<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR249066_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING OP DE UITGANGSPUNTEN VOOR HET FINANCIEEL BELEID, ALSMEDE DE REGELS VOOR HET FINANCIEEL BEHEER EN VOOR DE INRICHTING VAN DE FINANCIËLE ORGANISATIE VAN DE GEMEENTE ETTEN-LEUR 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Etten-Leur 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=212">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-03-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-04-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2008-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>FIN</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Financiën</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening treedt in de plaats van de ‘Financiële verordening gemeente Etten-Leur’ vastgesteld door de raad op 10 november 2003</al><al>Datum publicatie onbekend</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING OP DE UITGANGSPUNTEN VOOR HET FINANCIEEL BELEID, ALSMEDE DE REGELS
            VOOR HET FINANCIEEL BEHEER EN VOOR DE INRICHTING VAN DE FINANCIËLE ORGANISATIE VAN DE
            GEMEENTE ETTEN-LEUR 2008 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Etten-Leur;</al><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet,</al><al/><al>BESLUIT: </al><al/><al>Vast te stellen de volgende: VERORDENING OP DE UITGANGSPUNTEN VOOR HET
                        FINANCIEEL BELEID, ALSMEDE DE REGELS VOOR HET FINANCIEEL BEHEER EN VOOR DE
                        INRICHTING VAN DE FINANCIËLE ORGANISATIE VAN DE GEMEENTE ETTEN-LEUR 2008
                        (FINANCIËLE VERORDENING GEMEENTE ETTEN-LEUR 2008) .</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>1. Inleidende bepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al> In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de
                                    gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse
                                    verantwoordelijkheid aan het college;</al></li><li nr="b."><al>administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen,
                                    verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het
                                    besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van)
                                    de organisatie van de gemeente Etten-Leur en ten behoeve van de
                                    verantwoording die daarover moet worden afgelegd. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>2. Begroting en verantwoording</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt bij aanvang van een nieuwe raadsperiode een
                                programma-indeling voor de komende raadsperiode vast. </al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting wordt een overzicht gegeven van de productenraming
                                ingedeeld naar programma’s en bij het jaarverslag wordt een
                                overzicht gegeven van de productenrealisatie ingedeeld naar
                                programma’s.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van het investeringsplan in de begroting wordt
                                van de nieuwe investeringen per investering het benodigde
                                investeringskrediet weergegeven. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de
                                geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de
                                totale uitgaven weergegeven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten en
                                begrotingswijzigingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale
                                lasten en de totale baten per programma en het overzicht algemene
                                dekkingsmiddelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe
                                investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor
                                autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige
                                nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het
                                vaststellen van het investeringsplan geautoriseerd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de behandeling van de tussenrapportages doet het college
                                voorstellen voor wijziging van de geautoriseerde budgetten en
                                investeringskredieten en bijstelling van het beleid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de
                                begroting zijn opgenomen, legt het college voorafgaand aan het
                                aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel
                                voor het autoriseren van een investeringskrediet aan de raad voor.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad minimaal twee maal per jaar door
                                middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de
                                begroting van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tussenrapportage bevat een uiteenzetting over de uitvoering en de
                                bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijgestelde
                                raming van:</al><lijst><li nr="a."><al>de baten en lasten per programma; </al></li><li nr="b."><al>het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen; </al></li><li nr="c."><al>de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per
                                        programma; </al></li><li nr="d."><al>een realisatie en raming van de uitputting van de
                                        investeringskredieten. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de tussentijdse rapportage worden significante afwijkingen gemeld
                                ten opzichte van de oorspronkelijke ramingen van baten en lasten en
                                investeringskredieten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>3. Financieel beleid</label></kop><artikel><kop><label>Artikel 6. Waardering en afschrijving vaste activa</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald
                                actief en het saldo van agio en disagio worden lineair in 5 jaar
                                afgeschreven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste
                                van de exploitatie gebracht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor het afschrijven van de materiële vaste activa met economisch
                                nut worden de methodieken en (maximale) termijnen gehanteerd zoals
                                vermeld in de bijlage “afschrijvingsbeleid vaste activa met
                                economisch nut” die onderdeel uitmaakt van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig
                                maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van derden ten
                                laste van de exploitatie gebracht. Indien hiervan bij raadsbesluit
                                wordt afgeweken, wordt het actief lineair afgeschreven over de
                                verwachte levensduur van het actief of een kortere door de raad aan
                                te geven tijdsduur. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan nadere voorschriften vaststellen, binnen de
                                wettelijke kaders, voor de waardering en afschrijving van activa.
