<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR245927_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Riolering, aansluitverordening 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oud-Beijerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoeksche Waard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">14-09-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Aansluitverordening riolering 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-09-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>z-12.07414</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>nieuwe regeling</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Riolering, aansluitverordening 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN.</titel></kop><structuurtekst><al>BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>1.</nr></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="46*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="3*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="52*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.aansluiting</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>De verbinding tussen het particulier riool en de
                                                openbare riolering. Hier vallen ook tijdelijke
                                                verbindingen onder, zoals bij tijdelijke
                                                bronneringen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.aansluitleiding</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Het particulier riool, het aansluitpunt en de
                                                perceelaansluitleiding tezamen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.aansluitpunt</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>1.De erfscheidingsput, gelegen op of binnen 0,5
                                                meter afstand van de kadastrale eigendomsgrens van
                                                het aan te sluiten perceel; 2. Bij het ontbreken van
                                                een erfscheidingsput, de perceelsgrens; 3. Bij
                                                aansluiting op een drukriool of IBA het punt waar
                                                het particulier riool wordt aangesloten op de
                                                gemeentelijke ontvangstput dan wel een
                                                erfscheidingsput; 4. Bij een hemel- of
                                                grondwaterlozing in een watergang, het punt waar de
                                                particuliere leiding uitkomt in de (openbare)
                                                watergang.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.afvalwater</al><al>e.hemelwater</al><al>f.grondwater</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Verzamelnaam voor al het water dat van een perceel
                                                wordt afgevoerd. Hieronder valt huishoudelijk en
                                                bedrijfsmatig afvalwater, vervuild hemel- en
                                                grondwater.</al><al>Hemelwater zoals regen, Hegel en sneeuw</al><al>Grondwater is al het water dat zich in de ondergrond
                                                en bodems bevindt</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.bronneringswater</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Grondwater, onttrokken ten behoeve van tijdelijke
                                                verlaging van de grondwaterstand.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.drainagewater</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Grondwater, ingezameld door een ingegraven
                                                doorlatend buizensysteem.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.drainagestelsel</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Gemeentelijk leidingstelsel, bestemd voor de afvoer
                                                van overtollig grondwater, met uitzondering van de
                                                aansluitleidingen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.drukriool</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>De openbare riolering, voor de afvoer van
                                                afvalwater, exclusief hemel- en grondwater waarbij
                                                het transport door het riool plaatsvindt door middel
                                                van met pompinstallaties veroorzaakte druk.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k.gebruiker</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>De perceeleigenaar, de zakelijk gerechtigde van het
                                                perceel of de huurder die gebruik maakt van de
                                                aansluiting op de openbare riolering.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l.gemengd rioolstelsel</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>De openbare riolering voor de afvoer van afvalwater,
                                                inclusief hemelwater. In uitzonderlijke gevallen kan
                                                er ook grondwater op geloosd worden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>m.gescheiden rioolstelsel</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>De openbare riolering met een leidingstelsel
                                                (buizenstelsel of stelsel van watergangen) voor de
                                                afvoer van hemel- of drainagewater en een
                                                leidingstelsel voor de afvoer van het huishoudelijke
                                                of bedrijfsmatige afvalwater.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>n.huishoudelijk of bedrijfsmatig afvalwater</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Water dat vervuild is door huishoudelijk of
                                                bedrijfsmatig gebruik en afkomstig is van
                                                bijvoorbeeld toilet, douche en wasmachine.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>o.IBA</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Systeem voor
                                                <onderstreept>I</onderstreept>ndividuele
                                                  <onderstreept>B</onderstreept>ehandeling van
                                                huishoudelijk of bedrijfsmatig
                                                  <onderstreept>A</onderstreept>fvalwater.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>p.ontlastput</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Voorziening die beoogt, tijdens onvoldoende
                                                afvoercapaciteit van de huisaansluitleiding en/of
                                                buitenriolering, het overtollige water zonder schade
                                                af te voeren buiten het gebouw.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>q.openbare riolering</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Het gedeelte van een leidingstelsel (buizenstelsel
                                                of stelsel van watergangen) dat bij de gemeente in
                                                eigendom en beheer is voor inzameling en transport
                                                van afvalwater, met inbegrip van de daartoe
                                                behorende rioolgemalen, persleidingen, duikers en
                                                werken en installaties van overeenkomstige
                                                aard.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>r.particulier riool</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>De binnen de kadastrale eigendomsgrenzen van het aan
                                                te sluiten perceel gelegen binnen, buiten- of
                                                terreinrioolleidingen tot aan het aansluitpunt. Het
                                                particulier riool wordt ook "de particuliere
                                                afvoerleiding" genoemd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>s.perceelaansluitleiding</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Het riool en voorzieningen die deel uit maken van
                                                dit riool, tussen de openbare riolering en het
                                                aansluitpunt, in eigendom en beheer bij de
                                                gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>t.rechthebbende</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>De eigenaar, de vereniging van eigenaren of zakelijk
                                                gerechtigde van het perceel ten behoeve waarvan de
                                                aansluiting op de openbare riolering wordt
                                                gerealiseerd en in stand gehouden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>u.RWZI</al></entry><entry colname="col2"><al>:</al></entry><entry colname="col3"><al>Rioolwaterzuiveringsinstallatie</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II:</nr><titel>VERGUNNING</titel></kop><structuurtekst><al>VERGUNNNINGPLICHT</al></structuurtekst><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>2.</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder een daartoe verleende aansluitvergunning
                                    een aansluiting van een particulier riool op de openbare
                                    riolering tot stand te brengen of te wijzigen.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders verlenen een aansluitvergunning
                                    alleen voor het tot stand brengen en in stand houden van een
                                    aansluiting tussen het particulier riool en het lozingspunt van
                                    de perceelsaansluiting: a. voor de afvoer van afvalwater
                                    inclusief hemelwater als ter plaatse een gemengd stelsel
                                    aanwezig is; b. voor de afvoer van afvalwater zonder hemel- of
                                    drainagewater naar het daarvoor bedoelde leidingenstelsel, als
                                    ter plaatse gescheiden riolering, drukriolering of IBA aanwezig
                                    is; c. voor de afvoer van hemel- of drainagewater naar het
                                    daarvoor bedoelde openbare riolering inclusief watergangen, als
                                    ter plaatse een gescheiden stelsel aanwezig is.</al></li></lijst><al>3.Als de rechthebbende voor de aansluiting van meer dan één particuliere
                            afvoerleiding op de openbare riolering een aansluitvergunning aanvraagt,
                            wordt voor deze aanvragen tezamen één vergunning verleend, waarin alle
                            aansluitingen afzonderlijk worden vermeld.</al><al>4.In de vergunning kunnen voorschriften worden opgenomen met betrekking
                            tot: a. het tot stand brengen van de aansluiting; b. de technische eisen
                            aan de aansluiting; c. het aantal aansluitingen en de locaties van de
                            aansluitingen; d. het onderhoud, de renovatie en de vervanging van de
                            perceelaansluitleiding; e. sloopwerkzaamheden op het perceel van de
                            rechthebbende; f. de periode waarvoor de vergunning wordt verleend als
                            de aansluiting is bedoeld voor de afvoer van bronneringswater als het
                            een tijdelijke aansluiting betreft; g. de pompcapaciteit van de pomp in
                            het gemaal als voor het aansluitpunt een gemaal is opgenomen om het
                            afvalwater te kunnen lozen in de openbare riolering.</al><al>5.Als de rechthebbende binnen één jaar na verlening van de
                            aansluitvergunning geen verzoek heeft gedaan de aansluiting of wijziging
                            van de aansluiting waarop die aansluitingvergunning betrekking heeft,
                            uit te laten voeren, kunnen burgemeester en wethouders de
                            aansluitvergunning intrekken.</al><al> VERGUNNNINGAANVRAAG</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>3.</nr></kop><al>1.De aanvraag van een aansluitvergunning wordt schriftelijk, met behulp
                            van een daartoe bestemd formulier (zie bijlage 1), bij burgemeester en
                            wethouders ingediend door de rechthebbende van het aan te sluiten
                            perceel.</al><al>2.Bij de aanvraag van een aansluitvergunning moet het aanvraagformulier
                            aansluitvergunning volledig ingevuld worden verstrekt met hierop: a. de
                            naam en het adres van de rechthebbende; b. de dagtekening; c. de
                            aanduiding dat het een verzoek om een aansluitvergunning betreft; d. de
