<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR248189_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling gesprekkencyclus 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Krimpen aan den IJssel</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-11-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Krimpen aan den IJssel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling gesprekkencyclus 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling gesprekkencyclus 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel;</al><al>gelet op artikel 15:1:15 van CAR-UWO</al><al>gelet op de instemming op grond van artikel 27, eerste lid, WOR van de
                        Ondernemingsraad d.d. 8 november 2012;</al><al>besluiten:</al><al>vast te stellen de volgende: Regeling Gesprekkencyclus 2012</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a)"><al><vet><cursief>M</cursief></vet><vet><cursief>edewerker</cursief></vet>:
                                    werknemer met een vaste of tijdelijke aanstelling bij de
                                    gemeente Krimpen aan den IJssel als bedoeld in artikel 1:1, lid
                                    1, onder a van de CAR-UWO.</al></li><li nr="b)"><al><vet><cursief>D</cursief></vet><vet><cursief>irect
                                            leidinggevende</cursief></vet>: degene onder wiens
                                    hiërarchische verantwoordelijkheid de medewerker zijn
                                    werkzaamheden verricht.</al></li><li nr="c)"><al><vet><cursief>B</cursief></vet><vet><cursief>eoordelaar</cursief></vet>:
                                    de direct leidinggevende van de medewerker.</al></li><li nr="d)"><al><vet><cursief>N</cursief></vet><vet><cursief>aasthogere
                                            leidinggevende</cursief></vet>: de direct leidinggevende
                                    van de beoordelaar.</al></li><li nr="e)"><al><vet><cursief>Afdelingshoofd</cursief></vet>: degene die de
                                    beoordeling formeel uitbrengt en de POP afspraken
                                    vaststelt.</al></li><li nr="f)"><al><vet><cursief>Gemeentesecretaris</cursief></vet><cursief>:
                                    </cursief>degene die de beoordeling
                                        vaststelt<cursief>.</cursief></al></li><li nr="g)"><al><vet><cursief>F</cursief></vet><vet><cursief>unctie</cursief></vet>:
                                    de door de medewerker vervulde generieke functie. </al></li><li nr="h)"><al><vet><cursief>B</cursief></vet><vet><cursief>eoordelingstijdvak</cursief></vet>:
                                    het tijdvak van tenminste zes maanden en ten hoogste een jaar
                                    gelegen direct voor het tijdstip van beoordelen zonder een ander
                                    beoordelingstijdvak of gedeelte daarvan te overlappen.</al></li><li nr="i)"><al><vet><cursief>G</cursief></vet><vet><cursief>esprekkencyclus</cursief></vet>:
                                    een jaarlijkse cyclus van een drietal gesprekken, te weten
                                    planningsgesprek, voortgangsgesprek en resultaatgesprek en één
                                    keer per drie jaar het POP-gesprek.</al></li><li nr="j)"><al><vet><cursief>P</cursief></vet><vet><cursief>lanningsgesprek</cursief></vet>:
                                    het jaarlijks terugkerend gesprek waarin de individuele
                                    werkplanning voor het komende jaar wordt afgerond en waarin
                                    resultaat- en competentieafspraken worden gemaakt.</al></li><li nr="k)"><al><vet><cursief>V</cursief></vet><vet><cursief>oortgangsgesprek</cursief></vet>:
                                    het terugkerend gesprek waarin de voortgang wordt besproken in
                                    het licht van de met de medewerker gemaakte afspraken.</al></li><li nr="l)"><al><vet><cursief>R</cursief></vet><vet><cursief>esultaatgesprek</cursief></vet>:
                                    het jaarlijks terugkerend gesprek waarin het presteren van de
                                    medewerker van het afgelopen jaar beoordeeld wordt.</al></li><li nr="m)"><al><vet><cursief>POP:</cursief></vet> Persoonlijk
                                    ontwikkelplan</al></li><li nr="n)"><al><vet><cursief>POP</cursief></vet>-<vet>gesprek</vet>: gesprek
                                    eens in de drie jaar waarin de loopbaanontwikkeling en de
                                    ontwikkeling van de kennis en vaardigheden van de medewerker
                                    besproken wordt. </al></li><li nr="o)"><al><vet><cursief>Formulier P&amp;O
                                    gesprekkencyclus</cursief></vet>: het formulier waarin de
                                    gemaakte afspraken, de resultaten van het voortgangsgesprek en
                                    de beoordeling van de medewerker schriftelijk worden
                                    vastgelegd.</al></li><li nr="p)"><al><vet><cursief>POP-</cursief></vet><vet><cursief>formulier</cursief></vet>:
                                    het formulier waarin het persoonlijk ontwikkelplan van de