                                Deze voorschriften worden voor kennisneming aan de raad
                                aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6a.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt de raad tenminste eenmaal in de vier jaar een nota
                                reserves en voorzieningen ter behandeling en vaststelling aan. De
                                nota behandelt de beleidskaders voor:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding van voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>de toerekening en verwerking van rente over de reserves en
                                        de voorzieningen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Jaarlijks worden de reserves en de voorzieningen bij het opstellen
                                van de jaarrekening geactualiseerd aan de vastgestelde nota.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en
                                diensten wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de
                                kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die
                                indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door
                                de gemeente verleende diensten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan en
                                onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van
                                de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde
                                activa en voor rioolrechten, afvalstoffenheffing en hondenbelasting
                                de compensabele BTW. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De omslagrente voor de rentetoerekening aan de activa wordt bepaald
                                door het rentetotaal van de uitstaande leningen en de bij begroting
                                vastgestelde gecalculeerde rente over het eigen vermogen en de
                                voorzieningen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                                prijzen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van
                                de gemeentelijke tarieven voor belastingen, rechten en leges. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt jaarlijks een nota vast met de kaders voor de
                                prijzen voor de verhuur en verkoop van onroerende goederen en in het
                                bijzonder de prijzen voor de uitgifte van gronden en erfpachtcanons,
                                binnen de minimale uitgifteprijzen die door de raad zijn vastgesteld
                                bij de exploitatie-opzetten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college besluit over het vaststellen van nieuwe prijzen en het
                                wijzigen van prijzen voor overige dienstverlening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie
                                voor: </al><lijst><li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                        uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de
                                        door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te
                                        voeren; </al></li><li nr="b."><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                        financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en
                                        kredietrisico’s; </al></li><li nr="c."><al>het beperken van de kosten van leningen en het bereiken van
                                        een voldoende rendement op uitzettingen; </al></li><li nr="d."><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
                                        kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                        posities.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college neemt bij het uitvoeren van de financieringsfunctie de
                                volgende richtlijnen in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>Het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt
                                        uitsluitend bij financiële instellingen met minimaal een A
                                        rating afgegeven door tenminste één gezaghebbende rating
                                        agency, of bij instellingen voor wiens waardepapieren een
                                        solvabiliteitseis geldt van 0%;</al></li><li nr="b."><al>Overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet tegen
                                        vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij de
                                        hoofdsom tenminste aan het einde van de looptijd nog in tact
                                        is;</al></li><li nr="c."><al>Derivaten worden uitsluitend gebruikt voor het beperken van
                                        financiële risico’s;</al></li><li nr="d."><al>Voor het aantrekken van financieringen met een looptijd
                                        langer dan 1 jaar worden tenminste 2 prijsopgaven bij
                                        verschillende financiële instellingen opgevraagd en
                                        schriftelijk vastgelegd;</al></li><li nr="e."><al>Overeenkomsten voor het aangaan van leningen het uitzetten
                                        van geldmiddelen of het verlenen van garanties luiden in
                                        euro.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het
                                aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak
                                bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Het college
                                motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke
                                uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en
                                financiële participaties.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt voor het uitvoeren van de financieringsfunctie
