<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR247891_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen ISDBOL 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Landgraaf</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Landgraaf</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwe regeling, 27 juni 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen ISDBOL 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8 en 35">artikel 8 en 35 Wwb</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-06-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-07-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen ISDBOL
            2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Landgraaf,</al><al/><al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 juni 2012, met
                        overneming van de daarin vermelde motieven; </al><al/><al>Gelet op artikel 5 van de gemeenschappelijke regeling van ISD BOL, gelet op
                        artikel 8 lid 1 onderdeel g, artikel 8 lid 2 onderdeel d en artikel 35</al><al>lid 5 van de Wet werk en bijstand ;</al><al/><al><vet>B E S L U I T:</vet></al><al/><al>Vast te stellen de volgende: Verordening maatschappelijke participatie
                        schoolgaande kinderen ISDBOL 2012.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader
                            zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en
                            bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de
                                    Intergemeentelijke Sociale Dienst Brunssum Onderbanken
                                    Landgraaf;</al></li><li nr="c."><al>maatschappelijke participatie: het deelnemen aan activiteiten
                                    met een sportief, educatief, sociaal dan wel cultureel karakter,
                                    waarmee beoogd wordt een sociaal isolement te voorkomen of te
                                    doorbreken;</al></li><li nr="d."><al>laag inkomen; een inkomen tot en met 110% van de van toepassing
                                    zijnde bijstandsnorm, waarbij een eventuele bijstandsuitkering
                                    in afwijking van artikel 32 van de Wet als inkomen wordt
                                    gezien;</al></li><li nr="e."><al>in aanmerking te nemen vermogen: het vermogen in zoverre het de
                                    in artikel 34 lid 3 genoemde, bij de gezinssituatie passende
                                    vermogensgrens overschrijdt;</al></li><li nr="f."><al>tegemoetkoming: een financiële bijdrage;</al></li><li nr="g."><al>schoolgaand kind: een ten laste komend kind dat op de peildatum
                                    ten minste 4 jaar oud is, maar jonger is dan 18 jaar;</al></li><li nr="h."><al>peildatum: 1 januari van het kalenderjaar waarop de aanvraag
                                    betrekking heeft.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Recht op een tegemoetkoming</titel></kop><al>De alleenstaande ouder of het gezin met één of meer schoolgaande kinderen
                        heeft recht op een tegemoetkoming ten behoeve van maatschappelijke
                        participatie ten behoeve van dat kind indien de alleenstaande ouder of het
                        gezin op de peildatum: </al><lijst><li nr="a."><al>een laag inkomen geniet, en;</al></li><li nr="b."><al>niet beschikt over in aanmerking te nemen vermogen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>De tegemoetkoming dient te worden aangevraagd uiterlijk op 1 maart van het
                        kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking
                        heeft. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte van de tegemoetkoming</titel></kop><al>De hoogte van de tegemoetkoming bedraagt €25,00 per schoolgaand kind, per
                        kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het dagelijks
                        bestuur. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari
                        2012. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: 'Verordening maatschappelijke
                        participatie schoolgaande kinderen ISDBOL 2012'.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 juni 2012. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter, </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel/></kop><al/><al><vet>Toelichting Verordening maatschappelijke participatie schoolgaande kinderen
                        ISDBOL 2012</vet></al><al/><al>Kinderen moeten in hun kansen en mogelijkheden niet worden belemmerd door de
                    slechte financiële positie van hun ouders. Maatschappelijke participatie van een
                    kind is van groot belang met het oog op zijn of haar kansen op een zelfredzame
                    toekomst. De wetgever beoogt inkomensondersteuning aan zoveel mogelijk
                    minderjarige kinderen van de doelgroep ten goede te laten komen en vindt het
                    daarom wenselijk dat de categoriale bijzondere bijstand aan deze groep bij
                    voorkeur in natura wordt verleend. Dit is vastgelegd in artikel 48 lid 4 van de
                    WWB.</al><al/><al>Het dagelijks bestuur van ISDBOL onderschrijft de doelstelling dat
                    maatschappelijke participatie van kinderen van het grootste belang is volledig.