                            ligging van het aan te sluiten perceel: - aan de hand van straat en
                            huisnummer of, als nog geen huisnummer is toegekend, aan de hand van het
                            kadastraal nummer van het betreffende perceel, en - aangegeven op een
                            situatieschets 1:1.000 of grotere schaal; e. voor zover het lozing van
                            bedrijfsafvalwater betreft, de aard en de hoeveelheid van de af te
                            voeren vloeistoffen, waarbij moet worden aangegeven of niet
                            verontreinigd water, zoals regen- of koelwater, en/of verontreinigd
                            water, zoals huishoudelijk of industrieel afvalwater, zal worden
                            afgevoerd; f. voor zover het enkel lozing van huishoudelijk afvalwater
                            betreft, of er daarnaast hemel- of drainagewater zal worden afgevoerd;
                            g. als het afvalwater via een gemaal wordt geloosd op het gemeentelijk
                            stelsel tenminste de volgende gegevens: - de capaciteit van de pomp(en)
                            in het gemaal dat op het gemeentelijk stelsel loost; - als hemelwater
                            wordt geloosd, de hoeveelheid verhard oppervlak dat loost via het
                            gemaal; - als huishoudelijk afvalwater wordt geloosd, het aantal
                            personen dat gebruikt maakt van de voorzieningen; - als bedrijfsmatig
                            afvalwater wordt geloosd, de hoeveelheid afvalwater dat per dag wordt
                            geloosd. h. van het aan te sluiten of te wijzigen particulier riool
                            tenminste de volgende gegevens: - het leidingverloop en de
                            dimensionering; - de hoogteligging en het materiaal ter plaatse van het
                            aansluitpunt; - een duidelijk verschil in kleur of symbolen tussen de
                            vuilwater, hemelwater- en drainageafvoerleidingen; - de wijze waarop de
                            functies van de verschillende leidingen van het particulier riool ter
                            plaatse van het aansluitpunt zullen worden gemarkeerd. i. als het een
                            tijdelijke lozing betreft van een bronnering de volgende gegevens: - het
                            debiet van de lozing in m3/h; - de start- en einddatum van de lozing; -
                            de kwaliteit van het te lozen afvalwater.</al><al>3.De aanvraag van een aansluitvergunning wordt slechts in behandeling
                            genomen nadat bij de aanvraag alle in het tweede lid vermelde gegevens
                            zijn verstrekt. Bij het ontbreken van gegevens wordt de rechthebbende
                            daarover geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld deze gegevens binnen
                            vier weken na kennisgeving daarvan alsnog aan te vullen.</al><al>WEIGERING VAN DE AANSLUITVERGUNNING</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>4.</nr></kop><al>1.Een aansluitvergunning kan, maar niet uitsluitend, worden geweigerd
                            als aansluiting van het particulier riool op de openbare riolering of
                            wijziging van die aansluiting vanwege technische, juridische of
                            milieuhygiënische redenen bezwaarlijk is.</al><al>2.Aansluiting van het particulier riool op de openbare riolering of
                            wijziging van die aansluiting is in ieder geval bezwaarlijk als: </al><al>a. de hoogteligging van het aansluitpunt (binnenonderkant buis) lager
                            ligt dan de bovenzijde van de openbare riolering, vermeerderd met 200 mm
                            plus de benodigde hoogte voor het afschot van de aansluitleiding; </al><al>b. de bovenzijde van een lozingtoestel lager is gelegen dan 150 mm boven
                            de kruin van de straat, tenzij via een pompinstallatie voorzien van
                            terugslagklep wordt aangesloten; </al><al>c. de gevraagde aansluiting een samengevoegde voorziening betreft,
                            terwijl een gescheiden openbare riolering aanwezig is;</al><al> d. de gevraagde aansluiting een lozing voor afvalwater en/of
                            bronneringswater betreft waarvoor krachtens de geldende milieuwetgeving
                            een vergunning benodigd is, maar niet is verleend, of niet aan de
                            geldende algemene regels is voldaan; </al><al>e. de openbare riolering ter plaatse van de aansluitleiding niet over
                            voldoende capaciteit beschikt om de hoeveelheid te lozen vloeistoffen te
                            kunnen afvoeren; </al><al>f. het een lozing betreft van niet-verontreinigd drainagewater op een
                            gemengd stelsel voor de afvoer van afvalwater inclusief hemelwater, als
                            er andere mogelijkheden zijn voor de afvoer. </al><al>g. de lozing van het afvalwater de doelmatige werking van de openbare
                            riolering en de RWZI belemmert; </al><al>h. de gevraagde aansluiting een afvoerleiding voor niet verontreinigd
                            bronneringswater betreft die zonder bezwaar op het oppervlaktewater kan
                            worden aangesloten of door middel van retourbemaling kan worden
                            afgevoerd; </al><al>i. een bouwvergunning of een vergunning op grond van de Wet milieubeheer
                            voor het aan te sluiten perceel is geweigerd.</al><al> j. bij nieuwbouw de gevraagde aansluiting een gecombineerde aansluiting
                            is van meer dan één woning of bedrijf, tenzij het dezelfde
                            gebruiksfunctie heeft en zich recht boven elkaar bevindt.</al><al>3.Een weigering van een aansluitvergunning is met redenen omkleed,
                            waarbij burgemeester en wethouders de nadere eisen aangeven waaraan het
                            particulier riool moet voldoen om voor vergunningverlening in aanmerking
                            te komen.</al><al>VERLENING VAN DE AANSLUITVERGUNNNING</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>5.</nr></kop><al>1.Burgemeester en wethouders besluiten binnen 4 weken na ontvangst op de
                            aanvraag.</al><al>2.In afwijking van het eerste lid houden burgemeester en wethouders de
                            beslissing omtrent een aanvraag van een aansluitvergunning aan als er
                            geen reden is de vergunning te weigeren: a. terwijl voor het aan te
                            sluiten perceel nog een aanvraag moet worden gedaan of in behandeling is
                            voor een bouwvergunning krachtens artikel 40 Woningwet. b. terwijl er
                            voor het aan te sluiten perceel nog een aanvraag moet worden gedaan of
                            in behandeling is voor een vergunning krachtens artikel 8.1 Wet
                            milieubeheer.</al><al>3.Rechthebbende wordt zo spoedig mogelijk van de aanhouding op de hoogte
                            gesteld.</al><al>4.Na verlening van de in lid 2 sub a en b bedoelde vergunningen, nemen
                            burgemeester en wethouders alsnog binnen 4 weken een besluit op de
                            aanvraag.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III:</nr><titel>AANSLUITING</titel></kop><structuurtekst><al>VERZOEK TOT AANSLUITING, AANLEG OF WIJZIGING PERCEELAANSLUITLEIDING</al></structuurtekst><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>6.</nr></kop><al>1.Als nog geen perceelaansluitleiding aanwezig is kan de rechthebbende
                            aan wie ingevolge hoofdstuk II een aansluitvergunning is verleend, de
                            gemeente verzoeken de perceelaansluitleiding aan te leggen, die nodig is
                            voor het realiseren van de aansluiting of de wijziging daarvan, waarop
                            de aansluitvergunning betrekking heeft. De rechthebbende moet een
                            daartoe strekkend schriftelijk verzoek indienen bij burgemeester en
                            wethouders.</al><al>2.Bij het verzoek tot het aanleggen van een perceelaansluitleiding
                            moeten in ieder geval de volgende gegevens door de rechthebbende worden
                            vermeld: a. de naam en het woonadres van de rechthebbende; </al><al>b. het nummer van de aansluitvergunning; </al><al>c. de door rechthebbende gewenste datum van uitvoering. Het verzoek tot
                            aansluiting wordt slechts in behandeling genomen als deze gegevens
                            volledig zijn vermeld.</al><al>3.Als de kosten van de aanleg van de perceelaansluitleiding reeds zijn
                            voldaan uit hoofde van een eerder door de rechthebbende met de gemeente
                            gesloten overeenkomst, moet de rechthebbende dit naast de in het tweede
                            lid bedoelde gegevens bij het verzoek tot aansluiting of wijziging
                            vermelden.</al><al>4.Zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 1 week na de ontvangst van
                            het verzoek stellen burgemeester en wethouders zoveel mogelijk in
                            overleg met rechthebbende een termijn vast voor uitvoering van de
                            aansluiting. Bij vaststelling van het tijdstip van uitvoering wordt
                            zoveel mogelijk rekening gehouden met het door de rechthebbende gewenste
                            tijdstip.</al><al>MELDING TOT AANSLUITING, AANLEG OF WIJZIGING VAN DE PARTICULIERE
                            RIOLERING OP DE PERCEELAANSLUITLEIDING</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>7.</nr></kop><al>1.Als al een perceelaansluitleiding aanwezig is moet de rechthebbende
                            aan wie ingevolge hoofdstuk II een aansluitvergunning is verleend, de
                            datum van het realiseren van de aansluiting of de wijziging daarvan,
                            minimaal 3 werkdagen voor de datum van uitvoeren melden aan de gemeente.
                            De rechthebbende moet een schriftelijke melding indienen bij
                            burgemeester en wethouders.</al><al>2.Bij de melding tot aansluiting moeten in ieder geval de volgende
                            gegevens door de rechthebbende worden vermeld: </al><al>a. de naam en het woonadres van de rechthebbende; </al><al>b. het nummer van de aansluitvergunning;</al><al>c. de datum van uitvoering. De melding tot aansluiting wordt slechts in
                            behandeling genomen als deze gegevens volledig zijn vermeld.</al><al>3.De bevoegde medewerker van de gemeente neemt naar aanleiding van de
                            melding contact op met de rechthebbende en maakt een afspraak om de
                            aansluiting te controleren.</al><al>KOSTEN VAN DE AANSLUITING</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>8</nr></kop><al>1.Burgemeester en wethouders stellen de kosten voor </al><lijst><li nr="a."><al>het in behandeling nemen van de aanvraag voor een
                                    aansluitvergunning, en </al></li><li nr="b."><al>de aanleg van de perceelaansluitleiding, </al></li></lijst><al>vast aan de hand van de door de gemeente jaarlijks krachtens de
                            Verordening eenmalig rioolaansluitrecht vast te stellen tarieven.</al><lijst><li nr="2."><al>De gemeente is niet gehouden tot feitelijke aanleg van de
                                    perceelsaansluiting, voordat de rechthebbende zich schriftelijk
                                    akkoord heeft verklaard met de in het eerste lid genoemde
                                    kosten.</al></li><li nr="3."><al>Indien de kosten voor de aanleg van de perceelaansluitleiding
                                    reeds zijn voldaan uit hoofde van een eerder door de
                                    rechthebbende met de gemeente gesloten overeenkomst, dient de
                                    rechthebbende dit bij de aanvraag van de aansluitvergunning te
                                    vermelden. De kosten voor de aanleg van de
                                    perceelaansluitleiding worden niet in rekening gebracht indien
                                    deze reeds op andere wijze op de rechthebbende zijn
                                    verhaald.</al><al/></li></lijst><al> UITVOERING VAN AANSLUITING, AANLEG OF WIJZIGING
                            PERCEELAANSLUITLEIDING</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>9.</nr></kop><al>1.De uitvoering van de aanleg of wijziging van de perceelaansluitleiding
                            vindt niet plaats anders dan door of vanwege de gemeente.</al><al>2.De aansluiting van het particulier riool op de perceelaansluitleiding
                            door middel van een erfscheidingsput, vindt niet plaats anders dan door
                            of vanwege de vergunninghouder als een perceelaansluitleiding aanwezig
                            is.</al><al>3.Als de rechthebbende de aansluiting verricht, onttrekt de
                            rechthebbende het aansluitpunt niet aan het zicht, totdat de leidingen
