<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR245216_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening eenmalig rioolaansluitrecht 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ooststellingwerf</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ooststellingwerf</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwe Ooststellingwerver, 19-12-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening eenmalig rioolaansluitrecht 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=229">Gemeentewet, art. 229</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raad, 18-12-2012, no. C.10</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de 'Verordening eenmalig rioolaansluitrecht 2012' .</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-37106</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-37107</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-37108</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening eenmalig rioolaansluitrecht 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Ooststellingwerf;</al><al/><al>nr. C.10</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 6 november
                        2012;</al><al/><al>gelet op Gemeentewet artikel 229; </al><al/><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al/><al>vast te stellen de</al><al/><al><vet>VERORDENING EENMALIG RIOOLAANSLUITRECHT 2013</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt:</al><lijst><li nr="a)"><al>onder <vet>gemeentelijke riolering</vet> mede het voor de openbare
                                dienst bestemde gemeentewater begrepen;</al></li><li nr="b)"><al>onder <vet>eigendom </vet>verstaan een roerende of onroerende
                                zaak;</al></li><li nr="c)"><al>onder <vet>aansluiting van een eigendom</vet> verstaan het leggen
                                door de gemeente van een buisleiding van het in de openbare weg
                                aanwezige afvoerstelsel tot aan het eigendom ten behoeve waarvan de
                                aansluiting geschiedt, ertoe dienende om voor dat eigendom een
                                directe of indirecte lozing op de gemeentelijke riolering mogelijk
                                te maken;</al></li><li nr="d)"><al>onder <vet>gemeentelijk bouwterrein</vet> verstaan een bouwterrein
                                dat door de gemeente bouwrijp is gemaakt en door de gemeente is
                                verkocht;</al></li><li nr="e)"><al>onder <vet>open verharding</vet> wordt verstaan verhardingen
                                bestaande uit elementen. (bijv. bestratingen), puinverhardingen of
                                zandverhardingen;</al></li><li nr="f)"><al>onder <vet>gesloten verharding</vet> wordt verstaan verhardingen
                                bestaande uit asfalt of beton.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam eenmalig rioolaansluitrecht wordt een recht geheven ter zake
                        van het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten in verband
                        met het tot stand brengen van een directe of indirecte aansluiting van een
                        eigendom op de gemeentelijke riolering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Het recht wordt geheven van de aanvrager van de dienst dan wel van degene
                        voor wie de dienst wordt verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Maatstaf van heffing en tarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht bedoeld in artikel 2 bedraagt voor een nieuw te bouwen
                            eigendom op een bouwterrein, dat een gemeentelijk bouwterrein is €
                            0,=.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het recht bedoeld in artikel 2 bedraagt voor een nieuw te bouwen
                            eigendom op een bouwterrein, dat geen gemeentelijk bouwterrein is of een
                            bestaand eigendom, dat aangesloten moet worden op de gemeentelijke
                            vrijvervalriolering, welke zich onder een open verharding bevindt, met
                            een aansluiting tot 1 strekkende meter: € 350,=. Voor elke strekkende
                            meter boven deze aansluitlengte wordt het recht vermeerderd met €
                            84,=.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het recht bedoeld in artikel 2 bedraagt voor een nieuw te bouwen
                            eigendom op een bouwterrein, dat geen gemeentelijk bouwterrein is of een
                            bestaande eigendom, dat aangesloten moet worden op de gemeentelijke
                            vrijvervalriolering, welke zich onder een gesloten verharding bevindt,
                            met een aansluiting tot 1 strekkende meter: € 430,=. Voor elke
                            strekkende meter boven deze aansluitlengte wordt het recht vermeerderd
                            met € 165,=</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het recht bedoeld in artikel 2 bedraagt, in het geval van een nieuwe
                            aansluiting op een drukrioleringssysteem in het buitengebeid: € 2.436,=.