                    Om die reden kan ten behoeve van kinderen die tot de doelgroep behoren ook op
                    basis van de 'Uitvoeringsregeling tegemoetkoming kosten maatschappelijke
                    participatie ISDBOL 2011' en de 'Regeling tegemoetkoming kosten maatschappelijke
                    participatie Landgraaf 2011' een tegemoetkoming worden verstrekt voor periodieke
                    activiteiten in het kader van lidmaatschappen, eenmalige activiteiten in het
                    kader van lidmaatschappen, eenmalige activiteiten van de basisschool en de
                    ouderbijdrage voor de basisschool. In aanvulling op deze beide regelingen, kan
                    nu ook categoriale bijzondere bijstand verleend worden. Op deze wijze wordt
                    getracht kinderen in staat te stellen daar waar mogelijk maatschappelijk te
                    participeren. De categoriale bijzondere bijstand kan bijvoorbeeld worden
                    aangewend voor eenmalige activiteiten die geen direct verband houden met een
                    lidmaatschap of de basisschool. </al><al/><al>Artikel 8 lid 1 onderdeel g WWB bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening
                    regels moet stellen over het verlenen van categoriale bijzondere bijstand aan
                    alleenstaande ouders en gezinnen met een hen ten laste komend kind dat onderwijs
                    of een beroepsopleiding volgt met betrekking tot de kosten in verband met
                    maatschappelijke participatie van dat kind. Hierbij moet in elk geval worden
                    bepaald op welke wijze invulling wordt gegeven aan het begrip ‘maatschappelijke
                    participatie’ (artikel 8 lid 2 onderdeel d WWB).</al><al/><al>De onderhavige verordening voorziet niet in verstrekkingen in natura. Afwijking
                    van artikel 48 lid 4 WWB is mogelijk wanneer men van mening is dat dit leidt tot
                    een ondoelmatige uitvoering. Overwogen is dat het leveren van maatwerk een
                    andere primaire doelstelling van de wetgever is. Daartoe moet de voorziening
                    zoveel mogelijk op de behoeften van de individuele belanghebbende worden
                    afgestemd. Tevens is de verantwoordelijkheid en inspraak van de ouder
                    meegewogen. </al><al/><al>Deze vorm van categoriale bijzondere bijstand wordt uitsluitend verstrekt
                    alleenstaande ouders en gezinnen met maximaal een inkomen van 110% van de
                    toepasselijke bijstandsnorm (artikel 35 lid 9 WWB) </al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting Verordening maatschappelijke participatie
                        schoolgaande kinderen ISDBOL 2012</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de Wet werk en
                    bijstand en de Algemene wet bestuursrecht niet afzonderlijk te definiëren in
                    deze verordening. Dit voorkomt dat in geval van wijziging van betreffende
                    definities in de betreffende wetten ook de verordening moet worden
                    gewijzigd</al><al/><al><onderstreept>Lid 2</onderstreept> onderdeel b ‘<onderstreept>maatschappelijke
                        participatie</onderstreept>’. In artikel 8 lid 2 onderdeel d WWB is
                    expliciet bepaald dat in de verordening regels moet aangeven op welke wijze
                    invulling wordt gegeven aan het begrip ‘maatschappelijke participatie’. </al><al/><al>Met betrekking tot kosten die in verband met maatschappelijke participatie in
                    aanmerking komen voor bijstand kan in ieder geval gedacht worden aan de kosten
                    van:</al><al>de contributie van een sportvereniging</al><al>een zwemabonnement</al><al>muziekonderwijs</al><al>schoolactiviteiten zoals schoolreisjes en excursies</al><al>sportattributen</al><al>sportkleding</al><al>vakantiekamp</al><al>het lidmaatschap van jeugd- en jongerenorganisaties</al><al>Bovenstaande opsomming is geen limitatieve lijst. </al><al/><al><onderstreept>Lid 2</onderstreept> onderdeel d <onderstreept>'laag
