<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR245789_5</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van Orde PS provincie Groningen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Groningen</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-05-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Groningen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch Provincieblad, 17-08-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde PS provincie Groningen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 16</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet, art. 105</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">provinciale staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-03-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-08-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-03-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 13</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>588801</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Artikel 106 bevat een hardheidsclausule.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reglement van Orde PS provincie Groningen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Provinciale Staten van Groningen; </al><al>Besluiten: </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1. ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr=""><al>amendement: een op schrift gesteld voorstel tot wijziging van
                                    een aanhangige besluittekst, naar de vorm geschikt om in die
                                    besluittekst te worden opgenomen;</al></li><li nr=""><al>subamendement: een op schrift gesteld voorstel tot wijziging van
                                    een ingediend amendement, naar de vorm geschikt om direct te
                                    worden opgenomen in het amendement waarop het betrekking
                                    heeft;</al></li><li nr=""><al>motie: een op schrift gesteld voorstel, inhoudende een korte en
                                    gemotiveerde verklaring over een onderwerp, waarover een
                                    oordeel, wens of verzoek door Provinciale Staten wordt
                                    uitgesproken;</al></li><li nr=""><al>initiatiefvoorstel een door een lid of meerdere leden van
                                    Provinciale Staten op schrift gesteld, met redenen omkleed,
                                    voorstel aan Provinciale Staten;</al></li><li nr=""><al>mondelinge vraag: een informatieve vraag van een lid van
                                    Provinciale Staten aan een andere lid of aan een fractie, aan
                                    Gedeputeerde Staten, aan een lid van Gedeputeerde Staten of aan
                                    de commissaris van de Koningin tijdens een vergadering van
                                    Provinciale Staten;</al></li><li nr=""><al>schriftelijke vraag: een op schrift geformuleerde informatieve
                                    vraag van een lid of meer leden van Provinciale Staten aan
                                    Gedeputeerde Staten, aan de leden van Gedeputeerde Staten of aan
                                    de commissaris van de Koningin;</al></li><li nr=""><al>interpellatie: een verzoek van een lid of meer leden van
                                    Provinciale Staten, om, overeenkomstig de Provinciewet,
                                    inlichtingen van Gedeputeerde Staten, van een lid van
                                    Gedeputeerde Staten dan wel van de commissaris van de Koningin
                                    betreffende het door Gedeputeerde Staten of door een
                                    Gedeputeerde gevoerde bestuur;</al></li><li nr=""><al>voorstel vreemd aan de orde van de dag: een voorstel van een of
                                    meer leden van Provinciale Staten of van een commissie als
                                    bedoeld in paragraaf 7.1 om de agenda vast te stellen in
                                    afwijking van het voorstel van de voorzitter;</al></li><li nr=""><al>ondersteuner een initiatiefgerechtigde, die het
                                    burgerinitiatiefvoorstel ondersteunt.</al></li><li nr=""><al>onderzoeksvoorstel: een voorstel van een of meer leden van
                                    Provinciale Staten tot het door Provinciale Staten instellen van
                                    een onderzoek naar het door Gedeputeerde Staten of de
                                    commissaris van de Koningin gevoerde bestuur;</al></li><li nr=""><al>voorstel tot regeling van werkzaamheden: een voorstel van een of
                                    meer leden van Provinciale Staten om een onderwerp in een
                                    volgende vergadering te behandelen, dan wel een voorstel voor de
                                    te volgen procedure ten aanzien van een onderwerp;</al></li><li nr=""><al>informatie: feitelijke informatie; inzage in of afschrift van
                                    documenten die openbaar zijn;</al></li><li nr=""><al>bijstand: ondersteuning bij of het aanleveren van informatie ten
                                    behoeve van het opstellen van een voorstel, amendement, motie of
                                    andere ondersteuning van meer dan geringe omvang;</al></li><li nr=""><al>voorzitter voorzitter van Provinciale Staten;</al></li><li nr=""><al>burgerinitiatief-voorstel een voorstel van een
                                    initiatiefgerechtigde om een onderwerp op de agenda van de
                                    vergadering van Provinciale Staten te plaatsen;</al></li><li nr=""><al>initiatiefgerechtigde ieder die op de dag van indiening van het
                                    burgerinitiatiefvoorstel gerechtigd is tot deelname aan de
                                    verkiezing van de leden van Provinciale Staten van
                                    Groningen;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel> Artikel 2 Fracties</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Met een fractie wordt bedoeld het lid dat of de groep van leden van
                                Provinciale Staten die zich als zodanig beschouwt en zich bij de
                                voorzitter van Provinciale Staten schriftelijk aanmeldt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De leden, die door het centraal stembureau op dezelfde lijst
                                verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de
                                zittingsperiode als een fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer
                                slechts een lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke
                                fractie beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Van veranderingen die daarna in de samenstelling van een fractie
                                optreden, doet het lid of de groep van leden mededeling aan de
                                voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Met de omstandigheid ingevolge het eerste lid wordt rekening
                                gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering na de
                                mededeling, bedoeld in het eerste lid, aan de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Vindt in een fractie een splitsing plaats die leidt tot de vorming
                                van een of meer nieuwe fracties, dan worden de financiële
                                tegemoetkomingen van de daarbij betrokken fracties vastgesteld op de
                                bedragen die worden gevonden door de tegemoetkoming, die aan de
                                ongesplitste fractie zou toekomen, te verdelen naar evenredigheid
                                van de aantallen bij de splitsing betrokken leden.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Ontstaat een nieuwe fractie door samenvoeging, dan kan de
                                tegemoetkoming van de nieuw gevormde fractie niet groter zijn dan de
                                tegemoetkoming die toekomt aan een fractie van gelijke grootte als
                                bedoeld in het tweede lid.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2. ONDERZOEK VAN DE GELOOFSBRIEVEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het onderzoek van de geloofsbrieven van de benoemde leden wordt
                                opgedragen aan een of meer commissies bestaande uit drie leden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De voorzitter benoemt de leden van de commissie. Het eerst benoemde
                                lid is belast met de leiding van de werkzaamheden van die
                                commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Elke commissie brengt na het onderzoek aansluitend mondeling
                                verslag uit.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het verslag eindigt met een geformuleerd voorstel voor het nemen
                                van een besluit omtrent de toelating van het benoemde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><al>De leden die zijn toegelaten, nemen, na de vereiste eed (verklaring en
                            belofte) te hebben afgelegd, de plaats in, die hen door de voorzitter
                            wordt aangewezen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3. VOORZITTER, GRIFFIER, PRESIDIUM, SENIORENCONVENT</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De voorzitter is belast met de leiding van de vergadering van
                                Provinciale Staten overeenkomstig de Provinciewet en dit
                                reglement.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt de
                                vergadering voorgezeten door het daartoe door Provinciale Staten
                                aangewezen statenlid.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Aanwijzing van de plaatsvervangend voorzitter vindt plaats in de
                                eerste vergadering van Provinciale Staten in nieuwe
                                samenstelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De leden, die het woord verlangen, vragen dit aan de
                                voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De voorzitter verleent het woord in de volgorde waarin het is
                                gevraagd. Deze volgorde kan worden onderbroken, indien een lid het
                                woord verlangt voor het vragen van informatie over de orde of om een
                                voorstel van orde in te dienen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Orde</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De voorzitter draagt zorg, dat hij, die het woord heeft verkregen,
                                daarbij niet wordt gestoord.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De voorzitter kan de spreker, die afwijkt van het onderwerp
                                waarover wordt beraadslaagd, tot de behandeling van het onderwerp
                                terugroepen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De voorzitter roept de spreker, die de orde verstoort of zich
                                onbetamelijke of beledigende uitdrukkingen veroorlooft, tot de
                                orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien de voorzitter vaststelt dat een onderwerp voldoende is
                                toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij Provinciale Staten
                                anders beslissen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Nadat de beraadslaging is gesloten, formuleert de voorzitter het te
                                nemen besluit.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien geen van de leden daarom vraagt, vindt geen stemming plaats.
