<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR244729_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening Montferland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Montferland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montferland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-71903.html">gmb-2016-71903</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening Montferland 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-05-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-11-14</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Artt. 1:1, 1:2, 1:3, 2:10, 2:10A, 2:11, 2:12, 2:22, 2:24, 2:25, 2:31, 3:39, 2:44A, 2:48, 2:57, 2:58, 2:59, 2:60, 2:62, 2:64, 2:65, 2:67, 2:73A, 2:78, 2:79 t/m 2:84, 3:5, 3:9, 4:1 t/m 4:3, 4:5, 4:11, 4:15, 5:2, 5:9, 5:13, 5:15, 5:16, 5:18, 5:22, 5:23, 5:33, 5:34, 6:1, 6:2 en 6:7</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>geen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Algemene plaatselijke verordening 2012</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-47677</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening Montferland 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Montferland;</al><al/><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van de
                        gemeente Montferland van 4 november 2012;</al><al/><al>Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al/><al><vet>BESLUIT: </vet></al><al/><al>Vast te stellen de:</al><al/><al><vet>RAADSBESLUIT</vet></al><al/><al><vet>Algemene Plaatselijke Verordening Montferland 2012</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al/><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld
                                    op grond van artikel 20a van</al><al> de Wegenverkeerswet 1994.</al></li><li nr="-"><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van
                                    een besluit ten aanzien van</al><al> een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet
                                    algemene</al><al> bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al
                                    verleende</al><al> omgevingsvergunning.</al></li><li nr="-"><al>bouwwerk: hetgeen in artikel 1.1, eerste lid, van de
                                    ‘Bouwverordening Montferland 2012’</al><al> daaronder wordt verstaan.</al></li><li nr="-"><al>college: het college van burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="-"><al>gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de
                                    Woningwet daaronder wordt</al><al> verstaan;</al></li><li nr="-"><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="-"><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="-"><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties daaronder wordt Verstaan (plaats die krachtens
                                    bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek. Onder
                                    openbare plaats wordt niet begrepen een gebouw of besloten
                                    plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet,
                                    bijvoorbeeld een kerkgebouw).</al><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="-"><al>recreatiegebieden Stroombroek en De Nevelhorst: de gebieden
                                    binnen de grenzen die zijn weergegeven op de kaart in bijlage 1
                                    bij deze verordening;</al></li><li nr="-"><al>weg: </al><al>hetgeen in <extref doc="1.0:v:BWBR0006622&amp;artikel=1" struct="BWB">artikel 1, eerste lid, onder b van de
                                        Wegenverkeerswet</extref> daaronder wordt verstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid beslist het bevoegde bestuursorgaan
                                op de aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste
                                lid, binnen twaalf weken na de datum van ontvangst van de
                                aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verdagen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid is <extref doc="1.0:v:BWBR0024779&amp;artikel=3.9" struct="BWB">artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht</extref> van toepassing indien beslist wordt op
                                een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde
                                lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid,
                                aanhef en onder a of artikel 4:11.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning wordt ingediend minder dan
                                twaalf weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning als
                                bedoeld in artikel 2:25 nodig heeft, kan het bevoegde bestuursorgaan
                                besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en
                                    beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen
                                    strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen
                                    in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.</al></li><li nr="2."><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                    verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na
                                    te komen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze
                            verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn; of</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>1.Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan
                                        een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al><lijst><li nr="2."><al>Degene die op een openbare plaats</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor
                                                  ongeregeldheden ontstaan of dreigen te
                                                  ontstaan;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding
                                                  geeft tot toeloop van publiek waardoor
                                                  ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
                                                  of </al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                                  samenscholing;</al><al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van
                                                  politie zijn weg te vervolgen of zich in de door
                                                  hem aangewezen richting te verwijderen.</al><al>3.Het is verboden zich te begeven naar of te
                                                  bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege </al><al>het bevoegd bestuursorgaan in het belang van
                                                  de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                                  ongeregeldheden zijn afgezet.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in
                                                het derde lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van
                                                toepassing op betogingen, vergaderingen en </al><al>godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten
                                                als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de
                                                Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve </al><al>beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                                toepassing.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                        betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als
                                        bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare
                                        manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging
                                        en ten minste 72 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                        schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                                tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en
                                                de plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor van toepassing, de wijze van samenstelling;
                                                en</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal
                                                treffen om een regelmatig verloop te
                                                bevorderen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs
                                        waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></li><li nr="4."><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt
                                        op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                        algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                        uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip
                                        voorafgaat vóór 12.00 uur.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek
                                        een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze
                                        termijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Voorwerpen op of aan de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien het
                                    gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de
                                    bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel
                                    een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud
                                    van de weg; of</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder
                                    geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1,0 m
                                    wordt gelaten op voetpaden en van 3,25 m op de rijbaan voor
                                    fietsers of gemotoriseerd verkeer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon-
                                    en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen,
                                    uitstallingen en reclameborden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het
                                    verbod in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het vierde lid kan het bevoegd gezag een
                                    omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde
                                    gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in
                                        <extref doc="1.0:v:BWBR0024779&amp;artikel=2.2" struct="BWB">artikel 2.2, eerste lid, onder j. of k. van de
                                        Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</extref>.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en</al></li><li nr="c."><al>overige gevallen waarin krachtens een wettelijke
                                            regeling een</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de <extref doc="1.0:v:BWBR0008331" struct="BWB">Wet beheer
                                        rijkswaterstaatwerken</extref>, <extref doc="1.0:v:BWBR0006622&amp;artikel=5" struct="BWB">artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994</extref>, of de
                                    provinciale wegenverordening.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is <extref doc="1.0:v:BWBR0005537" struct="BWB">paragraaf 4.1.3.3
                                        van de Algemene wet bestuursrecht</extref> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10A</nr><titel>Schuttersboog op of aan de weg</titel></kop><al>Het verbod bedoeld in artikel 2:10, eerste lid, is niet van
                                toepassing op de in het kader van het jaarlijkse schuttersfeest te
                                plaatsen schuttersbogen, indien:</al><lijst><li nr="·"><al>de plaatsing van de schuttersboog maximaal vier dagen voor
                                        de aanvang van de jaarlijkse schuttersfeesten gebeurt;
                                        en</al></li><li nr="·"><al>de schuttersboog uiterlijk 3 dagen na afloop van de
                                        jaarlijkse schuttersfeesten wordt verwijderd; en</al></li><li nr="·"><al>de doorrijhoogte van de schuttersboog minimaal 4,5 meter is;
                                        en</al></li><li nr="·"><al>de schuttersboog aan weerszijden minimaal 30 cm uit de
                                        rijbaan blijft; en</al></li><li nr="·"><al>eventuele graafwerkzaamheden dienen handmatig en zorgvuldig
                                        te gebeuren om schade aan leidingen en kabels te voorkomen;
                                        en</al></li><li nr="·"><al>alle noodzakelijke veiligheidsmaatregelen worden genomen bij
                                        de plaatsing, het aanwezig zijn en verwijdering van de
                                        schuttersboog; en</al></li><li nr="·"><al>voldoende ruimte op het trottoir blijft voor voetgangers en
                                        rolstoelgebruikers; en</al></li><li nr="·"><al>het wegverkeer door de schuttersboog niet wordt belemmerd of
                                        dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar
                                        ontstaat.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning
                                        een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken,
                                        in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                        wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
                                        brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag,
                                                indien de activiteiten zijn verboden bij een
                                                bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan
                                                of voorbereidingsbesluit; of</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien
                                        in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam
                                        publieke taken worden verricht.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin
                                        wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet
                                        beheer rijkswaterstaatswerken, het provinciaal
                                        wegenreglement, de</al><al> waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                        gebaseerde </al><al> Telecommunicatieverordening.</al></li><li nr="5."><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een
                                        omgevingsvergunning een uitweg te maken naar de weg of</al><al> verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg
                                        wanneer:</al><lijst><li nr="a."><al>de groenvoorziening in de gemeente wordt geschaad of
                                                dreigt te worden geschaad;</al></li><li nr="b."><al>het gebruik van een bestaande openbare parkeerplaats
                                                onmogelijk wordt gemaakt of dreigt te worden
                                                gemaakt;</al></li><li nr="c."><al>de uitweg niet haaks op de weg is/wordt
                                                gesitueerd;</al></li><li nr="d."><al>de uitweg op een afstand van minder dan 5 meter
                                                vanaf de hoek van een kruispunt is/wordt
                                                gesitueerd;</al></li><li nr="e."><al>gevaar of hinder ontstaat of dreigt te ontstaan voor
                                                het wegverkeer ter plaatse.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De vergunning wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag,
                                                indien de activiteiten zijn verboden bij</al><al> een bestemmingsplan, beheersverordening,
