<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>246681_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening vrijwilligersorganisaties Landgraaf 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Landgraaf</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-04-11</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-3533.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAnderePeriode%26spd%3d20160110%26epd%3d20160130%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dLandgraaf%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10%26_page%3d2%26sorttype%3d1%26sortorder%3d4&amp;resultIndex=13&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">gemeenteblad 2016, 3533</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening vrijwilligersorganisaties Landgraaf 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="BWB://1.0:v:BWBR0005537&amp;artikel=4:21 e.v.">Awb, artikel 4:21 e.v.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-12-14</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>toevoegen hoofdstuk IIIa</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I</nr><titel>Begrippenkader</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel 1 Begripsbepalingen</label></kop><lid><lidnr></lidnr><lijst><li nr="a."><al>vrijwilligersorganisatie: een rechtspersoon met volledige
                                        rechtsbevoegdheid, die door vrijwilligers wordt bestuurd;
                                    </al></li><li nr="b."><al>vrijwilliger: de natuurlijke persoon die onverplicht en om
                                        niet dan wel tegen een onkostenvergoeding, activiteiten
                                        verricht ten behoeve van de vrijwilligersorganisatie; </al></li><li nr="c."><al>ledensubsidie: de aanspraak op financiële middelen gebaseerd
                                        op het aantal leden, door het College verstrekt ter
                                        bevordering van de reguliere activiteiten van een
                                        vrijwilligersorganisatie;</al></li><li nr="d."><al>waarderingssubsidie: de aanspraak op financiële middelen
                                        door het College verstrekt ter ondersteuning van de
                                        maatschappelijke doelstelling van de
                                        vrijwilligersorganisatie;</al></li><li nr="e."><al>stimuleringssubsidie: de aanspraak op financiële middelen
                                        door het College verstrekt voor extra kosten in verband met
                                        het voor leden of derden toegankelijk maken van door de
                                        vrijwilligersorganisatie ondernomen activiteiten;</al></li><li nr="f."><al>accommodatiesubsidie: de aanspraak op financiële middelen
                                        door het College verstrekt als compensatie voor het ophogen
                                        van de huursom naar kostendekkend niveau van een
                                        gemeentelijk object dat nodig is om de activiteiten van de
                                        vrijwilligersorganisatie te kunnen verrichten; </al></li><li nr="g."><al>subsidiebudget: het bedrag dat gedurende het gemeentelijke
                                        begrotingsjaar ten hoogste beschikbaar is voor het
                                        verstrekken van subsidies op grond van de
                                        Subsidieverordening vrijwilligersorganisaties Landgraaf
                                        2013; </al></li><li nr="h."><al>deelbudget: het jaarlijks door het College vastgestelde
                                        beschikbare budget voor de afzonderlijke werksoorten;</al></li><li nr="i."><al>werksoort: een verzameling van gelijke dan wel
                                        gelijksoortige activiteiten of belangen; </al></li><li nr="j."><al>subsidiejaar: het kalenderjaar waar de aanvraag om subsidie
                                        betrekking op heeft;</al></li><li nr="k."><al>College: het College van Burgemeester en Wethouders van de
                                        gemeente Landgraaf.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel 2 Grondslag subsidie</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vrijwilligersorganisatie kan op aanvraag subsidie worden
                                verstrekt, indien de vrijwilligersorganisatie activiteiten verricht
                                die, naar het oordeel van het College, in belangrijke mate ten goede
                                komen aan de Landgraafse gemeenschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College maakt voor 1 januari algemeen bekend welk subsidiebudget
                                en welke deelbudgetten voor ledensubsidie onderverdeeld naar
                                werksoorten, welk budget voor stimuleringssubsidie en welk budget
                                voor waarderingssubsidie, in het daaropvolgende subsidiejaar
                                beschikbaar zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>3 Gemeentelijke doelstellingen</titel></kop><al>De subsidie wordt verstrekt indien de activiteiten van de
                            vrijwilligersorganisatie de door de gemeenteraad vastgestelde
                            gemeentelijke doelstellingen versterken, waaronder het:</al><lijst><li nr="a."><al>bevorderen van een levendige Landgraafse gemeenschap;</al></li><li nr="b."><al>bevorderen van maatschappelijke participatie en actief
                                    burgerschap;</al></li><li nr="c."><al>bevorderen van zelfstandigheid en zelfredzaamheid van ouderen en
                                    gehandicapten;</al></li><li nr="d."><al>bevorderen van kansen voor jongeren op ontwikkeling en
                                    ontplooiing;</al></li><li nr="e."><al>bevorderen van de gezondheid en welbevinden door meer
                                    bewegen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>4 Overleg</titel></kop><al></al><al>Een vrijwilligersorganisatie neemt deel aan door het College gewenst
                            overleg met daartoe door het College aangewezen ambtenaren of
                            instellingen, en verstrekt daarbij de benodigde informatie, indien hier
                            met het oog op de beoordeling van de voorgenomen activiteiten aanleiding
                            toe bestaat dan wel dit nodig is om inzicht te verwerven in het behalen
                            van de gemeentelijke doelstellingen als bedoeld in artikel 3.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><titel>III Ledensubsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>5 Werksoorten</titel></kop><lid><lidnr status="officieel">1.</lidnr><al>Voor toepassing van ledensubsidie gelden de volgende
                                werksoorten:</al></lid><lid><lidnr status="officieel"></lidnr><lijst><li nr="a."><al>Gymnastiek en turnen: beoefenen van door het NOC*NSF erkende
                                        gymnastiek en turnen in een binnenaccommodatie;</al></li><li nr="b."><al>Atletiek, trim en tennis: beoefenen van door het NOC*NSF
                                        erkende atletiek, trim en tennissport als
                                        buitenactiviteit;</al></li><li nr="c."><al>Voetbal: beoefenen van door het NOC*NSF erkend veldvoetbal;
                                    </al></li><li nr="d."><al>Bal- en racketsport: beoefenen van door het NOC*NSF erkende
                                        bal- en racketsport in een binnenaccommodatie;</al></li><li nr="e."><al>Budo- scherm- en krachtsport: beoefenen van door het NOC*NSF
                                        erkende budo- scherm- en krachtsport in een
                                        binnenaccommodatie;</al></li><li nr="f."><al>Zwem- en duiksport: beoefenen van door het NOC*NSF erkende
                                        zwem- en duiksport;</al></li><li nr="g."><al>Instrumentale muziek: bieden van instrumentale muzikale
                                        vorming en samenkomst voor uitvoeren van instrumentale
                                        muziek als groepsactiviteit;</al></li><li nr="h."><al>Vocale muziek en podiumkunsten: bieden van vocale muzikale
                                        vorming en samenkomst voor uitvoeren van vocale muziek dan
                                        wel voor podiumkunsten als groepsactiviteit;</al></li><li nr="i."><al>Methodisch jeugd- en jongerenwerk: aanbieden van methodisch
                                        jeugd- en jongerenactiviteit als groepsactiviteit;</al></li><li nr="j."><al>Schutterij: aanbieden van folkloristische
                                        schutterijactiviteiten;</al></li><li nr="k."><al>Belangenbehartiging van vrouwen: bieden van statutair
                                        vastgelegde activiteiten ter bevordering van de belangen van
                                        vrouwen;</al></li><li nr="l."><al>Ontmoeten: bieden van statutair vastgelegde
                                        groepsactiviteiten, niet vallend onder de werksoorten a t/m
                                        k, waarbij de sociale cohesie wordt bevorderd door elkaar
                                        buiten de eigen woonomgeving te ontmoeten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr status="officieel">2.</lidnr><al>Voor de werksoorten als bedoeld in het eerste lid, sub f, i en k
                                wordt het deelbudget als volgt verdeeld:</al><lijst><li nr="-"><al>voor sub f (zwem – en duiksport):</al><al> ledensubsidie: 30% </al><al> subsidie voor badhuur: 70% </al></li><li nr="-"><al>voor sub i (methodisch jeugd- en jongerenwerk)</al><al>ledensubsidie: 80 %</al><al>subsidie voor huisvestingskosten: 20%</al><al>-voor sub k (belangenbehartiging van vrouwen): </al><al>ledensubsidie: 80 % </al><al>subsidie organisatie internationale vrouwendag: 20% </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>6 Aanspraak ledensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Aan een vrijwilligersorganisatie kan door het College ledensubsidie
                                worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De rechtspersoon die in 2012 in aanmerking werd gebracht voor
                                ledensubsidie, kan eveneens in aanmerking worden gebracht voor
                                ledensubsidie op basis van het aantal geregistreerde deelnemers die
                                voor hun deelname aan die rechtspersoon een met contributie gelijk
                                te stellen financiële bijdrage leveren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Ledensubsidie wordt alleen verstrekt indien door het lid aan de
                                vrijwilligersorganisatie een reële contributie wordt betaald,
                                waarvan de hoogte door de algemene ledenvergadering is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> In afwijking van het derde lid wordt ledensubsidie eveneens
                                verstrekt indien het betreft een erelid, een lid van verdienste, een
                                kaderlid of een lid uit een gezin waarvan reeds twee leden
                                contributie betalen, en voor zover deze leden op basis van een
                                bestuursbesluit dan wel besluit van de algemene ledenvergadering van
                                het betalen van contributie zijn vrijgesteld. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op verstrekking van
                                ledensubsidie aan een vrijwilligersorganisatie actief in de
                                werksoort instrumentale muziek genoemd in artikel 5, eerste lid,
                                onder ‘g’.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Aanspraak op subsidie voor badhuur en subsidie voor huisvesting kan
                                alleen worden verstrekt indien de vrijwilligersorganisatie in
                                aanmerking komt voor ledensubsidie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijn aanvraag ledensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vrijwilligersorganisatie, als bedoeld in artikel 2, eerste lid,
                                kan voor 1 maart van enig jaar, overeenkomstig een door het College
                                beschikbaar gesteld aanvraagformulier, een aanvraag om ledensubsidie
                                voor datzelfde kalenderjaar indienen bij het College.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen ingediend na de in het eerste lid genoemde termijn, worden
                                niet in behandeling genomen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien geen gebruik wordt gemaakt van het door het College
                                beschikbaar gestelde aanvraagformulier, kan de aanvraag buiten
                                behandeling worden gesteld.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><titel>8 Inhoud aanvraag (leden)subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor ledensubsidie heeft slechts betrekking op één
                                werksoort.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de vrijwilligersorganisatie blijkens de statuten in meer dan
                                een werksoort actief is, kan voor ten hoogste twee werksoorten een
                                aanvraag voor subsidie worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanvraag voor ledensubsidie dient te bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal personen dat op 1 januari van dat subsidiejaar
                                        als lid bij de vrijwilligersorganisatie staat geregistreerd,
                                        onderscheiden in:</al><lijst><li nr="-"><al>het aantal leden dat op 1 januari van dat jaar,
                                                jonger is dan 23 jaar;</al></li><li nr="-"><al>het aantal leden dat op 1 januari van dat jaar 23
                                                jaar en ouder is;</al></li><li nr="-"><al>het aantal leden dat is vrijgesteld van het betalen
                                                van contributie;</al></li><li nr="-"><al>het besluit van het bestuur dan wel algemene
                                                ledenvergadering op basis waarvan de vrijstelling
                                                van dat lid is gebaseerd;</al></li><li nr="-"><al>het totaal aantal leden;</al></li><li nr="-"><al>het besluit van de algemene ledenvergadering tot
                                                vaststelling van de hoogte van de contributie;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>een omschrijving waaruit blijkt tot welke werksoort als
                                        bedoeld in artikel 5, eerste lid, de gebruikelijke
                                        activiteiten behoren;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving waaruit blijkt dat de door de
                                        vrijwilligersorganisatie beoogde activiteiten in belangrijke
                                        mate ten goede komen aan de Landgraafse gemeenschap;</al></li><li nr="d."><al>een omschrijving waaruit blijkt dat de door de
                                        vrijwilligersorganisatie beoogde activiteiten in belangrijke
                                        mate plaatsvinden binnen de gemeente Landgraaf;</al></li><li nr="e."><al>voor de werksoort zwem – en duiksport, een opgave van de
                                        beoogde badhuur-uren;</al></li><li nr="g."><al>indien de vrijwilligersorganisatie voor het eerst een
                                        subsidieaanvraag indient, de op dat ogenblik geldende
                                        statuten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het derde lid, onder a, is niet van toepassing op een aanvraag van
                                een vrijwilligersorganisatie actief in de werksoort instrumentale
                                muziek genoemd in artikel 5, eerste lid, onder ‘g’.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9 Berekening subsidie</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor elke persoon die lid is van een vrijwilligersorganisatie en die
                                op 1 januari direct voorafgaand aan de indiening van de
                                subsidieaanvraag jonger is dan 23 jaar, worden twee punten
                                toegerekend, voor elk ander lid wordt een punt toegerekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het totaal van het aantal punten per vrijwilligersorganisatie zoals
                                bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld indien de
                                vrijwilligersorganisatie is aangesloten bij een
                                koepelorganisatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de bepaling van het subsidiebedrag dat aan elk punt wordt
                                toegekend, telt het College het totaal aan alle
                                vrijwilligersorganisaties toebedeelde punten per werksoort bij
                                elkaar op, waarna het per werksoort beschikbare budget wordt gedeeld
                                door het totaal aantal binnen de werksoort toebedeelde punten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan de vrijwilligersorganisatie wordt ledensubsidie verstrekt door
                                het aantal aan de organisatie toegerekende punten te
                                vermenigvuldigen met het bedrag dat de uitkomst is van de in het
                                derde lid opgenomen berekening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aan de vrijwilligersorganisatie binnen de werksoort zwem- en
                                duiksport wordt subsidie voor badhuur verstrekt naar rato van de
                                opgegeven badhuur-uren.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De aan de vrijwilligersorganisatie binnen de werksoort methodisch
                                jeugd- en jongerenwerk te verstrekken subsidie voor
                                huisvestingskosten wordt gelijkelijk verdeeld over
                                vrijwilligers-organisaties die een aanvraag hebben ingediend.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op verstrekking van ledensubsidie
                                aan een vrijwilligersorganisatie actief in de werksoort
                                instrumentale muziek genoemd in artikel 5, eerste lid, onder
                                ‘g’.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10 Behandeling van de aanvraag ledensubsidie</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de in artikel 8 bedoelde gegevens niet zijn verstrekt, stelt
                                het College overeenkomstig artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht
                                (Awb) een termijn waarbinnen de ontbrekende gegevens kunnen worden
                                ingediend. Na het ongebruikt verstrijken van de gestelde termijn is
                                het College bevoegd de aanvraag buiten behandeling te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College is bevoegd, binnen een door het College te stellen