                                In dat geval stelt de voorzitter voor het besluit zonder stemming te
                                nemen. Evenwel kunnen in de vergadering aanwezige leden aantekening
                                vragen dat zij geacht worden tegengestemd te hebben; in dat geval
                                wordt het besluit geacht met de stemmen van de overige leden te zijn
                                genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><al>De voorzitter doet mededeling van de uitslag van de stemming.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><al>De voorzitter schorst de vergadering indien hij dit nodig acht en
                            bepaalt het tijdstip waarop de vergadering zal worden heropend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 De griffier</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De griffier is bij elke vergadering van Provinciale Staten
                                aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De griffier zorgt voor voldoende ambtelijke bijstand ter
                                vergadering en is daarnaast belast met hetgeen dit reglement
                                bepaalt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Presidium</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Er is een Presidium bestaande uit de voorzitter van Provinciale
                                Staten, de fractievoorzitters en de plaatsvervangend voorzitter van
                                Provinciale Staten, indien deze geen fractievoorzitter is. Bij
                                afwezigheid van een fractievoorzitter, wordt diens plaats ingenomen
                                door zijn vervanger.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het Presidium kan geen besluiten nemen, indien niet meer dan de
                                helft van zijn leden of hun plaatsvervangers aanwezig is; bij het
                                staken van de stemmen beslist de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Andere leden van Provinciale Staten kunnen door de voorzitter
                                worden uitgenodigd om aan de vergaderingen van het Presidium deel te
                                nemen; zij hebben een adviserende stem.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het Presidium is in ieder geval belast met het doen van
                                behandelvoorstellen aan Provinciale Staten, het opstellen van de
                                raming van de uitgaven van Provinciale Staten, het beheer van de
                                geldelijke middelen van Provinciale Staten, het adviseren van
                                Provinciale Staten bij inschakeling van externe deskundigen, het
                                doen van voorstellen tot wijziging van het reglement van orde, het
                                aansturen van de griffier en de griffiemedewerkers, het aanwijzen
                                van zitplaatsen voor de uitgenodigde gedeputeerden en de secretaris
                                en overige personen in de vergaderzaal en het toewijzen van kamers
                                aan de fracties.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al/><lijst><li nr="a."><al> Het Presidium oefent als werkgeverscommissie het
                                        werkgeverschap uit ten aanzien van de griffier en de overige
                                        op de griffie werkende medewerkers.</al></li><li nr="b."><al> Met het oog hierop mandateren Provinciale Staten de
                                        bevoegdheden die rechtstreeks voortvloeien uit de
                                        Ambtenarenwet, de op deze wet gebaseerde en door Provinciale
                                        Staten vastgestelde rechtspositionele voorschriften en de
                                        artikelen 104 tot en met 104e van de Provinciewet, met
                                        uitzondering van de bevoegdheden als bedoeld in 104, 104a,
                                        tweede lid, 104d, eerste lid, en 104e, eerste lid, van de
                                        Provinciewet aan het Presidium.</al></li><li nr="c."><al> Tot de bevoegdheid van het Presidium behoren ook de
                                        voorbereiding en uitvoering van de overige tot het
                                        werkgeverschap van Provinciale Staten behorende besluiten en
                                        regelingen.</al></li><li nr="d."><al> Voor de dagelijkse gang van zaken kan het Presidium een
                                        delegatie uit haar midden aanwijzen, bestaande uit de
                                        voorzitter van het Presidium als voorzitter en adviseur en
                                        maximaal twee andere vertegenwoordigers, die kunnen worden
                                        belast met: </al><lijst><li nr="-"><al> Het voorbereiden van door het Presidium aan
                                                Provinciale Staten voor te leggen voorstellen inzake
                                                aanstelling en ontslag van de Statengriffier;</al></li><li nr="-"><al> Het doen van voorstellen aan het Presidium
                                                betreffende de rechtspositie van de Statengriffier
                                                en de medewerkers van de Statengriffie;</al></li><li nr="-"><al> Het voorbereiden van rechtspositionele besluiten
                                                ten aanzien van medewerkers van de Statengriffie,
                                                waarvan de bevoegdheid door Provinciale Staten aan
                                                het Presidium is gemandateerd;</al></li><li nr="-"><al> Het voeren van functioneringsgesprekken met de
                                                Statengriffier;</al></li><li nr="-"><al> Het voeren van overleg met de Statengriffier over
                                                de bedrijfsvoering van de Statengriffie en de
                                                voortgang van de werkzaamheden.</al></li></lijst></li><li nr="e."><al> In het Presidium kunnen nadere afspraken worden gemaakt
                                        over de werkwijze ten aanzien van het werkgeverschap van
                                        Provinciale Staten.</al></li><li nr="f."><al> Het Presidium kan een deel van de aan haar overgedragen
                                        bevoegdheden ten aanzien van het griffiepersoneel mandateren
                                        aan de griffier. Hieronder wordt in ieder geval begrepen het
                                        nemen van beslissingen ter uitvoering van de bepalingen van
                                        de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies en de
                                        bijbehorende uitvoeringsregelingen, met uitzondering van de
                                        besluiten tot onvrijwillig ontslag en disciplinaire
                                        maatregelen</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De agenda en de vergaderingen van het Presidium zijn niet
                                openbaar.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> De voorzitter en de leden van Provinciale Staten ontvangen een
                                publicabele besluitenlijst van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> Het Presidium is aan Provinciale Staten verantwoording verschuldigd
                                over het door hem gevoerde beleid.</al></lid><lid><lidnr>9</lidnr><al> De griffier woont de vergaderingen van het Presidium bij en is
                                belast met de uitvoering van de besluiten van het Presidium.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Seniorenconvent</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Er is een Seniorenconvent ter bespreking van vertrouwelijke
                                aangelegenheden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In het Seniorenconvent hebben zitting de voorzitter en de
                                fractievoorzitters of hun vervangers.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De griffier woont de vergaderingen van het Seniorenconvent
                                bij.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De agenda en de vergaderingen van het Seniorenconvent zijn niet
                                openbaar.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4. DE VERGADERING VAN PROVINCIALE STATEN</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.1 Algemeen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 15 Vergaderschema</titel></kop><al>Provinciale Staten stellen, op voorstel van het Presidium voor de
                                aanvang van het kalenderjaar een schema vast voor de in dat jaar te
                                houden vergaderingen van Provinciale Staten en de commissies,
                                bedoeld in paragraaf 7.1. Dit schema wordt tijdig ter kennis van de
                                voorzitter en leden van Provinciale en Gedeputeerde Staten
                                gebracht.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16 Oproep voor de vergadering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De voorzitter zendt elk lid zo mogelijk ten minste tien dagen
                                    van te voren een schriftelijke oproep voor de vergadering.
                                    Daarbij vermeldt hij dag, uur en plaats van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Tegelijkertijd met de oproeping worden de agenda en de daarbij
                                    behorende stukken aan elk lid toegezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de
                                    voorzitter de voorlopige agenda van de vergadering vast.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De griffier maakt voor de eerstvolgende statenvergadering de
                                    lijst op met de door het Presidium geaccordeerde
                                    behandelvoorstellen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In spoedeisende gevallen kan de voorzitter, zonodig in overleg
                                    met het Presidium, een onderwerp aan de agenda toevoegen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Bij de aanvang van de vergadering stellen Provinciale Staten de
                                    agenda vast. Op voorstel van een lid van Provinciale Staten of
                                    de voorzitter kunnen Provinciale Staten bij de vaststelling van
                                    de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda
                                    afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Indien Provinciale Staten een onderwerp onvoldoende voor
                                    openbare beraadslaging voorbereid achten, kunnen zij het
                                    onderwerp verwijzen naar een commissie of aan Gedeputeerde
                                    Staten nadere inlichtingen of advies vragen.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Op voorstel van de voorzitter of een lid van Provinciale Staten
                                    kunnen Provinciale Staten de volgorde van behandeling van de
                                    onderwerpen op de agenda wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Gedeputeerde Staten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten worden jaarlijks uitgenodigd om in elke
                                    vergadering van Provinciale Staten aanwezig te zijn en aan de
                                    beraadslagingen deel te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Op voorstel van het Presidium kunnen Provinciale Staten anders
                                    beslissen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19 De secretaris</titel></kop><al>Het Presidium kan de secretaris uitnodigen om in de vergadering van
                                Provinciale Staten aanwezig te zijn.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20 Presentielijst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Ieder lid tekent voorafgaande aan de vergadering de
                                    presentielijst.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De voorzitter kan, indien hij daarvoor redenen aanwezig acht,
                                    een lid vrijstelling verlenen van het tekenen op de lijst.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In dat geval plaatst de griffier, met alle gevolgen daaraan
                                    verbonden, de naam van het betrokken lid op de lijst.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Bij het einde van elke vergadering sluiten en ondertekenen de
                                    voorzitter en de griffier de lijst.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Notulen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Van de vergadering van Provinciale Staten worden notulen
                                    gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Tien dagen voor de openbare vergadering worden de
                                    ontwerpnotulen van de voorafgaande vergadering voor een ieder
                                    ter inzage gelegd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De notulen bevatten in elk geval: </al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de afwezige leden, de
                                            griffier, de aanwezige gedeputeerden en secretaris en
                                            overige personen die het woord hebben gevoerd;</al></li><li nr="b."><al> de onderwerpen, namen van de sprekers en de genomen
                                            besluiten;</al></li><li nr="c."><al> de uitslagen van de stemmingen met dien verstande dat
                                            bij hoofdelijke stemmingen de namen van hen die voor en
                                            die tegen hebben gestemd worden vermeld evenals de namen
                                            van leden die zich overeenkomstig de Provinciewet van
                                            stemming hebben onthouden; ook wordt opgenomen welke
                                            leden aantekening hebben verzocht van hun
                                            tegenstem.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Ieder lid heeft het recht een voorstel tot wijziging van de
                                    notulen te doen. Een voorstel tot wijziging wordt ten minste 24
                                    uur voor de vergadering waarin de notulen worden vastgesteld,
                                    schriftelijk bij de griffier ingediend. Van eventuele door de
                                    vergadering vastgestelde wijzigingen wordt in de notulen van de
                                    vergadering, waarin deze zijn vastgesteld, melding gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Besloten vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Van de besloten vergaderingen worden afzonderlijk notulen
                                    gemaakt. Deze worden zo mogelijk in dezelfde besloten
                                    vergadering vastgesteld. Op deze notulen is artikel 21, tweede
                                    lid, niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien met gesloten deuren is beraadslaagd, kan een Statenlid
                                    zijn eigen inbreng openbaar maken. De geheimhouding omtrent het
                                    in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van
                                    de stukken die aan de leden van Provinciale Staten worden
                                    overlegd wordt in deze inbreng gehandhaafd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 Handelingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Van de vergadering van Provinciale Staten wordt een woordelijk
                                    verslag gemaakt, de handelingen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Aan elk lid worden de handelingen van de vergaderingen van
                                    Provinciale Staten toegezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24 Ingekomen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Bij Provinciale Staten ingekomen stukken van derden worden op
                                    een lijst geplaatst. Deze lijst en bijbehorende ingekomen
                                    stukken worden aan de leden van Provinciale Staten toegezonden
                                    en ter inzage gelegd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Provinciale Staten stellen op voorstel van de voorzitter de
                                    wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.2 De beraadslaging</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 25 Spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in
                                    twee termijnen tenzij Provinciale Staten anders beslissen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 26 Spreektijd</titel></kop><al>De voorzitter kan, in overleg met het Presidium, de spreektijd
                                regelen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 27</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De leden, gedeputeerden en overige sprekers spreken vanaf het
                                    spreekgestoelte en richten zich tot de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De voorzitter bepaalt vanaf welke plaats de leden eventuele
                                    interrupties houden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 28 Voorstel tot sluiting beraadslaging</titel></kop><al>Een voorstel tot sluiting van de beraadslaging kan door een
                                statenlid gedurende een vergadering te allen tijde worden ingediend.