                                                exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; of</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer
                                        Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het
                                        provinciaal wegenreglement.</al></li><li nr="4."><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is
                                        verplicht deze</al><lijst><li nr="a."><al>te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander
                                                herkenningsteken, en</al></li><li nr="b."><al>terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit
                                                de omgeving van dat bedrijf.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op
                                        een openbare plaats achter te laten.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid onder b bepaalde is niet van
                                        toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder
                                of gevaar ontstaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><al>1.Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al><al>2.Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                voorzien door artikel 427, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek
                                van Strafrecht .</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><al>1.Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan: </al><lijst><li nr="a."><al>te roken gedurende een door het college aangewezen
                                        periode;</al></li><li nr="b."><al>voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                        voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                        liggen.</al></li></lijst><al>2.De verboden in het eerste lid zijn niet van toepassing op
                                situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3,
                                van het Wetboek van Strafrecht.</al><al>3.De verboden zijn voorts niet van toepassing voor zover het roken
                                plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><al>1.De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op
                                of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve
                                van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht,
                                onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al><al>2 Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                                Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><al>[gereserveerd]</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                                beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                                verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren
                                                of in gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                                veiligheid geplaatst op de onder a. bedoelde
                                                ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te
                                                beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
                                                daarvan te verijdelen of te belemmeren.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale
                                        vaarwegenverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2:23a</label><nr/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden de weg als slaapplaats te gebruiken of op of
                                        aan de weg een voertuig, woonwagen, tent of ander onderkomen
                                        als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of
                                        daartoe gelegenheid te bieden.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op door
                                        het college aangewezen plaatsen.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                        toepassing.</al></li></lijst><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling evenementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van: </al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=160" struct="BWB">artikel 160, eerste lid, onder h, van
                                                de Gemeentewet</extref>;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de <extref doc="1.0:v:BWBR0002458" struct="BWB">Drank- en
                                                Horecawet</extref> gelegenheid geven tot
                                            dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze
                                            verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg;</al></li><li nr="e."><al>een klein evenement;</al></li><li nr="f."><al>een snuffelmarkt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder klein evenement wordt verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een straatfeest of buurtbarbecue op één dag indien het
                                            aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen in
                                            een straat die niet staat vermeld op de lijst opgenomen
                                            in bijlage 2 (stratenlijst vergunningsplichtig
                                            straatfeest of buurtbarbecue);</al></li><li nr="b."><al>evenementen in gebouwen op één dag;</al></li><li nr="c."><al>wandel- en fietstochten;</al></li><li nr="d."><al>toertochten zonder wedstrijdelement met schaatsen of
                                            voertuigen zoals (brom-)fiets, koetsen, skeelers,
                                            motoren of (vracht)auto’s;</al></li><li nr="e."><al>optochten en/of sponsorlopen georganiseerd door
                                            scholen;</al></li><li nr="f."><al>Slipjachten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder klein evenement wordt <onderstreept>niet</onderstreept>
                                    verstaan: </al><al>Een dancefeest, houseparty of vergelijkbaar feest in de
                                    openlucht of in een niet daartoe bestemd en uitgerust gebouw,
                                    een vechtsportevenement of -gala, een motortreffen of
                                    vergelijkbaar feest van een motorclub en een race met één of
                                    meer motorvoertuigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Vergunning voor een evenement of vergunningsvrij</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de
                                    burgemeester een evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het klein evenement plaats vindt op:</al><lijst><li nr="•"><al>een vrijdag, zaterdag of zondag of algemeen
                                                  erkende Nederlandse feestdag, tussen 09.00 uur en
                                                  24.00 uur: </al></li><li nr="•"><al>een andere dag tussen 09.00 uur en 22.00
                                                  uur</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>gedurende het klein evenement het geluid maximaal 70
                                            dB(A) op de gevel van de dichtstbijzijnde woning/bedrijf
                                            is, en geen geluidsapparaten in werking zijn en/of
                                            handelingen worden verricht op een zodanige wijze dat
                                            voor omwonenden of voor de omgeving geluidhinder wordt
                                            veroorzaakt; en</al></li><li nr="c."><al>het klein evenement in de vorm van een straatfeest of
                                            buurtbarbecue niet plaatsvindt op de rijbaan,
                                            (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een
                                            belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten,
                                            tenzij de openbare weg wordt afgesloten; en</al></li><li nr="d."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 15 m2 per object;</al></li><li nr="e."><al>er een organisator is, die fungeert als aanspreekpunt en
                                            die er voor zorgt dat eventuele aanwijzingen en/of
                                            bevelen van de politie, brandweer en/of medewerkers van
                                            de gemeente Montferland direct worden opgevolgd; en</al></li><li nr="f."><al>de weg (gedeeltelijk) wordt afgesloten en hiervoor
                                            toestemming is verleend door het bevoegd gezag; en</al></li><li nr="g."><al>geen schade wordt toegebracht aan de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan besluiten een klein evenement te verbieden,
                                    indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare
                                    orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu
                                    in gevaar komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een
                                    wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt
                                    door <extref doc="1.0:v:BWBR0006622&amp;artikel=10" struct="BWB">artikel 10</extref> juncto <extref doc="1.0:v:BWBR0006622&amp;artikel=148" struct="BWB">148, van de Wegenverkeerswet 1994</extref>.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is <extref doc="1.0:v:BWBR0005537" struct="BWB">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht</extref> (positieve fictieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al></li><li nr="a."><al>openbare inrichting:</al></li><li nr="I."><al>een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar,
                                        discotheek, buurthuis of clubhuis;</al></li></lijst><al>II. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was
                                logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of
                                spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid;</al><al>b.terras:</al><al>een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend
                                deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar
                                tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor
                                directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.</al><al>2.Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de
                                besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar
                                sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding
                                dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie
                                kunnen</al><al> worden bereid of verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatie openbare inrichting</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><al>1.Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met zondag
                                tussen 02.00 uur en 06.00 uur (sluitingstijd).</al><al>2.Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te
                                hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na
                                sluitingstijd.</al><al>3.Het in het tweede lid genoemde verbod geldt niet voor de nacht van
                                31 december op 1 januari, met dien verstande dat tussen 02.00 uur en
                                06.00 uur geen nieuwe bezoekers mogen worden toegelaten tot het
                                horecabedrijf en/of het bijbehorende terras.</al><al>4.De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd, op
                                zaterdag, zondag en maandag tot 04.00 uur voor een horecabedrijf
                                waarmee de burgemeester het Horecaconvenant is overeengekomen.</al><al>5.Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde
                                lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de
                                winkel.</al><al>6.Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties
                                waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.</al><al>7.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><al>1.De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid
                                of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of
                                meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden
                                vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.</al><al>2.Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel
                                13b van de Opiumwet voorziet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li><li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat
                                        de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een
                                        besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;</al></li><li nr="c."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen
                                        die geen gebruik maken van het terras;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting
                                    enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28
                                tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>[gereserveerd. Dit artikel is verplaatst naar artikel 2:33]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8A.</nr><titel>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                Drank- en Horecawet</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34A</nr><titel>Schenktijden paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34B</nr><titel>Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34C</nr><titel>Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34D</nr><titel>Beperkingen voor andere detailhandel dan
                                    slijtersbedrijven</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34E</nr><titel>Koppeling toegang aan leeftijden</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34F</nr><titel>Verbod happy hours</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10.</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor
                                    het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in
                                    een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
                                    geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                    inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van <extref doc="1.0:v:BWBR0002469&amp;artikel=30c" struct="BWB">artikel 30c, eerste lid, onder b, van
                                                de Wet op de Kansspelen</extref> vergunning is
                                            verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Veiligheid en
                                            Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is
                                            vergunning te verlenen; en</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0002469&amp;artikel=7c" struct="BWB">artikel 7c van de Wet op de
                                                kansspelen</extref> te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0002469&amp;artikel=30" struct="BWB">artikel 30 van de Wet op de
                                                kansspelen</extref>, of de handeling als in <extref doc="1.0:v:BWBR0002359&amp;artikel=1" struct="BWB">artikel 1, onder a, van de Wet op de
                                                kansspelen</extref> te verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning: </al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid; of</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is <extref doc="1.0:v:BWBR0005537" struct="BWB">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht</extref> (positieve fictieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c.
