<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR2476_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Exploitatieverordening gemeente Oisterwijk 1998</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Klepperman, 1-1-1998</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Exploitatieverordening gemeente Oisterwijk 1998</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.overheid.nl">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.overheid.nl">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.overheid.nl">Wet op de ruimtelijke ordening, art. 42</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>1997-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1998-01-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>DRO-0919</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Bouwen en wonen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De datum van ondertekening is bij benadering ingevuld. De datum van bekendmaking is bij benadering ingevuld. De datum van inwerkingtreding is bij benadering ingevuld.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Exploitatieverordening gemeente Oisterwijk 1998</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Medewerking verlenen aan het in exploitatie brengen van
                                            gronden: het door of met medewerking van de gemeente
                                            treffen van voorzieningen van openbaar nut, waardoor de
                                            in het exploitatiegebied gelegen onroerende zaken gebaat
                                            worden.</al></li><li nr="b."><al>Exploitatiegebied: een als zodanig aangewezen gebied,
                                            waarbinnen de onroerende zaken zijn gelegen die gebaat
                                            worden door de voorzieningen van openbaar nut die door
                                            of met medewerking van de gemeente worden
                                            getroffen.</al></li><li nr="c."><al>Exploitant: de eigenaar of rechthebbende van een in het
                                            exploitatiegebied gelegen onroerende zaak welke als
                                            gevolg van het door of met medewerking van de gemeente
                                            treffen van voorzieningen van openbaar nut wordt
                                            gebaat.</al></li><li nr="d."><al>kostenbegroting: begroting van kosten en opbrengsten op
                                            basis waarvan de door een exploitant verschuldigde
                                            exp1oitatiebijdrage wordt vastgesteld. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeenteraad kan gebieden aanwijzen die als exploitatiegebied
                                    zullen gelden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><al>Tot het treffen van voorzieningen van openbaar nut waardoor
                                onroerende zaken worden gebaat, worden gerekend: </al><lijst><li nr="1."><al>De aanleg binnen een exploitatiegebied van de hieronder
                                        vermelde werken en werkzaamheden:</al><lijst><li nr="a."><al>het dempen van sloten en het verrichten van
                                                grondwerken met inbegrip van het egaliseren, ophogen
                                                en afgraven; </al></li><li nr="b."><al>riolering met inbegrip van bijbehorende werken;
                                            </al></li><li nr="c."><al>wegen, parkeergelegenheden, pleinen, trottoirs,
                                                voet- en rijwielpaden, waterpartijen, watergangen,
                                                bruggen, tunnels en andere rechtstreeks met de
                                                aanleg van deze voorzieningen van openbaar nut en
                                                kunstwerken verband houdende werken;</al></li><li nr="d."><al>plantsoenen en andere groenvoorzieningen, waaronder
                                                begrepen de aanleg en inrichting van openbare
                                                speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende
                                                elementen die rechtstreeks voortvloeien uit een
                                                juiste uitvoering van een verzorgd
                                                bestemmingsplan;</al></li><li nr="e."><al>openbare verlichting en brandkranen met de nodige
                                                aansluitingen; </al></li><li nr="f."><al>het verrichten van bodemonderzoek en -sanering,
                                                voorzover het de ondergrond van voorzieningen van
                                                openbaar nut betreft en voorzover, de daarmee
                                                verband houdende kosten niet op andere wijze kunnen
                                                worden verhaald; </al></li><li nr="g."><al>het treffen van milieutechnisch noodzakelijke
                                                maatregelen en voorzieningen van openbaar nut ter
                                                uitvoering van een bestemmingsplan;</al></li><li nr="h."><al>alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn
                                                voor een doeltreffende aanleg van voorzieningen van
                                                openbaar nut.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De aanleg van de onder 1. vermelde werken en werkzaamheden
                                        buiten het exploitatiegebied, voorzover de binnen het
                                        exploitatiegebied liggende onroerende zaken hierdoor direct
                                        danwel indirect worden gebaat.</al></li></lijst><al/><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II:</nr><titel>Exploitatie op initiatief van de gemeente</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Uitvoering van voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De inartikel 2 genoemde voorzieningen van openbaar nut
                                    worden uitsluitend door de gemeente aangelegd, tenzij deze
                                    behoren tot de taken van een ander publiekrechtelijk
                                    lichaam.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde <cursief>in </cursief>het eerste
                                    lid kunnen burgemeester en wethouders besluiten de gehele of
                                    gedeeltelijke uitvoering van de door de gemeente aan te leggen
                                    voorzieningen van openbaar nut aan de exploitant over te laten,
                                    indien vaststaat dat een goede uitvoering is gewaarborgd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het geval zoals bedoeld in het tweede lid, is het bepaalde
                                        <cursief>in </cursief>de artikelen 4 tot en met 8 van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vaststelling kostenverhaalbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat met het treffen van de <cursief>in </cursief>artikel 2
                                    genoemde voorzieningen van openbaar nut wordt aangevangen, wordt
                                    door de gemeenteraad een kostenverhaalbesluit vastgesteld,
                                    waarin wordt aangegeven op welke wijze en tot welke omvang de
                                    aan die voorzieningen verbonden kosten zullen worden verhaald.
                                    Het besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 139 van
                                    de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het <cursief>in </cursief>het eerste lid genoemde besluit bevat
                                    in ieder geval de volgende onderdelen:</al><lijst><li nr="a."><al>aanduiding van het exploitatiegebied en aanwijzing van
                                            de daarin gelegen en gebate onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>omschrijving van de van gemeentewege uit te voeren
                                            voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="c."><al>een kostenbegroting verband houdende met de uitvoering
                                            van de onder b. genoemde voorzieningen van openbaar nut,
                                            zoals bedoeld <cursief>in </cursief>artikel 5. In
                                            afwijking van het bepaalde <cursief>in </cursief>de
                                            vorige volzin kan <cursief>in het besluit, zoals bedoeld
                                                in het </cursief><cursief> eerste lid, worden
                                                bepaald dat de kostenbegroting op een later tijdstip
                                                wordt </cursief><cursief> vastgesteld. Het
                                            </cursief>besluit tot vaststelling van de
                                            kostenbegroting wordt bekendgemaakt overeenkomstig
                                            artikel 139 van de Gemeentewet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het kostenverhaalbesluit wordt aangegeven dat, voor wat
                                    betreft de door de gemeente in eigendom verkregen <cursief>in
                                    </cursief>het exploitatiegebied liggende onroerende zaken, het
                                    verhaal van kosten zoveel mogelijk plaatsvindt via
                                    gronduitgifte.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het kostenverhaalbesluit wordt aangegeven dat, voor wat
                                    betreft de niet door de gemeente in eigendom verkregen en in het
                                    exploitatiegebied liggende gebate onroerende zaken, het verhaal
                                    van kosten in beginsel plaatsvindt op basis van een overeenkomst
                                    zoals bedoeld in artikel 7 van deze verordening.</al><al> Tevens wordt bepaald dat, ingeval op enigerlei wijze niet kan
                                    worden gekomen tot het aangaan van een overeenkomst zoals
                                    bedoeld in artikel 7 van deze verordening, het kostenverhaal in
                                    daarvoor in aanmerking komende gevallen kan plaatsvinden daar
                                    middel van de vaststelling van een baatbelasting. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De kostenbegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kostenbegroting bevat in elk geval de volgende gegevens:</al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een romming van de met het verlenen van medewerking aan het in
                                    exploitatie brengen van gronden verband houdende kosten, te
                                    weten: </al><lijst><li nr="a."><al>de inbrengwaarde van de binnen het exploitatiegebied
                                            gelegen gronden, zijnde de waarde van de grond
                                            vermeerderd met de waarde van de opstallen, die voor de
                                            verwezenlijking van de bestemming niet gehandhaafd
                                            kunnen worden en met de kosten van vrijmaken van
                                            opstallen -met inbegrip van de zich in de grond
                                            bevindende resten, zoals funderingen, leidingen en
                                            kabels -persoonlijke rechten en lasten, eigendom, bezit
                                            af beperkt recht, zakelijke lasten alsmede de kosten van
                                            schadevergoedingen;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van planontwikkeling, -voorbereiding en
                                            -beheer en toezicht. Onder deze kosten wordt ten minste
                                            verstaan: de kosten verband houdende met het opstellen
                                            van structuur- en bestemmingsplannen, het opstellen van
                                            planmatige uitwerkingen of wijzigingen, het vervaardigen
                                            van besluiten tot het verlenen van vrijstelling van een
                                            bestemmingsplan alsmede van overige planalogische
                                            maatregelen voor zoveel deze nodig zijn voor het in
                                            exploitatie brengen van gronden binnen het
                                            exploitatiegebied;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van de in artikel 2 genoemde voorzieningen van
                                            openbaar nut, voor zover deze verband houden met het
                                            verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen
                                            van gronden binnen het exploitatiegebied, alsmede de
                                            daarmee verband houdende kosten van onderzoeken,
                                            voorbereiding en toezicht;</al></li><li nr="d."><al>de kosten van het gemeentelijk apparaat, voor zover dit
                                            rechtstreeks aan het in exploitatie brengen van gronden
                                            kan worden toegerekend;</al></li><li nr="e."><al>de rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten
                                            verminderd met renteopbrengsten;</al></li><li nr="f."><al>overige kosten die in beginsel ten laste van de
                                            grondexploitatie behoren te worden gebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een romming van de met het verlenen van medewerking aan het in
                                    exploitatie brengen van gronden verband houdende opbrengsten,
                                    bestaande uit:</al><lijst><li nr="a."><al>doelsubsidies;</al></li><li nr="b."><al>verkoop van gronden;</al></li><li nr="c."><al>bijdragen in de kosten van aanleg van voorzieningen van
                                            openbaar nut, hetzij via overeenkomst hetzij via
                                            baatbelasting;</al></li><li nr="d."><al>overige bijdragen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De wijze van toerekening van de totale onder sub 1. en 2. van
                                    dit artikellid bedoelde kosten en opbrengsten aan de onroerende
                                    zaken in het exploitatiegebied naar de mate van de baat, die de
