<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR248891_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Heffing en invordering van reclamebelasting 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boxtel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boxtel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Heffing en invordering van reclamebelasting 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-06-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Heffing en invordering van reclamebelasting 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Verordening op de Heffing en invordering van reclamebelasting
                            2013</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Deze verordening verstaat onder:</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="a."><al>Reclameobject: een openbare aankondiging in letters, symbolen of
                                    kleuren, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare
                                    weg:</al></li><li nr="b."><al>Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen,
                                    metaal of ander materiaal, welke op de plaats van bestemming
                                    hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij
                                    directe of indirecte steun vind in of op de grond:</al></li><li nr="c."><al>Onroerende zaak: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III
                                    van de Wet waardering onroerende zaken:</al></li><li nr="d."><al>Jaar: een kalenderjaar.</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ‘reclamebelasting’ word, binnen het gebied zoals
                            aangegeven in de bij deze verondening behorende bijlage 1, een directe
                            belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen die zichtbaar
                            zijn vanaf de openbare weg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de onroerende
                            zaak, waarop en waarbij één of meer reclameobjecten worden
                            aangetroffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De reclamebelasting wordt geheven per onroerende zaak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is een vast bedrag vermeerderd met een bedrag
                                dat afhankelijk is van de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                                waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde
                                waarde voor het kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is
                                vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering
                                onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak
                                bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of
                                krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet
                                waardering onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het vaste bedrag van de reclamebelasting bedraagt € 200,00</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het in het vorige lid genoemde bedrag wordt vermeerder met een
                                bedrag van € 1,53 per € 1.000,00 aan WOZ-waarde, voor het meerdere
                                waarmee de WOZ waarde een bedrag van € 131.000,00 te boven
                                gaat.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De belasting bedraagt maximaal € 750,00.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar
                                beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminder
                                indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingsbedrag
                                voor de reclamebelasting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al>Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingschuld ontstaat bij het begin van het
                                belastingtijdvak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak
                                aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de
                                belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde
                                gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er
                                in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht,
                                nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
                                eindigt, wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige
                                verminderd met zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                                verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip
                                van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De reclamebelasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare
                            aankondigingen:</al><lijst><li nr="a."><al>Die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang
                                    wordt gediend, kunnen worden aangemerkt:</al></li><li nr="b."><al>Die door de gemeente of in opdracht van de gemeente zijn
                                    geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare
                                    aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak:</al></li><li nr="c."><al>Aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften
                                    rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in
                                    uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden: </al></li><li nr="d."><al>Die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideeën
                                    belang dienen;</al></li><li nr="e."><al>Bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien
                                    deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te
                                    verkopen of te verhuren zaak;</al></li><li nr="f."><al>Aangebracht op scholen, zorginstellingen, ziekenhuizen, kerken
                                    en moskeeën, en die betrekking hebben op de functie van het
                                    gebouw.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald:</al><lijst><li nr="a."><al>In geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
                                        verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één
                                        aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 5.000,00 ,
                                        uiterlijk één maand na de dagtekening van het
                                        aanslagbiljet;</al></li><li nr="b."><al>In het geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
                                        verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één
                                        aanslag bevat het bedrag daarvan, niet meer is dan €
                                        5.000,00, in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste
                                        vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en
                                        de tweede twee maanden later.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, voor zover de
                                aanslagen worden opgelegd in het kalenderjaar waarop zij betrekking
                                hebben, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet
                                verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat
                                het bedrag daarvan, niet meer is dan € 5.000,00, en zolang de
                                verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso
                                kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald
                                in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van
                                het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, voor zover de
                                aanslagen niet worden opgelegd in het kalenderjaar waarop zij
                                betrekking hebben, in geval het totaalbedrag van de op één
                                aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één
                                aanslag bevat het bedrag daarvan, niet meer is dan € 5.000,00, en
                                zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatisch
                                betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten
                                worden betaald in drie gelijke termijnen, de eerste termijn vervalt
                                één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de
                                volgende termijnen telken een maand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de reclamebelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2013.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘’Verordening
                                reclamebelasting 2013’’</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>