<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR249322_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad 2012.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerlen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-02-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerlen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-15123.html">GVOP</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad 2012.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-03-11</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-03-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-02-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Toevoegen artikel 4a "Integriteit risico-analyse kandidaat wethouders</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012/31317</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>
      Verordening “Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad 2012”
    </intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr></kop><structuurtekst><al><vet>ALGEMENE BEPALINGEN</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al><vet>Begripsomschrijvingen</vet></al><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="b."><al>amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening
                                    of ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te
                                    worden opgenomen;</al></li><li nr="c."><al>subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                    amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen
                                    in het amendement, waarop het betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp
                                    waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="e."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering;</al></li><li nr="f."><al>initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een
                                    ander voorstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al><vet>De voorzitter</vet></al><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="1."><al>a. het leiden van de vergadering;</al><lijst><li nr="b."><al>het handhaven van de orde;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van het reglement van orde;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder
                                            opdraagt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De raad kiest uit zijn midden een plaatsvervangend
                                    voorzitter.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al><vet>De griffier</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.</al></li><li nr="2."><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen
                                    door een door de raad daartoe aangewezen ambtenaar.</al></li><li nr="3."><al>Hij kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt
                                    uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement
                                    deelnemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3a</nr></kop><al><vet>Het presidium</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad heeft een presidium.</al></li><li nr="2."><al>Het presidium heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>het vaststellen van de voorlopige agenda van de
                                    raadsvergadering;</al></li><li nr="b."><al>het aansturen van de griffier en de griffie-medewerkers;</al></li><li nr="c."><al>het voeren van overleg aangaande overige procedurele zaken, de
                                    raad betreffende.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De samenstelling van het presidium wordt bepaald door de
                                            raad.</al></li><li nr="4."><al>Tenzij anders door de raad besloten bestaat het
                                            presidium uit de tevens voorzitter van het presidium
                                            is.</al></li><li nr="5."><al>De griffier of diens vervanger is in elke vergadering
                                            van het presidium aanwezig;</al><al> de voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te
                                            nodigen voor het presidium.</al></li><li nr="6."><al>Elke fractievoorzitter wijst een lid van zijn fractie
                                            aan, dat hem bij zijn afwezigheid in het presidium
                                            vervangt.</al></li><li nr="7."><al>De leden van het presidium hebben, met uitzondering van
                                            de voorzitter, ieder één stem.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3b</nr></kop><al><vet>Het seniorenconvent</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien de raad tot een andere samenstelling van het presidium
                                    heeft besloten, als bedoeld in artikel 3a, vierde lid, heeft de
                                    raad tevens een seniorenconvent.</al></li><li nr="2."><al>Het seniorenconvent fungeert uitsluitend als informeel
                                    overlegorgaan.</al></li><li nr="3."><al>Het seniorenconvent bestaat uit de voorzitter en de
                                    fractievoorzitters. De griffier of diens vervanger is in elke
                                    vergadering van het seniorenconvent aanwezig.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter kan voorstellen de secretaris uit te nodigen voor
                                    het seniorenconvent.</al></li><li nr="5."><al>Elke fractievoorzitter wijst een lid van zijn fractie aan, dat
                                    hem bij zijn afwezigheid in het seniorenconvent vervangt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr></kop><structuurtekst><al><vet>TOELATING VAN NIEUWE LEDEN; FRACTIES</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al><vet>Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad
                                    een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De
                                    commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking
                                    hebbende stukken van nieuw benoemde leden en de
                                    processen-verbaal van de stembureaus.</al></li><li nr="2."><al>De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven
                                    schriftelijk verslag uit aan de raad en doet daarbij een
                                    voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding
                                    gemaakt van een minderheidsstandpunt.</al></li><li nr="3."><al>Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden
                                    van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                                    samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de
                                    voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.</al></li><li nr="4."><al>In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de
                                    voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de
                                    vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt
                                    beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te
                                    leggen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4a</nr><titel/></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>1.In opdracht van de burgemeester wordt ten behoeve van de
                                    kandidaat wethouders een risicoanalyse integriteit
                                    uitgevoerd.</al></li><li nr="2."><al>2.De burgemeester deelt de eindconclusie van deze analyse met de
                                    kandidaat wethouder.</al></li><li nr="3."><al>3.De kandidaat wethouder kan zijn reactie op de eindconclusie
                                    laten bijvoegen bij de eindconclusie.</al></li><li nr="4."><al>4.De burgemeester stelt de raad in kennis van de eindconclusie
                                    en de reactie.</al></li><li nr="5."><al>5.De informatie die in het kader van de uitvoering van de
                                    werkzaamheden als bedoeld onder 1, 2 en 3 gedeeld en
                                    uitgewisseld wordt, is vertrouwelijk.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al><vet>Fractie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De leden van de raad, die door het centraal stembureau op
                                    dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de
                                    aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een
                                    lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een
                                    afzonderlijke fractie beschouwd.</al></li><li nr="2."><al>Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst,
                                    voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien
                                    geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de
                                    fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter
                                    mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren.</al></li><li nr="3."><al>De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als
                                    diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk
                                    doorgegeven aan de voorzitter.</al></li><li nr="4."><al>a. Indien:</al><al> 1° één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie
                                    gaan optreden;</al><al> 2° twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;</al></li></lijst><al>3° één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere
                            fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling
                            gedaan aan de voorzitter.</al><al>b.Met de onder a beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden
                            met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling
                            daarvan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr></kop><structuurtekst><al><vet>VERGADERINGEN</vet></al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al><vet>Vergaderfrequentie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op de
                                        eerste dinsdag van de maand, vangen aan om 18.00 uur en
                                        worden gehouden in het stadhuis.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en
                                        aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen.
                                        Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende
                                        situatie, overleg in het presidium.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al><vet>Oproep</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter zendt ten minste 10 dagen voor een vergadering
                                        de leden van de raad een schriftelijke oproep onder
                                        vermelding van dag, tijdstip en plaats van de
                                        vergadering.</al></li><li nr="2."><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                        uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van
                                        de Gemeentewet bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de
                                        schriftelijke oproep aan de leden van de raad
                                        verzonden.</al></li><li nr="3."><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld
                                        in artikel 8, tweede lid, worden deze agenda en de daarop
                                        vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48
                                        uur voor aanvang van de vergadering aan de leden van de raad
                                        gezonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al><vet>Agenda</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt het
                                        presidium de voorlopige agenda van de vergadering vast.</al></li><li nr="2."><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden
                                        van de schriftelijke oproep tot uiterlijk de aanvang van een
                                        vergadering een aanvullende agenda voorleggen.</al></li><li nr="3."><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast.
