<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR244482_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-01-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Actief, 9 december 2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Werk en Bijstand, artikel 47</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet investeren in jongeren, artikel 12 eerste lid sub d juncto artikel 12 tweede lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-11-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>Gemeente Tytsjerksteradiel</al><al>Raadsvergadering d.d. 26 november 2009, agendapunt </al><al/><al/><al>De Raad van de gemeente Tytsjerksteradiel:</al><al/><al>overwegende dat:</al><al/><al> - de Wet werk en bijstand (WWB) de gemeenteraad opdracht geeft om bij
                        verordening regels te stellen over de wijze waarop de personen, bedoeld in
                        artikel 7, eerste lid van de WWB, of hun vertegenwoordigers worden betrokken
                        bij de uitvoering van de wet;</al><al>- de Wet investeren in jongeren (WIJ) per 1 oktober 2009 in werking is
                        getreden; </al><al>de WIJ de gemeenteraad opdracht geeft om bij verordening regels te stellen
                        inzake de betrokkenheid van jongeren of hun vertegenwoordigers bij de
                        uitvoering van de wet;</al><al>- de raad op 30 oktober 2008 de verordening Cliëntenparticipatie Werk en
                        Bijstand 2009 heeft vastgesteld;</al><al>- het college de verordening Cliëntenparticipatie Werk en Bijstand 2009 qua
                        inhoud en naam wenst aan te passen;</al><al>- de verordening vanwege deze aanpassingen opnieuw moet worden vastgesteld; </al><al/><al>gelezen het voorstel van het College d.d. 3 november 2009;</al><al/><al>tevens kennis genomen hebbend van het advies van de Cliëntenraad Werk en
                        Bijstand;</al><al/><al>gelet op het bepaalde in artikel 47 van de Wet werk en bijstand;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 12, eerste lid, sub d jo. artikel 12,
                        tweede lid van de Wet investeren in jongeren;</al><al/><al/><al>BESLUIT:</al><al> De ‘Verordening Cliëntenparticipatie Wet werk en bijstand en Wet investeren
                        in jongeren 2010’ als volgt vast te stellen:</al><al/><al><vet>VERORDENING CLIËNTENPARTICIPATIE Wet Werk en Bijstand en Wet investeren
                            in jongeren 2010</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader
                            worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en
                            bijstand, de Wet investeren in jongeren en de Algemene wet bestuursrecht
                            (Awb).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>WWB: de Wet werk en bijstand. Voor de toepassing van deze
                                    verordening wordt daaronder mede verstaan de Wet
                                    inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                    werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere
                                    en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
                                    (IOAZ);</al></li><li nr="b."><al>WIJ: de Wet investeren in jongeren;</al></li><li nr="c."><al>cliënt: de persoon die een uitkering ontvangt van de gemeente
                                    Tytsjerksteradiel op grond van de WWB; de persoon die behoort
                                    tot de personenkring als omschreven in artikel 7, eerste lid,
                                    onder a, van de WWB; de jongere als bedoeld in artikel 2 van de
                                    WIJ;</al></li><li nr="d."><al>vertegenwoordiger cliënt: wettelijk vertegenwoordiger; de
                                    persoon die affiniteit heeft met de doelgroep; de persoon die
                                    lid is van een (belangen)organisatie, die raakvlakken heeft met
                                    de doelgroep;</al></li><li nr="e."><al>de cliëntenraad: een uit cliënten en vertegenwoordigers van
                                    cliënten bestaand orgaan met taken en bevoegdheden zoals in deze
                                    verordening omschreven;</al></li><li nr="f."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Tytsjerksteradiel;</al></li><li nr="g."><al>de wethouder: de wethouder die de portefeuille Werk en Bijstand
                                    beheert, dan wel diens plaatsvervanger;</al></li><li nr="h."><al>de voorzitter (s): de door de cliëntenraad uit haar midden
                                    gekozen voorzitter(s);</al></li><li nr="i."><al>de secretaris: de secretaris van de cliëntenraad of diens
                                    plaatsvervanger.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Instellingsbepaling en zittingsduur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de cliëntenraad in en benoemt de leden van de
                            cliëntenraad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De cliëntenraad wordt in de gelegenheid gesteld om voor elke vacature
                            een aanbeveling te doen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden nemen zitting voor een periode van zes jaar. Deze periode kan
                            onder de volgende voorwaarden éénmaal worden verlengd met maximaal twee
                            jaar:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen deze twee jaar moet een vervanger worden gezocht, en</al></li><li nr="b."><al>zodra deze vervanger is benoemd, eindigt het lidmaatschap. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het lidmaatschap van de leden van de cliëntenraad eindigt:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek door schriftelijke opzegging;</al></li><li nr="b."><al>wanneer het lid niet meer behoort tot de personen genoemd onder