                                    van de Wet;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
                                    onder d, van de Wet;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
                                    onder e, van de Wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee
                                    kansspelautomaten toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                    toegestaan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11.</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><al>1.Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een
                                bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al><al>2.Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten
                                woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die
                                woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk
                                lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.</al><al>3.Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier
                                aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden
                                noodzakelijk is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><al>1.Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te
                                bekladden.</al><al>2.Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: </al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                        aanduiding aan te plakken, te doen</al><al> aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen
                                        aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                        afbeelding, letter, cijfer of teken aan te</al></li><li nr="c."><al>brengen of te doen aanbrengen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing indien
                                        gehandeld wordt krachtens wettelijk</al></li></lijst><al> voorschrift.</al><al>4.a. Aangewezen aanplakborden voor het aanbrengen van
                                meningsuitingen en</al><al>4. bekendmakingen zijn:</al><al>● Stadsplein te ’s-Heerenberg;</al><al>● De Bongerd te ’s-Heerenberg;</al><al>● Padevoortseallee te Zeddam;</al><al>● Pastoor Meursstraat te Azewijn;</al><al>● Hoofdstraat te Kilder;</al><al>● Eltenseweg te Stokkum;</al><al>● St. Jansgildestraat te Beek;</al><al>● hoek Rozenstraat-Lockhorststraat te Didam;</al><al>● Stationsplein te Didam.</al><al>b.Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                meningsuitingen en</al><al> bekendmakingen.</al><lijst><li nr="5."><al>Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het
                                        aanbrengen van handelsreclame.</al></li><li nr="6."><al>a. Bij het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen
                                        worden de volgende regels</al></li></lijst><al> in acht genomen:</al><al>● de aanplakbiljetten mogen niet groter zijn dan 1 x 1 meter;</al><al>● er mag niet over andere toegestane aanplakbiljetten worden
                                geplakt;</al><al>● de aanplakbiljetten mogen maximaal 14 dagen voor het </al><al>evenement/activiteit/collecte e.d. worden aangebracht en dienen
                                binnen een</al><al> week na afloop ervan te zijn verwijderd;</al><al>● per aanplakbord is het toegestaan om 1 biljet
                                perevenement/activiteit/collecte</al><al> e.d. te plakken.</al><al>b.Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben
                                op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.</al><al>7.De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan
                                een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter
                                inzage af te geven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><al>1.Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet,
                                aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te
                                vervoeren of bij zich te hebben.</al><al>2.Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen
                                        te vervoeren of bij zich te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde
                                        werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich
                                        onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te
                                        verschaffen, onrechtmatig</al></li></lijst><al>sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak
                                te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44A</nr><titel>Vervoer geprepareerde voorwerpen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te
                                    vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk
                                    toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te
                                    vergemakkelijken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                    indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid
                                    bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde
                                    handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>1.Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente
                                in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen,
                                groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of
                                paden.</al><al>2.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats:</al></li><li nr="a."><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument,
                                        overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid,
                                        voertuig, hekheining of andere afsluiting,
                                        verkeersmeubilair</al></li></lijst><al> of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;</al><al>b.zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of aan
                                bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig
                                overlast of hinder berokkent.</al><al>2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van
                                Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben
                                    bereikt verboden op een openbare plaats binnen de bebouwde kom,
                                    die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied,
                                    alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen,
                                    blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te
                                    hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld
                                            in <extref doc="1.0:v:BWBR0002458&amp;artikel=1" struct="BWB">artikel 1 van de Drank- en
                                                Horecawet</extref>; en</al></li><li nr="b."><al>een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens <extref doc="1.0:v:BWBR0002458&amp;artikel=35" struct="BWB">artikel 35 van de Drank- en
                                                Horecawet</extref>.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al></li><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                        houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een
                                        drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst><al>2.Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw,
                                appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een
                                gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder
                                redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik
                                bestemde ruimte van dat gebouw.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken
                                voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze
                                ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, telefooncellen,
                                wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en
                                rijwielstallingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek indien:</al><al>a.dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of</al><al>b.daardoor die ingang versperd wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de
                                burgemeester zijn aangewezen, zich met een fiets of bromfiets te
                                bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen
                                terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of
                                plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod
                                kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><al>1.Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon of een
                                gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                bedoeling deze persoon of een persoon die zich in dit gebouw, deze
                                woonwagen of dit woonschip bevindt, te bespieden.</al><al>2.Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                optisch instrument een persoon die zich in een gebouw, woonwagen of
                                woonschip bevindt te bespieden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen: </al><lijst><li nr="a."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is
                                            aangelijnd; of</al></li><li nr="c."><al>buiten de bebouwde kom op een door het college
                                            aangewezen plaats indien de hond niet is aangelijnd;
                                            of</al></li><li nr="d."><al>op de weg indien die hond niet is voorzien van een
                                            halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar
                                            of houder duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op
                                    door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van
                                    toepassing op de eigenaar of houder van een hond: </al><lijst><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                            sociale hulphond laat begeleiden; of</al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene met een hond is verplicht ervoor te zorgen dat de
                                    uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd die
                                    zich begeeft op:</al><lijst><li nr="a."><al>de weg binnen de bebouwde kom; of</al></li><li nr="b."><al>een andere door het college aangewezen plaats</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder
                                    van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond
                                    of sociale hulphond laat begeleiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door
                                    het college aangewezen plaatsen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die: </al><lijst><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of
                                            van beide stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de
                                            hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van
                                            de mens niet mogelijk is; en</al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                            afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
                                            de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                            aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d, dient
                                    een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een
                                    door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke
                                    dieren</titel></kop><al>1.Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing
                                van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer,
                                bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: </al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door
                                        het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                        aanwijzing is aangegeven; of</al></li><li nr="d."><al>te voeren.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak
                                        gelegen binnen een plaats die krachtens het eerste lid is
                                        aangewezen, ontheffing verlenen van een of meer verboden
                                        bedoeld in het eerste lid.</al></li></lijst><al>3.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens
                                (vee) die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet
                                van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is
                                verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden
                                dat dit vee die weg niet kan bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bijen te houden:</al></li><li nr="a."><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere
                                        gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien
                                        op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of
                                        kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte
                                        of</al></li></lijst><al> zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van
                                de bijen te voorkomen.</al><al>3.Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van
                                toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen
                                of gebouwen bedoeld in dat lid.</al><al>4.Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b is niet van
                                toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Provinciaal
                                wegenreglement Gelderland.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden binnen door het college aangewezen gebieden op of
