<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR249756_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Gewijzigde Wet inburgering gemeente Roermond</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Trompetter, 01-01-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Gewijzigde Wet inburgering gemeente Roermond</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0020611&amp;artikel=19&amp;g=2013-01-01">Wet inburgering, art. 19, lid 5</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012/093/1</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De verordening Wet inburgering voor de gemeente Roermond, vastgesteld bij besluit van 10 juni 2010 no 2010/016/2 blijft van kracht voor besluiten genomen krachtens die verordening.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING GEWIJZIGDEWET
            INBURGERING</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de Gemeente Roermond,</al><al>gezien het voporstel van burgemeester en wethouders van 25 oktober 2012,
                        raadsvoorstelnummer 2012/093/01,</al><al>gezien het advies van de commissie Burgers en Samenleving van 4 december
                        2012;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>de bij dit besluit behorende Verordening Gewijzigde Wet inburgering gemeente
                        Roermond vast te stellen en in werking te laten treden met ingang van 1
                        januari 2013.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Roermond;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet inburgering zoals luidend vóór de
                                        inwerkingtreding van de Wet van 13 september 2012 tot
                                        wijziging van de Wet inburgering en enkele ander wetten in
                                        verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid
                                        van de inburgeringsplichtige (Staatsblad 2012, 430) per 1
                                        januari 2013 ;</al></li><li nr="c."><al>inburgeringsplichtige: houder van een verblijfsvergunning
                                        als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 en de
                                        geestelijke bedienaar, bedoeld in artikel 1, onderdeel g van
                                        de Wet inburgering, die geen oudkomer is als bedoeld in
                                        artikel 1, onderdeel c, van de Wet inburgering, voor zover
                                        zij vóór de inwerkintreding van artikel I van de gewijzigde
                                        Wet inburgering (Staatsblad 2012, 430),inburgeringsplichtig
                                        zijn geworden;</al></li><li nr="d."><al>voorziening: een (duale) inburgeringsvoorziening of
                                        taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="e."><al>persoonlijk inburgeringsbudget: een budget dat door het
                                        college, in het kader van een te sluiten overeenkomst met
                                        een inburgeringsbedrijf, ten behoeve van een inburgeringsplichtige ter beschikking wordt gesteld met
                                        behulp waarvan de inburgeringsplichtige zijn inburgering op
                                        een op zijn persoonlijke situatie afgestemde wijze vorm
                                        geeft;</al></li><li nr="f."><al>duale inburgeringsvoorziening: inburgeringsvoorziening die
                                        met het oog op de actieve deelname van de
                                        inburgeringsplichtige aan de Nederlandse samenleving mede
                                        voorziet in activiteiten die in samenhang, en ten minste
                                        voor een deel gelijktijdig, met het verwerven van mondelinge en schriftelijke vaardigheden
                                        in de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse
                                        samenleving worden uitgevoerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                verordening worden gebruikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een
                                doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun
                                rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en
                                de toegang tot de voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                                inburgeringsplichtigen in ieder geval gebruik van de volgende
                                middelen:</al><lijst><li nr="a."><al>informatiepakket dat door publiekszaken aan nieuwkomers
                                        wordt uitgereikt;</al></li><li nr="b."><al>inburgeringsplichtigen worden gewezen op hun plicht het
                                        inburgeringsexamen te halen binnen de wettelijk vastgestelde
                                        termijn en de gevolgen die samenhangen met het niet slagen
                                        voor het inburgeringsexamen;</al></li><li nr="c."><al>inburgeraars wijzen op de mogelijkheid om gebruik te maken
                                        van gemeentelijke inburgeringsvoorzieningen en wijzen op de
                                        rechten, plichten die daarmee samenhangen;</al></li><li nr="d."><al>informatieverstrekking over de Dienst Uitvoering Onderwijs
                                        (DUO) en verwijzing hiernaar voor die inburgeringsplichtigen
                                        die op eigen kracht willen inburgeren;</al></li><li nr="e."><al>informatieverstrekking via de website van de gemeente
                                        Roermond met verwijzing naar landelijk relevante
                                        websites;</al></li><li nr="f."><al>indien nodig een tolk.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Het aanbieden van een voorziening aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De samenstelling van de voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de voorziening af op het startniveau en de
                                vaardigheden en de persoonlijke omstandigheden van de
                                inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorziening kan, naast datgene dat in de wet is geregeld, een of
                                meer van de volgende onderdelen bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>duaal deel;</al></li><li nr="b."><al>trajectbegeleiding en voortgangsgesprekken met de
                                        klantmanager inburgering.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De procedure voor het doen van een aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede
                                lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar het
                                adres waar de inburgeringsplichtige in de gemeentelijke
                                basisadministratie is ingeschreven;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de voorziening die
                                wordt aangeboden en worden de rechten en verplichtingen vermeld die
