<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR246403_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening (APV) 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oirschot</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oirschot</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.oirschot.nl/actueel/elektronisch-gemeenteblad-pdf_44703/item/gemeenteblad-officiele-bekendmakingen-week-52-maandag-23-december-2013-nr52_65901.html#titel65901">Elektronisch Gemeenteblad, 23-12-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening (APV) 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel149/">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-12-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-12-24</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Openbare orde en veiligheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR368366_1">Algemene plaatselijke verordening 2014</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Nieuw Afdeling</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn
                                        vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet
                                        1994;</al></li><li nr="2."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen
                                        van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als
                                        bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen
                                        omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende
                                        omgevingsvergunning;</al></li><li nr="3."><al>bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening.
                                        daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="4."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="5."><al>gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de
                                        Woningwet daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="6."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                        diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel
                                        belang te dienen;</al></li><li nr="7."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of
                                        op andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="8."><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                        manifestaties daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="9."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                        krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="10."><al>weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de
                                        Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                    vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van
                                    ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                    verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist
                                    wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel
                                    2:10, vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                    ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                    aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                    bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen,
                                    vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde
                                    termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en
                                    beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen
                                    strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen
                                    in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                    verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na
                                    te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens
                                deze verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of
                                gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige
                                        gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                        inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                        vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege
                                        het belang of de belangen ter bescherming waarvan de
                                        vergunning of ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                        voorschriften en beperkingen niet zijn of worden
                                        nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                        gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                        ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                        termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij
                                de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de
                                vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het
                                bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>OPENBARE ORDE</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>BESTRIJDING VAN ONGEREGELDHEDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag
                                aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval waardoor
                                ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij een tot
                                toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor
                                ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich
                                bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op
                                bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in
                                de door hem aangewezen richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare plaatsen
                                die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de
                                openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn
                                afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten
                                als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>BETOGING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te
                                houden, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48
                                uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de
                                burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip
                                        van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de
                                        plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om
                                        een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Hij die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het
                                tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een
                                vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen
                                erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk 12.00 uur
                                op de aan de dag van dat tijdstip voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste
                                lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in
                                behandeling nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>VERSPREIDEN VAN GEDRUKTE STUKKEN (VERVALLEN)</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
                                afbeeldingen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>VERTONINGEN E.D. OP DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder ontheffing ten behoeve van publiek als
                                straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op
                                te treden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing weigeren in het belang van:</al><lijst><li nr="1."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="2."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="3."><al>de verkeersveiligheid of veiligheid van personen of
                                        goederen;</al></li><li nr="4."><al>de zedelijkheid of gezondheid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>BRUIKBAARHEID EN AANZIEN VAN DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                publieke functie ervan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan
                                overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik schade toebrengt of kan brengen aan de weg, de
                                        bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan
                                        wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of
                                        onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en
                                leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen,
                                uitstallingen en reclameborden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het
                                eerste lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in
                                het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit
                                betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of onder k
                                van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17</al></li><li nr="c."><al>overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling
                                        een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken,
                                artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of de Provinciale
                                wegenverordening.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig)
                                beslissen niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen
                                van een weg</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te
                                brengen in een bestaande uitweg naar de weg:</al><lijst><li nr="a."><al>indien degene die voornemens is een uitweg te maken naar de
                                        weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar
                                        de weg daarvan niet van tevoren melding heeft gedaan aan het
