<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR24832_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Handhaving Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Peelrandwijzer 03-03-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Handhaving Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand art. 8a, Wet investeren in jongeren art. 12, eerste lid, sub c</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-02-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-03-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-04-25</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Handhaving Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Sint Anthonis;</al><al/><al>overwegende dat het noodzakelijk is bij verordening regels te stellen met
                        betrekking tot het bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik van de Wet
                        werk en bijstand en de Wet investeren in jongeren; </al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 december
                        2009;</al><al/><al>gelet op de artikelen 8a van de Wet werk en bijstand en artikel 12, eerste
                        lid, sub c van de Wet investeren in jongeren;</al><al/><al>BESLUIT:</al><al/><al>vast te stellen de <vet>Verordening Handhaving Wet werk en bijstand en Wet
                            investeren in jongeren 2010.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="6*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="87*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Alle begrippen die in deze verordening worden
                                                gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben
                                                dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand
                                                (WWB), de Wet investeren in jongeren (WIJ), de Wet
                                                structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
                                                (Suwi) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>de wet: de Wet werk en bijstand en de Wet investeren
                                                in jongeren;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>het College: het College van burgemeester en
                                                wethouders;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>belanghebbende: de persoon die bijstand ingevolge de
                                                WWB heeft aangevraagd danwel ontvangt of heeft
                                                ontvangen danwel een werkleeraanbod en/of
                                                inkomensvoorziening ingevolge de WIJ heeft
                                                aangevraagd danwel ontvangt of heeft ontvangen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>bestandsvergelijking: het vergelijken van bestanden
                                                van publiekrechtelijke organisaties;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e.</al></entry><entry colname="col3"><al>samenloopsignalen: een signaal van het
                                                Inlichtingenbureau wanneer een belanghebbende over
                                                meerdere inkomensbronnen beschikt.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Voorlichting en controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorlichting</titel></kop><al/><al>Het College draagt zorg voor een goede voorlichting aan de
                            belanghebbende. Tijdens aanvragen en heronderzoeken wordt belanghebbende
                            geïnformeerd over de rechten en plichten die aan het ontvangen van
                            bijstand en een inkomensvoorziening verbonden zijn, en over de
                            consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Controle bij de aanvraag, tijdens en na beëindiging van de
                                bijstand of inkomensvoorziening</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Bij de beoordeling van iedere aanvraag draagt het College zorg
                                    voor de uitvoering van een eenduidige wijze van controle en een
                                    eenduidige handelswijze bij inconsistenties in de aanvraag.</al></li><li nr="2."><al>Het College voert onderzoeken uit om de rechtmatigheid van de
                                    uitkering /inkomensvoorziening te controleren, alsmede
                                    onderzoeken naar de reden van beëindiging van de
                                    uitkering/inkomensvoorziening, binnen de door het College nader
                                    te bepalen termijnen en neemt op basis daarvan besluiten met
                                    betrekking tot de rechtmatigheid van de uitkering en de
                                    wederzijds tussen het College en de belanghebbende resterende
                                    verplichtingen en de afhandeling daarvan.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Controlemiddelen</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>In het onderzoeksplan beschrijft het College de wijze van
                                    controle.</al></li><li nr="2."><al>Het College maakt ter controle voorts gebruik van
                                    bestandsvergelijkingen met actuele gegevens en van de
                                    samenloopsignalen die daaruit voortkomen.</al></li><li nr="3."><al>Het College onderzoekt overige signalen en tips die relevant
