<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR24343_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Telecommunicatieverordening gemeente Aalsmeer</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Aalsmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Aalsmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Nieuwe Meerbode</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Telecommunicatieverordening gemeente Aalsmeer</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Geen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2000-01-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2000-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-04-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>00-377/LE</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Telecommunicatieverordening gemeente Aalsmeer</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Aalsmeer;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 januari 2000, nr.
                        9;</al><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Telecommunicatiewet/article=5.2">artikel 5.2, vierde lid, van de Telecommunicatiewet</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=149">artikel 149 van de Gemeentewet</extref>;</al><al>besIuit:</al><al>vast te stellen de volgende verordening: Verordening inzake werkzaamheden in
                        verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van
                        telecommunicatiekabels;</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet : <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Telecommunicatiewet">Telecommunicatiewet</extref>;</al></li><li nr="b."><al>openbaar telecommunicatienetwerk: telecommunicatienetwerk als
                                genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Telecommunicatiewet/article=1.1">artikel 1.1, onder g, van de wet</extref>; </al></li><li nr="c."><al>omroepnetwet: omroepnetwerk als genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Telecommunicatiewet/article=1.1">artikel 1.1, onder o, van de wet</extref>; </al></li><li nr="d."><al>kabels: kabels, genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Telecommunicatiewet/article=1.1">artikel 1.1, onder r, van de wet</extref>; </al></li><li nr="e."><al>openbare gronden: openbare wegen en wateren, als genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Telecommunicatiewet/article=1.1">artikel 1.1, onder s, van de wet</extref>;</al></li><li nr="f:"><al>aanbieder: aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of een
                                omroepnetwerk; :</al></li><li nr="g."><al>werkzaamheden: werkzaamheden in verband met de aanleg,
                                instandhouding en opruiming van kabels ten dienste van een openbaar
                                telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk in en op openbare
                                gronden;</al></li><li nr="h."><al>gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in
                                    <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Telecommunicatiewet/article=5.1">artikel 5.1, eerste lid, van de wet</extref>;</al></li><li nr="i."><al>college: college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="j."><al>melding: melding als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Telecommunicatiewet/article=5.2">artikel 5.2, derde lid, aanhef en onder a, van de
                                wet</extref>;</al></li><li nr="k."><al>instemmingsbesluit: besluit van het college als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Telecommunicatiewet/article=5.2">artikel 5.2, derde lid, aanhef enonder b, van de
                                wet</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Tijdstip van melding van voorgenomen werkzaamheden</titel></kop><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, meldt in ieder geval acht
                        weken voor de aanvang van de werkzaamheden het voornemen daartoe bij het
                        college.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Melding werkzaamheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij de melding verstrekt de aanbieder in ieder geval de volgende
                                gegevens: </al><lijst><li nr="a."><al>de door de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie
                                        Autoriteit afgegeven registratie;</al></li><li nr="b."><al>een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van
                                        Koophandel;</al></li><li nr="c."><al>naam, adres en telefoonnummer van degene die de kabel in
                                        eigendom heeft, degene die de kabel beheert en degene die de
                                        kabel exploiteert;</al></li><li nr="d."><al>een opgave van de soort kabel en het beoogde gebruik;</al></li><li nr="e."><al>welke belanghebbenden en instanties vooraf in kennis worden
                                        gesteld van de voorgenomen datum van aanvang, beëindiging en
                                        de aard van de werkzaamheden;</al></li><li nr="f."><al>een uitvoeringsplan met daarin opgenomen: </al><lijst><li nr=""><al>een opgave van het gewenste trace;</al></li><li nr=""><al>een opgave van de objecten die ten tijde van de
                                                werkzaamheden worden geplaatst, alsmede van de
                                                situering daarvan;</al></li><li nr=""><al>een omschrijving van eventuele opbrekingen;</al></li><li nr=""><al>de doorsnede van de kabel of kabelgoot;</al></li><li nr=""><al>de lengte en breedte van de kabelsleuf;</al></li><li nr=""><al>de maatregelen voor de bereikbaarheid van in de
                                                openbare gronden aanwezige kabels en leidingen;</al></li><li nr=""><al>het voorgenomen tijdstip van aanvang en beëindiging
                                                van de werkzaamheden;</al></li><li nr=""><al>naam, adres en telefoonnummer van de aannemer(s) of
                                                onderaannemers(s) die belast is (zijn) met de
                                                werkzaamheden en van een contactpersoon ten tijde
                                                van de uitvoering van de werkzaamheden. </al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een
                                andere gedoogplichtige dan de gemeente, wordt uiterlijk vier weken