                                        college, onder indiening van een situatieschets van de
                                        gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie;</al></li><li nr="b."><al>indien het college het maken of veranderen van de uitweg
                                        heeft verboden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg:</al><lijst><li nr="a."><al>indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt
                                        gebracht;</al></li><li nr="b."><al>indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare
                                        parkeerplaats;</al></li><li nr="c."><al>indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze
                                        wordt aangetast;</al></li><li nr="d."><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al
                                        door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van
                                        deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare
                                        parkeerplaats of het openbaar groen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen vier
                                weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste
                                uitweg wordt verboden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal
                                wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12a</nr><titel>Openbare veiligheid</titel></kop><al>Het is verboden nabij, op of over openbare brandkranen, brandputten of
                            andere waterwinplaatsen van de brandweer zodanige voorwerpen te plaatsen
                            of geplaatst te hebben, dat de brandweer in het onmiddellijke gebruik
                            daarvan belemmerd kan worden;</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>VEILIGHEID OP DE WEG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben
                            op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt
                            belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar
                            ontstaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk,
                            rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een
                            openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te
                            dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan wel
                                in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan
                                gedurende een door de burgemeester aangewezen periode.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan,
                                voorzover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voorzover
                                in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429,
                                aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voorzover
                                het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of
                                (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen
                                aan te brengen of te hebben han¬gen lager dan 2,2 meter boven dat
                                gedeelte van de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of
                                andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m uit de
                                uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen van een
                                afscheiding zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan hetgeen
                                artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van
                                voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere
                                objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee
                                meter te plaatsen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing
                                verlenen indien de elektrische spanning van de bovengrondse
                                hoogspanningslijn dat toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor objecten die
                                deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig)
                                beslissen niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>EVENEMENTEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek
                                toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van
                                        de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet
                                        gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de
                                        Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                        verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel
                                        2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                        weg;</al></li><li nr="e."><al>een klein evenement;</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement
                                te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek om vergunning dient tenminste 8 weken voor aanvang van
                                het evenement bij de burgemeester te zijn ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een klein eendaags evenement
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250
                                        personen;</al></li><li nr="b."><al>het evenement tussen 09.00 en 01.00 uur plaats vindt;</al></li><li nr="c."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht vóór 09.00 uur of na
                                        01.00 uur en op zondag vóór 13.00 uur of na 23.00 uur;</al></li><li nr="d."><al>de maximaal toelaatbare gevelbelasting op de
                                        dichtstbijzijnde woning, dan wel op 100 meter afstand van de
                                        locatie van het evenement niet meer bedraagt dan:75 dB(A)
                                        tussen 10.00 en 19.00 uur;70 dB(A) tussen 19.00 en 23.00
                                        uur;65 dB(A) tussen 23.00 en 01.00 uur.</al></li><li nr="e."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad
                                        of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor
                                        het verkeer en de hulpdiensten;</al></li><li nr="f."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte
                                        van minder dan 50 m² per object en zich hier minder dan 50
                                        personen gelijktijdig in/op verblijven;</al></li><li nr="g."><al>er een organisator is;</al></li><li nr="h."><al>de organisator binnen tenminste 30 werkdagen voorafgaand aan
                                        het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                        burgemeester;</al></li><li nr="i."><al>het geen vechtsportwedstrijden of –gala’s betreft, waaronder
                                        in ieder geval wordt begrepen kooigevechten,
                                        kickboksevenementen, freefightevenementen en daarmee
                                        vergelijkbare activiteiten en al dan niet in
                                        wedstrijdverband georganiseerde evenementen waarbij de
                                        menselijke waardigheid in het geding is</al></li><li nr="j."><al>het terrein schoon wordt achtergelaten;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen 15 werkdagen na ontvangst van de melding
                                besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het
                                tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de
                                openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                komt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan nadere regels stellen in het belang van de
                                openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid en het
                                milieu.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of
                                aan de weg, voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het bepaalde in het derde lid is niet van toepassing op een
                                evenement dat plaatsvindt in een door de burgemeester aangewezen
                                gebied.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig)
                                beslissen niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De burgemeester weigert een vergunning als de organisator van een
                                evenement als bedoeld in het 3é lid onder i van slecht levensgedrag
                                is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen van
                                ambtenaren van politie en brandweer in het belang van openbare orde
                                of veiligheid terstond en stipt op te volgen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                    ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                    bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden
                                    geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                    worden bereid of verstrekt. Onder een openbare inrichting wordt
                                    in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café,
                                    cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder
                                    een openbare inrichting wordt tevens verstaan een bij dit
                                    bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden;</al></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting
                                    liggend deel van de openbare inrichting waar sta- of
                                    zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding
                                    dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe
                                    consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.</al></li><li nr="c."><al>Een Toeristenpoort is een aan toeristisch-recreatieve route
                                    gelegen transferium waar parkeerruimte, informatie over de
                                    omgeving en sanitaire voorzieningen worden aangeboden en waar
                                    kleinschalige, overwegend dagrecreatieve, activiteiten worden
                                    ontplooid over het Oirschotse toeristisch-recreatieve product.