                                    onroerende zaken hebben van het samenhangend geheel van
                                    voorzieningen van openbaar nut, zoals bedoeld in artikel 2 van
                                    deze verordening. De mate van baat wordt aangeduid met
                                    inachtneming van hetgeen hieromtrent in artikel 6 is
                                    bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de opstelling van de kostenbegroting wordt ervan uitgegaan,
                                    dat het exploitatiegebied <cursief>in </cursief>zijn geheel daar
                                    de gemeente <cursief>in </cursief>exploitatie zal worden
                                    gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Periodiek wordt nagegaan af optredende loon- en/af
                                    prijswijzigingen danwel andere optredende wijzigingen met
                                    betrekking tot het <cursief>in </cursief>exploitatie brengen van
                                    gronden binnen het exploitatiegebied aanleiding geven om de
                                    kostenbegroting te herzien. Het besluit tot herziening van de
                                    kostenbegroting wordt bekendgemaakt gemaakt overeenkomstig
                                    artikel 139 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde <cursief>in </cursief>het eerste lid ander 1. sub
                                    a. <cursief>is </cursief>niet van toepassing ten aanzien van de
                                    binnen een exploitatiegebied gelegen en gebate gronden die als
                                    gevolg van de voorzieningen van openbaar nut niet geschikt
                                    worden voor bebouwing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Naast het bepaalde <cursief>in </cursief>het vierde lid wordt de
                                    romming van de <cursief>in </cursief>het eerste lid ander I sub
                                    a. bedoelde inbrengwaarde van de gronden beperkt tot de grand en
                                    welke zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen van
                                    openbaar nut, ingeval sprake <cursief>is </cursief>van een
                                    exploitatiegebied waarvoor geldt dat de voorzieningen van
                                    openbaar nut niet <cursief>in </cursief>hoofdzaak
                                    gericht zijn op het geschikt maken voor bebouwing van onroerende
                                    zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Grondslag voor toerekening baat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toerekening van de baat wordt als rekeneenheid gebruikt
                                    het gemiddelde bedrag van de ten nutte van het exploitatiegebied
                                    gemaakte of te maken kosten per m2 grondoppervlakte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder de grondoppervlakte, zoals bedoeld <cursief>in
                                    </cursief>het eerste lid, wordt verstaan de kadastrale
                                    oppervlakte van de gebate onroerende zaken, waar mogelijk
                                    ingedeeld naar de <cursief>in </cursief>een bestemmingsplan
                                    opgenomen geprojecteerde kavels (bauw)grond vermenigvuldigd met
                                    factoren voor <cursief>ligging </cursief>en bestemming en
                                    objectieve gebruiksmogelijkheid, waarin de baat van de van
                                    gemeentewege getroffen voorzieningen van openbaar nut tot
                                    uitdrukking komt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval de toerekening op basis van m2 grondoppervlakte
                                    onvoldoende uitdrukking geeft aan de <cursief>in </cursief>het
                                    exploitatiegebied opgenomen verschillen <cursief>in
                                    </cursief>toerekening van baat, geschiedt de toerekening op
                                    basis van een nader door de burgemeester en wethouders te
                                    bepalen grondslag die voorziet <cursief>in </cursief>de
                                    aanwezige verschillen <cursief>in </cursief>baat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inhoud exploitatieovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verhaal van kosten van het treffen van voorzieningen van
                                    openbaar nut vindt, voor wat betreft de <cursief>in
                                    </cursief>het exploitatiegebied liggende aanroerende zaken die
                                    niet <cursief>in </cursief>eigendom zijn van de gemeente, indien
                                    dienaangaande tot overeenstemming kan worden gekomen met de
                                    exploitant, plaats op basis van een exploitatieovereenkomst. Van
                                    de exploitatieovereenkomst wordt een akte opgemaakt. Indien het
                                    afstand doen van gronden, zoals bedoeld <cursief>in
                                    </cursief>het derde lid ander d., onderdeel uitmaakt van de
                                    overeenkomst, wordt hiervan een notariele akte opgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeenteraad besluit tot het aangaan van een
                                    exploitatieovereenkomst na vaststelling van een kostenbegroting
                                    zoals bedoeld <cursief>in </cursief>artikel 5.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De overeenkomst, zoals bedoeld <cursief>in </cursief>het eerste
                                    lid, bevat <cursief>in </cursief>ieder geval bepalingen
                                    omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en omvang van de daar de gemeente te treffen
                                            voorzieningen van openbaar nut;</al></li><li nr="b."><al>het tijdvak waarbinnen de onder a. genoemde
                                            voorzieningen zullen worden uitgevoerd;</al></li><li nr="c."><al>de ten laste van de exploitant komende bijdrage,
                                            vastgesteld volgens de artikelen 5 en 6;</al></li><li nr="d."><al>in voorkomende gevallen het afstand doen van gronden aan
                                            de gemeente, voor zover die gronden zijn bestemd voor de
                                            aanleg c.q. aanpassing van voorzieningen van openbaar
                                            nut.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het geval toepassing is gegeven aan artikel 3, tweede lid,
                                    kan in de exploitatieovereenkomst, onverminderd het gestelde in
                                    het derde lid, worden bepaald dat:</al><lijst><li nr="a."><al>ten behoeve van de door exploitant uit te voeren werken
                                            een aannemingsovereenkomst wordt gesloten, waarbij de
                                            gemeente als opdrachtgever en de exploitant als aannemer
                                            worden aangemerkt, en de directievoering en het toezicht
                                            op de door de exploitant uit te voeren werken geschieden
                                            door of vanwege de gemeente.</al></li><li nr="b."><al>de aanneemsom in de onder a. genoemde overeenkomst wordt
                                            vastgesteld op een proformabedrag van 10,--, zulks met
                                            inachtneming van hetgeen in artikel 8, derde lid is
                                            bepaald.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De in artikel 7 genoemde exploitant betaalt als bijdrage in
                                        de kosten van voorzieningen van openbaar nut het bedrag dat
                                        volgens de in de artikelen 5 en 6 opgenomen wijze aan zijn
                                        onroerende zaak wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten
                                        op de afstand van de in artikel 7, derde lid sub d. bedoelde
                                        gronden vallende en de kosten van kadastrale uitmeting,
                                        verminderd met de inbrengwaarde zoals bedoeld in artikel 5,
                                        eerste lid sub 1. onder a. van de bij de exploitant in
                                        eigendom zijnde of door exploitant in eigendom te verkrijgen
                                        gebate gronden en van de gronden die zijn bestemd voor het
                                        treffen van voorzieningen van openbaar nut en door
                                        exploitant aan de gemeente worden afgestaan.</al></li><li nr="2."><al>De waarde van de door de exploitant ingebracht grond, zoals
                                        bedoeld in het eerste lid, wordt door de gemeente in
                                        overeenstemming met de exploitant op basis van taxatie
                                        vastgesteld. Bij het ontbreken van overeenstemming wordt de
                                        waarde van de gronden vastgesteld door een commissie van
                                        drie deskundigen, van wie een aan te wijzen door de
                                        gemeente, een door de exploitant en een door de beide reeds
                                        aangewezen deskundigen.Wordt over de aanwijzing van
                                        laatstgenoemde deskundige geen overeenstemming verkregen,
                                        dan maken de aangewezen deskundigen tezamen dit bekend aan
                                        de opdrachtgevers, waarna de meeste gerede partij, onder
                                        bekendmaking aan de wederpartij, de kantonrechter in het
                                        kanton waartoe de gemeente behoort, kan verzoeken deze
                                        deskundige te benoemen. </al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid
                                        van dit artikel wordt in het geval toepassing wordt gegeven
                                        aan artikel 3, tweede lid, de ten laste van de exploitant
                                        komende bijdrage als volgt bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>de bijdrage, zoals deze op grond van de in de
                                                artikelen 5 en 6 opgenomen wijze aan zijn onroerende
                                                zaak wordt toegerekend, wordt vermeerderd met de
                                                kosten op de afstand van de in artikel 7, derde lid
                                                sub d. bedoelde gronden vallende en de kosten van
                                                kadastrale uitmeting;</al></li><li nr="b."><al>de onder a. genoemde bijdrage wordt verminderd
                                                met:</al><lijst><li nr="1."><al>de inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak van
                                        exploitant behorende gronden. Het bepaalde in het tweede lid
                                        van dit artikel is van overeenkomstige toepassing;</al></li><li nr="2."><al>het in de kostenbegroting opgenomen bedrag aan kosten zoals
                                        bedoeld in artikel 5, eerste lid sub 1. onder b. tot en met
                                        f., voor zover de uitvoering van de daarmee verband houdende
                                        werken en werkzaamheden voor risico en rekening komt van de
                                        exploitant.</al></li><li nr="4."><al>Indien het bepaalde in artikel 5, vierde en/of vijfde lid
                                        toepassing heeft verkregen, wordt de ten laste van de
                                        exploitant komende bijdrage bepaald op de voet van lid I en
                                        3 van dit artikel, met dien verstande dat de in het eerste
                                        lid en derde lid onder b. sub 1. bedoelde vermindering
                                        beperkt <cursief>is </cursief>tot de inbrengwaarde van de
                                        gronden die zijn bestemd voor het treffen van voorzieningen
                                        van openbaar nut en door exploitant aan de gemeente worden
                                        afgestaan.</al><al/></li></lijst></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III:</nr><titel>Exploitatie op verzoek van exploitant</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een belanghebbende kan de gemeenteraad verzoeken tot het
                                    verlenen van medewerking met betrekking tot het in exploitatie
                                    brengen van gronden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te
                                            brengen onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>gegevens waaruit blijkt dat de belanghebbende de
                                            eigendom van de in exploitatie te brengen onroerende
                                            zaken heeft verkregen of kan verkrijgen;</al></li><li nr="c."><al>gegevens om trent de door belanghebbende te treffen
                                            (bouw)werkzaamheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een
                                    bouwvergunning, zoals bedoeld in de Woningwet, eventueel in
                                    combinatie met een verzoek om vrijstelling wordt ontvangen,
                                    waarbij in geval van verlening van de vrijstelling en/of
                                    bouwvergunning van gemeentewege voorzieningen van openbaar nut
                                    zoals bedoeld in artikel 2 van deze verordening moeten worden
                                    getroffen, wordt dit v66r de beslissing op de aanvraag
                                    bekendgemaakt aan de aanvrager. Daarbij wordt een zo nauwkeurig
                                    mogelijke romming van de kosten van de in artikel 2 genoemde
                                    voorzieningen van openbaar nut verstrekt. Tevens wordt de
                                    aanvrager in de gelegenheid gesteld een aanvraag in te dienen
                                    bij de gemeenteraad voor medewerking met betrekking tot het in