                                termijn, van de vrijwilligersorganisatie nadere informatie te
                                verlangen indien dat voor de beoordeling van de subsidieaanvraag van
                                belang is. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het College beslist op een aanvraag om ledensubsidie voor 1 juni van
                                het subsidiejaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het College tot toekenning beslist, wordt de subsidie
                                overeenkomstig artikel 4:42 van de Awb, vastgesteld. Bij de
                                subsidievaststelling verschaft het College inzicht in de wijze
                                waarop de hoogte van het subsidiebedrag tot stand is gekomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Voorschot ledensubsidie</titel></kop><al>Indien het College niet voor 1 juni op de subsidieaanvraag heeft
                            beslist, is het College bevoegd tot het verstrekken van voorschotten tot
                            ten hoogste 60% van de in het voorgaande jaar aan de
                            vrijwilligersorganisatie toegekende subsidie, onder de voorwaarde dat
                            het voorschot onverwijld dient te worden terugbetaald, indien de
                            aanvraag om subsidie wordt geweigerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12 Gevolgen wijziging subsidiehoogte</nr></kop><al></al><al>Indien het College de hoogte van een subsidievaststelling voor een
                            vrijwilligersorganisatie wijzigt, heeft dit geen gevolgen voor het reeds
                            genomen besluit tot subsidievaststelling van de overige
                            vrijwilligersorganisaties binnen de werksoort. </al><al></al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr>13 </nr><titel>Melding college</titel></kop><al>Een vrijwilligersorganisatie aan wie ledensubsidie is verstrekt, maakt
                            bij het College voorafgaand schriftelijk melding van: </al><al>a. wijziging van de geldende statuten; </al><al>b. het doen van aangifte tot faillissement of het aanvragen van zijn
                            surséance van betaling;</al><al>c. het ontbinden van de vrijwilligersorganisatie als rechtspersoon;</al><al>d. het oprichten dan wel deelnemen in een andere rechtspersoon.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IIIa</nr><titel>Bijzondere bepalingen werksoort instrumentale muziek (artikel 5,
                            eerste lid onder 'g')</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>13a Minimum ledenaantal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vrijwilligersorganisatie actief in de werksoort
                                instrumentale muziek kan door het college slechts ledensubsidie
                                worden verstrekt indien het aantal personen dat op 1 januari van dat
                                subsidiejaar als actief musicerend lid bij de
                                vrijwilligersorganisatie staat geregistreerd tenminste 15 bedraagt.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien in het voorafgaande kalenderjaar de vrijwilligersorganisatie
                                ledensubsidie heeft ontvangen kan, in afwijking van het bepaalde in
                                het eerste lid, aan de vrijwilligersorganisatie die op 1 januari
                                minder dan 15 leden had, subsidie worden verstrekt voor dat
                                kalenderjaar en maximaal twee daaropvolgende kalenderjaren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13b</nr><titel>Openbaar toegankelijke optredens</titel></kop><al>Een vrijwilligersorganisatie actief in de werksoort instrumentale muziek
                            kan slechts in aanmerking komen voor ledensubsidie indien deze jaarlijks
                            tenminste twee openbaar toegankelijke optredens heeft niet zijnde ter
                            opluistering van religieuze bijeenkomsten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13c</nr><titel>inhoud aanvraag</titel></kop><al>In afwijking van artikel 8, derde lid, onder a, dient een aanvraag voor
                            ledensubsidie voor de werksoort instrumentale muziek te bevatten: </al><lijst><li nr="a."><al>het totaal aantal personen dat op 1 januari van dat subsidiejaar
                                    als actief musicerend lid is bij de vrijwilligersorganisatie
                                    en</al></li><li nr="b."><al>op een door de koepelorganisatie gewaarmerkte ledenlijst staan
                                    of</al></li><li nr="c."><al>indien de vrijwilligersorganisatie niet is aangesloten bij een
                                    koepelorganisatie, op een door de voorzitter en secretaris van
                                    de vrijwilligersorganisatie gewaarmerkte ledenlijst.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13d</nr><titel>Berekening subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 9 verstrekt het college uit
                                het deelbudget voor die werksoort, aan een vrijwilligersorganisatie
                                subsidie ter hoogte van € 1000,- indien de vrijwilligersorganisatie </al><lijst><li nr="a."><al>actief is in de werksoort instrumentale muziek en </al></li><li nr="b."><al>ledensubsidie wordt verstrekt en </al></li><li nr="c."><al>is aangesloten bij een koepelorganisatie. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover na toepassing van het eerste lid nog deelbudget voor de
                                werksoort instrumentale muziek resteert, wordt aan de
                                vrijwilligersorganisatie ledensubsidie verstrekt overeenkomstig het
                                bepaalde in het derde, vierde en vijfde lid van dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor elk actief musicerend lid van de vrijwilligersorganisatie dat
                                op 1 januari van dat subsidiejaar als zodanig is geregistreerd wordt
                                één punt toegekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de bepaling van het subsidiebedrag per punt, telt het college
                                het totaal van alle aan vrijwilligersorganisaties toebedeelde punten
                                in de werksoort instrumentale muziek bij elkaar op, waarna het voor
                                de werksoort beschikbare deelbudget wordt gedeeld door het totaal
                                aantal binnen de werksoort toebedeelde punten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aan de vrijwilligersorganisatie actief in de werksoort instrumentale
                                muziek wordt ledensubsidie verstrekt door het aantal aan de
                                organisatie toegerekende punten te vermenigvuldigen met het bedrag
                                dat de uitkomst is van de in het vierde lid opgenomen
                                berekening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Waarderingssubsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel><vet>Grondslag waarderingssubsidie</vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de in bijlage 1 bij dit besluit genoemde
                                vrijwilligersorganisatie kan op aanvraag de in de bijlage bij die
                                organisatie genoemde waarderingssubsidie worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in bijlage 1 genoemde kerkgenootschappen worden voor toepassing
                                van dit besluit beschouwd als een vrijwilligersorganisatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in bijlage 1 genoemde bedragen worden jaarlijks geïndexeerd op
                                basis van de prijsontwikkeling bruto binnenlands product zoals in
                                het voorjaar van het subsidiejaar door het Centraal Planbureau
                                gepubliceerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel><vet>Waarderingssubsidie bestaansjubileum</vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de vrijwilligersorganisatie die een 25-jarig, een 50-jarig, een
                                75-jarig dan wel een 100- jarig bestaansjubileum viert, kan door het
                                College een waarderingssubsidie worden verstrekt van € 200,00 resp.
                                € 300,00 resp. €400,00 resp. € 500,00. Bij een opvolgend 25-jarig
                                etc. bestaansjubileum gelden telkens de vorengenoemde oplopende
                                bedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan aan de vrijwilligersorganisatie
                                die een 11 jarig- carnavalsjubileum of een meervoud daarvan viert,
                                telkens een waarderingssubsidie worden verstrekt van € 111,11.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De waarderingssubsidie wordt alleen verstrekt indien de
                                vrijwilligersorganisatie schriftelijk een verzoek bij het College
                                indient en aannemelijk maakt dat de vrijwilligersorganisatie het
                                aantal aangegeven jaren formeel bestaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel><vet>Aanvraag waarderingssubsidie</vet></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een waarderingsubsidie wordt ingediend op basis
                                van een door het College beschikbaar gesteld aanvraagformulier.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College beslist over de aanvraag binnen 8 weken nadat de
                                aanvraag is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het College tot toekenning beslist, wordt de subsidie
                                overeenkomstig artikel 4:42 van de Awb, vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het eerste lid geldt niet voor een aanvraag waarderingssubsidie
                                bestaansjubileum, als bedoeld in artikel 15. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><titel>V Stimuleringssubsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Grondslag stimuleringssubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vrijwilligersorganisatie kan op aanvraag een
                                stimuleringssubsidie worden verstrekt van ten hoogste € 500,00 voor
                                de extra kosten die de organisatie maakt om personen met beperkingen
                                in staat te stellen om de door vrijwilligersorganisatie
                                georganiseerde activiteiten bij te wonen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De stimuleringssubsidie kan eveneens worden verstrekt indien door
                                het maken van extra kosten, leden met beperkingen alsnog aan de
                                georganiseerde activiteiten deel kunnen nemen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van de vaststelling tot stimuleringssubsidie is gelijk aan
                                het bedrag van de extra gemaakte kosten, doch kan niet hoger zijn
                                dan € 500,00.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vrijwilligersorganisatie kan gedurende het subsidiejaar slechts
                                een maal voor stimuleringssubsidie in aanmerking worden gebracht
                                tenzij het totaal aan subsidie-verstrekkingen het bedrag van €500,00
                                niet overschreden wordt. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college bepaalt of sprake is van extra gemaakte kosten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De stimuleringssubsidie wordt alleen verstrekt aan de
                                vrijwilligersorganisatie die in het subsidiejaar in aanmerking komt
                                voor ledensubsidie of waarderingssubsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><titel>18 Aanvraag stimuleringssubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een stimuleringssubsidie wordt ingediend op basis
                                van een door het College beschikbaar gesteld aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag worden facturen gevoegd waaruit afdoende blijkt dat
                                de in artikel 17 bedoelde extra kosten zijn gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het College beslist over de aanvraag binnen 8 weken nadat de
                                aanvraag is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het College tot toekenning beslist, wordt de subsidie
                                overeenkomstig artikel 4:42, van de Awb, vastgesteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><titel>VI Weigeringsgronden subsidies</titel></kop><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Algemene weigeringsgronden subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 Awb, wordt subsidie
                                geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>naar het oordeel van het College, de door de
                                        vrijwilligersorganisatie te verrichten activiteiten niet in
                                        belangrijke mate ten goede komen aan de Landgraafse
                                        gemeenschap; </al></li><li nr="b."><al>naar het oordeel van het College, de door de
                                        vrijwilligersorganisatie te verrichten activiteiten de
                                        gemeentelijke doelstellingen als bedoeld in artikel 3, niet
                                        versterken;</al></li><li nr="c."><al>de vrijwilligersorganisatie een commerciële doelstelling
                                        heeft; </al></li><li nr="d."><al>de aanvrager een natuurlijk persoon betreft;</al></li><li nr="e."><al>conservatoir beslag ligt op het gehele of gedeeltelijke
                                        vermogen van de subsidieaanvrager;</al></li><li nr="f."><al>voor de subsidieaanvrager faillissement of surséance van
                                        betaling is aangevraagd dan wel door de rechtbank is
                                        uitgesproken respectievelijk is verleend;</al><al></al></li><li nr="g."><al> onvoldoende medewerking wordt verleend als bedoeld in
                                        artikel 27;</al></li><li nr="h."><al>het voor de toepassing van deze regeling bekend gemaakte
                                        budget respectievelijk deelbudget is uitgeput door het
                                        totaal aan toezeggingen die in het subsidiejaar zijn
                                        gedaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College kan de subsidie weigeren indien:</al><al> a. de activiteiten niet of in onvoldoende mate binnen de gemeente
                                Landgraaf plaatsvinden; </al><al> b. geen melding heeft plaatsgevonden als bedoeld in artikel
                                13.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20 Bijzondere weigeringsgronden ledensubsidie</nr></kop><al></al><al> De ledensubsidie wordt eveneens geheel of gedeeltelijk geweigerd
                            indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de vrijwilligersorganisatie de aanvraag om subsidie niet binnen
                                    de in artikel 7, eerste lid, gestelde termijn heeft
                                    ingediend;</al></li><li nr="b."><al>onvoldoende inzicht wordt geboden in het aantal leden dat reële
                                    contributie betaalt;</al></li><li nr="c."><al>er bij het College gegronde redenen bestaan om te twijfelen aan
                                    de juistheid van de opgave van het aantal al dan niet
                                    contributie betalende leden en de hierbij behorende
                                    onder-verdeling naar leeftijd;</al></li><li nr="d."><al>naar het oordeel van het college geen sprake is van een reële
                                    contributie;</al></li><li nr="e."><al>de activiteiten niet behoren tot een in artikel 5, eerste lid,
                                    genoemde werksoort;</al></li><li nr="f."><al>de aanvrager als vrijwilligersorganisatie is genoemd in de bij
                                    deze verordening behorende bijlage 1.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20a</nr><titel>Bijzondere weigeringsgronden werksoort instrumentale
                                muziek</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 19 en 20, aanhef en onder a, e
                            en f, wordt de ledensubsidie ten behoeve van een
                            vrijwilligersorganisatie actief binnen de werksoort instrumentale muziek
                            geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al> het aantal personen dat op 1 januari van dat subsidiejaar als
                                    actief musicerend lid bij de vrijwilligersorganisatie staat
                                    geregistreerd minder dan 15 bedraagt;</al></li><li nr="b."><al> niet of onvoldoende is gebleken dat de vrijwilligersorganisatie
                                    in dat subsidiejaar tenminste twee openbaar toegankelijke
                                    optredens heeft niet zijnde niet zijnde ter opluistering van
                                    religieuze bijeenkomsten. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Bijzondere weigeringsgronden waarderings- en
                                stimuleringssubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Onverminderd het bepaalde in artikel 19, wordt de
                                waarderingssubsidie of stimulerings-subsidie eveneens geweigerd
                                indien:</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>a. voor de te subsidiëren activiteiten de vrijwilligersorganisatie
                                reeds subsidie ontvangt op grond van een andere gemeentelijke
                                verordening of hiertoe een aanvraag heeft ingediend;</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>b. voor de te subsidiëren activiteiten de vrijwilligersorganisatie
                                subsidie ontvangt van een derde, tenzij de voor rekening van de
                                vrijwilligersorganisatie komende kosten een bedrag van € 500,00 te
                                boven gaan;</al></lid><lid><lidnr></lidnr><al>c. het voor de toepassing van waarderingssubsidie respectievelijk
                                stimuleringssubsidie beschikbaar gestelde budget is uitgeput door
                                het totaal van toezeggingen gedurende het subsidiejaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De stimuleringssubsidie wordt geweigerd indien de
                                vrijwilligersorganisatie niet in aanmerking komt voor ledensubsidie
                                dan wel waarderingssubsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Niet naleving voorschriften</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 19 tot en met 21, kan het
                            College de subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren indien het bepaalde
                            in de artikelen 4, 13, 27 en 28 niet of niet voldoende is nageleefd.
