<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR243554_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening participatie schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand gemeente Baarn 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-01-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Baarn</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.baarn.nl/woonomgeving/elektronisch-gemeenteblad_42187/">Elektronisch Gemeenteblad, 27 december 2012, week 52, nummer 26</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening participatie schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand gemeente Baarn 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 147, eerste lid</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, artikel 8, eerste lid onder g, artikel 8, tweede lid onder d en artikel 35, vijfde lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>12RV000059</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening participatie schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand gemeente Baarn 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsbesluit</al><al>Voorstelnummer: 12RV000059</al><al>Onderwerp: Verordening participatie schoolgaande kinderen Wet werk en
                        bijstand.</al><al>De raad van de gemeente Baarn </al><lijst><li nr="-"><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 23 oktober
                                2012;</al></li><li nr="-"><al>overwegende,</al></li><li nr="-"><al>dat het van wezenlijk belang wordt geacht dat kinderen zich door
                                maatschappelijke participatie</al></li></lijst><al> kunnen ontplooien en ontwikkelen en daarin niet belemmerd worden door de
                        financiële positie</al><al> van de ouder(s);</al><al>-dat gemeenten daarin dienen bij te dragen door het voeren van beleid,
                        gericht op</al><al> inkomensondersteuning van ouders met schoolgaande kinderen, en;</al><al>-dat in de Wet werk en bijstand de verplichting staat voorgaande te regelen
                        in een verordening;</al><al>gehoord het Debat in de raad d.d. 6 december 2012</al><al>-gelet op artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet en artikel 8, eerste
                        lid onder g, artikel 8,</al><al> tweede lid onder d en artikel 35, vijfde lid van de Wet werk en
                        bijstand;</al><al>b e s l u i t :</al><al>Vast te stellen de “Verordening participatie schoolgaande kinderen Wet werk
                        en bijstand gemeente Baarn 2012”. </al><al/><al><vet>Verordening participatie schoolgaande kinderen Wet werk en
                            bijstandgemeente Baarn 2012</vet>. </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Beqripsomschrijvingen.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk
                                en bijstand (Wwb), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de
                                Gemeentewet.</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                        gemeente Baarn.</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet werk en bijstand.</al></li><li nr="c."><al>gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Baarn.</al></li><li nr="d."><al>maatschappelijke participatie: het deelnemen aan
                                        activiteiten met een sportief, educatief, sociaal dan wel
                                        cultureel karakter door schoolgaande kinderen van ouders met
                                        een laag inkomen.</al></li><li nr="e."><al>voorziening: een vorm van financiële ondersteuning of
                                        ondersteuning in natura, gericht op de maatschappelijke
                                        participatie van schoolgaande kinderen van ouders met een
                                        laag inkomen, ter bevordering van maatschappelijke
                                        participatie en het op die manier bijdragen aan het
                                        voorkomen of doorbreken van een sociaal isolement.</al></li><li nr="f."><al>schoolgaand kind: ten laste komende kind in de leeftijd van
                                        4 tot en met 17 jaar van een ouder met een laag inkomen,
                                        voor wie de leer- of kwalificatieplicht, bedoeld in artikel
                                        4 van de Leerplichtwet, geldt;</al></li><li nr="g."><al>laag inkomen: een inkomen tot 110% van de van toepassing
                                        zijnde bijstandsnorm.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toepassingsbereik.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad beschouwt het als zijn taak om de maatschappelijke
                                participatie te bevorderen en het aantal schoolgaande kinderen dat
                                belemmeringen ondervindt in die participatie door de financiële
                                positie van hun ouders terug te dringen. </al></li><li nr="2."><al>Deze verordening stelt regels over de wijze waarop de in het eerste
                                lid genoemde taak door het college wordt uitgevoerd,</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Verantwoordelijkheid college.</titel></kop><al>Het college zet zich in voor het tot stand komen en ondersteunen van
                        diensten door rechtspersonen die naar zijn oordeel bijdragen aan
                        maatschappelijke participatie en werkt bij het bevorderen van
                        maatschappelijke participatie samen met natuurlijke en rechtspersonen, voor
                        zover die samenwerking naar het oordeel van het college daaraan
                        bijdraagt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Beleid en voorzieningen.</titel></kop><al>Het college geeft uitvoering aan het al vastgestelde beleid ter bevordering
                        van de maatschappelijke participatie van schoolgaande kinderen te weten: </al><lijst><li nr="a."><al>Categoriale bijzondere bijstand ten behoeve van bekostiging van
                                schoolreisjes, buitenschoolse activiteiten en ouderbijdrage e.d.
                                voor kinderen die het basisonderwijs volgen, als opgenomen in de
                                vastgestelde beleidsnota bijzondere bijstand van de gemeente Baarn.