                                    medewerker schriftelijk wordt vastgelegd.</al></li><li nr="q)"><al><vet><cursief>Notitie Gesprekkencyclus</cursief></vet>:
                                    beschrijving gesprekkencyclus</al></li><li nr="r)"><al><vet><cursief>Competentie</cursief></vet><vet><cursief>lijst</cursief></vet><cursief>:
                                    </cursief>beschrijving vastgestelde competenties</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Gesprekkencyclus</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Notitie Gesprekkencyclus en competentielijst</titel></kop><al>De Gesprekkencyclus en de Krimpense
                            competentielijst maken integraal onderdeel uit van deze regeling. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Planningsgesprek</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doel planningsgesprek</titel></kop><al>Het planningsgesprek is gericht op het bespreken van de individuele
                            werkplanning voor het komende jaar en het maken van afspraken over te
                            behalen resultaten en de ontwikkeling van competenties. Daarnaast komen
                            tijdens het planningsgesprek ook andere onderwerpen aan bod. Zoals
                            persoonlijke werkomstandigheden, gewenste ondersteuning van de
                            leidinggevende en andere onderwerpen ter beoordeling van de
                            leidinggevenden en/of medewerker. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Procedure planningsgesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kenmerken van het planningsgesprek zijn: - toekomstgericht; -
                                tweezijdig karakter en gelijkwaardige inbreng gesprekspartners; -
                                ontbreken van rechtspositionele consequenties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het planningsgesprek wordt gevoerd door de direct leidinggevende en
                                de medewerker.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Om diverse redenen kan op verzoek van zowel de direct leidinggevende
                                als de medewerker de naasthogere leidinggevende en/of een P&amp;O
                                adviseur aan het gesprek deelnemen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het planningsgesprek met de gemeentesecretaris wordt gevoerd door de
                                wethouder P&amp;O. De werkgeverscommissie griffie voert het gesprek
                                met de griffier en de griffiemedewerker. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Met elke medewerker wordt minimaal 1 keer per jaar een
                                planningsgesprek gevoerd in de periode november/ december van het
                                afgelopen jaar of in de periode januari tot en met maart van het
                                lopende jaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het planningsgesprek kan gecombineerd worden met het
                                resultaatgesprek van het afgelopen jaar. In dat geval vindt het
                                gesprek in het 4<sup>e</sup> kwartaal van het voorgaande jaar
                                plaats. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Met nieuwe medewerkers wordt uiterlijk binnen drie maanden na
                                indiensttreding een planningsgesprek gevoerd. Het intern aanvaarden
                                van een andere functie wordt met indiensttreding gelijkgesteld.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De direct leidinggevende neemt het initiatief tot het voeren van een
                                planningsgesprek door de medewerker minimaal twee weken van tevoren
                                voor het gesprek uit te nodigen.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Ter voorbereiding op het gesprek vult zowel de direct leidinggevende
                                als de medewerker het concept formulier P&amp;O gesprekkencyclus in.
                                Ongeveer een week voor het gesprek worden de gespreksonderwerpen
                                vastgelegd.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Alle afspraken worden door de direct leidinggevende of de medewerker
                                op het formulier P&amp;O gesprekkencyclus vastgelegd.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>In principe bereiken de direct leidinggevende en medewerker
                                overeenstemming over de te maken afspraken in het
                                planningsgesprek.</al></lid><lid><lidnr>12.</lidnr><al>Als de direct leidinggevende en de medewerker het niet eens worden
                                over de te maken afspraken, beslist de direct leidinggevende en kan
                                de medewerker zijn zienswijze vermelden op het formulier P&amp;O
                                gesprekkencyclus.</al></lid><lid><lidnr>13.</lidnr><al>Als de medewerker zijn zienswijze heeft kenbaar gemaakt hoort de
                                naasthogere leidinggevende, al dan niet ondersteund door een P&amp;O
                                adviseur, beide partijen en komt na heroverweging tot een besluit.
