<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR24470_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening voor de gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap Amstelland en de Meerlanden 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Aalsmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Aalsmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">-</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening voor de gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap Amstelland en de Meerlanden 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20sociale%20werkvoorziening/article=7">Wet sociale werkvoorziening, art. 7 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemandateerde functionaris</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-06-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening is vastgesteld door het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningschap Amstelland en de Meerlanden.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening voor de gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningsschap Amstelland en de Meerlanden 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningschap
                        Amstelland en de Meerlanden, handelend onder de naam, AM Groep;</al><al>gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke
                        regeling Werkvoorzieningschap Amstelland en de Meerlanden, handelend onder
                        de naam, AM Groep;</al><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20sociale%20werkvoorziening/article=7">artikel 7, tiende lid, van de Wet sociale
                        werkvoorziening</extref>;</al><al>overwegende dat het algemeen bestuur bij verordening nadere regels dient
                        vast te stellen met betrekking tot het verstrekken van Persoonsgebonden
                        budgetten Begeleid Werken;</al><al>besluit</al><al>de volgende verordening vast te stellen:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>begeleid werken:een dienstbetrekking bij een reguliere werkgever
                                onder aangepaste omstandigheden als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20sociale%20werkvoorziening/article=7">artikel 7 van de Wsw;</extref></al></li><li nr="b."><al>begeleidingsorganisatie: rechtspersoon die wordt ingeschakeld voor
                                het zoeken naar, dan wel de begeleiding van de Wsw-geïndiceerde op
                                een begeleid werken plaats verzorgt;</al></li><li nr="c."><al>beschikbaar: in staat om zonder voorbehoud een aanbod tot passende
                                arbeid onder aangepaste omstandigheden te accepteren;</al></li><li nr="d."><al>bevoegd gezag: bestaat uit de organen met bevoegdheden conform de
                                gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningschap Amstelland en de
                                Meerlanden, zijnde het algemeen en dagelijks bestuur van de
                                gemeenschappelijke regeling Amstelland en de Meerlanden, handelt
                                onder de naam, AM Groep en de colleges van Burgemeester en
                                Wethouders en de gemeenteraden van de gemeenten in de
                                gemeenschappelijke regeling;</al></li><li nr="e."><al>deskundigenrapport: door een arbeidsdeskundige op te stellen rapport
                                dat de arbeidsplaats onderzoekt op passendheid gelet op de indicatie
                                en mogelijkheden van de geïndiceerde;</al></li><li nr="f."><al>de Wsw: de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20sociale%20werkvoorziening">Wet sociale werkvoorziening</extref>;</al></li><li nr="g."><al>geïndiceerde: blijkens een indicatiebeschikking of
                                herindicatiebeschikking tot de doelgroep van de Wsw behoren;</al></li><li nr="h."><al>periodieke subsidie: de loonkostensubsidie en overige aan de
                                werkgever te verstrekken vergoedingen voor structurele kosten;</al></li><li nr="i."><al>periodieke vergoeding: de vergoeding aan de begeleidersorganisatie
                                te verstrekken in verband met zoeken naar, danwel het begeleiden van
                                de Wsw-geïndiceerde op een begeleid werken plaats;</al></li><li nr="j,"><al>persoonsgebonden budget (RGB): voor de periodieke subsidie
                                beschikbaar bedrag afgeleid van het gemiddelde bedrag dat de
                                gemeente per Wsw-geïndiceerde van het rijk ontvangt minus de
                                uitvoeringskosten per Wsw-geïndiceerde, dat beschikbaar is voor het
                                bekostigen van een Begeleid werken plek;</al></li><li nr="k."><al>gemeente: de gemeentelijke organisatie als geheel;</al></li><li nr="l."><al>uitvoering: alle bevoegdheden en verplichtingen met betrekking tot
                                de uitvoering van de Wsw die colleges en gemeenteraden van de
                                deelnemende gemeenten gemandateerd hebben aan de gemeenschappelijke
                                regeling Werkvoorzieningschap Amstelland en de Meerlanden, handelend
                                onder de naam AM Groep;</al></li><li nr="m."><al>uitvoeringsorganisatie: De gemeenschappelijke regeling
                                Werkvoorzieningschap Amstelland en de Meerlanden handelend onder de
                                naam AM Groep, voert namens de gemeente de Wsw uit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Bestanddelen persoonsgebonden budget</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het persoonsgebonden budget kent de volgende bestanddelen: </al><lijst><li nr="a."><al>de rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden
                                        gemeentelijke uitvoeringskosten;</al></li><li nr="b."><al>de periodieke subsidie aan de werkgever waar de
                                        Wsw-geïndiceerde in dienst is, bedoeld als een
                                        tegemoetkoming in de loonkosten in verband met de geringere
                                        arbeidsproductiviteit;</al></li><li nr="c."><al>de kosten voor de begeleiding van de Wsw-geïndiceerde bij de
                                        werkgever;</al></li><li nr="d."><al>de kosten voor eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing
                                        van de omstandigheden waaronder arbeid wordt verricht;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De totale kosten van de periodieke subsidie aan de werkgever, de
                                periodieke vergoeding aan de begeleidingsorganisatie en de
                                bijkomende kosten, zijn niet hoger dan het gemiddelde budget dat
                                beschikbaar is voor een Wsw-plaats, naar rato van aanstelling.</al></li><li nr="3."><al>De gemeente voert de regie en maakt in dit kader het beleid. De
                                aanmelding voor een RGB vindt plaats bij de gemeenten, Vervolgens
                                leiden gemeenten dit door naar de uitvoeringsorganisatie.</al></li><li nr="4."><al>De uitvoering van de RGB is in handen van AM groep, Jaarlijks worden
                                er afspraken gemaakt. Deze worden in een overeenkomst tussen de
                                Wsw-geïndiceerde, de werkgever, de begeleidingsorganisatie en de
                                uitvoeringsorganisatie vastgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Invulling voorwaarden adequate werkplek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeente leidt de aanvraag van iedere Wsw-geïndiceerde door aan
                                de uitvoeringsorganisatie, De uitvoeringsorganisatie verstrekt op
                                aanvraag aan iedere Wsw-geïndiceerde die daar recht op heeft een
                                persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw, indien werkgever en
                                begeleidingsorganisatie er zorg voor dragen dat de arbeidsplaats
                                voor de Wsw-geïndiceerde adequaat wordt ingevuld.</al></li><li nr="2."><al>De werkgever voldoet aan de volgende vereisten: </al><lijst><li nr="a."><al>Zijn onderneming staat ingeschreven bij de Kamer van
                                        Koophandel; voor zover wettelijk verplicht;</al></li><li nr="b."><al>Zijn onderneming is kredietwaardig blijkens een verklaring
                                        van solvabiliteit;</al></li><li nr="c."><al>De aangeboden arbeidsplaats en de omvang daarvan zijn, gelet
                                        op de indicatiestelling en mogelijkheden van de
                                        Wsw-geïndiceerde, als passend aan te merken;</al></li><li nr="d."><al>De duur van het dienstverband bedraagt tenminste 6 maanden,
                                        met een mogelijkheid tot verlenging;</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De begeleidingsorganisatie voldoet aan de volgende vereisten: </al><lijst><li nr="a."><al>voldoet aan de eisen van het Blik op Werk Keurmerk.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 De wijze van vaststelling van de periodieke subsidie aan de
                            werkgever</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Inzake de hoogte van de (loonkosten) subsidie aan de werkgever
                                hanteert de gemeenschappelijke regeling de richtlijn van het rijk.
                                Een PGB- subsidie kan niet hoger zijn dan landelijke richtlijn voor
                                een Wsw-plaats. Daarnaast wordt de subsidie naar rato
                                verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>De subsidie aan de werkgever bestaat uit de loonkostensubsidie, de
                                begeleiding van de werknemer en de werkplekaanpassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Herziening van de loonkostensubsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Op verzoek van de werkgever kan een loonkostensubsidie worden
                                herzien als hier, gelet op de ontwikkeling van de
                                arbeidsproductiviteit van de werknemer, aanleiding voor is;</al></li><li nr="2."><al>De loonkostensubsidie kan worden gewijzigd als hier gerede
                                aanleiding toe is;</al></li><li nr="3."><al>Jaarlijks vindt beoordeling plaats van de loonkostensubsidie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Vergoeding voor eenmalige noodzakelijke kosten van
                            aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt
                            verricht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De uitvoeringsorganisatie kan een vergoeding verstrekken voor de
                                eenmalige kosten van aanpassing van de omstandigheden waaronder de
                                arbeid wordt verricht als uit een deskundigenrapport blijkt dat
                                aanpassingen op de werkplek noodzakelijk zijn, deze
                                persoonsgerelateerd zijn, en het niet redelijk is dat deze kosten
                                door de werkgever worden gedragen.</al></li><li nr="2."><al>Kosten voor aanschaf van apparatuur, kosten voor de werkplek en
                                kosten voortvloeiend uit arbo<vet>wet</vet>geving die de werkgever
                                uit hoofde van normaal en goed werkgeverschap voor iedere werknemer
                                zou moeten maken, komen niet in aanmerking voor vergoeding.</al></li><li nr="3."><al>Een vergoeding wordt alleen verstrekt indien er sprake is van een