                                nadere richtlijnen vast in overeenstemming met de geldende wet- en
                                regelgeving. Deze richtlijnen worden voor kennisneming aan de raad
                                aangeboden. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>3a. Paragrafen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9a.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de begroting en jaarrekening van de gemeente Etten-Leur worden
                                minimaal de verplichte paragrafen opgenomen. De verplichte
                                paragrafen zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>Lokale heffingen;</al></li><li nr="b."><al>Risico’s en weerstand;</al></li><li nr="c."><al>Financiering;</al></li><li nr="d."><al>Onderhoud kapitaalgoederen;</al></li><li nr="e."><al>Verbonden partijen;</al></li><li nr="f."><al>Grondbeleid;</al></li><li nr="g."><al>Bedrijfsvoering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze paragrafen wordt een toelichting gegeven en verantwoording
                                afgelegd over het gevoerde financiële beleid. Het college gaat
                                hierbij in op tenminste de verplichte onderdelen op grond van het
                                Besluit Begroting en Verantwoording voor provincies en gemeenten.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9b.</nr><titel>Uitgangspunten beleidsnota’s voor paragrafen.</titel></kop><al>In het geval dat voor de verplichte paragrafen specifieke beleidsnota’s
                            door het college en/of de gemeenteraad zijn vastgesteld worden de
                            uitgangspunten en afspraken overgenomen in de begroting. Bij de
                            jaarrekening zal hier mede verantwoording over worden afgelegd. Tevens
                            bereidt het college voorstellen tot aanpassing van de beleidsnota’s
                            voor, indien op grond van gewijzigde omstandigheden of anderszins daar
                            aanleiding toe is. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>4. Financieel beheer en interne controle</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij dienstbaar is
                            voor: </al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                    gemeente als geheel en in de afdelingen; </al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
                                    voorraden, vorderingen, schulden en contracten;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende
                                    budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
                                    kostencalculaties; </al></li><li nr="d."><al>het (mogelijk) verschaffen van informatie over indicatoren met
                                    betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en
                                    diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke
                                    beleid; </al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                    relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante
                                    wet- en regelgeving; </al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van
                                    de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                    begroting en relevante wet- en regelgeving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><al>Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening
                            en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties voor de
                            jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de
                            informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen.
                            Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Misbruik en oneigenlijk gebruik</titel></kop><al>Het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van
                            misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
                            eigendommen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>5. Financiële organisatie</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college zorgt voor en legt vast: </al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    afdelingen; </al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd; </al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten; </al></li><li nr="d."><al>de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties
                                    en de bijbehorende informatievoorziening van de
                                    financieringsfunctie; </al></li><li nr="e."><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de
                                    lasten en baten aan de producten van de productraming en de
                                    productrealisatie. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13a.</nr><titel>Inkoop en aanbesteding</titel></kop><al>Het college zorgt voor en legt vast de interne regels voor de inkoop en
                            de aanbesteding van goederen, werken en diensten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13b.</nr><titel>Subsidieverstrekking en steunverlening</titel></kop><al>Het college zorgt voor en legt vast de interne regels voor
                            steunverlening en de toekenning van subsidies aan instellingen en
                            ondernemingen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>6. Slotbepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2008. De stukken
                                voor het begrotingsjaar 2008 en latere begrotingsjaren voldoen aan
                                de bepalingen van deze verordening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in de plaats van de ‘Financiële verordening
                                gemeente Etten-Leur’ vastgesteld door de raad op 10 november 2003,