                                Over deze motie wordt dadelijk, zonder beraadslaging, beslist.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.3 Stemmingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 29 Stemverklaring</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Na de sluiting van de beraadslagingen gaan Provinciale Staten
                                    zo nodig over tot de stemming.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Alvorens tot stemming wordt overgegaan heeft ieder lid het
                                    recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 30</titel></kop><al>De voorzitter brengt de voorstellen, die naar zijn oordeel de verste
                                strekking hebben, het eerst in stemming.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.3.1 Stemmen over zaken</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 31</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Vóór de hoofdelijke oproeping haalt de voorzitter een nummer
                                    uit een bus waarin zich evenveel nummers bevinden als het aantal
                                    leden dat de presentielijst heeft getekend. Dit nummer
                                    correspondeert met een naam op de presentielijst. De stemming
                                    vangt aan bij dit lid en geschiedt vervolgens naar de volgorde
                                    van de presentielijst.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Op voorstel van de voorzitter kan stemming bij handopsteken
                                    plaatsvinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 32</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De stemming omtrent voorgestelde wijzigingen heeft plaats in de
                                    volgorde, dat eerst het subamendement en daarna het amendement
                                    waarop het betrekking heeft in stemming wordt gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Tenslotte wordt het voorstel dat in behandeling is, hetzij
                                    gewijzigd hetzij ongewijzigd, in stemming gebracht, een en ander
                                    ter beslissing van de voorzitter.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.3.2 Stemmen over personen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 33</titel></kop><al>In geval van een stemming over personen voor het doen van een
                                benoeming of voor het opmaken van een voordracht of een aanbeveling
                                benoemt de voorzitter drie leden tot stemopnemers. Deze onderzoeken
                                of het aantal van de stembriefjes overeenkomt met het aantal van de
                                aanwezige stemgerechtigde leden, tekenen aan op wie de stemmen zijn
                                uitgebracht en rapporteren aan Provinciale Staten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 34</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen te benoemen,
                                    voor te dragen of aan te bevelen zijn.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De voorzitter kan beslissingen over verschillende functies in
                                    één stemming aan Provinciale Staten voorleggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 35</titel></kop><al>Een verkregen meerderheid van stemmen geldt niet, indien een
                                verschil tussen het aantal stembriefjes en het aantal leden dat
                                gestemd heeft, daarop van invloed heeft kunnen zijn.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 36</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Onder een vrije stemming wordt verstaan een stemming waarbij
                                    een keuze uit meer dan twee personen mogelijk is.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien iemand bij een eerste vrije stemming niet de volstrekte
                                    meerderheid van hen die een stem hebben uitgebracht heeft
                                    verkregen, wordt tot een tweede vrije stemming overgegaan.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien ook bij deze tweede stemming door iemand niet de
                                    volstrekte meerderheid is verkregen, vindt een derde stemming
                                    plaats tussen de twee personen op wie bij de tweede stemming de
                                    meeste stemmen zijn uitgebracht. Indien bij de tweede vrije
                                    stemming niet is uitgemaakt over welke twee personen de derde
                                    stemming plaatsvindt, wordt bij een tussenstemming beslist wie
                                    van degenen die een gelijk aantal stemmen verkregen, in de derde
                                    stemming komen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien bij de tussenstemming of bij de derde stemming de
                                    stemmen staken, beslist terstond het lot.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 37</titel></kop><al>De stembriefjes worden terstond na afloop van de stemming door de
                                griffier vernietigd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 4.4 Instrumenten van de leden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 38 Regeling van de werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Provinciale Staten regelen hun werkzaamheden hetzij op voorstel
                                    van de voorzitter hetzij op dat van een of meer leden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Regeling van de werkzaamheden vindt plaats na de opgave van de
                                    sinds de laatste vergadering ingekomen stukken.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een gemotiveerd voorstel tot regeling van de werkzaamheden
                                    wordt ten minste tien dagen voor de vergadering aan de
                                    voorzitter gezonden.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> In bijzondere gevallen kan de voorzitter, indien hem de
                                    behandeling urgent voorkomt, afwijking van de voorgeschreven
                                    termijn van inlevering toestaan.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Indien de voorzitter een voorstel heeft ontvangen dan wel
                                    voornemens is voorstellen tot regeling van de werkzaamheden te
                                    doen, vermeldt hij dit op de agenda voor de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Indien het voorstel wordt ondersteund door ten minste een derde
                                    deel van het aantal aanwezige leden, regelen Provinciale Staten
                                    hun werkzaamheden in overeenstemming met het voorstel.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 39 Voorstel vreemd aan de orde van de dag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een voorstel dat naar het oordeel van de voorzitter vreemd is
                                    aan de orde van de dag, moet schriftelijk, ondertekend en
                                    vergezeld van een memorie van toelichting ten minste tweemaal
                                    vierentwintig uren vóór de vergadering waarin het aan de orde
                                    zal worden gesteld bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In bijzondere gevallen kan de voorzitter, indien hem de
                                    behandeling urgent voorkomt, afwijking van de voorgeschreven
                                    termijn van inlevering toestaan. Het voorstel zal hem evenwel in
                                    elk geval vóór de aanvang van de vergadering waarin het ter
                                    tafel komt ter hand moeten zijn gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De voorzitter deelt het voorstel ten spoedigste aan de leden
                                    mee.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien het voorstel wordt ondersteund door ten minste een derde
                                    deel van het aantal aanwezige leden plaatst de voorzitter het op
                                    de agenda van de vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 40 Initiatiefvoorstellen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Ieder lid heeft het recht voorstellen te doen aan Provinciale
                                    Staten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het voorstel dient schriftelijk, ondertekend, voldoende
                                    gemotiveerd en ten minste tien dagen voor aanvang van de
                                    eerstvolgende vergadering bij de voorzitter ingediend te
                                    worden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In bijzondere gevallen kan de voorzitter, indien hem de
                                    behandeling urgent voorkomt, afwijking van de voorgeschreven
                                    termijn van inlevering toestaan.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de
                                    eerstvolgende vergadering van Provinciale Staten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 41 Behandeling initiatiefvoorstellen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Provinciale Staten beslissen bij het agendapunt regeling van de
                                    werkzaamheden of een voorstel als bedoeld in artikel 40 een punt
                                    van overweging zal uitmaken en bepalen, ingeval van een
                                    beslissing in bevestigende zin, hoe verder zal worden gehandeld.