                            volgens afspraak zijn gecontroleerd door een medewerker van de
                            gemeente.</al><al>4.In afwijking van lid 3, kunnen burgemeester en wethouders na overleg
                            met de rechthebbende in de aansluitvergunning vastleggen dat de gemeente
                            de aansluiting uitvoert.</al><al>5.De aansluiting van het particulier riool op de perceelaansluitleiding
                            mag slechts plaatsvinden, als het aan te sluiten particulier riool tot
                            aan het aansluitpunt aanwezig is en voldoet aan de daaraan op grond van
                            het Bouwbesluit, de Bouwverordening gemeente Oud-Beijerland, de Wet
                            Milieubeheer en de in onderhavige Aansluitverordening riolering als
                            bijlage 2 opgenomen technische eisen<vet>. </vet></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV:</nr><titel>BEHEER EN ONDERHOUD</titel></kop><structuurtekst><al>BEHEER, ONDERHOUD, RENOVATIE EN VERVANGING</al></structuurtekst><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>10.</nr></kop><al>1.Het beheer en onderhoud, de renovatie dan wel de vervanging van de
                            perceelaansluitleiding wordt uitgevoerd door of namens de gemeente en
                            voor rekening van de gemeente, tenzij de betreffende werkzaamheden
                            moeten worden uitgevoerd ten gevolge van een onjuist gebruik van het
                            particulier riool, in welk geval de kosten voor rekening van de
                            rechthebbende of veroorzaker komen. Na vervanging van de
                            perceelaansluitleiding wordt het particuliere riool hier door of namens
                            de gemeente weer op aangesloten.</al><lijst><li nr="2."><al>Onder onjuist gebruik wordt in ieder geval begrepen: a. het via
                                    deze aansluiting lozen van stoffen die, vanwege hun aard en
                                    samenstelling, verstoppingen in de aansluitleiding of de
                                    openbare riolering veroorzaken;</al><lijst><li nr="b."><al>het via deze aansluiting lozen van stoffen die, door hun
                                            aard of concentratie, de constructie van de
                                            perceelaansluitleiding of de openbare riolering
                                            aantasten.</al></li></lijst></li></lijst><al>3.De kosten voor het onderhoud van het particulier riool komen voor
                            rekening van de rechthebbende, tenzij vaststaat dat de noodzaak tot
                            onderhoud is veroorzaakt door inspoeling vanuit de openbare
                            riolering.</al><al>4.Onder renovatie wordt tevens begrepen het aanpassen van de
                            perceelaansluitleiding ten gevolge van een wijziging van de openbare
                            riolering.</al><al>CALAMITEITEN</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>11.</nr></kop><al>1.Bij een verstopping of andere storing in het riool graaft de
                            rechthebbende het aansluitpunt op en onderzoekt of het een verstopping
                            of een storing betreft in het particulier riool of in de
                            perceelaansluitleiding. Als er water ter hoogte van het aansluitpunt
                            staat zit de verstopping in de openbare riolering of in de
                            perceelaansluitleiding. Als er geen water ter hoogte van het
                            aansluitpunt staat zit de verstopping in het particuliere riool.</al><al>Wanneer er geen erfafscheidingsput of ontstoppingsdtuk in de leiding
                            aanwezig is zal inspectie of indien nodig het doorspuiten van de leiding
                            plaats moeten vinden via de aansluiting van de in de woning aanwezige
                            toiletpot. De rechthebbende zal daarvoor de toiletpot moeten
                            verwijderen.</al><al>2.Als na het in lid 1 bedoelde onderzoek wordt vermoed dat sprake is van
                            een verstopping of storing in de perceelaansluitleiding of van een
                            verstopping of storing als gevolg van inspoeling vanuit de openbare
                            riolering, neemt de rechthebbende of de gebruiker contact op met de
                            gemeente voor het verrichten van de noodzakelijke werkzaamheden.</al><al>3.Als na het in lid 1 bedoelde onderzoek blijkt dat er sprake is van een
                            verstopping of storing in het particulier riool moet de rechthebbende
                            deze verstopping of storing zelf verhelpen.</al><al>4.Als bij of na het verrichten van de in lid 2 bedoelde werkzaamheden
                            door de gemeente blijkt dat de kosten van deze werkzaamheden op grond
                            van artikel 10 voor rekening van de rechthebbende of gebruiker behoren
                            te zijn, worden de door de gemeente gemaakte kosten bij de rechthebbende
                            of gebruiker in rekening gebracht.</al><al>5.Bij het door de gemeente verrichten van de in lid 2 bedoelde
                            werkzaamheden dient de rechthebbende of gebruiker, voordat met de
                            werkzaamheden wordt gestart, tevoren schriftelijk akkoord te gaan met de
                            voorwaarde dat de kosten van de werkzaamheden aan hem in rekening worden
                            gebracht indien na afloop of tijdens de werkzaamheden blijkt dat deze
                            kosten op grond van hoofdstuk IV ‘Beheer en onderhoud’ voor zijn
                            rekening zijn.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>V:</nr><titel>VERWIJDERING AANSLUITING, SLOOP</titel></kop><structuurtekst><al>ZORGPLICHT</al></structuurtekst><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>12.</nr></kop><al>1.Bij sloopwerkzaamheden of andere werkzaamheden op een op de openbare
                            riolering aangesloten perceel, moeten door de rechthebbende zodanige
                            voorzieningen aan het particulier riool worden getroffen dat
                            (bijvoorbeeld) verzanding van de openbare riolering en de
                            perceelaansluitleiding wordt voorkomen.</al><al>2.Als de rechthebbende bij sloopwerkzaamheden niet voldoet aan de in het
                            eerste lid omschreven zorgplicht, heeft de gemeente de bevoegdheid de
                            aansluiting op de openbare riolering af te sluiten en de hieraan
                            verbonden kosten te verhalen op de rechthebbende.</al><al>3.Als het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd is
                            de rechthebbende verplicht de gemeente hiervan in kennis te
                            stellen.</al><al>4.Als het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd,
                            wordt de op de aansluitleiding betrekking hebbende vergunning
                            ingetrokken.</al><al>5.Als het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd, is
                            de rechthebbende verplicht om de particuliere aansluiting te verwijderen
                            tot het aansluitpunt. De rechthebbende is verplicht om de
                            perceelaansluitleiding af te doppen, zodat niets vanaf het terrein in de
                            perceelaansluitleiding en de openbare riolering kan komen.</al><al>6.Als de rechthebbende de particuliere aansluiting verwijdert, onttrekt
                            de rechthebbende het aansluitpunt niet aan het zicht, totdat de
                            werkzaamheden volgens afspraak zijn gecontroleerd door een medewerker
                            van de gemeente.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VI:</nr><titel>HANDHAVING</titel></kop><structuurtekst><al>STILLEGGEN VAN DE WERKZAAMHEDEN</al></structuurtekst><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>13.</nr></kop><al>1.Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het aansluitwerk stil te
                            leggen als er wordt aangesloten: a. zonder aansluitvergunning; b. in
                            afwijking van de aansluitvergunning; c. in afwijking van de
                            voorschriften van deze verordening.</al><al>2.Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast: de in dienst van de gemeente zijnde
                            toezichthouders.</al><al>3.Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                            krachtens deze verordening belast de door het college dan wel de
                            burgemeester aangewezen personen.</al><al>4.Als het toezicht constateert, dat in afwijking van het bepaalde in
                            artikel 13.1 de aansluiting in gebruik is genomen, kunnen burgemeester
                            en wethouders de eigenaar of degene, die het in zijn macht heeft aan de
                            verboden toestand een einde te maken, aanschrijven tot het staken van
                            het gebruik of tot het alsnog voldoen aan alle voorwaarden van de
                            aansluitvergunning.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VII:</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><structuurtekst><al>STRAFBEPALING</al></structuurtekst><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>14.</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt
                            gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten
                            hoogste drie maanden.</al><al>HARDHEIDSCLAUSULE</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>15.</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen van de bepalingen in deze verordening
                            afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze regeling
                            beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende
                            aard. </al><al>INWERKINGTREDING</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>16.</nr></kop><al>1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013.</al><al>OVERGANGSRECHT</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>17.</nr></kop><al>1.De aanvragen tot aansluiting of wijziging van een aansluiting die voor
                            de datum van inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend vallen
                            onder de bepalingen van deze verordening.</al><al>2.Op aansluitingen die op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening krachtens de tot dan geldende wetgeving en voorschriften tot
                            stand zijn gebracht, zijn de bepalingen van hoofdstuk IV en hoofdstuk V
                            van deze verordening rechtstreeks van toepassing.</al><al>3.Bij strijd van deze verordening met bepalingen in overeenkomsten,
                            gesloten tussen de gemeente en de rechthebbende, prevaleert het bepaalde
                            in deze overeenkomsten.</al><al>CITEERTITEL</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>18.</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Aansluitverordening
                            riolering 2013<vet>"</vet>.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 4 september 2012,</ondertekening><ondertekening>De griffier de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>E.G. Bunt K. Tigelaar.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al>Bijbehorende bijlage’s </al><al>Bijlage 1: Aanvraagformulier aansluitvergunning</al><al>Bijlage 2: Technische eisen</al><al>Bijlage 3: Aansluitvergunning</al><al>Bijlage 4: Procedure bij verstoppingen</al><al>Bijlage 5: Technische tekeningen (5 stuks)</al><al>Bijlage 6: Akkoordverklaring betaling kosten</al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 1: Aanvraagformulier aansluitvergunning</titel></kop><tussenkop>Aanvraagformulier aansluitvergunning riolering </tussenkop><tussenkop>Dit formulier is onderdeel van de aansluitverordening riolering 2013. De
                    verordening is te bekijken en te downloaden via de website van de gemeente
                    Oud-Beijerland. (www.oud-beijerland.nl)</tussenkop><tussenkop>1. Gegevens aanvrager</tussenkop><al>Naam en voorletters ……………………………………</al><al>Adres ……………………………………</al><al>Postcode en woonplaats ……………………………………</al><al>Telefoon ……………………………………</al><al>e-mailadres ……………………………………</al><tussenkop>2. Gegevens rechthebbende</tussenkop><al>Naam en voorletters ……………………………………</al><al>Adres ……………………………………</al><al>Postcode en woonplaats ……………………………………</al><al>Telefoon ……………………………………</al><al>e-mailadres ……………………………………</al><tussenkop>3. Ligging aan te sluiten perceel</tussenkop><al>Straat en huisnummer ……………………………………</al><al>Postcode en plaats …………………………………… Kadastrale aanduiding …………………………………… Sectie en
                    nummer<sup>1)</sup> …………………………………… Locatie en kavelnummer<sup>2)</sup>
                    ……………………………………</al><tussenkop>4. Aansluiting</tussenkop><tussenkop> Is het een vaste aansluiting?</tussenkop><lijst><li nr="q"><al>Ja</al></li><li nr="q"><al>Nee, wat is de instandhoudingstermijn van de tijdelijke aansluiting?
