<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR246087_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Rioolheffing, verordening op de heffing en invordering 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oud-Beijerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oud-Beijerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kompas, 21-12-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=228">gemeentewet, artikel 228a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>z-12.09888</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>nieuwe regeling</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing
            2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>VERORDENING RIOOLHEFFING 2013</vet></al><al>De raad van de gemeente Oud-Beijerland;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16
                        november 2012, nr. Z-12.09888;</al><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen de:</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>onder voorziening of combinatie van voorzieningen wordt mede
                                verstaan een open water;</al></li><li nr="d."><al>onder gemeentelijke riolering wordt mede de in het kader van het
                                Gemeentelijk Rioleringsplan door of vanwege de gemeente geplaatste
                                individuele afvalwaterbehandeling (IBA) begrepen</al></li><li nr="e."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater;</al></li><li nr="f."><al>niet-woning: een niet-woning in de zin van artikel 220a, tweede lid,
                                Gemeentewet en een garagebox, voor zover deze niet op de voet van
                                artikel 16, aanhef en onderdeel d, van de Wet WOZ, een samenstel
                                vormt met een woning;</al></li><li nr="g."><al>gemeentelijke zorgplichten: de zorg voor het afvloeiend hemelwater
                                en het grondwater zoals aan de gemeente opgedragen in artikel 3.5 en
                                3.6 van de Waterwet.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 Aard van de belasting</label></kop><lijst><li nr="g."><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                                bestrijding van de</al><al>kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater
                                        en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van
                                        huishoudelijk afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van
                                        het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van
                                        maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de
                                        grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming
                                        zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht</label></kop><lijst><li nr="g."><al>1 De belasting wordt geheven: </al><al>a.van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft
                                krachtens </al><al>eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel verder te noemen:
                                eigenarendeel, en</al><lijst><li nr="b."><al>van de gebruiker van een perceel, verder te noemen:
                                        gebruikersdeel.</al></li><li nr="2."><al>Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het
                                        perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens
                                        eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij
                                        het begin van het belastingjaar als zodanig in de
                                        basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij
                                        op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit
                                        of beperkt recht is.</al></li><li nr="3."><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                                        aangemerkt:</al></li><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al
                                        dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of
                                        persoonlijk recht gebuikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                        bedoeld in artikel 4 –voor gebruik is afgestaan, degene die
                                        dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Zelfstandige gedeelten</label></kop><lijst><li nr="g."><al>Indien gedeelten van een in artikel 1 bedoeld perceel blijkens hun
                                indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt,
                                wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd
                                gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die
                                gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één
                                perceel worden aangemerkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Maatstaf van heffing</label></kop><lijst><li nr="g."><lijst><li nr="1."><al>Het eigenarendeel van woningen wordt geheven naar een vast
                                        bedrag per perceel.</al></li><li nr="2."><al>Het gebruikersdeel van woningen wordt geheven naar het
                                        aantal gebruikers.</al></li><li nr="2."><al>Het eigenarendeel van niet-woningen wordt geheven naar de
                                        waarde in het economische verkeer van het perceel.</al></li><li nr="3."><al>Ingeval het perceel een onroerende zaak is, is de waarde in
                                        het economische verkeer de op de voet van hoofdstuk IV van
                                        de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak
                                        vastgestelde waarde zoals deze voor het in artikel 7
                                        bedoelde kalenderjaar geldt.</al></li><li nr="4."><al>Ingeval voor het perceel geen waarde op de voet van
                                        hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                                        vastgesteld, wordt de heffingsmaatstaf van dat perceel
                                        bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij
                                        of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de
                                        Wet waardering onroerende zaken.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Belastingtarieven</label></kop><lijst><li nr="g."><lijst><li nr="1."><al>Het eigenarendeel bedraagt per woning: € 79,55</al></li><li nr="2."><al>Het gebruikersdeel bedraagt per woning:</al></li><li nr="a."><al>indien de woning op 1 januari van het belastingjaar, of,
                                        indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de
