<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR247646_1</dcterms:identifier><dcterms:title>verordening participatie schoolgaande kinderen Wet Werk en Bijstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-01-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Apeldoorn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Apeldoorns Stadsblad, d.d. 5 december
                2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>verordening participatie schoolgaande kinderen Wet Werk en Bijstand</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel g, artikel 8 lid 2 onderdeel d en artikel 35 lid 5 van de Wet werk en bijstand;</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-12-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening participatie schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van gemeente Apeldoorn
                        d.d. 23 oktober 2012; </al><al/><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel g, artikel 8 lid 2 onderdeel d en
                        artikel 35 lid 5 van de Wet werk en bijstand; </al><al/><al>overwegende, dat het van wezenlijk belang wordt geacht dat kinderen zich
                        door maatschappelijke participatie kunnen ontplooien en ontwikkelen en
                        daarin niet belemmerd worden door de financiële positie van de ouder(s), dat
                        gemeenten daaraan dienen bij te dragen door het voeren van beleid, gericht
                        op inkomensondersteuning van ouders met schoolgaande kinderen;</al><al/><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de <vet>Verordening participatie schoolgaande kinderen Wet
                            werk en bijstand.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk
                                en bijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de
                                Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Apeldoorn;</al></li><li nr="b."><al>de raad: de gemeenteraad van de gemeente Apeldoorn;</al></li><li nr="c."><al>de wet: de Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="d."><al>maatschappelijke participatie: het deelnemen aan
                                        activiteiten met een sportief, educatief, sociaal dan wel
                                        cultureel karakter door schoolgaande kinderen van ouders met
                                        een laag inkomen.</al></li><li nr="e."><al>voorziening: een vorm van financiële ondersteuning of
                                        ondersteuning in natura, gericht op de maatschappelijke
                                        participatie van schoolgaande kinderen van ouders met een
                                        laag inkomen, ter bevordering van maatschappelijke
                                        participatie;</al></li><li nr="f."><al>schoolgaand kind: ten laste komende kind van een ouder met
                                        een laag inkomen, voor wie de leer- of kwalificatieplicht,
                                        bedoeld in artikel 4 van de Leerplichtwet, geldt; </al></li><li nr="g."><al>laag inkomen: een inkomen tot 110% van de van toepassing
                                        zijnde bijstandsnorm. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toepassingsbereik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad beschouwt het als zijn taak om de maatschappelijke
                                participatie te bevorderen en het aantal schoolgaande kinderen dat
                                belemmeringen ondervindt in die participatie door de financiële
                                positie van hun ouders, terug te dringen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening stelt regels over de wijze waarop de in het eerste
                                lid genoemde taak door het college wordt uitgevoerd, met inbegrip
                                van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het begrip
                                maatschappelijke participatie.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Beleid met betrekking tot maatschappelijke participatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Verantwoordelijkheid college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zet zich in voor het tot stand komen en ondersteunen van
                                diensten doorrechtspersonen die naar zijn oordeel bijdragen aan
                                maatschappelijke participatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt voorzieningen aan, die gericht zijn op
                                maatschappelijke participatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college werkt bij het bevorderen van maatschappelijke
                                participatie samen met natuurlijke en rechtspersonen, voorzover die
                                samenwerking naar het oordeel van het college daaraan
                                bijdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verslag raad</titel></kop><al>Het college informeert de raad jaarlijks over de maatschappelijke
                            participatie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Maatschappelijke participatie in andere gemeentelijke
                                regelingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voorzover in een andere gemeentelijke regeling reeds is voorzien in
                                een wettelijke grondslag voor ondersteuning van de maatschappelijke
                                participatie, wordt die regeling geacht mede uitvoering te geven aan
                                de opdracht, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel g, van de
                                wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Regelingen als bedoeld in het eerste lid zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>Beleidsregel indirecte studiekosten;</al></li><li nr="b."><al>Beleidsregel compensatie kinderen in de
                                        basisschoolleeftijd;</al></li><li nr="c."><al>Beleidsregel bijdrage zwemdiploma A;</al></li><li nr="d."><al>Beleidsregel strippenkaart.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag volgend op die van de