                                aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen
                                om geld of andere zaken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12.</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: een handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te
                                    nemen: </al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor
                                            zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het
                                            goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed; en</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan bepalen dat de verplichting als bedoeld in
                                    lid 1 tevens via het Digitaal Opkopersregister kan
                                    geschieden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vrijstelling is <extref doc="1.0:v:BWBR0005537" struct="BWB">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht</extref> (positieve fictieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                                    Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen:</al></li><li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding
                                        van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming
                                        behorende vestiging;</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde
                                        adressen;</al></li><li nr="3."><al>dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;</al></li><li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een
                                        misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                        gegaan;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li></lijst><al>d.een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in
                                bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>[gereserveerd. Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht
                                op openbare inrichtingen) onder artikel 2:32]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13.</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: hetgeen
                                daaronder wordt verstaan in het Besluit van 22 januari 2002,
                                houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en
                                professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen.</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><al>1.Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                overlast aangewezen plaats.</al><al>2.Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.</al><al>3.De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van
                                toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429,
                                aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73A</nr><titel>Carbid schieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder carbidschieten wordt verstaan: het in een bus / container
                                    / opslagvat op explosieve wijze verbranden van acetyleengas
                                    afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en
                                    water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht met carbid te schieten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid geldt niet indien wordt voldaan aan
                                    de volgende voorschriften: </al><lijst><li nr="a."><al>het carbidschieten vindt plaats op 31 december tussen
                                            10.00 uur en 1 januari 02.00 uur;</al></li><li nr="b."><al>bij het carbidschieten wordt gebruikgemaakt van bussen
                                            met een maximale inhoud van 40 liter, die niet wordt
                                            afgesloten met harde voorwerpen zoals metalen, houten en
                                            andere vergelijkbare materialen (in ieder geval zijn
                                            toegestaan lederen en plastic ballen)</al></li><li nr="c."><al>het carbidschieten vindt plaats buiten de bebouwde kom
                                            op een afstand van ten minste: 100 meter van woningen en
                                            300 meter van gebouwen of andere voorzieningen waarin
                                            dieren verblijven; </al></li><li nr="d."><al>het schootsveld bedraagt tenminste 100 meter en binnen
                                            dit schootsveld bevindt zich geen publiek of andere
                                            personen en zijn geen openbare wegen of paden
                                            gelegen;</al></li><li nr="e."><al>degene die met carbid schiet neemt alle redelijkerwijs
                                            mogelijke maatregelen om elk gevaar voor mens en dier te
                                            voorkomen.</al></li><li nr="f."><al>Indien sprake is van carbid schieten door een persoon
                                            die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt
                                            is een toezichthouder aanwezig. Onder toezichthouder
                                            wordt verstaan: een persoon die de leeftijd van 18 jaar
                                            heeft bereikt en die te allen tijde in staat is om
                                            aanwijzingen te geven ten aanzien van de handelingen van
                                            de carbidschieter en diens handelingen te allen tijde
                                            kan verhinderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de <extref doc="1.0:v:BWBR0003245" struct="BWB">Wet
                                        milieubeheer</extref>, de <extref doc="1.0:v:BWBR0008804" struct="BWB">Wet wapens en
                                        munitie</extref> of het <extref doc="1.0:v:BWBR0001854" struct="BWB">Wetboek van
                                        Strafrecht</extref>.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14.</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een
                                openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74A</nr><titel>Openlijk softdrugsgebruik en –bezit</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 154a van de
                                Gemeentewet te besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door
                                hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen
                                plaats indien deze personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:10, 2:11,
                                2:16, 2:26, 2:45, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:74 of 5:34 van de
                                Algemene plaatselijke verordening Montferland groepsgewijs niet
                                naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151b van de
                                Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid
                                van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan,
                                een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek
                                openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aan te wijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>16.</nr><titel>Toezicht op recreatiegebied Stroombroek en de Nevelhorst</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:78</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van de
                                recreatiegebieden Stroombroek en De Nevelhorst in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van natuur- of milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><al>a.prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van
                                seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al><al>b.prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten
                                van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;</al><al>c.seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was
                                seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van
                                erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting
                                worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal,
                                sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder
                                tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in
                                combinatie met elkaar;</al><al>d.escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan
                                in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al><al>e.sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte
                                waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan
                                particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;</al><al>f.exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of
                                rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert,
                                dan wel exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die
                                rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of
                                personen;</al><lijst><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al></li><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2
                                        van deze verordening;</al></li></lijst><al>6.andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens</al><al> dringende redenen noodzakelijk is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel
                                3:13, tweede lid kan het college nadere regels stellen met
                                betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit
                                hoofdstuk.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><al>1.Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren
                                of te wijzigen zonder</al><al> vergunning van het bevoegd bestuursorgaan.</al><lijst><li nr="2."><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in
                                        ieder geval vermeld:</al></li><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></li><li nr="c."><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></li><li nr="3."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De exploitant en de beheerder:</al></li><li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                        ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></li><li nr="c."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de
                                        exploitant en de beheerder niet:</al></li><li nr="a."><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van
                                        Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met
                                        toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht
                                        ter beschikking gesteld;</al></li></lijst><al>b.binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot
                                eenonvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de
                                rechter in Nederland, inclusief de drie openbare lichamen Bonaire,
                                Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, dan wel door
                                een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands
                                recht een bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                eerste lid van het</al><al> Wetboek van Strafvordering is toegelaten;</al><al>c.binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee rechterlijke
                                uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als
                                bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van
                                Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: </al><al>-bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de
                                Opiumwet, de</al><al> Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;</al><al>-de artikelen 137c tot en met 137g, 140 , 240b , 242 tot en met 249,
                                252,</al><al>250a (oud), 273f, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426,
                                429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;</al><al>-de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel
                                8 of juncto</al><al> artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;</al><lijst><li nr="-"><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de
                                        Wet op de Kansspelen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></li><li nr="-"><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></li><li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt
                                        gelijk gesteld:</al></li><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel
                                        74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of
                                        artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake
                                        rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan 375 euro
                                        bedraagt;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                        straf.</al></li><li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid,
                                        wordt:</al></li><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                        datum van de intrekking van deze vergunning.</al></li><li nr="5."><al>De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf
                                        jaar geen exploitant of beheerder geweest van een
                                        seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een
                                        maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of
                                        waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is
                                        ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen
                                        verwijt treft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                        hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                        verblijven:</al></li><li nr="a."><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 23.00 en 10.00
                                        uur;</al></li><li nr="b."><al>op zaterdag en zondag tussen 24.00 en 10.00 uur.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke
                                        seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.</al></li></lijst><al>3.Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste lid,
                                gesloten dient te zijn.</al><al>4.Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op
                                situaties waarin wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer
                                gebaseerde voorschriften.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><al>1.Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel
                                3:13, tweede lid of in geval van strijdigheid met de bepalingen in
                                dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan: </al><al>a.tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede
                                lid, geldende sluitingstijden vaststellen;</al><al>b.van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de
                                gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al><al>2.Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                bestuursrecht maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit bedoeld
                                in het eerste lid bekend op de voet van artikel 3:42, tweede
                                lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><al>1.Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                hebben, zonder dat exploitant of de beheerder bedoeld in artikel
                                3:4, tweede lid onder a of b in de seksinrichting aanwezig is.</al><lijst><li nr="2."><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat
                                        in de seksinrichting:</al></li><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval
                                        de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de
                                        zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid),
                                        XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het
                                        Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet
                                        en in de Wet wapens en munitie; en</al></li></lijst><al>b.geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met het
                                bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><al>1.Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                andere wijze, passanten te bewegen gebruik te maken van de diensten
                                van een prostituee, uit te nodigen dan wel aan te lokken: </al><lijst><li nr="a."><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of
                                        gebieden;</al></li><li nr="b."><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde
                                        tijden.</al></li><li nr="2."><al>Met het oog op de naleving van het verbod bedoeld in het
                                        eerste lid, kan door politieambtenaren het bevel worden
                                        gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                        verwijderen.</al></li></lijst><al>3.Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel
                                3:13, tweede lid, kan door politieambtenaren aan personen die zich
                                bevinden op de wegen of gebieden en gedurende de tijden bedoeld in
                                het eerste lid, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een
                                bepaalde</al><al> richting te verwijderen.</al><al>4.De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de belangen
                                genoemd in artikel 3:13, tweede lid, personen aan wie ten minste
                                eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde lid, verbieden
                                zich gedurende een bepaalde termijn, anders dan in een openbaar
                                middel van vervoer, te bevinden op of aan de wegen of gebieden en op
                                de tijden bedoeld in het eerste lid onder b.</al><al>5.De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het vierde lid
                                indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                betrokkene noodzakelijk is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een
                                sekswinkel te exploiteren in door het college in het belang van de
                                openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of
                                delen van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><al>1.Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of
                                daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven
                                stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard
                                openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen: </al><al>a.indien het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft
                                bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of
                                aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in
                                gevaar brengt;</al><al>b.anders dan overeenkomstig de door het bevoegd bestuursorgaan in
                                het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde
                                regels.</al><al>2.Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op het
                                tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften,
                                aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen,
                                die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld
                                in</al><al> artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Beslistermijn: weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>1.In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid, beslist
                                het bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om vergunning bedoeld in
                                artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de
                                aanvraag ontvangen is.</al><al>2.Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                twaalf weken verdagen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                        geweigerd indien:</al></li><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel
                                        3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het
                                        escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan,
                                        beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit,
                                        stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening; of</al></li></lijst><al>c.er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf
                                personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van
                                het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al><al>2.Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven
                                kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning bedoeld
                                in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd dan</al><al>wel de aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste
                                lid, achterwege gelaten, in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                                        leefklimaat;</al></li><li nr="c."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="d."><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></li><li nr="e."><al>de gezondheid of zedelijkheid; of</al></li><li nr="f."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><al>1.De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig
                                artikel 3:4 op de vergunning is vermeld, de exploitatie van de
                                seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.</al><al>2.Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                bestuursorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><al>1.Indien de beheerder het beheer van de seksinrichting of het
                                escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan
                                binnen een week schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                bestuursorgaan.</al><al>2.Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                besluit de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het
                                beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, eerste lid, aanhef
                                en onder</al><al> a, is van overeenkomstige toepassing.</al><al>3.In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het moment
                                waarop de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid
                                heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: <extref doc="1.0:v:BWBR0022762" struct="BWB">Activiteitenbesluit milieubeheer</extref>;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li></lijst><al>d.collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of
                                een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al><al>e.incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is
                                aan één of een klein aantal inrichtingen;</al><al>f.geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van
                                artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende
                                bij de betreffende inrichting;</al><al>g.geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1
                                van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige
                                terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de
                                betreffende inrichting;</al><al>h.onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                versterkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor
                                    de volgende collectieve festiviteiten: Koningsdag, de carnaval,
                                    de schuttersfeesten en de kermis, voor zover deze op enig moment
                                    binnen één of meer kernen van de gemeente Montferland wordt
                                    gevierd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, bedraagt niet meer dan 75 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het derde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening - uiterlijk om 01.00 uur te worden
                                    beëindigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 4 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste
                                    twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college
                                    daarvan schriftelijk in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 4
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het derde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwen gelaten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                    brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening - uiterlijk om 24.00 uur
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen, voor zover de festiviteit binnen een
                                    gebouw plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><al>1.Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in
                                artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit
                                binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel van toepassing,
                                met dien verstande dat: </al><al>a.de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige
                                gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze
                                gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid
                                uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen;</al><al>b.de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
                                gevoelige terreinen op de grens van het terrein;</al><al>c.de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het
                                woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en
                                verblijfsruimten;</al><al>d.bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel
                                geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.</al><al>e.Tabel</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="48*"/><colspec colname="col2" colwidth="17*"/><colspec colname="col3" colwidth="18*"/><colspec colname="col4" colwidth="17*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>dagperiode 7.00-19.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>avondperiode 19.00-23.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>nachtperiode 23.00-7.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>2.Voor de duur van 2 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege
                                het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en
                                fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en
                                avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het
                                eerste lid.</al><al>3.Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte
                                elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek
                                en is het Besluit van toepassing.</al><al>4.Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en
                                incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 en artikel