                                dienstverband van minimaal zes maanden,</al></li><li nr="4."><al>Indien de hoogte van de vergoeding niet tegen de baten opweegt kan
                                de uitvoeringsorganisatie de aangeboden arbeidsplaats als niet
                                passend beschouwen.</al></li><li nr="5."><al>De uitvoeringsorganisatie regelt de wijze van uitbetaling van de
                                vergoeding.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Indienen van de aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag voor een persoonsgebonden budget wordt bij de gemeente
                                ingediend door middel van een volledig ingevulde aanvraag. De
                                aanvraag wordt mede ondertekend door de werkgever en de
                                begeleidingsorganisatie. Vervolgens toetst de uitvoeringsorganisatie
                                de aanvraag.</al></li><li nr="2."><al>De gemeente stelt een aanvraagformulier op.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De uitvoeringsorganisatie besluit over de aanvraag binnen vier weken
                                na ontvangst van alle benodigde gegevens.</al></li><li nr="2."><al>De uitvoeringsorganisatie kan dit besluit met ten hoogste vier weken
                                verdagen. De uitvoeringsorganisatie stelt de aanvrager hiervan
                                schriftelijk in kennis.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Het besluit lot verlenen van de periodieke subsidie</titel></kop><al>Het besluit tot verlening van een periodieke subsidie bevat in ieder
                        geval;</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van de periodieke subsidie;</al></li><li nr="b."><al>wijze van bevoorschotting van de subsidie;</al></li><li nr="c."><al>de verplichtingen van de werkgever.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Bezwaarprocedure</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Binnen zes weken en een dag na de verzenddatum van het besluit kan
                                tegen deze beslissing schriftelijk en gemotiveerd bezwaar worden
                                gemaakt bij de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Het bezwaarschrift moet correct ondertekend zijn en dient tenminste
                                te bevatten: </al><lijst><li nr="a."><al>naam van de indiener;</al></li><li nr="b."><al>adres van de indiener,</al></li><li nr="c."><al>de dagtekening van het besluit waartegen het bezwaar is
                                        gericht;</al></li><li nr="d."><al>de gronden van het bezwaar.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Het vaststellen van de periodieke subsidie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De werkgever verstrekt maandelijks gegevens aan de
                                uitvoeringsorganisatie. De aard van deze gegevens worden uitgewerkt
                                in de beleidsregels van deze verordening. Eveneens verstrekt de
                                werkgever jaarlijks een jaaropgave.</al></li><li nr="2."><al>De werkgever verstrekt een kopie van de arbeidsovereenkomst</al></li><li nr="3."><al>De uitvoeringsorganisatie verstrekt de subsidie aan de werkgever na
                                het overleggen van de loonstrook van de Wsw-geïndiceerde.</al></li><li nr="4."><al>De uitvoeringsorganisatie stelt de periodieke subsidie binnen vier
                                weken na ontvangst van deze opgave vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Verplichtingen van de werkgever</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De werkgever doet onmiddellijk schriftelijke mededeling aan de
                                uitvoeringsorganisatie van alfe feiten en omstandigheden die van
                                belang kunnen zijn voor de verstrekking van de subsidie,</al></li><li nr="2."><al>De werkgever bewaart alle bewijsstukken die aan de
                                subsidieverstrekking ten grondslag liggen tenminste drie jaren na de
                                vaststelling van de subsidie en stelt deze op verzoek ter
                                beschikking aan de uitvoeringsorganisatie voor
                                controledoeleinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Het opstellen van beleidsregels</titel></kop><al>Het bevoegd gezag stelt beleidsregels vast waarin visie en beleidsdoelen uit
                        het beleidsplan, alsmede de gemandateerde verantwoordelijkheden, taken en
                        bevoegdheden aan de uitvoeringsorganisatie verder zijn uitgewerkt. Deze
                        beleidsregels worden zo nodig jaarlijks aangepast.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag kan in bijzondere gevallen ten gunste van de
                                belanghebbende afwijken van de bepalingen in de verordening, indien
                                strikte toepassing ervan onbillijkheden van zwaarwegende aard zou
                                leiden.</al></li><li nr="2."><al>In gevallen waarin de bepalingen van deze verordening niet voorzien,
                                beslist het bevoegd gezag, met Inachtneming van de individuele
                                omstandigheden van de belanghebbende,</al></li><li nr="3."><al>Belanghebbende heeft de rnogelijkheid om tegen een beslissing van
                                het bevoegd gezag binnen zes weken in bezwaar te gaan bij de
                                gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening persoonsgebonden
                                budget begeleid werken Wet sociale werkvoorziening voor de
                                gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningschap Amstelland en de