                                        belastingplicht wordt gebruikt door één persoon € 23,60</al></li><li nr="b."><al>indien de woning op 1 januari van het belastingjaar, of,
                                        indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de
                                        belastingplicht wordt gebruikt door meerdere personen €
                                        70,75</al></li><li nr="3."><al>Het eigenarendeel van niet-woningen bedraagt 0,0665 % van de
                                        vastgestelde waarde.</al></li><li nr="4."><al>Het gebruikersdeel van niet-woningen bedraagt 0,0538% van de
                                        vastgestelde waarde.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Belastingjaar</label></kop><al><vet>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het eigenarendeel is verschuldigd bij het begin van het
                                belastingjaar.</al></li><li nr="2."><al>Het gebruikersdeel is verschuldigd bij het begin van het
                                belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                belastingplicht.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruikersdeel in
                                de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd
                                over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde
                                recht als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog
                                volle kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="4."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruikersdeel in
                                de loop van het jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor
                                zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht
                                als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                                kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing
                                minder bedraagt dan € 9,--.</al></li><li nr="5."><al>Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in gebruik neemt.</al></li><li nr="6."><al>Belastingbedragen van minder dan € 9,-- worden niet geheven.</al></li><li nr="7."><al>Voor de toepassing van de bepalingen in het vierde en zesde lid,
                                wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde
                                bedragen aangemerkt als één belastingbedrag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet
                            de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van
                            het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de
                            op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar
                            één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan € 90,-- en minder dan €
                            2.500,--, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                            automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de
                            aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste
                            termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk
                            van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al> Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeerartikel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ‘Verordening rioolheffing 2012’ van 23 december 2011 wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan. </al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2013.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing
                                2013'.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Oud-Beijerland op 4 december 2012.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter, </ondertekening><ondertekening>E.G. Bunt K.Tigelaar </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Verordening rioolheffing 2013</titel></kop><al>Aan de raad,</al><al>Toelichting op de 'Verordening rioolheffing 2013’ </al><al>Overeenkomstig het vastgestelde beleid zijn de tarieven ten opzichte van 2012
                    verhoogd met 2 % (2 % inflatie).</al><al>Omwille van de duidelijkheid en ter voorkoming van misverstanden kiezen we
                    ervoor, evenals vorig jaar, om voor 2013 een volledig nieuwe verordening
                    rioolheffing vast te stellen. </al><al>Inhoudelijk is de verordening op het punt van de belastingplicht gewijzigd.
                    Gebleken is, dat de formulering van de belastingplicht bij de brede rioolheffing
                    tot vragen heeft geleid. </al><al>In de Verordening rioolheffing 2012 is in artikel 3 bepaald dat
                    belastingplichtig is de eigenaar van een perceel dat direct of indirect is
                    aangesloten op de riolering, dan wel dat belang heeft bij de uitoefening van de
                    gemeentelijke watertaken. Daar had evenwel ook kunnen staan: belastingplichtig
                    is de eigenaar (of de gebruiker) van een perceel. </al><al>Iedere burger heeft immers belang bij de uitoefening van de collectieve
                    watertaken door de gemeente. De achterliggende gedachte bij de formulering in
                    2012 was, dat iedere eigenaar en gebruiker, of dat nu een pand is dat is
                    aangesloten op de riolering of niet, moet meebetalen aan de kosten van de
                    gemeentelijke watertaken. Om dit te verduidelijken is in 2013 voor de nieuwe
                    formulering gekozen. </al><al>Het college van burgemeester en wethouders.</al><tussenkop>2012 (oud)</tussenkop><tussenkop>Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht</tussenkop><al>1 De belasting wordt geheven: </al><lijst><li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft
                            krachtens</al><al> eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect
                            is aangesloten op de gemeentelijke riolering, dan wel dat belang heeft
                            bij de nakoming van de gemeentelijke zorgplichten, verder te noemen:
                            eigenarendeel,</al><al> en</al></li><li nr="b."><al>van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op
                            de</al><al> gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, dan wel dat belang heeft bij
                            de nakoming</al><al> van de gemeentelijke zorgplichten, verder te noemen:
                            gebruikersdeel.</al></li></lijst><tussenkop>2013 (nieuw)</tussenkop><tussenkop>Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht</tussenkop><al>1 De belasting wordt geheven: </al><lijst><li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft
                            krachtens</al><al> eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel verder te noemen:
                            eigenarendeel, en</al></li><li nr="b."><al>van de gebruiker van een perceel, verder te noemen: gebruikersdeel.</al></li></lijst></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>