<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR24347_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Wegsleepverordening gemeente Uden 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-01-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Infopagina 21-01-09</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Wegsleepverordening gemeente Uden 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994, art. 173, tweede lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-03-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2008/83</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>N.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Wegsleepverordening gemeente Uden 2003</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Wegsleepverordening gemeente Uden 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Uden;</al><al>gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van 30
                        september 2008;</al><al>overwegende dat het wenselijk is om in voorkomende gevallen op de weg
                        staande voertuigen te kunnen verwijderen, over te brengen en in bewaring te
                        stellen;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 173 tweede
                        lid van de Wegenverkeerswet 1994 en het besluit van 5 juli 2001, houdende
                        nadere regels ter uitvoering van de in de Wegenverkeerswet 1994 vervatte
                        wegsleepregeling (Besluit wegslepen van voertuigen);</al><al>b e s l u i t</al><al>vast te stellen de </al><al><vet>Wegsleepverordening gemeente Uden 2008</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1990 : het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="b."><al>wet : de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="c."><al>besluit : Besluit wegslepen van voertuigen;</al></li><li nr="d."><al>voertuig : hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1, onder al
                                van het RVV 1990;</al></li><li nr="e."><al>motorrijtuig : hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste
                                lid onder c van de wet;</al></li><li nr="f."><al>het College : het College van burgemeester en wethouders;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Aanwijzen van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden
                            verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het
                            vrijhouden van wegen en weggedeelten</titel></kop><al>Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c, van
                        de wet worden aangewezen alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente Uden
                        voor zover die behoren tot een van de in artikel 2 van het besluit bedoelde
                        soorten van wegen en weggedeelten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Plaats bewaring voertuigen en openingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen: - Autobedrijf
                            Van Dongen BV, Langenboomseweg 97 te Zeeland.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openingstijden van de in het eerste lid bedoelde bewaarplaats worden
                            door het College van burgemeester en wethouders vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kosten overbrengen en bewaren voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het vaststellen van de kosten die zijn verbonden aan de toepassing
                            van bestuursdwang kunnen als directe kosten in aanmerking worden genomen
                            de voor overbrenging, onderscheidenlijk de bewaring aan de gemeente in
                            rekening gebrachte kosten en de kosten van verzekering ter dekking van
                            de aansprakelijkheid voor schade als bedoeld in artikel 172, achtste lid
                            van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij toepassing van artikel 171, eerste lid sub b van de wet kunnen als
                            directe kosten in aanmerking worden genomen de personele en materiële
                            kosten voor de opsporing van degene aan wie de beschikking bekend wordt
                            gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij toepassing van artikel 5:30 Algemene wet bestuursrecht kunnen als
                            directe kosten in aanmerking komen de personele en materiële kosten van
                            verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging, waaronder ook de
                            kosten van taxatie van het voertuig.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kosten voor het wegslepen zijn overeenkomstig de dan geldende
                            contractstarieven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij de vaststelling van de kosten, verbonden aan de toepassing van
                            bestuursdwang, kunnen indirecte kosten tot ten hoogte 15% van de directe
                            in aanmerking genomen kosten in rekening worden gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval
                            van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het
                            ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat</titel></kop><al>Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, zoals bedoeld in de
                        artikelen 130, vierde lid, 164, zevende lid en 174, eerste lid van de wet,
                        zijn de artikelen 1, 3 en 4 van deze verordening van overeenkomstige
                        toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De verordening “Wegsleepverordening gemeente Uden 2003”, zoals vastgesteld
                        bij Raadsbesluit van 18 september 2003 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van