                                Meerlanden 2008.</al></li><li nr="2."><al>Zij treedt in werking op 1 juli 2008.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur van de
                        gemeenschappelijke regeling.</ondertekening><ondertekening>A.W. van den Hoed mr, T.C.M. Horn</ondertekening><ondertekening>De secretaris De voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting</vet></al><al>Op 1 januari 2008 is de herziene Wet sociale werkvoorziening (Wsw) in werking
                    getreden. Deze wet bevordert dat Wsw-geïndiceerde meer In een reguliere
                    werkomgeving gaan werken. Om deze doelstelling te verwezenlijken voert de wet
                    enkele belangrijke wijzigingen door. Zo worden regie en sturing op de Wsw
                    nadrukkelijker in handen gelegd van gemeenten. Gemeenten worden hiermee
                    gestimuleerd een visie te ontwikkelen om het doel van de wet, het realiseren van
                    aangepaste arbeid die aansluit bij de capaciteiten en mogelijkheden van de
                    Wsw-geïndiceerde, het beste te kunnen verwezenlijken. Een tweede verandering
                    heeft betrekking op het geven van meer rechten en keuzemogelijkheden aan
                    Wsw-geïndiceerde, waaronder het recht op een persoonsgebonden budget (PGB) om
                    Begeleid Werken te realiseren.</al><al>De wet verplicht gemeenteraden om bij verordening nadere regels vast te stellen
                    over de wijze waarop het bevoegd gezag vormgeeft aan het PGB (artikel 7, tiende
                    lid, Wsw). Gemeenteraden moeten binnen zes maanden na inwerkingtreding van de
                    wet deze verordening hebben vastgesteld.</al><al>Voor de regio Amstelland en Meerlanden hebben de gemeenteraden van de
                    deelnemende gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Haarlemmermeer, Ouder-Amstel en
                    Uithoorn het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Amstelland en
                    Meerlanden, handelend onder de naam AM Groep, gemandateerd om de PGB verordening
                    vast te stellen. De regie blijft echter wel in handen van de gemeenten
                    zelf.</al><al><vet>Twee vormen van begeleid werken</vet></al><al>Sinds 1998 kent de Wsw de mogelijkheid van Begeleid Werken door Wsw-geïndiceerde
                    bij een reguliere werkgever. Het begeleid werken was onder de oude wet geregeld
                    in het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken. Bij deze
                    vorm van begeleid werken worden begeleid werkplekken tot stand gebracht door
                    gemeente of schap. Deze wijze van tot stand brengen van Begeleid Werken blijft
                    ook onder de nieuwe wet bestaan.</al><al>Naast het Begeleid Werken dat door gemeente of schap lot stand wordt gebracht,
                    introduceert de nieuwe Wsw het begeleid werken via de figuur van het
                    persoonsgebonden budget (PGB). Dit vanuit de gedachte dat de Wsw als vrijwillige
                    voorziening voor een specifieke groep arbeidsgehandicapten zo goed mogelijk moet
                    aansluiten bij de capaciteiten en mogelijkheden van een Wsw-geïndiceerde.
                    Daarbij past ook dat Wsw-geïndiceerde de mogelijkheid moeten hebben om zelf te
                    bepalen op welke manier hun arbeidsplaats wordt gerealiseerd. Door de
                    Wsw-geïndiceerde een recht op een PGB te geven wordt hierin voorzien.</al><al>Tussen beide vormen van Begeleid Werken, totstandkoming via een PGB dan wel met
                    behulp van gemeente of schap, bestaat een aantal verschillen. Zo is begeleid
                    werken met een PGB als een recht voor elke Wsw-geïndiceerde geformuleerd. Deze
                    heeft recht op Begeleid Werken met een PGB als de aanvraag aan de wettelijke
                    eisen en de daarop gebaseerde gemeentelijke voorwaarden voldoet. Bovendien ligt
                    bij Begeleid Werken met een PGB het initiatief bij de Wsw-geïndiceerde zelf. De
                    Wsw-geïndiceerde, of iemand namens hem, zal een PGB bij de gemeente moeten
                    aanvragen en om dit te kunnen doen zal hij zelf een werkgever en een
                    begeleidingsorganisatie moeten aandragen en de wijze van werkplekaanpassing
                    moeten regelen, dan wel daar een voorstel voor doen. Als een Wsw-geïndiceerde
                    (of een door hem ingeschakelde begeleidingsorganisatie) een werkgever vindt die
                    hem een adequate werkplek aanbiedt, de begeleiding op de werkplek adequaat wordt
                    geregeld en de kosten van Begeleid Werken binnen het beschikbare budget vallen,
                    dan is de gemeente (na de aanvraag te hebben beoordeeld) verplicht de wens van
                    de Wsw-geïndiceerde te honoreren.</al><al>Iedere Wsw-geïndiceerde komt in beginsel in aanmerking voor Begeleid Werken met
                    een PGB. Voor personen op de wachtlijst geldt dat zij pas van het PGB gebruik
                    kunnen maken als zij op grond van hun piek op die wachtlijst aan de beurt zijn
                    voor een Wsw-plek. Voor het beroep op een PGB is geen Begeleid Werken indicatie
                    van het GWI vereist. Hij of zij hoeft daarvoor dus niet een positief advies
                    begeleid werken te hebben gekregen. Een Wsw-indicatie volstaat. Ook een sw
                    werknemer met een bestaand dienstverband kan dus een beroep doen op een
                    PGB.</al><al>Het verschil tussen Begeleid Werken dat door de gemeente of schap wordt
                    georganiseerd en Begeleid Werken met een PGB is in beginsel uitsluitend gelegen
                    in de procedurele wijze waarop een Begeleid Werkenplek tot stand wordt gebracht.