                                Deze bijzondere bijstand wordt verstrekt in de vorm van een
                                jaarlijks door middel van de consumentenprijsindex te indexeren
                                bijdrage per kind per jaar. </al></li><li nr="b."><al>Categoriale bijzondere bijstand ten behoeve van bekostiging van
                                schoolreisjes, buitenschoolse activiteiten en ouderbijdrage e.d.
                                voor kinderen die het voortgezet onderwijs volgen als opgenomen in
                                de vastgestelde Beleidsnota bijzondere bijstand. Deze bijzondere
                                bijstand wordt verstrekt in de vorm van een jaarlijks door middel
                                van de consumentenprijsindex te indexeren bijdrage per kind per
                                jaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Maatschappelijke participatie in andere gemeentelijke
                            regelingen.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor zover in een andere gemeentelijke regeling reeds is voorzien in
                                een wettelijke grondslag voor ondersteuning van de maatschappelijke
                                participatie, wordt die regeling geacht mede uitvoering te geven aan
                                de opdracht, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel g, van de
                                wet.</al></li><li nr="2."><al>Onder een regeling als bedoeld in het eerste lid valt de in Baarn
                                vastgestelde Verordening Declaratiefonds welzijns- en
                                sportactiviteiten (Declaratiefonds). In deze verordening, waarvan de
                                uitvoering ligt bij het college, is onder meer voorzien in een
                                jaarlijkse financiële bijdrage ten behoeve van schoolgaande kinderen
                                voor deelname aan maatschappelijk activiteiten, waaronder een
                                vergoeding speciaal voor sport en/of cultuuractiviteiten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Vorm van een voorziening.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij de gemeenteraad anders heeft bepaald, stelt het college de vorm
                            van een voorziening vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het bepalen van de vorm van een voorziening kiest het college voor
                            de vorm die naar zijn oordeel het meest doeltreffend is om de
                            maatschappelijke participatie te bevorderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Hardheidsclausule.</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                        afwijken van de bepalingen in deze verordening indien de toepassing van de
                        verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding.</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening participatie schoolgaande
                        kinderen Wet werk en bijstand gemeente Baarn 2012.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering, </ondertekening><ondertekening>op 19 december 2012.</ondertekening><ondertekening>griffier voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen deel</tussenkop><al>In de motie Blanksma-Spekman c.s. heeft de Tweede Kamer de regering gevraagd om
                    gemeenten te korten op de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Deze korting
                    zou moeten worden opgelegd wegens onvoldoende terugdringen van het aantal
                    kinderen uit arme gezinnen dat vanwege financiële redenen maatschappelijk niet
                    meedoet. Bij de uitvoering van deze motie heeft de regering echter gekozen voor
                    een uitwerking die recht doet aan het uiteindelijke doel van de motie, namelijk
                    het steviger stimuleren van gemeenten om daadwerkelijk werk te maken het aantal
                    kinderen uit arme gezinnen dat maatschappelijk niet meedoet om financiële
                    redenen terug te dringen. Kinderen moeten in hun kansen en mogelijkheden op
                    ontwikkeling niet worden belemmerd door de slechte financiële positie van hun
                    ouders. Maatschappelijke participatie van een kind is van groot belang met het
                    oog op zijn kansen op een zelfredzame toekomst.</al><al>Dit heeft geleid tot het opnemen van een verordeningsplicht in de Wwb (artikel
                    8, lid 1 onder g, artikel 8 tweede lid onder d in samenhang met artikel 35,
                    vijfde lid). Op basis van de verordeningsplicht zijn gemeenteraden gehouden een
                    verordening op te stellen met betrekking tot het verlenen van categoriale
                    bijzondere bijstand voor de kosten in verband met maatschappelijke participatie
                    van ten laste komende kinderen die onderwijs of een beroepsopleiding volgen.