                                    artikel 3, lid 1, sub a, b, c, d en e. Het lid mag daarna nog
                                    maximaal 1 jaar deel uitmaken van de cliëntenraad.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Samenstelling van de cliëntenraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot lid van de cliëntenraad kunnen worden benoemd personen: </al><lijst><li nr="a."><al>die een uitkering op grond van de WWB van de gemeente
                                    Tytsjerksteradiel ontvangen;</al></li><li nr="b."><al>die behoren tot de doelgroep als bedoeld in artikel 2 van de
                                    WIJ;</al></li><li nr="c."><al>die een uitkering ontvangen op grond van de Algemene
                                    nabestaandenwet (ANW);</al></li><li nr="d."><al>die behoren tot de doelgroep van de niet-uitkeringsgerechtigden
                                    als bedoeld in artikel 6 onder a van de WWB;</al></li><li nr="e."><al>die affiniteit hebben met de doelgroep of die lid zijn van een
                                    (belangen) organisatie die raakvlakken heeft met de
                                    doelgroep.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De cliëntenraad bestaat uit : </al><lijst><li nr="a."><al>minimaal 7 en maximaal 9 personen en wordt samengesteld uit een
                                    meerderheid van cliënten en een minderheid van mensen die ofwel
                                    affiniteit hebben met de doelgroep of vertegenwoordigers van
                                    (belangen)organisaties die raakvlakken hebben met de
                                    doelgroep.</al></li><li nr="b."><al>een door het college aangewezen secretaris. De secretaris is bij
                                    alle vergaderingen aanwezig, maar heeft daarin geen stemrecht.
                                    De cliëntenraad mag ook een lid uit haar midden aanwijzen als
                                    secretaris. In dat geval wijst het college een medewerker aan
                                    die zorg draagt voor de administratieve ondersteuning van de
                                    cliëntenraad. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Taak van de cliëntenraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De cliëntenraad is een adviesorgaan voor het college en heeft tot taak
                            het college op verzoek of ongevraagd advies te geven over de
                            voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op het terrein van de
                            Wet werk en bijstand en de Wet investeren in jongeren in ruime zin.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De cliëntenraad brengt schriftelijk adviezen uit. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De cliëntenraad is niet bevoegd te adviseren als het gaat om de belangen
                            van een of meer individuele cliënten. Dit geldt ook voor de afhandeling
                            van door cliënten ingediende klachten en bezwaarschriften. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het advies wordt door de cliëntenraad schriftelijk uitgebracht binnen
                            twee weken na de datum waarop over het betreffende onderwerp is
                            vergaderd. Het advies wordt opgesteld door de secretaris en wordt
                            ondertekend door de secretaris en de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De cliëntenraad wordt schriftelijk en gemotiveerd in kennis gesteld,
                            wanneer het college afwijkt van haar adviezen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Wanneer het college onderwerpen ter advisering aan de cliëntenraad
                            voorlegt, zorgt het college er voor dat de leden van de cliëntenraad de
                            relevante stukken op tijd ontvangen voorafgaand aan de vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Inspanningsverplichting van de leden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leden zetten zich actief in voor het goed functioneren van de
                            cliëntenraad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden wonen alle vergaderingen van de cliëntenraad bij, tenzij er
                            sprake is van overmacht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden nemen deel aan werk­groep- of commissievergaderingen voor zover
                            de cliënten­raad daartoe besluit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden nemen tweemaal per jaar deel aan een cursus of training wanneer
                            de cliëntenraad daartoe besluit.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden verrichten hun taak zonder last maar houden wel ruggespraak met
                            hun achterban.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De vergaderingen van de cliëntenraad, de voorzitter,
                            quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De cliëntenraad vergadert tien maal per kalenderjaar of zoveel meer als
                            de voorzitter plus twee leden dat noodzakelijk vinden. Voor zover
                            mogelijk zijn de wethouder en de manager van de afdeling bij het eerste
                            gedeelte van de vergadering aanwezig. Dit om vragen te beantwoorden en
                            mededelingen te doen. De wethouder kan zich laten bijstaan door een of
                            meer medewerkers uit de gemeentelijke organisatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergaderingen van de cliëntenraad vinden in beginsel achter gesloten