                                    exploitatie brengen van gronden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gemeenteraad beslist binnen zes maanden na ontvangst van de
                                    aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Beslissing op de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad verleent slechts medewerking aan het op verzoek
                                    van exploitant in exploitatie brengen van gronden krachtens een
                                    overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De medewerking behoeft niet te worden verleend, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de in exploitatie te brengen grond niet <cursief>is
                                            </cursief>gelegen in een gebied waarvoor een
                                            bestemmingsplan geldt;</al></li><li nr="b."><al>de door exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden zouden
                                            leiden tot strijd met de Woningwet;</al></li><li nr="c."><al>het treffen van de voorzieningen van openbaar nut,
                                            hoewel overeenkomstig een bestemmingsplan, anderszins
                                            zou leiden tot strijd met belangen van een doeltreffende
                                            uitbreiding van bebouwing en/of herinrichting;</al></li><li nr="d."><al>het in exploitatie brengen van grond anderszins tot
                                            grote kosten of bezwaren zou leiden, met name ten
                                            aanzien van het doeltreffend voorzien in
                                            watervoorziening, openbare verlichting, riolering
                                            etc.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing om trent een aanvraag kan worden aangehouden:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeval de procedure tot goedkeuring van een van
                                            toepassing zijnd bestemmingsplan of herziening daarvan
                                            nog niet <cursief>is </cursief>afgerond, tot vier weken
                                            na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan of
                                            herziening daarvan;</al></li><li nr="b."><al>ingeval voorzienbaar is dat de in het tweede lid
                                            genoemde belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen
                                            kunnen worden weggenomen, tot vier weken nadat deze
                                            belemmeringen zijn weggenomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een aanvraag is ingekomen met betrekking tot een
                                    onroerende zaak, voor welke werken in het daarbij behorende
                                    exploitatiegebied reeds een kostenverhaalbesluit, zoals bedoeld
                                    in artikel 4, is genomen, maken burgemeester en wethouders dit
                                    aan de exploitant bekend. Naast de hiervoor genoemde
                                    bekendmaking wordt aan exploitant tevens een
                                    ontwerpovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 7,
                                    aangeboden.</al><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV:</nr><titel>Relatie gronduitgifte en andere
                                kostenverhaalsinstrumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Relatie baatbelastinq</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een gebied waarvoor een kostenverhaalbesluit, zoals bedoeld
                                    in artikel 4, is genomen, zal, indien exploitant een
                                    overeenkomst zoals bedoeld in artikel 7 aangaat, in de
                                    overeenkomst worden bepaald, dat met betrekking tot de
                                    uitvoering van de in deze overeenkomst genoemde voorzieningen
                                    van openbaar nut geen aanvullend kostenverhaal op basis van
                                    baatbelasting ten laste van de betreffende onroerende zaak zal
                                    plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een exploitant, in een gebied waarvoor een
                                    kostenverhaalbesluit zoals bedoeld in artikel 4 is genomen, niet
                                    bereid is tot het aangaan van de in artikel 7 genoemde
                                    overeenkomst, maken burgemeester en wethouders aan exploitant
                                    bekend dat het kostenverhaal kan plaatsvinden door middel van
                                    een baatbelasting, zulks overeenkomstig de bepalingen als
                                    opgenomen in het kostenverhaalbesluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Relatie andere overeenkomsten</titel></kop><lid><lidnr/><al>Indien van gemeentewege een overeenkomst wordt aangegaan die
                                    naast het kostenverhaal van voorzieningen van openbaar nut ten
                                    behoeve van het in exploitatie brengen van gronden nog andere
                                    elementen bevat, dan vindt de vaststelling van de via een
                                    dergelijke overeenkomst totstandgekomen exploitatiebijdrage in
                                    de kosten van voorzieningen van openbaar nut plaats op basis van
                                    het gestelde in deze verordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Relatie gemeentelijke bouwgrondexploitatie</titel></kop><lid><lidnr/><al>De bepalingen van deze verordening vinden, voor zover mogelijk,
                                    overeenkomstige toepassing bij de kostprijsberekening van de
                                    door de gemeente in exploitatie te brengen gronden.</al><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V:</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Uitvoering verordening</titel></kop><al>De gemeenteraad kan de uitoefening van zijn bevoegdheden, met uitzondering van de vaststelling van het in artikel 4 genoemde
                                kostenverhaalbesluit, overdragen aan het college van Burgemeester en
                                Wethouders. De gemeenteraad kan met betrekking tot de over te dragen
                                bevoegdheden beleidsregels vaststellen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                                    datum van inwerkingtreding van deze verordening met het treffen
                                    van voorzieningen van openbaar nut is aangevangen, deze
                                    voorzieningen niet geheel zijn voltooid en waarvoor geen
                                    kostenverhaalbesluit of afzonderlijke kostenbegroting is
                                    vastgesteld, vinden de bepalingen van deze verordening voor dat
                                    exploitatiegebied, voorzover nodig, op een aan die situatie aangepaste wijze toepassing. In elk geval
                                    geldt daarbij dat, indien binnen dat exploitatiegebied wordt
                                    gekomen tot een exploitatieovereenkomst zoals bedoeld in artikel
                                    7, de vaststelling van de daarin op te nemen financiële bijdrage
                                    geschiedt op basis van een door de gemeenteraad vast te stellen
                                    kostenbegroting zoals bedoeld in artikel 5. Het besluit tot
                                    vaststelling van de kostenbegroting wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 139 van de
                                    Gemeentewet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van een exploitatiegebied waarvoor geldt dat voor de
                                    datum van inwerkingtreding van deze verordening een
                                    kostenverhaalbesluit of afzonderlijke kostenbegroting is
                                    vastgesteld, blijven de Exploitatieverordening gemeente
                                    Oisterwijk 1979 danwel de Exploitatieverordening gemeente
                                    Moergestel 1981n danwel de Exploitatieverordening gemeente
                                    Berkel-Enschot 1979 van toepassing tot twee jaren nadat de ten
                                    behoeve van dat exploitatiegebied getroffen en/of te treffen voorzieningen van openbaar nut
                                    geheel zijn voltooid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten aanzien van een voor de datum van inwerkingtreding van deze
                                    verordening ontvangen aanvraag tot het verlenen van medewerking
                                    aan het in exploitatie brengen van gronden, waarop voor de datum
                                    van inwerkingtreding van deze verordening niet is beslist,
                                    blijven de Exploitatieverordening gemeente Oisterwijk 1979"
                                    danwel de "Exploitatieverordening gemeente Moergestel 1981n
                                    danwel de Exploitatieverordening gemeente Berkel-Enschot 1979"
                                    van toepassing tot op de aanvraag is beslist, met dien verstande
                                    dat, indien tot het treffen van voorzieningen van openbaar nut
                                    wordt besloten, laatstgenoemde verordeningen van toepassing
                                    blijven tot twee jaren nadat de te treffen voorzieningen van
                                    openbaar nut geheel zijn voltooid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Inwerkingtreding.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand
                                    volgende op die, waarin de bekendmaking ingevolge artikel 139
                                    van de Gemeentewet heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op hetzelfde tijdstip vervallen de "Exploitatieverordening
                                    gemeente Oisterwijk 1979", zoals vastgesteld bij raadsbesluit
                                    van 16 maart 1979", de "Exploitatieverordening gemeente Moergestel 1981",
                                    zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 30 januari 1981" en de
                                    "Exploitatieverordening gemeente Berkel- Enschot 1979", zoals
                                    vastgesteld bij raadsbesluit van 5 maart 1979 en gewijzigd bij
                                    raadsbesluit van 13 december 1993, met dien verstande dat zij
                                    van toepassing blijven voor de gevallen zoals bedoeld in artikel
                                    15, tweede en derde lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Exploitatieverordening
                                gemeente Oisterwijk 1998". </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der
                        gemeente </ondertekening><ondertekening>de secretaris, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Toelichting op de Exploitatieverordening gemeente Oisterwijk 1998 </al><al>Algemeen </al><al>Steeds meer wordt de gemeente geconfronteerd met het niet volledig
                                uit kunnen voeren van actieve grondpolitiek. Dit houdt in dat naast
                                de door de gemeente te verwerven gronden, die vervolgens bouwrijp
                                worden gemaakt en tenslotte worden uitgegeven, steeds meer
                                    <onderstreept>particuliere </onderstreept>initiatieven tot
                                grondexploitatie ontstaan. </al><al>In dergelijke situaties, waarbij zowel gemeentelijke als
                                particuliere grondexploitatie plaatsvindt, is de gemeente
                                verantwoordelijk voor de aanleg van de benodigde infrastructurele
                                werken, zoals wegen, straten, riolering etc. </al><al>Middels de actieve grondpolitiek worden deze kosten doorberekend aan
                                de netto-uitgeefbare bouwterreinen. In geval van particuliere
                                grondexploitatie is een dergelijke doorberekening niet mogelijk,
                                simpelweg vanwege het feit dat de grond niet in eigendom is van de
                                gemeente. </al><al>Toch <cursief>is </cursief>het <cursief>uit </cursief>een oogpunt
                                van gelijkheid en rechtszekerheid rechtvaardig, dat ook particuliere
                                grondexploitanten een (financiële) bijdrage leveren in de kosten van
                                de eerdergenoemde voorzieningen. Deze bijdrage wordt dan bepaald op
                                basis van de baat, dat deze (bouw)gronden hebben bij de aanleg van
                                genoemde werken. </al><al>In artikel 42 WRO is bepaald, dat de gemeenteraad een verordening
                                behoort vast te stellen, die de <onderstreept>voorwaarden
                                </onderstreept>bevat, waaronder de gemeente medewerking verleent aan
                                het in exploitatie brengen van gronden. Deze verordening wordt
                                "Exploitatieverordening" genoemd. </al><al>De verordening <cursief>is </cursief>gebaseerd op de volgende
                                uitgangspunten: </al><lijst><li nr="a."><al>Voorafgaande aan de realisatie van een bestemmingsplan moet
                                        duidelijkheid ontstaan omtrent de risico's die verbonden
                                        zijn aan het niet volledig kunnen verwerven van de
                                        betreffende gronden. Aan de hand van deze risico's zal
                                        middels een raadsbesluit moeten worden vastgesteld of en zo
                                        ja, op welke wijze kostenverhaal zal plaatsvinden. Op deze
                                        wijze ontstaat vooraf duidelijkheid voor alle
                                        betrokkenen.</al><al> Deze werkwijze sluit aan bij de op 26 juli 1991 in werking
                                        getreden wijziging van de gemeentewet-oud, i.c. de wijziging
                                        van de bouwgrond- en baatbelasting (Stb. 394).In deze wet
                                        wordt het nemen van een bekostigingsbesluit
                                            <onderstreept>voordat </onderstreept>wordt aangevangen
                                        met de voorzieningen van openbaar nut, verplicht gesteld.
