<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR24467_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning Aalsmeer 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Aalsmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-03-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Aalsmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Nieuwe Meerbode</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning Aalsmeer 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=33">Gemeentewet, art. 33 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>03-8341/GRIFFIE</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning Aalsmeer 2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Aalsmeer;</al><al>gelezen het voorstel van het presidium van de raad van Aalsmeer, nr.
                        120;</al><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=33">artikel 33 van de Gemeentewet</extref>;</al><al>besIuit</al><al>vast te stellen de volgende Verordening op de ambtelijke bijstand en de
                        fractieondersteuning Aalsmeer 2004:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Paragraaf 1: Ambtelijke bijstand</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 1</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid kan zich tot een ambtenaar wenden met een
                                        verzoek om: </al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar
                                                zijn.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De informatie, als bedoeld in het eerste lid, wordt door de
                                        ambtenaar gegeven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft
                                        op informatie, als bedoeld in het eerste lid, stelt hij de
                                        secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist. Deze
                                        beslissing wordt zo spoedig mogelijk meegedeeld aan het
                                        raadslid en de griffier.</al></li><li nr="4."><al>De ambtenaar, die aan het verzoek heeft voldaan, doet zo
                                        spoedig mogelijk mededeling van het onderwerp en van de
                                        daaraan bestede tijd aan de secretaris en de griffier.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 2</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om
                                        bijstand bij het opstellen van moties, amendementen en
                                        voorstellen of andere bijstand, als bedoeld in artikel 1,
                                        eerste lid.</al></li><li nr="2."><al>De bijstand, als bedoeld in het eerste lid, wordt zo
                                        mogelijk door de griffier verleend. Indien de griffier naar
                                        zijn mening de gevraagde bijstand niet of onvoldoende kan
                                        verlenen, wordt de bijstand op verzoek van de griffier zo
                                        spoedig mogelijk door of vanwege de secretaris
                                        verleend.</al></li><li nr="3."><al>De secretaris verleent of laat verlenen de bijstand, als
                                        bedoeld in het eerste en tweede lid, tenzij: </al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de
                                                bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de
                                                raad;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al></li><li nr="c."><al>inwilliging een te grote aanslag op de ambtelijke
                                                capaciteit tot gevolg heeft.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De secretaris beoordeelt of de bijstand op grand van het
                                        derde lid wordt geweigerd.</al></li><li nr="5."><al>Indien de bijstand op grand van het derde lid wordt
                                        geweigerd deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee
                                        aan het raadslid en aan de griffier.</al></li><li nr="6."><al>De ambtenaar, die aan een verzoek heeft voldaan, doet zo
                                        spoedig mogelijk mededeling van het onderwerp en van de
                                        daaraan bestede tijd aan de secretaris en de griffier.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 3</titel></kop><structuurtekst><al>Indien een verzoek om bijstand door de secretaris wordt geweigerd
                                kan het betrokken raadslid of de griffier het verzoek voorleggen aan
                                de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over
                                het verzoek.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 4</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Indien een raadslid niet tevreden is over verleende
                                        bijstand, doet hij of de griffier hiervan mededeling aan de
                                        secretaris.</al></li><li nr="2."><al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor
                                        beide partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak
                                        voor aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig
                                        mogelijk over de zaak.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 5</titel></kop><structuurtekst><al>De secretaris houdt een register bij van de verleende of geweigerde
                                bijstand, als bedoeld in de artikelen 1 en 2, waarin per verzoek om
                                bijstand wordt opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>welk raadslid om bijstand heeft verzocht;</al></li><li nr="b."><al>over welk onderwerp om bijstand is verzocht;</al></li><li nr="c."><al>welke ambtenaar de bijstand heeft verleend;</al></li><li nr="d."><al>hoeveel tijd het verlenen van de bijstand heeft gekost;</al></li><li nr="e."><al>de reden waarom een verzoek is geweigerd.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 6</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Desgewenst geeft de secretaris aan een raadslid, een
                                        collegelid of de griffier de gelegenheid het in artikel 5
                                        bedoelde register te raadplegen.</al></li><li nr="2."><al>De secretaris kan (mede) ter voldoening aan het bepaalde in
                                        het eerste lid een kopie van (het betrokken gedeelte van)
                                        het register verstrekken.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 7</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijk
                                        bijstand of de inhoud van het gegeven advies geheim wordt
                                        gehouden.</al></li><li nr="2."><al>Indien het college of leden van het college informatie
                                        wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud
                                        van het gegeven advies wenden zij zich daartoe rechtstreeks
                                        tot het betrokken raadslid.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Paraqraaf 2: Fractieondersteuninq</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 8</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De fracties, zoals bedoeld in artikel 6 van het Reglement
                                        van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van
                                        de raad van de gemeente Aalsmeer, ontvangen jaarlijks een
                                        financiele bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het
                                        functioneren van de fractie.</al></li><li nr="2."><al>Deze bijdrage bestaat uit een vast deel van 45% van het
                                        (totale) bedrag, waarop een raadslid van de gemeente
                                        Aalsmeer als vergoeding voor zijn werkzaamheden en als
                                        tegemoetkoming in de kosten recht heeft, voor elke fractie.