                                        Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de
                                        raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de
                                        agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. Voor het
                                        toevoegen van een onderwerp aan de agenda is voldoende de
                                        instemming van tenminste 8 leden van de raad.</al></li><li nr="4."><al>Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare
                                        beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp
                                        verwijzen naar een commissie of aan het college nadere
                                        inlichtingen of advies vragen.</al></li><li nr="5."><al>Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan
                                        de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten
                                        wijzigen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8a</nr></kop><al><vet>De collegeleden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het presidium kan een of meer leden van het college
                                        uitnodigen om in de vergadering aan de beraadslagingen deel
                                        te nemen.</al></li><li nr="2."><al>Indien een collegelid in een raadsvergadering wil deelnemen
                                        aan de beraadslagingen, doet hij daartoe beargumenteerd een
                                        verzoek aan de voorzitter; indien de burgemeester in zijn
                                        hoedanigheid van portefeuillehouder wil deelnemen aan de
                                        beraadslagingen doet hij daartoe een beargumenteerd verzoek
                                        aan de raad.</al></li><li nr="3."><al>De raad beslist op het verzoek van het collegelid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8b</nr></kop><al><vet>De secretaris</vet></al><al>De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering
                                aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen
                                als bedoeld in dit reglement.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al><vet>Ter inzage leggen van stukken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Gewaarmerkte kopieën van stukken, die ter toelichting van de
                                        onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden
                                        gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep
                                        voor de raadsleden in het stadhuis ter inzage gelegd. Indien
                                        mogelijk kunnen de stukken tevens per e-mail worden
                                        toegezonden aan de raadsleden. Gewaarmerkte kopieën van de
                                        stukken worden tevens voor eenieder ter inzage gelegd bij
                                        het gemeentelijk informatiecentrum. De voorzitter maakt van
                                        de terinzagelegging melding in de openbare kennisgeving
                                        bedoeld in artikel 10. Indien na het verzenden van de
                                        schriftelijke oproep gewaarmerkte kopieën van stukken ter
                                        inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de
                                        leden van de raad. Zo mogelijk wordt hiervan tevens kennis
                                        gegeven in een openbare kennisgeving.</al></li><li nr="2."><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet
                                        buiten het gemeentehuis gebracht, tenzij artikel 6, tweede
                                        lid van toepassing is.</al></li><li nr="3."><al>Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of
                                        tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd,
                                        blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder
                                        berusting van de griffier en verleent de griffier de leden
                                        van de raad inzage.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al><vet>Openbare kennisgeving</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergadering wordt door aankondiging in het gemeentelijk
                                        informatieblad of een huis-aan-huisblad en zo mogelijk door
                                        plaatsing op de internetsite van de gemeente ter openbare
                                        kennis gebracht.</al></li><li nr="2."><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>datum, aanvangstijd en plaats van de
                                                vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de
                                                voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken
                                                kan inzien;</al></li></lijst></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Orde der vergadering</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al><vet>Presentielijst</vet></al><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad
                                onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering
                                wordt die lijst door de griffier door middel van ondertekening
                                vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al><vet>Zitplaatsen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben
                                        een vaste zitplaats, door de voorzitte na overleg in het
                                        presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van
                                        de raad aangewezen.</al></li><li nr="2."><al>Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de
                                        indeling herzien na overleg in het presidium.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter draagt zorg voor een vaste zitplaats voor de
                                        wethouders, en de secretaris.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al><vet>Opening vergadering; quorum</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                        indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de
                                        raad blijkens de presentielijst aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                        vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na
                                        voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van
                                        de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van
                                        de Gemeentewet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al><vet>Primus bij hoofdelijke stemming</vet></al><al>Indien bij een bepaald onderwerp hoofdelijke stemming wordt gevraagd
                                deelt de voorzitter mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke
                                stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van
                                de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de
                                hoofdelijke stemming.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al><vet>Notulen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ontwerp-notulen van de voorgaande vergadering worden, zo
                                        spoedig mogelijk, doch uiterlijk gelijktijdig met de
                                        schriftelijke oproep aan de leden van de raad toegezonden.
                                        De ontwerp-notulen worden gelijktijdig aan de overige
                                        personen die het woord gevoerd hebben, toegezonden.</al></li><li nr="2."><al>Bij het begin van de vergadering worden, zoveel mogelijk, de
                                        notulen van de vorige vergadering vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>De leden, de voorzitter, de griffier en de overige personen
                                        die het woord hebben gevoerd hebben het recht, een voorstel
                                        tot verandering aan de raad te doen, indien de notulen
                                        onjuistheden bevatten of niet duidelijk weergeven hetgeen
                                        gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient
                                        voor het vaststellen van de notulen bij de griffier te
                                        worden ingediend.</al></li><li nr="4."><al>De notulen moeten inhouden:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de griffier, de
                                                secretaris, de wethouders en de ter vergadering
                                                aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig
                                                waren en overige personen die het woord gevoerd
                                                hebben;</al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                                geweest;</al></li><li nr="c."><al>een weergave van het gesprokene met vermelding van
                                                de namen van de aanwezigen die het woord
                                                voerden;</al></li><li nr="d."><al>een overzicht van het verloop van elke stemming, met
                                                vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van
                                                de leden die voor of tegen stemden, onder
                                                aantekening van de namen van de leden die zich
                                                overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben
                                                onthouden;</al></li><li nr="e."><al>de tekst van de ter vergadering ingediende
                                                initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties,
                                                amendementen en subamendementen;</al></li><li nr="f."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                                hoedanigheid van die personen aan wie het op grond
                                                van het bepaalde in artikel 25 door de raad is
                                                toegestaan deel te nemen aan de
                                                beraadslagingen.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De notulen worden opgesteld onder de zorg van de
                                        griffier.</al></li><li nr="6."><al>De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de
                                        griffier ondertekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al><vet>Ingekomen stukken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke
                                        mededelingen van het college aan de raad, worden op een
                                        lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raad
                                        toegezonden en ter inzage gelegd.</al></li><li nr="2."><al>Na de vaststelling van de notulen stelt de raad op voorstel
                                        van de voorzitter de wijze van afdoening van de ingekomen
                                        stukken vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al><vet>Spreekregels</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun
                                        plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de
                                        voorzitter.</al></li><li nr="2."><al>Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de
                                        leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere
                                        plaats spreken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al><vet>Volgorde sprekers</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter
                                        gevraagd en van hem verkregen te hebben.</al></li><li nr="2."><al>De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een
                                        lid van de raad het woord vraagt over de orde van de
                                        vergadering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al><vet>Aantal spreektermijnen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in
                                        ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders
                                        beslist.</al></li><li nr="2."><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></li><li nr="3."><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                        voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></li><li nr="4."><al>Het derde lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>de rapporteur van een commissie;</al></li><li nr="b."><al>het lid dat een (sub)amendement, een motie of een
                                                initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft
                                                dat amendement, die motie of dat voorstel.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde
                                        onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet
                                        meegerekend het spreken over een voorstel van orde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al><vet>Spreektijd</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd
                                        van de leden en de overige aanwezigen.</al></li><li nr="2."><al>De raad kan nadere regels stellen ten aanzien van de
                                        spreektijd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><al><vet>Handhaving orde; schorsing</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                        tenzij</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het
                                                opvolgen van dit reglement te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen
                                                dat de spreker zonder verdere interrupties zijn
                                                betoog zal afronden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien een spreker, zich beledigende of onbetamelijke
                                        uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling
                                        zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk
                                        interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt
                                        hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de
                                        betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de
                                        voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats
                                        heeft, over het aanhangige onderwerp het woord
                                        ontzeggen.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering
                                        voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                        heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                        sluiten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><al><vet>Beraadslaging</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de
                                        raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp
                                        of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></li><li nr="2."><al>Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de
                                        voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een
                                        door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of
                                        de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad.