                            deuren plaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter roept de vergadering bijeen. Hij stelt in overleg met de
                            secretaris tijd en plaats van de vergadering vast. De voorzitter is ook
                            bevoegd een geplande vergadering af te gelasten wegens gebrek aan
                            agendapunten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter stelt de agenda vast. De leden en de wethouder kunnen tot
                            10 dagen voor de datum van de vergadering agendapunten aanleveren bij de
                            secretaris.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter is verantwoordelijk voor het efficiënt en doelmatig
                            functioneren van de cliëntenraad en de orde in de vergaderingen van de
                            cliëntenraad. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Wanneer een lid is verhinderd de vergadering bij te wonen, dan meldt hij
                            dit zo spoedig mogelijk bij de secretaris. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Wanneer bij een vergadering de meerderheid van het aantal leden niet ter
                            zitting aanwezig is, dan gaat de vergadering wel door maar worden er
                            geen besluiten genomen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De secretaris maakt een verslag van de vergadering. De secretaris stuurt
                            een kopie van het verslag aan het college. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inschakeling van derdedeskundigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De cliëntenraad kan zich laten adviseren door derdedeskundigen. De
                            cliëntenraad kan het college verzoeken om eventueel hieraan verbonden
                            kosten te vergoeden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De cliëntenraad kan derdedeskundigen in de vergadering laten verschijnen
                            en hen het woord laten voeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Geheimhouding, privacy, media</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer door het college stukken of informatie in welke vorm dan ook ter
                            be­schik­king worden gesteld waarvan het college aangeeft dat deze
                            vertrouwelijk zijn, dan zijn de leden gehouden tot geheimhouding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden stellen geen informatie aan derden beschikbaar, waarvan hen
                            bekend is, of waarvan mag worden verwacht dat deze vertrouwelijk
                            is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden waarborgen de vertrouwelijkheid van de identiteit van cliënten
                            die zich tot hen wenden. Dit geldt ook voor de informatie die deze
                            cliënten hen verstrekken wanneer die cliënten daarom vragen of waarvan
                            de leden redelijkerwijs moeten aannemen dat zij die informatie niet aan
                            derden mogen doorgeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden die in hun hoedanigheid als lid contact willen opnemen met de
                            media doen dit niet eerder nadat daarover is overlegd met de
                            cliëntenraad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Faciliteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De cliëntenraad kan tweemaal per jaar gebruik maken van de raadszaal om
                            overleg te voeren met de cliënten. De secretaris vraagt tenminste vier
                            weken voor de datum van de voorgenomen vergadering het gebruik van de
                            raadszaal aan. Het is ook mogelijk om gebruik te maken van een externe
                            locatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De cliëntenraad kan, wanneer nodig, drie maal per jaar een nieuwsbrief
                            voor de cliënten maken. De secretaris zorgt er voor dat de nieuwsbrief
                            aan de cliënten wordt gestuurd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De cliëntenraad kan het college vragen om vergoeding van de redelijke
                            kosten van scholing en vorming.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van de cliëntenraad ontvangen de volgende vergoedingen:</al><al>a. Een vaste onkostenvergoeding per maand.</al><al>b. Presentiegeld voor het bijwonen van de vergaderingen overeenkomstig
                            de gelde­lijke voorziening ex art. 82 e.v. van de Gemeentewet. Dit tot
                            een maximum van 10 vergaderingen per jaar. </al><al>c. Een reiskostenvergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen. De
                            afstand tussen de woonplaats en het gemeentehuis moet dan 4 kilometer of
                            meer zijn. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het presentiegeld wordt jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig het
                            Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. De vaste
                            onkostenvergoeding wordt met hetzelfde percentage geïndexeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt 1 januari 2010 in werking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Verordening Cliëntenparticipatie Werk en Bijstand 2009, vastgesteld
                            in de openbare raadsvergadering van 30 oktober 2008, wordt
                            ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening Cliëntenparticipatie Wet
                        werk en bijstand en Wet investeren in jongeren Gemeente Tytsjerksteradiel