                            Wanneer de totale kosten van de aansluiting hoger zijn dan het
                            provinciaal drempelbedrag voor ontheffing van de zorgplicht, dan wordt
                            het bedrag van € 2.436,= vermeerderd met het verschil tussen de totale
                            kosten en het drempelbedrag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het recht bedoeld in artikel 2 bedraagt, in het geval de situatie
                            omschreven in artikel 4 lid 1, 2, 3 en 4 niet van toepassing zijn, het
                            voorafgaand aan de dienstverlening aan de belastingplichtige meegedeelde
                            bedrag, dat blijkt uit een prijsopgave die terzake door of vanwege het
                            College van Burgemeester en Wethouders is opgesteld. Nadat de
                            prijsopgave is uitgebracht, vangt de dienstverlening aan nadat de
                            aanvrager bericht heeft gedaan dat de aansluiting op eigen perceel
                            gereed is. De prijsopgave heeft een geldigheidsduur van 3 maanden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>Het recht wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke
                        kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota
                        of ander schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of
                        uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige
                        bekend gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><al>Het recht is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanslag moet worden betaald in 1 termijn, welke vervalt op de laatste
                            dag van de maand volgend op de maand vermeld in de dagtekening van het
                            aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van het recht wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Nadere regels door het College van Burgemeester en Wethouders</titel></kop><al>Het College van Burgemeester en Wethouders kan nadere regels geven voor de
                        heffing en invordering van het eenmalig rioolaansluitrecht</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De 'Verordening eenmalig rioolaansluitrecht 2012' vastgesteld op 13 december
                        2011 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is gelijk met de inwerkingtreding
                                van deze verordening</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening eenmalig
                                rioolaansluitrecht 2013' .</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Besloten in de openbare vergadering van 18 december 2012.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>, griffier. , voorzitter.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>Tarief asfalt</nr><titel/></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Ooststellingwerf/i162307.pdf">Tarief asfalt</extref></al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>Tarief klinkers</nr><titel/></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Ooststellingwerf/i162308.pdf">tarief klinkers</extref></al><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>Aanvraagformulier</nr><titel/></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Ooststellingwerf/i162309.pdf">aanvraagformulier</extref></al></bijlage><nota-toelichting><kop><label>AlgemeneToelichting</label><nr/></kop><al><vet>1. Algemene Toelichting</vet></al><al/><al>De Verordening eenmalig rioolaansluitrecht 2013 is een belastingverordening.
                    Zoals alle belastingen moeten gemeentelijke belastingen een wettelijke basis
                    hebben. Het rioolaansluitrecht is gebaseerd op artikel 229 van de Gemeentewet.
                    In artikel 229, eerste lid aanhef en onderdeel b van de Gemeentewet staat:</al><lijst><li nr="1."><al><cursief>Rechten kunnen worden geheven ter zake
                            van:</cursief></al></li><li nr=""><al><cursief>b. </cursief><cursief>het genot van door of vanwege het
                            gemeentebestuur verstrekte diensten;</cursief></al></li></lijst><al/><al>Op dit artikel is bijvoorbeeld ook de heffing van de bouw- en paspoortleges
                    gebaseerd. Om op basis van dit wetsartikel tot een werkelijke heffing te komen,
                    heeft uw gemeente een verordening nodig waarin zij de belasting nader uitwerkt.