                                        De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode
                                        verstreken is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><al><vet>Deelname aan de beraadslaging door anderen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering
                                        aanwezige leden van de raad of de voorzitter deelnemen aan
                                        de beraadslaging.</al></li><li nr="2."><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter
                                        of één der leden van de raad genomen alvorens met de
                                        beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde
                                        agendapunt een aanvang wordt genomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><al><vet>Stemverklaring</vet></al><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming
                                overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te
                                motiveren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><al><vet>Beslissing</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of
                                        voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de
                                        beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.</al></li><li nr="2."><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming
                                        over eventuele amendementen, de stemming plaats over het
                                        voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen
                                        stemming wordt gevraagd.</al></li><li nr="3."><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                        plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de
                                        te nemen eindbeslissing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr></kop><structuurtekst><al><vet>Procedures bij stemmingen</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><al><vet>Algemene bepalingen over stemming</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien
                                        geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet
                                        verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder
                                        hoofdelijke stemming is aangenomen.</al></li><li nr="2."><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de
                                        notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben
                                        tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden.</al></li><li nr="3."><al>Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet
                                        de voorzitter daarvan mededeling.</al></li><li nr="4."><al>De griffier roept de leden van de raad bij naam op hun stem
                                        uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor
                                        overeenkomstig artikel 15 is aangewezen. Vervolgens
                                        geschiedt de oproeping naar de volgorde van de
                                        presentielijst.</al></li><li nr="5."><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig
                                        lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet
                                        onthouden verplicht zijn stem uit te brengen.</al></li><li nr="6."><al>De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of
                                        ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al></li><li nr="7."><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist,
                                        dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het
                                        volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing
                                        pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de
                                        stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij
                                        zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit
                                        echter geen verandering.</al></li><li nr="8."><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming
                                        mede, met vermelding van het aantal voor en tegen
                                        uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van
                                        het genomen besluit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><al><vet>Stemming over amendementen en moties</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is
                                        ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd.</al></li><li nr="2."><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend,
                                        wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens
                                        over het amendement.</al></li><li nr="3."><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een
                                        aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de
                                        volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt
                                        de regel, dat het meest verstrekkende amendement of
                                        subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr></kop><al><vet>Stemming over personen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                        voordracht of het opstellen van een voordracht of
                                        aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter 2 leden
                                        tot stembureau.</al></li><li nr="2."><al>Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond
                                        van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht
                                        een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen
                                        identiek te zijn.</al></li><li nr="3."><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                        benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op
                                        voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
                                        worden samengevat op één briefje.</al></li><li nr="4."><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde
                                        stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge
                                        het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren.
                                        Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes
                                        vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe
                                        stemming gehouden.</al></li><li nr="5."><al>Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld
                                        in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te
                                        hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje
                                        hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld
                                        stembriefje wordt verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een blanco stembriefje;</al></li><li nr="b."><al>een ondertekend stembriefje;</al></li><li nr="c."><al>een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld,
                                                tenzij de stemming verschillende vacatures
                                                betreft;</al></li><li nr="d."><al>een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op
                                                voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die
                                                niet is voorgedragen;</al></li><li nr="e."><al>een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt
                                                gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje
                                        beslist de raad, op voorstel van de voorzitter.</al></li><li nr="7."><al>Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
                                        onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><al><vet>Herstemming over personen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte
                                        meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming
                                        overgegaan.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de
                                        volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde
                                        stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede
                                        stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij
                                        de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee
                                        personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming
                                        uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal
                                        plaatshebben.</al></li><li nr="3."><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de
                                        stemmen staken, beslist terstond het lot.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr></kop><al><vet>Beslissing door het lot</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen
                                        tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de
                                        voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes
                                        geschreven.</al></li><li nr="2."><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                        gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                        gedeponeerd en omgeschud.</al></li><li nr="3."><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                        stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                        gekozen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr></kop><structuurtekst><al><vet>RECHTEN VAN LEDEN</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><al><vet>Amendementen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                                    amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden
                                    om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te
                                    splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal
                                    plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen
                                    die ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst
                                    getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn.</al></li><li nr="2."><al>Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                    amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te
                                    stellen (subamendement).</al></li><li nr="3."><al>Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling
                                    genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden
                                    ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige
                                    karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge
                                    indiening kan worden volstaan.</al></li><li nr="4."><al>Intrekking, door de indiener(s), van het (sub)amendement is
                                    mogelijk, totdat de besluitvorming door de raad heeft
                                    plaatsgevonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr></kop><al><vet>Moties</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid van de raad kan een motie indienen.</al></li><li nr="2."><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                    schriftelijk en ondertekend bij de voorzitter worden
                                    ingediend.</al></li><li nr="3."><al>Een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel kan ter
                                    vergadering worden ingediend en behandeling ervan vindt tegelijk