                                na ontvangst van de melding, als genoemd in het eerste lid, het
                                college schriftelijk in kennis gesteld van de uitkomsten van het
                                overleg tussen de aanbieder en de andere gedoogplichtige.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan nadere regels stellen inzake de gegevens die bij de
                                melding worden verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Voorschriften en beperkingen bij instemming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan het instemmingsbesluit voorschriften en
                                beperkingen verbinden in het belang van de: </al><lijst><li nr="a."><al>openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van schade of overlast;</al></li><li nr="c."><al>de bruikbaarheid van de openbare gronden;</al></li><li nr="d."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de openbare
                                        gronden;</al></li><li nr="e."><al>het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare
                                        gronden;</al></li><li nr="f."><al>de belemmering van doelmatig beheer en onderhoud van de
                                        openbare gronden;</al></li><li nr="g."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
                                    </al></li><li nr="h."><al>de bescherming van groenvoorzieningen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Ter bescherming van de belangen als genoemd in het eerste lid, kan
                                het college in ieder geval aan het instemmingsbesluit voorschriften
                                of beperkingen verbinden over het medegebruik van voorzieningen,
                                zoals kabelgoten en geleidingen, en een zekerheidsstelling voor de
                                nakoming van verplichtingen die gesteld zijn bij de voorschriften en
                                beperkingen aan het instemmingsbesluit.</al></li><li nr="3."><al> De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en
                                opruiming van kabels en medegebruik van voorzieningen dient te
                                geschieden conform de "Leidraad voor gemeenten en nutsbedrijven
                                inzake (her)-straatwerkzaamheden (uitgave: Overlegorgaan
                                nutsvoorzieningen Vereniging Nederlandse Gemeenten)".</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Zakelijk karakter instemmingsbesluit</titel></kop><al>Indien de kabel wordt overgedragen aan een nieuwe aanbieder gaan de rechten
                        en plichten die betrekking hebben op de kabel van de oude aanbieder over op
                        de nieuwe aanbieder.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Melding wijziging</titel></kop><al>De aanbieder stelt het college onverwijld in kennis van het feit dat het
                        eigendom, de exploitabel of het beheer van de kabel verandert of het feit
                        dat de kabel niet langer ten dienste staat van een openbaar
                        telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk in of op openbare
                        gronden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Overgangsbepaling</titel></kop><al>De aanwezigheid van kabels en kabelwerken in of op openbare gronden,
                        voorzover deze zijn aangelegd met toepassing van hoofdstuk VI van de Wet op
                        de telecommunicatievoorzieningen, dient door de aanbieders binnen een jaar
                        na inwerkingtreding van deze verordening schriftelijk te worden gemeld aan
                        het college als genoemd in artikel 3, eerste lid van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 februari 2000.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Telecommunicatieverordening gemeente
                        Aalsmeer. Aldus besloten in de openbare vergadering van 20 januari
                        2000.</al><al>voorzitter, secretaris.</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><al><vet>Toelichting telecommunicatieverordening</vet></al><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al><vet>a wet</vet></al><al>De verordening is gebaseerd op de Telecommunicatiewet (TW). Deze wet is de
                    opvolger van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen, die op zijn beurt de
                    Telegraaf- en Telefoonwet van 1904 heeft vervangen.</al><al><vet>b openbaar telecommunicatienetwerk</vet></al><al>Een openbaar telecommunicatienetwerk wordt in artikel 1, onder g, TW omschreven
                    als een telecommunicatienetwerk dat onder meer voor de verrichting van openbare
                    telecommunicatiediensten wordt gebruikt of een telecommunicatienetwerk waarmee
                    aan het publiek de mogelijkheid tot overdracht van signalen tussen
                    netwerkaansluitpunten ter beschikking gesteld wordt. Deze omschrijving valt in
                    twee delen uiteen. In de eerste plaats geldt dat een openbaar
                    telecommunicatienetwerk wordt gebruikt voor de verrichting van openbare
                    telecommunicatiediensten. Dit betekent dat de betreffende telecommunicatiedienst
                    beschikbaar is voor het publiek. Deze dienst wordt openbaar aangeboden en is
                    beschikbaar voor eenieder die van dat aanbod gebruik wil maken. Dit betekent dat
                    telecommunicatiediensten die uitsluitend beschikbaar zijn voor leden van een
                    besloten gebruikersgroep, niet openbaar zijn. Het kan bijvoorbeeld gaan om een
                    besloten netwerk op een bedrijventerrein. In het tweede deel van de omschrijving
                    wordt gesproken over de 'mogelijkheid tot overdracht van signalen tussen
                    netwerkaansluitpunten¹. Hiermee wordt onder meer gedoeld op huurlijnen. Een
                    huurlijn wordt in de TW in artikel 1, onder i, gedefinieerd als het aan het
                    publiek ter beschikking stellen van transparante transmissiecapaciteit tussen
                    twee netwerkaansluitpunten van een telecommunicatienetwerk, zonder
                    routeringsfimcties waarover gebruikers kunnen beschikken als onderdeel van de
                    geleverde huurlijn.</al><al>Met een voorbeeld zal worden verduidelijkt wat hiermee precies wordt bedoeld.