                        </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VI Intrekking en terugvordering</nr></kop><structuurtekst><al></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Algemene intrekkingsgronden</titel></kop><al>Het College kan de subsidie geheel of gedeeltelijk intrekken en
                            eventueel verstrekte voorschotten geheel of gedeeltelijk terugvorderen
                            indien de vrijwilligersorganisatie:</al><lijst><li nr="a."><al>de bij de subsidievaststelling opgenomen voorschriften niet of
                                    niet voldoende naleeft;</al></li><li nr="b."><al>onjuiste gegevens heeft verstrekt en dit, indien wel de juiste
                                    informatie zou zijn verstrekt, tot weigering of verlaagde
                                    subsidieverstrekking zou hebben geleid;</al></li><li nr="c."><al>het bepaalde in de artikelen 4, 13, 26 en 27 niet of niet
                                    voldoende naleeft;</al></li><li nr="d."><al>als rechtspersoon wordt ontbonden dan wel gaat deelnemen in een
                                    andere rechtspersoon;</al></li><li nr="e."><al>aangifte doet van zijn faillissement of zijn surséance van
                                    betaling aanvraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Misbruik en oneigenlijk gebruik</titel></kop><al>Indien en voorzover blijkt dat door de vrijwilligersorganisatie misbruik
                            of oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van de subsidiemogelijkheden, trekt
                            het College de verstrekte subsidie in en gaat over tot gehele of
                            gedeeltelijke terugvordering van het reeds uitbetaalde subsidiebedrag.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Voorafgaand overleg</titel></kop><al>Alvorens over te gaan tot intrekking of terugvordering van de subsidie,
                            wordt door of namens het College ten minste een maal overleg gevoerd met
                            de vrijwilligersorganisatie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel>Bijzondere bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Nadere voorschriften</titel></kop><al>Het College kan aan het besluit tot subsidieverstrekking nadere
                            voorschriften verbinden voor zover die voorschriften betrekking hebben
                            op de wijze waarop het doel waarvoor de subsidie wordt verleend, wordt
                            verwezenlijkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Controle</titel></kop><al>De vrijwilligersorganisatie verleent aan het College alle medewerking
                            die nodig is en verleent aan de daartoe door het College aangewezen
                            persoon of personen inzage in alle boeken en bescheiden, om de
                            rechtmatigheid van de subsidie vast te kunnen stellen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII</nr><titel>Accomodatiesubsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Compensatie voor kostendekkende huur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de in bijlage 2 bij dit besluit genoemde organisaties, wordt op
                                schriftelijke aanvraag accommodatiesubsidie verstrekt indien en voor
                                zover tussen de organisatie en de gemeente Landgraaf voor 1 januari
                                2010, een huurovereenkomst tot stand kwam waarbij een kostendekkende
                                huur werd overeengekomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de indiening van de aanvraag voor accommodatiesubsidie maakt de
                                organisatie gebruik van een daartoe door het College vastgesteld
                                aanvraagformulier. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvraag om subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt
                                ingediend binnen 3 maanden nadat een huurovereenkomst tussen het
                                College en de organisatie in werking is getreden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De hoogte van de subsidie is het verschil tussen de oude en de
                                nieuwe, hogere huur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Beslissing accomodatiesubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College beslist binnen 8 weken na indiening van de aanvraag om
                                accommodatiesubsidie en stelt voor zover van toepassing, de subsidie
                                overeenkomstig artikel 4:42 Awb, vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt tenminste tot en met het kalenderjaar 2014, voldoende
                                middelen beschikbaar ter dekking van de in artikel 28, eerste lid,
                                bedoelde accommodatiesubsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Toestemming College bij verhuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De in bijlage 2, bij dit besluit genoemde organisatie behoeft
                                voorafgaande toestemming van het College indien het object van huur
                                door de vrijwilligersorganisatie geheel of gedeeltelijk en tegen
                                betaling aan een derde wordt doorverhuurd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De organisatie verstrekt hiertoe op eerste verzoek, de door het
                                College gewenste informatie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, is artikel 13, van
                                overeenkomstige toepassing op dit hoofdstuk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Weigering, intrekking en bijstelling accomodatiesubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De accommodatiesubsidie kan worden geweigerd, ingetrokken dan wel
                                neerwaarts worden bijgesteld indien de in bijlage 2, bij dit besluit
                                genoemde organisatie zonder toestemming van het College, de gehuurde
                                ruimte doorverhuurd aan een derde tegen een gelijke of hogere
                                huurprijs.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De accommodatiesubsidie kan worden geweigerd dan wel ingetrokken
                                indien:</al><al> a. niet of niet tijdig wordt voldaan aan het bepaalde in de
                                artikelen 13 en 30, eerste en tweede lid;</al><al>b. de huurpenningen niet of niet tijdig aan de gemeente worden
                                betaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het College voornemens is de accommodatiesubsidie in te
                                trekken dan wel neerwaarts bij te stellen, wordt door of namens het
                                College tenminste een maal voorafgaand overleg gevoerd met de
                                organisatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Uitbetaling accomodatiesubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De accommodatiesubsidie wordt telkens uitbetaald voorafgaand aan de
                                datum waarop de huur verschuldigd is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uitbetaling van de accommodatiesubsidie aan de organisatie kan
                                worden opgeschort indien en zolang de verschuldigde huurpenningen
                                niet, niet tijdig of niet volledig aan de gemeente worden
                                betaald.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Einde accomodatiesubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De accommodatiesubsidie eindigt indien en zodra de huurovereenkomst
                                tussen de gemeente en de vrijwilligersorganisatie eindigt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De accommodatiesubsidie eindigt in elk geval met ingang van 1
                                januari 2015, tenzij de raad voor de periode hierna voldoende budget
                                beschikbaar stelt.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IX</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Periodieke evaluatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Elk jaar wordt de raad geïnformeerd over de ontwikkelingen per
                                werksoort. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Elke twee jaar wordt de raad geïnformeerd over de ontwikkelingen
                                met betrekking tot de waarderingssubsidie, de stimuleringssubsidie
                                en de accommodatiesubsidie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Telkens na ommekomst van vier jaar vindt evaluatie van onderhavige
                                verordening plaats. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>X</nr><titel>Overgangsrecht en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op aanvragen om subsidie op grond van de Subsidieverordening
                                vrijwilligersorganisaties Landgraaf 2009, waarop bij het
                                inwerkingtreden van onderhavige verordening nog niet is beslist,
                                wordt beslist met toepassing van de Subsidieverordening
                                vrijwilligersorganisaties Landgraaf 2009.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op aanvragen om vaststelling van subsidie die betrekking hebben op
                                subsidieverleningen voor 1 januari 2013, wordt beslist met
                                toepassing van de Subsidieverordening vrijwilligers-organisaties
                                Landgraaf 2009.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op bezwaarschriften gericht tegen een beschikking op grond van de
                                Subsidieverordening vrijwilligersorganisaties Landgraaf 2009, wordt
                                beslist met toepassing van die verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2013,
                                onder gelijktijdige intrekking van de Subsidieverordening
                                vrijwilligersorganisaties Landgraaf 2009.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt algemeen bekend gemaakt en kan worden
                                aangehaald als: Subsidieverordening vrijwilligersorganisaties
                                Landgraaf 2013.</al><al></al><al></al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 20
                        december 2012.</al><al>De griffier, De voorzitter,</al><al></al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Nota-toelichting</titel></kop><al><onderstreept><vet>ALGEMEEN</vet></onderstreept></al><al>Het ontvangen van subsidie is voor veel verenigingen en instellingen in
                    Landgraaf al jarenlang lang van groot belang. Mede dank zij door de gemeente
                    verstrekte subsidie kunnen door vrijwilligersorganisaties vele activiteiten
                    worden ontplooid die de burgers van Landgraaf ten goede komen en die de
                    onderlinge sociale cohesie kunnen stimuleren en versterken. Verenigingen en hun
                    vrijwilligers spelen op diverse beleidsterreinen een belangrijke rol waar ook de
                    overheid actief is. Maar niet alleen verenigingen, ook andere instellingen zijn
                    actief op terreinen die maatschappelijk worden gewaardeerd. </al><al>Voor de in 2009 vastgestelde subsidieverordening werd gezocht naar nieuwe
                    algemeen geldende uitgangspunten. </al><al>Bij de voorafgaand aan 2009 geldende subsidieverordeningen was niet altijd
                    sprake van een duidelijke verbinding met de gemeentelijke beleidsdoelen; de
                    grondslagen hadden geen of maar in zeer beperkte mate een relatie met de
                    beleidsuitgangspunten zoals die door raad en College waren vastgesteld in
                    diverse beleidsnota’s en visiedocumenten. </al><al>Om die reden is gezocht naar een subsidiesystematiek waarbij meer aansluiting is
                    gezocht met de gemeentelijke beleidsdoelen. Die gemeentelijke beleidsdoelen
                    worden via besluitvorming door de raad, vastgelegd in beleidskaders en
                    strategienota.</al><al>Beoogd werd een subsidieverordening tot stand te brengen die als instrument zou
                    bijdragen aan het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen en ambities
                    zoals die waren vastgelegd in bijvoorbeeld:</al><al>- Beleidsnota integraal jeugdbeleid Landgraaf 2004-2007 "Ruimte om te groeien",
                    vastgesteld door de raad op 1 juli 2004.</al><al>- Beleidsnota speelruimtebeleid: Ruimte om te spelen, vastgesteld door de raad
                    op 2 februari 2006.</al><al>- de Strategienota, vastgesteld door de raad op 28 juni 2006.</al><al>- Beleidsnota "Alliantie tegen de Armoede" vastgesteld door de raad op 24 mei
                    2007.</al><al>- Nota Lokaal volksgezondheidbeleid 2007-2011, vastgesteld door de raad op 21
                    juni 2007.</al><al>- Bibliotheeknota "Ruimte om te lezen" , vastgesteld door de raad op 4 oktober
                    2007.</al><al>- Sportnota 2007-2011 "Aanloop tot de echte sprong", vastgesteld door de raad op
                    4 oktober 2007.</al><al>- Beleidskader WMO "Ruimte om (samen) te leven, vastgesteld door de raad op 14
                    februari 2008.</al><al><vet></vet></al><al>De in deze nota’s vastgelegde centrale doelstellingen waren onder andere:</al><al>- een levendige Landgraafse samenleving</al><al>- maatschappelijke participatie en actief burgerschap</al><al>- stimuleren van zelfstandigheid en zelfredzaamheid</al><al>- bevorderen van kansen voor jongeren op ontwikkeling en ontplooiing</al><al>- gezonder leven door meer te bewegen.</al><al></al><al>De destijds vastgestelde doelstellingen gelden nog steeds. </al><al>Sindsdien zijn onder meer de volgende nota’s binnen programma 5, door de raad
                    vastgesteld: </al><lijst><li><al>beleidsactualisatie en uitvoeringsprogramma Sport 2011-2014, vastgesteld
                            door de raad op 7 juli 2011</al></li><li nr=""><al>Nota jeugdbeleid 2011-2014, vastgesteld door de raad op 20 oktober
                            2011</al></li><li nr=""><al>Nota gezondheidsbeleid (2012-2014), vastgesteld door de raad op 7 juli
                            2011 </al></li><li nr=""><al>Beleidsplan WMO 2012 – 2015, vastgesteld door de raad op 20 oktober