                                welke op de in het eerste lid genoemde datum wordt ingetrokken.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De jaarstukken van het begrotingsjaar 2007 voldoen nog aan de
                                bepalingen in de verordening genoemd in het tweede lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14a.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Investeringen in maatschappelijk nut die zijn geactiveerd voor de
                                inwerkingtreding van deze verordening worden afgeschreven volgens de
                                destijds vastgestelde afschrijvingstermijnen en methodiek, voor
                                zover de raad niet heeft aangegeven dat deze investeringen vervroegd
                                moeten worden afgeschreven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt in de gemeentelijke stukken aangehaald onder de
                            naam ‘Financiële verordening gemeente Etten-Leur 2008’. </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 31 maart 2008. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening> de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Drs. W.C.M. Voeten Drs. J.A.M. van Agt</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage bij het derde lid, artikel 6 “afschrijvingsbeleid vaste activa
                        met economisch nut”.</titel></kop><al>Activa met economisch nut en een verkrijgingprijs van minder dan € 10.000 worden
                    niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatst genoemden
                    worden altijd geactiveerd. </al><al> De materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in
                    maximaal: </al><lijst><li nr="a."><al>40 jaar: nieuwbouw woonruimten en schoolgebouwen;</al></li><li nr="b."><al>40 jaar: kantoren en bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="c."><al>40 jaar: rioleringen; </al></li><li nr="d."><al>25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten, kantoren,
                            bedrijfsgebouwen en schoolgebouwen;</al></li><li nr="e."><al>20 jaar: motorvaartuigen; </al></li><li nr="f."><al>15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; </al></li><li nr="g."><al>10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen;
                            telefooninstallaties; kantoormeubilair; schoolmeubilair; aanleg
                            tijdelijke terreinwerken; nieuwbouw tijdelijke woonruimten en
                            bedrijfsgebouwen; </al></li><li nr="h."><al>8 jaar: zware transportmiddelen; aanhangwagens; schuiten;
                            personenauto’s; lichte motorvoertuigen;</al></li><li nr="i."><al>5 jaar; automatiseringsapparatuur; </al></li><li nr="j."><al>niet: gronden en terreinen. </al></li></lijst></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet</titel></kop><tussenkop>Artikel 1. Definities</tussenkop><al>Voor de gehanteerde begrippen in de verordening gelden de definities uit de
                    Gemeentewet, de Wet Fido, het Besluit begroting en verantwoording Provincies en
                    Gemeenten (BBV) en het Besluit accountantscontrole Provincies en Gemeenten.
                    Overige begrippen uit de verordening zijn in artikel 1 van de verordening
                    gedefinieerd.</al><tussenkop>Artikel 2. Programma-indeling</tussenkop><al>Dit artikel bevat bepalingen over de inrichting van de begroting en de
                    jaarstukken. De indeling van de programma’s worden bij aanvang van iedere
                    raadsperiode door de raad vastgesteld. Het BBV bepaalt in aanvulling hierop dat
                    het college de producten aan de programma’s toewijst. Op grond van artikel 189
                    Gemeentewet berust het budgetrecht bij de raad. De raad neemt uiteindelijk de
                    beslissing welke bedragen hij voor taken en activiteiten op de begroting
                    beschikbaar stelt. Gedurende het begrotingsjaar kan de raad op grond van artikel
                    192 Gemeentewet besluiten nemen tot wijziging van de begroting. De gemeente kan
                    slechts uitgaven doen voor de bedragen die hiervoor op de begroting zijn
                    gebracht (vierde lid artikel 189 Gemeentewet). </al><tussenkop>Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken</tussenkop><al>In dit artikel zijn in aanvulling op het BBV bepalingen opgenomen voor de
                    inrichting van de begroting. Zo wordt in het eerste lid van de korte versie het
                    college opgedragen de productenraming bij de begroting te voegen. En zo wordt
                    ook bepaald de productrealisatie bij het jaarverslag te voegen. Dit zijn geen
                    standaard verplichtingen in het BBV. Wel moet men opletten dat men de
                    productrealisatie inderdaad bij het jaarverslag voegt en niet bij de
                    jaarrekening. Anders gaat deze onderdeel uitmaken van de accountantscontrole,
                    hetgeen niet de bedoeling van de wet is.</al><tussenkop>Artikel 4. Autorisatie begroting en investeringskredieten en
                    begrotingswijzigingen</tussenkop><al>Artikel 4 bevat nadere regels voor de autorisatie van de begroting en
                    investeringskredieten. Autorisatie van de baten en lasten vindt plaats op
                    programmaniveau (lid 1). Voor begrotingswijzigingen doet het college gedurende
                    het jaar voorstellen aan de raad (lid 3).</al><tussenkop>Artikel 5. Tussentijdse rapportage</tussenkop><al>Een belangrijk onderdeel van de planning en controlcyclus voor de raad zijn de
                    tussenrapportages. Op basis van tussenrapportages wordt de raad geïnformeerd
                    over de uitputting van budgetten en investeringskredieten en de voortgang van de
                    uitvoering van het beleid. Dit gebeurt aan de hand van minimaal twee
                    tussenrapportages. </al><al>In de tussentijdse rapportages worden significante afwijkingen gemeld.
