<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR244364_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-01-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Verbinding, 01-01-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 229, lid 1, aanhef en onderdelen a en b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet milieubeheer, art. 15.33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>09 07 B3 Bijlage 9</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Onderwerp : Verordening 20 december 2012 Besluitnr.</al><al> Reinigingsheffingen 2013</al><al>De raad van de gemeente Heumen in openbare vergadering bijeen</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        13 november 2012;</al><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet </al><al>en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer</al><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al>vast te stellen de hierna volgende verordening:</al><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en
                        rein</vet><vet>i</vet><vet>gingsrechten 201</vet><vet>3</vet></al><al>(Verordening reinigingsheffingen 2013)</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="b."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik
                                    maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van
                                    autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door
                                    aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.
                                </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam `afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting
                                geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij
                                behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven
                                ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan
                                krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een
                                verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                                geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                            omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                            recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien
                            waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer
                            een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen
                            geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen
                            in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onder 1.1 van de tarieventabel
                                wordt geheven bij wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onder 1.2. van de tarieventabel
                                wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een
                                gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt
                                mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de
                                schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekend
                                gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onder 1.1. van de tarieventabel
                                is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later
                                is, bij de aanvang van de belastingplicht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onder 1.1. van de
                                tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in hoofdstuk 1
                                onder 1.1. van de tarieventabel, als er in dat jaar, na het einde
                                van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 onder 1.2. van de tarieventabel
                                is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De op grond van artikel 7, eerste lid, bedoelde belasting moet
                                    worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het
                                    aanslagbiljet.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval het
                                    totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of
                                    als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan
                                    meer is dan € 45,-- maar minder is dan € 3.000,00 en de
                                    verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van
                                    de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden
                                    afgeschreven, dat:</al><lijst><li nr="a."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari
                                            en 1 oktober van het belastingjaar waarop ze betrekking
                                            hebben, moeten worden betaald in zoveel gelijke
                                            termijnen als er na de maand van dagtekening van het
                                            aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar
                                            overblijven met een maximum van acht termijnen; 
                                        </al></li><li nr="b."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september
                                            van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben,
                                            moeten worden betaald in drie gelijke termijnen.</al></li><li nr="c."><al>voor aanslagen, waarvan het totaal bedrag van de op één
                                            aanslagbiljet verenigde aanslagen minder bedraagt dan €
                                            45,--, de automatische incasso in één keer plaatsvindt
                                            uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het
                                            aanslagbiljet. </al></li><li nr="d."><al>aanslagen, waarvan het totaal bedrag van de op één
                                            aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan €
                                            3.000,--, geen mogelijkheid is tot automatische incasso
                                            van het verschuldigde bedrag en de betalingstermijn als
                                            bedoeld in lid 1 van toepassing is.</al></li></lijst><al>Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de eerste
                            incassotermijn een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk
                            van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="3."><al>De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld
                                    in artikel 7, tweede lid:</al><lijst><li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van
                                            de kennisgeving</al></li><li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan,op het moment van het
                                            uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 14
                                            dagen na dagtekening van de kennisgeving.</al></li></lijst></li></lijst><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven zowel voor het
                            genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het
                            gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken
                            of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen
                            in hoofdstuk 2 van de tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.1 van de
                                tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande
                                dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden
                                opgelegd</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.2 van de tarieventabel
                                wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een
                                gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt
                                mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de
                                schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekend
                                gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.1 van de tarieventabel
                                zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit
                                later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt
                                zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.1 verschuldigd voor