                                aan die voorziening worden verbonden;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inburgeringsplichtige die een aanbod wordt gedaan, deelt binnen
                                14 dagen het college schriftelijk mee of hij het aanbod
                                aanvaardt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                                college binnen 14 dagen na ontvangst van deze mededeling het besluit
                                tot vaststelling van de voorziening overeenkomstig het gedane
                                aanbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college behandelt het verzoek van de inburgeringsplichtige om in
                                aanmerking te komen voor een voorziening in de vorm van een
                                persoonlijk inburgeringsbudget op de volgende wijze:</al><lijst><li nr="-"><al>schriftelijke aanvraag voor het persoonlijk
                                        inburgeringsbudget;</al></li><li nr="-"><al>het college begeleidt de inburgeraar bij de vormgeving van
                                        zijn inburgering en de keuze van een
                                        inburgeringsbedrijf;</al></li><li nr="-"><al>het college beoordeelt de aanvraag op basis van een binnen 3
                                        maanden na het indienen van de aanvraag schriftelijk
                                        ingediend trajectplan. Het college stelt hiertoe nadere
                                        regels vast.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het
                                volgen van een (duaal) inburgeringsprogramma goed, indien dit programma:</al><lijst><li nr="-"><al>naar het oordeel van het college passend is om hem voor te
                                        bereiden op en toe te leiden naar succesvol afleggen van het
                                        inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede
                                        taal I of II;</al></li><li nr="-"><al>het regulier inburgeringsaanbod van de gemeente naar het
                                        oordeel van het college niet passend is; </al></li><li nr="-"><al>wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan
                                        de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="b."><al>beschikken over een keurmerk van de
                                                brancheorganisatie;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over aantoonbare ervaring en
                                                deskundigheid op het gebied van het verzorgen van
                                                inburgeringsprogramma’s of
                                                taalkennisvoorzieningen.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het persoonlijk inburgeringsbudget bedraagt de hoogte van de
                                opleidingskosten met een maximum van € 4500,- per inburgeraar en
                                wordt per inburgeraar maximaal één keer verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het
                                volgen van een taalkennisvoorziening goed, indien deze
                                taalkennisvoorziening:</al><lijst><li nr="-"><al>naar het oordeel van het college passend is om hem de kennis
                                        van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk
                                        is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau
                                        1 of 2;</al></li><li nr="-"><al>het regulier inburgeringsaanbod van de gemeente naar het
                                        oordeel van het college niet passend is;</al></li><li nr="-"><al>wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan
                                        de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="b."><al>beschikken over een keurmerk van de
                                                brancheorganisatie;</al></li><li nr="c."><al>beschikken over aantoonbare ervaring en
                                                deskundigheid op het gebied van het verzorgen van
                                                inburgeringsprogramma’s of
                                                taalkennisvoorzieningen.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget heeft vastgesteld, sluit het college een
                                overeenkomst met het inburgeringsbedrijf.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                wordt in ten hoogste 3 gelijke</al><al> termijnen betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan hiervan afwijken indien de financiële situatie van
                                de inburgeraar hiertoe aanleiding geeft. Hierbij geldt een maximum
                                van 12 termijnen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college legt in de beschikking tot vaststelling van de
                                voorziening de termijnen van betaling vast. Indien het college de
                                eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in
                                de beschikking vastgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Indien de inburgeringsplichtige een aanbod als bedoeld in artikel 4, lid
                            3 aanvaardt, kan het college een inburgeringsplichtige bij beschikking
                            een of meer van de volgende verplichtingen opleggen:</al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip
                                    dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="e."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot vaststelling van de voorziening bevat in ieder
                            geval:</al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen van de inburgeringsplicht;</al></li><li nr="b."><al>een beschrijving van de voorziening;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige;</al></li><li nr="d."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II moet zijn behaald;</al></li><li nr="e."><al>de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage;
                                    en</al></li><li nr="f."><al>de datum waarop de termijn van handhaving van de
                                    inburgeringsplicht aanvangt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en het van kracht blijven van de oude
                                verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verordening Wet inburgering voor de gemeente Roermond,
                                vastgesteld bij besluit van 10 juni 2010 no 2010/016/2 blijft van
                                kracht voor besluiten genomen krachtens die verordening;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Gewijzigde Wet
                            inburgering gemeente Roermond.</al><al/><al/><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>Op 11 september 2012 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het
                            wetsvoorstel tot wijziging van de Wet inburgering, die op 13 september
                            2012 is gepubliceerd in het Staatblad (2012, 430). Daarnaast is het
                            Besluit van 25 september 2012 in het Staatsblad 2012, 432 gepubliceerd.