                    Voorts dient invulling te worden gegeven aan het begrip maatschappelijke
                    participatie. De verordeningsplicht krijgt op voorhand geen structureel
                    karakter. De effecten van de verordeningsplicht op de participatie van de
                    betreffende doelgroep worden na twee jaar geëvalueerd. Vervolgens vindt een
                    beoordeling plaats of het wel of niet wenselijk is om structureel te blijven
                    verplichten om op het beleidsterrein van participatie van kinderen, regels in
                    een verordening vast te leggen en is er een afwegingsmoment om te bezien hoe
                    hiermee verder moet worden omgegaan.</al><al>In deze verordening is er voor gekozen het al bestaande beleid op het terrein
                    van maatschappelijke participatie van schoolgaande kinderen op te nemen en te
                    benoemen. Hiermee wordt voldaan aan de verordeningsplicht. Hiermee wordt de door
                    de wetgever nagestreefde transparantie en verantwoording bereikt. Een dergelijke
                    benadering voorkomt een belastend en materieel overbodig proces voor aanpassing
                    van de lokale wetgeving, mede in het licht van de tijdelijkheid van de
                    verordeningsplicht.</al><al>Alhoewel de regering er vanuit gaat dat de meeste ouders zich inzetten voor een
                    goede toekomst voor hun kind, wil de regering voorkomen dat de specifieke
                    ondersteuning voor maatschappelijke activiteiten voor andere zaken kan worden
                    aangewend. Om die reden acht de regering het wenselijk om aan deze groep
                    ondersteuning in natura en niet als geldbedrag uit te keren. Als verstrekking in
                    natura naar het oordeel van het college leidt tot een ondoelmatige uitvoering
                    hiervan, mag gekozen worden voor een andere vorm. De regering realiseert zich
                    dat een verstrekking in natura in een aantal gevallen ondoelmatig of
                    ondoeltreffend kan zijn, nog afgezien van het feit dat er discussie kan ontstaan
                    over wat nu wel of niet als in natura is te duiden. Daarom is in de wet de
                    mogelijkheid opgenomen,dat wanneer verstrekking in natura ondoelmatig is, het
                    college mag afwijken van deze verplichting. Bij de toekenning van categoriale
                    bijstand voor schoolkosten in Baarn wordt een geldbedrag toegekend omdat het
                    gaat om uiteenlopende kosten en omdat de kosten naar ons oordeel zonder meer
                    moeten worden gemaakt. De ondersteuning kan dan naar onze mening ook niet anders
                    worden aangewend dan het doel waarvoor het verstrekt is. Bij een vergoeding uit
                    het Declaratiefonds moeten de kosten van sport en/of cultuuractiviteiten van ten
                    laste komende kinderen aangetoond worden. Hierdoor is er volledige zekerheid dat
                    de vergoedingen worden aangewend voor sport en/of cultuuractiviteiten. Hiermee
                    wordt hetzelfde bereikt als verstrekkingen in natura en blijft er een volledige
                    keuzevrijheid in het soort sport en cultuuractiviteiten. </al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</tussenkop><al>Eerste lid. Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de Wwb,
                    Awb of de Gemeentewet niet afzonderlijk te definiëren in deze verordening. Dit
                    voorkomt dat in geval van wijziging van betreffende definities in de betreffende
                    wetten ook de verordening moet worden gewijzigd</al><al>Tweede lid. Gebruikte begrippen waarvan de betekenis niet zondermeer duidelijk
                    is worden hier omschreven. Het begrip 'maatschappelijke participatie' is hier
                    omschreven, ter uitvoering van de opdracht van de wetgever, bedoeld in artikel
                    8, eerste lid, onderdeel g Wwb. Er is gekozen voor een ruime betekenis.
                    Maatschappelijke participatie kan op vele wijzen plaatsvinden en niet ieder kind
                    is hetzelfde. Om die reden wordt het begrip op deze plaats in zo algemeen
                    mogelijke bewoordingen gedefinieerd, en wordt het toegespitst op ouders van
                    schoolgaande kinderen, met een laag inkomen. Een dergelijke begripsomschrijving
                    heeft als voordeel dat op andere plaatsen in de verordening volstaan kan worden
                    met het begrip 'maatschappelijke participatie', waarmee dan gedoeld wordt op de
                    participatie van de hier beschreven doelgroep.</al><al>Het begrip 'voorziening' is in de verordening gebruikt en heeft een ruime
                    betekenis gekregen. In wezen wordt met iedere vorm van financiële ondersteuning
                    of ondersteuning in natura door het college die specifiek is bestemd voor de
                    maatschappelijke participatie van kinderen, uitvoering gegeven aan de wens van
                    de wetgever als verwoord in de Memorie van Toelichting op artikel 8, eerste lid,
                    onderdeel g Wwb. Een dergelijke voorziening kan bijzondere bijstand zijn, maar
                    ook een tegemoetkoming of kostenvergoeding dan wel een subsidie of verstrekking
                    'in natura', zolang dit maar bijdraagt aan de participatie.</al><al>'Schoolgaand kind' is gedefinieerd. Schoolgaande kinderen staan centraal in het
                    beleid met betrekking tot maatschappelijke participatie. Dit begrip wordt ook
                    genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel g, Wwb maar niet nader omschreven.
