<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR244656_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van belastingen oproerende woon- en bedrijfsruimten 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Doesburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Doesburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentepagina, 28 december 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=221">Gemeentewet, artikel 221</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>20 december 2012, nr. 13</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>lokale heffingen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-16005</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van belastingen oproerende woon-
                en bedrijfsruimten 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al/><al>De raad van de gemeente Doesburg;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20
                        december 2012;</al><al/><al>gelet op artikel 221 van de Gemeentewet;</al><al/><al>Besluit:</al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van belastingen oproerende
                            woon- en bedrijfsruimten 2013</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a)"><al>ruimte: een roerende woon- of bedrijfsruimte, welke duurzaam aan een
                                plaats gebonden is en dient tot permanente bewoning of permanent
                                gebruik;</al></li><li nr="b)"><al>woonruimte: een ruimte waarvan de vastgestelde waarde in hoofdzaak
                                kan worden toegerekend aan delen van de ruimte die dienen tot woning
                                dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden;</al></li><li nr="c)"><al>bedrijfsruimte: een ruimte die niet kan worden aangemerkt als
                                woonruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam ‘belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten’ worden
                            ter zake van binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe belastingen
                            geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar een ruimte al dan niet krachtens eigendom, bezit,
                                    beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt:
                                    gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar van een ruimte het genot heeft krachtens eigendom,
                                    bezit of beperkt recht: eigenarenbelasting</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een ruimte in gebruik
                                    is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in
                                    gebruik heeft gegeven;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een ruimte voor volgtijdig
                                    gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die ruimte ter
                                    beschikking heeft gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die een in het vorige lid, onder b bedoelde deel of een onder c
                            bedoelde ruimte ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting
                            als zodanig te verhalen op degene aan wie die ruimte of deel daarvan ter
                            beschikking is gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><al>Als één ruimte wordt aangemerkt:</al><lijst><li nr="a)"><al>een binnen de gemeente gelegen ruimte;</al></li><li nr="b)"><al>een gedeelte van een onder a bedoelde ruimte dat blijkens zijn
                                indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden
                                gebruikt;</al></li><li nr="c)"><al>een samenstel van twee of meer onder a bedoelde ruimten of onder b
                                bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in
                                gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar
                                behoren;</al></li><li nr="d)"><al>het binnen de gemeente gelegen deel van een onder a bedoelde ruimte,
                                van een onder b bedoeld gedeelte daarvan of van een onder c bedoeld
                                samenstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de waarde die aan de ruimte dient te worden
                            toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen
                            worden overgedragen en de verkrijger de ruimte in de staat waarin deze
                            zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen
                            nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                            bedrijfsruimte, met uitzondering van ruimten die zijn ingeschreven in
                            een van de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers van
                            beschermde monumenten, bepaald op de vervangingswaarde indien dit leidt
                            tot een hogere waarde dan die ingevolge het eerste lid. Bij de
                            berekening van de vervangingswaarde wordt rekening gehouden met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en de bestemming van de ruimte;</al></li><li nr="b."><al>de sedert de stichting van de ruimte opgetreden technische en
                                    functionele veroudering waarbij de invloed van latere
                                    wijzigingen in aanmerking wordt genomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                            ruimte in aanbouw bepaald op de vervangingswaarde, bedoeld in het tweede
                            lid. Onder een ruimte in aanbouw wordt verstaan een roerende zaak of
                            gedeelte daarvan waarvoor een bouwvergunning in de zin van de Woningwet
                            is afgegeven en dat door bouw nog niet geschikt is voor gebruik
                            overeenkomstig de beoogde bestemming.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de waarde van een
                            woonruimte dat deel uitmaakt van een op de voet van de Natuurschoonwet
                            1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de in artikel 1, derde lid,
                            onderdeel b, van die wet bedoelde voorwaarden bepaald met inachtneming
                            van een vooronderstelde verplichting om het landgoed gedurende een
                            tijdvak van 25 jaren als zodanig in stand te houden en geen opgaand hout
                            te vellen anders dan volgens de regels van normaal bosbeheer
                            noodzakelijk of gebruikelijk is. Ruimten die dienstbaar zijn aan de
                            woonruimte worden geacht deel uit te maken van die woonruimte.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Met betrekking tot een ruimte als bedoeld in artikel 3, aanhef en
                            onderdeel d, wordt de waarde gesteld op een evenredig deel van de waarde
                            die dient te worden toegekend aan de gehele ruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, de waarde van:</al><lijst><li nr="a."><al>Glasopstanden die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek
                                    of teelt van gewassen, voorzover de ondergrond daarvan bestaat
                                    uit cultuurgrond die bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd ten
                                    behoeve van de land- of bosbouw. Onder cultuurgrond wordt mede
                                    begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden,
                                    die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van