                                    Ondergeschikte horeca* maakt deel van uit van de activiteit als
                                    Toeristenpoort en vind plaats binnen vergunde lokaliteiten en
                                    terrassen zoals beschreven in het Bestemmingsplan Buitengebied
                                    Oirschot 2010. Een Toeristenpoort is aangeduid in het
                                    Bestemmingsplan Buitengebied Oirschot 2010 met de specifieke
                                    aanduiding SR-TP.</al></li></lijst><al>*de ondergeschikte horeca geld niet voor bestemmingen met een Horeca of
                            Recreatieve hoofdfunctie in het bestemmingsplan Buitengebied Oirschot
                            2010. Bij deze bestemmingen blijft de hoofdfunctie leidend voor
                            handhaving op sluitingstijd en verlening van ontheffingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatie openbare inrichting</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de exploitant verboden zijn openbare inrichting voor
                                bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in het horecabedrijf te
                                laten verblijven:</al><lijst><li nr="1."><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 06.00 uur,
                                        en op zaterdag en zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur;</al></li><li nr="2."><al>op vrijdag na Hemelvaart tussen 02.00 en 06.00 uur;</al></li><li nr="3."><al>op Koninginnedag 30 april tussen 03.00 en 06.00 uur en op de
                                        dag na de viering van Koninginnedag tussen 02.00 en 06.00
                                        uur;</al></li><li nr="4."><al>op carnavals zaterdag, zondag, maandag en- dinsdag tussen
                                        03.00 en 06.00 uur;</al></li><li nr="5."><al>op de dagen waarop in Oirschot, Spoordonk, Middelbeers en
                                        Oostelbeers de kermis plaatsvindt in deze gebieden tussen
                                        03.00 uur en 06.00 uur;</al></li><li nr="6."><al>tijdens de evenementen “Zinderend Oirschot” en het Country-
                                        en Westernfestival in Oirschot op zondag tussen 03.00 en
                                        06.00 uur en op maandag tussen 02.00 en 06.00 uur;</al></li></lijst><al>Op nieuwjaarsdag geldt géén sluitingstijd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is de houder van een openbare inrichting die uitsluitend of in
                                hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties of instellingen of bij
                                organisaties of instellingen met een sociaal of cultureel doel,
                                verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en daar bezoekers toe
                                te laten of te laten verblijven van 24.00 uur tot 06.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is de houder van een Toeristenpoort verboden dit voor bezoekers
                                geopend te hebben en daar bezoekers toe te laten of te laten
                                verblijven van 19.00 uur tot 09.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is de houder van een openbare inrichting die uitsluitend of in
                                hoofdzaak in gebruik is bij sportorganisaties of –instellingen
                                verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers
                                toe te laten buiten de navolgende tijden: één uur vóór, tijdens en
                                twee uur ná het einde van wedstrijden, trainingen en overige
                                activiteiten van de sportvereniging binnen het kader van de
                                doelstelling en tot uiterlijk 24.00 uur;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift andere
                                sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare
                                inrichting of een daartoe behorend terras.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het in het eerste tot en met vierde lid bepaalde geldt niet
                                voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op
                                de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig)
                                beslissen niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid,
                                zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden
                                voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de
                                krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of
                                tijdelijk sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan aan een individuele horecaondernemer maximaal 4
                                x per jaar een ontheffing van het sluitingsuur van maximaal 1 uur
                                verlenen;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan aan een houder van een toeristenpoort één maal
                                per maand een ontheffing van het sluitingsuur verlenen;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de
                                Opiumwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li><li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de
                                    inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit
                                    krachtens het eerste lid;</al></li><li nr="c."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die
                                    geen gebruik maken van de zitplaatsen die aanwezig zijn op het
                                    terras.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een
                                handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden in een horecabedrijf de orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw
                            of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet,
                            treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:31op
                            als bevoegd bestuursorgaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>8A</nr><titel>Coffeeshops</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34A</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>coffeeshop: een voor het publiek – al dan niet met enige
                                    beperking – toegankelijke inrichting, waar middelen als bedoeld
                                    in artikel 2 en/of 3 van de Opiumwet plegen te worden verstrekt,
                                    gebruikt en/of te worden verkocht, niet zijnde een
                                    apotheek;</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden in de gemeente een coffeeshop te
                                    exploiteren.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Vervallen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Speelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c,
                                        van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder
                                        c, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
                                        30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="e."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel
                                        30, onder e, van de Wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten
                                toegestaan;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                toegestaan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden woning of lokaal</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te