                            2011.</al></li></lijst><al></al><al>Vier jaar na inwerkingtreding van de subsidieverordening is de werking van de
                    subsidieverordening geëvalueerd en zijn de effecten worden gemeten. </al><al>Uit de evaluatie die in samenspraak met de vrijwilligersorganisaties is gedaan,
                    bleek dat de systematiek die in de subsidieverordening was neergelegd, waarbij
                    een onderscheid werd gemaakt tussen enerzijds ledensubsidie en anderzijds
                    activiteitensubsidie, dermate omslachtig was en in de praktijk de activiteiten
                    niet werkelijk stimuleerde, dat besloten is die systematiek ingrijpend te
                    vereenvoudigen. Door een verdergaande vereenvoudiging zullen de administratieve
                    lasten bovendien sterk worden verminderd. Anderzijds zal bepaalde informatie nog
                    steeds geleverd moeten worden om misbruik en oneigenlijk gebruik zoveel mogelijk
                    te voorkomen en om de toets van rechtmatigheid te kunnen doorstaan. </al><al></al><al>In de nieuwe subsidieverordening is niet langer de activiteitensubsidie
                    opgenomen. Wel is een eenvoudig toepasbare stimuleringssubsidie toegevoegd.</al><al>De ledensubsidie, de waarderingssubsidie en de accommodatiesubsidie zijn
                    gehandhaafd. </al><al>De hoogte van de ledensubsidie is afhankelijk gesteld van het aantal reëel
                    contributie betalende leden op de peildatum van 1 januari, waarbij een
                    onderverdeling is gemaakt naar leden die jonger zijn dan 23 jaar en die 23 jaar
                    en ouder zijn.</al><al>Contributiebetaling is een vereiste om mee te mogen tellen bij het aantal
                    opgegeven leden. </al><al></al><al>De waarderingssubsidie is nog steeds bedoeld om tot uitdrukking te brengen dat
                    de activiteiten van de organisatie worden aangemoedigd gezien het
                    maatschappelijk nut hiervan. Ledensubsidie is voor deze organisaties niet
                    mogelijk omdat zij geen vereniging zijn. In bijlage 1 van de verordening is een
                    limitatieve lijst opgenomen van organisaties die in elk geval voor deze vorm van
                    subsidie in aanmerking kunnen komen. De bedragen liggen vast. Bij de
                    vaststelling van deze bedragen heeft de raad in een openbaar debat over de
                    opbouw en achtergronden hiervan kunnen debatteren. </al><al>Daarnaast bestaat de mogelijkheid om in aanmerking te komen voor een
                    waarderingssubsidie indien een bepaald bestaansjubileum van de organisatie wordt
                    gevierd. </al><al></al><al>In de subsidieverordening 2013 wordt de stimuleringssubsidie geïntroduceerd. Het
                    college kan subsidie verstrekken indien de vrijwilligersorganisatie extra
                    inspanningen levert en extra kosten maakt om de voor de organisatie ondernomen
                    activiteiten toegankelijk te maken voor derden met beperkingen. Gedacht kan
                    worden aan een georganiseerd evenement dat door personen met beperkingen niet
                    zou kunnen worden bezocht, indien geen voorzieningen voor de toegankelijkheid
                    zouden worden getroffen. Te denken valt aan het beschikbaar stellen van
                    busvervoer voor mensen met beperkingen van en naar een georganiseerd evenement,
                    het rolstoeltoegankelijk maken van bepaalde ruimtes, zoals het clubhuis zelf, of
                    kantine, informatieavonden specifiek voor personen met beperkingen etc. </al><al>Daarnaast kan deze subsidie worden verstrekt indien de deelname voor leden met
                    beperkingen alleen maar mogelijk is door extra voorzieningen te treffen. Hierbij
                    wordt niet alleen gedacht aan leden met zichtbaar beperkingen maar ook aan leden
                    met een visuele, auditieve of cognitieve beperking. Door voor leden niet als
                    voorwaarde te stellen dat het moet gaan om beperkingen, wordt een bredere
                    toepassing mogelijk gemaakt.</al><al>In het geval van bijvoorbeeld auditieve beperkingen kunnen extra kosten
                    voortvloeien uit de extra kosten die de vrijwilligersorganisatie maakt om de
                    website toegankelijk te maken door middel van de voorleesfunctie. Of door de
                    trainers een cursus gebarentaal te laten volgen. Een beperking in spraak kan
                    betekenen dat de vrijwilligersorganisatie een extra schrijfbord aanschaft, of
                    extra opleidingskosten maakt voor vrijwilligers om te leren omgaan met kinderen
                    met een verstandelijke beperking of gedragsstoornis. Extra kosten kunnen
                    voortvloeien uit de inschakeling van bijzondere begeleiding voor leden met een
                    verstandelijke beperking zodat zij kunnen deelnemen aan trainingen of
                    wedstrijden.</al><al>De extra kosten zullen wel moeten blijken uit de over te leggen facturen.
                    Daarnaast heeft het College altijd de mogelijkheid nadere informatie in te
                    winnen.</al><al>Het jaar 2013 zal vooral worden benut om deze nieuwe vorm van subsidie verdere
                    invulling te geven. Indien het College meer inzicht heeft verkregen in de
                    specifieke problematiek die zich kan voordoen, zal mogelijk dit onderdeel van de
                    subsidieverordening na 2013 worden aangepast. </al><al></al><al>Zowel organisaties die ledensubsidie ontvangen als die waarderingssubsidie
                    ontvangen, kunnen voor de stimuleringssubsidie in aanmerking komen. Er is geen
                    termijn aan verbonden, de subsidie wordt afgewezen indien het subsidiebudget is
                    uitgeput door het totaal aan toezeggingen in dat subsidiejaar.</al><al>Per subsidiejaar kan de rechtspersoon maar een maal voor een bedrag van ten
                    hoogste 500 euro in aanmerking komen voor deze subsidie. </al><al></al><al>De accommodatiesubsidie is gehandhaafd omdat eerder al gekozen was voor een
                    doorlooptijd tot 2015. De subsidie kan worden verstrekt aan die organisaties met
                    wie door de gemeente voor 1 januari 2010 een huurovereenkomst is gesloten. De
                    tot dan geldende huren zijn niet kostendekkend. Mede gezien de gewenste en ook
                    noodzakelijke transparantie van de diverse geldstromen, is de keuze gemaakt om
                    alle huurovereenkomsten om te zetten naar kostendekkende huren. Om de
                    vrijwilligersorganisaties niet in financiële nood te brengen is er voor gekozen
                    om hen ten minste tot 2014 te compenseren. In de komende vijf jaren zal dan in
                    beeld kunnen worden gebracht wat de consequenties zijn van de gemaakte keuzes en
                    ook wat een ruimere toepassing van accommodatiesubsidie voor
                    financieel/budgettaire gevolgen zou hebben. Daarnaast kunnen ook de (ongewenste)
                    neveneffecten worden onderzocht die een ruimere toepassing teweeg zou kunnen
                    brengen, bijvoorbeeld dat de huurprijzen worden opgestuwd in de verwachting dat
                    dit dan van overheidswege zal worden gecompenseerd. Dat kan in elk geval niet de
                    bedoeling zijn. </al><al></al><al>De nieuwe voorstellen met betrekking tot de voorliggende subsidieverordening
                    zijn in nauwe samenspraak met alle betrokken vrijwilligersorganisaties, WMO-raad
                    en gehandicaptenraad tot stand gekomen. Als gevolg van die inspraak is nu ook
                    gekozen voor directe vaststelling van de subsidie, waar dat mogelijk is, in
                    plaats van verlening en vervolgens vaststelling.</al><al></al><al></al><al><onderstreept><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING </vet></onderstreept></al><al><vet>Artikel 1. Begripsbepalingen</vet></al><al>In artikel 1, onder a, is opgenomen dat alleen die organisatie die
                    rechtspersoonlijkheid bezit en door vrijwilligers wordt bestuurd, als
                    vrijwilligersorganisatie wordt aangemerkt. Dit kunnen zowel verenigingen als
                    stichtingen zijn. Beoogd wordt om natuurlijke personen en commerciële
                    instellingen niet voor subsidie in aanmerking te laten komen op grond van deze
                    subsidieverordening. De raad heeft overigens door een afzonderlijke bepaling de
                    in de bijlage 1, genoemde kerkgenootschappen ook onder deze definitie gebracht. </al><al>Sommige professionele organisaties worden (uitsluitend) door vrijwilligers
                    bestuurd. Zij zijn echter voor toepassing van de onderhavige verordening
                    uitgesloten omdat er geen commerciële doelstelling mag zijn. </al><al></al><al><vet>Artikel 2. Grondslag subsidie</vet></al><al>De hoofdbepaling wordt gevormd door artikel 2. Alleen als de
                    vrijwilligersorganisatie activiteiten verricht die in belangrijke mate ten goede
                    komen aan de Landgraafse gemeenschap, kan subsidie worden verstrekt. Het is aan
                    het College om te bepalen of daarvan sprake is. </al><al>Dit hoofdthema komt in de navolgende bepalingen steeds weer terug. </al><al>Het verenigingsleven is op zichzelf genomen een basis waarop de Landgraafse
                    gemeenschap terug kan vallen. Het is van belang om actief aan dit
                    verenigingsleven deel te nemen. Door te subsidiëren wordt het ook voor
                    verenigingen gemakkelijker gemaakt om zich meer naar buiten te richten. Deelname
                    aan het verenigingsleven bevordert de sociale cohesie en stimuleert de
                    gemeenschapzin. Het haalt mensen uit hun isolement. Meer bewegen en
                    participeren, bevordert een gezonde levensstijl. Ook daar dragen verenigingen
                    aan bij. </al><al>Daarnaast zijn er organisaties en instellingen die van groot maatschappelijk nut
                    zijn voor de gemeente Landgraaf. Ledensubsidie is voor deze categorie niet
                    geschikt omdat zij niet altijd in de vorm van een vereniging opereren. En
                    daarnaast liggen vaak de activiteiten van die organisatie in aard en omvang al
                    vast zodat ledenwerving geen doel op zich kan zijn. Om die reden is gekozen voor
                    de waarderingssubsidie. Ook hiervoor geldt als hoofdcriterium dat het moet gaan
                    om activiteiten die de Landgraafse gemeenschap ten goede komen.</al><al></al><al>Nu voor de waarderingssubsidie in de bijlage van de verordening de meeste
                    vrijwilligers-organisaties zijn genoemd, is al direct bekend om welke
                    organisaties het gaat en kan ook al direct subsidie worden vastgesteld. </al><al>Medio oktober/november wordt elk jaar de begroting door de raad vastgesteld voor
                    het daaropvolgende kalenderjaar.</al><al>Het College zal vervolgens voor 1 januari algemeen bekend maken welk
                    subsidiebudget de raad beschikbaar heeft gesteld voor uitvoering van de
                    subsidieverordening en welke deelbudgetten, onderverdeeld naar werksoorten, voor
                    ledensubsidie en stimuleringssubsidie, beschikbaar komen. Daarnaast wordt ook
                    bekend gemaakt welk budget voor waarderingssubsidie in het daaropvolgende
                    subsidiejaar beschikbaar is.</al><al>Het kan natuurlijk voorkomen dat bepaalde organisaties niet in de bijlage zijn
                    opgenomen, terwijl mag worden aangenomen dat ook zij aan de doelstelling van de
                    regeling voldoen. Indien in de loop van het jaar dergelijke organisaties zich
                    melden, zou bij de begrotingsbehandeling van enig jaar, door de raad kunnen
                    worden besloten de bijlage van de lijst aan te vullen of de bedragen aan te
                    passen. </al><al></al><al><vet>Artikel 3. Gemeentelijke doelstellingen</vet></al><al>De subsidieverordening is het instrument dat kan bijdragen aan het realiseren
                    van de gemeentelijke doelstellingen en ambities zoals die zijn vastgelegd in
                    allerlei door de raad vastgestelde kaders en regels. In de algemene toelichting
                    zijn een aantal van de door de raad vastgestelde beleidskaders genoemd. </al><al></al><al>Maar ook na de inwerkingtreding van deze verordening vastgelegde doelstellingen
                    vormen vervolgens het toetsingskader voor toepassing van de subsidieverordening.
                    Op die wijze kan ook op nieuwe ontwikkelingen worden ingespeeld. </al><al></al><al><vet>Artikel 4. Overleg</vet></al><al>Om de gemeente in staat te stellen beleid te maken en vast te stellen of de
                    activiteiten passen binnen de doelstellingen die de gemeenteraad nastreeft, is
                    regelmatig input gewenst van de kant van de vrijwilligersorganisaties. Daarom is
                    het nodig dat een vrijwilligersorganisatie deelneemt aan door het College
                    gewenst overleg met daartoe door het College aangewezen ambtenaren of
                    instellingen. Dat kan voorafgaand aan de beslissing omtrent de subsidie zijn
                    maar ook lopende het subsidiejaar. </al><al>Werkt de vrijwilligersorganisatie niet of onvoldoende mee aan het gewenste
                    overleg, dan kan dat worden gesanctioneerd. </al><al></al><al><vet>Artikel 5. Werksoorten ledensubsidie </vet></al><al>In dit artikel zijn de onderscheidene werksoorten opgenomen. </al><al>Een vrijwilligersorganisatie kan slechts onder een werksoort vallen, ook al
                    zouden binnen de organisatie meerdere takken van sport worden beoefend. Dan zal
                    aangesloten moeten worden bij de hoofdactiviteit van de organisatie. Alle leden,
                    ongeacht welke sport zij beoefenen, tellen dan overigens wel mee bij de
                    berekening van de ledensubsidie.</al><al>Een werksoort is volgens de definitie een verzameling van activiteiten of
                    belangen die gelijk of gelijksoortig zijn. De ene werksoort sluit de andere
                    werksoort uit, althans in die zin dat een vrijwilligersorganisatie slechts onder
                    een enkele werksoort kan vallen, met uitzondering van het bepaalde in artikel 8.