                                    Artikel 38, eerste en zesde lid, zijn daarbij van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien naar het oordeel van de voorzitter het voorstel met de
                                    huishouding van de provincie niets van doen heeft, kunnen
                                    Provinciale Staten zonder beraadslaging besluiten het buiten
                                    behandeling te laten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 42 Moties</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Ieder lid heeft het recht een of meerdere moties in te dienen,
                                    mits binnen de grenzen van het onderwerp. De motie moet worden
                                    ondertekend en vervolgens worden ingediend bij de voorzitter,
                                    waarna de voorzitter de tekst van de motie ten spoedigste aan de
                                    leden meedeelt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De behandeling van de motie vindt tegelijk met de beraadslaging
                                    over het aanhangige voorstel plaats.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Elke motie kan door de indiener, indien hij in de vergadering
                                    waarin het voorstel wordt behandeld aanwezig is, mondeling
                                    worden toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien een motie door verschillende leden is ingediend, dan
                                    geschiedt de mondelinge toelichting door de eerste ondertekenaar
                                    van het voorstel. Indien deze niet ter vergadering aanwezig is,
                                    wordt de toelichting door een van de andere ondertekenaars, naar
                                    de volgorde van ondertekening, gegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 43 Amendementen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Ieder lid heeft het recht een of meerdere amendementen voor te
                                    stellen op een in behandeling zijnde besluittekst.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een amendement moet schriftelijk en ondertekend, uiterlijk
                                    tijdens de behandeling van het onderwerp waarop het betrekking
                                    heeft, bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De voorzitter deelt de tekst van het amendement ten spoedigste
                                    aan de leden mede.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het derde en vierde lid van artikel 42 zijn van overeenkomstige
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 44 Interpellatie</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien een statenlid van oordeel is dat Gedeputeerde Staten of
                                    een lid van dit college of de commissaris van de Koningin aan
                                    Provinciale Staten verantwoording moeten afleggen voor het door
                                    hen gevoerde bestuur, vraagt het schriftelijk verlof aan
                                    Provinciale Staten tot het houden van een interpellatie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het verzoek wordt ten minste twee maal vierentwintig uur voor
                                    de vergadering bij de voorzitter ingediend en bevat het
                                    onderwerp en de te stellen vragen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> In bijzondere gevallen kan de voorzitter, indien hem de
                                    behandeling urgent voorkomt, afwijking van de voorgeschreven
                                    termijn van indiening toestaan. Het voorstel zal hem evenwel in
                                    elk geval vóór de aanvang van de vergadering waarin het ter
                                    tafel komt ter hand moeten zijn gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De voorzitter brengt het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis
                                    van Provinciale Staten. Provinciale Staten verlenen in ieder
                                    geval het gevraagde verlof indien het verzoek wordt gesteund
                                    door ten minste een derde deel van het aantal leden van
                                    Provinciale Staten.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Indien Provinciale Staten het gevraagde verlof verlenen vindt
                                    de interpellatie in dezelfde vergadering plaats, tenzij
                                    Provinciale Staten anders beslissen.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> Indien aan het verzoek tot het verstrekken van inlichtingen
                                    niet terstond gevolg kan worden gegeven, worden deze
                                    schriftelijk of mondeling, binnen een door Provinciale Staten te
                                    bepalen termijn, verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> Indien ook binnen deze termijn een beantwoording niet mogelijk
                                    wordt geacht, wordt hiervan met opgave van redenen, voordat de
                                    termijn is verstreken, mededeling gedaan aan Provinciale
                                    Staten.</al></lid><lid><lidnr>8</lidnr><al> Bij een interpellatie voert de interpellant niet meer dan
                                    tweemaal en een ander lid niet meer dan eenmaal het woord,
                                    tenzij Provinciale Staten hiertoe toestemming geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 45 Mondelinge vragen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Tijdens elke vergadering van Provinciale Staten bestaat de
                                    mogelijkheid aan Gedeputeerde Staten of een lid van dit college
                                    of aan de commissaris van de Koningin of aan een lid of meer
                                    leden van Provinciale Staten mondelinge vragen te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het lid dat vragen wil stellen maakt dit voorafgaand aan de
                                    vergadering aan de voorzitter kenbaar. Hij geeft hierbij
                                    nauwkeurig aan op welk onderwerp de vragen betrekking hebben en
                                    aan wie hij de vraag wil stellen. De voorzitter kan weigeren de
                                    vragen toe te laten, indien hij van mening is dat het onderwerp
                                    niet voldoende nauwkeurig is omschreven.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De voorzitter meldt bij aanvang van de vergadering dat er
                                    mondelinge vragen zijn alsmede het onderwerp waarop de vragen
                                    betrekking hebben. De vragen kunnen geen betrekking hebben op
                                    een onderwerp dat reeds in dezelfde vergadering onderwerp van
                                    beraadslaging is.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De voorzitter bepaalt de volgorde waarin de vragen worden
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De voorzitter stelt de vragensteller kort in de gelegenheid om
                                    vragen te stellen. De adressant van de vragen wordt door de
                                    voorzitter in de gelegenheid gesteld de vragen te beantwoorden.
                                    Na de beantwoording stelt de voorzitter de vragensteller kort in
                                    de gelegenheid om te reageren. De adressant van de vragen wordt
                                    tenslotte in de gelegenheid gesteld te reageren. Vervolgens kan
                                    de voorzitter andere leden in de gelegenheid stellen vragen te
                                    stellen over het zelfde onderwerp. Adressant wordt het woord
                                    verleend de vragen te beantwoorden.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De mondelinge vragen worden in een tijdsbestek van maximaal
                                    dertig minuten behandeld, tenzij de voorzitter anders
                                    bepaalt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 46 Schriftelijke vragen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Ieder lid kan, ook indien geen vergadering wordt gehouden,
                                    zonder machtiging van Provinciale Staten, aan Gedeputeerde
                                    Staten, aan de leden van dit college of aan de commissaris van
                                    de Koningin vragen stellen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Zodanige vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en
                                    schriftelijk en ondertekend bij de voorzitter van Provinciale
                                    Staten worden ingediend. Deze deelt de vragen mede aan de leden
                                    van Provinciale Staten, tenzij bij hem door vorm of inhoud van
                                    de vragen tegen toepassing van dit artikel bezwaar bestaat,
                                    waarvan hij dan onder mededeling van de redenen onverwijld
                                    kennis geeft aan het lid dat de vragen heeft ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Aan elk lid wordt de beantwoording zo mogelijk binnen zes weken
                                    na ontvangst medegedeeld. Is beantwoording binnen deze termijn
                                    niet mogelijk, dan zenden Gedeputeerde Staten aan het lid van
                                    Provinciale Staten dat de vraag heeft gesteld een bericht waarin
                                    wordt medegedeeld welke de reden van de termijnoverschrijding is
                                    en op welke termijn beantwoording wordt voorzien. Afschrift van
                                    dit bericht wordt gezonden aan de overige leden van Provinciale
                                    Staten.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5. BURGERINITIATIEF</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 47</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Provinciale Staten plaatsen een burgerinitiatiefvoorstel op de
                                agenda van hun vergadering, indien daartoe door een
                                initiatiefgerechtigde een geldig burgerinitiatiefvoorstel is
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het burgerinitiatiefvoorstel is geldig, indien: </al><lijst><li nr="a."><al>het overeenkomstig artikel 49 wordt ondersteund door ten
                                        minste 1000 ondersteuners;</al></li><li nr="b."><al> het voldoet aan de vereisten in de artikelen 48 en 49.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 48</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een burgerinitiatiefvoorstel heeft betrekking op een onderwerp, ten
                                aanzien waarvan Provinciale Staten bevoegd zijn een beslissing te
                                nemen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het burgerinitiatiefvoorstel heeft geen betrekking op een
                                onderwerp: </al><lijst><li nr="a."><al> betreffende een klacht als bedoeld in hoofdstuk 9 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van het
                                        provinciebestuur;</al></li><li nr="b."><al> betreffende een bezwaar als bedoeld in hoofdstuk 7 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van een
                                        bestuursorgaan van de provincie;</al></li><li nr="c."><al> waarover korter dan twee jaar voor de dag van indiening van
                                        het burgerinitiatiefvoorstel door de Provinciale Staten een
                                        besluit is genomen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 49</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een burgerinitiatiefvoorstel wordt schriftelijk ingediend bij de
                                voorzitter van Provinciale Staten, die dit voorstel aan de orde
                                stelt in het Presidium. Het Presidium onderzoekt of het voorstel
                                geldig is en zendt het, vergezeld van zijn advies hieromtrent, zo
                                spoedig mogelijk aan Provinciale Staten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het burgerinitiatiefvoorstel bevat ten minste: </al><lijst><li nr="a."><al> een nauwkeurige omschrijving van een door Provinciale