                        inkomen</onderstreept>'. Een inkomen tot en met 110% van de van toepassing
                    zijnde bijstandsnorm wordt in het kader van deze verordening als een laag
                    inkomen aangemerkt. Op grond van artikel 35 lid 9 van de Wet geldt voor
                    categoriale bijzondere bijstand een inkomensgrens van maximaal 110%. ISDBOL kent
                    een ‘Uitvoeringsregeling tegemoetkoming kosten maatschappelijke participatie
                    ISDBOL 2011’. De verstrekkingen op basis van deze regeling betreffen individuele
                    bijzondere bijstand. Hiervoor geldt de maximale inkomensgrens dan ook niet. Op
                    basis van de genoemde Uitvoeringsregeling geldt een maximale inkomensgrens van
                    115%. In het kader van deze verordening is daarom gekozen voor de maximaal
                    wettelijk toegestane inkomensgrens van 110%. Op deze wijze komt de doelgroep die
                    gebruik kan maken van de tegemoetkoming voor maatschappelijke participatie van
                    schoolgaande kinderen zoveel mogelijk overeen met de doelgroep van de eerder
                    genoemde Uitvoeringsregeling. </al><al/><al><onderstreept>Lid 2</onderstreept> onderdeel h ‘<onderstreept>schoolgaand
                        kind</onderstreept>’ </al><al>Schoolgaande kinderen staan centraal in deze verordening. In artikel 35 lid 5
                    van de Wet wordt gesproken over ten laste komende kinderen die onderwijs of een
                    beroepsopleiding volgen. Op grond van de Leerplichtwet zijn kinderen
                    leerplichtig vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin ze 5
                    jaar zijn geworden. De leerplicht eindigt aan het eind van een schooljaar waarin
                    de leerling 16 is geworden. In de praktijk gaan de meeste kinderen echter al met
                    4 jaar naar school en wordt een opleiding vaak pas na het bereiken van het 18e
                    levensjaar afgerond. Hiermee rekening houdend, zijn alle kinderen in de leeftijd
                    van 4 tot 18 jaar als schoolgaande kinderen aangemerkt. In verband met de
                    uitvoerbaarheid van de verordening hoeft niet voldaan te worden aan de
                    voorwaarde dat het kind ook daadwerkelijk aan onderwijs deelneemt. </al><al/><al><vet>Artikel 2. Recht op een tegemoetkoming</vet></al><al>Voor het recht op een tegemoetkoming is aansluiting gezocht bij de regels zoals
                    deze op grond van de 'Uitvoeringsregeling tegemoetkoming kosten maatschappelijke
                    participatie ISDBOL 2011' gelden. De situatie op de peildatum is bepalend. </al><al/><al><vet>Artikel 3. Aanvraag</vet></al><al>Met betrekking tot de aanvraagtermijn is aansluiting gezocht bij de termijn
                    zoals deze op grond van de ‘Uitvoeringsregeling tegemoetkoming kosten
                    maatschappelijke participatie ISDBOL 2011’ geldt. </al><al/><al><vet>Artikel 4. Hoogte van de tegemoetkoming</vet></al><al>Bij de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming is aansluiting gezocht bij
                    het bedrag dat op grond van de 'Uitvoeringsregeling tegemoetkoming kosten
                    maatschappelijke participatie ISDBOL 2011' geldt. </al><al/><al><vet>Artikel 5. Onvoorziene omstandigheden</vet></al><al>Artikel 5 behoeft geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 6. Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2012, aangezien de
                    gemeenteraad per deze datum verplicht is een verordening vast te stellen over
                    het verlenen van categoriale bijzondere bijstand aan een persoon met een hem ten
                    laste komend kind dat onderwijs of een beroepsopleiding volgt met betrekking tot
                    de kosten in verband met maatschappelijke participatie van dat kind.</al><al/><al><vet>Artikel 7. Citeertitel</vet></al><al>In dit artikel is de citeertitel neergelegd van deze verordening.</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>