                                    met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats.</al></li><li nr="4."><al>Een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp dient
                                    minimaal 24 uren voor het begin van de vergadering te zijn
                                    ingediend en de behandeling ervan vindt plaats nadat alle op de
                                    agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr></kop><al><vet>Voorstellen van orde</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de
                                    vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan
                                    worden toegelicht.</al></li><li nr="2."><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen.</al></li><li nr="3."><al>Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr></kop><al><vet>Initiatiefvoorstel</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                                    worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de
                                    eerstvolgende vergadering, tenzij de schriftelijke oproep
                                    hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het
                                    voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering
                                    geplaatst, tenzij de raad op voorstel van de voorzitter anders
                                    beslist.</al></li><li nr="3."><al>De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de
                                    agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld,
                                    tenzij de raad oordeelt dat het voorstel met het oog op de orde
                                    van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of
                                    onderwerp dient te worden behandeld, het voorstel eerst dient te
                                    worden behandeld in een raadscommissie of voor advies naar het
                                    college dient te worden gezonden. In het laatste geval bepaalt
                                    de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd
                                    wordt.</al></li><li nr="4."><al>De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling
                                    van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een
                                    verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34a</nr></kop><al><vet>Collegevoorstel</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het
                                    college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de
                                    raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming
                                    van de raad.</al></li><li nr="2."><al>Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in
                                    het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden
                                    gezonden, bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel
                                    opnieuw geagendeerd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34b</nr></kop><al><vet>Interpellatie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt,
                                    behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende
                                    gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering
                                    schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een
                                    duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen
                                    worden verlangd alsmede de te stellen vragen.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig
                                    mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de
                                    wethouders. Bij de behandeling van de ingekomen stukken van de
                                    eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het
                                    verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip
                                    tijdens de vergadering de interpellatie zal worden
                                    gehouden.</al></li></lijst><al>Een verzoek tot het houden van een interpellatie wordt alleen toegestaan
                            indien vooraf de procedure van artikel 35 over het onderwerp is gevolgd,
                            tenzij actuele en dringende redenen daaraan in de weg staan</al><al>4.Het houden van een interpellatie wordt toegestaan indien tenminste 8
                            leden van de raad daarmee instemmen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr></kop><al><vet>Schriftelijke vragen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Ieder lid kan aan het college of de burgemeester schriftelijke
                                    vragen stellen. De vragen worden kort en duidelijk geformuleerd
                                    en kunnen van een toelichting worden voorzien.</al></li><li nr="2."><al>De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze
                                    draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis
                                    van de overige leden van de raad en het college worden
                                    gebracht.</al></li><li nr="3."><al>De beantwoording vindt schriftelijk plaats, zo spoedig mogelijk
                                    en in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn
                                    binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen
                                    kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college
                                    de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de
                                    termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal
                                    plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.</al></li><li nr="4."><al>De antwoorden worden door het college aan de leden van de raad
                                    medegedeeld.</al></li><li nr="5."><al>De vragen en antwoorden worden vermeld op de lijst ingekomen
                                    stukken als bedoeld in artikel 16.</al></li><li nr="6."><al>Indien aan vragensteller binnen 30 dagen na binnenkomst van de
                                    vragen geen antwoord is gegeven, kan hij kiezen voor mondelinge
                                    beantwoording in de eerstvolgende reguliere raadsvergadering
                                    door tijdige melding bij de voorzitter van de raad.</al></li><li nr="7."><al>De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                                    eerstvolgende reguliere raadsvergadering en bij mondelinge
                                    beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling
                                    van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen
                                    vragen omtrent het door de burgemeester of door het college
                                    gegeven antwoord, indien tenminste 8 leden van de raad daarmee
                                    instemmen.</al></li><li nr="8."><al>a. Het bepaalde onder de leden 1 t/m 5 geldt ook voor de
                                    fractiemedewerkers met dien verstande dat schriftelijke vragen
                                    van fractiemedewerkers worden ingediend door tussenkomst van de
                                    fractievoorzitter.</al><lijst><li nr="b."><al>Onder “vragensteller” in de leden 6 en 7 wordt ook
                                            begrepen de fractievoorzitter van de partij waarvan de
                                            fractiemedewerker vragen heeft gesteld als bedoeld onder
                                            lid 1.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35a</nr></kop><al><vet>Vragenuur</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Bij de aanvang van elke raadsvergadering is er een vragenuur
                                    waarin leden van de raad vragen kunnen stellen aan het college
                                    van burgemeester en wethouders over actuele zaken betreffende
                                    het gevoerde bestuur, tenzij er bij de voorzitter vooraf geen
                                    vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium
                                    bepalen dat het vragenuur op een ander tijdstip wordt gehouden.
                                    De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenuur eindigt.
                                    Het vragenuur eindigt in elk geval één uur na aanvang.</al></li><li nr="2."><al>Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil
                                    stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste
                                    24 uur voor aanvang van het vragenuur bij de voorzitter. De
                                    voorzitter kan na overleg met het presidium weigeren een
                                    onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen indien
                                    hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of
                                    het een aangelegenheid betreft die niet tot het door het college
                                    gevoerde bestuur kan worden gerekend.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
                                    tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.</al></li><li nr="4."><al>De vragensteller wordt ten hoogste twee minuten het woord
                                    verleend om aan een of meer collegeleden vragen te stellen en
                                    een toelichting te geven. Het betreffende collegelid wordt ten
                                    hoogste vijf minuten het woord verleend om de vragen te
                                    beantwoorden.</al></li><li nr="5."><al>Na de beantwoording door het collegelid krijgt de vragensteller
                                    desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen, mits die
                                    hetzelfde onderwerp betreffen.</al></li><li nr="6."><al>Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het
                                    woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het
                                    college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.</al></li><li nr="7."><al>Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en
                                    worden geen interrupties toegelaten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr></kop><al><vet><cursief>Vervallen</cursief></vet></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr></kop><structuurtekst><al><vet>BEGROTING EN REKENING</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr></kop><al><vet>Procedure begroting</vet></al><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding,
                            het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting
                            volgens een procedure die de raad vaststelt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr></kop><al><vet>Procedure jaarrekening</vet></al><al>Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding
                            en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de
                            vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel
                            indemniteitsbesluit volgens een procedure die de raad vaststelt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr></kop><structuurtekst><al><vet>LIDMAATSCHAP VAN ANDERE ORGANISATIES</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr></kop><al><vet>Verslag; verantwoording</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de
                                    secretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van
                                    het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
                                    gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
                                    gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht (om in
                                    aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken
                                    of voor het sluiten van de vergadering) verslag te doen over
                                    zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn.