                                Dit wordt vastgelegd op het formulier.</al></lid><lid><lidnr>14.</lidnr><al>Het formulier wordt voor akkoord ondertekend door de direct
                                leidinggevende en medewerker.</al></lid><lid><lidnr>15.</lidnr><al>Het origineel wordt bewaard totdat de beoordeling als bedoeld in
                                artikel 8, lid 14 is vastgesteld door de direct leidinggevende, de
                                medewerker ontvangt een afschrift.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Voortgangsgesprek</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Doel voortgangsgesprek</titel></kop><al>In dit gesprek kijkt de medewerker samen met de direct leidinggevende
                            terug op de periode na het planningsgesprek met als doel om tussentijds
                            vast te stellen in welke mate de medewerker op schema ligt met het
                            realiseren van de gemaakte afspraken. Zo nodig worden de afspraken nader
                            ingevuld, aangevuld dan wel bijgesteld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Procedure voortgangsgesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kenmerken van het voortgangsgesprek zijn: - toekomstgericht; -
                                gelijkwaardige inbreng gesprekspartners en tweezijdig karakter; -
                                ontbreken van rechtspositionele consequenties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voortgangsgesprek wordt gevoerd door de direct leidinggevende en
                                de medewerker.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Om diverse redenen kan op verzoek van zowel de direct leidinggevende
                                als de medewerker de naasthogere leidinggevende en/of een P&amp;O
                                adviseur aan het gesprek deelnemen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het voortgangsgesprek met de gemeentesecretaris wordt gevoerd door
                                de wethouder P&amp;O. De werkgeverscommissie griffie voert het
                                gesprek met de griffier en de griffiemedewerker.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Met elke medewerker wordt minimaal 1 keer per jaar een
                                voortgangsgesprek gevoerd in de periode april tot en met medio
                                september van het jaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de direct leidinggevende of de medewerker daarom verzoekt,
                                kan in afwijking van het in lid 5 gestelde, vaker een
                                voortgangsgesprek worden gevoerd.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Met nieuwe medewerkers wordt uiterlijk in de 6e maand na de
                                indiensttreding een voortgangsgesprek gevoerd. Als het nodig is
                                kunnen er meerdere voortgangsgesprekken plaats vinden. Het intern
                                aanvaarden van een andere functie wordt met indiensttreding
                                gelijkgesteld.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De medewerker of de direct leidinggevende neemt het initiatief tot
                                het voeren van een voortgangsgesprek door de ander minimaal 2 weken
                                van tevoren voor het gesprek uit te nodigen. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De direct leidinggevende of de medewerker legt hetgeen is besproken
                                op het formulier P&amp;O gesprekkencyclus vast. Ook tussentijdse
                                bevindingen of bijstellingen van afspraken die tijdens een (extra)
                                voortgangsgesprek aan de orde komen, worden hierin vastgelegd.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Als de medewerker het oneens is met de beslissing van de direct
                                leidinggevende kan hij zijn zienswijze aan het formulier toevoegen
                                of deze op andere wijze schriftelijk kenbaar maken. </al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Als de medewerker zijn zienswijze heeft kenbaar gemaakt hoort de
                                naasthogere leidinggevende, al dan niet ondersteund door een P&amp;O
                                adviseur, beide partijen en komt na heroverweging tot een besluit.
                                Dit wordt vastgelegd op het formulier.</al></lid><lid><lidnr>12.</lidnr><al>Het formulier P&amp;O gesprekkencyclus wordt voor akkoord
                                ondertekend door de direct leidinggevende en de medewerker.</al></lid><lid><lidnr>13.</lidnr><al>Het origineel wordt bewaard totdat de beoordeling als bedoeld in
                                artikel 8, lid 14 is vastgesteld door de direct leidinggevende, de
                                medewerker ontvangt een afschrift.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Resultaatgesprek</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Doel resultaatgesprek</titel></kop><al>Het resultaatgesprek heeft tot doel duidelijk te maken hoe de direct
                            leidinggevende denkt over de manier waarop de medewerker zijn functie
                            gedurende het beoordelingstijdvak heeft vervuld. De leidinggevende geeft
                            een oordeel over de door de medewerker behaalde resultaten en over de
                            mate waarin de gemaakte competentieafspraken zijn gehaald, met
                            inachtneming van de omstandigheden die zich bij de uitoefening van de
                            functie hebben voorgedaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Procedure resultaatgesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kenmerken van het resultaatgesprek zijn: - terugkijken; -
                                eenzijdig karakter, de direct leidinggevende beoordeelt de