                    Stel dat een bedrijf twee filialen met elkaar wil verbinden door middel van een
                    kabel voor telecommunicatie en dataverkeer. De kabel is voor exclusief gebruik
                    van het bedrijf. Er doen zich twee mogelijkheden voor:</al><al>Het bedrijf neemt een aanbieder van openbare telecommunicatienetwerken in de
                    arm. Die zorgt ervoor dat de kabel wordt gelegd en exploiteerd deze in het
                    vervolg. Het bedrijf huurt vervolgens de lijn. Deze huurlijn is te beschouwen
                    als een openbaar telecommunicatienetwerk en moet dus worden gedoogd.</al><al>Het bedrijf laat in eigen beheer en voor eigen kosten de kabel leggen en
                    exploiteert de lijn zelf. Het betreft een niet-openbaar netwerk, waarvoor de
                    gemeente niet gedoogplichtig is.</al><al><vet>c omroepnetwerk</vet></al><al>Een omroepnetwerk wordt in artikel 1, onder o, TW omschreven als technische
                    inrichtingen, of onderdelen daarvan, die worden gebruikt om met gebruik van
                    kabels of radioverbindingen tussen punten programma's te verspreiden naar een of
                    meer bij anderen in gebruik zijnde gronden, woningen of niet tot woning dienende
                    gebouwen. In de meeste gevallen zal het gaan om het kabeltelevisienetwerk, met
                    behulp waarvan radio- en televisieprogramma's worden doorgegeven. De aanbieder
                    van een omroepnetwerk kan via ditzelfde netwerk ook openbare
                    telecommunicatiediensten aanbieden, dan wel het netwerk als openbaar
                    telecommunicatienetwerk gebruiken. Voor beide activiteiten is een afzonderlijke
                    registratie verplicht.</al><al><vet>d kabels</vet></al><al>Onder het begrip kabels vallen, overeenkomstig artikel 1.1, onder r, TW, niet
                    alleen de feitelijke kabels, maar ook de ondersteuningswerken,
                    beschermingswerken en signaalinrichtingen. Tevens worden tot het begrip kabels
                    gerekend: de inrichtingen bestemd om daarin verbinding tot stand te brengen
                    tussen kabels in, op of boven openbare gronden enerzijds en kabels in gebouwen
                    en daarmee ,,n geheel vormende gronden anderzijds, dan wel tussen laatstgenoemde
                    kabels onderling. Of een bepaald object dat een telecomaanbieder wil aanbrengen
                    onder de omschrijving van het begrip kabels valt, is in de eerste plaats een
                    technisch vraagstuk. Daarnaast moet ook worden bezien welke objecten gemeenten
                    in het verleden hebben gedoogd. Materieel bezien moet onder de TW namelijk
                    hetzelfde worden gedoogd als onder de Wet op de telecommunicatievoorzieningen
                    (WTV). Formeel bezien valt op dat de letterlijke omschrijving van het begrip
                    kabels in de TW is verruimd ten opzichte van de omschrijving uit de WTV. Dit
                    komt doordat nu ook kabelwerken onder de omschrijving van kabels zijn gebracht,
                    terwijl deze in de WTV afzonderlijk waren gedefinieerd.</al><al>De kabelwerken uit de WTV moesten echter ook worden gedoogd. De invoering van de
                    TW betekent op dit punt dus geen verruiming van de mogelijkheden voor aanbieders
                    om objecten te plaatsen.</al><al>Onder de TW vallen alleen openbare kabels. Werkzaamheden aan andere
                    telecomkabels kunnen onder het vergunningenregime van de algemene plaatselijke
                    verordening (APV) vallen; zie bijvoorbeeld artikel 2.1.5.2 model-APV van de
                    VNG.</al><al><vet>e openbare gronden</vet></al><al>In artikel 1, onder s, TW wordt het begrip openbare gronden beschreven. Hiertoe
                    worden gerekend openbare wegen, met inbegrip van de daartoe behorende stoepen,
                    glooiingen, bermen, sloten, bruggen, viaducten, tunnels, duikers, beschoeiingen
                    en andere werken, alsmede wateren met de daartoe behorende bruggen, plantsoenen,
                    pleinen en andere plaatsen, die voor eenieder toegankelijk zijn. Onder het
                    begrip openbare gronden wordt ook het begrip weg, zoals gebruikt wordt in de
                    model-APV van de VNG, begrepen. Het begrip openbare gronden is echter ruimer dan
                    het begrip weg uit de model-APV, aangezien hieronder ook de wateren met de
                    daarbij behorende bruggen, plantsoenen, pleinen en andere plaatsen die voor
                    eenieder toegankelijk zijn worden gerekend.</al><al><vet>f aanbieder</vet></al><al>Het begrip aanbieder wordt gedefinieerd als een aanbieder van een openbaar
                    telecommunicatienetwerk of een omroepnetwerk. Voor deze aanbieders geldt de
                    verplichting, zoals genoemd in artikel 5.2, derde lid, TW om voorafgaand aan de