                                        Staten te nemen beslissing;</al></li><li nr="b."><al> een toelichting op het voorstel en de daaraan ten grondslag
                                        liggende motieven;</al></li><li nr="c."><al> de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en
                                        de handtekening van de initiatiefgerechtigde;</al></li><li nr=""><al>en gaat vergezeld van een lijst met de achternamen, de
                                        eerste voornamen, de adressen, de geboortedata en de
                                        handtekeningen van de ondersteuners.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Voor het indienen van het voorstel wordt gebruik gemaakt van het in
                                bijlage 1 van de toelichting van dit reglement opgenomen model.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Voor de lijst, bedoeld in het tweede lid, wordt gebruik gemaakt van
                                het in bijlage 2 van de toelichting van dit reglement opgenomen
                                model.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 50</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Provinciale Staten stellen in de eerstvolgende vergadering na de
                                dag van ontvangst van het burgerinitiatiefvoorstel vast of het een
                                geldig voorstel, als bedoeld in artikel 47, betreft. Indien de
                                eerstvolgende vergadering plaatsvindt binnen twee weken na de dag
                                van ontvangst van het voorstel, vindt deze vaststelling plaats in de
                                daarop volgende vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien Provinciale Staten vaststellen dat het
                                burgerinitiatiefvoorstel niet voldoet aan het gestelde in artikel 48
                                eerste lid, dan sturen zij het door naar Gedeputeerde Staten of de
                                commissaris van de Koningin, indien het onderwerp dat in het
                                voorstel is opgenomen tot de bevoegdheid van één van deze
                                bestuursorganen behoort.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien Provinciale Staten vaststellen, dat het voorstel voldoet aan
                                artikelen 47, 48 en 49, dan wordt het voorstel geagendeerd
                                overeenkomstig artikel 17 voor de eerstvolgende vergadering.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Van elk besluit, dat Provinciale Staten op grond van dit artikel
                                omtrent het burgerinitiatiefvoorstel nemen, wordt door de voorzitter
                                van Provinciale Staten in ieder geval mededeling gedaan aan de
                                initiatiefgerechtigde.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 51</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De voorzitter nodigt de initiatiefgerechtigde schriftelijk uit voor
                                de vergadering, waarin het burgerinitiatiefvoorstel is
                                geagendeerd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De initiatiefgerechtigde wordt in de gelegenheid gesteld om het
                                burgerinitiatiefvoorstel tijdens de vergadering van Provinciale
                                Staten mondeling nader toe te lichten, onmiddellijk voorafgaande aan
                                de behandeling van het voorstel. De leden worden daarna in de
                                gelegenheid gesteld om vragen aan de initiatiefgerechtigde te
                                stellen. De voorzitter vraagt vervolgens of de initiatiefgerechtigde
                                gebruik wenst te maken van de mogelijkheid om te reageren op de
                                behandeling van het voorstel na afsluiting van de eerste termijn.
                                Indien de initiatiefgerechtigde daartoe de wens te kennen geeft,
                                stelt de voorzitter hem in de gelegenheid om van deze mogelijkheid
                                gebruik te maken. De initiatiefgerechtigde neemt niet deel aan de
                                beraadslaging over het voorstel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6. AMBTELIJKE BIJSTAND</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 52 Verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een statenlid wendt zich tot de griffier, de secretaris of een
                                ambtenaar met een verzoek om informatie als bedoeld in artikel
                                1.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                                informatie, stelt hij de secretaris daarvan in kennis. De secretaris
                                beslist of de informatie wordt verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een statenlid wendt zich tot de griffier met een verzoek om
                                bijstand als bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De bijstand wordt verleend door de griffier of een medewerker van
                                de griffie. Indien de gevraagde bijstand niet door de griffier of
                                een medewerker van de griffie kan worden verleend, verzoekt de
                                griffier de secretaris, één of meer ambtenaren aan te wijzen die de
                                bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 53 Beoordeling verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een ambtenaar verleent bijstand tenzij: </al><lijst><li nr="a."><al> het statenlid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de
                                        bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van
                                        Provinciale Staten;</al></li><li nr="b."><al> dit het belang van de provincie Groningen kan schaden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De secretaris beoordeelt of bijstand op grond van het eerste lid
                                wordt geweigerd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd,
                                deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en
                                aan het statenlid dat het verzoek heeft ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 54 Beslissing commissaris van de Koningin</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Indien het verzoek om informatie van of bijstand door een ambtenaar
                                door de secretaris wordt geweigerd, kan de griffier of het betrokken
                                statenlid het verzoek voorleggen aan de commissaris van de Koningin.
                                De commissaris van de Koningin beslist zo spoedig mogelijk op het
                                verzoek.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien een statenlid niet tevreden is over de verleende bijstand
                                door de ambtenaar, doet hij of de griffier hiervan mededeling aan de
                                secretaris.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                                partijen bevredigende oplossing, leggen zij de zaak voor aan de
                                commissaris van de Koningin. De commissaris van de Koningin beslist
                                zo spoedig mogelijk over de zaak.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De commissaris van de Koningin kan besluiten de zaak voor te leggen
                                aan Gedeputeerde Staten, alvorens te beslissen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 7. COMMISSIES</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 7.1 Commissie van advies</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 55 Taken</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een commissie heeft een adviserende taak.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Zij brengt onder meer advies uit aan Provinciale Staten over
                                    alle op haar werkterrein liggende voorstellen, nota's en andere
                                    stukken, waaronder voorstellen die door Provinciale Staten aan
                                    haar zijn voorgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 56 Taken met betrekking tot financieel beleid</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Een door Provinciale Staten aan te wijzen statencommissie heeft
                                    tot taak het door of namens Gedeputeerde Staten gevoerde
                                    financieel beheer en beleid, de jaarrekening en het verslag
                                    gevoerd beleid te onderzoeken en periodiek overleg te voeren met
                                    de accountant.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het in het eerste lid bedoelde onderzoek betreft de
                                    rechtmatigheid en doelmatigheid van de administratie en van het
                                    gevoerde beheer.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Bij het bedoelde onderzoek betrekt de commissie het terzake van
                                    de ontwerp-rekening uitgebrachte accountantsrapport.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 57 Leden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De voorzitter van Provinciale Staten benoemt de leden van de
                                    commissie, statenlid zijnde, op voordracht van de
                                    fractievoorzitters.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De fractievoorzitters maken de in het eerste lid bedoelde
                                    voordracht zodanig op, dat het aantal leden van elke fractie
                                    zoveel mogelijk gelijkelijk is verdeeld over alle
                                    commissies.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Fracties die minder leden tellen dan tweemaal het aantal
                                    commissies, dat op voordracht van het Presidium door Provinciale
                                    Staten is ingesteld, kunnen met maximaal twee leden in elke
                                    commissie worden vertegenwoordigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 58 Burgercommissieleden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al> Tot lid van een commissie kunnen tevens worden benoemd
                                        degenen die bij de laatstgehouden verkiezingen voor de leden
                                        van Provinciale Staten als kandidaat op de kieslijst van de
                                        betreffende partij zijn vermeld en voldoen aan de
                                        voorwaarden voor het lidmaatschap van Provinciale Staten,
                                        bedoeld in de artikelen 10 en 13 van de Provinciewet. Deze
                                        leden worden burgercommissieleden genoemd.</al></li><li nr="2."><al> De twee eerstvolgende kandidaten op de kieslijst, die niet
                                        zijn benoemd tot lid van Provinciale Staten, kunnen als
                                        burgercommissielid worden benoemd. Hiervan kan slechts
                                        gemotiveerd worden afgeweken.</al></li><li nr="3."><al> Per fractie kunnen maximaal twee burgercommissieleden voor
                                        elk één commissie worden benoemd, óf één burgercommissielid
                                        voor twee commissies worden benoemd.</al></li><li nr="4."><al> Bij een verzoek tot benoeming worden schriftelijke stukken
                                        overlegd waaruit blijkt dat aan de in het eerste lid
                                        gestelde voorwaarden wordt voldaan.</al></li><li nr="5."><al> Het burgercommissielid wordt benoemd door de voorzitter van
                                        Provinciale Staten op voordracht van de
                                        fractievoorzitter.</al></li><li nr="6."><al> De voorzitter van Provinciale Staten benoemt na advies van
                                        de fractievoorzitters te hebben ingewonnen. Het advies bevat
                                        het verslag van het onderzoek door een commissie van drie
                                        fractievoorzitters naar de geloofsbrieven van de
                                        voorgedragene.</al></li><li nr="7."><al> Na zijn benoeming doch voor het begin van zijn
                                        werkzaamheden zendt het burgercommissielid een verklaring in