                                medewerker; - het bestaan van rechtspositionele consequenties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beoordeling wordt gedaan door de direct leidinggevende van de
                                medewerker, verder te noemen beoordelaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Om diverse redenen kan op verzoek van zowel de beoordelaar als de
                                medewerker de naasthogere leidinggevende en/of een P&amp;O adviseur
                                aan het gesprek deelnemen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het resultaatgesprek met de gemeentesecretaris wordt gevoerd door de
                                wethouder P&amp;O. De werkgeverscommissie griffie voert het gesprek
                                met de griffier en de griffiemedewerker.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Minimaal één keer per jaar wordt er met iedere medewerker een
                                resultaatgesprek gevoerd in de periode oktober tot en met december
                                van het jaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het resultaatgesprek kan gecombineerd worden met het
                                planningsgesprek van het komende jaar.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Naast of in plaats van de genoemde jaarlijkse beoordeling kan een
                                resultaatgesprek gevoerd worden naar aanleiding van de noodzaak tot
                                een beslissing ten aanzien van de rechtspositie van de
                                medewerker.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De beoordelaar stelt aan de hand van het formulier P&amp;O
                                gesprekkencyclus een concept beoordeling op en bespreekt deze met de
                                naasthogere leidinggevende. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het afdelingshoofd, die de beoordeling formeel uitbrengt,
                                controleert de concept beoordeling op consistentie en kwaliteit en
                                kan zonodig in overleg met de beoordelaar wijzigingen in de concept
                                beoordeling aanbrengen.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De beoordelaar neemt het initiatief tot het voeren van het
                                resultaatgesprek door de medewerker minimaal 2 weken van tevoren
                                voor het gesprek uit te nodigen</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>De beoordeling wordt tijdens het resultaatgesprek ter kennisname
                                gebracht aan de medewerker. Tijdens dit gesprek zal de beoordelaar
                                de beoordeling toelichten. </al></lid><lid><lidnr>12.</lidnr><al>Als de medewerker het eens is met de beoordeling tekent de
                                medewerker binnen twee weken het formulier P&amp;O gesprekkencyclus
                                voor gezien. </al></lid><lid><lidnr>13.</lidnr><al>Als de medewerker het oneens is met de concept beoordeling kan hij
                                zijn zienswijze aan het formulier P&amp;O gesprekkencyclus toevoegen
                                of deze op andere wijze schriftelijk kenbaar maken. Als de
                                medewerker zijn zienswijze heeft kenbaar gemaakt hoort de
                                naasthogere leidinggevende al dan niet in aanwezigheid van een
                                P&amp;O adviseur beide partijen en komt na heroverweging tot een
                                eindbeoordeling. Dit wordt vastgelegd op het formulier. De
                                medewerker is verplicht het formulier te tekenen voor “gezien.”
                            </al></lid><lid><lidnr>14.</lidnr><al>De beoordeling wordt vastgesteld door de gemeentesecretaris, de
                                beoordeling van de gemeentesecretaris door de wethouder P&amp;O en
                                de beoordeling van de griffier en de griffiemedewerker door de
                                gemeenteraad.</al></lid><lid><lidnr>15.</lidnr><al>Binnen twee weken nadat de beoordeling is vastgesteld, wordt een
                                afschrift van de beoordeling aan de medewerker gestuurd. Het
                                origineel wordt 5 jaar bewaard in het personeelsdossier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Beoordelingsystematiek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beoordeling wordt opgemaakt, rekening houdend met de gemaakte
                                afspraken in het voorafgaande planningsgesprek en de bevindingen uit
                                gehouden voortgangsgesprek(ken).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beoordeling wordt opgemaakt aan de hand van het bij deze regeling
                                behorende formulier P&amp;O gesprekkencyclus. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de beoordeling worden zowel het algemeen functioneren, de
                                resultaatafspraken als de persoonlijke ontwikkeling betrokken. Voor
                                elke resultaat- of competentieafspraak geeft de leidinggevende 1
                                waardering, ondersteund door een motivering. Vervolgens wordt een
                                eindoordeel gegeven in de vorm van een score. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het eindoordeel wordt gescoord op de volgende vier-puntschaal: A.
                                    <cursief>Onvoldoende</cursief>, de prestatie voldoet niet aan de
                                eisen, verbetering is noodzakelijk. B. <cursief>Behoeft
                                    verbetering</cursief>, de prestatie voldoet niet volledig aan de
                                eisen, verbetering is op een aantal punten gewenst. C.
