<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR247625_2</dcterms:identifier><dcterms:title>2013-38 Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Maassluis</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-17</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Maassluis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Schakel</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening precariobelasting 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=228">Gemeentewet, art. 228</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>aanpassing tarieven</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>ADV-13-01997</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-23938</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-23939</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>2013-38 Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Maassluis;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3 december 2013 tot
                        het vaststellen van de tarieven belastingen en heffingen 2014, zaaknummer
                        Z-13-08617, registratienummer ADV-13-01997</al><al/><al/><al>gelet op het bepaalde in artikel 228 van de Gemeentewet;</al><al/><al>besluit:</al><al>vast te stellen:</al><al><vet>de Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting
                            2014. </vet>(Verordening precariobelasting 2014)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Voorwerp van belasting en belastbaar feit.</titel></kop><al>Onder de naam "precariobelasting" wordt ter zake van het hebben van
                        voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde
                        gemeentegrond, een belasting geheven overeenkomstig de navolgende
                        bepalingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht.</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene, die één of meer voorwerpen heeft
                        onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond dan wel op
                        wiens last die voorwerpen zijn aangebracht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Heffingsmaatstaf en tarief.</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal eenheden bepaald en berekend aan
                        de hand van de bij deze verordening behorende tarieventabel, met
                        inachtneming van het bepaalde in de artikelen 4 en 5 en van de in de tabel
                        gegeven aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Begripsomschrijvingen.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>﻿Voor de toepassing van de tarieventabel wordt verstaan
                            onder:</al><al><vet>a. <vet>jaar</vet>:</vet> een kalenderjaar;</al><al><vet>b. <vet>kwartaal</vet>:</vet> een kalenderkwartaal;</al><al><vet>c. <vet>maand</vet>: </vet>een kalendermaand;</al><al><vet>d. week:</vet> een kalenderweek;</al><al><vet>e. <vet>dag</vet>:</vet> een etmaal.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Gedeelten van de in de tabel genoemde tijds- en andere eenheden worden
                            voor een geheel gerekend, met dien verstande dat indien het
                            belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en het hebben van
                            voorwerpen aanvangt in de loop van het tijdvak, de belasting zoveel
                            twaalfden van het over een jaar te betalen bedrag beloopt als er na het </al><al>aanvangstijdstip nog volle maanden van het tijdvak resteren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtijdvak.</titel></kop><al/><al>Indien de belasting wordt geheven naar jaartarieven is het belastingtijdvak
                        het kalenderjaar waarin de voorwerpen aanwezig zijn. In de overige gevallen
                        is het belastingtijdvak het kwartaal, de maand, de week of de dag waarin de
                        voorwerpen aanwezig zijn, met dien verstande dat ook heffing voor elk
                        belastbaar feit afzonderlijk kan plaatsvinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vrijstellingen.</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van:</al><al>1. voorwerpen die aan de gemeente in eigendom toebehoren, tenzij die
                        voorwerpen aan derden zijn verhuurd;</al><al>2. voorwerpen welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden
                        gedoogd;</al><al>3. wegwijzers en soortgelijke voorwerpen van de Koninklijke Nederlandse
                        Toeristenbond A.N.W.B. en daarmee gelijk te stellen lichamen;</al><al>4. rails voor openbare middelen van vervoer;</al><al>5. voorwerpen en dergelijke ten behoeve van kerkelijke, liefdadige of
                        daarmede gelijk te stellen doeleinden. Voor het begrip ‘liefdadige of
                        daarmede gelijk te stellen doeleinden’ wordt uitgegaan van voorwerpen van de
                        door het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) gehanteerde lijst van
                        instellingen;</al><al>6. borden en andere voorwerpen voor het maken van propaganda door politieke
                        partijen ter gelegenheid van wettelijke verkiezingen;</al><al>7. bloembakken, voorzover geplaatst bij of aan woningen;</al><al>8. het hebben van voorgeveltuintjes;</al><al>9. de OK-punten bebording;</al><al>10. voorwerpen waarvoor een privaatrechtelijke overeenkomst is
                        overeengekomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Ontheffing.</titel></kop><al>Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de voorwerpen
                        zijn verwijderd vóór het verstrijken van het belastingtijdvak, wordt op
                        aanvraag van de belastingplichtige naar evenredigheid ontheffing verleend
                        over de na verwijdering resterende volle maanden van het
                        belastingtijdvak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing en tijdstip verschuldigdheid.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De belasting wordt geheven bij wege van aanslag dan wel bij een
                            gedagtekende nota.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De belasting wordt verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak
                            of, zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van voorwerpen
                            een aanvang neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Betalingstermijn.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet
                            de aanslag of nota worden betaald in één termijn, welke vervalt op de
                            laatste dag van de maand, volgende op die, waarin het aanslagbiljet of
                            de nota is gedagtekend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kwijtschelding.</titel></kop><al>Bij de invordering van precariobelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                            wethouders.</titel></kop><al/><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van precariobelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel.</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De ’Verordening precariobelasting 2013’ van 18 december 2012 wordt
                            ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang
                            van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                            belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2014.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening
                            precariobelasting 2014’.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Maassluis, gehouden op 17 december 2013,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. R. van der Hoek, drs. J.A. Karssen</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Maassluis/i232751.pdf">Gemeenteblad 2013-38</extref></al></bijlage><bijlage><kop><label>Tarieventabel behorende bij de Verordening precariobelasting 2014</label><label/></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Maassluis/i232752.pdf">Tarieventabel 2014</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>