                                        Deze verplichting is eveneens van toepassing op de baat en
                                        bouwgrondbelasting, zoals opgenomen in de artikelen 221
                                        respectievelijke 222 van de Gemeentewet, zoals deze gold tot
                                        1 januari 1995. Tenslotte is de vaststelling van een
                                        bekostigingsbesluit ook van toepassing op de baatbelasting
                                        (nieuwe stijl) die in de Gemeentewet is opgenomen ter
                                        vervanging van de voorheen geldende baat- en
                                        bouwgrondbelasting (zie artikel 222 van de Gemeentewet,
                                        zoals dat luidt per 1 januari 1995).Het opnemen van een
                                        kostenverhaalbesluit in de exploitatieverordening
                                        verduidelijkt dan ook de samenhang tussen het kostenverhaal
                                        via exploitatieovereenkomst enerzijds en het verhaal op
                                        basis van een baatbelasting anderzijds. </al></li><li nr="b."><al>Op basis van het onder a. genoemde uitgangspunt wordt de
                                        wijze van toerekening van baat via de methoden van
                                        exploitatieovereenkomst en baatbelasting zoveel mogelijk op
                                        elkaar afgestemd. Dit betekent dat de in de
                                        exploitatieverordening opgenomen systematiek van
                                        baattoerekening is aangepast op en gerelateerd aan de
                                        fiscale verhaalsmethode.</al></li><li nr="c."><al>Het ander a. genoemde uitgangspunt brengt met zich mee, dat
                                        de exploitatieovereenkomst zowel op initiatief van de
                                        gemeente als op basis van een verzoek van exploitant kan
                                        worden aangegaan.</al></li></lijst><al>Gelet op de thans opgenomen werkwijze zal een aanvraag tot het
                                sluiten van een exploitatieovereenkomst in de regel alleen nog
                                voorkomen in situaties, waarbij incidentele voorzieningen moeten
                                worden getroffen, vaak speciaal ten behoeve van exploitant. In de
                                meeste overige gevallen zal immers steeds sprake zijn van de werking
                                van een kostenverhaalbesluit. </al><al>d.De opsomming van de verschillende voorzieningen van openbaar nut
                                is uitgebreid met die werken, die als gevolg van ander meer de
                                milieuwetgeving vaak naadzakelijk zijn ten behoeve van de uitvoering
                                van een bestemmingsplan.</al><al>Tenslotte wordt opgemerkt, dat de verordening is aangepast aan de
                                gevolgen van de 1e en 2e tranche van de Algemene wet bestuursrecht
                                per 1 januari 1994 en de inwerkingtreding van de Invoeringswet van
                                de wet materiële belastingbepalingen Gemeentewet (Stb. 1994, 420)
                                per 1 januari 1995.</al><al/><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting.</tussenkop><divisie><kop><label>Afdeling</label><nr>I:</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>De exploitatieverordening <cursief>is </cursief>van toepassing,
                                indien medewerking wordt verleend aan het in exploitatie brengen van
                                gronden. Hieronder wordt verstaan het van gemeentewege treffen van
                                voorzieningen van openbaar nut, waardoor een aanroerende zaak wordt
                                gebaat. </al><al>Met deze definitie wordt aangesloten bij de definitie van de
                                baatbelasting. Dit betekent dat aak <cursief>in </cursief>gevallen
                                waarbij voorzieningen worden getroffen waardoor een reeds bebouwde
                                onroerende zaak wordt gebaat, het sluiten van een
                                exploitatieovereenkomst mogelijk is. </al><al>In het tweede lid <cursief>is </cursief>bepaald, dat de gemeenteraad
                                gebieden kan aanwijzen, die als een "exploitatiegebied" zullen
                                gelden. Hiermee wordt het bijvoorbeeld mogelijk onroerende zaken die
                                in het kader van de stads- en dorpsvernieuwing binnen de bebouwde
                                kom worden heringericht etc. in voorkomende gevallen ander de
                                werking van deze verordening te laten vallen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><al>In de omschrijving van de voorzieningen van openbaar nut is, gelet
                                op de vigerende jurisprudentie, de aanleg van
                                rioolwaterzuiveringsinstallaties niet opgenomen. Dergelijke
                                inrichtingen worden -vanwege het doel van deze werken -niet gerekend
                                tot die werken die nodig zijn voor het <cursief>in
                                    </cursief><onderstreept>exploitatie </onderstreept>brengen van
                                gronden. </al><al>Als voorzieningen van openbaar nut worden verder aangemerkt het
                                uitvoeren van bodemonderzoek en -sanering, voor zover dit betrekking
                                heeft op de ondergrond van voorzieningen van openbaar nut en voor
                                zover de daarmee verband houdende kosten niet op een andere wijze
                                kunnen worden verhaald. Hierbij moet met name worden gedacht aan het
                                verhaal van kosten bodemsanering, zoals ander meer <cursief>is
                                </cursief>bepaald in de Wet bodembescherming. Ingeval kostenverhaal
                                op derden echter niet (geheel) mogelijk <cursief>is, is
                                </cursief>het redelijk om de ten laste van de gemeente blijvende
                                nettokosten te verhalen via de gemeentelijke en particuliere
                                grondexploitatie. Dit geldt aak voor de maatregelen die op basis van
                                de vigerende milieuwetgeving nodig zijn voor de realisatie van
                                bestemmingsplannen. Gedacht moet worden aan het treffen van
                                geluidwerende voorzieningen, maar ook aan het verwijderen van
                                bedrijvigheid die stankoverlast of andersoortige hinder veroorzaakt. </al><al>Tenslotte is aangegeven, dat ook werken die als zogenaamde
                                "bovenwijkse voorzieningen" worden beschouwd, kunnen worden
                                aangemerkt als voorzieningen van openbaar nut, voor zover deze
                                werken direct danwel indirect baat opleveren voor de in het
                                exploitatiegebied liggende onroerende zaken. </al><al>De kosten van bovenwijkse voorzieningen worden in de regel via een
                                fondsopslag in de kostprijs verwerkt. Het is daarbij van belang, dat
                                een dergelijke om slag van kosten steeds op een juiste wijze
                                beleidsmatig wordt onderbouwd. Dit kan, indien de gemeente beschikt
                                over een structuurplan, reeds geschieden bij de vaststelling van het
                                structuurplan. De beleidsmatige onderbouwing kan echter zonder
                                bezwaren tevens plaatsvinden op basis van een beleidsnota, waarbij
                                de toerekening van de kosten van bovenwijkse voorzieningen over de
                                diverse toekomstige en eventuele bestaande bestemmingsplannen wordt
                                onderbouwd. </al></divisie><divisie><kop><label>Afdeling</label><nr>II:</nr><titel>Exploitatie op initiatief van de gemeente</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Uitvoerinq van voorzieningen van openbaar nut</titel></kop><al>Hoewel het sluiten van een exploitatieovereenkomst nimmer zal kunnen
                                en mogen worden afgedwongen, wordt in dit artikel bepaald dat de
                                eerdergenoemde voorzieningen van openbaar nut alleen door of met
                                medewerking van de gemeente kunnen worden aangelegd. Het primaat met
                                betrekking tot de aanleg van voorzieningen van openbaar nut ligt
                                derhalve bij de gemeente. In sommige gevallen zal een particuliere
                                exploitant in staat en bereid kunnen zijn tot het
                                    <onderstreept>zelfstandig </onderstreept>treffen van dergelijke
                                voorzieningen van openbaar nut op de gronden die in eigendom zijn
                                van de exploitant. </al><al>Aangezien het daarbij steeds gaat om <onderstreept>openbare
                                </onderstreept>voorzieningen, zal deze particuliere uitvoering
                                alleen dan mogelijk zijn, indien garanties aanwezig zijn omtrent met
                                name de kwaliteit van de uitvoering. De door de gemeente te stellen
                                kwaliteitseisen zullen overeen moeten komen met die eisen, die zij
                                zichzelf steeds stelt bij de aanleg van dergelijke voorzieningen.