                    aanvang van werkzaamheden ten behoeve van een openbaar telecommunicatie of
                    omroepnetwerk deze werkzaamheden te melden en vervolgens een instemmingsbesluit
                    van het college van burgemeester en wethouders af te wachten.</al><al><vet>g werkzaamheden</vet></al><al>Werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels
                    ten dienste van een openbaar telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk in
                    en op openbare gronden betreffen ook de werkzaamheden die verband houden met het
                    medegebruik van voorzieningen. Bij het medegebruik van voorzieningen moet onder
                    andere gedacht worden aan het medegebruik van kabelgoten of geleidingen. Voor
                    dergelijke werkzaamheden geldt ook de meldingsplicht en is eerst een
                    instemmingsbesluit vereist voordat zij mogen worden uitgevoerd. Over het
                    medegebruik van voorzieningen wordt nader ingegaan bij de toelichting op artikel
                    4.</al><al><vet>h gedoogplichtige</vet></al><al>In artikel 5.1, eerste lid, TW wordt bepaald dat eenieder verplicht is om de
                    aanleg en instandhouding van kabels ten dienste van een openbaar
                    telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk in en op openbare gronden,
                    alsmede de opruiming daarvan, te gedogen. De beheerders van openbare gronden
                    moeten dus goedvinden ('gedogen') dat aanbieders van een openbaar
                    telecommunicatienetwerk of een omroepnetwerk kabels in hun grond leggen. Tot de
                    beheerders van het openbare gebied behoren gemeenten, provincies, waterschappen,
                    het rijk en particulieren in het bezit van openbare grond.</al><al><vet>i college</vet></al><al>Ten behoeve van de leesbaarheid van de verordening wordt het college van
                    burgemeester en wethouders aangeduid met het college. Waar in hoofdstuk 5 van de
                    TW wordt gesproken over het college, wordt OPTA bedoeld, en niet het college van
                    B &amp; W.</al><al><vet>j en k melding en instemmingsbesluit</vet></al><al>In artikel 5.2, derde lid, TW staat dat een aanbieder van een openbaar
                    telecommunicatienetwerk of van een omroepnetwerk slechts overgaat tot het
                    verrichten van werkzaamheden indien deze:</al><lijst><li nr="a"><al>het voornemen daartoe heeft gemeld bij burgemeester en wethouders van de
                            desbetreffende gemeente, en</al></li><li nr="b"><al>van burgemeester en wethouders instemming heeft verkregen over tijdstip,
                            plaats en werkwijze van uitvoering van de werkzaamheden.</al></li></lijst><al>Deze bepaling brengt met zich mee dat een aanbieder niet met de werkzaamheden
                    mag beginnen voordat hij</al><al>instemming daarvoor heeft verkregen van het college van burgemeester en
                    wethouders.</al><al>kan het ook noodzakelijk zijn dat de politic en de brandweer op de hoogte worden
                    gesteld. Dit zal zich vooral voordoen wanneer de werkzaamheden met
                    wegversperringen gepaard gaan.</al><al>Uit het uitvoeringsplan moet voorts blijken op welke wijze de werkzaamheden
                    worden uitgevoerd. Van belang is onder andere dat de kabels zo worden aangelegd
                    dat de bereikbaarheid voor in de grond reeds aanwezige kabels blijft behouden.
                    Om die reden is het van belang waar de kabelsleuf precies word gesitueerd.</al><al>Het derde lid ziet op de situatie dat de werkzaamheden ook betrekking hebben op
                    gronden van andere gedoogplichtigen. In dat geval dienen ook de belangen van
                    deze gedoogplichtigen bij het instemmingsbesluit te worden betrokken. Uit
                    artikel 5.2, eerste en tweede lid, TW vloeit immers voort dat de gemeente met de
                    codrdinatie wordt belast van de werkzaamheden aan telecommunicatie- en
                    omroepnetwerken binnen haar grondgebied en dat de gemeente hierbij andere
                    belangen moet betrekken. Gelet hierop is in het derde lid van artikel 3 van de
                    verordening opgenomen dat de uitkomst van het overleg tussen de aanbieders en de
                    andere gedoogplichtigen uiterlijk vier weken na ontvangst van de melding aan het
                    college van burgemeester en wethouders wordt gemeld. De aanbieder kan op deze
                    wijze tegelijkertijd met de melding aan het college van burgemeester en
                    wethouders de andere gedoogplichtigen benaderen. Om geen discussie te krijgen
                    over de aanvang van de vier weken termijn is het aan te bevelen om na ontvangst
                    van de melding een ontvangstbevestiging te sturen. Voordat tot instemming wordt
                    besloten, dient het resultaat van dit overleg bij de gemeente bekend te zijn.