                    Als de Begeleid Werkenplek eenmaal is gerealiseerd zijn er in principe geen
                    verschillen. Dit betekent dat gemeenten bij het stellen van regels voor Begeleid
                    Werken met een PGB zoveel mogelijk kunnen aansluiten bij de wijze waarop zij het
                    begeleid werken op dit moment organiseren. Dit geldt met name voor de eisen die
                    zij aan werkgevers, de werkplek en aan begeleidingsorganisaties stellen.</al><al><vet>De regeling van Begeleid werken met een PGB</vet></al><al>Het Begeleid Werken met een PGB wordt geregeld in artikel 7, De gemeente kan een
                    verzoek van een Wsw-geïndiceerde om voor een PGB in aanmerking niet weigeren,
                    als;</al><lijst><li nr="1."><al>de betrokkene al een Wsw-dienstbetrekking heeft of recht heeft op
                            plaatsing vanaf de wachtlijst;</al></li><li nr="2."><al>de door de Wsw-geïndiceerde of de door hem aangedragen
                            begeleidingsorganisatie voorgestelde werkplek en begeleiding op de
                            werkplek adequaat zijn;</al></li><li nr="3."><al>de door de gemeente, via de uitvoeringsorganisatie, aan de werkgever te
                            verstrekken periodieke subsidie en de aan begeleidingsorganisatie te
                            verstrekken vergoeding {na rato dienstverband), na aftrek van de
                            rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten, niet
                            hoger zijn dan het (gemiddelde) budget dat beschikbaar is voor een
                            Wsw-plaats. Komt het bedrag van de periodieke subsidie en de periodieke
                            vergoeding van begeleiding, boven het budget uit dat beschikbaar is voor
                            een Wsw-plaats, dan is het bevoegd gezag niet verplicht om subsidie te
                            verstrekken, maar mag het dat wel doen (artikel 7, eerste lid,
                            Wsw).</al></li></lijst><al>Het uitgangspunt van de wet is dat een Wsw-geïndiceerde recht heeft op Begeleid
                    Werken met een PGB. Het bevoegd gezag heeft de bevoegdheid om op grand van de
                    wet en de voorwaarden in deze verordening te toetsen of het aangevraagde bedrag
                    voor het PGB nodig is om de betreffende Wsw-geïndiceerde op een adequate wijze
                    begeleid te laten werken, dan wel dat zou kunnen worden volstaan met een lager
                    bedrag. Omgekeerd kan het bevoegd gezag, hoewel hij de toekenning van een
                    dergelijke hogere aanvraag mag weigeren, ook besluiten een hoger bedrag toe te
                    kennen dan het beschikbare bedrag.</al><al>Het PGB bestaat uit drie bestanddelen:</al><lijst><li nr="1."><al>Een periodieke subsidie aan de werkgever waar de Wsw-geïndiceerde in
                            dienst is. Deze subsidie is primair bedoeld als een tegemoetkoming in de
                            loonkosten in verband met de geringere arbeidsproductiviteit. Ook kan
                            deze subsidie worden gebruikt als een vergoeding voor structurele kosten
                            van de werkgever die verband houden met het in dienst hebben van een
                            Wsw- geïndiceerde. Daarbij kan worden gedacht aan reiskosten of kosten
                            voor intermediair© activiteiten tb,v. mensen met een visuele of
                            auditieve handicap (zoals een voorleeshulp of een doventolk),</al></li><li nr="2."><al>Een periodieke vergoeding aan de begeleidingsorganisatie die de
                            begeleiding van de Wsw-geïndiceerde verzorgt,</al></li><li nr="3."><al>Een vergoeding voor de eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van
                            de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht (artikel 7, derde
                            lid, Wsw). Hieronder worden bijvoorbeeld kosten verstaan die gemaakt
                            worden voor technische aanpassingen in de werkplek. Het Dagelijks
                            Bestuur kan deze vergoedingen verstrekken, ze zijn daartoe niet
                            verplicht.</al></li></lijst><al>Het PGB is geen rugzakje: de Wsw-geïndiceerde krijgt geen budget mee. In feite
                    moet het PGB als hier bedoeld dan ook eerder worden gezien als een
                    persoonsvolgend budget. Het PGB wordt aangevraagd door de Wsw-geïndiceerde, maar
                    de subsidie en vergoeding worden door de gemeente, via de
                    uitvoeringsorganisatie, verstrekt aan de werkgever respectievelijk de
                    begeleidingsorganisatie.</al><al>De Wsw-geïndiceerde heeft echter geen recht op een bepaald budget. Het
                    uitgangspunt van de wet is dat een Wsw-geïndiceerde recht heeft op begeleid
                    werken met een PGB. Enerzijds bestaat er dus een recht op een PGB, anderzijds
                    heeft het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het zo efficiënt en
                    effectief inzetten van publieke middelen en het realiseren van de jaarlijkse
                    (rijks)taakstelling voor het realiseren van Wsw-plekken, Het bestaan van een PGB
                    ontslaat het bevoegd gezag ook niet van de zorgplicht zoals die is geformuleerd
                    In art, 1 lid 3 van de wet.</al><al><vet>De onderwerpen in de verordening</vet></al><al>In artikel 7, tiende lid, Wsw staan de onderwerpen genoemd die het bevoegd gezag
                    in ieder geval in de verordening zal moeten regelen:</al><lijst><li nr="1."><al>de wijze waarop de hoogte van de periodieke subsidie aan de werkgever