                    Daarvoor moet zij de verordening eenmalig rioolaansluitrecht vaststellen.</al><al>De voorwaarden waaraan de gemeentelijke belastingverordening moet voldoen, staan
                    in hoofdstuk XV van de Gemeentewet. In artikel 217 staat dat de verordening
                    onder meer de volgende elementen moet bevatten:</al><lijst><li nr=""><al>Wie moet de belasting betalen (de belastingplichtige)</al></li><li nr=""><al>Waarvoor moet de belasting worden betaald (het belastbaar feit)?</al></li><li nr=""><al>Waarover moet de belasting worden betaald (de heffingsmaatstaf)?</al></li><li nr=""><al>Het tarief van de belasting.</al></li></lijst><al>Voor een heffing gebaseerd op artikel 229 van de Gemeentewet geldt nog een extra
                    voorwaarde. De geraamde heffingopbrengsten mogen niet hoger zijn dan de geraamde
                    kosten van de diensten. De rechten van artikel 229 Gemeentewet zijn dus alleen
                    bedoeld om de kosten van de betreffende dienstverlening te verhalen.</al><al/><al><vet>2. Toelichting per artikel</vet></al><al/><al><vet>Aanhef en opschrift</vet></al><al>De aanhef van een raadsbesluit verwijst naar de Gemeentewet. Hier staat het
                    artikel waarop de gemeentelijke belasting is gebaseerd. De uitdrukking 'gezien'
                    wordt gebruikt bij verwijzing naar schriftelijke externe rapporten en adviezen.
                    Dit is toegevoegd omdat in de praktijk steeds meer gemeenten extern advies
                    inwinnen voor belastinginvoering.</al><al/><al><vet>Artikel 1. Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Voor de duidelijkheid kunt u in een eerste artikel een omschrijving opnemen van
                    de in de belastingverordening voorkomende begrippen. Maar sommige begrippen
                    lenen zich minder voor een vastomlijnde omschrijving. Zo kan een definitie van
                    de gemeentelijke riolering of een (verbeterd) gescheiden stelsel door nieuwe
                    technische ontwikkelingen al snel verouderd zijn. Voor zulke begrippen kunt u
                    beter geen definitie opnemen, maar de uitleg in de praktijk volgen. Bij de
                    invoering van een nieuwe werkwijze voor de aanleg van riolering moet u de
                    begripsomschrijvingen in de verordening kritisch (laten) bekijken.</al><al/><al><vet>Artikel 2. Belastbaar feit</vet></al><al>Het belastbaar feit is de omschrijving van de activiteit waarvoor u de belasting
                    in rekening brengt. In dit geval dus realisatie van een aansluiting op de
                    gemeentelijke riolering.</al><al/><al><vet>Artikel 3. Belastingplicht</vet></al><al>Degene die de belasting moet betalen, is degene die uw gemeente vraagt de
                    riolering aan te leggen. In dit geval dus de aanvrager van de dienst. Over het
                    algemeen is dat de eigenaar van het eigendom, maar het kan ook iemand anders
                    zijn. Daarom staat in de omschrijving dat degene voor wie de gemeente de dienst
                    verleent, belastingplichtig kan zijn. Als de aannemer de aanvraag bijvoorbeeld
                    voor de particulier indient, kan de particulier zo toch de belastingplichtige
                    blijven. Dan heeft de gemeente de keuze. Hebt u de keuze tussen twee
                    belastingplichtigen, dan is het verstandig om nadere informatie bij de
                    belanghebbenden in te winnen over wie u als belastingplichtige moet zien. Hebt u
                    daarover geen uitsluitsel, dan kunt u de aanslag sturen naar degene die het
                    meeste belang heeft bij de dienst.</al><al>Een belangrijk element van een heffing gebaseerd op gemeentelijke
                    dienstverlening is dat iemand Daadwerkelijk om de dienst vraagt. Dat klinkt in
                    eerste instantie problematischer dan het in de praktijk vaak is. Natuurlijk
                    zitten veel mensen niet te wachten op een gemeentelijke belastingheffing op
                    verzoek, maar de aansluitingsverplichting dwingt in dit geval de aanvraag af
                    (paragraaf 2.3).</al><al/><al><vet>Artikel 4. Maatstaf van heffing en tarief</vet></al><al>Op grond van artikel 219, tweede lid, van de Gemeentewet kan een gemeente