                                    zijn voor het recht op bijstand/inkomensvoorziening.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Gevolgen van fraude</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verlaging van bijstand of inkomensvoorziening</titel></kop><al>Het College verlaagt de bijstand of de inkomensvoorziening met
                            toepassing van de Afstemmingsverordening WWB dan wel de
                            Afstemmingsverordening WIJ indien de belanghebbende niet of niet tijdig
                            de informatie verstrekt die van belang is voor zijn recht op bijstand of
                            inkomensvoorziening of zijn arbeidsinschakeling of scholingstraject, of
                            indien de informatie onvolledig of onjuist is.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aangifte bij Openbaar Ministerie</titel></kop><al>Het College doet aangifte bij het Openbaar Ministerie (OM) in die zaken,
                            waarin gelet op de richtlijnen van het OM strafrechtelijk optreden
                            aangewezen is.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Nadere regels terugvorderen en verhalen van kosten van bijstand
                                en inkomensvoorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het College stelt nadere beleidsregels op voor het terugvorderen
                                    en het verhalen van kosten van bijstand als bedoeld in artikel
                                    58 tot en met 62i van de WWB en artikel 54 tot en met 57 van de
                                    WIJ.</al></li><li nr="2."><al>In de beleidsregels, bedoeld in het eerste lid, worden tenminste
                                    regels gesteld op grond waarvan geheel of gedeeltelijk van
                                    verdere terugvordering en verhaal kan worden af gezien. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het
                                    College. </al></li><li nr="2."><al>Het College kan in bijzondere gevallen afwijken van de
                                    bepalingen in deze verordening, als toepassing daarvan tot
                                    onbillijkheden van overwegende aard leidt. </al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al/><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na de
                            datum van bekendmaking. </al><al/><al>De verordening Handhaving Wet werk en bijstand, zoals vastgesteld bij
                            besluit van </al><al>27 september 2004, wordt ingetrokken. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: </al><al>Verordening Handhaving Wet werk en bijstand en Wet investeren in
                            jongeren 2010.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente Sint
                        Anthonis van 8 februari 2010.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>mr. A.P.J.L. Keijzers</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mevr. J.M.P.J. van Gorp-van de Ven</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al><vet>De Wet investeren in jongeren (WIJ)</vet></al><al>Op 1 oktober 2009 is de Wet investeren in jongeren (WIJ) in werking getreden.
                    Doelstelling van deze wet is de duurzame arbeidsparticipatie in regulier werk
                    van jongeren tot 27 jaar. Om dit te bereiken is in de wet een recht op een
                    zogenaamd werkleeraanbod vastgelegd. Het werkleerrecht berust op het
                    uitgangspunt dat jongeren die goed geschoold zijn en over voldoende
                    kwalificaties beschikken gemakkelijker aan het werk zullen komen en daardoor
                    zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen voorzien.</al><al>De WIJ verplicht gemeenten om te investeren in de arbeidsinschakeling van alle
                    jongeren, ook bij een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Daartoe moeten
                    gemeenten jongeren in beginsel een werkleeraanbod doen. Het werkleeraanbod is
                    bestemd voor jongeren in de leeftijd van 16 tot 27 jaar en kan allerlei vormen
                    hebben, variërend van een ‘echte’ baan, tot vakgerichte scholing of een
                    combinatie van beide. Een werkleeraanbod kan ook bestaan uit voorzieningen die
                    nodig worden geacht op weg naar arbeidsinschakeling, zoals een
                    sollicitatietraining of een cursus gericht op de ontwikkeling van
                    werknemersvaardigheden. Afgeleide van het werkleeraanbod is een
                    inkomensvoorziening voor jongeren vanaf 18 jaar als de jongere onvoldoende
                    inkomsten heeft. Deze inkomensvoorziening is alleen beschikbaar als het
                    werkleeraanbod wegens in de persoon van de jongere gelegen of niet verwijtbare
                    omstandigheden zijnerzijds geen optie is, dit aanbod onvoldoende inkomsten
                    genereert of er nog geen werkleeraanbod kan worden gedaan. De samenhang tussen
                    het werkleeraanbod enerzijds en de inkomensvoorziening anderzijds is een
                    bepalend element in de WIJ.</al><al/><al><vet>Handhavingsverordening</vet></al><al>In de handhavingsverordening worden regels gesteld over de wijze waarop misbruik
                    en oneigenlijk gebruik van de bijstand, het werkleeraanbod en de
                    inkomensvoorziening worden tegengegaan. Het handhavingsbeleid voor enerzijds
                    jongeren en anderzijds bijstandsgerechtigden loopt niet of nauwelijks uiteen.