                                Wel zijn garanties nodig in de vorm van tijdige uitvoering,
                                kwaliteitseisen, garantieregeling in geval van wanprestatie,
                                overdracht van voorzieningen van openbaar nut aan gemeente etc. </al><al>Dergelijke aanvullende eisen zijn opgenomen in artikel 7, vierde lid
                                van deze verordening. </al><al>De uitvoering van openbare voorzieningen door de exploitant zal niet </al><al>betekenen, dat geen financiële bijdrage aan de gemeente verschuldigd
                                is. Ook indien wordt gekomen tot het zelf uitvoeren van bepaalde
                                werken, is het redelijk dat alsnog een financiële bijdrage wordt
                                verleend in de kosten van onder meer planvoorbereiding, ambtelijk
                                apparaat, bovenwijkse voorzieningen alsmede in de (extra) kosten van
                                voorbereiding en toezicht. In het derde lid van dit artikel alsmede
                                in artikel 8, derde lid is hiervoor een regeling opgenomen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vaststelling kostenverhaalbesluit</titel></kop><al>Kostenverhaal bij bouwgrondexploitatie is in de meeste gevallen aan
                                de orde bij de voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan. In de
                                meeste gevallen gaat de gemeente ervan uit alle gronden in een
                                dergelijk plan te zullen verwerven. Deze gronden zullen vervolgens
                                bouwrijp worden gemaakt en worden uitgegeven. </al><al>Steeds meer wordt, <onderstreept>vaak pas lopende de realisatie van
                                    een bestemmingsplan</onderstreept> duidelijk dat niet alle
                                gronden in eigendom zullen kunnen worden verkregen. </al><al>Ter voorkoming van problemen met betrekking tot het kunnen uitvoeren
                                van kostenverhaal (bijvoorbeeld voorzieningen zijn reeds 2 jaar
                                geleden getroffen) alsmede in belang der rechtszekerheid is de
                                bepaling opgenomen, dat voordat met de uitvoering van werken wordt
                                begonnen door de gemeenteraad wordt bepaald volgens welke strategie
                                de te maken kosten worden verhaald. </al><al>Daarbij wordt aangegeven via een kostenbegroting welke voorzieningen
                                worden getroffen alsmede wat de omvang zal zijn van het gebied dat
                                door deze voorzieningen zal worden gebaat. In sommige gevallen kan
                                dit baatgebied afwijken van het gebied, zoals dat is bepaald via de
                                gangbare exploitatieopzet. </al><al>Belangrijk bij het nemen van een kostenverhaalbesluit is de
                                    <onderstreept>strategie</onderstreept> die toegepast zal gaan
                                worden bij het verhaal van kosten. Uitgangspunt zal daarbij blijven,
                                dat de gemeente de voorkeur uitspreekt voor het zelf aankopen en
                                vervolgens uitgeven van deze gronden. Mocht dit niet lukken, dan
                                zullen de particuliere exploitanten in eerste instantie een
                                exploitatieovereenkomst voorgelegd krijgen, waarmee op basis van
                                wilsovereenstemming tot kostenverhaal kan worden gekomen. </al><al>Mocht men hiertoe niet bereid zijn, dan zal in het besluit worden
                                aangegeven, dat aanvullend kostenverhaal via baatbelasting kan
                                plaatsvinden. Onder baatbelasting wordt in deze verordening
                                verstaan: de baatbelasting (nieuwe stijl), die ter vervanging van de
                                tot 1 januari </al><al>1995 geldende baat- en bouwgrondbelasting in de Gemeentewet is
                                opgenomen (zie artikel 222 van de Gemeentewet, zoals dat luidt na de
                                inwerkingtreding van de Invoeringswet van de wet materiele
                                belastingbepalingen Gemeentewet (Stb. 1994, 420). Hiermee zal dan
                                tevens zijn voldaan aan de in artikel 222 Gemeentewet opgenomen
                                verplichting tot het vaststellen van een bekostigingsbesluit. </al><al>Het kostenverhaalbesluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel
                                139 Gemeentewet. </al><al>Op grond van artikel 2, sub c. maakt de kostenbegroting onderdeel
                                uit van het kostenverhaalbesluit. In de praktijk is het niet in alle
                                gevallen mogelijk de begrotingscijfers ten tijde van de vaststelling
                                van het kostenverhaalbesluit geheel gereed te hebben. Om deze reden
                                is onder c. bepaald dat de kostenbegroting ook later kan worden
                                vastgesteld. In dat geval dient de kostenbegroting nog afzonderlijk
                                te worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 139 van de
                                Gemeentewet. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De kostenbegroting</titel></kop><al>In de kostenbegroting zijn de kosten en opbrengsten verband houdende
                                met het verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van
                                gronden opgenomen. Benadrukt is dat er een directe relatie aanwezig
                                dient te zijn tussen de verschillende kosten- en opbrengstelementen
                                en het exploitatiegebied. Gezien de diversiteit van de werken en
                                werkzaamheden is het niet mogelijk een limitatieve opsomming van de
                                met de medewerking verband houdende kosten te geven. Dit zal van
                                geval tot geval kunnen verschillen. De wijze van toerekening zal
                                plaatsvinden op basis van de baat die alle in het exploitatiegebied
                                opgenomen onroerende zaken zullen hebben van de te treffen
                                voorzieningen van openbaar nut. Dit geldt derhalve zowel voor de
                                gronden die bestemd zijn voor gemeentelijke gronduitgifte als de
                                gronden die bestemd zijn voor particuliere exploitatie. De mate van
                                baat kan daarbij onderling variëren als gevolg van verschillen in
                                ligging, bestemming en <onderstreept>objectieve
                                </onderstreept>gebruiksmogelijkheid van de desbetreffende onroerende
                                zaak. Het uitgangspunt bij de opstelling van de kostenbegroting zal
                                steeds zijn, dat het <onderstreept>totale </onderstreept>gebied door
                                de gemeente in exploitatie zal worden gebracht. Hiermee wordt de
                                afstemming bereikt met de uitgangspunten die zijn neergelegd in de
                                gemeentelijke </al><al>exploitatieopzet. Belangrijk zal daarbij zijn of de laatstgenoemde
                                exploitatieopzet voldoende rekening heeft gehouden met de
                                verschillen in baat tussen de gebate onroerende zaken. Wij verwijzen
                                hierbij naar het gestelde in artikel 13 van de verordening. </al><al>Opgemerkt wordt dat de in artikel 5 opgenomen eisen zowel gelden
                                voor een kostenbegroting, behorende bij een kostenverhaalbesluit,
                                als voor een </al><al>begroting, welke naar aanleiding van een aanvraag om medewerking
                                (gebaseerd op afdeling III van de Exploitatieverordening) wordt
                                vastgesteld. </al><al>Uitgangspunt voor de opstelling van de kostenbegroting is dat de
                                inbrengwaarde van alle gebate onroerende zaken en de gronden bestemd
                                voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut in de
                                kostenbegroting wordt opgenomen. Deze inbrengwaarde kan daarmee ook
                                betrekking hebben op onroerende zaken die wel door de voorzieningen
                                gebaat worden maar niet </al><al>als gevolg van die voorzieningen geschikt worden voor bebouwing.
                                Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan bestaande te handhaven
                                bebouwing binnen een exploitatiegebied. </al><al>Op grond van het gestelde in het vierde lid wordt bereikt dat de
                                inbrengwaarde van deze gronden niet in de kostenbegroting behoeft te
                                worden opgenomen. </al><al>De aanduiding "geschikt worden voor bebouwing" is afkomstig van de
                                tot 1 januari 1995 geldende bouwgrondbelasting en maakte onderdeel
                                uit van de drie voor deze belastingen bestaande rechtsgronden (nl.