                    Deze procedure draagt bij aan een redelijke afdoeningstermijn door het college
                    van burgemeester en wethouders. Indien de belangen van de andere
                    gedoogplichtigen niet overeenkomen met de belangen van de gemeente, ligt het
                    vervolgens op de weg van de het college van burgemeester en wethouders om de
                    belangen zo goed mogelijk tegen elkaar af te wegen. Daartoe zou bijvoorbeeld van
                    de zijde van de gemeente een overleg kunnen worden ge&amp;itameerd met alle
                    betrokkenen, waaronder in ieder geval de aanbieders en de andere
                    gedoogplichtigen. Indien de partijen er niet in onderling overleg uitkomen, moet
                    het college van burgemeester en wethouders na afweging van alle belangen een
                    beslissing nemen.</al><al>In het vierde lid is opgenomen dat het college nadere regels kan stellen voor de
                    gegevens die bij de melding worden verstrekt. Het is mogelijk dat het college
                    bij werkzaamheden in het centrum andere eisen stelt aan het uitvoeringsplan dan
                    bij werkzaamheden in het buitengebied. Door het stellen van nadere regels kan
                    hierin onderscheid worden gemaakt. De bevoegdheid tot het stellen van nadere
                    regels is gebaseerd op artikel 156, derde lid, van de Gemeentewet. Indien het
                    college bij een individuele melding meent dat er onvoldoende gegevens zijn
                    overgelegd om een beslissing te nemen over de instemming, kan het op basis van
                    artikel 4:5 van de Awb nadere gegevens opvragen.</al><al><vet>Artikel 4 Voorschriften en beperkingen bij instemming</vet></al><al>Uit artikel 5.2, tweede lid, TW volgt dat de gemeente bij de codrdinatie andere
                    werkzaamheden en andere belangen waarin de TW niet voorziet, moet betrekken.
                    Gedacht kan worden aan de belangen zoals genoemd in het eerste lid van artikel 4
                    van de verordening. Bij de formulering van deze belangen is aansluiting gezocht
                    bij de terminologie uit de model-APV van de VNG.</al><al>De belangenafweging kan ertoe leiden dat aan het instemmingsbesluit
                    voorschriften of beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften of beperkingen
                    mogen niet zodanig belemmerend werken dat niet meer gesproken zou kunnen worden
                    van de gedoogplicht van de gemeente. Een dergelijke aanpak zou in strijd zijn
                    met de Telecommunicatiewet. Artikel 5.2, tweede lid, TW bepaalt immers dat de
                    codrdinatie niet mag leiden tot een zodanige vertraging van voorgenomen
                    werkzaamheden dat redelijkerwijs niet meer kan worden gesproken van
                    gedogen.</al><al>In het instemmingsbesluit kan het tijdstip van aanvang van de werkzaamheden op
                    enige tijd na het tijdstip van de melding van de voorgenomen aanvang worden
                    gesteld. De gedoogplicht wordt hierdoor in beginsel niet geschonden. In de Nota
                    naar aanleiding van het verslag van 29 december 1997 zegt de minister hierover:
                    'Of dit tijdstip e6n maand of zes maanden verder weg kan zijn gelegen is niet
                    aan de wetgever om voor eens en altijd te bepalen. Van gemeente tot gemeente,
                    maar zelfs binnen een gemeente kunnen de omstandigheden verschillen. Denk
                    hierbij aan omstandigheden als: buitenwijk, centrum, soort grond, wanneer meest
                    recente opbreking.¹</al><al>De wetgever heeft gelet op deze diversiteit geen termijn willen stellen
                    waarbinnen met de werkzaamheden moet zijn begonnen. Het college van burgemeester
                    en wethouders zal daarom voor elke concrete situatie moeten afwegen of op de
                    voorgenomen aanvangsdatum van de werkzaamheden ook daadwerkelijk een aanvang kan
                    worden gemaakt.</al><al>De codrdinatieplicht brengt met zich mee dat vanuit de gemeenten zo veel
                    mogelijk onderzocht wordt of verschillende verzoeken tot werkzaamheden in de
                    openbare grond niet kunnen worden gecombineerd. Dit voorkomt dat een weg
                    bijvoorbeeld om het halfjaar wordt opengebroken. Voor bijvoorbeeld burgers,
                    ondernemers et cetera, kan dit veel overlast met zich meebrengen. Daarnaast kan
                    het ook in het belang van de aanbieders zijn om gezamenlijk de kosten van het
                    openbreken van de grond te dragen.</al><al><vet>Artikel 2 Tijdstip van melding</vet></al><al>In artikel 5.2, vierde lid, TW is bepaald dat de gemeenteraad bij verordening in