                    belastingen heffen naar heffingsmaatstaven die zij in de belastingverordening
                    bepaalt. Maar het bedrag mag niet afhankelijk zijn van inkomen, winst of
                    vermogen. De gemeente mag haar belastingen namelijk niet naar draagkracht
                    heffen. Alleen het rijk mag inkomensbeleid voeren.</al><al>Het begrip 'bedrag' in artikel 219, tweede lid, duidt erop dat naast de
                    heffingsmaatstaf het tarief of de vrijstellingen niet afhankelijk mogen zijn van
                    inkomen, winst of vermogen. Behalve de beperkingen in artikel 219, tweede lid,
                    van de Gemeentewet zijn gemeenten vrij om heffingsmaatstaven op te nemen in hun
                    verordening eenmalig rioolaansluitrecht. Maar de algemene rechtsbeginselen
                    beperken deze vrijheid wel. Bij het eenmalig rioolaansluitrecht speelt vooral
                    mee dat er geen sprake is van een zuivere belastingheffing, maar van
                    kostenverhaal van gemeentelijke dienstverlening. U moet de keuze van de
                    heffingsmaatstaf en het tarief dus wel op een of andere manier rechtvaardigen
                    uit de gemaakte kosten of het profijt dat de aanvrager van de rioleringsaanleg
                    heeft. Heffingsmaatstaven op andere rechtvaardigingsgronden zijn niet bij
                    voorbaat verboden, maar hebben wel een uitdrukkelijk objectieve
                    rechtvaardigingsgrond nodig.</al><al/><al><vet>Artikel 5. Wijze van heffing</vet></al><al>Dit artikel bepaalt dat de gemeente een nota verstuurt. De gemeente neemt dus
                    het initiatief voor de heffing door een nota te sturen. Andere methoden van
                    heffing (zoals aangifte door degene die de belasting moet betalen) zijn niet
                    geschikt.</al><al/><al><vet>Artikel 6. Ontstaan van de belastingschuld</vet></al><al>Dit artikel bepaalt dat de gemeente direct na indiending van de aanvraag met het
                    kostenverhaal begint.</al><al/><al><vet>Artikel 7. Termijnen van betaling</vet></al><al>Lid 2 is opgenomen om een aantal uitzonderingen over onder meer feestdagen in de
                    algemene termijnenwet niet van toepassing te verklaren. Dit is voor
                    gemeentelijke belastingen gebruikelijk.</al><al/><al><vet>Artikel 8. Kwijtschelding</vet></al><al>In principe is kwijtschelding van deze belasting mogelijk. Maar eigenlijk is dit
                    niet redelijk. Het gaat tenslotte om het verhaal van kosten voor dienstverlening
                    op verzoek. Bovendien leidt deze belasting meestal tot waardevermeerdering van
                    het eigendom van de aanvrager.</al><al/><al><vet>Artikel 9. Nadere regels door het College van Burgemeester en
                    Wethouders</vet></al><al>Dit artikel bepaalt dat het College van Burgemeester en Wethouders uitvoering
                    technische zaken kan regelen.</al><al/><al><vet>Artikel 10 Intrekking oude verordening</vet></al><al>Met dit artikel trekt de gemeenteraad de oude verordening isn, zodat er maar één
                    geldende verordening over dit onderwerp is.</al><al/><al><vet>Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel</vet></al><al>Naast een tijdstip van inwerkingtreding moet een belastingverordening bepalen
                    vanaf wanneer u de heffing toepast (de ingangsdatum van de heffing). Deze
                    tijdstippen kunnen samenvallen. Meestal is het tijdstip van inwerkingtreding
                    afhankelijk van de datum waarop de gemeente de belastingverordening bekendmaakt.
                    Zonder bekendmaking is de verordening niet bindend (artikel 139 Gemeentewet). De
                    datum van inwerkingtreding ligt na die van de bekendmaking. De ingangsdatum van
                    de heffing moet na de datum van vaststelling van de verordening door de raad
                    liggen, anders is sprake van terugwerkende kracht. Bij invoering van een nieuwe
                    heffing is terugwerkende kracht niet mogelijk, tenzij de heffing was te
                    voorzien. De citeertitel vergemakkelijkt de verwijzing naar de verordening.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>