                                    Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de
                                    voorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie.</al></li><li nr="2."><al>Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het
                                    eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het
                                    stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 36,
                                    zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het
                                    eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze
                                    van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan
                                    daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld
                                    in artikel 37, zijn van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere
                                    organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden
                                    heeft benoemd.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr></kop><structuurtekst><al><vet>BESLOTEN VERGADERING</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad beslist gemotiveerd of een vergadering achter gesloten
                                    deuren plaatsvindt.</al></li><li nr="2."><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement
                                    van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet
                                    strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr></kop><al><vet>Notulen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De notulen van een besloten vergadering worden niet rondgedeeld,
                                    maar liggen uitsluitend voor de leden, de voorzitter, de
                                    wethouders, de griffier en de secretaris ter inzage.</al></li><li nr="2."><al>Deze notulen worden zo spoedig mogelijk in een besloten
                                    vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze
                                    vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet
                                    openbaar maken van deze notulen. De vastgestelde notulen worden
                                    door de voorzitter en de griffier ondertekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr></kop><al><vet>Geheimhouding</vet></al><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad
                            overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                            inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                            raad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr></kop><al><vet>Opheffing geheimhouding</vet></al><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, artikel 55,
                            tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de
                            Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt, </al><al>indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft
                            opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan
                            overleg gevoerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr></kop><structuurtekst><al><vet>TOEHOORDERS EN PERS</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr></kop><al><vet>Toehoorders en pers</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen
                                    uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare
                                    vergaderingen bijwonen.</al></li><li nr="2."><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere
                                    wijze verstoren van de orde is verboden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44a</nr></kop><al><vet>Geluid- en beeldregistraties</vet></al><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- dan
                            wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de
                            voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr></kop><al><vet>Verbod gebruik mobiele telefoons</vet></al><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het standby houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet
                            toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9</nr></kop><structuurtekst><al><vet>SLOTBEPALINGEN</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr></kop><al><vet>Uitleg reglement</vet></al><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de
                            voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr></kop><al><vet>Inwerkingtreding</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Dit reglement treedt in werking de dag na bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>Op dat tijdstip vervalt het Reglement van orde voor de
                                    vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad,
                                    vastgesteld bij raadsbesluit van 14 maart 2002.</al></li><li nr="3."><al>Dit reglement kan worden aangehaald als “Reglement van orde voor
                                    de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad
                                    2012”.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten tijdens de vergadering van de raad der gemeente Heerlen
                        van 2 oktober 2012</al></slotformulering><ondertekening>
          griffier, voorzitter
        </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting reglement van orde voor de vergaderingen en andere
                        werkzaamheden van de gemeenteraad.</titel></kop><tussenkop>HOOFDSTUK 1 </tussenkop><tussenkop>ALGEMENE BEPALINGEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><tussenkop>Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>Onder ‘aanhangig’ wordt verstaan aan de orde/in behandeling zijnd.</al><tussenkop>Artikel 2 </tussenkop><tussenkop>De voorzitter</tussenkop><al>De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van de
                    Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor. In het
                    gewijzigde artikel 77, eerste lid, is bepaald dat het oudste raadslid in
                    anciënniteit het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis
                    van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudst
                    in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad
                    altijd de mogelijkheid zélf te kiezen voor een andere waarnemer. Overigens geldt
                    ditzelfde regime in het geval dat alle wethouders afwezig zijn voor de
                    waarneming van het ambt van de burgemeester. </al><al>De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in de
                    vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder
                    andere voor de handhaving van de orde in de vergadering.</al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><tussenkop>De griffier</tussenkop><al>De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel
                    107d, eerste lid). In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. In
                    verband met artikel 22 Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het derde lid een
                    bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de
                    beraadslaging. Rechtspositionele bepalingen omtrent de beëdiging, woonplaats
                    etc. zijn niet in dit reglement opgenomen.</al><tussenkop>Artikel 3a </tussenkop><tussenkop>Het presidium</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 3b</tussenkop><tussenkop>Het seniorenconvent</tussenkop><al>Er bestaat behoefte aan een orgaan dat over informele kwesties de raad aangaande
                    overleg kan voeren. Daarin dienen alle fracties te zijn vertegenwoordigd. Indien
                    in het presidium alle fracties zijn vertegenwoordigd kan het informeel overleg
                    ook daar plaats vinden. Indien het presidium echter een kleinere samenstelling
                    heeft, waarbij niet alle fracties zijn vertegenwoordigd, vindt informeel overleg
                    plaats in het seniorenconvent.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2 </tussenkop><tussenkop>Toelating van nieuwe leden; fracties</tussenkop><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><tussenkop>Onderzoek geloofsbrieven</tussenkop><al>Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de
                    benoemde kennis van zijn benoeming. Bij deze brief moeten enkele in de Kieswet
                    vereiste stukken worden gevoegd, waaruit blijkt, dat de benoemde voldoet aan de
                    eisen om als lid van de raad toegelaten te kunnen worden. Het onderzoek van de
                    geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren.</al><al>Ingevolge artikel V4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn
                    leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een
                    nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. De tekst van de
                    eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het
                    raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet
                    vastgelegd.</al><al>De mogelijkheid van beroep bij de Raad van State tegen de beslissing tot
                    toelating als lid van de raad vervalt door inwerking treden van de Wet
                    dualisering gemeentebestuur.</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><tussenkop>Fracties</tussenkop><al>In een aantal gevallen blijkt behoefte te bestaan aan een regeling van wat onder
                    een fractie moet worden verstaan. De Gemeentewet kent een dergelijk begrip niet
                    maar gaat onder andere in artikel 33, tweede lid, wel uit van het bestaan van in
                    de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractie-ondersteuning). </al><al>Na het vaststellen van de uitslag van de verkiezingen vindt de eerste zitting
                    van de raad plaats. Bij de aanvang van deze zitting worden de leden die op
                    dezelfde lijst hebben gestaan, als één fractie beschouwd. De fractie gebruikt in
                    de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst hadden
                    staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op
                    de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een
                    fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk
                    geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee.</al><al>In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten.
                    Het beëindigen van de zitting in de raad kan verschillende oorzaken hebben.
                    Raadsleden kunnen langdurig ziek zijn, een conflict met hun fractie hebben, te
                    weinig tijd hebben voor het raadswerk en zo zijn er nog vele redenen denkbaar.