                                4:3.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5A</nr><titel>Traditioneel schieten</titel></kop><al>Bij traditioneel schieten als bedoeld in artikel 2:18, eerste lid
                                onder g van het Besluit worden de volgende regels in acht
                                genomen:</al><al>a.het schieten vindt plaats op ten hoogste 5 dagen per kalenderjaar
                                op een daartoe ingerichte plaats; en</al><lijst><li nr="b."><al>het schieten vindt uitsluitend plaats tussen 07.00 uur en
                                        19.00 uur; en</al></li><li nr="c."><al>het schieten wordt georganiseerd door een of meer
                                        schutterijen of gilden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><al>1.Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen of
                                geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten
                                dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt
                                veroorzaakt.</al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet
                                        openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de
                                        Provinciale milieuverordening.</al></li></lijst><al>4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6A</nr><titel>Mosquito</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te
                                doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al></li><li nr="a."><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;</al></li><li nr="b."><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op
                                        de stronk uitlopen.</al></li><li nr="2."><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien,
                                        met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van
                                        handelingen die de dood of ernstige beschadiging of
                                        ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag te
                                    vellen of te doen vellen een houtopstand met een stamomtrek van
                                    meer dan 2,50 meter gemeten op een hoogte van 1,30 meter boven
                                    maaiveld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd
                                    op grond van: </al><lijst><li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en
                                            dorpsschoon;</al></li><li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of</al></li><li nr="f."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing als de burgemeester
                                    toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in
                                    verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een
                                    direct gevaar voor personen of goederen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te
                                    stellen voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Afstand van de erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt
                                vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heggen en
                                heesters.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><al>1.Het is verboden op door het college in het belang van het
                                uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van
                                overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid
                                aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg de volgende
                                voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of</al><al>aanwezig te hebben: </al><al>a.onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer-
                                of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al><lijst><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen
                                        daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                        geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                        commercieel doel; of</al></li></lijst><al>d.mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een
                                verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.</al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels
                                        stellen.</al></li><li nr="3."><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of
                                        krachtens de Provinciale milieuverordening Gelderland. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                    maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging
                                    of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of
                                    ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het <extref doc="1.0:v:BWBR0022762" struct="BWB">Activiteitenbesluit milieubeheer</extref>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningplicht lichtreclame</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is
                                dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><al>1.Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de</al><al>beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is
                                bestemd of mede bestemd.</al><al>2.Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al><lijst><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
                                        bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                        worden geweigerd in het belang van: </al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap; of</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><al>1.Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing op
                                door het college aangewezen plaatsen.</al><al>2.Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming van
                                de belangen genoemd artikel 4:18, vierde lid, onder a en b.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>a.voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het
                                Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met
                                uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en
                                rolstoelen;</al><al>b.parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het
                                Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                        verstaan:</al></li><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                        lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                        personen tegen betaling.</al></li><li nr="2."><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                        gerekend:</al></li><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                        worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen,
                                        en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor
                                        deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                        bedoelde persoon.</al></li><li nr="3."><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                        gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                        slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: </al></li></lijst><al>a.drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd,
                                op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter
                                met als middelpunt een van deze voertuigen;</al><lijst><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing is p<extref doc="1.0:v:BWBR0005537" struct="BWB">aragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                            bestuursrecht</extref> (positieve fictieve beschikking
                                        bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><al>1.Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                bieden of te verhandelen.</al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><al>1.Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat
                                van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand
                                verkeert op de weg te parkeren.</al><al>2.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                voorzien door de Wet milieubeheer.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><al>1.Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor
                                andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: </al><al>a.langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te
                                hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn
                                oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                gemeente;</al><al>b.op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit
                                naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                gemeente.</al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het
                                        eerste lid, aanhef en onder a.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien door het Provinciaal
                                        wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening.</al></li></lijst><al>4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><al>1.Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om
                                daarmee handelsreclame te maken.</al><lijst><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><al>1.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                meter te parkeren:</al><al>a.binnen de bebouwde kom, met uitzondering van:</al><al>● De Fluun 1 en 2 te Didam;</al><al>● Kollenburg te Didam;</al><al>● De Immenhorst te ’s-Heerenberg;</al><al>● ’t Goor te ’s-Heerenberg;</al><al>● Matjeskolk te Beek. </al><lijst><li nr="b."><al>buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen
                                        plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                        uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op
                                        een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar
                                        zijn oordeel</al></li></lijst><al>buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                parkeerruimte.</al><al>3.Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op werkdagen
                                van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                uur.</al><al>4.Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze
                                voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg
                                worden geplaatst of gehouden.</al><lijst><li nr="5."><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                        verboden ontheffing verlenen.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht vanbewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><al>1.Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of
                                plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.</al><lijst><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al></li><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                        vanwege de overheid; en</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                        terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het is verboden in het belang van het uiterlijk aanzien van de
                                gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter
                                voorkoming van schade aan de openbare gezondheid fietsen of
                                bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of
                                plaatsen te laten staan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebied van het treinstation te Didam binnen de grenzen
                                        die zijn weergegeven op de kaart in bijlage 3 bij deze
                                        verordening; en</al></li><li nr="b."><al>op door het college aangewezen plaatsen.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inzameling van geld of goederen te
                                    houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, te kennen geven of de
                                    indruk wekken dat de opbrengst geheel of ten dele voor een
                                    liefdadig of ideëel doel is bestemd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing voor een
                                    inzameling die in besloten kring gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is eveneens niet van toepassing
                                    voor: </al><lijst><li nr="a."><al>instellingen die zijn vermeld op het landelijke
                                            collecterooster van het Centraal Bureau Fondsenwerving
                                            en die geld of goederen inzamelen in de aan hen door het
                                            Centraal Bureau Fondsenwerving toegewezen periode,
                                            of;</al></li><li nr="b."><al>in de gemeente Montferland gevestigde verenigingen en
                                            stichtingen, die krachtens statuten en activiteiten een
                                            doel nastreven dat van algemeen (gemeenschaps)belang is
                                            en die geld of goederen inzamelen buiten de periodes die
                                            door het Centraal Bureau Fondsenwerving zijn toegewezen
                                            aan gecertificeerde instellingen; en</al></li><li nr="c."><al>Bij het inzamelen worden de volgende regels in acht
                                            genomen:</al><lijst><li nr="1."><al>De inzameling maximaal 1 week duurt; en</al></li><li nr="2."><al>de vereniging of stichting in het betreffende
                                                  kalenderjaar niet eerder een collecte binnen deze
                                                  de gemeente heeft gehouden; en</al></li><li nr="3."><al>de inzameling gebeurt met afgesloten
                                                  collectebussen voorzien van een duidelijk