                                    gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te
                                    gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>ruimten die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst
                                    of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van
                                    levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van
                                    delen van zodanige ruimten die dienen als woning;</al></li><li nr="c."><al>ruimten ten behoeve van waterverdedigings- en
                                    waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen,
                                    instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen,
                                    een en ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die
                                    dienen als woning;</al></li><li nr="d."><al>ruimten die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                                    afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of
                                    diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, een en ander met
                                    uitzondering van delen van zodanige ruimten die dienen als
                                    woning;</al></li><li nr="e."><al>werktuigen die van een ruimte kunnen worden afgescheiden zonder
                                    dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt
                                    toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigen-dommen
                                    zijn aan te merken;</al></li><li nr="f."><al>bedrijfsruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt
                                    voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van
                                    delen van zodanige bedrijfsruimten die bestemd zijn te worden
                                    gebruikt voor het geven van onderwijs;</al></li><li nr="g."><al>ruimten voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt ten
                                    behoeve van begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een en
                                    ander met uitzondering van delen van zodanige ruimten die dienen
                                    als woning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vrijstelling met betrekking tot de in het eerste lid, onderdeel f,
                            bedoelde ruimte geldt niet voor de eigenarenbelasting voor zover de
                            gemeente van die ruimten niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit
                            of beperkt recht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van zoverre van artikel 4 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten
                            de waarde van gedeelten van de bedrijfsruimte die in hoofdzaak tot
                            woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                            woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Waardepeildatum</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De heffingsmaatstaf wordt bepaald naar de waarde die de ruimte op 1
                                januari 2012 heeft. </al></li><li nr="2."><al>De heffingsmaatstaf vindt toepassing voor kalenderjaar 2013.</al></li><li nr="3."><al>De waarde van de ruimte wordt bepaald naar de staat waarin de ruimte
                                op de waardepeildatum verkeert.</al></li><li nr="4."><al>Indien een ruimte tussen de waardepeildatum en het begin van het
                                kalenderjaar:</al></li><li nr="a)"><al>opgaat in een andere ruimte dan wel in meer ruimten, of</al></li><li nr="b)"><al>wijzigt als gevolg van hetzij bouw, verbouwing, verbetering, afbraak
                                of vernietiging, hetzij verandering van bestemming, of</al></li><li nr="c)"><al>een verandering in waarde ondergaat als gevolg van een andere,
                                specifiek voor de ruimte geldende, bijzondere omstandigheid, wordt
                                in afwijking van het derde lid, de waarde bepaald naar de staat van
                                die ruimte bij het begin van het kalenderjaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                            heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: </al><lijst><li nr="a."><al>de gebruikersbelasting 0,1181 %</al></li><li nr="b."><al>de eigenarenbelasting</al><lijst><li nr="1)"><al>voor roerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen
                                            0,1232 %</al></li><li nr="2)"><al>voor roerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning
                                            dienen 0,1546 %</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor belastingbedragen tot € 5,00 vindt geen invordering plaats. Voor de
                            toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
                            aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen belastingen op roerende
                            woon-en bedrijfsruimten of andere heffingen aangemerkt als één
                            belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in één termijn die vervalt op de
                            laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien door de belastingplichtige toestemming is verleend voor
                            automatische incasso, worden de aanslagen ingevorderd in vijf gelijke
                            termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de
                            maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                            vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het in het tweede lid gestelde zijn aanslagen met een
                            bedrag van minder dan € 30,00 en meer dan € 1.750,00 invorderbaar in één
                            termijn die vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van
                            de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde
                            beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van
                            overeenkomstige toepassing, voorzover deze gelijktijdig wordt opgelegd
                            met de vaststelling van de aanslag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en
                            tweede lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de belastingen op roerende
                        woon- en bedrijfsruimten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1"><al>De “Verordening van de belasting op roerende woon- en
                                bedrijfsruimten 2012” van 22 december 2011, nummer 6.3 wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></li><li nr="2"><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking en werkt terug tot en met de in lid 3
                                genoemde datum.</al></li><li nr="3"><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2013.</al></li><li nr="4"><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening belastingen op
                                roerende woon- en bedrijfsruimten 2013”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Doesburg in zijn openbare
                        vergadering van 20 december 2012.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>J.B. Voorhof</ondertekening><ondertekening/><ondertekening> De voorzitter,</ondertekening><ondertekening> drs. C.J.G. Luesink</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Doesburg/i162036.pdf">Raadsbesluit</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>