                    In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de
                    fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter
                    mede.</al><tussenkop>Hoofdstuk 3</tussenkop><tussenkop>Vergaderingen</tussenkop><tussenkop>PARAGRAAF 1 </tussenkop><tussenkop>TIJD VAN VERGADEREN; VOORBEREIDINGEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 6 </tussenkop><tussenkop>Tijd en plaats van vergaderen</tussenkop><al>Ingevolge artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe
                    heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten
                    minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van
                    redenen daarom vraagt.</al><tussenkop>Artikel 7 </tussenkop><tussenkop>Oproep</tussenkop><al>Raadsleden horen op tijd op de hoogte te worden gebracht van dag, tijdstip en
                    plaats van de vergadering. Tegelijkertijd krijgen zij ook de voorlopige agenda
                    en de stukken toegestuurd.</al><tussenkop>Artikel 8 </tussenkop><tussenkop>Agenda</tussenkop><al>Het presidium bepaalt in zijn overleg hoe de agenda eruit komt te zien. Dit is
                    echter een voorlopige vaststelling van de agenda. In de dagelijkse praktijk van
                    de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om 10 dagen voor de vergadering
                    een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de ‘waan’ van de dag. In een
                    dergelijke situatie kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke
                    oproep zo nodig een aanvullende agenda vaststellen. </al><al>Het derde lid heeft tot doel om de raad een actievere rol te geven in de
                    opstelling van de raadsagenda. Individuele raadsleden kunnen via hun
                    fractievoorzitter in het presidium onderwerpen </al><al>voor de agenda voordragen. Zij kunnen echter ook bij aanvang van de
                    raadsvergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen of
                    van de agenda af te voeren. Daarmee kan het individuele raadslid in ieder geval
                    op twee momenten invloed uitoefenen op de vaststelling van de agenda.</al><al>Het vierde lid vloeit voort uit de verplichting van het college om de raad van
                    voldoende informatie te voorzien. Als de raad niet voldoende op de hoogte is van
                    de inhoud en strekking van een onderwerp dan is het niet verantwoord dat de raad
                    zich op hoofdlijnen over dit onderwerp uitspreekt. In een dergelijk geval heeft
                    de raad de mogelijkheid, dat de raad het onderwerp naar een commissie verwijst
                    of aan het college nadere inlichtingen of advies vraagt.</al><al>Het laatste lid regelt dat op verzoek van een lid of op voorstel van de
                    voorzitter de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten kan
                    wijzigen.</al><tussenkop>Artikel 8a </tussenkop><tussenkop>De collegeleden</tussenkop><al>Artikel 8a is een nadere uitwerking van artikel 21van de Gemeentewet. Dit
                    artikel voorziet in de mogelijkheid dat collegeleden door de raad worden
                    uitgenodigd om aan de beraadslaging deel te nemen.</al><tussenkop>Artikel 9 </tussenkop><tussenkop>Ter inzage leggen van stukken</tussenkop><al>In dit artikel gaat het, naast geheime stukken, om de zogenaamde
                    ‘achterliggende’ stukken waarvan vaak in de raadsvoorstellen melding wordt
                    gemaakt (ambtelijke adviezen, toelichtende nota's, etc.).</al><tussenkop>Artikel 10 </tussenkop><tussenkop>Openbare kennisgeving</tussenkop><al>Met dit artikel wordt invulling gegeven aan het voorschrift van artikel 19,
                    tweede lid, van de Gemeentewet.</al><al>Voor wat betreft de wijze van publicatie is aangesloten bij artikel 3:12 van de
                    Algemene wet bestuursrecht. Tevens is de mogelijkheid van plaatsing op het
                    internet toegevoegd.</al><tussenkop>PARAGRAAF 2 </tussenkop><tussenkop>ORDE DER VERGADERING</tussenkop><tussenkop>Artikel 11 </tussenkop><tussenkop>Presentielijst</tussenkop><al>De handtekeningen op de presentielijst zijn bedoeld om formeel vast te stellen,
                    dat het vergaderquorum aanwezig is. De lijst kan niet dienen om het stemquorum
                    vast te stellen; daarvoor geldt artikel 29 van de Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><tussenkop>Zitplaatsen</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 13 </tussenkop><tussenkop>Opening vergadering</tussenkop><al>De vergadering kan beginnen, indien meer dan de helft van het aantal zitting
                    hebbende raadsleden aanwezig is en de presentielijst heeft getekend. Artikel 20
                    van de Gemeentewet voorziet in een procedure voor een tweede vergadering indien
                    het vereiste aantal leden niet op komt dagen.</al><tussenkop>Artikel 14 </tussenkop><tussenkop>Primus bij hoofdelijke stemming</tussenkop><al>Praktisch gezien verdient het aanbeveling de volgorde van stemmen te bepalen aan
                    het begin van de hoofdelijke stemming; deze volgorde geldt dan voor de gehele
                    vergadering, ook na een eventuele schorsing.</al><tussenkop>Artikel 15 </tussenkop><tussenkop>Notulen</tussenkop><al>Het recht om aanpassing voor te stellen (derde lid) komt ook toe aan het
                    raadslid en de wethouder, dat bij de desbetreffende vergadering niet aanwezig
                    was. Het is aan de raad om te beslissen of een voorgestelde wijziging of
                    aanvulling geaccepteerd wordt. Een afwijzing van een dergelijk voorstel is niet
                    vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State). </al><tussenkop>Artikel 16 </tussenkop><tussenkop>Ingekomen stukken; mededelingen</tussenkop><al>Omtrent de (aan de raad gerichte) ingekomen stukken worden alleen voorstellen
                    gedaan en besluiten genomen van procedurele aard. Inhoudelijke discussie over de
                    stukken kan de voorzitter buiten de orde verklaren. Wanneer een ingekomen stuk
                    leidt tot inhoudelijke discussie en besluitvorming, dient dit op de
                    gebruikelijke wijze te worden voorbereid.</al><tussenkop>Artikel 17</tussenkop><tussenkop>Spreekregels</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 18 </tussenkop><tussenkop>Volgorde sprekers</tussenkop><al>Het gaat hierbij niet om interrupties (zie artikel 22).</al><tussenkop>Artikel 19 </tussenkop><tussenkop>Aantal spreektermijnen</tussenkop><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een
                    verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte
                    reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren.</al><al>Indien de raad van mening is, dat na de tweede termijn verdere beraadslaging
                    nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten. De beraadslaging over een
                    motie vindt niet plaats in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de
                    beraadslaging over het betreffende, aan de orde zijnde onderwerp.</al><tussenkop>Artikel 20 </tussenkop><tussenkop>Spreektijd</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 21 </tussenkop><tussenkop>Handhaving orde; schorsing</tussenkop><al>De bevoegdheid die in het tweede lid aan de voorzitter wordt gegeven om een
                    spreker over een aanhangig onderwerp het woord te ontzeggen, gaat minder ver dan
                    de mogelijkheid die artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet biedt om aan dat
                    lid, dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, de toegang
                    tot de vergadering te ontzeggen. De laatstgenoemde bevoegdheid van de voorzitter
                    blijft echter onverlet. Artikel 22 is slechts een aanvulling op de
                    Gemeentewet.</al><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed-
                    of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor
                    wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar
                    de artikel 45 van dit reglement.</al><tussenkop>Artikel 22 </tussenkop><tussenkop>Beraadslaging</tussenkop><al>Teneinde de vergaderduur niet te zeer te verlengen wordt over een voorstel dat
                    in onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd.