                                    <cursief>Goed</cursief>, de afgesproken prestatie is behaald, de
                                medewerker voldoet aan de eisen. D. <cursief>Uitstekend</cursief>,
                                de prestatie is uitstekend, de medewerker functioneert in opvallende
                                mate boven de eisen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Bezwaar en beroep</titel></kop><al>Als de medewerker het niet eens is met de vastgestelde beoordeling kan
                            hij, met inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht,
                            bij het college bezwaar aantekenen tegen deze beoordeling. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>POP- gesprek</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Doel POP-gesprek</titel></kop><al>Een POP is een afspraak tussen een medewerker en direct leidinggevende
                            over de persoonlijke ontwikkeling van een medewerker. Uitgangspunten
                            tijdens het POP-gesprek zijn de loopbaanontwikkeling en de ontwikkeling
                            van de kennis, en vaardigheden van de medewerker.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Procedure POP-gesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kenmerken van het POP-gesprek zijn: - toekomstgericht; -
                                gelijkwaardige inbreng gesprekspartners en tweezijdig karakter; -
                                ontbreken van rechtspositionele consequenties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het POP-gesprek wordt gevoerd door de medewerker en de direct
                                leidinggevende.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Om diverse redenen kan op verzoek van zowel de direct leidinggevende
                                als de medewerker de naasthogere leidinggevende en/of een P&amp;O
                                adviseur aan het gesprek deelnemen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De medewerker of de direct leidinggevende neemt het initiatief tot
                                het voeren van een POP-gesprek. Voorafgaand aan de vastlegging van
                                de afspraken op het POP formulier kunnen meerdere gesprekken over de
                                ontwikkeling van de medewerker gevoerd worden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Ten minste een keer per drie jaar wordt een POP vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In afwijking van het in lid 4 gestelde kunnen de direct
                                leidinggevende en de medewerker in onderling overleg bepalen dat er
                                in een bepaalde periode geen reden is voor het vaststellen van een
                                POP. Na afloop van deze periode vindt overleg plaats over de nieuwe
                                periode.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De medewerker legt de afspraken uiteindelijk vast in het
                                POP-formulier. Ook tussentijdse bevindingen of bijstellingen van
                                afspraken die tijdens een (extra) POP-gesprek aan de orde komen,
                                worden hierin vastgelegd.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Als de direct leidinggevende en medewerker het niet met elkaar eens
                                zijn, beslist de direct leidinggevende. De beslissing van de direct
                                leidinggevende wordt vastgelegd op het POP formulier.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Als de medewerker het oneens is met de beslissing van de direct
                                leidinggevende kan hij zijn zienswijze aan het POP-formulier
                                toevoegen of deze op andere wijze schriftelijk kenbaar maken. Als de
                                medewerker zijn zienswijze heeft kenbaar gemaakt hoort de
                                naasthogere leidinggevende al dan niet ondersteund door een P&amp;O
                                adviseur beide partijen en komt na heroverweging tot een besluit.
                                Dit wordt vastgelegd op het POP-formulier, de medewerker is
                                verplicht het formulier te tekenen voor “gezien.” </al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Het POP-formulier wordt vastgesteld door het afdelingshoofd.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Binnen twee weken nadat de POP is vastgesteld, wordt een afschrift
                                van het formulier aan de medewerker gestuurd. Het origineel wordt
                                bewaard in het personeelsdossier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Bezwaar en beroep</titel></kop><al>Als de medewerker het niet eens is met de vastgestelde POP kan hij, met
                            inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, bij het
                            college bezwaar aantekenen tegen deze POP.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Voor gevallen waarin deze regeling niet voorziet of niet in billijkheid
                            voorziet, kan het college een bijzondere regeling treffen of afwijkend
                            besluiten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>1.Op de datum van de inwerkingtreding van de Regeling gesprekkencyclus
                            2012 wordt de Regeling functionerings- en beoordelingsgesprekken van 2
                            februari 2010 ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het gestelde in artikel 15 kunnen
                                beoordelingsgesprekken op grond van de Regeling functionerings- en
                                beoordelingsgesprekken het gehele jaar 2012 worden gevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De planningsgesprekken kunnen gevoerd worden in combinatie met de
                                beoordelingsgesprekken als bedoeld onder lid 1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze regeling kan worden aangehaald als "Regeling
                                    gesprekkencyclus 2012".</al></li><li nr="2."><al>Deze regeling wordt bekend gemaakt en treedt in werking de dag
                                    na bekendmaking en werkt terug tot 1 november 2012.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Krimpen aan den IJssel, 20 november 2012</ondertekening><ondertekening>Burgemeester en wethouders voornoemd, </ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>