                            ……………………………………</al></li></lijst><tussenkop>5. Aard en af te voeren hoeveelheden vloeistoffen</tussenkop><tussenkop>Bronneringswater </tussenkop><lijst><li nr="q"><al>Ja, hoeveelheid: …………… m3/h</al></li><li nr="q"><al>Nee</al></li></lijst><tussenkop>Drainagewater</tussenkop><lijst><li nr="q"><al>Ja, hoeveelheid: …………… m3/h</al></li><li nr="q"><al>Nee</al></li></lijst><tussenkop>Huishoudelijk afvalwater</tussenkop><lijst><li nr="q"><al>Ja, hoeveelheid: …………… m3/h / aantal gebruikers van het pand: ……………</al></li><li nr="q"><al>Nee</al></li></lijst><tussenkop>Industrieel afvalwater</tussenkop><lijst><li nr="q"><al>Ja, hoeveelheid: …………… m3/h, aard van de vloeistof: ……………</al></li><li nr="q"><al>Nee</al></li></lijst><tussenkop>Hemelwater</tussenkop><lijst><li nr="q"><al>Ja, dak oppervlak<sup>3),</sup>: …………… m2, terrein
                            oppervlak<sup>3)</sup>: …………… m2</al></li><li nr="q"><al>Nee</al></li><li nr="q"><al>Hemelwater rechtstreeks naar oppervlaktewater</al></li><li nr="q"><al>Hemelwater op uitlegger van gemeente</al></li></lijst><tussenkop>Koelwater4)</tussenkop><lijst><li nr="q"><al>Ja, hoeveelheid: …………… m3/h</al></li><li nr="q"><al>Nee</al></li></lijst><tussenkop>6. In te dienen gegevens</tussenkop><al>Situatieschets schaal 1:1000 </al><al>• Leidingverloop en de dimensionering. (diameters van leidingen) </al><al>• Hoogteligging ten opzichte van N.A.P. </al><al>• Materiaal ter plaatse van het aansluitpunt. </al><al>• Duidelijk verschil in kleur, lijntypes en symbolen van de afvoerleidingen. </al><al>• De wijze waarop de functies van de verschillende leidingen van het particulier
                    riool ter plaatse van het aansluitpunt zullen worden gemarkeerd.</al><tussenkop>7. Ondertekening</tussenkop><tussenkop>Hierbij verklaar ik het formulier naar waarheid te hebben
                    ingevuld.</tussenkop><tussenkop>Aanvrager</tussenkop><al>Datum: …………… </al><al>Handtekening: ……………</al><tussenkop>Rechthebbende</tussenkop><al>Datum: …………… </al><al>Handtekening: ……………</al><tussenkop>8. Verzending </tussenkop><tussenkop>De aanvraag kunt u zenden aan: </tussenkop><al>Gemeente Oud-Beijerland</al><al>Afdeling Openbaar Gebied</al><al>W.van Vlietstraat 6</al><al>Posbus 2003</al><al>3262 GM Oud-Beijerland</al><al><sup>1) </sup>Zie koopakte van het perceel of vraag het kadaster</al><al><sup>2) </sup>Vermelden als straat, huisnummer en de kadastrale aanduiding niet
                    bekend zijn</al><al><sup>3) </sup>Aan te sluiten oppervlakte afvoerend op de riolering of een
                    watergang</al><al><sup>4) </sup>Niet verontreinigd koelwater</al></bijlage><bijlage><kop><titel>Bijlage 2: Technische eisen</titel></kop><tussenkop>1. Aansluitingen op gemeentelijk riool</tussenkop><tussenkop>1.1 Erfscheidingsputten</tussenkop><al>Bij alle leidingen die worden aangesloten op het gemeentelijk rioleringstelsel
                    moet een erfscheidingsput worden geplaatst tussen de particuliere
                    aansluitleiding en de gemeentelijke perceelaansluitleiding. Dit geldt voor:</al><lijst><li nr="o"><al>gemengde lozing op gemengd riool;</al></li><li nr="o"><al>vuilwaterlozing op vuilwaterriool (vrij verval) en drukriolering;</al></li><li nr="o"><al>regenwaterlozing op regenwaterriool.</al></li></lijst><al>Als meerdere percelen hun vuilwater lozen op een IBA dan moet voor elke
                    particuliere aansluitleiding een controleput geplaatst worden tussen de
                    particuliere aansluitleiding en de IBA.</al><al>Afmeting erfscheidingsput</al><lijst><li nr=""><al>De erfscheidingsputten moeten een minimale diameter hebben van 315 mm en
                            zijn voorzien van een doorstroomprofiel dat even groot is als de
                            diameter van de aansluitleiding. </al></li></lijst><al>Plaats erfscheidingsput</al><al>De put moeten worden geplaatst op particuliere grond nabij de erfgrens (tot
                    maximaal 0,50 meter binnen de erfgrens). Op plaatsen waar de erfgrens gelijk is
                    aan de buitenkant gevel moet de erfscheidingsput zo dicht mogelijk bij de
                    erfgrens op gemeentelijke grond worden geplaatst.</al><al>Hoogte erfscheidingsput bij bedrijven</al><al>Bij bedrijven moet de erfscheidingsput altijd worden opgehoogd tot
                    maaiveldniveau. De putten moeten zichtbaar zijn en blijven. </al><al>Hoogte erfscheidingsput bij woningbouw</al><al>Bij woningen bestaat moet de erfscheidingsput ophoogd worden tot minimaal 0,15
                    meter onder het maaiveld. </al><al>Afwerking erfscheidingsput</al><lijst><li nr=""><al>Bij het afwerken van de erfscheidingsput onder maaiveldniveau is een
                            kunststof deksel met een diameter van 315 mm noodzakelijk. </al></li><li nr=""><al>Bij het afwerken van de erfscheidingsput op maaiveldniveau moet de
                            erfscheidingsput worden afgewerkt door middel van een straatkolkkop met
                            dicht deksel. Wanneer de erfscheidingsput een diameter groter van 315 mm
                            heeft moet de put aan maaiveld worden voorzien van een passende
                            putafdekking met deksel (bijv. betonrand met gietijzeren deksel).</al></li></lijst><tussenkop>1.2 Ontlastputten</tussenkop><al>Bij gemengde lozingen moeten ontlastputten worden toegepast in de
                    hemelwaterafvoeren.</al><tussenkop>1.3 Kleuren gemeentelijke perceelaansluitleidingen</tussenkop><al>De kleuren van de kunststof rioolbuizen op openbaar terrein worden uitgevoerd
                    conform NPR 3218. (grijs voor regenwaterleidingen, roodbruin voor
                    vuilwaterleidingen) Indien aanwezig op industrieterreinen groen voor het
                    afvoeren van dakvlakken ).</al><tussenkop>1.4 Kleuren particuliere aansluitleiding</tussenkop><lijst><li nr=""><al>Bij een gescheiden gemeentelijk rioolstelsel moeten de kleuren van de
                            nieuw aan te leggen kunststof rioolbuizen op particulier terrein buiten
                            de woning worden uitgevoerd conform NPR 3218. Dit betekent dat
                            vuilwaterleidingen roodbruin en regenwaterleidingen grijs moeten
                            zijn.</al></li><li nr=""><al><vet>1.5 Lozing drainagewater op regenwaterriool</vet></al></li></lijst><al>Als de drainage door middel van een aparte aansluitleiding (dus niet
                    gecombineerd met regenwaterafvoer) wordt aangesloten op een gemeentelijk
                    regenwaterriool of drainagestelsel, moet tussen de particuliere aansluitleiding
                    en de gemeentelijk perceelaansluitleiding een kunststof drainageput met een
                    doorsnede van 315 mm worden geplaatst. Deze put moet een verdiepte bodem
                    (zandvang) hebben. In deze put mag geen stroomprofiel aanwezig zijn. Als
                    drainagewater en regenwater via dezelfde gemeentelijke aansluitleiding wordt
                    afgevoerd dan wordt geen aparte drainageput voorgeschreven. Dan is een
                    erfscheidingsput voldoende. </al><al>Voor de afwerking van de drainageput gelden dezelfde voorschriften als voor een
                    erfscheidingsput.</al><tussenkop>1.6 Nieuwe of gewijzigde aansluiting bij gescheiden rioolstelsel </tussenkop><tussenkop>Als ter plaatse een gescheiden stelsel aanwezig is met bijbehorende
                    uitleggers, dan moeten nieuwe of gewijzigde aansluitingen geheel gescheiden
                    worden uitgevoerd. Dit geldt niet als de aanvrager kan aantonen dat dermate hoge
                    kosten moeten worden gemaakt om bij een verbouwing het particuliere rioolstelsel
                    gescheiden uit te voeren, dat dit redelijkerwijs niet verlangd kan worden van de
                    aanvrager.</tussenkop><tussenkop>1.7 Diameter gemeentelijke perceelaansluitleiding</tussenkop><al>Bij woningbouw is de toegepaste diameter van de perceelaansluitleiding in
                    principe 125 mm. Voor bedrijventerreinen is de toepaste diameter in principe 160
                    mm. Als een grotere diameter van de particuliere aansluitleiding noodzakelijk is
                    kan deze eventueel rechtstreeks op een inspectieput van het gemeentelijk riool
                    worden aangesloten. </al><tussenkop>2. Aansluitingen op gemeentelijke open watergangen</tussenkop><al>Bij lozing van regenwater en drainagewater op een open watergang is het van
                    belang dat het talud en de bodem van de watergang beschermd wordt tegen
                    uitspoeling. </al><al>Er zijn een aantal situaties te onderscheiden. De watergang waarop het
                    regenwater en/of drainagewater wordt geloosd is:</al><lijst><li nr="o"><al>geheel in eigendom van de eigenaar van het perceel waaruit geloosd
                            wordt;</al></li><li nr="o"><al>geheel in eigendom van de gemeente;</al></li><li nr="o"><al>voor helft in eigendom van de eigenaar van het perceel waaruit geloosd
                            wordt en voor de helft in eigendom van de eigenaar van het perceel aan
                            de overzijde van de watergang; </al></li><li nr="o"><al>voor helft in eigendom van de eigenaar van het perceel waaruit geloosd
                            wordt perceel en voor de helft in eigendom gemeente;</al></li><li nr="o"><al>watergang is geheel in eigendom of in beheer van derden (bijv.
                            particulier, waterschap, provincie, rijk).</al><lijst><li nr=""><al>De voorschriften voor lozingen op open watergangen in deze
                                    gemeentelijk aansluitverordening gelden alleen voor lozing op
                                    watergangen die in eigendom en/of beheer zijn van de gemeente.
                                    De afwerking van een lozingspunt op watergangen van derden moet
                                    in overleg met deze partijen tot stand worden gebracht.