                                        luidende als volgt:</al></li></lijst><al>"Ondergetekende .….(volgt naam, adres en woonplaats) verklaart dat
                                hij/zij om tot lid van de commissie te worden benoemd, rechtstreeks
                                noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige
                                gift of gunst heeft gegeven of beloofd, dat hij/zij rechtstreeks
                                noch middellijk enig geschenk of enige belofte heeft aangenomen of
                                zal aannemen om iets te doen of te laten als burgercommissielid en
                                dat hij/zij zijn/haar verplichtingen als burgercommissielid naar eer
                                en geweten zal vervullen.", gevolgd door de datum en de handtekening
                                van het burgercommissielid. </al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 59</titel></kop><al>Ten aanzien van een burgercommissielid zijn de artikelen 11 en 15
                                van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 60 Voorzitter / Plaatsvervangend voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De leden van de commissie kiezen uit hun midden een
                                    commissievoorzitter en een plaatsvervangend
                                    commissievoorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Een burgercommissielid kan geen commissievoorzitter of
                                    plaatsvervangend commissievoorzitter zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 61</titel></kop><al>De commissie wordt bijgestaan door een door de griffier aan te
                                wijzen ambtenaar van de griffie.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 62 Einde lidmaatschap</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het lidmaatschap van een lid van een commissie, statenlid
                                    zijnde, eindigt op het moment, dat: </al><lijst><li nr="a."><al> het betrokken lid ophoudt lid te zijn van Provinciale
                                            Staten;</al></li><li nr="b."><al> het betrokken lid wordt benoemd in een andere
                                            commissie, behalve in het geval het lid behoort tot een
                                            fractie als bedoeld in artikel 57, derde lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In het onder a van het eerste lid bedoelde geval neemt degene,
                                    die in de opengevallen plaats als lid wordt toegelaten, in de
                                    commissie de plaats in van degene die heeft opgehouden lid te
                                    zijn van Provinciale Staten, tenzij de voorzitter van de
                                    desbetreffende fractie een ander voordraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 63</titel></kop><al>Het lidmaatschap van een burgercommissielid eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al> indien het burgercommissielid ontslag neemt;</al></li><li nr="b."><al> door verlening van ontslag door de voorzitter van
                                        Provinciale Staten;</al></li><li nr="c."><al> indien het burgercommissielid wordt toegelaten als lid van
                                        Provinciale Staten;</al></li><li nr="d."><al> met ingang van de vergadering van Provinciale Staten in
                                        nieuwe samenstelling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 64 Vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De commissie vergadert: </al><lijst><li nr="a."><al> volgens een door Provinciale Staten op voorstel van het
                                            Presidium vast te stellen vergaderschema:</al></li><li nr="b."><al> indien de commissievoorzitter het nodig oordeelt;</al></li><li nr="c."><al> indien ten minste vijf leden het verlangen en het onder
                                            opgaaf van redenen aan de commissievoorzitter kenbaar
                                            maken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De commissievoorzitter</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 65</titel></kop><al>De commissievoorzitter kan, in overleg met de commissie, de
                                spreektijd regelen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 66 Plaatsvervanging</titel></kop><al>Een commissielid kan zich voor een bepaalde vergadering van de
                                commissie laten vervangen door een door hem aan te wijzen statenlid
                                of burgercommissielid. Hij meldt dit aan de
                                commissievoorzitter.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 67 Gedeputeerde Staten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Gedeputeerde Staten worden jaarlijks uitgenodigd om in elke
                                    vergadering van de statencommissie(s) aanwezig te zijn en aan de
                                    beraadslagingen deel te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De statencommissie kan anders beslissen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 68 Openbaarheid vergaderingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De vergaderingen van de commissie worden in het openbaar
                                    gehouden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De commissie kan besloten vergaderen, indien drie van de
                                    aanwezige leden of de commissievoorzitter het nodig oordelen,
                                    dat de deuren worden gesloten en de commissie vervolgens beslist
                                    dat met gesloten deuren zal worden beraadslaagd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien met gesloten deuren wordt beraadslaagd en geheimhouding
                                    omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de
                                    inhoud van de stukken die aan de leden van de commissie worden
                                    overgelegd, wordt opgelegd, worden deze stukken door de griffier
                                    op verzoek ter vertrouwelijke inzage aangeboden aan de
                                    voorzitter en leden van Provinciale Staten.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien met gesloten deuren is beraadslaagd, kan een
                                    commissielid zijn eigen inbreng openbaar maken. De geheimhouding
                                    omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de
                                    inhoud van de stukken die aan de leden van de commissie worden
                                    overlegd wordt in deze inbreng gehandhaafd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 69 Uitnodiging agenda</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De commissievoorzitter nodigt de leden van de commissie uit tot
                                    het bijwonen van de vergaderingen van de commissie. Bij de
                                    uitnodiging voegt de commissievoorzitter een voorstel voor de
                                    agenda van de te houden vergadering. Aan het begin van de
                                    vergadering stelt de commissie de agenda voor de vergadering
                                    vast.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De leden van de commissie kunnen voorstellen vreemd aan de orde
                                    van de dag ter agendering voorleggen aan de commissie. Artikel
                                    39 is van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 70 Quorum</titel></kop><al>De commissie mag slechts beraadslagen of besluiten, indien ten
                                minste de helft van het totaal aantal leden aanwezig is.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 71 Stemmingen</titel></kop><al>Ten aanzien van stemmingen zijn de artikelen 27 tot en met 32 van de
                                Provinciewet van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 72 Bevoegdheden statencommissies</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Voor een goede vervulling van haar taken is een commissie in
                                    ieder geval bevoegd binnen het kader van haar taak: </al><lijst><li nr="a."><al> zich tot Gedeputeerde Staten, een lid van Gedeputeerde
                                            Staten of de commissaris van de Koningin te wenden ter
                                            verkrijging van alle stukken waarvan zij kennisneming
                                            nodig acht;</al></li><li nr="b."><al> mondeling en schriftelijk in overleg te treden met
                                            Gedeputeerde Staten, een lid van Gedeputeerde Staten of
                                            de commissaris van de Koningin;</al></li><li nr="c."><al> tot het houden van uitgangspuntendebatten;</al></li><li nr="d."><al> tot het houden van hoorzittingen;</al></li><li nr="e."><al> een commissie ad hoc in te stellen;</al></li><li nr="f."><al> ambtelijke en niet-ambtelijke deskundigen en bij een
                                            bepaalde aangelegenheid belanghebbende of een zich
                                            betrokken voelende burger te horen;</al></li><li nr="g."><al> een externe deskundige in te schakelen;</al></li><li nr="h."><al> tot het instellen van een licht kortdurend onderzoek
                                            naar daarvoor naar haar mening in aanmerking komende
                                            onderwerpen;</al></li><li nr="i."><al> tot het in behandeling nemen van moties en
                                            amendementen;</al></li><li nr="j."><al> tot het afleggen van werkbezoeken;</al></li><li nr="k."><al> tot het houden van ronde tafelgesprekken en
                                            themabijeenkomsten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In het geval, bedoeld in het eerste lid onder h, stelt de
                                    commissie Provinciale Staten en haar voorzitter onverwijld van
                                    dit besluit op de hoogte. Rapportage over de resultaten van het
                                    onderzoek vindt plaats overeenkomstig artikel 82, eerste en
                                    tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 73 Spreekrechtregeling niet-commissieleden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Belangstellenden kunnen zich tot de commissievoorzitter richten
                                    met het verzoek om de commissie te mogen toespreken over een van
                                    de onderwerpen die als te bespreken stukken op de agenda voor
                                    een vergadering staan.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Het woord kan niet worden gevoerd over: </al><lijst><li nr="a."><al> benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen van
                                            personen;</al></li><li nr="b."><al> een gedraging waarover een klacht als bedoeld in
                                            artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon
                                            worden ingediend;</al></li><li nr="c."><al> over een besluit waartegen bezwaar of beroep bij de
                                            rechter openstaat of heeft opengestaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De maximale tijd voor het toespreken van de commissie, bedoeld
                                    in het eerste lid, is dertig minuten. De commissievoorzitter kan
                                    in bijzondere gevallen een langere duur toestaan.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De spreektijd wordt verdeeld over de belangstellenden die zich
                                    als voorzien in het eerste lid hebben gemeld met dien verstande,
                                    dat een belangstellende maximaal vijf minuten spreektijd
                                    krijgt.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De spreektijd voor belangstellenden gaat vooraf aan de
                                    behandeling van het onderwerp waarover de belangstellende of
                                    belangstellenden de commissie wil toespreken.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 74</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Belangstellenden als bedoeld in artikel 73 worden door de
                                    commissievoorzitter in de gelegenheid gesteld om hun zienswijzen
                                    mondeling ten overstaan van de commissie naar voren te brengen.