                    Onder schoolgaande kinderen wordt in dit verband verstaan, niet alleen kinderen
                    die feitelijk schoolgaand zijn, maar ook zij die de verplichting hebben omdat ze
                    onder de leerplicht of kwalificatieplicht vallen in de leeftijdscategorie van 4
                    tot en met 17 jaar. </al><al>Het begrip 'laag inkomen' is omschreven, omdat daarmee in deze verordening de
                    doelgroep van het gemeentelijk minimabeleid wordt aangeduid.</al><tussenkop>Artikel 2 Toepassingsbereik</tussenkop><al>In artikel 2 is verduidelijkt wat de gemeenteraad als zijn taak aanmerkt. Die
                    taak is enerzijds gelegen in het in algemene zin vergroten van de
                    maatschappelijke participatie van de doelgroep (kwalitatief) en anderzijds het
                    terugdringen van het aantal kinderen dat onvoldoende participeert
                    (kwantitatief). In het tweede lid is aangegeven wat gegeven die taken, het doel
                    is van deze verordening. Dat is het stellen van regels voor het bestuursorgaan
                    dat belast is met uitvoering van deze verordening, het college.</al><tussenkop>Artikel 3 Verantwoordelijkheid college</tussenkop><al>In dit artikel is bepaald dat het college zich inzet voor dienstverlening door
                    derden aan kinderen die bijdraagt aan maatschappelijke participatie.
                    Maatschappelijke participatie en bestrijding van financiële achterstanden is
                    niet een exclusieve taak van de overheid. Ook allerlei maatschappelijke
                    instellingen dragen daaraan bij. Samenwerking is gewenst c.q. noodzakelijk in
                    het bevorderen van maatschappelijke participatie. Het college krijgt als taak
                    daar waar mogelijk zich in te zetten om die samenwerking te bevorderen. </al><tussenkop>Artikel 4 Beleid en voorzieningen </tussenkop><al>Bij de keuze voor een materiële invulling van de verordeningsplicht (vastlegging
                    van bestaand beleid) horen artikelen waarin aangegeven wordt welk beleid er al
                    wordt gevoerd door de gemeenteraad c.q. aan welk beleid het college uitvoering
                    moet geven Aangegeven wordt in artilkel 4 het bestaande Wwb-beleid ten aanzien
                    van schoolkosten van schoolgaande kinderen van 4 t/m 17 jaar. Dit is vastgelegd
                    in de beleidsnota bijzondere bijstand van de gemeente Baarn. In artikel 5 staat
                    het bestaande beleid aangegeven voor zover dit beleid geen basis heeft in de
                    Wwb. </al><tussenkop>Artikel 5 Maatschappelijke participatie in andere regelingen </tussenkop><al>In het eerste lid staat aangegeven dat ook regelingen die een andere basis
                    hebben dan de Wwb maar wel maatschappelijke participatie van schoolgaande
                    kinderen regelen mede uitvoering geven aan de opdracht maatschappelijke
                    participatie bij verordening te regelen. Het betreft regelingen die onder de
                    autonome bestuursbevoegdheid van de gemeenteraad tot stand gekomen zijn (artikel
                    149 Gemeentewet). </al><al>Onder de in het eerste lid aangegeven mogelijke andere regelingen valt de in het
                    tweede lid genoemde Verordening Declaratiefonds welzijns- en sportactiviteiten.
                    Deze verordening maakt een financiële tegemoetkoming mogelijk voor
                    maatschappelijke participatie van onder andere de doelgroep schoolgaande
                    kinderen. De uitvoering van deze verordening berust bij het college.</al><tussenkop>Artikel 6 Vorm van een voorziening</tussenkop><al>Het college kiest de vorm van een voorziening, tenzij daarover reeds iets is
                    bepaald in deze verordening of de gemeenteraad langs andere wegen daarover ander
                    een standpunt inneemt. Uitgangspunt is de meest doeltreffende vorm, uiteraard
                    voor zover dat financieel- en uitvoeringstechnisch realiseerbaar is.</al><tussenkop>Artikel 7 Hardheidsclausule</tussenkop><al>Onder bijzondere omstandigheden is het college bevoegd van de beleidsregel af te
                    wijken. Dat geldt als de strikte toepassing van de beleidsregel onder bijzondere
                    omstandigheden leidt tot nadelige of voordelige gevolgen voor één of meer
                    belanghebbenden die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te
                    dienen doelen, zulks te beoordeling van het college. Het moet dan gaan om
                    omstandigheden waarin de beleidsregel niet voorziet. </al><tussenkop>Artikel 8 Inwerkingtreding</tussenkop><al>De datum van inwerkingtreding is 1 januari 2012. Hoewel in artikel 78v Wwb is
                    opgenomen dat de verordeningsplicht geen structureel karakter heeft, is geen
                    concrete datum genoemd waarop die plicht komt te vervallen. Om die reden is er
                    geen horizonbepaling opgenomen in de verordening.</al><tussenkop>Artikel 9 Citeertitel</tussenkop><al>Dit spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>