                                    Uiteraard kunnen de voorschriften voor de gemeentelijke
                                    watergangen daarbij als richtlijn worden gebruikt. </al></li></lijst></li></lijst><al>De voorschriften zijn niet van toepassing als de gemeente zelf al een
                    aansluitpunt voor regenwater op een open watergang heeft aangebracht. In dat
                    geval moet u dit aansluitpunt op aanwijzing van de gemeente gebruiken. </al><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><al><vet>2.1 Lozingen van regenwater van woningen op een
                                        gemeentelijke watergang met een diepte tot maximaal 0,8 m
                                        beneden maaiveld</vet></al></li><li nr=""><al>Als het een lozing betreft met een aangesloten oppervlak kleiner
                                    dan 500 m<sup>2</sup><sup/>wordt als uitstroomvoorziening een
                                    constructie met een taludgoot voorgeschreven, volgens tekening 2
                                    in bijlage 5. Als meer dan 500 m<sup>2</sup> wordt aangesloten
                                    dan gelden de voorwaarden onder technische eis 2.2.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>2 Lozing van regenwater op een gemeentelijke watergang met een diepte
                            tussen de 0,8 m en 2,0 m beneden maaiveld</al><lijst><li nr=""><al>Als het een lozing betreft op een watergang die breder is dan
                                    2,5 meter met een aangesloten oppervlak groter dan 500
                                    m<sup>2</sup>wordt als uitstroomvoorziening een constructie met
                                    een betonnen uitstroombak voorgeschreven met een drempel,
                                    volgens tekening 3 in bijlage 5.</al></li><li nr=""><al>Als het een lozing betreft op een watergang die smaller is dan
                                    2,5 meter met een aangesloten oppervlak groter dan 500
                                    m<sup>2</sup> moet een stortebedconstructie worden toegepast,
                                    volgens tekening 4 in bijlage 5. </al></li><li nr=""><al><vet>2.3 Lozingen van regenwater op een gemeentelijke watergang
                                        die niet valt onder 2.1 of 2.2</vet></al></li><li nr=""><al>De constructie van dit lozingspunt moet vooraf in overleg met de
                                    gemeente worden vastgesteld.</al></li><li nr=""><al><vet>2.4 Lozingen drainagebuis rechtstreeks op een gemeentelijke
                                        watergang</vet></al></li><li nr=""><al>Bij voorkeur in combinatie met de lozing van regenwater middels
                                    een betonnen uitstroombak volgens tekening 3 in bijlage 5. Als
                                    dit niet mogelijk is dan moet voor de drainage een kunststof
                                    eindbuis met taludgoot worden toegepast.</al></li><li nr=""><al><vet>2.5 Aantal lozingspunten op een gemeentelijke
                                        watergang</vet></al></li><li nr=""><al>Per perceel is maximaal één aansluitpunt toegestaan voor
                                    regenwater en drainagewater op een watergang, tenzij er
                                    zwaarwegende belangen zijn om hiervan af te wijken. </al></li><li nr=""><al><vet> Bijlage 3: Aansluitvergunning</vet></al></li></lijst></li></lijst><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="29*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="14*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="17*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="17*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="24*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>uw brief van/kenmerk</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>ons kenmerk/afdeling</al></entry><entry colname="col4"><al>bijlage(n)</al></entry><entry colname="col5"><al>Oud-Beijerland</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>--</al></entry><entry colname="col3"><al>OG</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>Datum</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>onderwerp</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>doorkiesnummer</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aansluitvergunning riolering</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>(0186) 646 696</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Nummer vergunning: ,</al><al>Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Oud-Beijerland:</al><al>Gelet op het bepaalde in de <vet>Aansluitverordening Riolering 2013</vet>;</al><tussenkop>BESLUIT:</tussenkop><al>voor het perceel gelegen aan , nr. / kadastraal sectie nr. vergunning te
                    verlenen aan:</al><al>Naam : </al><al>Adres : </al><al>Woonplaats : </al><al>rechthebbende in de zin van de <vet>“Aansluitverordening 2013”,</vet> hierna te
                    noemen: ‘de vergunninghouder’, voor het tot stand brengen van, en het hebben van
                    aansluitingen/een aansluiting op:</al><lijst><li nr="1."><al>het gemengd/gescheiden gemeentelijk rioolstelsel voor de afvoer van
                            huishoudelijk/bedrijfsmatig afvalwater en hemelwater;</al></li><li nr="2."><al>het gescheiden gemeentelijk rioolstelsel voor de gescheiden afvoer van
                            huishoudelijk/bedrijfsmatig afvalwater en hemelwater, alsmede voor de
                            afvoer van drainagewater;</al></li><li nr="3."><al>het drukriool/IBA voor de afvoer van huishoudelijk/bedrijfsmatig
                            afvalwater;</al></li><li nr="4."><al>het hemelwaterstelsel voor de afvoer van hemelwater;</al></li><li nr="5."><al>het hemelwaterstelsel voor de afvoer van hemelwater, alsmede voor de
                            afvoer van drainagewater.</al></li></lijst><al>Hoogachtend,</al><al>Burgemeester en wethouders van Oud-Beijerland,</al><al>C.W. Vink</al><al>afdelingshoofd Openbaar Gebied</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><tussenkop>Voorwaarden voor de verlening van de aansluitvergunning staan vermeld op
                    de achterzijde.</tussenkop><tussenkop>V O O R W A A R D E N</tussenkop><al/><tussenkop>Tot stand brengen van de aansluiting(en)</tussenkop><lijst><li nr="A."><al>De uitvoering van de aansluiting van het particulier riool op de
                            gemeentelijke perceelaansluitleiding middels een erfscheidingsput, vindt
                            niet plaats anders dan door of vanwege de vergunninghouder. De
                            vergunninghouder dient hiertoe een schriftelijk verzoek in onder
                            vermelding van naam en adres, het nummer van deze vergunning en de
                            gewenste datum van uitvoering. Binnen vier weken na indiening van het
                            verzoek wordt de datum van uitvoering vastgesteld.</al></li><li nr="B."><al>De aansluitpunten zijn aangegeven op de aan deze vergunning gehechte
                            situatieschets.</al></li><li nr="C."><al>De vergunninghouder onttrekt het aansluitpunt niet uit het zicht
                            gedurende drie hele werkdagen na de datum van aansluiten. Het gat/de
                            gaten waar de aansluitpunten zich bevinden worden deugdelijk
                            afgeschermd.</al></li><li nr="D."><al>De kosten voor het tot stand brengen van de aansluiting(en) bedragen €
                            ,00. Voor het voldoen van deze kosten wordt u een acceptgiro
                            toegestuurd.</al></li></lijst><tussenkop>Gebruik, onderhoud en renovatie van de aansluitleiding</tussenkop><lijst><li nr="E."><al>Het is verboden via de aansluitleiding(en) stoffen te lozen anders dan
                            waartoe het openbaar leidingenstelsel waarop is aangesloten, bestemd is,
                            dan wel stoffen te lozen die vanwege hun aard, samenstelling of
                            concentratie verstoppingen kunnen veroorzaken of de
                            aansluitleiding(en)kunnen aantasten.</al></li><li nr="F."><al>De vergunninghouder is verantwoordelijk voor en draagt de kosten van het
                            onderhoud en de renovatie van de particuliere afvoerleiding(en) tot aan
                            het aansluitpunt. </al></li><li nr="G."><al>De vergunninghouder draagt zorg voor en draagt de kosten van het
                            opheffen van storingen in de particuliere afvoerleiding tot aan het
                            aansluitpunt.</al></li><li nr="H."><al>Het beheer en onderhoud, de renovatie dan wel vervanging van de
                            perceelaansluitleiding wordt uitgevoerd door of namens de gemeente en
                            voor rekening van de gemeente, tenzij de betreffende werkzaamheden
                            dienen te worden uitgevoerd ten gevolge van een onjuist gebruik van het
                            particulier riool, in welk geval de kosten voor rekening van de
                            rechthebbende of veroorzaker komen.</al></li><li nr="I."><al>Als er sprake is van een storing die onder de verantwoordelijkheid valt
                            van de gemeente, neemt de vergunninghouder of de gebruiker van de
                            aansluitleiding contact op met de gemeente Oud-Beijerland.</al></li><li nr="J."><al>Bij sloopwerkzaamheden of andere werkzaamheden op het perceel, dient de
                            vergunninghouder zodanige zorg te betrachten dat schade aan de
                            perceelaansluitleiding(en) en verzanding van de openbare riolering wordt
                            voorkomen.</al><al>Wijzigingen en beëindiging van gebruik</al><lijst><li nr="K."><al>Bij wijziging van een aansluitleiding of het definitief
                                    beëindigen van een aansluitleiding waarop deze vergunning
                                    betrekking heeft, stelt de vergunninghouder de gemeente hiervan
                                    zo spoedig mogelijk op de hoogte.</al></li><li nr="L."><al>Deze aansluitvergunning vervalt op ……</al></li></lijst><al>Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente
                            Oud-Beijerland.</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr=""><al><vet>Bijlage 4: Procedure bij verstoppingen</vet></al></li></lijst></li><li nr="·"><al>Bij een storing graaft de vergunninghouder de erfscheidingsput
                                    op.</al></li><li nr="·"><al>Als de aanwezigheid en/of plaats van de erfscheidingsput bij de
                                    vergunninghouder niet bekend is informeert de vergunninghouder
                                    bij de gemeente Oud-Beijerland hiernaar.</al></li><li nr="·"><al>Bij het ontbreken van een erfscheidingsput graaft de
                                    vergunninghouder de afvoerleiding op nabij de erfgrens en
                                    onderbreekt de leiding ter plaatse.</al></li><li nr="·"><al>Vervolgens constateert de vergunninghouder ter plaatse van het
                                    aansluitpunt of de verstopping zich in de particuliere
                                    afvoerleiding bevindt (t.p.v. aansluitpunt/erfscheidingsput is
                                    de leiding niet gevuld) of dat deze zich in de gemeentelijke
                                    perceelaansluitleiding bevindt. (t.p.v. aansluitpunt staat de