                            openbare bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2012. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening participatie
                            schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 8 november 2012</ondertekening><ondertekening>Inwerking getreden d.d. 6 december 2012 en werkt terug tot en met 1 januari
                        2012</ondertekening><ondertekening>Gepubliceerd in Apeldoorns Stadsblad d.d. 5 december 2012</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>ALGEMENE TOELICHTING</titel></kop><al>Kinderen moeten in hun kansen en mogelijkheden tot ontwikkeling niet worden
                    belemmerd door de slechte financiële positie van hun ouders. Maatschappelijke
                    participatie van een kind is van groot belang met het oog op zijn of haar kansen
                    op een zelfredzame toekomst. De wetgever beoogt inkomensondersteuning
                    rechtstreeks aan zoveel mogelijk minderjarige kinderen van de doelgroep ten
                    goede te laten komen en vindt het daarom wenselijk dat de categoriale bijzondere
                    bijstand aan deze groep in natura wordt verstrekt. Dit is vastgelegd in artikel
                    48 lid 4 van de WWB. </al><al>Artikel 8 lid 1 onderdeel g van de WWB bepaalt dat de gemeenteraad bij
                    verordening regels moet stellen over het verlenen van categoriale bijzondere
                    bijstand aan een persoon met een hem ten laste komend kind dat onderwijs of een
                    beroepsopleiding volgt met betrekking tot de kosten in verband met
                    maatschappelijke participatie van dat kind. Hierbij moet in ieder geval worden
                    bepaald op welke wijze invulling wordt gegeven aan het begrip ‘maatschappelijke
                    participatie’ (artikel 8 lid 2 onderdeel d van de WWB)</al><al>Deze vorm van categoriale bijzondere bijstand wordt uitsluitend verstrekt aan
                    mensen met maximaal een inkomen van 110% van de op hem van toepassing zijnde
                    bijstandsnorm (artikel 35 lid 9 van de WWB). </al><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Het begrip “maatschappelijke participatie” is hier omschreven ter uitvoering
                        van de opdracht van de wetgever, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel
                        g van de WWB. Er is gekozen voor een ruime betekenis. Dat geldt ook voor het
                        begrip “voorziening”, want met elke vorm van financiële ondersteuning of
                        voorziening in natura die specifiek is bestemd voor maatschappelijke
                        participatie van kinderen, wordt uitvoering gegeven aan de wens van de
                        wetgever. Het kan immers gaan om zowel bijzondere bijstand als om een
                        tegemoetkoming, kostenvergoeding, subsidie of een verstrekking in
                        natura.</al><al>‘Schoolgaand kind’ is gedefinieerd. Schoolgaande kinderen staan centraal in
                        het beleid met betrekking tot maatschappelijke participatie. Dit begrip
                        wordt ook genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel g van de WWB, maar
                        niet nader omschreven. Onder schoolgaande kinderen wordt in dit verband
                        verstaan, niet alleen kinderen die feitelijk schoolgaand zijn, maar ook zij
                        die de verplichting hebben omdat ze onder de leerplicht of
                        kwalificatieplicht vallen. </al><al>Het begrip ‘laag inkomen’ is omschreven, omdat daarmee in deze verordening
                        de doelgroep van het gemeentelijk armoedebeleid wordt aangeduid.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toepassingsbereik</titel></kop><al>In artikel 2 van deze verordening is verduidelijkt wat de gemeenteraad als
                        zijn taak aanmerkt. Die taak is enerzijds gelegen in het in algemene zin
                        vergroten van de maatschappelijke participatie van de doelgroep
                        (kwalitatief) en anderzijds het terugdringen van het aantal kinderen dat
                        onvoldoende participeert (kwantitatief). In het tweede lid is aangegeven wat
                        gegeven die taken, het doel is van deze verordening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Verantwoordelijkheid college</titel></kop><al>In dit artikel is de verantwoordelijkheid van het college, de wijze waarop
                        zij uitvoering geeft aan deze verordening, uitgewerkt. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verslag raad</titel></kop><al>Jaarlijks informeert het college de gemeenteraad over het gevoerde en te
                        voeren beleid rond de maatschappelijke participatie van schoolgaande
                        kinderen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatschappelijke participatie in andere regelingen</titel></kop><al>Aan ondersteuning van maatschappelijke participatie kan uitdrukking worden
                        gegeven door het creëren van regelingen of voorzieningen buiten de WWB om.
                        Gedacht moet worden aan reductieregelingen, subsidies, tegemoetkomingen en
                        verstrekkingen ‘in natura’ al dan niet met behulp van andere instanties. De
                        door de gemeente Apeldoorn aangeboden voorzieningen gericht op de
                        maatschappelijke participatie van schoolgaande kinderen, zijn opgenomen in
                        het minimabeleid Regelrecht en de beleidsregels bijzondere bijstand. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1
                        januari 2012. Met ingang van 1 januari 2012 is de gemeenteraad verplicht om
                        een verordening vast te stellen over het verlenen van categoriale bijzondere
                        bijstand aan een persoon met een hem ten laste komend kind dat onderwijs of
                        een beroepsopleiding volgt met betrekking tot de kosten in verband met de
                        maatschappelijke participatie van het kind. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen verdere toelichting. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>