<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR246451_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Loppersum</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Loppersum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ommelander Courant, 12-11-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Reinigingsheffingen 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 229, lid 1 aanhef en onderdeel a en b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet milieubeheer, art. 15.33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-11-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-11-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2012 van 19 december 2011.</al><al>Datum ingang van heffing is 1 januari 2013.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Loppersum;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 oktober
                        2012;</al><al>gelet op de artikelen 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a. en b. van
                        de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al>vast te stellen de:</al><al><vet> "VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING</vet></al><al><vet> VAN AFVALSTOFFENHEFFING EN REINIGINGSRECHTEN
                    </vet><vet>20</vet><vet>1</vet><vet>3</vet><vet>.</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="b."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik
                                    maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>Grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van
                                    autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door
                                    aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden
                                    ingezameld.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II.</nr><titel>AFVALSTOFFENHEFFING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting
                                geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb.
                                1994, 80).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij
                                behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven
                                terzake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien
                                waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet
                                milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke
                                afvalstoffen geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                            omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
                            gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet
                            milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en tarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaf en het tarief, opgenomen in
                            hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7A</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding
                            verleend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                                zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan
                                de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval het totaalbedrag van het aanslagbiljet waarop de aanslagen
                                staan vermeld € 4.000,00 of meer bedraagt, moet dit bedrag, in
                                afwijking van het bepaalde in het eerste lid, worden betaald op de
                                laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening
                                van het aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval het totaalbedrag van het aanslagbiljet waarop de aanslagen
                                staan vermeld € 10,00 of minder bedraagt, moet dit bedrag, in
                                afwijking van het bepaalde in het eerste lid, worden betaald op de
                                laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening
                                van het aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De belastingplichtige kan machtiging tot automatische incasso
                                verlenen. Indien een machtiging tot automatische incasso verleend
                                is, moet het bedrag, in afwijking van het bepaalde in het eerste
                                lid, worden betaald in tien gelijke termijnen waarvan de eerste
                                termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand,
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en elk van
                                de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de bovengenoemde
                                termijnen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III.</nr><titel>REINIGINGSRECHTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het
                            genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het
                            gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken
                            of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Maatstaf van heffing en tarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven,
                                opgenomen in het hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende
                                tarieventabel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de
                                tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid
                                aangemerkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden geheven
                            bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een
                            afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor
                                de jaarlijks verschuldigde rechten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn
                                    verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit
                                    later is, bij de aanvang van de belastingplicht</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                    aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde
                                    gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in
                                    dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                                    kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar
                                    eindigt, bestaat aanspraak op, ontheffing voor zoveel twaalfde
                                    gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in
                                    dat jaar, na einde van de belastingplicht, nog volle
                                    kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="4."><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                    belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan
                                de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval het totaalbedrag van het aanslagbiljet waarop de aanslagen
                                staan vermeld € 4.000,00 of meer bedraagt, moet dit bedrag, in
                                afwijking van het bepaalde in het eerste lid, worden betaald op de
                                laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening
                                van het aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ingeval het totaalbedrag van het aanslagbiljet waarop de aanslagen
                                staan vermeld € 10,00 of minder bedraagt, moet dit bedrag, in
                                afwijking van het bepaalde in het eerste lid, worden betaald op de
                                laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening
                                van het aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De belastingplichtige kan machtiging tot automatische incasso
                                verlenen. Indien een machtiging tot automatische incasso verleend
                                is, moet het bedrag, in afwijking van het bepaalde in het eerste
                                lid, worden betaald in tien gelijke termijnen waarvan de eerste
                                termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand,
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en elk van
                                de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de bovengenoemde
                                termijnen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV.</nr><titel>AANVULLENDE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            reinigingsheffingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De "Verordening Reinigingsheffingen 2012" van 19 december 2011,
                                    wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde
                                    datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                    toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                                    datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    na die van bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2013.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als <vet>"Verordening
                                        Reinigingsheffingen
                                        20</vet><vet>1</vet><vet>3</vet><vet>".</vet></al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening> van de raad van de gemeente Loppersum,</ondertekening><ondertekening> gehouden op 5 november 2012, nr. 5.</ondertekening><ondertekening> De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>A. Rodenboog, voorzitter.</ondertekening><ondertekening> R.S. Bosma, griffier.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><divisie><kop><titel>TARIEVENTABEL</titel></kop><al>behorende bij de "Verordening Reinigingsheffingen 2013".</al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien
                            deze verschuldigd is.</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>MAATSTAF EN TARIEF AFVALSTOFFENHEFFING</titel></kop><al>1.1.1 De belasting bedraagt per belastingjaar € 284,80 voor een perceel,
                            bewoond door meer dan één persoon en € 236,35 voor een perceel bewoond
                            door één persoon.</al><al>1.1.2 De belasting als bedoeld in onderdeel 1.1.1 wordt vermeerderd voor
                            het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht
                            later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in gebruik hebben
                            van een extra (is boven hetgeen volgens de gemeentelijke
                            afvalstoffenverordening aan het perceel is verstrekt) container met €
                            199,10 per container. </al><lijst><li nr="1."><al>2 Bij toepassing van de in het eerste lid genoemde tarieven
                                    wordt uitgegaan van de bewoningssituatie bij de aanvang van het
                                    belastingjaar.</al></li><li nr="1."><al>3 De belasting bedraagt voor:</al></li></lijst><al>1.3.1 het op aanvraag verwijderen van grove huishoudelijke afvalstoffen </al><al> kubieke meter of gedeelte daarvan € 17,95</al></divisie><divisie><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>MAATSTAVEN EN JAARLIJKSE TARIEVEN REINIGINGSRECHTEN</titel></kop><al>2.1.Het recht bedraagt per belastingjaar per container voor het
                            beschikbaar stellen, het gebruik dan wel het ledigen van containers en
                            het verwijderen van de daarin verzamelde, andere dan huishoudelijke
                            afvalstoffen indien:</al><al>2.1.1. het betreft éénmaal per week</al><lijst><li nr="-"><al>voor de eerste container met een inhoud van 120 of 240 liter €
                                    284,80</al></li><li nr="-"><al>voor elke volgende container met een inhoud van 120 of 240 liter
                                    € 199,10</al></li></lijst><al>Behorende bij raadsbesluit van 5 november 2012, nr. 5.</al><al>De griffier van Loppersum,</al><al>R.S. Bosma.</al></divisie></bijlage></regeling></body></cvdr>