                                                  opschrift waaruit de naam en doelstelling van de
                                                  instelling blijkt; en</al></li><li nr="4."><al>de inzameling uitsluitend plaatsvindt van
                                                  maandag tot en met zaterdag tussen 9:00 uur en
                                                  21:00 uur en op zondagen tussen 13:00 en 21:00
                                                  uur; en</al></li><li nr="5."><al>de inzameling gebeurt door personen van 16 en
                                                  ouder voorzien van een geldig legitimatiebewijs;
                                                  en</al></li><li nr="6."><al>Het gestelde in dit artikel geldt niet voor
                                                  zover daarin is voorzien in de <extref doc="1.0:v:BWBR0003245" struct="BWB">Wet
                                                  Milieubeheer</extref> of de op deze wet gebaseerde
                                                  <extref doc="1.1:CVDR113316_1" struct="CVDR">Afvalstoffenverordening</extref>.</al></li></lijst></li></lijst></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>1.In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of
                                afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in
                                de</al><al>open lucht gelegen plaats of aan huis.</al><lijst><li nr="2."><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></li><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen in het kader van de
                                        exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                        Winkeltijdenwet;</al></li></lijst><al>b.het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in
                                artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of artikel
                                5:22;</al><al>c.het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel
                                5:17.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten:</al><lijst><li nr="a."><al>op door het college in het belang van de openbare orde
                                            aangewezen openbare plaatsen; of</al></li><li nr="b."><al>op door het college aangewezen dagen en uren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het tweede
                                    lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, is niet van
                                    toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken
                                    waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>1.In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te
                                koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten,
                                gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of
                                een tafel.</al><lijst><li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al></li><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                        artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                        Gemeentewet;</al></li></lijst><al>b.een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                2:24.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
                                            redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse
                                            in gevaar komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de vergunning is <extref doc="1.0:v:BWBR0005537" struct="BWB">paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht</extref> (positieve fictieve beschikking bij
                                    niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><al>1.Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing op
                                situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet
                                beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                wegenreglement.</al><al>2.De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet
                                van toepassing op bouwwerken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><structuurtekst><al>[gereserveerd]</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31A</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>-motorvoertuig; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onder
                                z, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al><al>-bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste
                                lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><al>1.Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een
                                motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe
                                aanwezig te hebben.</al><al>2.Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                college aangewezen terreinen.</al><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van
                                deze terreinen: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                        overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien
                                        van de omgeving en ter</al></li></lijst><al>bescherming van andere milieuwaarden;</al><al>c.in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.</al><al>3.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit
                                geluidproductie sportmotoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><al>1.Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden,
                                parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen
                                te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets,
                                een fiets of een paard.</al><al>2.Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                college aangewezen terreinen.</al><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van
                                deze terreinen: </al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van natuur- of milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>de veiligheid van het publiek.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en</al></li></lijst><al> paarden: </al><al>a.ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening
                                en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister
                                aangewezen hulpverleningsdiensten;</al><al>b.die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al><al>c.die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk
                                voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al><al>d.van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen
                                die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid
                                bedoeld;</al><al>e.voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van
                                de onder d bedoelde personen.</al><lijst><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van
                                        toepassing:</al></li><li nr="a."><al>op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid
                                        bedoelde gebieden of terreinen;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                        'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien van
                                        motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                        aangewezen als 'toestel'.</al></li></lijst><lijst><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de <extref doc="1.0:v:BWBR0003245" struct="BWB">Wet
                                        milieubeheer</extref> of anderszins vuur aan te leggen, te
                                    stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                    omgeving, is het verbod niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden.</al></li><li nr="d."><al>verbranden van schoon snoeihout, buiten de bebouwde kom,
                                            met een maximum van 3 m<sup>3</sup> tegelijkertijd,
                                            tijdens de periode maart-april en oktober-november.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door <extref doc="1.0:v:BWBR0001854&amp;artikel=429" struct="BWB">artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van
                                        Strafrecht</extref> of de Provinciale
                                    milieuverordening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is <extref doc="1.0:v:BWBR0005537" struct="BWB">paragraaf 4.1.3.3
                                        van de Algemene wet bestuursrecht</extref> (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                    toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al></li><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op
                                        andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid
                                        asverstrooiing plaatsvindt.</al></li></lijst><al>3.Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor
                                de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen
                                van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke
                                begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al><al>4.Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                beslissen) van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde
                                en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                                beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie
                                maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden
                                gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak: artikel
                                2:1, 2:3, 2:10, 2:11, 2:12, 2:18, 2:25, 2:26, 2:29, 2:30, 2:31,
                                2:32, 2:36, 2:39, 2:40, 2:41, 2:44, 2:48, 2:49, 2:50, 2:52, 2:67,
                                2:68, 2:73, 2:73A, 2:74, 2:75, 3:3, 3:4, 3:6, 3:7, 3:8, 3:9, 3:10,
                                3:11, 3:14, 3:15, 4:6, 4:13, 4:15, 5:2, 5:3, 5:7, 5:8, 5:9, 5:13,
                                5:34, 5:36, 5:37.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde
                                en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en
                                beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste
                                categorie: artikel 2:14, 2:15, 2:16, 2:17, 2:21, 2:23, 2:23a, 2:42,
                                2:43, 2:45, 2:47, 2:51, 2:53, 2:57, 2:58, 2:59, 2:60, 2:64, 2:65,
                                2:78, 4:7, 4:8, 4:9, 4:18, 5:4, 5:5, 5:6, 5:11, 5:12, 5:15, 5:18,
                                5:32, 5:33.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de
                                economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde
                                bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde lid, 2:11, tweede lid,
                                2:12, eerste lid, en 4:11, eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                                verordening bepaalde zijn belast:</al><lijst><li nr="a."><al>de buitengewone opsporingsambtenaren, en</al></li><li nr="b."><al>de ambtenaren van de politie, en</al></li><li nr="c."><al>Voor het toezicht van de in <extref doc="1.1:CVDR244729_2" struct="CVDR">hoofdstuk 3 van de Algemene Plaatselijke
                                            Verordening</extref> geldende bepalingen, worden
                                        aangewezen alle opsporingsambtenaren van de politie die (al
                                        dan niet tijdelijk) werkzaam zijn in de eenheid Oost
                                        Nederland en mensenhandel gecertificeerd zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen
                                met dit toezicht belasten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Algemene plaatselijke verordening 2011 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is
                            bekendgemaakt</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            Montferland 2016.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>’s-Heerenberg, 19 december 2013</al><al/><al>De raad van de gemeente Montferland,</al></slotformulering><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>D.Berends</ondertekening><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>C.C. Leppink-Schuitema</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>2</nr><titel/></kop><al/><al>‘stratenlijst vergunningsplichtig straatfeest of buurtbarbecue’ </al><al/><al>behorende bij artikel 2:24 van de Algemene plaatselijke verordening
                    Montferland</al><al/><al><vet>Loil:</vet></al><al>Doesburgseweg – Wehlseweg – Weemstraat – Doetinchemseweg. </al><al/><al><vet>Kilder:</vet></al><al>Wehlseweg – Hoofdstraat – Zeddamseweg – Beekseweg – Doetinchemseweg. </al><al/><al><vet>Zeddam:</vet></al><al>Kilderseweg – ’s-Heerenbergseweg – Bovendorpsstraat – gedeelte
                    Benedendorpsstraat – Beekseweg – Terborgseweg.</al><al/><al><vet>Loerbeek:</vet></al><al>Gedeelte Didamseweg – Matjeskolk – Zuidermarkweg – Noordermarkweg – St.
                    Jansgildestraat – Doetinchemseweg – Berkenlaan. </al><al/><al><vet>Beek:</vet></al><al>Arnhemseweg – St. Jansgildestraat – Eltenseweg – Peeskesweg.</al><al/><al><vet>Azewijn:</vet></al><al>Laakweg – Dr. Hoegenstraat. </al><al/><al><vet>Braamt:</vet></al><al>Gedeelte Langestraat – Gildeweg- gedeelte Langestraat - Zeddamseweg –
                    Wijnbergseweg.</al><al/><al><vet>Stokkum:</vet></al><al>Eltenseweg – ’s-Heerenbergseweg – Pastoor van Sonsbeeckstraat – Langeweg. </al><al/><al><vet>Nieuw-Dijk:</vet></al><al>Beekseweg – Pater Smitsstraat – gedeelte Meikamerlaan. </al><al/><al><vet>Didam: </vet></al><al>Fluunseweg – Bievankweg – Endepoelstraat – Bergvredestraat – Eekhegstraat –
                    Pittelderstraat – Bierboomstraat – gedeelte Bentemmerstraat – Beekseweg –
                    Lichtenhorststraat – Parallelweg – Stationslaan – Stationsplein – Spoorstraat –
                    Willibrordusweg – Wilhelminastraat – Hengelderweg – Tatelaarweg –
                    Doetinchemseweg – Raadhuisstraat – Kerkstraat – Burgermeester Kronenburglaan –
                    gedeelte Ambachtstraat – gedeelte Hoofdstraat – Karrewiel – Sint Stephanusstraat