                                    De leden van de commissie worden daarna in de gelegenheid
                                    gesteld om vragen tot de belangstellende te richten. Daarbij
                                    gaan de leden niet in discussie met de belangstellende.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De commissievoorzitter vraagt vervolgens of de belangstellende
                                    die zijn zienswijze heeft uitgebracht, gebruik wenst te maken
                                    van de mogelijkheid om te reageren op de beraadslagingen van de
                                    commissie over het agendapunt na afsluiting van de eerste
                                    termijn.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien de belangstellende daartoe de wens te kennen geeft,
                                    stelt de commissievoorzitter hem in de gelegenheid om van deze
                                    mogelijkheid gebruik te maken. De alsdan aan de belangstellende
                                    gegeven spreektijd is maximaal twee minuten. De leden van de
                                    commissie nemen de nadere zienswijze van de belangstellende voor
                                    kennisgeving aan zonder verdere mogelijkheid tot het stellen van
                                    vragen aan of tot gedachtewisseling met de belangstellende.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 75 Verslag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Van het verhandelde in een vergadering van de commissie wordt
                                    een verslag gemaakt, dat wordt toegezonden aan de voorzitter en
                                    leden van Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten, eventuele
                                    plaatsvervangend commissieleden en aan de pers.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ingeval de commissie besloten heeft vergaderd wordt het verslag
                                    toegezonden aan de bij de besloten vergadering aanwezige leden
                                    en plaatsvervangend leden van de commissie, de aanwezige
                                    gedeputeerde en de voorzitter van de Provinciale Staten. Voor de
                                    overige leden van Provinciale Staten wordt het verslag door de
                                    griffier vertrouwelijk ter inzage gelegd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het in het eerste lid genoemde verslag wordt door de commissie
                                    vastgesteld in de eerste vergadering volgend op de vergadering
                                    waarop het verslag betrekking heeft.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 7.2 Commissie beleidsonderzoek</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 76 Onderzoeksopdracht commissie
                                    beleidsonderzoek</titel></kop><al>Provinciale Staten kunnen besluiten tot het verrichten van
                                beleidsonderzoeken of onderzoeken naar bijzondere
                                gebeurtenissen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 77 Aanvang werkzaamheden commissie
                                    beleidsonderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De commissie vangt haar werkzaamheden aan nadat Provinciale
                                    Staten hebben besloten tot het onderzoek, genoemd in artikel
                                    76.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De commissie heeft een adviserende en onderzoekstaak ten
                                    behoeve van Provinciale Staten.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De commissie stelt een onderzoeksopzet op en legt die ter
                                    besluitvorming voor aan Provinciale Staten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 78 Leden commissie beleidsonderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De voorzitter van Provinciale Staten benoemt de leden van de
                                    commissie op voordracht van de fractievoorzitters.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De fractievoorzitters dragen ten behoeve van de in het eerste
                                    lid bedoelde voordracht elk een lid van hun fractie voor het
                                    lidmaatschap van de commissie voor.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 79 Einde lidmaatschap commissie
                                    beleidsonderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het lidmaatschap van de commissie eindigt op het moment dat het
                                    betrokken lid ophoudt lid te zijn van Provinciale Staten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In het in het eerste lid genoemde geval neemt degene die in de
                                    opengevallen plaats als lid wordt toegelaten in de commissie de
                                    plaats in van degene die heeft opgehouden lid te zijn van
                                    Provinciale Staten, tenzij de voorzitter van de desbetreffende
                                    fractie een ander voordraagt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een commissielid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij geeft
                                    daarvan schriftelijk kennis aan de voorzitter van Provinciale
                                    Staten.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Het lidmaatschap eindigt op het moment dat Provinciale Staten
                                    hebben besloten over de door de commissie uitgebrachte
                                    rapportage.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 80 Voorzitter en plaatsvervangend voorzitter
                                    commissie beleidsonderzoek</titel></kop><al>De leden van de commissie kiezen uit hun midden een voorzitter en
                                een plaatsvervangend commissievoorzitter.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 81 Bevoegdheden commissie beleidsonderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De commissie is bevoegd tot het opvragen en inzien van alle
                                    schriftelijke informatie die zij voor haar onderzoek nodig
                                    acht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten stellen de stukken waarvan de commissie
                                    meent dat zij die voor haar onderzoek nodig heeft, aan de
                                    commissie ter beschikking.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De commissie kan binnen het kader van haar taak inlichtingen
                                    vragen aan Gedeputeerde Staten, een lid van dit college, de
                                    commissaris van de Koningin, ambtelijke en niet ambtelijke
                                    deskundigen en bij de aangelegenheid belanghebbende of betrokken
                                    burgers.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De commissie kan de in het derde lid genoemden uitnodigen tot
                                    het bijwonen van de vergadering van de commissie voor het
                                    verstrekken van inlichtingen of adviezen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> Gedeputeerde Staten, een lid van dit college, de commissaris
                                    van de Koningin en de ambtenaren in dienst van de provincie zijn
                                    verplicht gevolg te geven aan genoemde uitnodiging.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al> De commissie kan aan derden opdracht geven tot het doen van
                                    onderzoeken die zij voor de uitoefening van haar taak nodig
                                    acht.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al> De commissie kan binnen het kader van haar taak een commissie
                                    ad hoc instellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 82 Rapportage commissie beleidsonderzoek</titel></kop><lid><lidnr>2</lidnr><al> De commissie legt dit rapport voor aan Provinciale Staten en
                                    voegt daarbij een ontwerp-besluit, waarin zij de naar haar
                                    oordeel door Provinciale Staten te nemen besluiten
                                    verwoordt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De commissie zendt een afschrift van het in het eerste lid
                                    genoemde rapport aan Gedeputeerde Staten.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Gedeputeerde Staten kunnen op het rapport van de commissie
                                    reageren en hun standpunt toevoegen aan de bevindingen en
                                    voorstellen van de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 83 Toelichting in vergadering Provinciale
                                    Staten</titel></kop><al>Een of meerdere daartoe door de commissie aangewezen leden kunnen in
                                de vergadering van Provinciale Staten voorstellen of adviezen van de
                                commissie toelichten.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 84 Ambtelijke ondersteuning commissie
                                    beleidsonderzoek</titel></kop><al>De griffier draagt zorg voor voldoende ambtelijke
                                ondersteuning.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 85 Vergaderingen commissie beleidsonderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De commissie vergadert: </al><lijst><li nr="a."><al> indien de commissievoorzitter het nodig oordeelt;</al></li><li nr="b."><al> indien ten minste drie leden het verlangen daartoe
                                            onder opgaaf van redenen aan de in artikel 80 bedoelde
                                            commissievoorzitter kenbaar maken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De commissievoorzitter stelt dag, uur en plaats van de
                                    vergadering vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 86 Plaatsvervanging in commissie
                                    beleidsonderzoek</titel></kop><al>Een commissielid kan zich voor een bepaalde vergadering van de
                                commissie laten vervangen door een door hem aan te wijzen statenlid.