                                het geschikt worden voor bebouwing, het beter geschikt worden voor
                                bebouwing alsmede het in een voordeliger positie komen te verkeren
                                van onroerende zaken als gevolg van de te treffen voorzieningen). </al><al>Naast de toepassing in de grondexploitatie is de
                                Exploitatieverordening eveneens van toepassing op het verhaal van
                                kosten van baatopleverende voorzieningen, welke geen onderdeel
                                uitmaken van de grondexploitatie. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan
                                om de herinrichting van centrumgebieden of de aanleg van riolering
                                in het buitengebied. In het vijfde lid is bepaald dat de
                                inbrengwaarde van de gebate objecten niet in de kostenbegroting
                                behoeft te worden opgenomen indien de te treffen voorzieningen in
                                hoofdzaak niet gericht zijn op het geschikt maken voor bebouwing van
                                onroerende zaken. Wel is het mogelijk de inbrengwaarde van de tot
                                voorzieningen van openbaar nut bestemde gronden in de begroting op
                                te nemen. </al><al>De toepassing van het vierde en vijfde lid kan met zich meebrengen
                                dat de in de beide artikelleden beschreven situaties zich ook
                                gelijktijdig kunnen voordoen. Dit zal het geval zijn indien sprake
                                is van bijvoorbeeld de aanleg van niet tot de grondexploitatie
                                behorende voorzieningen voor onder meer bestaande bebouwing. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Grondslag voor toerekening baat</titel></kop><al>Om de aansluiting te verkrijgen met de systematiek van vaststelling
                                van de kostprijs bij gronduitgifte is gekozen voor de rekeneenheid
                                van de vierkante meter grondoppervlakte van de gebate onroerende
                                zaken (zowel bebouwd als onbebouwd). Met toepassing van liggings-,
                                bestemmings- en gebruiksfactoren is het mogelijk in nagenoeg alle
                                gevallen te komen tot een verantwoorde baatomslag ter bepaling van
                                de omvang van de exploitatiebijdrage. </al><al>Ingeval de grondoppervlaktemethode in bepaalde gevallen niet
                                tegemoet komt aan de aanwezige baatverschillen, biedt de verordening
                                de mogelijkheid tot vaststelling van een afwijkende grondslag. -6-
                            </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inhoud exploitatieovereenkomst</titel></kop><al>In dit artikel wordt ervan uitgegaan, dat in navolging van het reeds
                                genomen kostenverhaalbesluit, het sluiten van een
                                exploitatieovereenkomst als eerste en centrale methode van
                                kostenverhaal is aan te merken. </al><al>Wij willen duidelijk benadrukken, dat het sluiten van een
                                exploitatieovereenkomst -evenals iedere andere overeenkomst -is
                                gebaseerd op wilsovereenstemming. Dit betekent dat een exploitant
                                niet kan worden verplicht tot het sluiten van een
                                exploitatieovereenkomst. De bevoegdheid tot het aangaan van een
                                exploitatieovereenkomst ligt bij de gemeenteraad. </al><al>Hoewel de kostenbegroting later kan worden vastgesteld, dient in
                                alle gevallen de in een overeenkomst opgenomen exploitatiebijdrage
                                te worden vastgesteld op basis van de kostenbegroting. Om deze reden
                                is in artikel 7, tweede lid bepaald dat de gemeenteraad pas kan
                                besluiten tot het aangaan van een exploitatieovereenkomst, nadat de
                                betreffende kostenbegroting is vastgesteld. </al><al>Gezien het bepaalde in artikel 10, eerste lid van de
                                Exploitatieverordening geldt deze voorwaarde ook ingeval de
                                overeenkomst tot stand komt op basis van een aanvraag. </al><al>Indien wordt overgegaan tot het sluiten van een
                                exploitatieovereenkomst, bevat artikel 7 een aantal voorwaarden
                                waaraan deze overeenkomst in alle gevallen moet voldoen. Naast de
                                vaststelling van een financiële bijdrage is in voorkomende gevallen
                                de bepaling opgenomen dat gronden die bestemd zijn als ondergrond
                                voor voorzieningen van openbaar nut, via deze overeenkomst worden
                                afgestaan aan de gemeente. In de situatie dat sprake is van een
                                overdracht van gronden, is in het eerste lid de bepaling opgenomen
                                dat van de overeenkomst een notariele akte wordt opgemaakt. </al><al>In het vierde lid zijn aanvullende bepalingen opgenomen welke kunnen
                                worden toegepast, indien de werken geheel of gedeeltelijk worden
                                uitgevoerd door de particuliere exploitant. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vaststelling exploitatiebijdrage</titel></kop><al>Essentieel bij de vaststelling van de financiële bijdrage is het
                                feit, dat overeenkomstig artikel 5, tweede lid de kostentoerekening
                                is opgesteld met het uitgangspunt, dat het totale exploitatiegebied
                                door de gemeente in zijn geheel in exploitatie zal worden gebracht. </al><al>Dit betekent, dat in de kostenbegroting gerekend wordt met een
                                    g<onderstreept>emiddelde </onderstreept>prijs van de
                                inbrengwaarde van alle gronden (ook die van de particuliere
                                eigenaren).Op deze wijze komt een gemiddelde kostprijs tot stand,
                                die daarna -waar nodig- zal worden gecorrigeerd voor verschillen in
                                ligging etc. </al><al>Het zal duidelijk zijn, dat de particuliere exploitant op deze prijs
                                de waarde van de hem toebehorende gronden (zowel ten behoeve van de
                                exploitatie als ten behoeve van de aanleg van voorzieningen van
                                openbaar nut) in mindering zal mogen brengen. Omdat deze
                                vermindering kan afwijken van de eerdergenoemde gemiddelde
                                grondinbrengprijs, is een regeling nodig voor bindende vaststelling
                                van deze inbrengwaarde. </al><al>In het derde lid is bepaald op welke wijze de financiële bijdrage
                                wordt vastgesteld, indien de exploitant overgaat tot het geheel of
                                gedeeltelijk zelf uitvoeren van voorzieningen van openbaar nut. In
                                een dergelijke situatie blijft de financiële bijdrage in de regel
                                beperkt tot de kosten, die de gemeente maakt of zal maken in verband
                                met de planuitvoering, -voorbereiding en -toezicht, maar ook met
                                betrekking tot voorzieningen die voor het totale plan gelden danwel
                                een bovenwijks karakter hebben. De om slag van deze voor rekening
                                van de gemeente blijvende kosten vindt plaats overeenkomstig de in
                                artikel 5 en 6 beschreven methode, onder </al><al>verrekening van de inbrengwaarde van alle tot de onroerende zaak van
                                exploitant behorende gronden. Daarnaast vindt een vermindering
                                plaats van de daarin opgenomen kosten voor voorzieningen, voor zover
                                deze voorzieningen door de exploitant worden gerealiseerd. </al><al>Als gevolg van de het bepaalde in artikel 5, vierde en vijfde lid
                                dient de wijze van berekening van de exploitatiebijdrage in die
                                situaties dienovereenkomstig te worden aangepast. Aan artikel 8 is
                                een vierde lid toegevoegd waarin is bepaald dat, indien de in
                                artikel 5, vierde en/of </al><al>vijfde lid beschreven situatie toepassing heeft verkregen, de wijze
                                van berekening van de bijdrage wordt gehandhaafd, met dien verstande
                                dat de correctie van de inbrengwaarde is beperkt tot de gronden die
                                bestemd zijn voor het treffen van voorzieningen en door de
                                exploitant aan de gemeente in eigendom worden afgestaan. </al></divisie><divisie><kop><label>Afdeling</label><nr>III:</nr><titel>Exploitatie op verzoek van exploitant</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>De aanvraaq</titel></kop><al>Naast het door de gemeente zelf treffen van voorzieningen van
                                openbaar nut kan het voorkomen, dat een particuliere exploitant de
                                gemeente verzoekt tot het treffen van voorzieningen. Vaak zullen dit
                                dan incidentele op zichzelf staande voorzieningen zijn, die
                                specifiek betrekking hebben op de onroerende zaak van een of enkele
                                exploitanten. Gedacht moet hierbij bijvoorbeeld worden aan de
                                situatie, waarin een tuincentrum de gemeente verzoekt op basis van
                                artikel 19 WRO mee te werken aan de uitbreiding van de winkelruimte
                                door middel van een wijziging van een bestemmingsplan. In dergelijke
                                gevallen kan het voorkomen, dat van gemeentewege wordt gewezen op de
                                noodzaak van uitbreiding van parkeergelegenheid en bijvoorbeeld de
                                aanleg van in- en uitvoegstrook vanaf de openbare weg. Dergelijke
                                voorzieningen kunnen onder de werking van afdeling III van deze
                                verordening worden gebracht. </al><al>In het derde lid van dit artikel is de bepaling opgenomen, dat
                                indien een aanvraag voor een bouwvergunning (eventueel gecombineerd
                                met een verzoek om vrijstelling ex artikel 19 WRO) wordt ingediend,
                                waarbij in geval van verlenen van een vrijstelling c.q.
                                bouwvergunning van gemeentewege voorzieningen van openbaar nut
                                moeten worden uitgevoerd, dit <onderstreept>voordat over de
                                    bouwaanvraag wordt beslist </onderstreept>aan de aanvrager
                                bekend wordt gemaakt. </al><al>De aanvrager zal daarbij een romming ontvangen van de door de
                                gemeente te maken kosten. Aan de hand van deze gegevens is aanvrager
                                in staat voorafgaand aan de beslissing over de bouwaanvraag een
                                financiële afweging te maken van de aan deze exploitatie verbonden
                                kosten. De aanvrager wordt op dat moment in staat gesteld alsnog een
                                aanvraag in te dienen tot het aangaan van een
                                exploitatieovereenkomst. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Beslissing op de aanvraag</titel></kop><al>Aangegeven is dat de medewerking tot het treffen van voorzieningen
                                alleen kan worden verleend door middel van het sluiten van een
                                overeenkomst op basis van artikel 7 van de verordening. </al><al>Daarnaast is een viertal facultatieve gronden opgenomen, waaronder
                                de medewerking kan worden geweigerd. Tevens is een mogelijkheid tot
                                aanhouding van de aanvraag opgenomen in gevallen waarin de procedure
                                van de vaststelling/goedkeuring van een onderliggend bestemmingsplan
                                nog niet is afgerond. </al><al>Tenslotte is de bepaling opgenomen, dat, ingeval een aanvraag is
                                ontvangen voor een gebied waarvoor reeds een kostenverhaalbesluit is
                                genomen door de gemeenteraad, laatstgenoemd besluit aan de
                                exploitant bekend wordt gemaakt. </al><al>Deze bekendmaking zal me de inhouden, dat de gemeenteraad reeds
                                eerder heeft aangegeven, dat de onderhavige onroerende zaak wordt
                                gebaat door </al><al>het treffen van voorzieningen van openbaar nut en het om
                                    <cursief>die </cursief>reden gerechtvaardigd <cursief>is
                                </cursief>dienaangaande kostenverhaal toe te passen. Derhalve zou
                                ook zonder het insturen van een aanvraag de gemeente reeds op
                                    <cursief>eigen initiatief </cursief>zijn gekomen met een
                                exploitatieovereenkomst. </al><al>Een en ander betekent, dat de reeds voorgenomen aanbieding van een
                                ontwerpexploitatieovereenkomst direct kan plaatsvinden. </al></divisie><divisie><kop><label>Afdeling</label><nr>IV:</nr><titel>Relatie gronduitgifte en andere
                                kostenverhaalsinstrumenten</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Relatie baatbelasting</titel></kop><al>In het eerste lidwordt <cursief>uit </cursief>een oogpunt
                                van rechtszekerheid aangegeven, dat <cursief>in </cursief>een te
                                sluiten exploitatieovereenkomst de bepaling wordt opgenomen, dat met
                                betrekking tot de uitvoering van <cursief>die </cursief>werken geen
                                aanvullend fiscaal verhaal zal plaatsvinden. Een dergelijke bepaling
                                is niet instrijd met de Grondwet (i.c<cursief>.
