist is;</al></li><li nr="2."><al>wettelijke taken (Monumentenwet 1988, Wet op de Archeologische
                                Monumentenzorg), taken op grond van de gemeentelijke
                                Erfgoedverordening en taken ter stimulering van de
                                cultuurhistorische kwaliteit, gericht op:</al></li><li nr="·"><al>wijzigingen, verplaatsingen en (gedeeltelijke) sloop van beschermde
                                monumenten op basis van de Monumentenwet 1988;</al></li><li nr="·"><al>wijzigingen, verplaatsingen en (gedeeltelijke) sloop van
                                gemeentelijke monumenten op basis van de gemeentelijke
                                Erfgoedverordening;</al></li><li nr="·"><al>voorstellen om beschermde monumenten en gemeentelijke monumenten aan
                                te wijzen of uit het monumentenregister af te voeren op basis van de
                                Monumentenwet 1988 en de gemeentelijke Erfgoedverordening;</al></li><li nr="·"><al>plannen ten aanzien van het cultuurlandschap;</al></li><li nr="·"><al>archeologische zaken bij vergunningen voortkomend uit het
                                bestemmingsplan of gemeentelijk archeologiebeleid uit de
                                gemeentelijke Erfgoedverordening;</al></li><li nr="·"><al>beleidsadviezen uitbrengen op het gebied van monumentenzorg,
                                archeologie, bouwhistorie, architectuur(historie), cultuurlandschap
                                en stedenbouw in het kader van de inrichting van
                                bestemmingsplannen.</al></li><li nr="3."><al>de aanwijzing van beschermde stads- en dorpsgezichten als bedoeld in
                                artikel 35 van de Monumentenwet 1988;</al></li><li nr="4."><al>het toekennen van financiële bijdrage van gemeentewege in
                                restauraties en onderhoud (instandhouding) aan monumenten zoals
                                bedoeld in de subsidieverordening en de verordening
                                stimuleringslening;</al></li><li nr="5."><al>de bevordering van het in stand houden van het cultuurhistorisch
                                erfgoed binnen de gemeente;</al></li><li nr="6."><al>de uitvoering van de gemeentelijke Erfgoedverordening;</al></li><li nr="7."><al>de uitvoering van het cultuurhistorisch beleid van de gemeente
                                Montferland;</al></li><li nr="8."><al>alle overige aangelegenheden die van belang zijn voor de behartiging
                                van het cultuurhistorisch erfgoed in de gemeente Montferland.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Reikwijdte advies</titel></kop><al>Bij het uitbrengen van haar adviezen laat de commissie zich uitsluitend
                        leiden door overwegingen van geschiedkundig, architectonisch, archeologisch,
                        cultuur-, kunst-, bouw- en sociaal-historisch en/of historisch- geografisch
                        belang.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie is samengesteld uit ten minste vijf leden en maximaal acht
                            leden inclusief de voorzitter. De leden worden door het college benoemd,
                            bestaande uit de volgende disciplines/organisaties:</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>restauratietechniek;</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>kunst-, bouw- en/of architectuurhistorie;</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>landschap/stedenbouw/historische geografie (agendalid);</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>archeologie (agendalid);</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>één lid op advies van de Heemkundekring Bergh;</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>één lid op advies van de Oudheidkundige Vereniging Didam;</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>één burgerlid;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter (en plaatsvervangende voorzitter) wordt door de commissie
                            uit haar midden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangende
                            leden is in principe gelijk aan de zittingsperiode van de gemeenteraad.