                    Het handhavingsinstrumentarium in het kader van de WWB is daardoor evenzeer
                    toepasbaar in de WIJ. Ook het principiële bezwaar dat in een verordening niet
                    meerdere wetten worden uitgewerkt weegt in deze minder zwaar, nu aan de
                    handhavingsverordening geen individuele rechten zijn te ontlenen. Temeer omdat
                    een handhavingsverordening beperkt van omvang is, is vanuit het ministerie
                    aanbevolen om de bestaande handhavingsverordening WWB om te bouwen tot een
                    gecombineerde verordening. Met deze verordening wordt mede invulling gegeven aan
                    de in artikel 12 van de WIJ gegeven opdracht om regels te stellen met betrekking
                    tot het bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik van de WIJ. Het behoort
                    tot de gemeentelijke beleidsvrijheid om daarin eigen beleidskeuzes te maken. Het
                    gemeentelijke beleid over misbruik en oneigenlijke gebruik in het kader van de
                    WWB was in de verordening Handhaving Wet werk en bijstand vastgelegd. Dit
                    beleidskader is ook toepasbaar op de uitvoering van de WIJ. Om deze reden en
                    gelet op de verwantschap kan het handhavingsbeleid voor de WIJ worden opgenomen
                    in de bestaande handhavingsverordening. Deze krijgt daardoor een andere naam en
                    zal voortaan verordening Handhaving Wet werk en bijstand en Wet investeren in
                    jongeren heten. </al><al/><al><vet>Aanbevelingen over ombouw handhavingsverordening Wet werk en bijstand</vet></al><al>Zoals gesteld, is in artikel 12, eerste lid, onderdeel c, van de WIJ vastgelegd
                    dat de gemeenteraad bij verordening regels moet stellen over het bestrijden van
                    misbruik en oneigenlijk gebruik van de WIJ. De reikwijdte van de
                    verordeningsplicht lijkt beperkter te zijn dan die onder de WWB.In artikel 8a
                    WWB is immers bepaald dat de gemeenteraad regels dient te stellen voor de
                    bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand alsmede van misbruik en
                    oneigenlijk gebruik van de wet. Artikel 12, eerste lid, onderdeel c, van de WIJ
                    bevat niet de cursief gedrukte bewoordingen. Uit de beperkte wetshistorie kan
                    worden afgeleid dat bedoeld is de gemeenteraad op te dragen om regels te stellen
                    over het te voeren beleid op het gebied van fraudebestrijding. Vermoedelijk is
                    de zinsnede ‘voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand’
                    geschrapt, omdat deze bewoordingen vaak (ten onrechte) zijn opgevat als opdracht
                    om het terugvorderingsbeleid in een verordening vast te leggen. Dat is echter
                    een taak van het College, getuige de beschikbare jurisprudentie (zie o.a. CRvB
                    30 januari 2007, LJN: AZ8022). Beoogd is hetzelfde te regelen als in artikel 8a
                    WWB, nl. het vastleggen van regels over fraudebestrijding. Juist om deze reden
                    is er gelijktijdig voor gekozen om ook voor de WWB de verordening te
                    actualiseren. De artikelen over terugvordering en verhaal (5 tot en met 8 uit de
                    verordening Handhaving Wet werk en bijstand) komen, gelet op het bovenstaande,
                    daarom niet terug in deze verordening.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In het eerste lid is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de gebruikte
                        begrippen in de WWB, de WIJ, de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
                        inkomen en de Algemene wet bestuursrecht. Het tweede lid behoeft geen nadere
                        toelichting.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Voorlichting en controle</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorlichting</titel></kop><al>Dit artikel gaat over fraudepreventie. Het bestrijden van fraude verlegt
                        zich meer en meer naar het moment waarop de potentiële klant een beroep doet
                        op bijstand of een inkomensvoorziening. Een goede controle op de aanvraag
                        voorkomt dat de klanten ten onrechte in de WWB/Wet WIJ komen. De controle