                    Uit de statuten van een vereniging valt vaak al op te maken tot welke werksoort
                    de activiteiten moeten worden gerekend. </al><al>In het eerste lid is een limitatieve opsomming van werksoorten opgenomen. Voor
                    een deel gaat het daarbij om sportactiviteiten die door het NOC*NSF zijn erkend.
                    Lidmaatschap van deze koepelorganisaties is overigens niet als vereiste voor
                    toepassing van de verordening gesteld. </al><al>De werksoort “ontmoeten” is gehandhaafd. Hieronder vallen die
                    vrijwilligersorganisaties die niet direct onder een van de andere werksoorten
                    geschaard kunnen worden. Te denken valt aan biljartverenigingen,
                    postduivenverenigingen, sjoelverenigingen, schietsportverenigingen (niet zijnde
                    schutterijen) etc. </al><al>Ook deze vrijwilligersorganisaties kunnen een bijdrage leveren aan de
                    gemeentelijke doelstellingen en kunnen dus in aanmerking komen voor een
                    ledensubsidie. </al><al>Voor de meeste werksoorten is het beschikbare budget als ledensubsidie
                    aangemerkt. Voor drie werksoorten is in het tweede lid een onderverdeling
                    gemaakt, hetgeen meer recht doet aan de binnen die werksoort geldende
                    acitiviteiten. </al><al></al><al><vet>Artikel 6. Aanspraak ledensubsidie</vet></al><al>In dit artikel is de grondslag voor de ledensubsidie opgenomen. Uit de praktijk
                    van de subsidieverordening vrijwilligersorganisatie 2009 is gebleken dat sommige
                    organisaties in aanmerking zijn gebracht voor ledensubsidie hoewel zij in
                    juridische zin niet als vereniging te boek stonden. Deze
                    vrijwilligersorganisaties bleken veelal jeugdige leden te hebben die ook als
                    zodanig waren geregistreerd. In het tweede lid is dan ook geregeld dat die
                    rechtspersonen die in 2012 in aanmerking werden gebracht voor ledensubsidie, ook
                    in het kader van onderhavige regeling een aanvraag kunnen indienen als ware zij
                    een vereniging in de zin der wet.</al><al></al><al>In het derde lid is geregeld dat alleen die leden voor subsidie mogen worden
                    meegeteld die een reële contributie betalen. Daarbij moet het gaan om een
                    contributie waarvan de hoogte door de algemene ledenvergadering is vastgesteld.
                    Hiermee wordt getracht te voorkomen dat verenigingen “fake-leden” gaan opvoeren,
                    die bijvoorbeeld voor 1 euro per jaar lid kunnen worden van de vereniging,
                    waardoor zij voor dit lid eveneens subsidie kunnen aanvragen. Er is van afgezien
                    om het begrip “reëel” nader te definiëren. Mocht bij een volgende evaluatie
                    blijken dat bestuur dan wel algemene ledenvergaderingen van
                    vrijwilligersorganisaties tot oneigenlijke contributiehoogte besluiten, dan zal
                    bijstelling van de verordening kunnen plaatsvinden. Op dit moment wordt er van
                    uitgegaan dat door het vereiste van een bestuurs- of verenigingsbesluit,
                    oneigenlijk gebruik zoveel mogelijk wordt voorkomen. Daarnaast kan het college
                    indien er twijfel bestaat over de reële hoogte, op basis van artikel 4 van de
                    verordening, nadere informatie inwinnen.</al><al><vet></vet></al><al>Met contributie betalende leden is een bepaalde categorie van leden
                    gelijkgesteld. Hieraan moet eveneens een bestuursbesluit of besluit van de
                    algemene ledenvergadering ten grondslag liggen. Het gaat daarbij om ereleden,
                    leden van verdiensten of andere gezinsleden indien al twee gezinsleden lid zijn
                    van de vereniging. Dit zijn vaak leden die zich jarenlang belangeloos voor de
                    organisatie hebben ingezet en die na hun actieve periode ook nog graag betrokken
                    willen blijven bij het wel en wee van de vereniging. Uit de inspraakreactie van
                    vrijwilligersorganisaties is gebleken dat het niet reëel wordt geacht voor deze
                    leden een reële contributie te vragen. Soms is binnen een vereniging bepaald dat
                    indien reeds een of meer gezinsleden contributie betalen, de verdere leden uit
                    het gezin van contributie zijn vrijgesteld. Voor toepassing van deze
                    subsidieverordening geldt dat tenminste twee gezinsleden reeds lid moeten zijn
                    van de vereniging om als niet betalend lid mee te kunnen tellen voor de
                    ledensubsidie. De vrijstelling moet blijken uit een bestuursbesluit dan wel
                    besluit van de algemene ledenvergadering. Tenslotte blijkt bijvoorbeeld in het
                    methodisch jeugd- en jongerenwerk soms sprake te zijn van een bepaald kader of
                    kaderlid die zich als vrijwilliger voor de jeugd inzet. Men is wel lid maar men
                    behoeft niet altijd contributie te betalen. Toch is het wenselijk indien zij
                    voor de berekening van de ledensubsidie mee kunnen tellen. Artikel 6, vierde
                    lid, voorziet hier nu in. </al><al></al><al><vet>Artikel 7 Termijn aanvraag ledensubsidie</vet></al><al>In dit artikel is geregeld dat de aanvraag voor ledensubsidie in elk geval voor
                    1 maart van het betreffende subsidiejaar moet zijn ingediend. Het gaat hierbij
                    om een <onderstreept>fatale</onderstreept> datum. Verzoeken die te laat zijn
                    ingediend, worden buiten behandeling gelaten.</al><al>Ten aanzien van verzoeken die wel tijdig zijn ingediend maar niet volledig zijn,
                    wordt nog een korte hersteltermijn worden geboden. Is dan de aanvraag niet
                    gecomplementeerd, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. De
                    vrijwilligersorganisatie ontvangt hiervan zo snel mogelijk bericht. Het hanteren
                    van een fatale datum is nodig omdat de hoogte van de subsidies afhankelijk is
                    van het totaal aantal ingediende aanvragen binnen een werksoort.</al><al></al><al>Een aanvraag voor ledensubsidie kan formeel nooit voor 1 januari van het
                    subsidiejaar worden ingediend, omdat 1 januari immers de peildatum is en voor
                    die datum het ledental dus niet vast staat. Aanvragen kunnen daarom pas vanaf 1
                    januari van enig kalenderjaar worden ingediend.</al><al>De datum van ontvangst van het subsidieverzoek is de bepalende datum. De
                    vrijwilligers-organisaties doen er dan ook goed aan om niet tot de laatste dag
                    te wachten met verzending van de aanvraag. Nu het een fatale termijn betreft, is
                    een dag te laat gewoon te laat. De aanvraag wordt dan zoals gesteld, buiten
                    behandeling gelaten. </al><al></al><al>De verordening gaat er van uit dat de vaststelling van ledensubsidie voor 1 juni
                    plaatsvindt. </al><al>Voor de indiening van de aanvraag voor waarderingsubsidie geldt geen fatale
                    datum. In feite kan tot en met 31 december van enig jaar het subsidieverzoek nog
                    worden gedaan. Is het kalenderjaar verstreken, dan kan niet met terugwerkende
                    kracht alsnog over het voorgaande subsidiejaar een verzoek worden gedaan. Bij de
                    waarderingssubsidie kan de subsidie eveneens direct door het College worden
                    vastgesteld omdat in bijlage 1 van de verordening de hoogte van de bedragen
                    immers al door de raad is vastgelegd. </al><al><vet></vet></al><al><vet></vet></al><al><vet></vet></al><al><vet>Artikel 8. Inhoud aanvraag ledensubsidie </vet></al><al>Het is niet mogelijk om als vrijwilligersorganisatie een subsidie aan te vragen
                    voor meerdere werksoorten. Getracht is om tot een omschrijving van de
                    werksoorten te komen die tussen de werksoorten zelf voldoende onderscheid
                    aanbrengt. Bij de aanvraag zal de organisatie duidelijk aan moeten geven hoeveel
                    contributie betalende leden en overige leden staan geregistreerd met een
                    onderverdeling naar leeftijd. Daarnaast zal de vrijwilligersorganisatie
                    duidelijk moeten aangeven welke activiteiten de reguliere activiteiten zijn
                    zodat snel kan worden vastgesteld onder welke werksoort men valt. Bij
                    onduidelijkheid hierover zal de statutaire doelstelling van de organisatie
                    veelal nog uitkomst kunnen bieden. Zou men in beginsel onder meerdere
                    werksoorten kunnen vallen, dan is het van belang dat hierover vroegtijdig met
                    het College contact wordt gezocht opdat dit de besluitvorming naderhand niet zal
                    vertragen. </al><al>Door het College wordt een aanvraagformulier vastgesteld op basis waarvan de
                    vrijwilligersorganisatie de aanvraag kan doen. Het gebruik van het formulier is
                    in beginsel verplicht. Wordt het aanvraagformulier niet gebruikt dan bestaat de
                    mogelijkheid dat de aanvraag om subsidie buiten behandeling wordt gesteld. </al><al>Bij de aanvraag moet tenminste inzicht worden gegeven in het aantal leden per 1
                    januari van het subsidiejaar, onderverdeeld naar de leeftijden jonger dan 23
                    jaar en 23 jaar en ouder. Inzicht in de categorie tot 55 jaar en 55 jaar en
                    ouder is weliswaar geen criterium voor toepassing van de subsidieverordening,
                    maar kennisname is eveneens voor het College van belang om de ontwikkelingen op
                    diverse terreinen te kunnen volgen en om te bezien of wellicht de
                    leeftijdscriteria in de verordening na verloop van tijd moeten worden
                    bijgesteld. </al><al></al><al><vet>Artikel 9. Berekening subsidie</vet></al><al>In dit artikel is de berekeningsmethodiek opgenomen. </al><al>De peildatum voor de berekening van de ledensubsidie is 1 januari van het
                    subsidiejaar. Dat is dus het jaar waarin en waarvoor ook de subsidie wordt
                    aangevraagd. Op die manier wordt snel het effect zichtbaar van een stijgend of
                    dalend geregistreerd ledental. De subsidiehoogte is immers direct afhankelijk
                    van het aantal personen dat op 1 januari geregistreerd lid is van de vereniging.