                            Ter voorkoming dat specifieke deskundigheid uit de oorspronkelijke
                            commissie hierdoor wegvalt, kan het college besluiten de zittingsperiode
                            te verlengen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een lid kan te allen tijde zijn ontslag nemen en dient dit schriftelijk
                            in bij het college.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan te allen tijde een lid ontslaan.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een lid dat aftreedt of zijn of haar ontslag neemt, blijft lid totdat
                            zijn of haar opvolger de benoeming heeft aanvaard.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De commissie komt bijeen:</al></li><li nr="a."><al>Na schriftelijke oproep van de voorzitter en/of secretaris;</al></li><li nr="b."><al>Op verzoek van ten minste twee van haar leden;</al></li><li nr="c."><al>Op verzoek van het college.</al></li></lijst><al>De voorzitter en/of secretaris belegt vervolgens binnen vier weken na
                        ontvangst van het verzoek de vergadering.</al><lijst><li nr="2."><al>Geen vergadering wordt gehouden zo niet ten minste drie leden
                                aanwezig zijn.</al></li><li nr="3."><al>Indien minder dan drie leden aanwezig zijn, blijven de punten van de
                                agenda staan voor de eerstvolgende vergadering. In deze vergadering
                                mogen ten aanzien van deze agendapunten beslissingen worden genomen
                                ongeacht het aantal aanwezige leden.</al></li><li nr="4."><al>Het ontbreken van vergaderquorum heeft geen invloed op de termijnen
                                in de monumentenverordening genoemd.</al></li><li nr="5."><al>In spoedeisende gevallen kan van het bepaalde in het tweede en derde
                                lid van dit artikel worden afgeweken, waarvan mededeling wordt
                                gedaan in het uit te brengen advies.</al></li><li nr="6."><al>De commissie is bevoegd zich bij hun beslissingen door andere
                                personen / instanties te laten adviseren.</al></li><li nr="7."><al>De vergaderingen van de commissie zijn in beginsel openbaar. Op
                                voorstel van één der leden kan de commissie besluiten de vergadering
                                achter gesloten deuren voort te zetten. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Advisering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Adviezen worden genomen met volstrekte meerderheid van stemmen. Indien
                            de stemmen staken beslist de stem van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Staande de vergadering van de monumentencommissie wordt het advies
                            geformuleerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het geval geen eenstemmig advies wordt uitgebracht, wordt het
                            gevoelen van de minderheid in het advies vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Adviezen in spoedeisende – of herhalingszaken kunnen ook digitaal
                            uitgebracht worden door de commissieleden. Hierbij is ook lid 1 van
                            overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Geen lid mag tegenwoordig zijn bij de beraadslaging en bij de
                            vaststelling van een advies over zaken, waarbij hij/zij als
                            belanghebbende is betrokken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Alle adviezen zijn met redenen omkleed.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="·"><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="·"><al>het handhaven van de orde van de vergadering;</al></li><li nr="·"><al>het doen naleven van deze verordening;</al></li><li nr="·"><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Secretariaat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college wijst een ambtenaar aan als secretaris van de commissie. De
                            ambtelijke secretaris is geen lid van de commissie en heeft in de
                            commissie enkel een adviserende stem.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris van de commissie heeft verder tot taak:</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Het in overleg met de voorzitter samenstellen van de agenda voor de
                            vergadering;</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Het maken van een kort verslag van het tijdens de vergadering
                            behandelde;</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Het ondersteunen van de commissie bij het formuleren van de
                            adviezen;</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>Het college in kennis stellen van de adviezen van de commissie;</al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>De monumentencommissie in kennis stellen van de besluiten van
                            burgemeester en wethouders aangaande de uitgebrachte adviezen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Horen derden</titel></kop><al>De monumentencommissie is bevoegd derden te horen, met dien verstande dat de
                        monumentencommissie machtiging van het college behoeft, indien aan het horen
                        van derden kosten voor de gemeente zijn verbonden. Het verzoek tot
                        machtiging wordt gedaan onder toevoeging van een kostenoverzicht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ondertekening</titel></kop><al>Alle stukken welke van de commissie uitgaan, worden getekend door de
                        voorzitter en/of secretaris.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Overige bepaling</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, evenals bij gerezen
                        geschillen, beslist het college, de monumentencommissie gehoord
                        hebbend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na
                            bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Verordening op de monumentencommissie Montferland, vastgesteld bij
                            besluit van de raad van 27 januari 2005, vervalt op de datum waarop de
                            Verordening op de monumentencommissie Montferland 2012 in werking is
                            getreden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening op de
                        monumentencommissie Montferland 2012'. </al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van Montferland op 20
                        december 2012. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, D.Berends </ondertekening><ondertekening>De voorzitter, C.C. Leppink-Schuitema</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de ‘Verordening op de monumentencommissie Montferland
                        2012’</titel></kop><tussenkop>Monumentencommissie – wettelijke inbedding </tussenkop><al>Op grond van de Monumentenwet 1988 (artikel 15) stelt de gemeenteraad een
                    verordening vast waarin ten minste de inschakeling wordt geregeld van een
                    commissie op het gebied van de monumentenzorg die burgemeester en wethouders
                    hierover adviseert. </al><tussenkop>Aanleiding</tussenkop><al>Het monumentenbeleid is in de afgelopen jaren geëvolueerd van een objectgericht
                    monumentenbeleid naar een integraal beleid dat niet alleen betrekking heeft op
                    de historische stedenbouw maar eveneens archeologie en historische geografie.