                        bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Wegsleepverordening gemeente Uden
                        2008.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 18 december 2008.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier de burgemeester</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><tussenkop>Bijlage 1 bij Toelichting Wegsleepverordening gemeente Uden
                    2008</tussenkop><tussenkop>A. Veiligheid op de weg en vrijheid van het verkeer</tussenkop><al>Als gevallen waarin verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van
                    voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg en de vrijheid van het
                    verkeer (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder a en b WVW 1994)
                    noodzakelijk kunnen zijn, kunnen worden genoemd:</al><tussenkop>Plaats op de weg</tussenkop><al>a.een voertuig is tot stilstand gebracht op een trottoir, voetpad of fietspad,
                    tenzij het een fiets, bromfiets of invalidenvoertuig betreft (zie artikel 10 en
                    artikel 5 tot en met 7 RVV 1990).</al><tussenkop>Laten stilstaan</tussenkop><lijst><li nr="b."><al>een voertuig is tot stilstand gebracht:</al><lijst><li nr="1."><al>op een kruispunt, rotonde of een overweg;</al></li><li nr="2."><al>op een fietsstrook of de rijbaan langs een fietsstrook;</al></li><li nr="3."><al>op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter
                                    daarvan;</al></li><li nr="4."><al>in een tunnel;</al></li><li nr="5."><al>bij een bord bushalte (eventueel: ook tramhalte) ter hoogte van
                                    de geblokte markering of, indien die markering niet is
                                    aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het
                                    bord, tenzij het stilstaan dient voor het onmiddellijk laten in-
                                    en uitstappen van passagiers;</al></li><li nr="6."><al>op de rijbaan langs een busstrook;</al></li><li nr="7."><al>op een busbaan of een busstrook met uitzondering van een
                                    lijnbus;</al></li><li nr="8."><al>langs een gele doorgetrokken streep of in strijd met bord E2 van
                                    bijlage 1 RVV 1990; op de rijbaan, inclusief de invoeg- en
                                    uitrijstrook, van een autosnelweg of autoweg, of - behoudens in
                                    noodgevallen - op de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm van
                                    zo'n weg. (Zie artikel 23, 43, tweede lid, en 81 RVV 1990 en
                                    bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990.)</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop>Parkeren</tussenkop><lijst><li nr="c."><al>een voertuig is geparkeerd:</al><lijst><li nr="1."><al>bij een kruispunt op een afstand van minder dan 5 meter
                                    daarvan;</al></li><li nr="2."><al>voor een inrit of een uitrit;</al></li><li nr="3."><al>buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg;</al></li><li nr="4."><al>langs een gele onderbroken streep of in strijd met bord E1 van
                                    bijlage 1 RVV 1990;</al></li><li nr="5."><al>op een wijze waardoor er sprake is van dubbel parkeren;</al></li><li nr="6."><al>binnen een erf, waarbij - voorzover het een motorvoertuig
                                    betreft - geen gebruik is gemaakt van de parkeerplaatsen die als
                                    zodanig zijn aangeduid of aangewezen;</al></li><li nr="7."><al>op een weg waarvoor een geslotenverklaring geldt;</al></li><li nr="8."><al>zonder dat de voorgeschreven voertuigverlichting in werking is
                                    gesteld;</al></li></lijst></li></lijst><al>(Zie artikel 24, 25, 38 e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RVV
                    1990.)</al><tussenkop>Bevel of aanwijzing</tussenkop><al>d.een voertuig is tot stilstand gebracht in strijd met een bevel of een
                    aanwijzing, gegeven door een daartoe bevoegd en als zodanig kenbare ambtenaar of
                    ander persoon; (Zie artikel 82 RVV 1990.)</al><tussenkop>Gevaarlijk of hinderlijk gedrag</tussenkop><al>e.een voertuig is overigens zodanig tot stilstand gebracht of geparkeerd dat
                    gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg
                    wordt of kan worden gehinderd.</al><al>(Zie artikel 5 WVW 1994, het zogenaamde kapstokartikel.)</al><tussenkop>B. Vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen</tussenkop><al>Verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang
                    van het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen (zie artikel 170, eerste
                    lid, aanhef en onder c WVW 1994 en artikel 2 Besluit wegslepen van voertuigen)
                    kunnen noodzakelijk zijn in het geval dat een voertuig geparkeerd is:</al><lijst><li nr="a."><al>op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E1 van bijlage 1 van
                            het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld
                            in artikel 24, lid 1 onder e RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse
                            een parkeerverbod geldt;</al></li><li nr="b."><al>op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E2 van die bijlage
                            of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel
                            23, lid 1 onder g RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een verbod
                            stil te staan geldt;</al></li><li nr="c."><al>op een parkeerplaats nader aangeduid door bord E4 van die bijlage (al
                            dan niet met onderbord) voorzover:</al><lijst><li nr="-"><al>het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep
                                    voertuigen; - het voertuig op een andere dan de aangegeven wijze
                                    is geparkeerd;</al></li><li nr="-"><al>het voertuig op andere dagen of uren dan aangegeven is
                                    geparkeerd;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>op een taxistandplaats, nader aangeduid door bord E5 van die bijlage,
                            tenzij het parkeren gebeurt met een taxi;</al></li><li nr="e."><al>op een gehandicaptenparkeerplaats, nader aangeduid met bord E6 van die
                            bijlage:</al><lijst><li nr="-"><al>tenzij het parkeren gebeurt met een gehandicaptenvoertuig;</al></li><li nr="-"><al>tenzij gebruik wordt gemaakt van een geldige en duidelijk
                                    zichtbaar aangebrachte gehandicaptenparkeerkaart;</al></li><li nr="-"><al>die gereserveerd is voor een bepaald voertuig, tenzij het
                                    parkeren gebeurt met dat voertuig;</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>op een laad- en losplaats, nader aangeduid door bord E7 van die bijlage
                            (met uitzondering van de aangegeven dagen of uren), tenzij de bestuurder
                            van het voertuig bezig is met het onmiddellijk laden en lossen van
                            goederen;</al></li><li nr="g."><al>op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E8 van die bijlage
                            voorzover het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep
                            voertuigen;</al></li><li nr="h."><al>op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E9 van die bijlage en
                            bestemd voor vergunninghouders, tenzij het parkeren gebeurt met het
                            voertuig waarvoor een parkeervergunning is afgegeven;</al></li><li nr="i."><al>in een voetgangersgebied, nader aangeduid door bord G7 of C1 van die
                            bijlage (eventueel: met uitzondering van aangegeven dagen en uren.</al></li></lijst></bijlage><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting Wegsleepverordening gemeente Uden 2008</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Op 1 januari 2002 is de Wet van 21 februari 1997, houdende de wijziging van de
                    Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), ook wel de wijziging van de wegsleepregeling
                    genoemd, en het bijbehorende besluit wegslepen van voertuigen, in werking
                    getreden. De artikelen 170 tot en met 173 van de WVW 1994 zijn geheel vervangen
                    door nieuwe bepalingen.</al><al>Kort samengevat houden de wijzigingen in de wegsleepregeling voor gemeenten het
                    volgende in: </al><tussenkop>Bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen</tussenkop><al>Het uitvoeren van de wegsleepregeling is geen bevoegdheid meer van de
                    burgemeester, maar van het College van burgemeester en wethouders. Het wegslepen
                    van een voertuig moet worden gezien als een bijzondere vorm van bestuursdwang.
                    In de Algemene wet bestuursrecht zijn algemene regels gesteld over de toepassing
                    van bestuursdwang. Deze regels zijn voor een groot deel ook van toepassing op
                    het wegslepen van voertuigen. In de WVW 1994 wordt een aantal bepalingen uit de
                    Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet van toepassing verklaard. Tegen het
                    wegslepen van voertuigen staat op grond van de Algemene wet bestuursrecht
                    bezwaar en vervolgens beroep open.</al><tussenkop>Uitgebreide werking</tussenkop><al>Op grond van de oude WVW 1994 mochten op de weg staande voertuigen alleen worden
                    versleept in het belang van de veiligheid op de weg of de vrijheid van het
                    verkeer dan wel het vrijhouden van gehandicaptenparkeerplaatsen. Op basis van de
                    herziene regeling in de WVW 1994 is het laatstgenoemde criterium uitgebreid. Er
                    zijn meer locaties denkbaar waar het foutief parkeren als zeer hinderlijk wordt
                    ervaren. Het direct optreden tegen dergelijke foutief geparkeerde voertuigen kan
                    in bepaalde gevallen zeer wenselijk zijn. Als wegen en weggedeelten waar op
                    grond van de nieuwe landelijke wegsleepregeling kan worden weggesleept zijn
                    thans aangewezen alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente Uden voor zover
                    die behoren tot één van de in artikel 2 van het Besluit bedoelde soorten wegen
                    en weggedeelten. In de artikelsgewijze toelichting zijn onder artikel 2 deze
                    wegen en weggedeelten expliciet genoemd.</al><al>In zowel in de oude als de nieuwe regeling geldt dat een voertuig niet zonder
                    meer kan worden weggesleept wanneer aan een van de genoemde criteria wordt
                    voldaan. Degene die met de uitvoering van de wegsleepregeling is belast, dient
                    per geval na te gaan of in dat specifieke geval het wegslepen van het
                    desbetreffende voertuig absoluut noodzakelijk is. Het wegslepen van een voertuig
                    dat om 4.00 uur 's nachts in strijd met een van de genoemde criteria is
                    geparkeerd, zal doorgaans als niet of minder urgent moeten worden beschouwd. In
                    zo'n geval kan het opmaken van een proces-verbaal door een opsporingsambtenaar
                    doorgaans volstaan.</al><tussenkop>Verhouding wet Mulder en bestuursdwang</tussenkop><al>Wanneer een voertuig fout geparkeerd staat en wegsleepwaardig is, zijn er in
                    principe twee naast elkaar bestaande manieren om hiertegen op te treden.