                            dient te worden vastgesteld;</al></li><li nr="2."><al>de hoogte van de door het bevoegd gezag rechtstreeks aan de
                            subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten omgerekend op
                            jaarbasis;</al></li><li nr="3."><al>de voorwaarden waaronder het bevoegd gezag aan de werkgever een
                            vergoeding verstrekt voor de eenmalige noodzakelijke kosten van
                            aanpassing van de omstandigheden waaronder arbeid wordt verricht,
                            en</al></li><li nr="4."><al>de voorwaarden waaronder het bevoegd gezag een begeleidingsorganisatie
                            inschakelt die door de Wsw-geïndiceerde zelf is aangewezen.</al></li></lijst><al>Naast deze vier verplichte onderwerpen kunnen gemeenten nog een aantal andere
                    zaken in hun verordening regelen of daaraan in ieder geval aandacht besteden als
                    ze het PGB gaan regelen. Het gaat dan om voorwaarden die de gemeente kan stellen
                    aan de werkgever en de werkplek van de Wsw-geïndiceerde.</al><al>Het bevoegd gezag zal bij elke aanvraag van een PGB moeten beoordelen of de
                    werkgever de voorgestelde inpassing in de arbeid adequaat kan verzorgen. In
                    verband hiermee kan een gemeente eisen stellen aan de werkgever en de door hem
                    aangeboden werkplek. Omdat begeleid werken met een PGB een recht is voor alle
                    Wsw-geïndiceerden, zullen eventuele voorwaarden waaronder dit recht kan worden
                    gerealiseerd bij verordening moeten worden geregeld.</al><al>Daarnaast kunnen ook procedurele bepalingen in de verordening worden opgenomen
                    die verband houden met het feit dat een PGB moet worden aangevraagd. Het gaat
                    dan om aangelegenheden als gegevens en documenten die bij de aanvraag voor een
                    PGB moeten worden overgelegd, de beslistermijn en de bevoegdheid van het bevoegd
                    gezag om een subsidie te wijzigen.</al><al><vet>Onderscheid subsidies en vergoedingen</vet></al><al>De wet maakt een onderscheid tussen subsidies en vergoedingen. De periodieke
                    betalingen door de gemeente aan een werkgever worden als een subsidie aangemerkt
                    en de periodieke betalingen aan de begeleidingsorganisatie als een vergoeding.
                    Ook de betalingen in verband met eenmalige kosten van aanpassing van de werkplek
                    worden in de wet als een vergoeding aangemerkt, Om vast te stellen of een
                    bepaalde geldverstrekking een subsidie is (die op basis van een beschikking
                    wordt verstrekt) of een commercials transactie (waarvoor een overeenkomst wordt
                    gesloten) doet de naamgeving van de geldverstrekking niet ter zake. Als
                    tegenover de betaling door de gemeente een reële economische tegenprestatie
                    staat (in de vorm van een concrete dienst of concreet product), is er sprake van
                    een commerciële transactie. Staat tegenover de betaling door de gemeente geen
                    duidelijke economische tegenprestatie, dan is er sprake van een subsidie. Dit
                    betekent dat de periodieke subsidie aan de werkgever en de vergoeding voor de
                    eenmalige kosten van aanpassing van de werkplek moeten worden aangemerkt als een
                    subsidie. Dit, ondanks de andere terminologie (vergoeding) die het rijk hier aan
                    geeft in de wet. Tegenover deze betalingen staan immers geen economische
                    tegenprestaties van werkgevers. De periodieke vergoeding aan een
                    begeleidingsorganisatie moet worden opgevat ais een commerciële transactie. De
                    gemeente koopt, via de uitvoeringsorganisatie, een dienst in bij de
                    begeleidingsorganisatie.</al><al>Het verstrekken van subsidies is een publiekrechtelijke rechtshandeling: het
                    vindt plaats op basis van een beschikking. De bepalingen in de Algemene wet
                    bestuursrecht (Awb) zijn in beginsel van toepassing op de subsidies die de
                    gemeente in het kader van het PGB verstrekt. In de verordening kunnen nadere
                    regels worden gesteld over de subsidieverstrekking in het kader van het PGB. De
                    verstrekking van periodieke vergoedingen aan een begeleidingsorganisatie is
                    privaatrechtelijk van aard. Hierover hoeven in de verordening in beginsel geen
                    regels te worden gesteld, Niettemin kan het om reden van transparantie en
                    explicitering van beleidsuitgangspunten gewensf zijn dit wel te doen.</al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>In artikel 1 is een aantal begrippen opgenomen. De wet is voldoende duidelijk
                    over de gehanteerde termen en begrippen.</al><al><vet>Artikel 2 Bestanddelen persoonsgebonden budget</vet></al><al>In dit artikel worden de verschillende onderdelen waar een RGB aan moet voldoen
                    nader uitgewerkt. Artikel 7, tiende lid, onderdeel b, Wsw bepaalt dat de
                    gemeenteraad of te wel het Algemeen Bestuur bij verordening regels stelt over de
                    hoogte van de door het Dagelijks Bestuur rechtstreeks aan de subsidieverlening
                    verbonden uitvoeringskosten omgerekend op jaarbasis. De gemeente- zal zelf
                    moeten bepalen weke uitvoeringskosten het toekennen van een PGB aan een
                    Wsw-geïndiceerde voor de gemeente met zich meebrengt</al><al>De wet geeft niet aan wat precies onder uitvoeringskosten moet worden verstaan.