                    Deze ontwikkeling is niet alleen zichtbaar geworden in het ruimtelijk beleid van
                    de gemeente maar eveneens in de landelijke regelgeving, de fusie van de
                    rijksdiensten op deze werkterreinen, de gebiedsgerichte aanpak van de provincie
                    in regelgeving en subsidiebeleid etc. De reikwijdte van de adviestaken van de
                    monumentencommissie zijn daarmee vergroot.</al><al>In verband met de dualisering richt de adviestaak van de monumentencommissie
                    zich op het college. De adviestaken van de commissie richten zich op zaken die
                    zich in het kader van de Monumentenwet 1988 en de gemeentelijke
                    Erfgoedverordening kunnen voordoen. De commissie kan gevraagd en ongevraagd
                    adviseren.</al><al>Daarnaast is recentelijk de Monumentenwet 1988 op een aantal onderdelen
                    gewijzigd. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is niet langer op
                    alle vergunningaanvragen verplicht advies aan de gemeente uitbrengt. Alleen
                    wanneer er sprake is van (gedeeltelijke) afbraak, herbestemming, reconstructie
                    of ingrijpende wijziging vraagt de gemeenten de RCE nog om advies. Alleen als
                    van een beschermd object de monumentale waarden in het geding zijn – die het
                    voortbestaan van het monument raken – moet een gemeente de RCE nog om advies
                    vragen. Dat betekent dat de rol van de gemeentelijke monumentencommissies groter
                    is geworden. In het overgrote deel van alle plannen is zij nog het enigste
                    adviesorgaan van het college.</al><tussenkop>Deskundigheid</tussenkop><al>In het kader daarvan is vervolgens vanuit de erfgoedinspectie ingestoken op de
                    noodzakelijke deskundigheid van de monumentencommissies. In de wet is vervolgens
                    bepaald dat de commissie onafhankelijk en deskundig moet zijn. </al><al>Deskundigheid is gewaarborgd indien minimaal kennis aanwezig is op het gebied
                    van:</al><lijst><li nr="·"><al>Restauratietechniek;</al></li><li nr="·"><al>Bouwhistorie;</al></li><li nr="·"><al>Architectuurhistorie;</al></li><li nr="·"><al>Landschap/stedenbouw/historische geografie;</al></li><li nr="·"><al>Archeologie;</al></li><li nr="·"><al>Deskundigheid op het gebied van lokale of regionale geschiedenis (In de
                            hoedanigheid als lid van een lokale (cultuur)historische vereniging ter
                            verbreding van het draagvlak van de adviezen);</al></li><li nr="·"><al>Burgerlid. Dit is raadzaam ter wille van helderheid in besluitvorming,
                            oplossingsgerichte advisering en maatschappelijk verankering.</al></li><li nr="·"><al>Gebruik maken van diensten en kennis van provinciale welstands- en
                            monumentenorganisaties (in staat gesteld zijn om externe deskundigen te
                            raadplegen).</al></li></lijst><al>Van belang daarbij is dat de noodzakelijke disciplines in de commissie zijn
                    vertegenwoordigd, gericht op: Architectuur- en bouwhistorici, architecten,
                    archeologen, stedenbouwkundigen, planologen, historisch geografen of
                    landschapsarchitecten. De gemeente kan daarbij als eis stellen dat
                    aspirant-leden hun verdiensten op hun vakgebied hebben bewezen. Daarbij kan in
                    één persoon meerdere disciplines verenigd zijn.</al><tussenkop>Afwegingskader</tussenkop><al>De monumentencommissie dient zich vooral in te zetten voor de cultuurhistorische
                    kwaliteit binnen de gemeente in zo breed mogelijke zin.</al><al>De taak van het college is vervolgens om de adviezen van de commissie af te
                    wegen tegen de belangen van de aanvrager en andere belanghebbenden (bijv.