                            Deze wetgeving treedt per 1 januari 2013 in werking. </al><al>In de gewijzigde wetgeving inburgering wordt de verantwoordelijkheid
                            voor de inburgering bij de inburgeringsplichtige zelf gelegd. Dat
                            betekent dat de rol van de gemeente zal wijzigen. </al><al>Vanaf 1 januari 2013 moet de inburgeringsplichtige zelf de deelname en
                            financiering van de inburgering regelen. Minder draagkrachtige
                            nieuwkomers kunnen gebruik maken van een sociaal leenstelsel.</al><al>Gemeenten zijn echter verplicht om aan asielgerechtigden en geestelijk
                            bedienaren die vóór 1 januari 2013 hun verblijfsvergunning ontvangen en
                            pas na 31 december 2012 zich in de gemeente vestigen een
                            inburgeringsvoorziening aan te bieden. In de gewijzigde wet is het
                            artikel 19a vervallen en daarmee de mogelijkheid van de gemeente om een
                            voorziening vast te stellen zonder voorafgaand aanbod aan de
                            inburgeringsplichtige. De daarop gebaseerde regels in de gemeentelijke
                            verordening worden ook niet, via het overgangsrecht, omgehangen. De op
                            artikel 19a Wet inburgering gebaseerde regels in de gemeentelijke
                            verordening hebben dus - van rechtswege - geen rechtskracht voor vast te
                            stellen voorzieningen per 1-1-2013. Artikel 19 lid 5 Wet inburgering
                            daarentegen blijft (op grond van de Wet inburgering en enkele ander
                            wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid
                            van de inburgeringsplichtige) wél van toepassing. De gemeenteraad zal
                            nieuwe regels moeten stellen, dit keer op grond van artikel 19 lid 5 Wet
                            inburgering.</al><al>De “Verordening Wet inburgering gemeente Roermond” bij besluit van 10
                            juni 2010 no 2010/016/2 is gebaseerd op het vaststellende stelsel
                            (artikel 19a Wet inburgering). Derhalve dient voor de bovengenoemde
                            groep inburgeringsplichtigen een nieuwe verordening te worden
                            vastgesteld gebaseerd op artikel 19 lid 5 Wet inburgering.</al><al/><al/><al><vet>Artikelgewijze toelichting</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De gewijzigde Wet inburgering verwijst naar artikelen zoals opgenomen in
                            de Wet inburgering vóór de gewijzigde wet (eerste lid, onderdeel b)</al><al>De begripsomschrijving onder het eerste lid, onderdeel c geeft aan dat
                            het om een beperkte groep inburgeringsplichtigen gaat waarvoor de
                            gemeente nog de verplichting heeft tot het aanbieden van een
                            voorziening.</al><al>Omwille van leesbaarheid van de verordening wordt het begrip
                            ‘voorziening’ gebruikt (eerste lid, onderdeel d). Een voorziening kan
                            zowel een (duale) inburgeringsvoorziening als een taalkennisvoorziening
                            inhouden.</al><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen die
                            worden gebruikt in respectievelijk de Wet inburgering, het Besluit
                            inburgering en de Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze
                            verordening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen in haar gemeente
                            goed te informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit de
                            Wet inburgering.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De samenstelling van de voorziening</titel></kop><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                            vaststelling door het college van een passende (duale)
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening, met inbegrip</al><al>van de totstandkoming en samenstelling van die voorziening (artikel 19,
                            vijfde lid, onderdeel b, WI).</al><al>In dit artikel worden de kaders vastgesteld waarbinnen het college de
                            opdracht heeft voor iedere inburgeringsplichtige die daarvoor in
                            aanmerking komt, een op de persoon toegesneden voorziening samen te
                            stellen.</al><al>In het eerste lid wordt aangegeven op welke wijze het college een
                            passende voorziening moet vaststellen.</al><al>In geval van uitkeringsgerechtigde inburgeringsplichtigen die een
                            voorziening gericht op arbeidsinschakeling ontvangen, kan het voordelen
                            opleveren de voorziening daarmee te combineren.</al><al>De Wet inburgering bepaalt dat de voorziening gecombineerd moet worden
                            met een voorziening</al><al>gericht op arbeidsinschakeling (reïntegratievoorziening) als een
                            voorziening wordt aangeboden aan een inburgeringsplichtige die
                            bijstandsgerechtigd is of een uitkering ontvangt op grond van een andere
                            socialezekerheidswet of socialezekerheidsregeling én deze verplicht is