                    Allereerst door politie en justitie op grond van de Wet
                    administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet-Mulder) via het
                    opmaken van een proces-verbaal. Daarnaast door het uitvoeren van bestuursdwang
                    (lees: het laten wegslepen en bewaren van dat voertuig) door het college van
                    burgemeester en wethouders. In de oude wegsleepregeling bestond er een
                    onlosmakelijk verband tussen beide vormen van optreden. Voordat tot het
                    wegslepen van een voertuig kon worden overgegaan, moest altijd eerst een
                    proces-verbaal op grond van de Wet-Mulder worden opgemaakt. Indien het
                    desbetreffende proces-verbaal werd geseponeerd of wanneer vrijspraak of ontslag
                    van rechtsvervolging door de rechter volgde, dienden ook de kosten van het
                    wegslepen en bewaren van het voertuig te worden terugbetaald. In de nieuwe
                    wegsleepregeling wordt deze koppeling losgelaten. Het opmaken van een
                    proces-verbaal op grond van de Wet-Mulder, voordat tot het wegslepen van een
                    voertuig kan worden overgegaan, is niet meer vereist, maar kan nog steeds wel
                    samengaan. Opgemerkt wordt dat het wel noodzakelijk is om de geconstateerde
                    parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen wanneer alleen gebruik wordt
                    gemaakt van de bestuursdwangbevoegdheid. Voor eventuele latere bezwaar- en
                    beroepsprocedures op grond van de Awb is het verstandig de geconstateerde
                    parkeerovertreding zo goed mogelijk vast te leggen in een schriftelijk document
                    en bij voorkeur vergezeld te laten gaan van een foto die de feitelijke situatie
                    weergeeft. Een eventueel sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door
                    justitie, respectievelijk de rechter naar aanleiding van een proces-verbaal is
                    niet zonder meer een reden om ook de kosten van de bestuursdwang terug te
                    betalen. Het college van burgemeester en wethouders maakt in een eventuele
                    bezwaarprocedure een zelfstandige afweging.</al><tussenkop>Verordening</tussenkop><al>In artikel 170 en volgende van de WVW 1994 is het kader aangegeven waarbinnen
                    het College van burgemeester en wethouders gebruik kan maken van zijn
                    bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen. Hoewel de bevoegdheid tot het
                    wegslepen van voertuigen in de wet is neergelegd, kan het College pas goed van
                    deze bevoegdheid gebruik maken, wanneer de gemeenteraad in een verordening
                    nadere regels heeft gesteld over de toepassing van deze bevoegdheid, zoals in
                    artikel 173, tweede lid, van de WVW 1994 wordt voorgeschreven. Deze nadere
                    regels dienen in elk geval te betreffen:</al><lijst><li nr="1."><al>de aanwijzing van de plaatsen waar de weggesleepte voertuigen worden
                            bewaard;</al></li><li nr="2."><al>de berekening van de kosten verbonden aan de uitvoering van het
                            wegslepen en bezwaren van voertuigen;</al></li><li nr="3."><al>de aanwijzing van wegen en weggedeelten, waar op grond van artikel 170,
                            eerste lid, onder c, van de WVW 1994 voertuigen mogen worden
                            weggesleept.</al></li></lijst><al>Aangezien in artikel 173, tweede lid van de wet wordt aangegeven dat de nadere
                    regels bij gemeentelijke verordening moeten worden gesteld, kunnen de hiervoor
                    genoemde onderwerpen niet worden gedelegeerd aan het college van burgemeester en
                    wethouders. De uitwerking van de nadere regels van de verordening kan wel door
                    het college van burgemeester en wethouders geschieden (bijvoorbeeld door middel
                    van beleidsregels).</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsomschrijving</tussenkop><al>In deze bepaling is een aantal begrippen omschreven dat diverse malen in de
                    verordening terugkomt. De omschrijving van deze begrippen spreekt voor zich.