                    Het moet in ieder geval gaan om kosten die rechtstreeks aan de subsidieverlening
                    verbonden zijn (artikel 7, tweede lid, onderdeel b, Wsw). Daarbij kan worden
                    gedacht aan kosten in verband met de volgende activiteiten;</al><lijst><li nr="-"><al>het beoordelen van aanvragen voor een PGB;</al></li><li nr="-"><al>de administratieve handelingen in verband met het verstrekken van
                            subsidies en vergoedingen in hetkader van het PGB;</al></li><li nr="-"><al>het monitoren van het Begeleid Werken met een PGB;</al></li><li nr="-"><al>het tussentijds bepalen van loonwaarde;</al></li><li nr="-"><al>het voeren van (tussentijdse) gesprekken met begeleidingsorganisatie en
                            werkgever.</al></li></lijst><al>De uitvoeringskosten worden afgetrokken van het bedrag dat de gemeente
                    (gemiddeld) per Wsw-geïndiceerde van het rijk ontvangt, waarbij ook rekening
                    wordt gehouden met de mate van arbeidshandicap. Het bedrag dat de gemeente
                    {gemiddeld) per Wsw-geïndiceerde van het rijk ontvangt minus de (gemiddelde)
                    uitvoeringskosten per Wsw-geïndiceerde levert vervolgens het bedrag op dat de
                    gemeente in beginsel beschikbaar heeft voor een PGB.</al><al><vet>Artikel 3 Invulling voorwaarden adequate werkplek</vet></al><al>Het Dagelijks Bestuur zal bij elke aanvraag van een PGB moeten beoordelen of de
                    inpassing in de arbeid van betrokkene, met inbegrip van begeleiding op zijn
                    werkplek adequaat door de werkgever wordt verzorgd {artikel 7, eerste lid, Wsw).
                    In verband hiermee kan een gemeente, via de uitvoeringsorganisatie eisen stellen
                    aan de werkgever en de door hem aangeboden werkplek. In artikel 7, tiende lid,
                    Wsw dient het bevoegd gezag in zijn verordening de voorwaarden te regelen
                    waaronder het Dagelijks Bestuur een begeleidingsorganisatie inschakelt die door
                    de Wsw-geïndiceerde is aangewezen.</al><al>Bij het stellen van eisen aan werkgevers en begeleidingsorganisaties, in het
                    kader van begeleid werken met een PGB, wordt voorgesteld om zoveel mogelijk aan
                    te sluiten bij de wijze waarop op dit moment begeleid werken wordt
                    georganiseerd. De uitvoering daarvan ligt in handen van de AM Groep.</al><al><vet>Artikel 4 De wijze van vaststelling van de periodieke subsidie aan de
                        werkgever</vet></al><al>Het bevoegd gezag dient bij verordening nadere regels te stellen met betrekking
                    tot de wijze waarop de hoogte van de periodieke subsidie aan de werkgever dient
                    te worden vastgesteld (artikel 7, tiende lid, onderdeel a, Wsw). De periodieke
                    subsidie, na rato dienstverband, bestaat uit een loonkostensubsidie en eventueel
                    ook uit een vergoeding voor structurele kosten van de werkgever die verband
                    houden met het in dienst hebben van een Wsw-geïndiceerde (bijvoorbeeld
                    reiskosten of terugkerende kosten voor intermediaire activiteiten).</al><al>Het doel van de loonkostensubsidie is het verstrekken van een tegemoetkoming in
                    de loonkosten in verband met de geringere arbeidsproductiviteit van de Wsw-
                    geïndiceerde. Om te kunnen bepalen wat 10 de hoogte van de loonkostensubsidie
                    moet zijn, is inzicht nodig in de verdiencapaciteit (loonwaarde) van de
                    betrokken Wsw-geïndiceerde. In de praktijk kan de hoogte van de
                    loonkostensubsidie worden bepaald in onderhandeling , Daarbij wordt in veel
                    gevallen overigens gebruik gemaakt van bestaande methodieken voor inschatting
                    van de loonwaarde. Ook het functieprofiel van de te vervullen functie en het
                    daarbij behorende (CAO) Ioon maken vaak deel uit van dit proces.</al><al><vet>Artikel 5 Herziening van de loonkostensubsidie</vet></al><al>De productiviteit van een Wsw-geïndiceerde kan wijzigen. Als dat het geval is,
                    kan de loonkostensubsidie worden aangepast. De werkgever kan dan, als de
                    productiviteit, c,q. verdiencapaciteit van de werknemer minder wordt, na overleg
                    en met instemming van de werknemer, een verzoek indienen om de
                    loonkostensubsidie te herzien De werkgever moet zijn verzoek om herziening met
                    redenen omkleden.</al><al>Ook ambtshalve kan het Dagelijks Bestuur, als er een gerede aanleiding is voor
                    een (tussentijds) aanpassing van de subsidie, een hernieuwde beoordeling voor de
                    hoogte van de subsidie doen. Dit zal zich overigens alleen in uitzonderlijke
