<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR248073_2</dcterms:identifier><dcterms:title>2013-41 Verordening op de heffing en invordering van ligplaatsgelden 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Maassluis</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Maassluis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Schakel</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ligplaatsgeld 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=229">Gemeentewet, art. 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Aard van de wijziging</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>ADV-13-01997</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-23943</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>2013-41 Verordening op de heffing en invordering van ligplaatsgelden 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Maassluis;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3 december 2013 tot
                        het vaststellen van de tarieven belastingen en heffingen 2014, zaaknummer
                        Z-13-08617 registratienummer ADV-13-01997, </al><al/><al> gelet op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en
                        b van de Gemeentewet;</al><al/><al>besluit:</al><al>vast te stellen de:</al><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van ligplaatsgelden
                        2014</vet>(Verordening ligplaatsgeld 2014)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen.</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>vaartuigen:</vet> alle soorten van drijvende lichamen, welke
                                wegens hun drijfvermogen worden gebezigd dan wel bestemd of geschikt
                                zijn voor het vervoer te water van personen en/of goederen;</al><al>onder vaartuigen worden mede begrepen hout-, werk- en aanlegvlotten,
                                pontons, al dan niet dienende tot het dragen van daarop geplaatste
                                werktuigen;</al></li><li nr="b."><al><vet>kade: </vet>een oever van de haven, al dan niet voorzien van
                                een kademuur, steenglooiing of andere oeververdediging;</al></li><li nr="c."><al><vet>ligplaatsvergunning of vergunning: </vet>een beschikking
                                strekkende tot toekenning van een recht van vaste ligplaats als
                                bedoeld in artikel 2.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Onder de naam van ligplaatsgeld wordt een recht geheven wegens het
                            hebben van een recht van vaste ligplaats voor vaartuigen aan een
                            gemeentelijke openbare kade.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Zodanig recht kan uitsluitend worden verleend aan een overeenkomstig
                            deze verordening verleende ligplaatsvergunning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht.</titel></kop><al>Het recht bedoeld in artikel 2, wordt geheven van de houder van de
                        vergunning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief.</titel></kop><al>Het recht wordt geheven per belastingjaar per strekkende meter van de
                        ligplaats:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de vergunning is verleend voor een kade van de
                                    buitenhaven<vet> € 146,99</vet>;</al></li><li nr="b."><lijst><li nr=""><al>indien de vergunning is verleend voor een kade van de
                                        binnenhaven, de Noordgeer of het Hellinggat <vet>€
                                            135,50</vet>.</al></li></lijst><al/><al>De hiervoor genoemde bedragen zijn exclusief omzetbelasting.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Bepalingen betreffende de maatstaf en het tarief.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor de berekening van het recht bedoeld in artikel 4, wordt een
                            gedeelte als een volle eenheid aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><lijst><li nr=""><al>Telkens wanneer een ligplaats waarvoor een vergunning is
                                    verleend in de lengte wordt overschreden, waaronder wordt
                                    verstaan dat een op die ligplaats liggend vaartuig buiten de
                                    ligplaats uitsteekt langs een gedeelte van de gemeentelijke
                                    openbare kade waarlangs een recht van vaste ligplaats niet is
                                    verleend, is de houder van de vergunning verplicht hiervan
                                    kennis te geven aan de havenmeester en wel binnen zes uur nadat
                                    het vaartuig begonnen is van de ligplaats gebruik te maken. Ter
                                    zake van deze overschrijding is telkens een bijbetaling op het
                                    recht verschuldigd, welke, berekend naar de lengte van de
                                    overschrijding, per strekkende meter een tiende gedeelte van het
                                    recht bedraagt, dat ingevolge artikel 4 per jaar en per
                                    strekkende meter verschuldigd zou zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij de bepaling van de grootte van de overschrijding wordt het
                            uitstekende deel van het vaartuig gemeten met inbegrip van het roer in
                            midscheepse stand, de boegspriet, de berghouten of de zwaarden, zo een
                            dezer onderdelen verder reikt dan het uiterste punt van scheepswand,
                            scheepsboord of opbouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar.</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing.</titel></kop><al>De rechten bedoeld in artikel 4 en artikel 5, lid 2, worden geheven door
                        middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde
                        bedrag is vermeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar
                            tijdsgelang.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het recht is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit
                            later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is het recht
                            verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar
                            verschuldigde recht als er in dat jaar, na de aanvang van de
                            belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                            bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het
                            voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na het einde van
                            de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijn van betaling.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de rechten worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van
                            de kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding.</titel></kop><al>Bij de invordering van ligplaatsgelden wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                            wethouders.</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van ligplaatsgelden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De ‘Verordening ligplaatsgeld 2013’ van 18 december 2012 wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang
                            van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2014.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening ligplaatsgeld
                            2014’.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Maassluis, gehouden op 17 december 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. R. van der Hoek, drs. J.A. Karssen</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Maassluis/i232755.pdf">Gemeenteblad 2013-41</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>