                        wordt voorafgegaan door de voorlichting en heldere communicatie over het
                        fraudebeleid. </al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Controle bij de aanvraag, tijdens en na beëindiging van de bijstand
                            of inkomensvoorziening</titel></kop><al>Dit gaat over de controle bij de aanvraag om uitkering of een
                        inkomensvoorziening, maar ook hoe tijdens en na beëindiging van de
                        bijstandsuitkering of de inkomensvoorziening controle plaatsvindt. </al><al>Controle vindt plaats door middel van het verrichten van periodieke
                        onderzoeken naar de rechtmatigheid van de verlening van uitkering/inkomens-
                        voorziening, beëindigingonderzoeken </al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Controlemiddelen</titel></kop><al>Dit artikel omschrijft de wijze waarop fraude wordt bestreden tijdens de
                        periode van uitkering of inkomensvoorziening. Middelen die onder andere
                        hiervoor worden ingezet zijn de bestandskoppelingen met het
                        Inlichtingenbureau, maar ook het inschakelen van de sociale recherche.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Gevolgen van fraude</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verlaging van bijstand of inkomensvoorziening</titel></kop><al>De gemeenteraad heeft, op grond van artikel 8 van de WWB en artikel 12 van
                        de WIJ, de verordening Afstemming Wet werk en bijstand 2009 en de
                        verordening Maatregelen Wet investeren in jongeren vastgesteld, waarin het
                        beleid met betrekking tot het verlagen van de bijstand dan wel de
                        inkomensvoorziening is beschreven. Indien de belanghebbende niet voldoet aan
                        zijn inlichtingenverplichting, wordt met toepassing van de betreffende
                        verordening opgetreden. Artikel 18 van de WWB en artikel 40 van de WIJ
                        verplicht het College om de verordening Afstemming Wet werk en bijstand 2009
                        of de verordening Maatregelen Wet investeren in jongeren ook daadwerkelijk
                        toe te passen.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aangifte bij Openbaar Ministerie</titel></kop><al>Het Openbaar Ministerie onderscheidt zaken die bestuursrechtelijk (sanctie
                        op basis van verordening Afstemming Wet werk en bijstand 2009) en zaken die
                        strafrechtelijk (vervolging of transactie) worden afgedaan.</al><al>In beginsel geldt dat bij zaken met een nadeel minder dan € 10.000 geen
                        aangifte</al><al>wordt gedaan. Deze grens is vastgelegd in de Aanwijzing sociale
                        zekerheidsfraude van het college van procureurs-generaal (Aanwijzing d.d. 23
                        december 2008, kenmerk 2008A019, Stcrt. 23 december 2008, nr. 2373). Onder
                        omstandigheden wordt overigens wel van de grens afgeweken (bijv. bij
                        recidive). Voor gedetailleerde informatie zij verwezen naar de
                        Aanwijzing.</al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Nadere regels terugvorderen en verhalen van kosten van bijstand en
                            inkomensvoorziening</titel></kop><al>In genoemde artikelen is de bevoegdheid neergelegd om kosten van bijstand of
                        inkomensvoorziening terug te vorderen en te verhalen. </al><al>In een nog op te stellen beleidsnotitie debiteuren zullen nadere regels
                        worden gesteld over het terugvorderen en verhalen van kosten van bijstand en
                        inkomensvoorziening en onder welke voorwaarden van terugvordering of verdere
                        terugvordering wordt afgezien. </al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><al>Lid 1 behoeft geen nadere toelichting. In het tweede lid is weergegeven dat
                        in bijzondere gevallen het College de bevoegdheid heeft af te wijken van de
                        bepalingen van de verordening. Bij gebruik van deze hardheidsclausule moet
                        in verband met precedentwerking duidelijk gemotiveerd worden waarom in een
                        bepaalde situatie wordt afgeweken.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>