                                        Daarnaast ontvangt elke fractie een bedrag van 9% van
                                        vorenbedoeld (totale) bedrag per raadszetel.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 9</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Fracties besteden de bijdrage om hun
                                        volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende
                                        rol te versterken.</al></li><li nr="2."><al>De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van: </al><lijst><li nr="a."><al>uitgaven die in strijd zijn met wettelijke
                                                bepalingen en overige regelingen;</al></li><li nr="b."><al>betalingen aan politieke partijen, met politieke
                                                partijen verbonden instellingen of natuurlijke
                                                personen anders dan ter vergoeding van prestaties
                                                (diensten of goederen) geleverd ten behoeve van de
                                                fractie op basis van een gespecificeerde, reële
                                                declaratie;</al></li><li nr="c."><al>giften;</al></li><li nr="d."><al>uitgaven welke dienen bestreden te worden uit
                                                vergoedingen die de leden ingevolge het
                                                rechtspositiebesluit raads- en commissieleden
                                                toekomen;</al></li><li nr="e."><al>opleidingen voor raads- en commissieleden.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 10</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De bijdrage voor fractieondersteuning wordt, in het eerste
                                        kwartaal van een kalenderjaar, als voorschot op dat
                                        kalenderjaar verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt het
                                        voorschot verstrekt voor de maanden tot en met de maand
                                        waarin de verkiezingen plaatsvinden. Uiterlijk de derde
                                        maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw
                                        gekozen raad plaatsvindt wordt het voorschot verstrekt voor
                                        de overige maanden van dat jaar.</al></li><li nr="3."><al>Het voorschot wordt verrekend met teveel ontvangen
                                        voorschotten in jaren waarvoor de raad de bedragen heeft
                                        vastgesteld bedoeld in artikel 15, derde lid.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 11</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Indien het zeteltal van een fractie ten gevolge van
                                        verkiezingen verandert, wijzigt de bijdrage: </al><lijst><li nr="a."><al>bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag
                                                van de maand na de maand waarin de eerste
                                                vergadering van de nieuw gekozen raad
                                                plaatsvindt.</al></li><li nr="b."><al>bij vermeerdering van het zeteltal: op de eerste dag
                                                van de maand waarin de eerste vergadering van de
                                                nieuw gekozen raad plaatsvindt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Bij splitsing van een fractie wordt de op grand van artikel
                                        8, tweede lid, vastgestelde bijdrage voor de oorspronkelijke
                                        fractie verdeeld over de betrokken fracties naar
                                        evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken
                                        leden.</al></li><li nr="3."><al>Bij splitsing van een fractie wordt het aan de
                                        oorspronkelijke fractie verstrekte voorschot verrekend
                                        overeenkomstig de verdeling die volgt uit het tweede
                                        lid.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 12</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte
                                        van de bijdrage toekomend aan een fractie ter besteding door
                                        die fractie in volgende jaren.</al></li><li nr="2."><al>De reserve is niet grater dan 30% van de bijdrage die de
                                        fractie in het voorgaande kalenderjaar toekwam ingevolge
                                        artikel 8.</al></li><li nr="3."><al>Het beroep in enig jaar op de opgebouwde reserve, komt tot
                                        uitdrukking in de afrekening als bedoeld in artikel 13 over
                                        dat jaar. Bevoorschotting vindt desgevraagd plaats.</al></li><li nr="4."><al>De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de
                                        fractie die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de
                                        fractie die naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger
                                        daarvan kan worden beschouwd.</al></li><li nr="5."><al>Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou
                                        worden dan aangegeven in het tweede lid, vervalt het recht
                                        op dat meerdere.</al></li><li nr="6."><al>Bij splitsing van een fractie, wordt de reserve verdeeld
                                        over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal
                                        bij de splitsing betrokken leden, voor zover deze reserve
                                        niet meer bedraagt dan 30% van de bijdrage die de
                                        oorspronkelijke fractie in het voorgaande kalenderjaar
                                        ontving.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 13</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Elke fractie legt, binnen drie maanden na het einde van een
                                        kalenderjaar, aan de raad verantwoording af over de
                                        besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning onder
                                        overlegging van een verslag.</al></li><li nr="2."><al>Het verslag bevat in ieder geval een opgave van de
                                        bestedingen (hoeveel, wanneer, aan wie en waarom).</al></li><li nr="3."><al>De raad stelt de bedragen vast van: </al><lijst><li nr="a."><al>de uitgaven van een fractie die in het vorige
                                                kalenderjaar uit de bijdrage bekostigd zijn;</al></li><li nr="b."><al>de wijziging van de reserve;</al></li><li nr="c."><al>de resterende reserve;</al></li><li nr="d."><al>de verrekening tussen de in onderdeel a. genoemde
                                                uitgaven en het ontvangen voorschot en, voor zover
                                                nodig, de hoogte van de terugvordering van ontvangen
                                                voorschotten.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Paraqraaf 3 Slotbepaiinqen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 14</titel></kop><structuurtekst><al>In de gevallen waarin de artikelen 8 tot en met 13 niet voorzien of
                                bij twijfel omtrent de toepassing van deze artikelen beslist het
                                presidium op voorstel van de voorzitter van de raad.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 15</titel></kop><structuurtekst><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                2004</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 18 december 2003</ondertekening><ondertekening>de griffier,de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>