                                bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                        aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                        wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                        afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                        doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing indien
                                gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben
                                op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens
                                eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij zich
                                te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of
                                verfstof of verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen of
                                gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden tussen 22.00 uur en 06.00 uur op een openbare plaats
                                te vervoeren of bij zich te hebben lopers, valse sleutels,
                                touwladders, lantaarns of enig ander gereedschap, voorwerp of
                                middel, dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot een
                                gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of
                                te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of
                                het maken van sporen te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden de weg in de nabijheid van winkels te vervoeren of
                                bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om
                                het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en twee lid gestelde verboden zijn niet van
                                toepassing op degenen die ter plaatse en ten genoegen van een
                                ambtenaar van politie aannemelijk maken dat genoemde voorwerpen of
                                stoffen bestemd zijn of gebezigd worden voor andere handelingen dan
                                die welke in die leden worden genoemd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen, speelvelden en speeltuinen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden om zonder
                                ontheffing van het college zich tussen zonsonder- en zonsopgang te
                                bevinden in plantsoenen, groenstroken, grasperken, parken,
                                speelvelden, speeltuinen, speelbossen en de daaraan direct
                                omliggende wegen voet- en fietspaden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig)
                                beslissen niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats: </al><lijst><li nr="a."><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument,
                                        overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid,
                                        voertuig, hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair
                                        of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of
                                        aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen
                                        onnodig overlast of hinder berokkent.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien
                                door artikel 424 , 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of
                                artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats binnen de bebouwde kom
                                alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes
                                en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in
                                        artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder
                                        a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de
                                        Drank en Horecawet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort of zeer
                                        nabij een geld(pin)automaat op te houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een
                                        drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich zonder
                                redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik
                                bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor anderen
                            hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                            toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar
                            vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere
                            soortgelijke, voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te
                            verontreinigen of te bezigen voor een ander doel dan waarvoor de
                            desbetreffende ruimte is bestemd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                            plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de
                            gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                    gebruiker van dat gebouw of dat portiek;</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op de door het college of de burgemeester aangewezen
                            uren en plaatsen zich met een fiets of bromfiets te bevinden op een door
                            het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt,
                            kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt die
                            publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het
                            terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon dan wel een
                                gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                bedoeling deze persoon dan wel een zich in dit gebouw, deze
                                woonwagen of dit woonschip bevindende persoon, te bespieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                optisch instrument een zich in een gebouw, woonwagen of woonschip
                                bevindende persoon te bespieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar, houder of verzorger van een hond verboden die
                                hond te laten verblijven of te laten lopen: </al><lijst><li nr="a."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                        zodanig ingerichte speelplaats, speelterrein, zandbak,
                                        speelweide, speelbos, plantsoen of op een ander openbare
                                        plaats.</al></li><li nr="b."><al>op de weg indien de hond niet is aangelijnd; of</al></li><li nr="c."><al>op de weg indien die hond niet is voorzien van een halsband
                                        of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder
                                        duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid onder a en b is niet van toepassing op
                                door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet van
                                toepassing op de eigenaar of houder van een hond: </al><lijst><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                        sociale hulphond laat begeleiden; of</al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                        geleidehond of sociale hulphond.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden en paarden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat
                                die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom: op de weg;</al></li><li nr="b."><al>buiten de bebouwde kom op het gedeelte van de weg dat
                                        bestemd of mede bestemd is voor het verkeer van voetgangers
                                        en fietsers;</al></li><li nr="c."><al>op een voor het publiek toegankelijke en als zodanig
                                        ingerichte speelplaats, speelterrein, zandbak, speelweide,
                                        speelbossen, plantsoenen of op een ander door het college
                                        aangewezen plaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een aangespannen- of bereden paard is
                                verplicht om binnen de bebouwde kom zijn aangespannen- of bereden
                                paard te hebben voorzien van een zak voor het opvangen en verzameld
                                houden van de uitwerpselen van dit paard.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het gebod genoemd in het
                                eerste en tweede lid niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht om, als hij zich met
                                de hond op de weg of op een voor het publiek toegankelijke plaats
                                begeeft, een deugdelijk opruimmiddel dat gezien de vorm en
                                constructie als zodanig is bestemd voor het verwijderen van de
                                uitwerpselen bij zich te dragen en dit op eerste vordering van de
                                met zorg voor de naleving van de bepalingen van deze verordening
                                belaste ambtenaar te tonen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste en tweede
                                lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van
                                de hond of het paard er zorg voor draagt dat de uitwerpselen
                                onmiddellijk worden verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of
                                hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van die hond een
                                aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover
                                die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein
                                van een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de
                                hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van
                                hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de
                                hond voorzien te houden van een muilkorf die:</al><lijst><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van
                                        beide stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals
                                        is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens
                                        niet mogelijk is; en</al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                        afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de
                                        bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                        aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c, dient
                                een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door
                                de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer
                                door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar
                                is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van
                                overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen
                                buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer bij dat
                                aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door
                                        het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels;</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                        aanwijzing is aangegeven;</al></li><li nr="d."><al>te voeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                binnen plaats die een krachtens het eerste lid is aangewezen,
                                ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het eerste
                                lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig)
                                beslissen niet van toepassing</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op herkauwende en eenhoevige dieren of varkens (vee)
                            die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van die weg
                            is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te
                            zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg
                            niet kan bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk
                            gebouw te bedelen om geld of andere zaken.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><structuurtekst><al>Vervallen</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                                Strafrecht</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><structuurtekst><al>Vervallen</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                            Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                            nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk
                            (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                verkoopdagen.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf
                                consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter
                                beschikking stellen aanwezig te houden, zonder een vergunning van
                                het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van
                                toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429,
                                aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Nieuw Afdeling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de
                            weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of
                            aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of
                            rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in
                            artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet
                            tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij
                            behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74a</nr><titel>Openlijk drugsgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan de weg, op een voor publiek toegankelijke
                                plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, middelen als
                                bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te
                                dienen, dan wel voorbereidingen daarvoor te verrichten of ten
                                behoeve van dat gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te
                                hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op voorwerpen of activiteiten die
                                in het belang van de Volksgezondheid, in het bijzonder de preventie,
                                de bestrijding van drugsverslaving, van overheidswege worden
                                bevorderd of zijn goedgekeurd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bovenstaande verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de
                                Opiumwet.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>