                    ieder geval regels stelt inzake het tijdstip, voorafgaand aan het verrichten van
                    werkzaamheden waarop de melding uiterlijk moet zijn gedaan. Artikel 2 van de
                    verordening is hier een nadere uitwerking van. Gekozen is voor een termijn van
                    acht weken. Deze termijn sluit aan bij de termijn als genoemd in artikel 4:13,
                    tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit staat het college van
                    burgemeester en wethouders echter niet in de weg om eerder, bijvoorbeeld na drie
                    weken, op een melding te besluiten.</al><al>Het staat de gemeente vrij om een andere termijn dan acht weken in de
                    verordening op te nemen. Wordt gekozen om in de verordening een kortere termijn
                    op te nemen, dan wordt aanbevolen om deze termijn ook als beslistermijn te
                    hanteren. Het zou immers onlogisch zijn indien twee weken voor de voorgenomen
                    aanvang van de werkzaamheden een melding moet worden ingediend, terwijl binnen
                    die termijn nog geen uitsluitsel kan worden gegeven over de instemming.</al><al>Het tijdstip van melding voorafgaand aan de aanvang van de werkzaamheden zou ook
                    afhankelijk gesteld kunnen worden van de plaats van de werkzaamheden. Het is
                    voorstelbaar dat voor een graafwerkzaamheid in het centrum van de gemeente meer
                    coSrdinatie van de zijde van de gemeente nodig is dan voor een graafwerkzaamheid
                    in het buitengebied van de gemeente. Bij werkzaamheden in het centrum of op een
                    hoofdroute door de gemeente moeten al dikwijls verkeersmaatregelen worden
                    getroffen of andere voorzieningen. Om die reden heeft de gemeente voor de
                    codrdinatie van die werkzaamheden meer tijd nodig. Artikel 2 zou daarom kunnen
                    worden uitgebreid met een lid, luidende:</al><al>Als werkzaamheden worden verricht op hoofdroutes en in het centrumgebied, zoals
                    omschreven op de bijgevoegde kaart, of als bij werkzaamheden meerdere
                    gedoogplichtigen zijn betrokken, wordt de melding uiterlijk acht weken voor de
                    aanvang van de werkzaamheden gemeld bij het college.</al><al>Vanzelfsprekend dient in dat geval een kaart van de gemeente met daarop getekend
                    de hoofdroutes of het centrumgebied tezamen met de verordening te worden
                    vastgesteld.</al><al><vet>Artikel 3 Melding</vet></al><al>Artikel 5.2, vierde lid, TW bepaalt onder meer dat de gemeenteraad bij
                    verordening in ieder geval regels vaststelt over de gegevens die bij de melding
                    moeten worden verstrekt, waaronder een uitvoeringsplan. Artikel 3 van de
                    verordening is hiervan een nadere uitwerking. Gegevens die op basis van artikel
                    4:2 van de Awb, zoals de dagtekening van de aanvraag, moeten worden vermeld,
                    zijn niet nog eens opgenomen in de opsomming van artikel 3. De verplichting om
                    deze gegevens te verstrekken volgt immers rechtstreeks uit de Awb.</al><al>In artikel 3, eerste lid, is het gebruik van een aanmeldingsformulier
                    voorgeschreven. Een ordelijke en effici^nte afhandeling van de aanvraag wordt
                    immers bevorderd door de gebruikmaking van een speciaal daartoe bestemd
                    formulier.</al><al>In de opsomming uit het tweede lid van artikel 3 wordt allereerst de
                    registratie, afgegeven door de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie
                    Autoriteit (OPTA) genoemd. De OPTA is per 1 augustus 1997 ingesteld in verband
                    met de liberalisering van de Europese telecommunicatiemarkt. De taken van de
                    OPTA zijn: toezicht op de telecommunicatiemarkt, beslechting van geschillen,
                    uitgifte van nummers en de registratie van marktpartijen. Een uittreksel uit het
                    handelsregister van de Kamer van Koophandel wordt genoemd in de opsomming van
                    artikel 3. Indien getwijfeld wordt of de werkzaamheden gedoogd moeten worden,
                    vormt de inschrijving bij de Kamer van Koophandel namelijk een aanwijzing voor
                    het vermoeden dat het bedrijf in ieder geval openbare telecommunicatiediensten
                    aanbiedt en daarmee dat hun werkzaamheden, werkzaamheden aan een te gedogen
                    openbare kabel kunnen zijn.</al><al>Van belang is verder of er sprake is van een huurlijn. Om die reden wordt bij de
                    melding gevraagd aan te geven om wat voor soort kabel het gaat. Een huurlijn is