                                Hij meldt dit aan de commissievoorzitter.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 87 Openbaarheid van vergaderingen commissie
                                    beleidsonderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De vergaderingen van de commissie zijn openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De commissie kan besloten vergaderen indien drie van de
                                    aanwezige leden of de commissievoorzitter het nodig oordelen,
                                    dat de deuren worden gesloten en de commissie vervolgens beslist
                                    dat met gesloten deuren zal worden beraadslaagd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien met gesloten deuren wordt beraadslaagd en geheimhouding
                                    omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de
                                    inhoud van de stukken die aan de leden van de commissie worden
                                    overgelegd, wordt opgelegd, worden deze stukken door de griffier
                                    op verzoek vertrouwelijk ter inzage aangeboden aan de voorzitter
                                    en leden van Provinciale Staten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 88 Uitnodiging agenda commissie
                                    beleidsonderzoek</titel></kop><al>Van de uitnodiging van openbare vergaderingen van de commissie en
                                van de daarin te behandelen onderwerpen wordt mededeling gedaan aan
                                Gedeputeerde Staten, aan de leden van Provinciale Staten en aan de
                                pers.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 89 Quorum commissie beleidsonderzoek</titel></kop><al>De commissie kan slechts beraadslagen of besluiten, indien ten
                                minste de helft van het totaal aantal leden aanwezig is.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 90 Stemmingen in commissie beleidsonderzoek</titel></kop><al>Ten aanzien van stemmingen zijn de artikelen 27 tot en met 32 van de
                                Provinciewet van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 91 Verslag commissie beleidsonderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Van het verhandelde in een vergadering van de commissie wordt
                                    een verslag gemaakt, dat wordt toegezonden aan de leden en
                                    voorzitter van Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en aan de
                                    pers.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ingeval de commissie besloten heeft vergaderd wordt het verslag
                                    toegezonden aan de bij de besloten vergadering aanwezige leden
                                    en plaatsvervangend leden van de commissie en aan de voorzitter
                                    van Provinciale Staten. Aan de overige leden van Provinciale
                                    Staten wordt het verslag door de griffier op verzoek
                                    vertrouwelijk ter inzage aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het in het eerste lid genoemde verslag wordt door de commissie
                                    vastgesteld in de eerste vergadering volgend op de vergadering
                                    waarop het verslag betrekking heeft.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Paragraaf 7.3 Commissie grote projecten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 92 Aanwijzen grote projecten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Provinciale Staten kunnen besluiten tot aanwijzing van een
                                    groot project indien zij van mening zijn dat haar controlerende
                                    taak vereist dat meer toegesneden informatie, periodiek te
                                    verstrekken, noodzakelijk is, beargumenteerd op basis van de
                                    volgende overwegingen: </al><lijst><li nr="a."><al> er is sprake van een niet routinematige, grootschalige
                                            en in de tijd begrensde activiteit;</al></li><li nr="b."><al> de provincie draagt alleen of in belangrijke mate de
                                            verantwoordelijkheid voor het project;</al></li><li nr="c."><al> er zijn substantiële financiële gevolgen of
                                            aanmerkelijke uitvoeringsrisico's aan het project
                                            verbonden;</al></li><li nr="d."><al> er zijn belangrijke gevolgen voor de Groninger
                                            samenleving of de provinciale organisatie aan
                                            verbonden;</al></li><li nr="e."><al> er is sprake van toepassing van nieuwe technologieën of
                                            financieringsconstructies;</al></li><li nr="f."><al> er is sprake van een in organisatorisch opzicht complex
                                            besturings- en uitvoeringsproces.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Voordat Provinciale Staten een groot project aanwijzen vraagt
                                    zij advies aan de commissie grote projecten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 93 Leden commissie grote projecten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De voorzitter van Provinciale Staten benoemt de leden van de
                                    commissie op voordracht van de fractievoorzitters.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De fractievoorzitters dragen ten behoeve van de in het eerste
                                    lid bedoelde voordracht elk een lid van hun fractie voor het
                                    lidmaatschap van de commissie voor.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 94 Einde lidmaatschap commissie grote
                                    projecten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Het lidmaatschap van de commissie eindigt op het moment dat het
                                    betrokken lid ophoudt lid te zijn van Provinciale Staten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> In het in het eerste lid genoemde geval neemt degene die in de
                                    opengevallen plaats als lid wordt toegelaten in de commissie de
                                    plaats in van degene die heeft opgehouden lid te zijn van
                                    Provinciale Staten, tenzij de voorzitter van de desbetreffende
                                    fractie een ander voordraagt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Een commissielid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij geeft
                                    daarvan schriftelijk kennis aan de voorzitter van Provinciale
                                    Staten.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 95 Voorzitter en plaatsvervangend voorzitter
                                    commissie grote projecten</titel></kop><al>De leden van de commissie kiezen uit hun midden een
                                commissievoorzitter en een plaatsvervangend
                                commissievoorzitter.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 96 Taken van de commissie grote projecten</titel></kop><al>De commissie adviseert Provinciale Staten over onder andere:</al><lijst><li nr="a. "><al>kaderstelling en go/no go-besluit van een groot project
                                        (doelen, scope, tijd, geld en risico's);</al></li><li nr="b."><al> voortgangs- en eindrapportages van een groot project
                                        (doelen, scope, tijd, geld en risico's).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 97 Bevoegdheden commissie grote projecten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De commissie is bevoegd tot het opvragen en inzien van alle
                                    schriftelijke informatie die zij voor haar taak nodig acht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Gedeputeerde Staten stellen de stukken waarvan de commissie
                                    meent dat zij die voor haar advisering nodig heeft, aan de
                                    commissie ter beschikking.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> De commissie kan binnen het kader van haar taak inlichtingen
                                    vragen aan Gedeputeerde Staten, een lid van dit college, de
                                    commissaris van de Koningin, niet ambtelijke deskundigen en bij
                                    de aangelegenheid belanghebbende of betrokken burgers.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> De commissie kan de in het derde lid genoemden uitnodigen tot
                                    het bijwonen van de vergadering van de commissie voor het
                                    verstrekken van inlichtingen of adviezen.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al> De commissie kan aan derden opdracht geven tot het doen van
                                    onderzoeken of het uitbrengen van adviezen die zij voor de
                                    uitoefening van haar taak nodig acht.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 98 Ambtelijke ondersteuning commissie grote
                                    projecten</titel></kop><al>De griffier draagt zorg voor voldoende ambtelijke
                                ondersteuning.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 99 Vergaderingen commissie grote projecten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De commissie vergadert: </al><lijst><li nr="a."><al>indien de commissievoorzitter het nodig
                                            oordeelt;</al></li><li nr="b."><al>indien ten minste drie leden het verlangen daartoe
                                            onder opgaaf van redenen aan de in artikel 95 bedoelde
                                            commissievoorzitter kenbaar maken.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 100 Plaatsvervanging in commissie grote
                                    projecten</titel></kop><al>Een commissielid kan zich voor een bepaalde vergadering van de
                                commissie laten vervangen door een door hem aan te wijzen statenlid.
                                Hij meldt dit aan de commissievoorzitter.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 101 Openbaarheid van vergaderingen commissie grote
                                    projecten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> De vergaderingen van de commissie worden in het openbaar
                                    gehouden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> De commissie kan besloten vergaderen indien drie van de
                                    aanwezige leden of de commissievoorzitter het nodig oordelen,
                                    dat de deuren worden gesloten en de commissie vervolgens beslist
                                    dat met gesloten deuren zal worden beraadslaagd.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien met gesloten deuren wordt beraadslaagd en geheimhouding
                                    omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de
                                    inhoud van de stukken die aan de leden van de commissie worden
                                    overgelegd, wordt opgelegd, worden deze stukken door de griffier
                                    op verzoek vertrouwelijk ter inzage aangeboden aan de voorzitter
                                    en leden van Provinciale Staten.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Indien met gesloten deuren is beraadslaagd, kan een
                                    commissielid zijn eigen inbreng openbaar maken. De geheimhouding
                                    omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de
                                    inhoud van de stukken die aan de leden van de commissie worden
                                    overlegd wordt in deze inbreng gehandhaafd.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 102 Uitnodiging agenda commissie grote
                                    projecten</titel></kop><al>Van de uitnodiging van openbare vergaderingen van de commissie en
                                van de daarin te behandelen onderwerpen wordt mededeling gedaan aan
                                Gedeputeerde Staten, aan de leden van Provinciale Staten en aan de
                                pers.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 103 Quorum commissie grote projecten</titel></kop><al>De commissie kan slechts besluiten, indien ten minste de helft van
                                het totaal aantal leden aanwezig is.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 104 Stemmingen in commissie grote projecten</titel></kop><al>Ten aanzien van stemmingen zijn de artikelen 27 tot en met 32 van de
                                Provinciewet van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 105 Verslag commissie grote projecten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Van het verhandelde in een vergadering van de commissie wordt
                                    een beknopt verslag gemaakt, dat wordt toegezonden aan de leden
                                    en voorzitter van Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en aan
                                    de pers.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Ingeval de commissie besloten heeft vergaderd wordt het verslag
                                    toegezonden aan de bij de besloten vergadering aanwezige leden
                                    en plaatsvervangend leden van de commissie en aan de voorzitter
                                    van Provinciale Staten. Aan de overige leden van Provinciale
                                    Staten wordt het verslag door de griffier op verzoek
                                    vertrouwelijk ter inzage aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Het in het eerste lid bedoelde verslag wordt door de commissie
                                    vastgesteld in de eerste vergadering volgend op de vergadering
                                    waarop het verslag betrekking heeft.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 8. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 106 Hardheidsclausule</titel></kop><al>Ingeval van twijfel over de toepassing of de uitleg van enige bepaling
                            van dit reglement, alsmede in gevallen waarin dit reglement niet
                            voorziet, raadpleegt de voorzitter Provinciale Staten, die een
                            beslissing nemen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 107 Afwijken</titel></kop><al>Provinciale Staten kunnen te allen tijde besluiten van de bepalingen van
                            dit reglement af te wijken, indien geen van de leden zich daartegen
                            verzet en indien de afwijking niet in strijd is met de wet.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 108 Citeerartikel</titel></kop><al>Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde PS provincie
                            Groningen. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Groningen,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Griffier</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>