                            om arbeid te</al><al>verkrijgen of te aanvaarden (artikel 20, eerste lid, WI). Het college is
                            verantwoordelijk voor het aanbieden van de gecombineerde voorziening
                            (artikel 20, tweede lid, WI).</al><al>Artikel 19, vierde lid, WI draagt het college op om er voor te zorgen
                            dat de voorziening wordt afgestemd op de mogelijkheden van betrokkene
                            tot arbeidsinschakeling. De voorziening dient dus te worden afgestemd op
                            de reïntegratievoorziening. </al><al>Het tweede lid regelt de bijkomende faciliteiten die het college als
                            onderdeel van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan
                            opnemen. In de wet is geregeld waaruit een inburgeringsvoorziening in
                            ieder geval moet bestaan: een cursus die toe leidt naar het
                            inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of
                            II en het eenmaal</al><al>kosteloos afleggen van het desbetreffende examen (artikel 19, derde lid,
                            WI).</al><al>Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen maakt ook
                            maatschappelijke</al><al>begeleiding een verplicht onderdeel uit van de voorziening (artikel 19,
                            zesde lid, WI).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De procedure voor het doen van een aanbod</titel></kop><al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten
                            zorgen dat het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt. Dit is
                            van belang omdat zo’n aanbod de start is van een procedure die – als het
                            goed is – leidt tot een besluit tot het toekennen van een
                            inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening.</al><al>In het eerste lid van dit artikel wordt geregeld dat het college het
                            aanbod van een voorziening aan de inburgeringsplichtige op schriftelijke
                            wijze doet en dat het aanbod wordt toegestuurd aan het adres waar de
                            inburgeringsplichtige staat ingeschreven in de GBA. Op deze wijze kan er
                            geen onduidelijk ontstaan over het feit dat het college de
                            inburgeringsplichtige een aanbod heeft gedaan.</al><al>Het aanbod zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de
                            uiteindelijke beschikking ( het tweede lid). Hierdoor kan de instemming
                            met het aanbod tevens worden opgevat als instemming met de beschikking
                            tot het vaststellen van de voorziening ( die eenzijdig door de gemeente
                            wordt opgelegd). Deze beschikking moet dan wel dezelfde inhoud hebben
                            als het aanbod (vierde lid).</al><al>De inburgeringsplichtige laat via het insturen van een formulier dat
                            toegevoegd wordt aan het schriftelijke aanbod weten dat hij het aanbod
                            aanvaardt. Het niet tijdig insturen wordt gezien als een weigering het
                            aanbod te aanvaarden. </al><al>Bij weigering kan worden volstaan met een kennisgeving betreffende de
                            handhavingstermijn. De start van de handhavingstermijn is de datum
                            verblijfsvergunning. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget</titel></kop><al>Op grond van artikel 19, tweede lid, in combinatie met artikel 19a,
                            tweede lid, WI kan het college de voorziening vaststellen in de vorm van
                            een persoonlijk inburgeringsbudget als de inburgeringsplichtige daarom
                            verzoekt. Op grond van het vijfde lid van artikel 19 WI moet de</al><al>gemeenteraad bij verordening regels stellen over de procedure die door
                            het college wordt gevolgd bij het behandelen van verzoeken om een
                            persoonlijk inburgeringsbudget en de criteria die worden gehanteerd bij
                            het toekennen van een persoonlijk inburgeringsbudget.</al><al>In het eerste lid legt de gemeente vast op welke wijze verzoeken van
                            inburgeringsplichtigen om toekenning van een persoonlijk
                            inburgeringsbudget worden behandeld.</al><al>Op grond van artikel 4.27, tweede lid, Besluit inburgering moet het
                            college het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het volgen van
                            een inburgeringsprogramma of taalkennisvoorziening</al><al>goedkeuren. Dit voorstel zal in de praktijk worden opgesteld door het
                            inburgeringsbedrijf. Het tweede en derde lid van dit artikel leggen de
                            twee criteria vast aan de hand waarvan het college het voorstel voor het
                            volgen van respectievelijk een inburgeringsprogramma eneen
                            taalkennisvoorziening goedkeurt. De eerste eis is dat het
                            inburgeringsprogramma naar het oordeel van het college passend is om de
                            inburgeringsplichtige voor te bereiden op en toe te leiden naar het
                            inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II.