                    te beschouwen als een openbaar telecommunicatienetwerk en moet dus worden
                    gedoogd. Lijnen in eigen beheer of voor eigen exploitatie vormen een
                    niet-openbaar netwerk. De gemeente is voor deze lijnen niet gedoogplichtig op
                    grond van de wet. Voor werkzaamheden aan deze lijnen dient een vergunning op
                    grond van de APV te worden verleend; zie bij voorbeeld artikel 2.1.5.2 model-APV
                    van de VNG. Tevens moet worden aangegeven wie vooraf in kennis worden gesteld
                    van de voorgenomen werkzaamheden. Gedacht kan worden aan burgers of ondernemers
                    die overlast zullen ondervinden van de werkzaamheden. In sommige gevallen</al><al>Bezwaar, beroep en schadevergoeding</al><al>Tegen het instemmingsbesluit kunnen belanghebbenden bezwaar aantekenen bij het
                    college van burgemeester en wethouders. Vervolgens staat ingevolge artikel 17.1,
                    TW beroep open op de arrondissementsrechtbank te Rotterdam en ingevolge artikel
                    20 van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie hoger beroep bij het
                    College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB). Is er schade veroorzaakt die
                    verband houdt met de gedoogplicht, dan beperkt het recht op schadevergoeding,
                    ingevolge artikel 5.4, TW, zich voor eigenaren en beheerders van openbare
                    gronden tot vergoeding van de kosten van de voorzieningen en van de meerdere
                    kosten van onderhoud. Artikel 5.9, TW bepaalt dat een eis tot schadevergoeding
                    aanhangig gemaakt dient te worden bij de kantonrechter in wiens ambtsgebied de
                    onroerende zaak is gelegen waaraan schade wordt toegebracht. Hoger beroep tegen
                    de uitspraak van de kantonrechter is voorts toegestaan.</al><al>Artikel 5.7, TW regelt de kosten vergoeding in het geval dat de kabels
                    verplaatst moeten worden. Indien de gemeente als gedoogplichtige wil dat kabels
                    worden verplaatst in verband met de oprichting van een gebouw of de uitvoering
                    van werken, dan dient de aanbieder dit op eigen kosten te doen. In andere
                    gevallen moeten de kosten van het verplaatsen worden vergoed aan de aanbieder.
                    Ontstaat een geschil over de kosten, dan kan de OPTA om een beschikking worden
                    gevraagd, waartegen beroep openstaat bij de bovengenoemde
                    arrondissementsrechtbank en hoger beroep bij het CBB.</al><al>Artikel 5.8, TW geeft een regeling voor bomen en beplanting die hinderlijk zijn
                    voor de telecommunicatie- of omroepnetwerken. Rechthebbenden van bomen of
                    beplantingen zijn verplicht te voldoen aan een verzoek van de aanbieder van een
                    openbaar telecommunicatie- of omroepnetwerk om deze te snoeien of in te korten
                    indien deze hinderlijk zijn of worden voor de aanleg, instandhouding en
                    exploitatie van deze netwerken. De OPTA is bevoegd om bestuursdwang toe te
                    passen indien de rechthebbende niet voldoet aan een dergelijk verzoek van de
                    aanbieder. De aanbieders kunnen, ingevolge het derde lid van artikel 5.8, TW,
                    ook zelf tot het opsnoeien of inkorten van wortels of takken overgaan. Er moet
                    dan wel sprake zijn van ernstige belemmering of storing van de telecommunicatie.
                    Artikel 5.9, TW bepaalt verder dat de rechthebbenden ten aanzien van de bomen of
                    beplantingen het recht op schadevergoeding aanhangig kunnen maken bij de
                    kantonrechter. Hoger beroep hiervan is toegelaten.</al><al>Ontstaat er een geschil over de gedoogplicht ex artikel 5.1, tweede lid, TW van
                    interlokale en internationale kabels in niet-openbare gronden, met uitzondering
                    van huizen en aangrenzende tuinen, dan kan op basis van artikel 5.3, tweede lid,
                    TW de OPTA als geschillenbeslechter optreden. De OPTA kan vervolgens een
                    beschikking afgeven waartegen beroep openstaat bij de Rotterdamse
                    arrondissementsrechtbank en hoger beroep bij het CBB. De wet kent ten aanzien
                    van deze gedoogplicht geen beperking toe aan de omvang van het verzoek tot
                    schadevergoeding. Alle schade kan opgevoerd worden in een procedure voor de
                    kantonrechter. Hoger beroep is hierop mogelijk.</al><al>Worden kabels boven de grond aangebracht zonder dat deze de grond raken of in en
                    aan gebouwen bijbehorende gronden, dan is eenieder verplicht om deze te gedogen.