                    Veelal wordt verwezen naar definities uit bestaande wetgeving.</al><tussenkop>Ad d. voertuig</tussenkop><al>Het begrip voertuig, conform artikel 1, onder a1, van het RVV 1990 betreft
                    fietsen, bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, motorvoertuigen, trams en
                    wagens.</al><tussenkop>Ad e. motorrijtuig</tussenkop><al>Het begrip motorrijtuig is apart omschreven, omdat artikel 5 van de Udense
                    Wegsleepverordening alleen betrekking heeft op dit soort voertuigen.</al><tussenkop>Artikel 2. Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen
                    worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het
                    vrijhouden van wegen en weggedeelten</tussenkop><al>In dit artikel worden als wegen en weggedeelten alle wegen en weggedeelten
                    binnen de gemeente Uden aangewezen als toepassingsgebied van de
                    wegsleepverordening.</al><al>In artikel 170 eerste lid, onder c. van de wet juncto artikel 2 van het besluit
                    is ook aangegeven dat een voertuig in het belang van het vrijhouden van bepaalde
                    wegen en weggedeelten kan worden weggesleept, wanneer deze zijn aangewezen in de
                    gemeentelijke wegsleepverordening en behoren tot de wegen en weggedeelten, zoals
                    bedoeld in artikel 2 van het besluit wegslepen van voertuigen.</al><al>Ingevolge artikel 170 eerste, sub c. van de wet, juncto artikel 2 van het
                    besluit, juncto artikel 2 van de wegsleepverordening gemeente Uden, kan in de
                    gemeente Uden van de volgende soorten wegen en weggedeelten worden
                    weggesleept:</al><lijst><li nr="a."><al> wegen en weggedeelten waar door middel van bord E1 van bijlage 1 bij
                            het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld
                            in artikel 24, eerste lid, onderdeel e, van het RVV 1990 wordt
                            aangegeven dat het verboden is te parkeren;</al></li><li nr="b."><al>wegen en weggedeelten waar door middel van bord E2 van bijlage 1 bij het
                            RVV 1990 of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in
                            artikel 23, eerste lid, onderdeel g, van het RVV 1990 wordt aangegeven
                            dat het verboden is stil te staan;</al></li><li nr="c."><al>parkeergelegenheden, aangeduid door bord E4 van bijlage 1 bij het RVV
                            1990, waarbij op een onderbord wordt aangegeven de categorie of groep
                            voertuigen waarvoor de parkeergelegenheid is bestemd of het parkeren op
                            bepaalde dagen of uren is verboden;</al></li><li nr="d."><al>taxistandplaatsen, aangeduid door bord E5 van bijlage 1 bij het RVV
                            1990;</al></li><li nr="e."><al>parkeerplaatsen voor gehandicapten, aangeduid door bord E6 van bijlage 1
                            bij het RVV 1990;</al></li><li nr="f."><al>gelegenheden voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen,
                            aangeduid door bord E7 van bijlage 1 bij het RVV 1990;</al></li><li nr="g."><al>parkeergelegenheden voor een categorie of groep voertuigen, aangeduid
                            door bord E8 van bijlage 1 bij het RVV 1990;</al></li><li nr="h."><al>parkeergelegenheden voor vergunninghouders, aangeduid door bord E9 van
                            bijlage 1 bij het RVV 1990;</al></li><li nr="i."><al>voetgangersgebieden, aangeduid door bord G7 of door bord C1 van bijlage
                            1 bij het RVV 1990.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 3. Plaats bewaring voertuigen en openingstijden</tussenkop><al>De inhoud van deze bepaling spreekt voor zich. Vanwege de redactie van artikel
                    173, tweede lid van de WVW 1994, moet de plaats van bewaring van voertuigen door
                    de gemeenteraad worden aangewezen. Delegatie aan het college van burgemeester en