                    Significante afwijkingen hoeven niet per definitie belangrijke financiële
                    afwijkingen te betreffen, maar kunnen bijvoorbeeld ook politiek zijn bepaald.
                    Als vuistregel voor significante afwijkingen wordt gehanteerd een overschrijding
                    van de lasten, of een onderschrijding van de baten van &gt; 10% én &gt; 25.000
                    EURO, waarbij afwijkingen &gt; 100.000 EURO altijd worden gemeld. De afwijking
                    wordt gemeten op het niveau van product dat onderdeel uitmaakt van het
                    programma.</al><tussenkop>Artikel 6. Waardering &amp; afschrijving vaste activa</tussenkop><al>In het tweede lid van artikel 212 Gemeentewet is onder letter a de
                    uitdrukkelijke bepaling opgenomen dat de financiële verordening in elk geval de
                    regels voor waardering en afschrijving van activa bevat. Hieraan is in artikel 6
                    invulling gegeven. De methoden en afschrijvingstermijnen zijn direct in de
                    verordening opgenomen. Voor de materiële vaste activa (met economisch nut) zijn
                    daarbij de maximale afschrijvingstermijnen als kader opgenomen in de bijlage.
                    Hiervan kan naar beneden worden afgeweken. Reden hiervoor is dat de economische
                    levensduur van bijvoorbeeld nieuwe riolering langer is dan die van oude
                    riolering. Door het opnemen van de maximale afschrijvingstermijn kan voor oude
                    riolering een korte afschrijvingstermijn worden toegepast zonder hiervoor in de
                    verordening een aparte bepaling op te nemen.</al><al>Het college kan nadere voorschriften vaststellen voor de waardering en
                    afschrijving van vaste activa. Uiteraard binnen de wettelijke kaders. Het
                    college biedt deze nadere voorschriften voor kennisgeving aan de raad aan.</al><tussenkop>Artikel 6a Reserves en voorzieningen</tussenkop><al>De raad stelt tenminste eenmaal in de vier jaar een nota reserves en
                    voorzieningen vast. Deze nota bevat de beleidskaders. Jaarlijks worden de
                    reserves en voorzieningen bij het opstellen van de jaarrekening geactualiseerd
                    op basis van het beleidskader.</al><tussenkop>Artikel 7. Kostprijsberekening</tussenkop><al>Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, letter b dat de verordening
                    in ieder geval bevat de grondslagen voor de berekening van de door het
                    gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en tarieven voor rechten. De
                    grondslag voor de prijzen en tarieven vormt de samenstelling van de kostprijs
                    van de diensten waarvoor prijzen en heffingen in rekening worden gebracht. In
                    artikel 7 van de verordening staan de kaders voor de bepaling van de</al><al>kostprijzen van de gemeentelijke diensten. Lid 1 van het artikel bepaalt dat de
                    kostprijs bestaat</al><al>uit de directe kosten en de indirecte kosten die direct met de dienst
                    samenhangen.</al><al>Het tweede lid bepaalt dat onder de indirecte kosten ook worden verstaan
                    bijdragen aan voorzieningen en de compensabele BTW. Hiermee wordt invulling
                    gegeven aan de mogelijkheid die artikel 229b Gemeentewet biedt. De kaders in het
                    artikel vormen de basis waarbinnen</al><al>het college haar systematiek van kostentoerekening kan vormgeven en de
                    kostenverdeelsleutels voor de toerekening van indirecte kosten kan
                    vaststellen.</al><tussenkop>Artikel 8. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                    prijzen</tussenkop><al>Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten en leges is een
                    bevoegdheid van de raad, die niet kan worden gedelegeerd (artikel 156
                    Gemeentewet).</al><al>Het eerste lid van het artikel bepaalt dat de raad de tarieven voor de
                    belastingen, rechten en leges jaarlijks vaststelt. </al><al>De raad stelt de minimale uitgifteprijzen van gronden vast bij de