                    indiener zienswijze). Advisering en besluitvorming zijn twee duidelijk te
                    onderscheiden stadia in het proces. </al><al>De adviezen van de commissie zijn geen kant en klare, afgewogen
                    conceptbesluiten, noch vrijblijvende meningen die het bestuur naast zich neer
                    kan leggen. De monumentencommissie weegt zelf dus geen belangen af, maar kan wel
                    aangeven in welke mate inhoudelijke aspecten conflicteren met belangen van de
                    eigenaar. Het is wenselijk dat zij in haar adviezen duidelijk maakt in hoeverre
                    ingrepen in cultuurhistorisch waardevolle objecten en gebieden acceptabel zijn
                    vanuit een instandhoudingsperspectief op langere termijn. </al><al>Het staat de commissie altijd vrij om ongevraagd advies uit te brengen. In veel
                    gevallen heeft de gemeente echter slechts een toetsende rol. De aspecten die een
                    gemeente in haar besluitvorming mag betrekken zijn beperkt en duidelijk
                    afgebakend.</al><tussenkop>Reikwijdte advisering</tussenkop><al>De adviezen van de monumentencommissie zijn inhoudelijk gebaseerd op
                    overwegingen van geschiedkundig, architectonisch, archeologisch, cultuur-,
                    kunst-, bouw- en sociaalhistorisch en/of historisch- geografisch belang.</al><tussenkop>Aanpak</tussenkop><al>De aanpak van de monumentencommissie in de praktijk is gericht op direct contact
                    met de monumenteneigenaren.</al><al>Bij aanpassingen/wijzigingen aan beschermde bouwwerken worden
                    monumenteneigenaren aangeboden om vroegtijdig overleg, waardoor eigenaren kunnen
                    profiteren van deskundig advies en wordt de finale toetsing een formaliteit. De
                    commissie wordt dan veel meer ingezet als adviseur <cursief>tijdens</cursief> de
                    planontwikkeling, dan als controleur <cursief>na</cursief> de
                    planontwikkeling.</al><al>Door samen op te trekken wordt in de eerste plaats voorkomen dat energie en geld
                    worden besteed aan ideeën waarvoor uiteindelijk geen goedkeuring zal worden
                    verkregen. Daarnaast kunnen eigenaren in veel gevallen profiteren van de kennis
                    en ervaring van de leden van de commissie. Niet dat zij kant-en-klare
                    bouwtekeningen zullen leveren, maar ze kunnen wel doorgaans aangeven in welke
                    richting de oplossing kan worden gezocht. Overeenkomstig de landelijke trend
                    staat de monumentencommissie steeds vaker open voor ‘behoud door ontwikkeling’
                    (doorontwikkeling van monumenten).</al><al>Vooral in de rechtstreekse relatie met de burger in de persoon van
                    ‘monumenteneigenaar’ speelt de monumentencommissie een cruciale rol. Dit is de
                    meest persoonlijke relatie tussen monumentenexpertise en monumenteneigenaar. Het
                    is de monumentencommissie die rechtstreeks en gezamenlijk met de
                    monumenteneigenaar de (wijzigings)mogelijkheden / onderhoud van zijn monument
                    bespreekt.</al><al>De monumentencommissie speelt dus een belangrijke rol in het maatschappelijk
                    draagvlak. In een monumentenstelsel dat dicht bij de burger wil staan en zo veel
                    mogelijk wil dereguleren in sectorale wet- en regelgeving, is een goed
                    functionerende monumentencommissie erg belangrijk. Het rechtstreekse contact met
                    de monumenteneigenaar heeft een grote meerwaarde. Monumenteneigenaren worden
                    vooraf geholpen met (toekomst)plannen van hun monument.</al><al/><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>