                                    leiding vol)</al></li><li nr="·"><al>Als de verstopping/storing zich in de particuliere
                                    perceelaansluitleiding bevindt dan moet de vergunninghouder de
                                    verstopping/storing zelf op (laten) heffen. </al></li><li nr="·"><al>Als de verstopping/storing zich in de gemeentelijke
                                    perceelaansluitleiding bevindt neemt de vergunninghouder contact
                                    op met de gemeente Oud-Beijerland en zal de gemeente de
                                    verstopping opheffen. De gemeente is tijdens kantooruren
                                    bereikbaar.</al></li><li nr="·"><al>De gemeente zal binnen 24 uur na melding van de
                                    verstopping/storing starten met de werkzaamheden (welke plaats
                                    zullen vinden tussen 07:00 en 20:00 uur) om de
                                    verstopping/storing op te heffen.</al></li><li nr="·"><al>Bij constatering door de gemeente dat de verstopping in de
                                    gemeentelijke perceelaansluitleiding wordt veroorzaakt door
                                    verkeerd gebruik dan worden deze kosten bij de rechthebbende of
                                    de gebruiker in rekening gebracht. </al></li><li nr="·"><al>Om te voorkomen dat er problemen ontstaan met het verhaal van de
                                    kosten als blijkt dat deze toch voor rekening van de
                                    rechthebbende moeten komen, dient de rechthebbende voordat met
                                    het verhelpen van de storing wordt gestart, akkoord te gaan met
                                    de voorwaarde dat de kosten voor de werkzaamheden aan hem in
                                    rekening worden gebracht, indien blijkt dat de kosten volgens de
                                    verordening voor zijn rekening zijn. Deze akkoordverklaring
                                    dient schriftelijk te geschieden.</al></li></lijst><al><vet>Bijlage 5: Technische tekeningen</vet></al><al><vet>Tekening 1 </vet></al><al>Overzicht van rioolsysteem met wet- en regelgeving.</al><al><vet>Tekening 2 </vet></al><al>Lozingen van regenwater van woningen op een gemeentelijke watergang met
                            een diepte tot maximaal 0,8 m beneden maaiveld. Voor lozingen met een
                            aangesloten verhard oppervlak kleiner dan 500 m<sup>2</sup>. </al><al> Tekening 3 </al><al>Lozing van regenwater op een gemeentelijke watergang met een diepte
                            tussen de 0,8 m en 2,0 m beneden maaiveld. Voor lozingen met een
                            aangesloten verhard oppervlak groter dan 500 m<sup>2</sup> op een
                            watergang die breder is dan 2,5 meter.</al><al>Tekening 4 </al><al>Lozing van regenwater op een gemeentelijke watergang met een diepte
                            tussen de 0,8 m en 2,0 m beneden maaiveld. Voor lozingen met een
                            aangesloten verhard oppervlak groter dan 500 m<sup>2</sup> op een
                            watergang die smaller is dan 2,5 meter. </al><al> Bijlage 6: Akkoordverklaring betaling kosten</al><al>Akkoordverklaring betaling kosten</al><al><vet><cursief>Gegevens locatie aansluitleiding:</cursief></vet></al><al><vet>Adres:</vet>……………………………………………………………….</al><al><vet>Postcode</vet>:……………………………………………………………</al><al><vet>Plaats:</vet>……………………………………………………………….</al><al><cursief>Verklaring:</cursief></al><al>…………………………………. (naam),…………………………. rechtspositie t.o.v. de aansluiting
                            ………………………………….adres, ………………………………………………… woonplaats.</al><al>verklaart </al><al>akkoord te gaan met de inhoud van bijlage 4 van de aansluitverordening
                            riolering gemeente Oud-Beijerland “Procedure bij verstoppingen”.</al><al> Hierin is geregeld dat -wanneer de gebruiker de veroorzaker is van het
                            probleem aan de aansluiting- deze laatste de kosten die de gemeente
                            maakt, aan de gemeente zal vergoeden. </al><al>Ondertekend te …………………………. (plaats) op ………………………. (datum).</al><al>Handtekening: …………………………………. </al></li></lijst></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al><vet>1. Opzet van de verordening</vet>Uitgangspunt van deze verordening is dat
                    voor een nieuwe aansluiting op het riool of een wijziging van de bestaande
                    aansluiting, een vergunning is vereist. In de vergunning worden voorwaarden
                    gesteld waaraan de aansluiting moet voldoen. Deze voorwaarden betreffen
                    allereerst de technische eisen waaraan de aansluiting moet voldoen. De
                    technische eisen betreffen het leidingverloop en de dimensionering, de
                    hoogteligging van de aansluitleiding en het materiaal ter plaatse van het
                    aansluitpunt. Ook worden nadere voorwaarden gesteld voor het geval er een
                    gescheiden rioolstelsel is. Dat wil zeggen dat er dan een aparte aansluiting
                    voor een hemelwaterriool en een aparte aansluiting voor een vuilwaterriool
                    worden aangelegd. Hierbij moet rekening worden gehouden met de in het
                    Bouwbesluit en Bouwverordening opgenomen bouwtechnische eisen. Tenslotte zijn er
                    voorwaarden opgenomen over onderhoud, renovatie en vervanging van de aansluiting
                    en beëindiging van het gebruik van de aansluiting.</al><al> Het gemeentelijk rioolstelsel wordt op een drietal plaatsen begrensd: het punt
                    waar afvalwater wordt overgenomen van de producent (doorgaans daar waar het
                    particulier riool overgaat in gemeentelijk eigendom), het punt waar afvalwater
                    wordt overgedragen aan de beheerder van de zuiveringstechnische werken en het
                    punt waar overstortingen op het oppervlaktewater plaatsvinden. Deze verordening
                    heeft alleen betrekking op de begrenzing van het eerstgenoemde punt. Deze
                    begrenzing, de plaats waar het particulier riool is aangesloten op de
                    perceelaansluitleiding (de uitlegger) of een watergang, wordt het aansluitpunt
                    genoemd. Het aansluitpunt dat is aangesloten op een uitlegger wordt in de
                    verordening gesitueerd op de kadastrale eigendomsgrens van het aan te sluiten
                    perceel of niet meer dan 0,5 meter daar vandaan. Ingeval van drukriolering is
                    dit het punt waar het particulier riool is aangesloten op de pompput. De
                    aansluitleiding bestaat dus vanaf het hoofdriool achtereenvolgens uit de
                    perceelaansluitleiding, het aansluitpunt en het particuliere riool (ook wel
                    particuliere afvoerleiding genoemd). Het deel van de aansluitleiding vanaf het
                    aansluitpunt naar het hoofdriool van het gemeentelijk rioolstelsel (de
                    perceelaansluitleiding) wordt beheerd door de gemeente. Dit deel van de
                    aansluiting ligt in de openbare ruimte. Als er nu bijvoorbeeld een verstopping
                    is ontstaan in het particuliere riool, dan moet de rechthebbende[1]zelf en voor
                    eigen rekening zorgdragen voor het verhelpen van het probleem. Dit kan
                    bijvoorbeeld door het inschakelen van een installateur. Is er een verstopping
                    ontstaan in de perceelaansluitleiding, bijvoorbeeld door ingroeiende boomwortels
                    of door verzakking, dan draagt de gemeente zorg voor de reparatie. De kosten van
                    onderhoud, renovatie en vervanging van de perceelaansluitleiding zijn voor de
                    gemeente. Hierop is echter wel een uitzondering gemaakt. Als het aannemelijk is
                    dat de betreffende onderhouds- of herstelwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd
                    als gevolg van een onjuist gebruik van het riool, dan zijn de kosten voor
                    rekening van de rechthebbende of de veroorzaker van de schade. De aanleg van de
                    perceelaansluitleiding geschiedt door de gemeente of door een namens de gemeente
                    in te schakelen aannemer. Deze legt de perceelaansluitleiding aan voor rekening
                    van de eigenaar. De kosten die de eigenaar moet betalen zijn in beginsel de
                    daadwerkelijke kosten van de aanleg. De verlening van de vergunning kan door de
                    gemeente worden geweigerd als aansluiting van het particulier riool op de
                    openbare riolering of wijziging van die aansluiting vanwege technische,
                    juridische of milieuhygiënische redenen bezwaarlijk is. In de verordening is
                    geen uitputtende regeling opgenomen met betrekking tot weigeringsgronden voor
                    het verlenen van de vergunning. Wel zijn situaties opgenomen die in ieder geval
                    worden aangemerkt als bezwaarlijk voor het verlenen van een vergunning voor de
                    aansluiting. Een van deze weigeringsgronden is de aansluiting van drainagewater
                    hetgeen in de lijn ligt van het beleid van de vierde Nota waterhuishouding. Als
                    een vergunningaanvraag wordt geweigerd moet deze weigering voorzien zijn van een
                    goede motivering. Deze verordening is opgebouwd uit 18 artikelen, die zijn
                    ondergebracht in zeven hoofdstukken. In hoofdstuk I worden de begripsbepalingen
                    gegeven. Hoofdstuk II regelt de vergunning: een omschrijving van de
                    vergunningsplicht, de aanvraag, de verlening en tot slot de gronden tot
                    weigering. Tevens worden een aanhoudingsplicht en eventueel een
                    hardheidsclausule geregeld. In hoofdstuk III komt het tot stand brengen van de
                    aansluiting aan de orde. Hierin worden het verzoek tot aanleg of wijziging, de
                    kosten en de uitvoering geregeld. Het onderhoud komt in hoofdstuk IV aan de
                    orde, de verwijdering en sloop van de aansluiting in hoofdstuk V. In hoofdstuk
                    VI staat vermeld welke mogelijkheden de gemeente heeft om deze verordening te
                    handhaven. Het laatste hoofdstuk tenslotte, hoofdstuk VII, betreft de straf,
                    overgang- en slotbepalingen. </al><tussenkop>2. Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 1: Begripsbepalingen</tussenkop><al> In artikel 1 worden de begripsbepalingen gegeven. De begrippenlijst is nogal
                    uitgebreid om te voorkomen dat onnodige discussie kan ontstaan over de betekenis
                    van bepaalde begrippen. Voor de uitleg van de bepalingen in de
                    aansluitverordening en de voorschriften in een aansluitvergunning, gelden de
                    definities van artikel 1. Artikel 1 geeft ook een omschrijving van
                    bronneringswater en drainagewater omdat ook verzoeken aan de gemeente voor
                    (tijdelijke) lozingen van dit water onder het regime van de aansluitverordening
                    vallen. De rechthebbende is degene die een aansluitvergunning kan aanvragen.