                    – Singel – De Els – De Linde – De Eik. </al><al/><al><vet>’s-Heerenberg:</vet></al><al>Elsepasweg – Distributiestraat – Logistiekstraat – Meilandsedijk –
                    ’s-Heerenbergseweg – Lengelseweg – Bredesteeg – Ulenpasweg – De Meij –
                    Industriestraat – Goorsestraat – Ambachtstraat – Nijverheidsstraat – Handelsweg
                    – Grensstraat – De Immenhorst – Plantsoensingel Zuid – Parklaan –
                    ’s-Heerenbergerstrasse – Emmerikseweg – Klinkerstraat – Oudste Poortstraat –
                    Marktstraat – Molenpoortstraat – Hofstraat – Molenstraat – ’s-Gravenwal – Oude
                    Doetinchemseweg – Mengelenbergseweg – Antoniusstraat – Drieheuvelenweg –
                    Zeddamseweg – Stokkumseweg – Slotlaan.</al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlagen:</label><nr/><titel/></kop><al>Bijlage 1: ‘recreatiegebieden Stroombroek en De Nevelhorst’ behorende bij
                    artikel 1:1 van de Algemene plaatselijke verordening Montferland.</al><al/><al>Bijlage 3: ‘Aangewezen gebied van het treinstation te Didam – overlast fiets of
                    bromfiets’ behorende bij artikel 5:12 van de Algemene plaatselijke verordening
                    Montferland.</al><al/><al><extref doc="/cvdr/images/Montferland/i162292.pdf">Bijlage 1 en 3 APV 2012 Montferland</extref></al><al/></bijlage><bijlage><al><vet>Inhoudsopgave</vet></al><al/><al><vet>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</vet></al><al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 1:2 Beslistermijn</al><al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag</al><al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen</al><al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</al><al>Artikel 1:7 Termijnen</al><al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 2. Openbare orde</vet></al><al/><al><vet>Afdeling 1. Bestrijding van ongeregeldheden</vet></al><al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden</al><al/><al><vet>Afdeling 2. Betoging</vet></al><al>Artikel 2:2 Optochten [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2:4 Afwijking termijn (Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al><al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens (Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al><al/><al><vet>Afdeling 3. Verspreiden van gedrukte stukken</vet></al><al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
                    afbeeldingen [gereserveerd]</al><al/><al><vet>Afdeling 4. Vertoningen e.d. op de weg</vet></al><al>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:8 Dienstverlening [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:9 Straatartiest e.d. [gereserveerd]</al><al/><al><vet>Afdeling 5. Bruikbaarheid en aanzien van de weg</vet></al><al>Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg</al><al>Artikel 2:10A Schuttersboog op of aan de weg</al><al>Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen
                    van een weg</al><al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg</al><al/><al><vet>Afdeling 6. Veiligheid op de weg</vet></al><al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes</al><al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</al><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.</al><al>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d.</al><al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen</al><al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</al><al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs</al><al/><al><vet>Afdeling 7. Evenementen</vet></al><al>Artikel 2:24 Begripsbepaling evenementen</al><al>Artikel 2:25 Vergunning voor een evenement of vergunningvrij</al><al>Artikel 2:26 Ordeverstoring</al><al/><al><vet>Afdeling 8. Toezicht op openbare inrichtingen</vet></al><al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:29 Sluitingstijd</al><al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</al><al>Artikel 2:31 Verboden gedragingen</al><al>Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen</al><al>Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan</al><al>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan [gereserveerd. Dit artikel
                    is verplaatst naar artikel 2:33]</al><al/><al><vet>Afdeling 8A. Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                        Drank- en Horecawet</vet></al><al>Artikel 2:34A Schenktijden paracommerciële rechtspersonen [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:34B Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen
                    [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:34C Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven
                    [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:34D Beperkingen voor andere detailhandel dan slijtersbedrijven
                    [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:34E Koppeling toegang aan leeftijden [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:34F Verbod happy hours [gereserveerd]</al><al/><al><vet>Afdeling 9. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                        nachtverblijf</vet></al><al>Artikel 2:35 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie</al><al>Artikel 2:37 Nachtregister [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister [gereserveerd]</al><al/><al><vet>Afdeling 10. Toezicht op speelgelegenheden</vet></al><al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden</al><al>Artikel 2:40 Kansspelautomaten</al><al/><al><vet>Afdeling 11. Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</vet></al><al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal</al><al>Artikel 2:42 Plakken en kladden</al><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.</al><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen</al><al>Artikel 2:44A Vervoer geprepareerde voorwerpen</al><al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d.</al><al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</al><al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik</al><al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen</al><al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten</al><al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.</al><al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d.</al><al>Artikel 2:53 Bespieden van personen</al><al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:56 Alarminstallaties [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:57 Loslopende honden</al><al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden</al><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden</al><al>Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren</al><al>Artikel 2:61 Wilde dieren [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:62 Loslopend vee</al><al>Artikel 2:63 Duiven [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:64 Bijen</al><al>Artikel 2:65 Bedelarij</al><al/><al><vet>Afdeling 12. Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</vet></al><al>Artikel 2:66 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</al><al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                    Strafrecht</al><al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven [gereserveerd. Dit artikel is verplaatst
                    naar afdeling 8 (Toezicht op openbare inrichtingen) onder artikel 2:32]</al><al/><al><vet>Afdeling 13. Vuurwerk</vet></al><al>Artikel 2:71 Begripsbepaling</al><al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                    verkoopdagen. [gereserveerd]</al><al>Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling</al><al>Artikel 2:73A Gebruik van carbid tijdens de jaarwisseling</al><al/><al><vet>Afdeling 14. Drugsoverlast</vet></al><al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat</al><al>Artikel 2:74A Openlijk softdrugsgebruik en –bezit [gereserveerd]</al><al/><al><vet>Afdeling 15. Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                        cameratoezicht op openbare plaatsen</vet></al><al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding</al><al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden</al><al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen [gereserveerd]</al><al/><al><vet>Afdeling 16. Toezicht op recreatiegebied Stroombroek en de
                    Nevelhorst</vet></al><al>Artikel 2:78 Nadere regels</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3. Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie
                    e.d.</vet></al><al/><al><vet>Afdeling 1. Begripsbepalingen</vet></al><al>Artikel 3:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan</al><al>Artikel 3:3 Nadere regels</al><al/><al><vet>Afdeling 2. Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                        dergelijke</vet></al><al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen</al><al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder</al><al>Artikel 3:6 Sluitingstijden</al><al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting</al><al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder</al><al>Artikel 3:9 Straatprostitutie</al><al>Artikel 3:10 Sekswinkels</al><al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische
                    goederen, afbeeldingen en dergelijke</al><al/><al><vet>Afdeling 3. Beslistermijn: weigeringsgronden</vet></al><al>Artikel 3:12 Beslistermijn</al><al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden</al><al/><al><vet>Afdeling 4. Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</vet></al><al>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie</al><al>Artikel 3:15 Wijziging beheer</al><al/><al><vet>Afdeling 5. Overgangsbepaling</vet></al><al>Artikel 3:16 Overgangsbepaling [gereserveerd]</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor
                        het uiterlijk aanzien van de gemeente</vet></al><al/><al><vet>Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting</vet></al><al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten</al><al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten</al><al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten [gereserveerd]</al><al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek</al><al>Artikel 4:5A Traditioneel schieten</al><al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder</al><al>Artikel 4:6A Mosquito [gereserveerd]</al><al/><al><vet>Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</vet></al><al>Artikel 4:7 Straatvegen</al><al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen</al><al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en
                    putten buiten gebouwen</al><al/><al><vet>Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden</vet></al><al>Artikel 4:10 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</al><al>Artikel 4:12 Afstand van de erfgrenslijn</al><al/><al><vet>Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</vet></al><al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.</al><al>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen [gereserveerd]</al><al>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</al><al>Artikel 4:16 Vergunningplicht lichtreclame [gereserveerd]</al><al/><al><vet>Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen</vet></al><al>Artikel 4:17 Begripsbepaling</al><al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</al><al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding der
                        gemeente</vet></al><al/><al><vet>Afdeling 1. Parkeerexcessen</vet></al><al>Artikel 5:1 Begripsbepalingen</al><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</al><al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen</al><al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen</al><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</al><al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.</al><al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen</al><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen</al><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</al><al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
                    [gereserveerd]</al><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</al><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets</al><al/><al><vet>Afdeling 2. Collecteren</vet></al><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen</al><al/><al><vet>Afdeling 3. Venten</vet></al><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:15 Ventverbod</al><al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting [gereserveerd]</al><al/><al><vet>Afdeling 4. Standplaatsen</vet></al><al>Artikel 5:17 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</al><al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende</al><al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen</al><al>Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht [gereserveerd]</al><al/><al><vet>Afdeling 5. Snuffelmarkten</vet></al><al>Artikel 5:22 Begripsbepaling [gereserveerd]</al><al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt [gereserveerd]</al><al/><al><vet>Afdeling 6. Openbaar water</vet></al><al>[gereserveerd]</al><al/><al><vet>Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                        natuurgebieden</vet></al><al>Artikel 5:31A Begripsbepalingen</al><al>Artikel 5:32 Crossterreinen</al><al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden</al><al/><al><vet>Afdeling 8. Verbod vuur te stoken</vet></al><al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins
                    vuur te stoken</al><al/><al><vet>Afdeling 9. Verstrooiing van as</vet></al><al>Artikel 5:35 Begripsbepaling</al><al>Artikel 5:36 Verboden plaatsen</al><al>Artikel 5:37 Hinder of overlast</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen</vet></al><al>Artikel 6:1 Strafbepaling</al><al>Artikel 6:2 Toezichthouders</al><al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen</al><al>Artikel 6:4 Intrekking oude verordening</al><al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling</al><al>Artikel 6.6 Inwerkingtreding</al><al>Artikel 6:7 Citeertitel</al><al/><al><vet>Bijlagen:</vet></al><al>Bijlage 1: ‘recreatiegebieden Stroombroek en De Nevelhorst’ behorende bij
                    artikel 1:1 van de Algemene plaatselijke verordening Montferland.</al><al>Bijlage 2: ‘stratenlijst meldingsplichtig straatfeest of buurtbarbecue’
                    behorende bij artikel 2:24 van de Algemene plaatselijke verordening Montferland. </al><al>Bijlage 3: ‘Aangewezen gebied van het treinstation te Didam – overlast fiets of
                    bromfiets’ behorende bij artikel 5:12 van de Algemene plaatselijke verordening
                    Montferland.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>