                                zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten
                                als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                                kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde rechten als bedoeld in hoofdstuk 2
                                onder 2.1. bedoelde rechten, als er in dat jaar, na het einde van de
                                belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 onder 2.2. van de tarieventabel
                                is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hett op grond van artikel 14, eerste lid, bedoelde recht moet worden
                                betaald uiterlijk twee maanden na dagtekening van het
                                aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval het
                                        totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
                                        aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat
                                        het bedrag daarvan meer is dan € 45,-- maar minder is dan €
                                        3.000,00 en de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de
                                        betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden
                                        afgeschreven, dat:</al><lijst><li nr="a."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari en 1
                                        oktober van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben,
                                        moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na
                                        de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden
                                        in het belastingjaar overblijven met een maximum van acht
                                        termijnen; </al></li><li nr="b."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september van
                                        het belastingjaar waarop ze betrekking hebben, moeten worden
                                        betaald in drie gelijke termijnen.</al></li><li nr="c."><al>voor aanslagen, waarvan het totaal bedrag van de op één
                                        aanslagbiljet verenigde aanslagen minder bedraagt dan €
                                        45,--, de automatische incasso in één keer plaatsvindt
                                        uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het
                                        aanslagbiljet. </al></li><li nr="d."><al>aanslagen, waarvan het totaal bedrag van de op één
                                        aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan €
                                        3.000,--, geen mogelijkheid is tot automatische incasso van
                                        het verschuldigde bedrag en de betalingstermijn als bedoeld
                                        in lid 1 van toepassing is.</al></li></lijst><al>Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de eerste
                                incassotermijn een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en
                                elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving
                                        bedoeld in artikel 14, tweede lid:</al><lijst><li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen
                                                van de kennisgeving</al></li><li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan,op het moment van het
                                                uitreiken van de kennisgeving,dan wel in geval van
                                                toezending daarvan, binnen 14 dagen na dagtekening
                                                van de kennisgeving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding
                            verleend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Aanvullende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de
                            reinigingsheffingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De ‘Verordening reinigingsheffingen 2011', vastgesteld bij raadsbesluit
                            van 24 februari 2011, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 20,
                            tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande
                            dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                            datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dagna die
                                van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2013.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening kan worden aangehaald als `Verordening
                            reinigingsheffingen 2013’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><divisie><kop><titel>Tarieventabel</titel></kop><al><vet>behorende bij de ‘Verordening reinigingsheffingen
                                201</vet><vet>3</vet><vet>’.</vet></al></divisie><divisie><kop><titel>Algemeen</titel></kop><al>De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien
                            deze verschuldigd is. </al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing</titel></kop><al><vet>1.1 </vet><vet>J</vet><vet>aarlijkse tarieven
                                afvalstoffenheffing</vet></al><al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar </al><al>1.1.1.indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien
                            de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht,
                            wordt gebruikt door één persoon € 90,36</al><al>1.1.2 indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien
                            de belastingplichtlater aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht,
                            wordt gebruikt door meer dan één persoon € 129,12</al><al>1.1.3 de belasting als bedoeld in de onderdelen 1.1.1 en 1.1.2. wordt
                            vermeerderd voor hetop 1 januari van het belastingjaar of, indien de
                            belastingplicht later aanvangt, bijaanvang van de belastingplicht, in
                            bruikleen hebben van een éxtra (= boven hetgeenvolgens de gemeentelijke
                            afvalstoffenverordening aan het perceel is verstrekt) containermet een
                            bedrag van € 70,80</al><al/><al><vet>1.2 </vet><vet>O</vet><vet>verige tarieven
                                afvalstoffenheffing</vet></al><al>Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1.1 bedraagt de belasting voor
                            het ter beschikkingstellen van:</al><al>1.2.1 een afvalzak, per afvalzak € 1,04</al></divisie><divisie><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Maatstaven en tarieven reinigingsrechten</titel></kop><al><vet>2.1. </vet><vet>J</vet><vet>aarlijkse tarieven
                                reinigingsrechten</vet></al><al>Het recht voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval bedraagt per
                            bedrijfspandper belastingjaar: € 129,12</al><al>Voor de heffing van dit recht worden:</al><lijst><li nr="a."><al>bejaardenoorden verpleeginrichtingen, kloosters en andere
                                    instellingen omgerekendnaar aantallen bedrijfspanden door de
                                    totale inwonersbezetting bij het begin van het belastingjaar te
                                    delen door 4;</al></li><li nr="b."><al>scholen omgerekend naar aantallen bedrijfspanden, en wel naar
                                    één bedrijfspandper klas- c.q. speel-/werklokaal;</al></li><li nr="c."><al>gezondheidscentra omgerekend naar aantallen bedrijfspanden, en
                                    wel naar éénbedrijfspand per afzonderlijke dienstverlening</al><al/></li></lijst><al><vet>2.2. </vet><vet>O</vet><vet>verige tarieven
                            reinigingsrechten</vet></al><al>Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 2.1. bedraagt de belasting voor
                            het ter beschikkingstellen van een afvalzak, per afvalzak € 1,04.</al><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="34*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>MvH</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Malden, 20 december 2012</al><al>DE RAAD VOORNOEMD;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>De raadsgriffier,</al></entry><entry colname="col3"><al>De burgemeester,</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>L.Bosland.</al></entry><entry colname="col3"><al>P.Mengde.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></divisie></bijlage></regeling></body></cvdr>