                    Stijgt het aantal leden gedurende het kalenderjaar, dan heeft dit al direct op
                    de eerstvolgende 1 januari effect op de subsidiehoogte voor het volgende
                    subsidiejaar. </al><al>Dat is alleen anders indien alle vrijwilligersorganisaties binnen de werksoort
                    op 1 januari in dezelfde mate het ledental zien stijgen. Dan blijft de subsidie
                    uiteraard gelijk omdat het subsidiebudget voor de werksoort (afgezien van de
                    indexering) gelijk blijft. Dat valt echter niet te verwachten. Zou zich dit toch
                    voordoen dan kan de raad eventueel tussentijds het begrotingsbudget
                    bijstellen.</al><al>Nu het college van jaar tot jaar het budget voor de werksoorten vaststelt, kan
                    rekening worden gehouden met sterk fluctuerende ledentallen binnen de
                    werksoorten. Ook gedurende het jaar kan nog worden besloten het budget voor een
                    bepaalde werksoort op te hogen. Daar profiteren dan alle
                    vrijwilligersorganisaties binnen die werksoort van.</al><al>Uiteraard is het de bedoeling dat degene die als (contributie betalend) lid werd
                    geregistreerd per 1 januari dat ook blijft en niet weer op 2 januari zijn of
                    haar lidmaatschap opzegt. Indien dat het geval zou zijn of indien dat een
                    patroon zou worden, hetgeen via controles en steekproeven kan worden
                    achterhaald, zou dat reden zijn om op grond van misbruik en oneigenlijk gebruik,
                    de verstrekte subsidie alsnog geheel of gedeeltelijk terug te vorderen. De raad
                    heeft er echter bij het vaststellen van de onderhavige subsidieverordening voor
                    gekozen om uit te gaan van vertrouwen. Het vertrouwen dat de
                    vrijwilligersorganisaties die actief zijn in de gemeente Landgraaf, correcte
                    opgaven zullen doen. Bovendien heeft elke vereniging er ook belang bij dat het
                    juiste ledental wordt opgegeven. De verwachting is namelijk dat men elkaar
                    nauwlettend zal volgen. Door de subsidiesystematiek is men immers voor de hoogte
                    van de subsidie, min of meer met elkaar verbonden. </al><al>Mocht er een organisatie zijn die het niet zo nauw neemt met een juiste opgave,
                    zal dit snel genoeg blijken. Ofwel door oplettende organisaties binnen dezelfde
                    werksoort ofwel door de steekproefsgewijze controle die er, al dan niet op
                    verzoek van andere organisaties, zal plaatsvinden. </al><al></al><al>Voor de ledensubsidie is gekozen voor de leeftijdsgrens van jonger dan 23 jaar
                    en 23 jaar en ouder. De ervaring leert dat veel jongeren zodra zij 21, 22 jaar
                    worden, hun lidmaatschap eindigen omdat er nog zoveel andere dingen zijn. En dat
                    is jammer. Juist deze categorie zou behouden moeten blijven omdat juist zij weer
                    een voorbeeld kunnen zijn voor de jongeren in de club. Daarom wordt deze
                    leeftijdscategorie met dubbele punten gewaardeerd, hetgeen er toe kan leiden dat
                    de vereniging extra moeite zal doen om deze leeftijdsklasse bij de club te
                    behouden.</al><al>Leden van 23 jaar en ouder worden voor wat betreft de puntentoedeling, allen
                    over een kam geschoren. Zij krijgen een punt en de categorie jonger dan 23 jaar,
                    krijgt 2 punten. </al><al>De personen die op basis van een bestuursbesluit of besluit van de algemene
                    ledenvergadering zijn vrijgesteld van het betalen van contributie, mogen worden
                    meegeteld voor de ledensubsidie. Ook voor deze leden geldt het
                    leeftijdscriterium van 23 jaar en ouder en jonger dan 23 jaar. </al><al></al><al>Een voorbeeld werkt verhelderend. </al><al>Het College heeft voor het subsidiejaar bepaald dat voor werksoort X een budget
                    beschikbaar is van € 10.000,00.</al><al>Binnen de werksoort X dienen drie verenigingen een verzoek om ledensubsidie
                    in.</al><al></al><al>Vereniging A: 120 jeugdleden tot 23 jaar = 240 punten</al><al><onderstreept>100 </onderstreept>leden van 23 jaar en ouder
                        <onderstreept>100</onderstreept> punten</al><al> 220 leden subtotaal 340 punten</al><al></al><al>Vereniging B: 25 jeugdleden tot 23 jaar = 50 punten</al><al><onderstreept>125 </onderstreept>leden van 23 jaar en ouder =
                        <onderstreept>125</onderstreept> punten</al><al> 150 leden subtotaal 175 punten</al><al></al><al>Vereniging C: 50 jeugdleden tot 23 jaar = 100</al><al> 6<onderstreept>0 leden</onderstreept> 23 jaar en ouder = <onderstreept>60
                        punten</onderstreept></al><al> 110 leden subtotaal 160 punten</al><al></al><al> Bedrag van € 10.000,00 : totaal aantal punten: 675 = € 14,8148 per punt</al><al></al><al>Ledensubsidie vereniging A: ·340 X 14,8148 = € 5037,04</al><al>Ledensubsidie vereniging B: ·175 X €14,8148 = € 2.592,59</al><al>Ledensubsidie vereniging C: ·160X € 14,8148 = €
                        <onderstreept>2370,37</onderstreept></al><al> Totaal: € 10.000,00</al><al></al><al></al><al>Vereniging B vertrouwt de uitkomst niet. Tijdens een door vereniging B
                    ingestelde bezwaren-procedure blijkt dat vereniging A. zich heeft vergist en
                    geen 120 jeugdleden heeft, maar slechts de helft (60).</al><al>Dat betekent dat er een herberekening binnen de werksoort zou moeten
                    plaatsvinden die er toe zou leiden dat voor alle drie de verenigingen de hoogte
                    van de subsidieverlening wijzigt (dus ook voor de vereniging die geen bezwaar
                    heeft gemaakt). Een dergelijke doorwerking zou het beginsel van rechtszekerheid
                    onder druk kunnen zetten.</al><al>Dat lijkt ongewenst. Om die reden is een bepaling opgenomen dat de hoogte van de
                    subsidieverstrekking alleen kan wijzigen voor degene die bezwaar maakt. Gezien
                    het in artikel 7:11 Awb neergelegde beginsel van reformatio in peius (het
                    beginsel dat het maken van bezwaar de bezwaarmaker niet in een slechtere positie
                    mag brengen) kan dat dan alleen leiden tot een gelijke of hogere
                    subsidievaststelling. </al><al>Voor de overige vrijwilligersorganisaties binnen de werksoort heeft de uitkomst
                    van het bezwaar dan geen (direct) effect. De subsidievaststellingen zullen in de
                    meeste gevallen dan ook al onherroepelijk zijn geworden. Mocht later blijken dat
                    door een foutieve opgave van het ledental een te hoge ledensubsidie is toegekend
                    die door het college niet kon worden voorzien, kan onder omstandigheden
                    terugvordering plaatsvinden, Ook dit heeft geen gevolgen voor de overige
                    subsidievaststellingen.</al><al>Het bedrag dat mogelijk niet tot uitbetaling komt, valt terug in de algemene
                    middelen.</al><al></al><al>De puntenverdubbeling indien de vrijwilligersorganisatie is aangesloten bij
                    koepelorganisaties blijft ongewijzigd nu uit de inspraakreacties een meerderheid
                    voorstander was van handhaving. </al><al>De ledenaantallen geschieden anoniem. Daarmee wordt de privacy gewaarborgd. Wel
                    kan controle plaatsvinden op de door de vrijwilligersorganisatie opgegeven
                    aantallen en hieraan verbonden leeftijd. Dan zal uit de administratie van de
                    vrijwilligersorganisatie tenminste moeten blijken dat het opgegeven aantal
                    jeugdleden en contribuerende leden klopt met de werkelijkheid.</al><al></al><al>Voor drie werksoorten is een verdeling van het budget gemaakt omdat hierdoor
                    voor de werksoort meer maatwerk kan worden geboden. Voor de werksoorten zwemmen
                    en duiksport respectievelijk methodisch jeugd- en jongerenwerk, vindt een nadere
                    berekening van de budgetverdeling plaats op basis van de opgaven die worden
                    gedaan. </al><al></al><al><vet>Artikel 10. Behandeling van de aanvraag ledensubsidie</vet></al><al>Bij de subsidievaststelling verschaft het College concreet inzicht in de wijze
                    waarop de hoogte van het subsidiebedrag tot stand is gekomen. Omdat de hoogte
                    van de subsidie voor de een afhangt van de hoogte van de subsidie voor de ander,
                    zal dit er toe leiden dat het College binnen de werksoort inzicht zal moeten
                    geven hoe de puntentoedeling er uit is gaan zien en wat de waarde van elk punt
                    is geworden. Op die wijze kunnen de vrijwilligersorganisaties ook zelf nagaan of
                    de hoogte van de subsidie correct is bepaald </al><al>In tegenstelling tot voorgaande jaren wordt direct tot subsidievaststelling
                    overgegaan. Het ledental is immers bepalend. Er hoeft niet meer te worden
                    afgewacht welke activiteiten daadwerkelijk hebben plaatsgevonden.</al><al>Het college beslist voor 1 juni op een aanvraag. Voor zover de besluitvorming
                    niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt, kan de vrijwilligersorganisatie
                    rechtsreeks beroep aantekenen bij de rechtbank tegen het niet nemen van een
                    tijdige beslissing. Ook de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen, is
                    op de te nemen beslissingen van toepassing. Na de ingebrekestelling heeft het
                    college dan nog veertien dagen de tijd om te beslissen. Verstrijkt die termijn
                    terwijl geen beslissing is genomen, dan verbeurt het college van rechtswege de
                    dwangsom.</al><al><vet></vet></al><al><vet>Artikel 11. Voorschot ledensubsidie</vet></al><al>Indien het college niet voor 1 juni heeft beslist, bijvoorbeeld doordat een van
                    de organisaties binnen een werksoort de voor de beoordeling benodigde informatie
                    niet of niet tijdig heeft verstrekt, is het toch mogelijk om aan deze of overige
                    organisaties een voorschot te verstrekken. Artikel 11 vormt daartoe de
                    grondslag. Het voorschot is dan ten hoogste 60% van de in het voorgaande jaar
                    aan de vrijwilligersorganisatie toegekende subsidie. Het voorschot moet direct
                    worden terugbetaald als de aanvraag om subsidie wordt geweigerd. Een voorschot
                    van 60% is niet mogelijk indien de vrijwilligersorganisatie voor het eerst een
                    subsidieaanvraag indient. </al><al></al><al><vet>Artikelen 12 en 13. Gevolgen wijziging subsidiehoogte en melding
                        college</vet></al><al>Deze artikelen spreken voor zich.</al><al></al><al><vet>Artikel 14. Grondslag waarderingssubsidie</vet></al><al>Aan organisaties die van maatschappelijke betekenis worden geacht binnen de
                    gemeente Landgraaf kan een zgn. waarderingssubsidie worden verstrekt. In bijlage
                    1 bij dit besluit staan de vrijwilligersorganisatie genoemd die hiertoe een
                    aanvraag bij het College kunnen indienen. Er wordt van uitgegaan dat deze
                    organisaties door vrijwilligers wordt bestuurd. Mocht blijken dat dat niet het
                    geval is, dan kan geen subsidie worden verstrekt ook al staat de organisatie als
                    zodanig in de bijlage genoemd. De kerkelijke instellingen zijn daarbij door de
                    raad in elk geval gelijkgesteld met vrijwilligersorganisaties. </al><al>De hoogte van de waarderingsbijdrage voor de in de bijlage genoemde organisaties
                    staat al vast. Het openbare debat hierover op basis van door het College
                    aangereikte criteria, heeft in de raad plaatsgevonden bij de vaststelling van de
                    subsidieverordening. </al><al>Tegen de hoogte van het subsidiebedrag kan dan ook geen bezwaar worden gemaakt. </al><al>De in de bijlage genoemde bedragen worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de
                    prijsontwikkeling bruto binnenlands product zoals in het voorjaar van het
                    subsidiejaar door het Centraal Planbureau gepubliceerd. </al><al><vet></vet></al><al><vet>Artikel 15. Waarderingssubsidie bestaansjubileum</vet></al><al>In dit artikel is geregeld dat aan de vrijwilligersorganisatie, ook een
                    waarderingsbijdrage kan worden verstrekt in het geval een bestaansjubileum wordt
                    gevierd. Het gaat hierbij vooral om een symbolische bijdrage voor de
                    feestvreugde. Hiervoor behoeft geen uitvoerige onderbouwing door de organisatie
                    plaats te vinden. De aanvraag van subsidie is dan ook vormvrij. Het moet wel
                    aannemelijk zijn dat men daadwerkelijk het aangegeven jubileum heeft, hetgeen
                    kan blijken uit de (oorspronkelijke) statuten. Het komt voor dat in de loop der
                    jaren een fusie van verenigingen heeft plaatsgevonden. Er zou dan discussie
                    kunnen ontstaan omtrent het aan te houden jubileumjaar. Het is dan echter
                    redelijk om aan te sluiten bij het ontstaansjaar van de "oudste" vereniging. De
                    bedragen lopen op naargelang de vrijwilligersorganisatie langer bestaat. Een
                    maximumbedrag wordt verstrekt indien de organisatie honderd jaar bestaat. De
                    cyclus begint steeds opnieuw. Dat wil zeggen dat de organisatie € 200,00
                    ontvangt bij een 125 jarig bestaansjubileum, € 300,00 bij een 150 jarig jubileum
                    € 400,00 bij een 175 jarig jubileum en € 500,00 indien de organisatie 200 jaar
                    bestaat. De maximale waarderingssubsidie is dus telkens € 500,00 ook al bestaat
                    de organisatie bijvoorbeeld 400 jaar. </al><al>Carnavalsverenigingen kennen hun eigen jubileumjaren. In het tweede lid is
                    hieraan tegemoet gekomen. Toepassing van het tweede lid sluit uiteraard
                    toepassing van het eerste lid uit. </al><al>De waarderingssubsidie bestaansjubileum geldt voor alle
                    vrijwilligersorganisaties en kan dus plaatsvinden, naast de ledensubsidie.</al><al></al><al><vet>Artikel 16. Aanvraag waarderingssubsidie</vet></al><al>In dit artikel is opgenomen dat de aanvraag voor een waarderingsubsidie moet
                    worden ingediend op basis van een door het College beschikbaar gesteld
                    aanvraagformulier. Dit geldt niet voor de waarderingssubsidie voor een
                    bestaansjubileum.</al><al>Waarderingssubsidie en overigens ook stimuleringssubsidie en
                    accommodatiesubsidie, zijn niet aan een datum gebonden. Het hele subsidiejaar,
                    althans tot uiterlijk op 31 december, kunnen subsidieaanvragen worden ingediend.