                    In het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Indien de
                    schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede termijn
                    plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot </al><al>stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd </al><al>(zie artikel 20).</al><tussenkop>Artikel 23 </tussenkop><tussenkop>Deelname aan de beraadslaging door anderen</tussenkop><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht. Het is uiteraard ook mogelijk dat de raad bepaalt
                    dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging
                    mag deelnemen.</al><tussenkop>Artikel 24</tussenkop><tussenkop>Stemverklaring</tussenkop><al>Stemverklaringen zullen kort moeten zijn en mogen niet het karakter krijgen van
                    een derde termijn, als laatste reactie op de vorige spreker. De stemverklaringen
                    worden alle gegeven vóór de hoofdelijke oproep van de leden tot de stemming
                    begint.</al><tussenkop>Artikel 25 </tussenkop><tussenkop>Beslissing</tussenkop><al>Deze bepaling beoogt niet meer, dan vast te leggen dat ook nog een beslissing
                    over het voorstel (indien een amendement is aangenomen, in zijn geamendeerde
                    vorm) moet worden genomen.</al><tussenkop>PARAGRAAF 3 </tussenkop><tussenkop>PROCEDURES BIJ STEMMINGEN</tussenkop><tussenkop>Artikel 26</tussenkop><tussenkop>Algemene bepalingen over stemming</tussenkop><al>Indien een lid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de
                    stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling
                    van artikel 32 van de Gemeentewet af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan
                    wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen.</al><al>De regeling in het tweede lid kan toepassing krijgen, indien de uitkomst van de
                    stemming tevoren duidelijk is en slechts enkele leden zouden tegenstemmen. Bij
                    wie de stemming begint, is geregeld in artikel 15.</al><al>Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet van
                    toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te
                    zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het
                    besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken,
                    wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.</al><tussenkop>Artikel 27 </tussenkop><tussenkop>Stemming over amendementen en moties</tussenkop><al>Voor meer informatie over een amendement of een motie (betekenis, indiening
                    e.d.) wordt verwezen naar de artikelen 1, 32 en 33a van dit reglement. Voor alle
                    duidelijkheid wordt hier aangegeven dat een amendement in stemming komt
                    voorafgaande aan de stemming over het voorstel van het college. </al><tussenkop>Artikel 28 </tussenkop><tussenkop>Stemming over personen</tussenkop><al>De Gemeentewet geeft aan, dat over benoemingen (niet ontslag) van personen of
                    het opstellen van een voordracht of aanbeveling schriftelijk moet worden gestemd
                    (artikel 31 van de Gemeentewet).</al><al>Een voordracht is voor de raad bindend; de raad heeft slechts keus tussen
                    degenen die op de voordracht zijn vermeld. Een aanbeveling is een voorstel
                    waarvan de raad mag afwijken. Wanneer er veel benoemingen te doen zijn
                    (bijvoorbeeld aan het begin van een nieuwe zittingsperiode) zou een gecombineerd
                    stembiljet kunnen worden ontworpen.</al><al>In het zesde lid wordt aangesloten bij het bepaalde in artikel 30 van de
                    Gemeentewet.</al><al>Wat onder een (niet) behoorlijk ingevuld stembriefje moet worden verstaan, is in
                    de wet niet geregeld en daarom wel in dit reglement.</al><tussenkop>Artikel 29</tussenkop><tussenkop>Herstemming over personen</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 30</tussenkop><tussenkop>Beslissing door het lot</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Hoofdstuk 4</tussenkop><tussenkop>Rechten van leden</tussenkop><tussenkop>Artikel 31 </tussenkop><tussenkop>Amendementen</tussenkop><al>Leden van de raad kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel van het college
                    voorstellen, de zogenaamde amendementen. Wanneer een amendement is ingediend,
                    kan dit voor een ander raadslid aanleiding zijn, op dit amendement nog weer een
                    wijziging voor te stellen, het subamendement. Een (sub)amendement kan ingediend
                    worden op een voorgesteld besluit, dat aanhangig is. De beraadslaging over het
                    (sub)amendement vindt plaats in ten hoogste twee termijnen. Indien (in
                    uitzonderlijke situaties) een ingediend amendement verdere beraadslaging
                    noodzakelijk maakt, kan de raad besluiten tot een derde termijn (artikel
                    20).</al><al>Voor wat betreft de stemming over amendementen wordt verwezen naar artikel 28.
                    Voorstel tot splitsing van een voorgesteld beslissing kan, indien aangenomen,
                    meebrengen, dat één onderdeel van een besluit wel en een ander niet wordt
                    aanvaard.</al><tussenkop>Artikel 32</tussenkop><tussenkop>Moties</tussenkop><al>Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan om het
                    uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele aard) of het
                    uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen. Een
                    motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een
                    motie heeft geen juridische, maar een politieke betekenis. Daarom zijn
                    burgemeester en wethouders formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering
                    ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen van een motie door het
                    college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit kan
                    het college dan zijn consequentie trekken.</al><al>Voor wat betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt,
                    dat over een motie een apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over
                    een motie over een aanhangig onderwerp geldt, dat deze niet plaatsvindt in
                    afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het
                    onderwerp, waarop de motie betrekking heeft. Een besluit over een motie over een
                    niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt aan het einde van de vergadering
                    plaats. Dergelijke moties benaderen de in artikel 35 geregelde
                    initiatiefvoorstellen.</al><tussenkop>Artikel 33 </tussenkop><tussenkop>Voorstellen van orde</tussenkop><al>De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of er inderdaad sprake is van
                    een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder
                    beraadslaging, besloten door de raad. Indien het gaat om een niet geagendeerd
                    voorstel, dient de procedure van een initiatiefvoorstel gevolgd te worden
                    (artikel 35).</al><tussenkop>Artikel 34</tussenkop><tussenkop>Initiatiefvoorstellen</tussenkop><al>Het is de taak van burgemeester en wethouders aan de raad de nodige voorstellen
                    te doen. Maar raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een
                    ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing doen. Hiervoor is het recht van
                    initiatief toegekend. Een voorstel voor een ontwerp-verordening moet de raad in
                    behandeling nemen. Voor andere initiatiefvoorstellen is geen verplichte