                        2010.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                        Tytsjerksteradiel van 26 november 2009.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>mr. S.K. Dijkstra G.J. Polderman</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>ALGEMENE TOELICHTING</titel></kop><al/><al><vet>De Wet werk en bijstand en cliëntenparticipatie</vet></al><al>Artikel 47 van de Wet werk en bijstand (WWB) bepaalt dat de gemeenteraad bij
                    verordening regels stelt over de wijze waarop cliënten of hun vertegenwoordigers
                    worden betrokken bij de uitvoering van de WWB. In de verordening
                    cliëntenparticipatie moet in ieder geval worden geregeld de wijze waarop: </al><lijst><li nr="1."><al>periodiek overleg wordt gevoerd met cliënten/jongeren of hun
                            vertegenwoordigers; </al></li><li nr="2."><al>cliënten/jongeren of hun vertegenwoordigers onderwerpen voor de agenda
                            van het overleg kunnen aanmelden; </al></li><li nr="3."><al>cliënten/jongeren of hun vertegenwoordigers worden voorzien van de voor
                            een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie. </al></li></lijst><al>Uit het bovenstaande volgt dat artikel 47 WWB formeel niet verplicht tot een
                    bepaalde vorm van cliëntenparticipatie. Er zijn alleen minimumeisen
                    geformuleerd. Gemeenten zijn dus tot op zekere hoogte vrij in de keuze van de
                    manier waarop zij cliëntenparticipatie willen organiseren. Gelet op de
                    wettelijke minimumeisen die aan cliëntenparticipatie worden gesteld, ligt het
                    instellen van een cliëntenraad het meest voor voor de hand. In deze verordening
                    is daarom gekozen voor continuering van de reeds bestaande cliëntenraad.</al><al/><al>De cliëntenpartcipatie in het kader van de IOAW (artikel 42) en de IOAZ
                    (eveneens artikel 42) is in deze verordening meegenomen.</al><al/><al><vet>De Wet investeren in jongeren en cliëntenparticipatie</vet></al><al>Op 1 oktober 2009 is de Wet investeren in jongeren (WIJ) in werking getreden.
                    Doelstelling van deze wet is de duurzame arbeidsparticipatie in regulier werk
                    van jongeren tot 27 jaar. Om dit te bereiken is in de wet een zgn.
                    werkleeraanbod vastgelegd. Dit werkleerrecht berust op het uitgangspunt dat
                    jongeren die goed geschoold zijn en over voldoende kwalificaties beschikken
                    gemakkelijker aan het werk zullen komen en daardoor zelfstandig in hun
                    levensonderhoud kunnen voorzien.</al><al>De WIJ verplicht gemeenten om te investeren in de arbeidsinschakeling van alle
                    jongeren, ook bij een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Daartoe moeten
                    gemeenten jongeren in beginsel een werkleeraanbod doen. Afgeleide van het
                    werkleeraanbod is een inkomensvoorziening voor jongeren vanaf 18 jaar als de
                    jongere onvoldoende inkomsten heeft. Deze inkomensvoorziening is alleen
                    beschikbaar als het werkleeraanbod wegens in de persoon van de jongere gelegen
                    of niet verwijtbare omstandigheden zijnerzijds geen optie is, dit aanbod
                    onvoldoende inkomsten genereert of er nog geen werkleeraanbod kan worden gedaan.
                    De samenhang tussen het werkleeraanbod enerzijds en de inkomensvoorziening
                    anderzijds is een bepalend element in de WIJ.</al><al>De relatie tussen werken/leren en een uitkering is fundamenteel anders dan de
                    WWB, waarbij het recht op bijstand voorop staat met als afgeleide de plicht tot
                    arbeidsparticipatie. Met de WIJ wordt een “paradigmawisseling” beoogd: is het
                    uitgangspunt in de WWB “een uitkering, mits”, in de WIJ is dit omgedraaid en
                    geldt als uitgangspunt “geen uitkering, tenzij”. </al><al>Waar het college de opdracht heeft gekregen om de WIJ uit te voeren, is het de
                    verantwoordelijkheid van de gemeenteraad om een vijftal verordeningen vast te
                    stellen. De verordening cliëntenparticipatie is één van die verordeningen.</al><al/><al><vet>Verordening cliëntenparticipatie</vet></al><al>Met een verordening cliëntenparticipatie WIJ wordt invulling gegeven aan de in
                    artikel 12 WIJ gegeven opdracht om regels te stellen met betrekking tot de wijze
                    waarop jongeren, of hun vertegenwoordigers worden betrokken bij de uitvoering
                    van de WIJ. Het behoort tot de gemeentelijke beleidsvrijheid om daarin eigen
                    beleidskeuzes te maken. Van de zijde van de regering is op vragen vanuit de
                    Tweede Kamer opgemerkt dat het voor de hand ligt om aansluiting te zoeken bij de
                    bestaande vorm van cliëntenparticipatie in het kader van de WWB. Deze suggestie
                    is overgenomen en wordt geformaliseerd door een wijziging van de verordening
                    cliëntenparticipatie Werk en Bijstand. Deze krijgt daardoor niet alleen een
                    andere inhoud maar ook een andere naam en zal voortaan als verordening
                    cliëntenparticipatie WWB en WIJ door het leven gaan.</al><al/><al>Over e.e.a. is in de cliëntenraad WWB van 17 september 2009 gesproken. Uitkomst
                    is dat de cliëntenraad in staat en bereid is om de belangen van jongeren te
                    behartigen bij de uitvoering van de WIJ en hierin dus een centrale rol te
                    spelen.</al><al/><al>Gelet hierop is de verordening cliëntenparticipatie Werk en Bijstand aangevuld
                    met de (vertegenwoordigers van de) jongeren als achterban voor de cliëntenraad.