                                </cursief>privilegeverbod bij belastingen), omdat de wijze van
                                toerekening via exploitatieovereenkomst overeenstemt met de wijze
                                van toerekening bij een eventueel toe te passen fiscaal verhaal. </al><al>Aan de andere kant is het uit een oogpunt van rechtszekerheid
                                gewenst, dat indien een exploitant niet bereid is tot het aangaan
                                van een exploitatieovereenkomst, hem wordt medegedeeld, dat
                                overeenkomstig het eerder genomen kostenverhaalbesluit door de
                                gemeenteraad over kan worden gegaan tot het instellen van een
                                baatbelasting. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Relatie andere overeenkomsten</titel></kop><al>Steeds meer komt het voor, dat door de gemeente overeenkomsten
                                worden gesloten met meerdere marktpartijen tot samenwerking in een
                                bepaald project. We spraken dan van een publiek-private samenwerking
                                (PPS). Dergelijke overeenkomsten omvatten naast elementen van
                                kostenverhaal van voorzieningen van openbaar nut vaak nog totaal
                                andere elementen. Ter voorkoming van <cursief>onnodig
                                </cursief>complexe contract en worden deze elementen vaak alle
                                tezamen in een overeenkomst opgenomen. </al><al>In dit artikel is bepaald, dat het sluiten van dergelijke
                                overeenkomsten geen bezwaar behoeft op te leveren, mits de
                                vaststelling van de door exploitant verschuldigde
                                exploitatiebijdrage maar geschiedt op basis van het gestelde
                                    <cursief>in </cursief>deze exploitatieverordening. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Relatie gemeentelijke bouwgrondexploitatie</titel></kop><al>Op basis van dit artikel wordt aangegeven, dat de wijze van
                                toerekening van de kosten van voorzieningen van openbaar nut, zoals
                                opgenomen in deze verordening, zoveel mogelijk zal worden toegepast
                                bij de kostprijsberekening bij gemeentelijke gronduitgifte. In
                                beginsel is de methodiek van 'baattoerekening", zoals beschreven <cursief>in
                                </cursief>de artikelen 5 en 6 van de verordening, te onderscheiden
                                van de methodiek van berekening van de gronduitgifteprijzen, indien
                                wordt overgegaan tot gemeentelijke grondexploitatie. Uit een oogpunt
                                van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid is het van uitermate groot
                                belang, dat het verhaal van kosten via de gemeentelijke
                                gronduitgifte is afgestemd op het niveau van kostenverhaal via
                                toepassing van de exploitatieverordening c.q. via baatbelasting. </al><al>Dit betekent niet, dat de gronduitgifteprijs gelijk behoeft te zijn
                                aan de bruto-financiële bijdrage zoals bepaald in artikel 8 van de
                                verordening. </al><al>Laatstgenoemde prijs <cursief>is </cursief>naast de hoogte van de
                                kostprijs afhankelijk van de economische marktsituatie, aanwezige
                                concurrentieverschillen etc. </al></divisie><divisie><kop><label>Afdeling</label><nr>V:</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Uitvoering verordening</titel></kop><al>De bevoegdheid tot het aangaan van een exploitatieovereenkomst,
                                ongeacht of dit geschiedt op initiatief van de gemeente of van de
                                exploitant, berust in beginsel bij de gemeenteraad. Via dit artikel
                                wordt de mogelijkheid geboden deze bevoegdheid over te dragen aan
                                burgemeester en wethouders. </al><al>Een uitzondering wordt daarbij gemaakt voor de vaststelling van het
                                kostenverhaalbesluit, zoals bedoeld in artikel 4 van de verordening.
                                De besluitvorming met betrekking tot de te voeren grond- en
                                kostenverhaalstrategie behoort bij uitstek toe aan het
                                beleidsbepalend </al><al>orgaan i.c. de gemeenteraad. Daarnaast moet erop worden gewezen, dat
                                het kostenverhaalbesluit tevens de functie vervult van het zogenaamd
                                "bekostigingsbesluit" als voorwaarde voor de invoering van een
                                baatbelasting. De bevoegdheid tot vaststelling van het </al><al>bekostigingsbesluit is op grond van de wettelijke bepalingen
                                voorbehouden aan de gemeenteraad. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>De overgangsbepaling in het eerste lid is bedoeld voor die situaties </al><al>waarbij op het moment van inwerkingtreding van de
                                exploitatieverordening reeds een aanvang is gemaakt met de
                                uitvoering van voorzieningen van openbaar nut. Artikel 4 gaat ervan
                                uit dat het nemen van een kostenverhaalbesluit moet plaatsvinden
                                    <onderstreept>voordat </onderstreept>met de aanleg van
                                voorzieningen van openbaar nut wordt aangevangen. </al><al>Bepaald is dat de verordening ook van toepassing is in
                                exploitatiegebieden waarin op de datum van inwerkingtreding de te
                                treffen voorzieningen van openbaar nut niet zijn voltooid, en voor
                                welke gebieden geen kostenverhaalbesluit zoals bedoeld in artikel 4
                                is genomen. Hetzelfde geldt voor exploitatiegebieden waarvoor geen
                                kostenverhaalbesluit, maar, indien de voorheen geldende
                                exploitatieverordening daarin voorzag, een afzonderlijke
                                kostenbegroting (op grond van het in de voorheen geldende
                                verordening opgenomen overgangsrecht) is vastgesteld. </al><al>De toepassing van de bepaling in het eerste lid zal bijvoorbeeld aan
                                de orde zijn in exploitatiegebieden ten behoeve waarvan v66r de
                                datum van inwerkingtreding van de verordening een
                                bekostigingsbesluit (zoals bedoeld in artikel 222 van de
                                Gemeentewet) ten behoeve van een mogelijk in te stellen
                                baatbelasting is vastgesteld. </al><al>Daarnaast voorziet de bepaling in het eerste lid erin, dat de
                                verordening ook kan worden toegepast voor in uitvoering zijnde
                                exploitatiegebieden waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van
                                de verordening niet reeds een bekostigingsbesluit was vastgesteld. </al><al>Om in dergelijke situaties (bij het ontbreken van een
                                kostenverhaalbesluit of afzonderlijke kostenbegroting) toch te
                                kunnen komen tot het aangaan van een exploitatieovereenkomst, is
                                bepaald dat de regels van deze verordening op een zoveel mogelijk
                                aan deze afwijking </al><al>aangepaste wijze van toepassing zijn. Hierbij geldt in ieder geval,
                                dat de hoogte van de in de overeenkomst op te nemen bijdrage wordt
                                bepaald op basis van een door de gemeenteraad vast te stellen
                                kostenbegroting, die voldoet aan de in artikel 5 gestelde eisen. In
                                navolging op het gestelde in artikel 4, eerste lid dient ook de vast
                                te stellen kostenbegroting bekend te worden gemaakt overeenkomstig
                                artikel 139 Gemeentewet. </al><al>In het tweede lid is bepaald dat de exploitatieverordening zoals
                                deze gold voor de inwerkingtreding van de onderhavige verordening,
                                van toepassing blijft voor exploitatiegebieden waarvoor eerder een
                                kostenverhaalbesluit of, voor zover (het overgangsrecht van) de
                                voorheen geldende verordening daarin voorzag, een afzonderlijke
                                kostenbegroting is vastgesteld. </al><al>Dit heeft tot gevolg dat op basis van dergelijke
                                kostenverhaalbesluiten of afzonderlijke kostenbegrotingen te sluiten
                                overeenkomsten worden gebaseerd op de bepalingen zoals opgenomen in
                                de voorheen geldende exploitatieverordening. De duur van de
                                toepassing is bepaald tot twee jaren nadat de getroffen en/of te
                                treffen voorzieningen van openbaar nut geheel zijn voltooid. Deze
                                termijn komt overeen met de termijn waarbinnen uiterlijk tot een
                                baatbelasting zoals bedoeld in artikel 222 van de Gemeentewet, dient
                                te worden besloten. </al><al>Ten aanzien van voor de datum van inwerkingtreding van de
                                onderhavige exploitatieverordening ontvangen aanvragen tot het
                                verlenen van medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden,
                                waarop niet voor de inwerkingtreding is beslist, is voor de
                                behandeling van de aanvraag de exploitatieverordening, zoals deze
                                gold voor de inwerkingtreding van de onderhavige verordening, van
                                toepassing. De duur van de toepassing is bepaald totdat op de
                                aanvraag is beslist. In het geval de beslissing leidt tot het
                                treffen van voorzieningen, is de duur van de toepassing bepaald tot
                                twee jaren nadat de te treffen voorzieningen geheel zijn voltooid.
                                Ook in dat geval geldt dat een op basis van een zodanige aanvraag te
                                sluiten overeenkomst wordt gebaseerd op de bepalingen zoals
                                opgenomen in de voorheen geldende exploitatieverordening. </al><al>Behoort bij raadsbesluit van . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
                                . . . . . . . . . . .</al><al>Sector : Ruimtelijke Zaken </al><al>Afdeling : Ruimtelijke Ontwikkeling </al><al>Agendapunt : 12 </al><al>De raad van de gemeente Oisterwijk; </al><al>gelezen het voorstel van het college, d.d. 10juni 2003,
                                afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling, nr. 03/29; </al><al>gelet op de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en artikel 42
                                van de Wet op de Ruimtelijke Ordening; </al><al>b e s l u i t : </al><al>vast te stellen de volgende verordening tot wijziging van de
                                Exploitatieverordening gemeente Oisterwijk 1998. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>I</nr></kop><al>In artikel 1 komt het tweede lid te vervallen alsmede de aanduiding
                                "1" voor het eerste lid. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>II</nr></kop><al>In artikel 6, derde lid wordt "door burgemeester en wethouders"
                                vervangen door "in de kostenbegroting zoals bedoeld in artikel 5".