                    gevallen voordoen, bijvoorbeeld als er sprake is van kennelijke onredelijkheid
                    bij handhaving van een bestaande situatie. In de praktijk zal het waarschijnlijk
                    vaker voorkomen dat in de subsidiebeschikking aan de werkgever wordt opgenomen
                    hoe, en op welke wijze, (tussentijdse) herbeoordelingen van loonwaarde zuilen
                    plaatsvinden.</al><al><vet>Artikel 6 Vergoeding voor eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van
                        de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht.</vet></al><al>De verordening dient regels te bevatten die betrekking hebben op de voorwaarden
                    waaronder het Dagelijks Bestuur (lees uitvoeringsorganisatie) aan de werkgever
                    een vergoeding (subsidie) verstrekt voor de eenmalige noodzakelijke kosten van
                    aanpassing van de omstandigheden waaronder arbeid wordt verricht (artikel 7,
                    tiende lid, Wsw). Dit artikel vormt de uitwerking van deze verplichting. Het
                    eerste lid bepaalt dat een eenmalige vergoeding kan worden verstrekt, Er is voor
                    gekozen om hier een deskundigenrapport aan vooraf te laten gaan.</al><al>Het derde lid stelt een minimale duur van 6 maanden aan het dienstverband dat de
                    werkgever met de betrokken Wsw-geïndiceerde moet aangaan, alvorens tot
                    investeringen wordt overgegaan, In het vierde lid wordt aangegeven, dat indien
                    de kosten boven de baten uitgaan de aangeboden arbeidsplaats als niet passend
                    moet worden beschouwd. In de praktijk zullen hierbij van geval tot geval kosten
                    en baten tegen elkaar moeten worden afgewogen. Omdat hier sprake is van
                    maatwerk, is niet bij benadering aan te geven op welk bedrag dit moet worden
                    gemaximeerd. Duidelijk is dat hier de criteria van redelijkheid en maatwerk van
                    belang zijn om een verantwoorde en zorgvuldige afweging te maken.</al><al>De aard van de voorziening kan immers van geval tot geval verschillen en
                    overigens ook gerelateerd zijn aan de aard van de handicap, Bovendien hoeft er
                    niet perse sprake te zijn van aanpassingen van bouwkundige aard. Het kan ook
                    gaan om (aangepaste) apparatuur die een sw- geïndiceerde kan gebruiken bij een
                    andere werkgever,</al><al>Het vijfde lid bepaalt dat het Dagelijks Bestuur de wijze van uitbetaling van de
                    vergoeding regelt Daarbij kan worden gedacht aan de termijnen van betaling.</al><al><vet>Artikel 7 en 8 Indienen van de aanvraag en beslistermijn</vet></al><al>De Wsw-geïndiceerde zal het PGB moeten aanvragen. In verband met de regievoering
                    door de gemeente is er voor gekozen dat de aanmelding voor een PGB door de
                    gemeente zelf gebeurd. De gemeente houdt hierdoor zicht op het aantal
                    aanmeldingen. De uitvoering daarvan, inclusief de toetsing, ligt echter in
                    handen van de uitvoeringsorganisatie.</al><al>Omdat Begeleid Werken met een PGB leidt tot een subsidierelatie met de werkgever
                    (in verband met het verstrekken van periodieke subsidie), zuilen ook de
                    werkgever en de begeleidingsorganisatie van de Wsw-geïndiceerde de aanvraag
                    moeten ondertekenen.</al><al><vet>Artikel 9 en 11 Het besluit tot verlenen en het vaststellen van de
                        periodieke subsidie</vet></al><al>Met het vaststellen van de subsidie wordt de subsidieverstrekking voor het
                    betreffende kalenderjaar afgerond. De hoogte van het subsidiebedrag voor dat
                    jaar wordt definitief vastgesteld. Om de subsidie te kunnen vaststellen, dient
                    de werkgever een schriftelijke opgave te doen van het door hem in het voorgaande
                    jaar betaalde bruto CAO-loon van de Wsw-geïndiceerde, vermeerderd met alle
                    werkgeverslasten.</al><al><vet>Artikel 10 Bezwaarprocedure</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al><vet>Artikel 12 Verplichtingen van de werkgever</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al><vet>Artikel 13 Het opstellen van beleidsregels</vet></al><al>Door het bevoegd gezag worden beleidsregels opgesteld waarin de gemandateerde
                    (financiële) verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden aan de AM Groep nader
                    uitgewerkt worden. Deze beleidsregels worden zonodig jaarlijks aangepast.</al><al><vet>Artikel 14</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting</al><al><vet>Artikel 15 Citeertitel en Inwerkingtreding</vet></al><al>De verordening moet binnen zes maanden na inwerkingtreding van de Wsw zijn
                    vastgesteld.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>