                    exploitatie-opzetten. Het college stelt binnen deze kaders een nota vast met
                    daarin de kaders voor de prijzen voor de verhuur en verkoop van onroerende
                    goederen.</al><al>Het vaststellen van de prijs voor een gemeentelijke dienst of de levering van
                    goederen of werken (welke niet vallen onder artikel 229 Gemeentewet) is een
                    privaatrechtelijke besluit. Dergelijke besluiten zijn een bevoegdheid van het
                    college (eerste lid, letter e artikel 160 Gemeentewet).</al><al>Daar waar bij het vaststellen van de prijs voor een gemeentelijke dienst of de
                    levering van goederen of werken een publiek belang in het geding is en prijzen
                    lager dan marktconform worden vastgesteld, is het aan de raad om het publiek
                    belang te definiëren en het college kaders mee te geven voor het afwijken van
                    marktconforme prijzen. </al><tussenkop>Artikel 9. Financieringsfunctie</tussenkop><al>De financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het
                    middelenbeheer. Gezien de</al><al>kwetsbaarheid van deze functie bevat artikel 212 Gemeentewet de expliciete
                    bepaling dat de financiële verordening hierover regels voor het beleid en de
                    organisatie bevat. In artikel 9 van de verordening wordt invulling aan deze
                    wettelijke plicht gegeven. Het eerste lid bevat richtlijnen voor de uitvoering
                    van de financieringsfunctie. In het tweede lid staan de kaders voor het
                    financieel beleid opgesomd, die bij de uitvoering in acht moeten worden genomen.
                    In het vierde lid wordt het college de bevoegdheid gegeven om nadere richtlijnen
                    uit te vaardigen. Deze aanvullende richtlijnen worden ter informatie aan de raad
                    aangeboden.</al><tussenkop>Artikel 9a. Paragrafen</tussenkop><al>De begroting en de jaarrekening van de gemeente bevat minimaal de verplichte
                    paragrafen op grond van het BBV. In deze paragrafen, genoemd in het artikel 9a,
                    wordt door het college toelichting gegeven en verantwoording afgelegd over het
                    gevoerde financiële beleid. Het college is verantwoordelijk voor de
                    bedrijfsvoering en op deze wijze ontstaat een transparante methodiek van
                    verantwoording afleggen.</al><tussenkop>Artikel 9b Uitgangspunten beleidsnota’s voor paragrafen.</tussenkop><al>In de paragrafen wordt minimaal aandacht besteed aan de verplichte onderdelen op
                    grond van het BBV. Daarnaast kunnen door de raad en het college kaderstellende
                    besluiten genomen zijn, zoals specifieke beleidsnota’s. Bij het opstellen van de
                    begroting zullen de hierin gemaakte afspraken en uitgangspunten worden
                    overgenomen in de paragrafen voorzover deze kaderstellend zijn. Bij de
                    jaarrekening zal vervolgens op een transparante wijze verantwoording worden
                    afgelegd over de naleving van de afspraken en uitgangspunten. </al><tussenkop>Artikel 10. Administratie</tussenkop><al>Onder artikel 10 zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de
                    gemeentelijke administratie. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens
                    systematisch moeten worden vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens moeten
                    voldoen.</al><tussenkop>Artikel 11. Interne controle</tussenkop><al>De accountant toetst jaarlijks van de gemeenterekening of deze een getrouw beeld
                    geeft van</al><al>de gemeentelijke financiën en of de (financiële) beheershandelingen die eraan
                    ten grondslag liggen rechtmatig zijn verlopen. Artikel 11 draagt het college op
                    maatregelen te treffen opdat gedurende het jaar of vooraf aan de
                    accountantscontrole de gemeente zelf nagaat of de cijfers in de administraties
                    een getrouw beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de baten
                    en lasten en de balansmutaties ten grondslag liggen rechtmatig (zijn)