                            </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>III</nr></kop><al>Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd: </al><lijst><li nr="1."><al>Het tweede lid wordt vervangen door: "het college besluit
                                        tot het aangaan van een exploitatieovereenkomst nadat een
                                        kostenbegroting zoals bedoeld in artikel 5, is</al><al> vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>In het vierde lid onder b wordt "fl. 10,--" vervangen door €
                                        1,--".</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>IV</nr></kop><al>Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd: </al><lijst><li nr="1."><al>In het eerste lid wordt "de gemeenteraad" vervangen door
                                        "het college".</al></li><li nr="2."><al>In het derde lid wordt de tweede volzin vervangen door:
                                        "Daarbij wordt een door het college vast te stellen
                                        aanduiding van het exploitatiegebied en de kostenbegroting
                                        aan de exploitant bekendgemaakt. Het bepaalde in artikel 5,
                                        met uitzondering van het bepaalde in de slotzin van het
                                        derde lid, is van overeenkomstige toepassing."</al></li><li nr="3."><al>In het derde lid wordt de slotzin "de gemeenteraad"
                                        vervangen door "het college".</al></li><li nr="4."><al>In het vierde lid wordt "De gemeenteraad beslist" vervangen
                                        door "het college beslist".</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>V</nr></kop><al>Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd: </al><lijst><li nr="1."><al>Het eerste lid wordt vervangen door: "Het college verleent
                                        slechts medewerking aan het op verzoek van exploitant in
                                        exploitatie brengen van gronden krachtens een overeenkomst
                                        zoals bedoeld in artikel 7, met dien verstande dat de in de
                                        artikel 7 bedoelde kostenbegroting en de daarmee verband
                                        houdende aanduiding van het exploitatiegebied wordt
                                        vastgesteld door het college. De kostenbegroting en de
                                        aanduiding van het exploitatiegebied worden bekendgemaakt
                                        aan de exploitant. Het bepaalde in artikel 5, derde lid,
                                        slotzin is niet van toepassing."</al></li><li nr="2."><al>In het tweede lid onder a wordt na "bestemmingsplan"
                                        tussengevoegd: "gericht op de voorgenomen exploitatie van
                                        gronden".</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>VI</nr></kop><al>1. De artikelen 13 en 14 komen te vervallen.</al><al/><al>2. De artikelen 15 tot en met 17 worden vernummerd tot 13 tot en
                                    met 15.</al><al/><al>3. In artikel13, tweede lid (na vernummering) wordt na "voltooid"
                                    toegevoegd: "met dien verstande dat, voor zover van belang in
                                    afwijking van de Exploitatieverordening gemeente Oisterwijk
                                    1998, het aangaan van overeenkomsten geschiedt door het
                                    college."</al><al/><al>4. In artikel 13, derde lid (na vernummering) wordt na "voltooid"
                                    toegevoegd: "en, voor zover van belang in afwijking van de
                                    Exploitatieverordening gemeente Oisterwijk 1998, het aangaan van
                                    overeenkomsten geschiedt door burgemeester en wethouders."</al><al/><al>5. In artikel 14, tweede lid (na vernummering) wordt "artikel 15"
                                    gewijzigd in "artikel 13",</al><al/><al>6. Waar elders in de Exploitatieverordening de aanduiding
                                    "burgemeester en wethouders" wordt gebruikt, deze aanduiding te
                                    wijzigen in "het college",</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>VII</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand
                                volgende op die waarin de bekendmaking ingevolge artikel 139 van de
                                Gemeentewet heeft plaatsgevonden. </al><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de
                                gemeente Oisterwijk op </al><al>griffier, de voorzitter, </al><al>Mevr. P.G. van Wijk, drs. Y.C. Th.J. Kortmann </al></divisie></nota-toelichting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting behorende bij de verordening tot wijziging van de
                    Exploitatieverordening gemeente Oisterwijk 1998. </tussenkop><tussenkop>1. Algemeen </tussenkop><al> Bij besluit van 18 juni 1998 is door de gemeenteraad de Exploitatieverordening
                    gemeente Oisterwijk 1998 (hierna te noemen "exploitatieverordening")
                    vastgesteld. </al><al> De onderhavige wijzigingsverordening strekt tot het doorvoeren van een aantal
                    wijzigingen, die voortvloeien uit de Wet dualisering gemeentebestuur (Stb. 2002,
                    111) per 7 maart 2002 en de invoering van de euro. Voorts is een aantal
                    (redactionele) verbeteringen doorgevoerd, waardoor de toepassing van de
                    exploitatieverordening wordt verduidelijkt. </al><tussenkop>2. Artikelsgewijze toelichting </tussenkop><tussenkop>Artikel I </tussenkop><al>In de exploitatieverordening was aanvankelijk bepaald dat de gemeenteraad
                    gebieden kon </al><al>aanwijzen die als exploitatiegebied zullen gelden. Indien de exploitatie
                    geschiedt op initiatief van de gemeente (afdeling II van de verordening) dan
                    maakt de aanduiding van het exploitatiegebied onderdeel uit van het door de
                    gemeenteraad vast te stellen kostenverhaalbesluit. In het geval de exploitatie
                    geschiedt op initiatief van de exploitant (afdeling III van de verordening), dan
                    geschiedt de vaststelling van de aanduiding van het exploitatiegebied door het
                    college. Gezien het feit dat, afhankelijk van de situatie, het exploitatiegebied
                    wordt vastgesteld door de raad dan wel het college, is het bepaalde in het </al><al>tweede lid vervallen. </al><al>In dit kader is voorts de aanduiding "l"voor het eerste lid komen te vervallen. </al><tussenkop>Artikel II </tussenkop><al>De te hanteren omslagmethode maakt onderdeel uit van de kostenbegroting (zie
                    artikel 5, eerste lid onder 3). Om die reden kan in artikel 6, derde lid worden
                    volstaan met aan te geven dat een omslagmethode, anders dan de
                    grondoppervlaktemethode, in de kostenbegroting wordt vermeld. </al><tussenkop>Artikel III</tussenkop><al>Op grond van artikel 160, eerste lid onder e van de Gemeentewet (na invoering
                    Wet dualisering gemeentebestuur) berust de bevoegdheid tot het aangaan van
                    overeenkomsten bij het college. In dit kader wordt voorts verwezen naar artikel
                    169, vierde lid van de (herziene) Gemeentewet: het college dient de raad vooraf
                    in te lichten over de uitvoering van de bevoegdheid tot het aangaan van een
                    overeenkomst, in het geval de raad daarom verzoekt of indien het aangaan van die
                    overeenkomst ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In dit laatste
                    geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad zijn wensen en
                    bedenkingen ter zake aan het college ter kennis heeft kunnen brengen. </al><al>Als gevolg van de invoering van de euro is de in artikel 7, vierde lid onder b
                    genoemde proforma-aanneemsom vervangen door € 1,--. </al><tussenkop>Artikel IV </tussenkop><al>Als gevolg van de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur berust de
                    bevoegdheid tot het aangaan van overeenkomsten bij het college. Om die reden is
                    dan ook bepaald dat aanvragen om medewerking dienen te worden gericht aan het
                    college, alsmede dat door het college op de aanvraag wordt beslist. Voorts is,
                    ter verduidelijking, in het derde lid bepaald dat door het college een
                    kostenbegroting en de daarmee verband houdende aanduiding van het
                    exploitatiegebied voorafgaande aan het aangaan van een overeenkomst wordt
                    vastgesteld en aan de exploitant (i.c. de aanvrager) bekend wordt gemaakt. De
                    bekendmakingseis zoals opgenomen in artikel 139 Gemeentewet, is in dit kader, nu
                    er geen sprake is van een kostenverhaalbesluit, niet van toepassing. </al><tussenkop>Artikel V </tussenkop><al>Als gevolg van de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur berust de
                    bevoegdheid tot het aangaan van overeenkomsten bij het college. </al><al>Ter verduidelijking is in het eerste lid bepaald dat een overeenkomst eerst kan
                    worden aangegaan, nadat het college een kostenbegroting en de aanduiding van het
                    exploitatiegebied heeft vastgesteld. De vastgestelde kostenbegroting en de
                    aanduiding van het exploitatiegebied worden aan de exploitant bekendgemaakt. </al><al>Omdat er geen sprake is van een kostenverhaalbesluit, is de bekendmakingseis
                    zoals opgenomen in artikel139 Gemeentewet, niet van toepassing. </al><al>De kostenbegroting kan derhalve onderdeel uitmaken van een kostenverhaalbesluit,
                    in welk geval de vaststelling van die kostenbegroting geschiedt door de
                    gemeenteraad. Indien er sprake is van een aanvraag (in welke situatie dus geen
                    kostenverhaalbesluit is genomen), geschiedt de vaststelling van de
                    kostenbegroting en de aanduiding van het exploitatiegebied door het college. </al><al>In het tweede lid is de onder a vermelde weigeringsgrond verduidelijkt.
                    Duidelijk is dat een weigering medewerking te verlenen aan de orde is indien de
                    door de exploitant voorgenomen exploitatie niet past binnen een geldend
                    bestemmingsplan. </al><tussenkop>Artikel VI </tussenkop><al>In de praktijk is gebleken dat er weinig behoefte bestaat aan de handhaving van
                    artikel 13. De methodiek van baattoerekening zoals omschreven in de verordening,
                    dient te worden onderscheiden van de methodiek van de berekening van de
                    gronduitgifteprijzen in het geval er sprake is van gemeentelijke
                    grondexploitatie. </al><al>In artikel 14 was aanvankelijk bepaald dat bepaalde raadsbevoegdheden die
                    voortvloeien uit de uitvoering van de exploitatieverordening, door de raad
                    konden worden overgedragen aan het college. Ais gevolg van de invoering van de
                    Wet dualisering gemeentebestuur komt de noodzaak tot het handhaven van dit
                    artikel te vervallen. </al><al>Opgemerkt wordt dat de vaststelling van een kostenverhaalbesluit is voorbehouden
                    aan de gemeenteraad, nu dit besluit tevens de functie heeft van een
                    'bekostigingsbesluit' zoals bedoeld in artikel 222, tweede lid van de
                    Gemeentewet. De bevoegdheid tot vaststelling van een bekostigingsbesluit is ook
                    na de invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur voorbehouden aan de
                    gemeenteraad. </al><al>Als gevolg van het vervallen van de artikelen 13 en 14 heeft vernummering
                    plaatsgevonden. In artikel 13, tweede en derde lid (na vernummering) is bepaald
                    in welke gevallen de voorheen </al><al>geldende exploitatieverordening van toepassing is. Ais gevolg van de invoering
                    van de Wet dualisering gemeentebestuur berust de bevoegdheid tot het aangaan van
                    overeenkomsten bij het college. In het tweede en derde lid is dienaangaande
                    bepaald dat, voor zover van belang in afwijking van de voorheen geldende
                    exploitatieverordening, het aangaan van overeenkomsten in alle gevallen is
                    voorbehouden aan het college. </al><al>Behoort bij raadsbesluit van 10 juli 2003</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>