                    Wel bestaat dan de kans dat het budget voor de waarderingssubsidie inmiddels is
                    uitgeput door het totaal aan toezeggingen. </al><al></al><al>Indien de organisatie in het voorafgaande jaar eveneens subsidie ontving, dient
                    bij de aanvraag een ingevuld en door de bevoegde bestuurders ondertekend
                    verantwoordingsformulier te worden toegevoegd. Dat geldt niet voor de aanvraag
                    om subsidie in verband met een bestaansjubileum. </al><al>Indien positief op de aanvraag wordt beslist, wordt de subsidie direct
                    vastgesteld. </al><al><vet></vet></al><al><vet>Artikel 17. Grondslag stimuleringssubsidie</vet></al><al>In dit artikel is opgenomen dat een vrijwilligersorganisatie subsidie kan
                    aanvragen voor de door de organisatie gemaakte kosten die in het bijzonder zijn
                    gemaakt om het voor personen met een beperking mogelijk te maken een
                    georganiseerde activiteit bij te wonen. Indien het door het maken van extra
                    kosten voor leden met een beperking mogelijk wordt gemaakt aan bepaalde
                    activiteiten deel te nemen, kan ook hiervoor subsidie worden verstrekt. De
                    subsidie is uitdrukkelijk bedoeld om de organisaties te stimuleren om bij hun
                    activiteiten personen met een beperking meer te betrekken. Het gaat daarbij in
                    het bijzonder om beperkingen die het de betreffende persoon anders onmogelijk of
                    te moeilijk zouden maken de activiteit bij te wonen of er aan te
                    participeren.</al><al>De aanvraag wordt ingediend op basis van een door het college vastgesteld
                    aanvraagformulier. Bij de aanvraag dient aannemelijk te worden gemaakt dat de
                    extra kosten met het door de verordening beoogde doel zijn gemaakt. Bovendien
                    moeten (kopieën van) de facturen waaruit die kosten blijken, worden toegevoegd.
                    Per subsidiejaar kan er per organisatie een bedrag worden verstrekt van ten
                    hoogste 500 euro. Indien het gaat om twee aanvragen per jaar, ieder voor 200
                    euro, mogen die bedragen bij elkaar worden opgeteld en kan de organisatie voor
                    beide keren de stimuleringsubsidie ontvangen, tenzij door het totaal aan
                    toezeggingen het voor stimulerings-subsidie beschikbare budget is uitgeput. </al><al></al><al><vet>Artikel 18. Aanvraag stimuleringssubsidie</vet></al><al>Ook voor deze subsidievorm stelt het college een aanvraagformulier beschikbaar.
                    Bij het aanvraagformulier dienen die facturen te worden toegevoegd waaruit
                    blijkt dat de kosten zijn gerelateerd aan het beoogde doel. Indien de factuur
                    meerdere kosten dan de extra kosten in verband met de subsidie, is het van
                    belang dat de vrijwilligersorganisatie aangeeft om welke extra kosten het gaat.
                    Het college gaat vervolgens binnen een termijn van 8 weken over tot vaststelling
                    van het besluit, tenzij uitstel noodzakelijk is. Dan ontvangt de
                    vrijwilligersorganisatie hierover tijdig bericht.</al><al></al><al><vet>Artikel 19. Algemene weigeringsgronden subsidie </vet></al><al>In dit artikel zijn de algemene weigeringsgronden voor alle vormen van subsidie
                    opgenomen, dus voor de leden- en stimuleringssubsidie, de waarderingssubsidie
                    alsook de accommodatiesubsidie In het eerste lid is bepaald dat subsidie
                        <cursief>moet</cursief> worden geweigerd indien de omschreven omstandigheid
                    zich voordoet.</al><al>Indien naar het oordeel van het College de reguliere activiteiten niet in
                    belangrijke mate ten goede komen aan de Landgraafse gemeenschap, dan zal de
                    subsidie moeten worden geweigerd. </al><al>In nauwe samenhang met het eerste lid, is in het tweede lid opgenomen dat
                    subsidie wordt geweigerd indien de activiteiten, naar het oordeel van het
                    College, de gemeentelijke doelstellingen zoals verwoord in artikel 3, niet
                    zullen versterken. </al><al>Het College zal elke weigering van subsidie met voldoende motieven moeten
                    onderbouwen. Daarbij gelden uiteraard onverkort de beginselen van behoorlijk
                    bestuur, zoals de motiveringsplicht. </al><al>Het College heeft de discrétionaire bevoegdheid de subsidie te weigeren indien
                    blijkt dat de activiteiten niet of in onvoldoende mate binnen de gemeente
                    Landgraaf plaatsvinden. Dat zal uiteraard alleen gebeuren indien vaststaat dat
                    de activiteiten niet meer ten goede komen aan de Landgraafse gemeenschap. Een
                    vereniging in Landgraaf die kajakactiviteiten centraal heeft staan, zal die
                    activiteiten immers veelal buiten de gemeentegrenzen laten plaatsvinden. Het
                    ligt dan niet voor de hand dat dan op die grond de subsidie wordt geweigerd. Wel
                    zal deze vereniging dan moeten onderbouwen dat de activiteiten de Landgraafse
                    gemeenschap ten goede komen; bijvoorbeeld door aan te tonen dat de
                    bestuursvergaderingen binnen Landgraaf plaatsvinden of doordat de leden
                    voornamelijk in Landgraaf zelf woonachtig zijn. </al><al>Om privacyoverwegingen zal het College daarbij niet vragen naar naam en toenaam
                    van de leden. Wel kan uit de steekproefsgewijze controle worden nagegaan of de
                    bewering van de vrijwilligersorganisatie juist is geweest. </al><al></al><al><vet>Artikel 20. Bijzondere weigeringsgronden ledensubsidie</vet></al><al>In dit artikel zijn de bijzondere weigeringsgronden opgenomen die alleen gelden
                    voor de ledensubsidie. Indien het College de subsidie wil weigeren dan zal in de
                    subsidiebeslissing voldoende moeten worden gemotiveerd waar de weigering op is
                    gebaseerd. </al><al>Uitputting van het subsidiebudget is voor de leden geen weigeringsgrond omdat
                    immers vooraf de budgetten per werksoort bekend zijn en die vloeien rechtstreeks
                    voort uit de begroting. </al><al>Ten overvloede zij vermeldt dat het evenmin kan voorkomen dat de
                    accommodatiesubsidie wordt geweigerd op grond van uitputting van de begroting,
                    omdat de raad zich immers heeft verplicht tot en met het jaar 2014, het verschil
                    tussen de oude en de nieuwe huur te vergoeden. </al><al></al><al><vet>Artikel 21. Bijzondere weigeringsgronden waarderings- en
                        stimuleringssubsidie</vet></al><al>In dit artikel is opgenomen dat het niet zo kan zijn dat de
                    vrijwilligersorganisatie voor dezelfde activiteiten reeds subsidie ontvangt of
                    hiertoe een aanvraag heeft ingediend. De waarderingssubsidie of
                    stimuleringsubsidie kan bovendien worden geweigerd indien het beschikbare budget
                    in dat jaar is uitgeput, ook al wordt de vrijwilligersorganisatie in de bijlage
                    bij de verordening met name genoemd. Het is dus van belang om zo vroeg mogelijk
                    de subsidieaanvraag in te dienen. </al><al>Overigens ligt het niet voor de hand te veronderstellen dat de budgetten voor de
                    waarderingssubsidie zijn uitgeput, omdat de raad bij de begrotingsvaststelling
                    de in de bijlage genoemde bedragen wel al kent.</al><al>Verder is het zo dat indien zou blijken dat er meer budget nodig is dan werd
                    geprognosticeerd, de raad altijd de bevoegdheid heeft om het budget via een
                    begrotingswijziging op te hogen.</al><al></al><al><vet>Artikel 22. Niet naleving voorschriften</vet></al><al>In dit artikel is geregeld dat het College bevoegd is bij de
                    subsidievaststelling de subsidie geheel of gedeeltelijk te weigeren indien de in
                    dit artikel opgesomde omstandigheden zich voordoen. Ook dit moet steeds goed
                    worden gemotiveerd.</al><al><vet></vet></al><al><vet>Artikel 23. Algemene intrekkingsgronden</vet></al><al>In dit artikel is geregeld dat het College bevoegd is de reeds verstrekte
                    subsidie geheel of gedeeltelijk in te trekken resp. terug te vorderen indien de
                    in dit artikel opgesomde omstandigheden zich voordoen. Ook hier geldt het
                    proportionaliteitsbeginsel. Het teruggevorderde bedrag dient in een redelijke
                    verhouding te staan tot de overtreding. </al><al></al><al><vet>Artikel 24. Misbruik en oneigenlijk gebruik</vet></al><al>Voor de subsidieverstrekking mag het College uitgaan van de opgave van de
                    vrijwilligersorganisaties van bijv. het aantal geregistreerde contributie
                    betalende leden. Het College behoeft dus niet na te gaan of het aantal opgegeven
                    leden ook daadwerkelijk lid is en of dit aantal leden ook daadwerkelijk
                    contributie betaald. Bepalend is dus de opgave die de organisatie doet. De raad
                    kiest hier nadrukkelijk voor omdat men uitgaat van vertrouwen. Maar bij de
                    steekproefsgewijze controle zal wel kunnen worden nagegaan of het opgegeven
                    aantal overeenstemt met de werkelijkheid. Mocht blijken dat de
                    vrijwilligersorganisatie misbruik of oneigenlijk gebruik maakt van de
                    subsidiemogelijkheden, trekt het College de ten onrechte verstrekte subsidie in
                    en gaat over tot terugvordering van het reeds uitbetaalde subsidiebedrag. Dit is
                    imperatief. Bij de subsidieverordening is er dus voor gekozen om primair uit te
                    gaan van de juistheid van de door de vrijwilligersorganisatie verstrekte
                    gegevens. Die keuze impliceert dat de kans dat zich misbruik en oneigenlijk
                    gebruik voordoet, natuurlijk groter wordt. Maar dit weegt naar het oordeel van
                    de raad niet op tegen de voordelen van een administratief gemakkelijk door te
                    voeren systematiek.</al><al>Om te voorkomen dat er toch organisaties zijn die misbruik of oneigenlijk
                    gebruik gaan maken, zal er voldoende controle moeten zijn. Steekproefsgewijs
                    zullen bij de verenigingen controles worden uitgevoerd op de opgegeven
                    ledentallen en ook of deze allen een reële contributie betalen.</al><al>Mocht blijken dat sprake is van misbruik en oneigenlijk gebruik, dan is het
                    College gehouden om het ten onrechte verstrekte subsidiebedrag terug te
                    vorderen. </al><al>Dit past ook binnen het door de raad op 13 april 2006 vastgestelde beleidskader
                    misbruik en oneigenlijk gebruik. </al><al>Dit heeft overigens geen gevolgen voor de overige organisaties die vallen binnen
                    dezelfde werksoort. De dan vrijkomende middelen vallen terug in de algemene
                    middelen. </al><al><vet></vet></al><al><vet>Artikel 25. Voorafgaand overleg</vet></al><al>Het is redelijk dat, voordat tot sancties wordt overgegaan, door of namens het
                    College ten minste een maal overleg wordt gevoerd met de
                        vrijwilligersorganisatie<vet>. </vet>Bij dergelijk overleg kunnen dan over
                    en weer de argumenten worden gewisseld die kunnen bijdragen aan een zorgvuldige
                    besluitvorming.</al><al></al><al><vet>Artikel 26. Nadere voorschriften </vet></al><al>Het College is bevoegd aan de verstrekking van de subsidie nadere voorschriften
                    te verbinden. Dat mogen alleen maar voorschriften zijn die in directe relatie
                    staan tot de wijze waarop het doel waarvoor de subsidie wordt verleend, wordt
                    verwezenlijkt. Er mogen geen volstrekt nieuwe voorwaarden worden verbonden die
                    niet met het doel van subsidieverstrekking van doen hebben. Dat is in strijd met
                    de beginselen van behoorlijk bestuur. </al><al></al><al><vet>Artikel 27. Controle </vet></al><al>Om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen is in dit artikel bepaald dat de
                    vrijwilligersorganisatie alle medewerking verleent en inzage geeft in alle
                    boeken en bescheiden, om de rechtmatigheid van de subsidie vast te kunnen
                    stellen.</al><al></al><al><vet>Artikel 28. Compensatie voor kostendekkende huur</vet></al><al>Binnen de gemeente wordt aan in de bijlage 2 genoemde organisaties een
                    accommodatie verhuurd. Deze accommodaties zijn nodig om de
                    verenigingsactiviteiten te kunnen uitvoeren. In verband met de nodige
                    transparantie in huren is eerder reeds besloten dat voortaan tegen
                    kostendekkende huur de accommodaties beschikbaar worden gesteld. Dit betekent
                    echter voor een aantal organisaties een dermate grote aderlating dat het
                    voortbestaan van de organisatie in gevaar zou komen. Daarom heeft de raad er
                    voor gekozen om deze hogere huren gedurende de gebruikelijke looptijd van vijf
                    jaren in elk geval te compenseren. </al><al>Aan de in bijlage 2, bij dit besluit genoemde organisaties wordt op
                    schriftelijke aanvraag accommodatiesubsidie verstrekt indien en voor zover
                    tussen de organisatie en de gemeente Landgraaf voor 1 januari 2010, een nieuwe
                    huurovereenkomst tot stand komt. </al><al>Alleen die organisaties die tijdig, in elk geval binnen drie maanden nadat de
                    huurovereenkomst inging, de aanvraag om subsidie bij het College hebben
                    ingediend, komen voor subsidie in aanmerking. De huurovereenkomst dient
                    uiterlijk 1 januari 2010 te zijn ingegaan. De laatste datum waarop de subsidie
                    kon worden aangevraagd, was 31 maart 2010 is. De subsidie kan met terugwerkende
                    kracht, dwz tot het moment dat de nieuwe huur inging, worden verleend. </al><al>De aanvraag hoeft slechts een maal te worden gedaan. De subsidie wordt verstrekt
                    zolang de huurovereenkomst doorloopt, althans tot en met het kalenderjaar
                    2014.</al><al>Indien in de huurovereenkomst een indexering is opgenomen, is die index
                    automatisch ook van toepassing op de hoogte van de accommodatiesubsidie, omdat
                    die hoogte is gekoppeld aan het verschil tussen de oude en de nieuwe
                    huursom.</al><al>De raad heeft er voor gekozen om aan organisaties die een eigen pand in gebruik
                    hebben of van derden huren, geen accommodatiesubsidie beschikbaar te stellen.