                    Verder wordt een vereniging van eigenaren als rechthebbende aangemerkt omdat bij
                    verticale bebouwing vaak maar één aansluiting aanwezig is voor de verschillende
                    lagen. De vereniging van eigenaren wordt dan de vergunninghouder voor de
                    betreffende aansluiting en zal vervolgens met de leden moeten regelen hoe binnen
                    het gebouw met verstoppingen en storingen wordt omgegaan. Dit geldt ook voor een
                    rechthebbende die zijn eigendom verhuurt. Hij moet er zelf voor zorgen dat de
                    huurder de voorschriften van de aansluitvergunning naleeft. Dit laatste geldt
                    ook, als de verhuurder (rechthebbende in de zin van de Aansluitverordening) een
                    woningbouwvereniging is. De woningbouwvereniging is degene die een
                    aansluitvergunning kan aanvragen. Zij zal dan met haar huurders onderling
                    afspraken kunnen maken omtrent het gebruik van de aansluiting, maar de
                    woningbouwvereniging is als rechthebbende het aanspreekpunt in de relatie tot de
                    gemeente. De huurders van de woningbouwvereniging zijn gebruikers in de zin van
                    de Aansluitverordening. Als rechthebbende wordt niet alleen aangemerkt de
                    (perceels)eigenaar maar ook de zakelijke gerechtigde van een aan te sluiten
                    perceel. Ook de rechtsopvolgers van deze eigenaren of zakelijk gerechtigden
                    worden aangemerkt als rechthebbende, zodat de vergunning geldig blijft in geval
                    het perceel bijvoorbeeld wordt verkocht. </al><tussenkop>Artikel 2: Vergunningplicht</tussenkop><al>In artikel 2 wordt bepaald dat aansluiting van een particulier riool op de
                    openbare riolering of wijziging van een dergelijke aansluiting, verboden is
                    zonder vergunning. Deze vergunningsplicht voor het verkrijgen van een
                    aansluiting op de riolering is een belangrijk uitgangspunt van de
                    aansluitverordening. In de vergunning kunnen voorschriften worden opgenomen
                    omtrent het particulier riool zoals dat aanwezig moet zijn op het moment dat de
                    aansluiting tot stand gebracht wordt. Daarnaast is het raadzaam de voor de
                    rechthebbende geldende regels uit de verordening met betrekking tot het
                    onderhoud, de renovatie, vervanging en sloop, expliciet in de vergunning te
                    vermelden. Zolang de betreffende aansluiting bestaat, blijven deze voorschriften
                    gelden. Bij wijziging van de aansluiting moet een nieuwe vergunning worden
                    aangevraagd. In lid 2 wordt aangegeven dat burgemeester en wethouders alleen
                    aansluitvergunningen verlenen voor aansluitingen die overeenstemmen met de
                    openbare riolering ter plaatse. Dit betekent dat er bijvoorbeeld bij een nieuwe
                    of gewijzigde aansluiting geen vergunning kan worden verkregen voor de gemengde
                    afvoer van hemelwater en het overige afvalwater als ter plaatse een gescheiden
                    stelsel ligt. Lid 3 geeft nog een toevoeging aan lid 2 door te stellen dat voor
                    elke aansluiting afzonderlijk, bijvoorbeeld bij een gemengd stelsel voor de
                    afvoer van vuilwater en de afvoer van hemelwater een vergunning moet worden
                    aangevraagd. Bij het aansluiten van een perceel op een gemengd stelsel zullen
                    deze aansluitingen doorgaans tegelijk worden gerealiseerd zodat in dat geval
                    natuurlijk de voorwaarden voor dat perceel in één vergunning kunnen worden
                    opgenomen. Als de vergunning is verleend kan de rechthebbende een verzoek doen
                    aan burgemeester en wethouders om de aansluiting tot stand te brengen (zie
                    artikel 6). Om te voorkomen dat de gemeente aansluitvergunningen verleend voor
                    percelen waar uiteindelijk geen aansluiting tot stand wordt gebracht, kunnen
                    burgemeester en wethouders als een jaar na de vergunningverlening nog geen
                    verzoek is gedaan tot aansluiting, de vergunning intrekken. Omdat net als een
                    vergunningverlening de intrekking is aan te merken als een beschikking in de zin
                    van de Algemene wet bestuursrecht, moet de rechthebbende in de gelegenheid
                    worden gesteld toe te lichten waarom nog niet is verzocht tot aansluiting en
                    moet de intrekking worden voorzien van een deugdelijke motivering. </al><tussenkop>Artikel 3: De vergunningaanvraag</tussenkop><al>Artikel 3 bepaalt dat de vergunning moet worden aangevraagd door de
                    rechthebbende. Om dit te vereenvoudigen, moet de aanvraag worden gedaan met een
                    daartoe bestemd formulier (zie bijlage 1). In het tweede lid is vastgelegd
                    waaraan de aanvraag moet voldoen. Omdat het mogelijk is dat de gevraagde
                    gegevens die nodig zijn om een aansluiting goed tot stand te brengen, reeds zijn
                    vastgelegd in een bouwvergunning of een vergunning op grond van de Wet
                    milieubeheer, kan de aanvrager in dat geval volstaan met een kopie van deze
                    gegevens. Op grond van lid 3 krijgt de aanvrager na daarover geïnformeerd te
                    zijn nog vier weken de tijd om de gegevens aan te vullen als de overlegde
                    gegevens incompleet zijn. Als na het verstrijken van die periode de gegevens nog
                    steeds onvolledig zijn of opnieuw een onvolledige aanvraag wordt ingediend,
                    kunnen burgemeester en wethouders op basis van artikel 4:5 lid 1 van de Algemene
                    wet bestuursrecht besluiten de aanvraag niet te behandelen. </al><tussenkop>Artikel 4: Weigering van de aansluitvergunning</tussenkop><al>In artikel 4 is vastgelegd op welke gronden de vergunning geweigerd kan worden.
                    In lid 1 is aangegeven dat het moet gaan om technische, juridische of
                    milieuhygiënische weigeringsgronden. In lid 2 worden voorbeelden gegeven van
                    mogelijke weigeringsgronden. Sub a over de hoogteligging is bijvoorbeeld een
                    technische weigeringsgrond, sub g over de lozing van niet verontreinigd
                    drainagewater is bijvoorbeeld een milieuhygiënische grond en sub j over de
                    verlening van andere vergunningen een juridische grond. De in lid 2 genoemde
                    weigeringsgronden zijn niet uitputtend bedoeld en moeten worden gezien als
                    ondersteuning van de motivering om een vergunning te weigeren. In bijlage 2
                    worden de technische voorschriften nader toegelicht. Bij een weigering wordt
                    altijd aangegeven aan welke eisen moet worden voldaan om alsnog voor de
                    aansluitvergunning in aanmerking te komen. <vet>Artikel 5: Verlening van de
                        aansluitvergunning</vet>Burgemeester en wethouders moeten op grond van
                    artikel 5 lid 1 binnen 4 weken beslissen op de aanvraag. Deze termijn moet
                    voldoende zijn om een aanvraag voor een aansluitvergunning af te werken, en komt
                    overeen met de termijn die in de Algemene wet bestuursrecht als redelijk wordt
                    aangemerkt in het geval er geen termijn is bepaald[3]<sup>.</sup> In geval de
                    rechthebbende voor het betreffende perceel ook nog een aanvraag voor een
                    bouwvergunning of een vergunning op grond van de Wet milieubeheer heeft lopen,
                    wordt de aanvraag voor de aansluitvergunning aangehouden totdat deze
                    vergunningen zijn verleend. Een weigering deze vergunningen te verlenen, vormt
                    een directe weigeringsgrond voor de aansluitvergunning. Deze weigeringsgrond is
                    opgenomen in artikel 4. De modelopzet voor de aansluitvergunning is als bijlage
                    3 opgenomen. </al><tussenkop>Artikel 6: Het verzoek tot aanleg of wijziging van de
                    perceelaansluitleiding</tussenkop><al>In artikel 6 is vastgelegd hoe de rechthebbende na het verkrijgen van de
                    vergunning een verzoek kan doen tot het realiseren van de aansluiting op de
                    openbare riolering. Na het indienen van een verzoek moet de gemeente binnen vier
                    weken een afspraak maken om de werkzaamheden uit te voeren. </al><tussenkop>Artikel 7: De melding tot aanleg of wijziging van de
                    perceelaansluitleiding</tussenkop><al>In artikel 7 is vastgelegd hoe de rechthebbende na het verkrijgen van de
                    vergunning een melding kan doen tot het realiseren van de aansluiting op de
                    openbare riolering. Na het indienen van de melding maakt de gemeente een
                    afspraak voor het controleren van de aansluiting.</al><tussenkop>Artikel 8: Kosten van de aansluiting </tussenkop><al> Het bedrag dat de rechthebbende voor de vergunning en (aanleg van de)
                    aansluiting moet betalen, moet worden aangemerkt als een recht dat wordt geheven
                    terzake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte
                    diensten (artikel 229 lid 1 sub b Gemeentewet). Dit betekent dat het in rekening
                    gebrachte bedrag niet hoger mag zijn dan de kosten die de gemeente in
                    werkelijkheid moet maken. Hiervoor is een tarievenlijst opgesteld en in de
                    Legesverordening opgenomen, waarmee is na te gaan wat de aanleg van een
                    perceelaansluitleiding per meter kost, waarbij een differentiatie wordt
                    aangebracht voor het type wegdek dat eventueel voor de aanleg moet worden
                    opengebroken. Rechten worden geheven ter dekking van de kosten die verband
                    houden met het aansluiten. Overigens mag er geen bedrag voor de aanleg van de
                    perceelaansluitleiding worden berekend als deze kosten al zijn verwerkt in de
                    gronduitgifteprijs of anderszins zijn verhaald. </al><tussenkop>Artikel 9: Uitvoering aanleg of wijziging van de perceelaansluitleiding
                    en aansluiting</tussenkop><al> De aanleg van de perceelaansluitleiding geschiedt altijd door of vanwege de
                    gemeente. Daarna kan de vergunninghouder aansluiten door middel van een
                    erfscheidingsput. Slechts indien de vergunninghouder het particuliere gedeelte
                    reeds heeft gelegd voordat de perceelaansluitleiding wordt gelegd door of
                    vanwege de gemeente wordt door of vanwege de gemeente aangesloten.</al><al>Lid 5 geeft aan dat een aansluiting niet plaatsvindt als het particulier riool
                    niet voldoet aan de daaraan te stellen bouwtechnische eisen. Deze bepaling moet
                    worden gezien als een zogenaamde vangnetbepaling.</al><tussenkop>Artikel 10: Beheer, onderhoud, renovatie en vervanging</tussenkop><al> Artikel 10 geeft nadere regels over het beheer en onderhoud, de renovatie en
                    vervanging van de perceelaansluitleiding. Bij reconstructiewerken of
                    rioolvervangingen worden perceelaansluitleidingen vervangen en laat de gemeente
                    erfscheidingsputten plaatsen als deze nog niet aanwezig zijn. Direct achter de
                    erfscheidingsput wordt het bestaande particuliere riool hierop aangesloten. Dit
                    alles voor kosten van de gemeente, tenzij het aannemelijk is dat de betreffende
                    werkzaamheden moeten worden uitgevoerd ten gevolge van een onjuist gebruik van
                    het particulier riool. In dat geval komen de kosten voor rekening van de
                    rechthebbende.</al><al>De rechthebbende moet zorgen dat de door hem gebruikte aansluiting vrij blijft
                    van aanslag, slib en dergelijke, waardoor op den duur de leiding verstopt kan
                    raken. De rechthebbende is zelf verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud
                    van het particulier riool, tenzij aannemelijk is dat de noodzaak tot onderhoud
                    is veroorzaakt door terugstroming van afvalwater uit de openbare riolering. </al><tussenkop>Artikel 11: Calamiteiten</tussenkop><al> In artikel 11 is een calamiteitenregeling opgenomen om te voorkomen dat voor
                    elk probleem de gemeente erbij wordt geroepen. Om te voorkomen dat de
                    rechthebbende of de gebruiker voor elke storing of verstopping meteen de
                    gemeente belt, is in lid 1 de regel opgenomen dat in geval van storing of
                    verstopping de rechthebbende eerst moet vaststellen waar de storing zich in de
                    aansluitleiding bevindt. Als hij geconstateerd heeft, dat de storing in de
                    perceelaansluitleiding zit, kan hij de gemeente laten komen om de storing of
                    verstopping op te heffen. Voor een beschrijving van de procedure wordt verwezen
                    naar bijlage 4. In lid 3 wordt nadrukkelijk gesteld dat de rechthebbende zelf
                    verantwoordelijk is voor het verhelpen van verstoppingen in het particulier
                    riool. Dit betekent dat de rechthebbende, als hij het pand bijvoorbeeld
                    verhuurt, bij calamiteiten voor de gebruiker van het particuliere riool het
                    aanspreekpunt is. Verder geeft het artikel een regeling voor het geval toch de
                    hulp wordt ingeroepen van de gemeente, omdat wordt vermoed dat het een storing
                    betreft waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. Om te voorkomen dat er
                    problemen ontstaan met het verhaal van de kosten als blijkt dat deze toch voor
                    rekening van de rechthebbende moeten komen, dient de rechthebbende voordat met
                    het verhelpen van de storing wordt gestart, akkoord te gaan met de voorwaarde
                    dat de kosten voor de werkzaamheden aan hem in rekening worden gebracht, indien
                    blijkt dat de kosten volgens de verordening voor zijn rekening zijn. Deze
                    akkoordverklaring dient schriftelijk te geschieden door middel van het invullen
                    van bijlage 6.</al><tussenkop>Artikel 12: Zorgplicht</tussenkop><al><vet>Artikel 12: Zorgplicht</vet> In artikel 12 zijn bepalingen opgenomen over
                    de zorg die betracht moet worden bij werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken
                    aan de openbare riolering. In lid 3 en lid 4 is vastgelegd dat bij definitieve
                    beëindiging van het gebruik van een aansluitleiding, de aansluitvergunning wordt
                    ingetrokken en de leiding wordt verwijderd. </al><tussenkop>Artikel 13: Stilleggen van de werkzaamheden</tussenkop><al>Om te zorgen dat de aansluiting op de goede manier en volgens de juiste
                    procedure tot stand wordt gebracht is in artikel 13 de mogelijkheid opgenomen om
                    de werkzaamheden stil te leggen als dit niet gebeurt.</al><tussenkop>Artikel 14: Strafbepaling</tussenkop><al>Artikel 14 over de strafbepaling spreekt voor zich. </al><tussenkop>Artikel 15: Hardheidsclausule</tussenkop><al> Om te voorkomen dat toepassing van de bepalingen van deze verordening in een
                    concreet geval zou leiden tot een beslissing in strijd met de redelijkheid en
                    billijkheid, is in artikel 15 een hardheidsclausule opgenomen. </al><tussenkop>Artikel 16: Inwerkingtreding</tussenkop><al>Artikel 16 over de inwerkingtreding van de nieuwe verordening spreekt voor zich. </al><tussenkop>Artikel 17: Overgangsrecht</tussenkop><al> Omdat met het van kracht worden van de aansluitverordening juridisch een nieuwe
                    situatie ontstaat, is in artikel 17 een aantal overgangsbepalingen opgenomen.