                    wethouders is niet mogelijk. In onvoorziene omstandigheden is het denkbaar dat
                    de burgemeester op grond van zijn bijzondere bevoegdheden ter handhaving van de
                    openbare orde tijdelijk ook andere terreinen aanwijst als plaats van bewaring
                    van voertuigen. De openingstijden kunnen wel nader door het college van
                    burgemeester en wethouders worden vastgesteld omdat ze niet expliciet genoemd
                    zijn in artikel 173 WVW 1994.</al><tussenkop>Artikel 4. Kosten overbrengen en bewaren voertuigen </tussenkop><al>In de artikelen 13 tot en met 15 van het besluit wegslepen van voertuigen is
                    geregeld welke soort van kosten verbonden aan het wegslepen en in bewaring
                    stellen van voertuigen in rekening kunnen worden gebracht. Het gaat hierbij niet
                    alleen om personele en materiële kosten direct verband houdend met het wegslepen
                    en in bewaring stellen van voertuigen, maar ook om kosten verbonden aan
                    bekendmaking van beschikkingen, verkoop, eigendomsoverdracht om niet of
                    vernietiging van voertuigen, inclusief de taxatie van deze voertuigen,
                    renteverlies, WA-verzekering en dergelijke.</al><al>In de wegsleepverordening hoeven deze kostencomponenten niet allemaal
                    inzichtelijk te worden gemaakt. Volstaan kan worden met een uitsplitsing van de
                    kosten die verbonden zijn aan het wegslepen van voertuigen enerzijds en de
                    bewaring van deze voertuigen anderzijds.</al><al>De tarieven zijn gebaseerd op de kosten die het wegsleepbedrijf rekent.</al><tussenkop>Artikel 5. Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het
                    geval van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het
                    ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat</tussenkop><al>Naast de in artikel 170, eerste lid WVW 1994 bedoelde gevallen zijn in deze wet
                    nog twee gevallen genoemd, waarin het noodzakelijk kan zijn om een voertuig te
                    laten wegslepen en in bewaring te laten stellen. Het betreft hier het niet
                    afgeven van zijn rijbewijs, wanneer dit is ingevorderd, omdat iemand zijn
                    motorrijtuig heeft bestuurd terwijl hij onder invloed was van drogerende stoffen
                    of alcohol en dergelijke, zie artikel 130 en 164 WVW 1994. Ook in de situatie
                    dat een motorrijtuig niet beschikt over een behoorlijk zichtbare kentekenplaat
                    terwijl de eigenaar of houder van dat motorrijtuig niet direct te achterhalen
                    is. </al><al> Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan voertuigwrakken die geen kenteken
                    meer hebben of aan situaties dat er sprake kan zijn van het knoeien met
                    kentekens in geval van autodiefstal.</al><al>Wanneer in dit soort gevallen een voertuig moet worden weggesleept en in
                    bewaring genomen, is er geen sprake van uitoefening van bestuursdwang. Artikel
                    170, eerste lid WVW 1994, waarin de bestuursdwang is geregeld, is dan ook niet
                    van toepassing verklaard in de genoemde gevallen. In feite gaat het om een vorm
                    van inbeslagname van goederen die ook in het strafrecht voorkomt.</al><al>Wel heeft de wetgever voor deze gevallen diverse bepalingen uit hoofdstuk X.
                    Bestuursdwang van de WVW 1994 van overeenkomstige toepassing verklaard. In de
                    wegsleepverordening zijn de artikelen over de bewaarplaatsen van voertuigen en
                    openingstijden en de kosten van overbrenging en bewaren van voertuigen voor deze
                    gevallen van overeenkomstige toepassing verklaard.</al><tussenkop>Artikel 6. Intrekking oude verordening</tussenkop><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 7. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 8. Citeertitel</tussenkop><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>