                    Het is duidelijk dat op een later moment de fundamentele discussie zal moeten
                    plaatsvinden of en zo op welke wijze in algemene zin accommodatiesubsidie
                    beschikbaar zal worden gesteld. Vooralsnog is er voor gekozen om uitsluitend in
                    verband met de noodzakelijk geachte transparantie, de subsidie te beperken tot
                    de in de bijlage genoemde organisaties. Nu gekozen wordt voor de formulering
                    organisaties, is darmee bepaald dat het niet persé om een
                    vrijwilligersorganisatie behoeft te gaan. </al><al></al><al><vet>Artikel 29. Beslissing accommodatiesubsidie</vet></al><al>In dit artikel is geregeld dat binnen 8 weken over de aanvraag moet worden
                    beslist. </al><al>In het tweede lid is opgenomen dat de raad zich verplicht om ten minste tot en
                    met het kalenderjaar 2014 voldoende middelen beschikbaar ter dekking van de
                    accommodatiesubsidie. Dit is een garantie dat de huurders dan ook daadwerkelijk
                    hun aanspraak te gelde kunnen maken. </al><al></al><al></al><al><vet>Artikel 30. Toestemming College bij verhuur</vet></al><al>Het is voor het College van belang te weten of de vrijwilligersorganisatie nog
                    steeds degene is die het pand daadwerkelijk gebruikt. In de huurovereenkomsten
                    zal veelal een vergelijkbare bepaling zijn opgenomen, maar het is ook van belang
                    dat publiekrechtelijke sanctiemogelijkheden bestaan indien niet aan het
                    toestemmingvereiste wordt voldaan. </al><al><vet></vet></al><al><vet>Artikel 31. Weigering, intrekking en bijstelling
                    accommodatiesubsidie</vet></al><al>In dit artikel is opgenomen dat de subsidie wordt geweigerd indien zonder
                    toestemming van het College het pand wordt doorverhuurd. </al><al>Het tweede en derde lid bevatten een bevoegdheidsbepaling van het College. In
                    het derde lid is geregeld dat ook al is daarvoor toestemming verleend, de hoogte
                    van de subsidie kan worden aangepast nu de vrijwilligersorganisatie immers zelf
                    de kosten niet meer heeft. </al><al><vet></vet></al><al><vet>Artikel 32. Uitbetaling accommodatiesubsidie</vet></al><al>De accommodatiesubsidie wordt telkens uitbetaald voorafgaand aan de uiterste
                    datum waarop de huur verschuldigd is. <cursief></cursief></al><al>Mocht de vrijwilligersorganisatie in gebreke blijven om de verschuldigde
                    huurpenningen te betalen, dan is het College bevoegd om de uitbetaling van de
                    accommodatiesubsidie op te schorten. Het gaat hierbij om een bevoegdheid.
                    Opschorting zal niet hoeven plaats te vinden indien incidenteel de huurpenningen
                    enkele dagen te laat worden voldaan. Dit wordt anders indien de
                    vrijwilligersorganisatie de huurschuld structureel laat oplopen. </al><al><cursief><vet></vet></cursief></al><al><vet>Artikel 33. Einde accommodatiesubsidie</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich. </al><al><vet></vet></al><al><vet>Artikel 34. Periodieke evaluatie</vet></al><al>Het College zal elk jaar de raad informeren over de ontwikkelingen per
                    werksoort. Daarvoor is nodig dat er periodiek overleg plaatsvindt tussen de
                    ambtelijke organisatie, de portefeuillehouder enerzijds en de betreffende
                    vrijwilligersorganisaties. </al><al>Om de twee jaar informeert het College de raad over de ontwikkelingen met
                    betrekking tot de waarderingssubsidie en de accommodatiesubsidie. </al><al>Om de vier jaar vindt evaluatie van onderhavige verordening plaats. </al><al>Het ligt in de bedoeling dat bij die evaluatie de vrijwilligersorganisaties
                    opnieuw worden betrokken en dat bij de evaluatie de ervaringen van de
                    organisaties worden meegenomen. </al><al>Mochten zich tussentijds ontwikkelingen voordoen die ten tijde van de
                    totstandkoming van deze verordening, niet waren voorzien, zal dit tijdig ter
                    kennis van de raad komen en zal waar mogelijk en nodig, de verordening door de
                    raad kunnen worden bijgesteld.</al><al></al><al><vet>Artikel 35. Overgangsbepaling</vet></al><al>De overgangsregeling beperkt zich tot die situatie dat aanvragen tot
                    subsidieverlening die in 2012 zijn ingediend, nog met toepassing van de
                    voorgaande subsidieregeling worden afgewikkeld. Door de systematiek van
                    subsidieverlening en subsidievaststelling in het opvolgende kalenderjaar, zalde
                    subsidievaststelling in 2013 die betrekking heeft op het subsidiejaar 2012, nog
                    overeenkomstig de subsidieverordening vrijwilligersorganisaties Landgraaf 2009,
                    worden afgewikkeld. Ook indien uit de in 2013 vastgestelde subsidievaststelling
                    nog bezwaar of beroep zou voortvloeien, is hierop de “oude” subsidieverordening
                    van toepassing. Het ligt niet in de verwachting dat door inwerkingtreding van de
                    nieuwe subsidieverordening zware verschuivingen zullen gaan plaatsvinden. </al><al><vet></vet></al><al><vet>Artikel 36. Slotbepalingen</vet></al><al>De nieuwe verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2013 en geldt
                    voor onbepaalde duur. Omdat de peildatum voor ledensubsidie op 1 januari is
                    gesteld kunnen pas vanaf 1 januari 2013, aanvragen voor het nieuwe subsidiejaar
                    worden ingediend en niet eerder. Mocht toch al een aanvraag in 2012 voor het
                    subsidiejaar 2013 zijn ingediend, kan in overleg met de organisatie worden
                    afgesproken dat de aanvraag de gelegenheid krijgt de aanvraag te completeren,
                    met name met het ledental per 1 januari, hetgeen impliceert dat completering
                    altijd pas kan plaatsvinden vanaf 1 januari van het subsidiejaar. </al><al></al><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 20 december
                    2012.</al><al></al><al>De griffier, De voorzitter,</al><al></al><al></al><al><vet>Bijlage 1, lijst waarderingssubsidie 2013</vet></al><al></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><tbody><row><entry><al><vet>Speeltuinen</vet></al></entry><entry><al><vet>Subsidiebedrag</vet></al></entry></row><row><entry><al>Stichting Speeltuin het Eikhoorntje</al></entry><entry><al>€ 3.430,00</al></entry></row><row><entry><al>Stichting Speeltuin Abdissenhof</al></entry><entry><al>€ 3.169,00</al></entry></row><row><entry><al>Stichting Speeltuin Tarcisius</al></entry><entry><al>€ 2.832,00</al></entry></row><row><entry><al>Stichting Speeltuin Lauradorp</al></entry><entry><al>€ 2.520,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><tbody><row><entry><al><vet>Kerkgenootschappen</vet></al></entry><entry><al><vet>Subsidiebedrag</vet></al></entry></row><row><entry><al>Nieuw Apostolische Kerk (1x kerkkoor)</al></entry><entry><al>€ 2.004,00</al></entry></row><row><entry><al>Protestantse Gemeente Oude Mijnstreek (1 x kerkkoor)</al></entry><entry><al>€ 2.004,00</al></entry></row><row><entry><al>De Gemeente Gods (3 x kerkkoor)</al></entry><entry><al>€ 2.521,00</al></entry></row><row><entry><al>O.L.Vrouw Hulp der Christenen (4 x kerkkoor)</al></entry><entry><al>€ 2.780,00</al></entry></row><row><entry><al>Par. H. Petrus en Paulus, H. Barbara, Heilige Michael, OLV
                                        van de Berg Karmel (0 x kerkkoor)</al></entry><entry><al>€ 3.490,00</al></entry></row><row><entry><al>H. Drievuldigheid Rimburg, H. Jozef Waubach-Groenstraat, H.
                                        Bernadette Abdissenbosch, HH. Theresia en Don Bosco (3 x
                                        kerkkoor)</al></entry><entry><al>€ 4.524,00</al></entry></row><row><entry><al>Par. Heilig Hart v.Jezus Nieuwenhagerheide en Heilige
                                        Familieparochie (6 x kerkkoor)</al></entry><entry><al>€ 5.041,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><tbody><row><entry><al><vet>Belangenbehartiger</vet></al></entry><entry><al><vet>Subsidiebedrag</vet></al></entry></row><row><entry><al>Bechterewpatiënten Sportvereniging Zuid-Limburg</al></entry><entry><al>€ 620,00</al></entry></row><row><entry><al>Veteranenstichting Landgraaf</al></entry><entry><al>€ 620,00</al></entry></row><row><entry><al>Stichting Seniorweb Landgraaf</al></entry><entry><al>€ 1.550,00</al></entry></row><row><entry><al>Stichting Service Gilde Landgraaf</al></entry><entry><al>€ 1.550,00</al></entry></row><row><entry><al>Nationale vereniging De Zonnebloem</al></entry><entry><al>€ 1.550,00</al></entry></row><row><entry><al>IVN, Vereniging voor Natuur- en Milieueducatie, afdeling
                                        Ubach over Worms</al></entry><entry><al>€ 1.550,00</al></entry></row><row><entry><al>IVN, Vereniging voor Natuur- en Milieueducatie, afdeling De
                                        Oude Landgraaf</al></entry><entry><al>€ 1.550,00</al></entry></row><row><entry><al>Katholieke Bond van Ouderen in Landgraaf</al></entry><entry><al>€ 3.102,00</al></entry></row><row><entry><al>Stichting Platform Gehandicaptenbeleid Landgraaf</al></entry><entry><al>€ 1.559,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><tbody><row><entry><al><vet>Folklore en Cultuur(historie)</vet></al></entry><entry><al><vet>Subsidiebedrag</vet></al></entry></row><row><entry><al>Vereniging comité Levend Kerstspel Nieuwenhagen</al></entry><entry><al>€ 362,00</al></entry></row><row><entry><al>Vereniging Vrienden van de St. Jozefkapel Rimburg</al></entry><entry><al>€ 362,00</al></entry></row><row><entry><al>Fotogroep Abedia Landgraaf</al></entry><entry><al>€ 362,00</al></entry></row><row><entry><al>Fotogroep ISO'73 Landgraaf</al></entry><entry><al>€ 362,00</al></entry></row><row><entry><al>Stichting Stuurgroep Carnavalsorganisaties Landgraaf</al></entry><entry><al>€ 930,00</al></entry></row><row><entry><al>Stichting Overkoepelend Orgaan Carnavalsvereniging Ubach
                                        over Worms</al></entry><entry><al>€ 1.241,00</al></entry></row><row><entry><al>Stichting "Landgraafoptoch"</al></entry><entry><al>€ 2.999,00</al></entry></row><row><entry><al>Oranjecomité Landgraaf</al></entry><entry><al>€ 5.976,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><tbody><row><entry><al><vet>Overige vrijwilligersorganisaties</vet></al></entry><entry><al><vet>Subsidiebedrag</vet></al></entry></row><row><entry><al>Stichting Locatelli</al></entry><entry><al>€ 2.068,00</al></entry></row><row><entry><al>Stichting Kulturele Producties Landgraaf</al></entry><entry><al>€ 3.102,00</al></entry></row><row><entry><al>Stichting Wetswinkel Landgraaf</al></entry><entry><al>€ 3.619,00</al></entry></row><row><entry><al>Poëziefestival Landgraaf</al></entry><entry><al>€ 3.619,00</al></entry></row><row><entry><al>Stichting Leergeld</al></entry><entry><al>€ 5.169,00</al></entry></row><row><entry><al>Oudheidkundig en Cultuurhistorisch Genootschap
                                        Landgraaf</al></entry><entry><al>€ 14.990,00</al></entry></row><row><entry><al>Stichting Theater Landgraaf</al></entry><entry><al>€ 49.623,00</al></entry></row><row><entry><al>Stichting Hartveilig</al></entry><entry><al>€ 12.000,00</al></entry></row><row><entry><al><vet>Totaal</vet></al></entry><entry><al><vet>€ 154.750,00 </vet></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al></al><al><vet><onderstreept>Bijlage 2</onderstreept>, accommodatiesubsidie</vet></al><al></al><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"></colspec><tbody><row><entry><al>Stichting Theater Landgraaf</al></entry></row><row><entry><al>Stichting Beheer Harmoniezaal (<cursief>Sint Caecilia
                                            Nieuwenhagen</cursief>)</al></entry></row><row><entry><al>Stichting Scouting 't Eikske</al></entry></row><row><entry><al>Sportvereniging Nieuwenhagen</al></entry></row><row><entry><al>Voetbalvereniging Schaesberg </al></entry></row><row><entry><al>Sportvereniging Ubach over Worms 2002</al></entry></row><row><entry><al>Sport- en Trimclub Brunssummerheide</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al></al><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 20 december
                    2012.</al><al></al><al>De griffier, De voorzitter,</al><al></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>