                    Aanvragen tot aansluiting of wijziging van een aansluiting die na de
                    inwerkingtreding van de verordening nog in behandeling moeten worden genomen,
                    worden behandeld volgens de regeling in de verordening. In lid 2 zijn op alle
                    reeds bestaande aansluitingen de bepalingen met betrekking tot het beheer en
                    onderhoud en de zorgplicht bij verwijdering en sloop van toepassing verklaard.
                    Uiteraard mag deze toepassing geen strijd opleveren met de algemene beginselen
                    van behoorlijk bestuur. Bij wijziging van een bestaande aansluiting bestaat
                    uiteraard de plicht om daarvoor een aansluitvergunning aan te vragen.
                        <vet>Artikel 18: Citeertitel</vet> Artikel 18 over de citeertitel spreekt
                    voor zich. </al><tussenkop>3. Uitzonderingssituaties</tussenkop><al><vet>3.1 Woonschepen</vet>Woonschepen[4] zijn niet als bouwwerk in de zin van de
                    bouwregelgeving aan te merken en vallen derhalve buiten de verplichting tot
                    aansluiting op de openbare riolering. De rechter stelt dat de Woningwet niet van
                    toepassing is op woonschepen.<sup/>Woonschepen vallen onder het Lozingenbesluit
                    Wvo huishoudelijk afvalwater, hetgeen betekent dat er een lozingsverbod geldt,
                    als er binnen een afstand van 40 meter openbare riolering aanwezig is. In deze
                    situatie zal in overleg met de bewoner aansluiting op de openbare riolering de
                    voorkeur hebben. Daarbij moet er bij de toepassing van de regelgeving rekening
                    mee worden gehouden dat het bij woonschepen niet altijd mogelijk is alle
                    afvoerleidingen naar een punt te voeren. Bij een afstand van meer dan 40 meter
                    tot de openbare riolering gelden ook de algemene regels van het Lozingenbesluit
                    Wvo huishoudelijk afvalwater. </al><al><vet>3.2 Recreatieterreinen</vet> Burgemeester en wethouders kunnen bij het
                    afgeven van een vergunning of ontheffing voor een kampeerterrein op basis van
                    artikel 8 van de Wet op de Openluchtrecreatie, voorwaarden stellen. In het
                    Lozingenbesluit bodembescherming en het Lozingenbesluit Wvo huishoudelijk
                    afvalwater wordt onderscheid gemaakt naar beperkte en omvangrijke lozingen. Een
                    aandachtspunt bij recreatiewoningen is het aanmerken van een lozing als een
                    afzonderlijke beperkte of als één omvangrijke lozing voor het gehele
                    terrein/park. Bij zeer verspreid liggende recreatiewoningen (drukriolering te
                    duur) kan transport per as of een IBA-systeem worden toegepast. Hiervoor wordt
                    verwezen naar paragraaf 3.3. </al><al><vet>3.3 Transport van afvalwater per as</vet> Als er geen verplichting bestaat
                    tot aansluiting op de openbare riolering kan er worden gekozen voor inzameling
                    van het huishoudelijk afvalwater per as. Dit houdt in dat het afvalwater in een
                    opslagtank wordt verzameld en vervolgens met een tankwagen wordt afgevoerd naar
                    een RWZI of eventueel een lozingspunt in de riolering. </al><al><vet>3.4 Ombouw naar ander rioleringsstelsel</vet> Als de gemeente een bestaand
                    gemengd rioolstelsel wil ombouwen naar een gescheiden rioolstelsel, doet zich de
                    vraag voor hoe ervoor gezorgd kan worden dat bestaande aansluitingen waaruit
                    gemengd wordt geloosd, worden gewijzigd in twee gescheiden aansluitpunten voor
                    droogweerafvoer en hemelwaterafvoer. Het gaat hier om het wijzigen van bestaande
                    aansluitingen, om het afkoppelen van hemelwater. Op grond van de huidige
                    wetgeving is het mogelijk om de eigenaar/rechthebbende te verplichten om af te
                    koppelen. </al><tussenkop>4. Afwijkende eigendomssituaties</tussenkop><al><vet>4.1 Alternatieve regelingen eigendom</vet> 4.1.1 Inleiding De situatie
                    waarin er per huisaansluitleiding één lozer is aangesloten is het meest
                    overzichtelijk. Er zijn echter situaties waarbij dit niet mogelijk is en één
                    huisaansluitleiding meerdere lozers dient. Enkele voorbeelden van medegebruik
                    zijn: - gebruik van een gezamenlijke leiding door meerdere
                    appartementseigenaren; - gebruik van een leiding door eigenaren van
                    verschillende gebouwen op een privé-terrein (bijvoorbeeld een bedrijfsterrein). </al><al>4.1.2 Gemeenschappelijk leidingsysteem Een gemeenschappelijk leidingsysteem voor
                    huishoudelijk afvalwater voor meer dan één gebruiksfunctie is niet toegelaten,
                    tenzij: - er sprake is van recht boven elkaar gelegen identieke
                    gebruiksfuncties. Standleidingen van recht boven elkaar gelegen woonfuncties
                    mogen zijn aangesloten op een gemeenschappelijke verzamel- of grondleiding, als
                    deze afvoerleidingen blijvend gemeenschappelijk worden beheerd; - er een
                    combinatie van wonen en werken is van één eigenaar. In dat geval, voor zover er
                    sprake is van afvalwater dat qua aard en gebruik volgens de milieuwetgeving
                    vergelijkbaar is met huishoudelijke afvalwater, kan worden volstaan met één
                    leidingsysteem. Dit is ook aangegeven in NEN 3215:2007. </al><al>4.1.3 Appartementseigenaren. Veelal zal een appartementsgebouw voorzien zijn van
                    een gezamenlijke huisaansluitleiding. De appartementsrechten zijn geregeld in
                    artikel 5:106 en volgende van het Burgerlijk Wetboek (BW). In een
                    appartementsgebouw moet een vereniging van appartementseigenaren functioneren.
                    Aanspreekpunt voor de gemeente is in het onderhavige geval de vereniging.
                    Kennisgevingen aan de gezamenlijke appartementseigenaren kan de gemeente richten
                    aan de vereniging. Als een vereniging van appartementeigenaren onvoldoende
                    functioneert, kunnen de eigenaren ieder individueel op hun verplichtingen naar
                    rato worden aangesproken, tenzij in het splitsingsreglement van de vereniging
                    een andere verhouding is bepaald (artikel 5:113 BW). </al><al>4.1.4 Meerdere gebouwen op een privé-terrein. Het komt voor dat meerdere
                    gebouwen van verschillende eigenaren op één perceel zijn gebouwd. Een gedeelte
                    van de voorzieningen, gelegen in dit perceel, is dan een gemeenschappelijke zaak
                    van de afzonderlijke eigenaren ook wel deelgenoten genoemd (denk met name aan
                    fabrieksterreinen). Deze eigenaren hebben allen een aansluitplicht. Veelal heeft
                    men één leiding in gebruik die aangesloten wordt op de openbare riolering. Deze
                    leiding kan gemeenschappelijk eigendom van de deelgenoten zijn (artikel 3:166
                    BW). De deelgenoten kunnen het genot, gebruik en beheer van de
                    gemeenschappelijke huisaansluitleiding regelen bij overeenkomst (artikel 3:168
                    BW). Wanneer een dergelijke overeenkomst ontbreekt kan de kantonrechter op
                    verzoek van de meest gerede partij een regeling treffen (artikel 3:168 BW). Dit
                    laat onverlet dat voor de gebouwen afzonderlijk een aansluitplicht geldt. De
                    afzonderlijke eigenaren kunnen hiervoor verantwoordelijk worden gesteld.</al><al>[1] De term rechthebbende wordt in de Aansluitverordening gehanteerd. In artikel
                    1 van de verordening is uitgelegd, wie hiermee worden bedoeld.</al><al>[2] De term "particulier riool" wordt in de praktijk ook vaak vervangen door de
                    term "particuliere afvoerleiding".</al><al>[3] Artikel 1 van de Huisvestingswet (1 oktober 1992) geeft als definitie van
                    een woonschip: schip dat uitsluitend of in hoofdzaak gebezigd wordt of bestemd
                    is voor bewoning.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>