                    Door middel van de cliëntenparticipatie worden de jongeren of hun
                    vertegenwoordigers betrokken bij de uitvoering van deze wet.</al><al/><al/><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><al/><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>Er is voor gekozen om de begrippen die al zijn omschreven in de WWB, de WIJ en
                    de Awb niet afzonderlijk te definiëren in de verordening. Dit voorkomt dat in
                    geval van wijzigingen van deze definities in de betreffende wetten ook de
                    verordening aangepast moet worden.</al><al/><al><vet>Artikel 2</vet></al><al><cursief>Lid 1 en 2</cursief></al><al>Het college stelt de cliëntenraad in en benoemt de leden daarvan. De
                    benoemingsduur is beperkt tot zes jaar. De cliëntenraad krijgt bij iedere
                    vacature, dus voordat een lid wordt benoemd, de gelegenheid om een aanbeveling
                    te doen bij het college. </al><al/><al><cursief>Lid 3</cursief></al><al>Herbenoeming van maximaal twee jaar is mogelijk. Hier zijn wel voorwaarden aan
                    verbonden. Binnen de periode van twee jaar moet namelijk een vervanger worden
                    gezocht. Zodra deze vervanger is gevonden en benoemd, eindigt het
                    lidmaatschap.</al><al/><al><cursief>Lid 4</cursief></al><al>Het lidmaatschap van leden van de cliëntenraad eindigt op eigen verzoek door
                    schriftelijke opzegging of omdat het lid niet meer tot de wettelijke doelgroep
                    behoort. In dit laatste geval mag dit lid nog 1 jaar deel uitmaken van de
                    cliëntenraad. Dit om de cliëntenraad in de gelegenheid te stellen een vervanger
                    te zoeken.</al><al/><al><vet>Artikel 3</vet></al><al><cursief>Lid 1</cursief></al><al>De volgende personen kunnen door het college tot lid van de cliëntenraad worden
                    benoemd:</al><lijst><li nr=""><al>- Personen die onder de wettelijke doelgroep vallen. Dit zijn personen
                            met een uitkering op grond van de WWB, jongeren als bedoeld in artikel 2
                            van de WIJ, personen die een uitkering ontvangen op grond van de IOAW,
                            IOAZ, ANW en niet‑uitkeringsgerechtigden; </al></li><li nr=""><al>- Personen die affiniteit hebben met de hierboven genoemde doelgroep of
                            vertegenwoordigers van (belangen)organisaties die raakvlakken heeft met
                            de doelgroep.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Lid 2</cursief></al><al>In de cliëntenraad hebben minimaal 7 en maximaal 9 leden zitting. De meerderheid
                    van de leden moet behoren tot de wettelijke doelgroep. De cliëntenraad wordt
                    ondersteund door een secretaris. De secretaris heeft geen stemrecht. </al><al/><al><vet>Artikel 4</vet></al><al><cursief>Lid 1, 2, 4, 5</cursief></al><al>Dit artikel bepaalt de reikwijdte van de taken en bevoegdheden die aan de
                    cliëntenraad zijn toebedeeld. Naast een adviserende taak over de uitvoering van
                    de WWB en de WIJ heeft de cliëntenraad ook recht van initiatief op dit terrein.