                    behandeling voorgeschreven. Dit betekent dat de raad (aanvullende) voorwaarden
                    kan stellen aan het in behandeling nemen van een ander initiatiefvoorstel.</al><tussenkop>Artikel 34a </tussenkop><tussenkop>Collegevoorstel</tussenkop><al>Dit artikel bevestigt dat de raad de agenda van zijn vergadering zelf
                    bepaald.</al><tussenkop>Artikel 34b</tussenkop><tussenkop>Interpellatie</tussenkop><al>Dit artikel stelt nadere regels aan artikel 155 van de Gemeentewet. Het
                    interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht. Het
                    gaat om een recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een vergadering over
                    een niet-geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het college of de burgemeester
                    te vragen. Daarvoor is verlof van de raad voor nodig.</al><tussenkop>Artikel 35</tussenkop><tussenkop>Schriftelijke vragen</tussenkop><al>Het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht informatie te vragen
                    over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester
                    behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve
                    strekking.</al><al>In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller in de gelegenheid gesteld
                    nadere inlichtingen over het antwoord te vragen aan degene die het antwoord
                    heeft gegeven. Indien de vragensteller van mening is, dat de beantwoording van
                    de vragen tot een besluit van de raad moet leiden, kan hij het recht van
                    initiatief of het interpellatierecht benutten om het onderwerp of het voorstel
                    op de agenda van de raad te krijgen.</al><al>Het vragenrecht is in lid 8 uitgebreid tot ook de fractiemedewerkers. Indiening
                    gebeurt door tussenkomst van de fractievoorzitter die verder ook de “rechten”
                    kan uitoefenen die alleen aan raadsleden kunnen toekomen. </al><tussenkop>Artikel 35a</tussenkop><tussenkop>Vragenuur</tussenkop><al>Deze bepaling vormt een aanvulling op het nieuwe artikel 155, eerste lid, van de
                    Gemeentewet met betrekking tot het vragenrecht. Bij de aanvang van elke
                    raadsvergadering is er een vragenuur waarin leden van de raad vragen kunnen
                    stellen aan het college van burgemeester en wethouders over actuele zaken
                    betreffende het gevoerde bestuur, tenzij er bij de voorzitter vooraf geen vragen
                    zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het
                    vragenuur op een ander tijdstip wordt gehouden. Het vragenuur eindigt in elk
                    geval één uur na aanvang. Het is de bedoeling dat van dit vragenuur
                    daadwerkelijk gebruik gemaakt kan worden. Het vragenuur zal in beginsel als
                    eerste inhoudelijk agendapunt op de raadsagenda opgenomen worden. De volgorde
                    waarin aangemelde onderwerpen aan de orde komen, wordt in beginsel bepaald door
                    de volgorde waarin de vragen zijn ingediend. Vragen welke betrekking hebben op
                    hetzelfde onderwerp zullen geclusterd c.q. in samenhang worden behandeld.</al><tussenkop>Artikel 36 inlichtingen</tussenkop><tussenkop>vervallen</tussenkop><tussenkop>Hoofdstuk 5</tussenkop><tussenkop>Begroting en rekening</tussenkop><tussenkop>Artikel 37</tussenkop><tussenkop>Procedure begroting en</tussenkop><tussenkop>Artikel 38 </tussenkop><tussenkop>Procedure jaarrekening</tussenkop><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting. De desbetreffende procedure kan
                    jaarlijks of in zijn algemeenheid voor een langere periode worden bepaald.</al><tussenkop>Hoofdstuk 6</tussenkop><tussenkop>Lidmaatschap van andere organisaties</tussenkop><tussenkop>Artikel 39</tussenkop><tussenkop>Verslag; verantwoording</tussenkop><al>Leden van de raad (of in voorkomende gevallen de burgemeester, een wethouder of
                    de gemeentesecretaris), die lid zijn van een algemeen bestuur van een
                    gemeenschappelijke regeling, verrichten aldaar hun taak zowel als leden van dat
                    bestuur en als vertegenwoordiger van en in naam van de gemeente. Voor de wijze
                    waarop zij in het bestuur van de gemeenschappelijke regeling functioneren, zijn
                    zij verantwoording verschuldigd aan de raad, die hen heeft aangewezen. Ook de
                    gemeenschappelijke regeling dient over deze verantwoordingsplicht en over de
                    informatieverstrekking aan de raad bepalingen te bevatten.</al><al>In het eerste lid van dit artikel is een regeling getroffen voor mondelinge
                    verslaglegging (uiteraard kan ook een ander moment worden gekozen).</al><al>In het tweede lid wordt de mogelijkheid tot het stellen van schriftelijke vragen
                    aangegeven, overeenkomstig de regels, daarvoor gesteld in artikel 37.</al><al>Het derde lid bevat de procedure voor de ter verantwoording roeping, die
                    aansluit bij de regels voor inlichtingen.</al><al>Het is zinvol de bepalingen van dit artikel ook van toepassing te verklaren op
                    andere organisaties, waarin de raad een of meer van zijn leden heeft benoemd.
                    Hierbij valt te denken aan privaatrechtelijke rechtspersonen en vennootschappen,
                    zoals een (raad van commissarissen van) een NV. Hierin voorziet het vierde
                    lid.</al><tussenkop>Hoofdstuk 7</tussenkop><tussenkop>Besloten vergadering</tussenkop><tussenkop>Artikel 40 </tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Een besloten vergadering van de raad is een officiële vergadering, waarbij de
                    vergaderregels van het reglement van orde in acht genomen dienen te worden, voor
                    zover de bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de
                    vergadering. In artikel 23 van de Gemeentewet zijn procedurevoorschriften
                    opgenomen voor ‘het sluiten van de deuren’, de wijze waarop een vergadering een
                    besloten vergadering wordt.</al><tussenkop>Artikel 41 </tussenkop><tussenkop>Notulen</tussenkop><al>In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, derde lid, van de
                    Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikel 42</tussenkop><tussenkop>Geheimhouding</tussenkop><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 25 van de Gemeentewet nodig.</al><tussenkop>Artikel 43 </tussenkop><tussenkop>Opheffing geheimhouding</tussenkop><al>In de aangehaalde artikelen wordt aan de raad de mogelijkheid geboden de
                    geheimhouding van stukken op te heffen; stukken die niet per se aan hem behoeven
                    te zijn overgelegd. Het kan dus (zie bijvoorbeeld artikel 86, tweede lid, van de
                    Gemeentewet) gaan om de situatie dat de burgemeester geheimhouding heeft
                    opgelegd ten aanzien van stukken die hij aan de raadscommissie heeft overgelegd.
                    De raadscommissie kan dan aan de raad verzoeken de geheimhouding op te heffen
                    (indien de burgemeester daar niet toe bereid is). In het onderhavige artikel is
                    nu ter zake een overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan
                    het principe van hoor en wederhoor.</al><tussenkop>Hoofdstuk 8 </tussenkop><tussenkop>Toehoorders en pers</tussenkop><al>De artikelen 44, 44a en 45 behoeven geen toelichting.</al><tussenkop>Hoofdstuk 9</tussenkop><tussenkop>Slotbepalingen</tussenkop><al>De artikelen 46 en 47 behoeven geen toelichting.</al><tussenkop>griffier, voorzitter, </tussenkop></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>