                            De</al><al>taalkennisvoorziening dient gericht te zijn op de verwerving van de
                            kennis van de Nederlandse taal die noodzakelijk is voor het kunnen
                            afronden van een beroepsopleiding (MBO 1 en 2).</al><al>Het tweede vereiste is dat het inburgeringsprogramma of de
                            taalkennisvoorziening wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat
                            voldoet aan de eis of de eisen die de verordening
                            aaninburgeringsbedrijven stelt.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><al>In de verordening moeten regels worden gesteld die betrekking hebben op
                            de inning van de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het
                            college en de mogelijkheid van betaling in termijnen</al><al>(artikel 23, derde lid, WI). De hoogte van de eigen bijdrage is
                            vastgelegd in de wet en bedraagt € 270. Dit bedrag kan bij algemene
                            maatregel van bestuur worden gewijzigd (artikel 23, tweede lid,
                            WI).</al><al>In dit artikel van de verordening wordt geregeld dat de
                            inburgeringsplichtige het recht heeft de eigen bijdrage in een aantal
                            termijnen te betalen. Artikel 24, eerste lid, WI maakt het bij
                            inburgeringsplichtigen die algemene bijstand ontvangen mogelijk dat het
                            college de eigen bijdrage verrekent met deze uitkering. Als het college
                            wil overgaan tot verrekening, moet dat worden</al><al>vastgelegd in de beschikking tot vaststelling van de voorziening.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Dit artikel vormt de uitwerking van artikel 23, derde lid, WI dat
                            bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten
                            en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een voorziening is
                            vastgesteld. Dit artikel delegeert de bevoegdheid aan het college om
                            de</al><al>verplichtingen die in het artikel worden genoemd aan
                            inburgeringsplichtigen in het kader van een voorziening op te leggen.
                            Het college legt in de beschikking tot de vaststelling van de
                            voorziening</al><al>deze verplichtingen vast.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot het vaststellen van een voorziening is een beschikking.
                            Dit betekent dat de inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft tegen
                            dit besluit in bezwaar en beroep te gaan. In dit artikel wordt geregeld
                            welke onderwerpen in ieder geval in de beschikking moeten worden</al><al>neergelegd.</al><al>In de beschikking zullen de toegekende voorziening en de daaraan
                            verbonden rechten en plichten van de inburgeringsplichtige nauwkeurig
                            worden vermeld (onderdelen a t/m c). De inburgeringsplichtige is
                            verplicht zijn medewerking te verlenen aan de uitvoering van de</al><al>voorziening (artikel 23, eerste lid, WI). Handhaving hiervan is alleen
                            mogelijk als de verplichtingen van de inburgeringsplichtige duidelijk
                            zijn omschreven en aan de betrokkene (onder andere door</al><al>middel van de beschikking) bekend zijn gemaakt.</al><al>De termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen
                            moet hebben behaald, ligt vast in de wet. Deze termijn is drieënhalf
                            jaar (artikel 7, eerste lid, WI). In de beschikking hoeft (en kan) van
                            deze termijn alleen melding worden gemaakt (onderdeel d).</al><al>Onderdeel e bepaalt dat in beschikking moet worden vastgelegd in hoeveel
                            termijnen de eigen bijdrage kan worden betaald en op welke wijze de
                            betaling plaatsvindt (al dan niet op basis van verrekening met de
                            bijstandsuitkering). Dit is geregeld in artikel 6 van de
                            verordening.</al><al>Onderdeel e heeft betrekking op de plicht tot het melden van
                            omstandigheden waardoor de inburgeringsplichtige niet aan de
                            verplichtingen als genoemd in de beschikking kan voldoen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en het van kracht blijven van de oude
                                verordening</titel></kop><al>De oude verordening (Verordening Wet inburgering gemeente Roermond)
                            blijft van kracht voor de inburgeringsplichtigen en vrijwillige
                            inburgeraars waarvoor een voorziening is vastgesteld vóór wijziging van
                            de Wet inburgering.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>