                    De cliëntenraad wordt in ieder geval om advies gevraagd bij het opstellen en
                    wijzigen van beleidsplannen en verordeningen met betrekking tot de WWB en de
                    WIJ. De cliëntenraad brengt schriftelijk adviezen uit. De secretaris stelt het
                    advies op. De secretaris en de voorzitter ondertekenen het advies. Daarnaast
                    ontvangt de gemeenteraad een kopie van het advies. Bij het niet of gedeeltelijk
                    overnemen van een advies stelt het college de cliëntenraad daarvan schriftelijk
                    en gemotiveerd op de hoogte. </al><al/><al><cursief>Lid 3</cursief></al><al>Uitdrukkelijk worden individuele zaken buiten het overleg met de cliëntenraad
                    gehouden. Dit omdat de cliëntenraad geen belanghebbende is ten aanzien van
                    beslissingen die betrekking hebben op individuele gevallen. </al><al/><al><cursief>Lid 6</cursief></al><al>Zonder relevante stukken kan de cliëntenraad niets beginnen. Het college moet er
                    daarom voor zorgen dat de cliëntenraad over de benodigde stukken beschikt. Om te
                    voorkomen dat het college ook geheime stukken of willekeurig welke stukken dan
                    ook op verzoek aan de cliëntenraad moet sturen, is bepaald dat het om
                    ‘relevante’ stukken moet gaan.</al><al/><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Het spreekt voor zich dat van de leden bepaalde inspanningen worden verwacht. </al><al/><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Dit artikel bevat de kern van de zaken die op grond van artikel 47 WWB en
                    artikel 12 van de WIJ in de verordening moeten worden geregeld.</al><al/><al><cursief>Lid 1</cursief></al><al>De cliëntenraad vergadert tien keer per kalenderjaar. Wanneer mogelijk zijn de
                    wethouder en de manager van de afdeling bij het eerste gedeelte van de
                    vergadering aanwezig. Het is logisch om vaker te vergaderen wanneer beide
                    partijen hiertoe reden zien. </al><al/><al><cursief>Lid 2</cursief></al><al>De vergaderingen zijn niet openbaar. Hiervoor is bewust gekozen. Op deze manier
                    kan de cliëntenraad effectief vergaderen. Voor de achterban worden speciale
                    bijeenkomsten georganiseerd. </al><al/><al><cursief>Lid 3 tot en met 8</cursief></al><al>De rest van het artikel spreekt voor zich en behoeft geen nadere
                    toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 7</vet></al><al>Deze verordening biedt de cliëntenraad de mogelijkheid om zich te laten
                    adviseren door derdedeskundigen. Zijn hier kosten aan verbonden? Dan kan de
                    cliëntenraad het college vragen om deze kosten te vergoeden.</al><al/><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>Bij vertrouwelijke stukken en informatie zijn de leden van de cliëntenraad
                    gehouden tot geheimhouding. Het is logisch dat vertrouwelijke informatie niet
                    mag worden verstrekt aan derden. Dit geldt ook voor vertrouwelijke informatie
                    die cliënten aan leden van de cliëntenraad verstrekken. Willen leden contact
                    opnemen met de media, dan mag dit niet eerder nadat hierover is overlegd met de
                    overige leden van de cliëntenraad.</al><al/><al><vet>Artikel 9</vet></al><al><cursief>Lid 1 en 2</cursief></al><al>De cliëntenraad kan twee maal per jaar gebruik maken van de raadszaal voor de
                    achterbanbijeenkomsten. Ook is het mogelijk om gebruik te maken van een externe
                    locatie. Daarnaast heeft de cliëntenraad de mogelijkheid om cliënten via een
                    nieuwsbrief over diverse zaken te informeren. </al><al/><al><cursief>Lid 3</cursief></al><al>Kosten van scholing en vorming van de leden kunnen op verzoek worden
                    vergoed.</al><al/><al><cursief>Lid 4 en 5</cursief></al><al>Leden van de cliënte nraad krijgen een vaste onkostenvergoeding per maand,
                    presentiegeld en eventueel reiskosten voor het bijwonen van vergaderingen. Het
                    presentiegeld en de vaste onkostenvergoeding worden jaarlijks met een bepaald
                    percentage geïndexeerd. </al><al/><al><vet>Artikel 10 en 11</vet></al><al>Deze artikelen spreken voor zich en behoeven geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>