                    verlopen.</al><tussenkop>Artikel 12. Misbruik en oneigenlijk gebruik</tussenkop><al>Artikel 12 bepaalt dat in gemeentelijke regelingen en werkprocedures voldoende
                    maatregelen worden getroffen om misbruik en oneigenlijk gebruik van
                    gemeentelijke regelingen en eigendommen te beperken. Het vastleggen van deze
                    voorschriften vindt zoveel mogelijk plaats in de daarvoor bestemde documenten,
                    zoals verordeningen. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld het treffen van voldoende
                    verificatiemaatregelen vooraf van de antecedenten van een aanvrager van een
                    gemeentelijke subsidie, zodat subsidies wel daadwerkelijk worden verstrekt aan
                    rechthebbenden. Het treffen van afdoende beleid op het gebied van misbruik en
                    oneigenlijk gebruik maakt deel uit van het rechtmatigheidoordeel van de
                    accountant. Overigens is het natuurlijk zo dat de afweging om hiervoor in meer
                    of mindere mate regels voor te stellen een politiek besluit is dat bij de
                    gemeenteraad en het college thuishoort.</al><tussenkop>Artikel 13. Financiële organisatie</tussenkop><al>Artikel 13 geeft de uitgangspunten voor de financiële organisatie. Volgens het
                    eerste lid letter a van artikel 160 Gemeentewet is het college bevoegd regels
                    vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de gemeente. Het college
                    wordt onder letter a, b, c en d van het artikel uit de verordening opgedragen
                    bepaalde van deze regels die de financiële organisatie</al><al>betreffen, vast te leggen in besluiten. De regels bedoeld onder de letters a en
                    b kan het college gezamenlijk vastleggen in een organisatiebesluit. Hierin
                    kunnen ook de regels voor de inrichting</al><al>van de organisatie van de financieringsfunctie worden opgenomen, zoals wordt
                    bedoeld onder</al><al>letter d. </al><tussenkop>Artikel 13a. Inkoop en aanbesteding</tussenkop><al>Artikel 13a draagt het college op een inkoopreglement op te stellen. Bij een
                    inkoopreglement kan men denken aan bijvoorbeeld het uitvaardigen van de regel
                    dat de afdelingen hun buro-artikelen moeten inkopen bij de leverancier bij wie
                    de gemeente een raamcontract heeft afgesloten. De regels in een dergelijk
                    inkoopreglement moeten natuurlijk wel Europa-proof zijn. Europese
                    aanbestedingsregels maar ook nationale aanbestedingsregels moeten worden
                    nageleefd en vormen het kader waarbinnen een dergelijk inkoopreglement moet
                    worden</al><al>opgesteld.</al><tussenkop>Artikel 13b. Subsidieverstrekking en steunverlening</tussenkop><al>Voor de steunverlening en subsidieverstrekking aan ondernemingen en instellingen
                    zijn de Europese staatssteunregels (artikel 87, 88 en 89 EG-verdrag), de
                    Europese regels voor diensten van algemeen economisch belang (artikel 86
                    EG-verdrag), de regels uit de Algemene Wet Bestuursrecht en de eigen
                    subsidieverordening van de gemeente van toepassing. Het artikel stelt dat het
                    college beheersmaatregelen neemt, die er voor zorgen dat deze regelgeving wordt
                    nageleefd.</al><tussenkop>Artikel 14. Inwerkingtreding</tussenkop><al>De verordening treedt in de plaats van de vorige op grond van artikel 212
                    Gemeentewet ingestelde verordening. Het artikel bepaalt dat de verordening van
                    toepassing is op alle stukken van het genoemde begrotingsjaar en latere jaren.
                    De jaarstukken van het vorig begrotingsjaar moeten nog voldoen aan de bepalingen
                    uit de oude verordening.</al><tussenkop>Artikel 14a. Overgangsbepalingen</tussenkop><al>De verordening bevat de overgangsbepaling dat voor bepaalde activa de tot dan
                    toe gehanteerde afschrijvingstermijnen blijven gelden. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>