                    Is er schade geleden, dan kan deze via de bovengenoemde procedure bij de
                    kantonrechter aanhangig worden gemaakt. In de artikelen 5.5 en 5.9, TW is dit
                    nader geregeld.</al><al>Handhaving</al><al>Indien de aanbieder zonder voorafgaande melding of zonder instemming van het
                    college van burgemeester en wethouders werkzaamheden verricht, wordt in strijd
                    gehandeld met artikel 5.2, derde lid, TW. Dit vormt een economisch delict in de
                    zin van de Wet op de economische delicten (WED). Ook het handelen in strijd met
                    artikel 5.2, derde lid, inhoudende het handelen in strijd met het in het
                    instemmingsbesluit opgenomen tijdstip van aanvang of voltooiing en de wijze van
                    uitvoering, is onder de werking van de WED gebracht. Handhaving van deze
                    artikelen vindt plaats door de daarvoor in artikel 17 WED aangewezen
                    ambtenaren.</al><al>Naast deze strafrechtelijke handhaving is bestuursrechtelijke handhaving
                    mogelijk. Het college van burgemeester en wethouders kan via een
                    bestuursdwangprocedure ex artikel 125 Gemeentewet of een dwangsomprocedure ex
                    artikel 125 Gemeentewet juncto 5:32 Awb naleving van de bepalingen uit de
                    verordening afdwingen.</al><al><vet>Artikel 5 Zakelijk karakter instemmingbesluit</vet></al><al>Het verdient aanbeveling om aan het instemmingsbesluit een zakelijk karakter mee
                    te geven. In de situatie dat een nieuwe aanbieder van de kabel gebruikmaakt, is
                    het gewenst dat ook voor hem de voorschriften en beperkingen gelden die aan het
                    instemmingsbesluit zijn verbonden. Het is bijvoorbeeld van belang dat ook een
                    nieuwe aanbieder zich houdt aan het voorschrift over het ruimen van de kabel
                    indien deze niet meer ten dienste staat van een openbaar telecommunicatie- of
                    omroepnetwerk.</al><al>Niet alleen beperkingen in de tijd kunnen aan het instemmingsbesluit worden
                    verbonden, maar ook voorschriften of beperkingen omtrent de wijze van
                    uitvoering. Een bepaald traject van de kabel kan, gelet op de belangen die
                    genoemd worden in het eerste lid, op grote bezwaren stuiten. Het is dan van
                    belang om samen met de aanbieder te onderzoeken of de kabel ook via een ander
                    traject kan worden aangelegd. De gemeente kan vervolgens instemming geven voor
                    een van de melding afwijkend traject.</al><al>Werkzaamheden ten behoeve van huisaansluitingen komen dikwijls in een gemeente
                    voor. Deze kleine werkzaamheden dienen op grond van de TW te worden gemeld aan
                    de gemeente. Om te voorkomen dat de gemeente voor elke huisaansluiting een apart
                    instemmingsbesluit moet nemen, kan in het instemmingsbesluit voor het
                    'moedertraject' worden opgenomen dat de instemming ook geldt voor toekomstige
                    huisaansluitingen. Door in een voorschrift te bepalen dat werkzaamheden hiervoor
                    vooraf moeten worden gemeld aan het college van burgemeester en wethouders,
                    blijft de gemeente op de hoogte van waar en wanneer de openbare grond wordt
                    opengebroken.</al><al>Er kan ook een voorschrift aan het instemmingsbesluit worden verbonden waarin
                    wordt geregeld hoe te handelen bij storingen aan het telecommunicatie- of
                    omroepnetwerk. Indien zich een storing voordoet, dient deze immers dikwijls
                    direct verhopen te worden. Het vooraf melden en het wachten op voorafgaande
                    instemming is dan niet in alle gevallen mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan een
                    storing die zich in het weekend voordoet. Indien de storing direct verholpen
                    moet worden, is het van belang dat wel achteraf melding wordt gemaakt van de
                    werkzaamheden. Met het oog daarop kan een voorschrift aan het instemmingsbesluit
                    worden verbonden dat bepaalt dat indien bij storingen de daarvoor uit te voeren
                    werkzaamheden niet vooraf gemeld kunnen worden en het college van burgemeester
                    en wethouders niet vooraf gevraagd kan worden om instemming, binnen 48 uur na de
                    werkzaamheden het college alsnog hiervan in kennis wordt gesteld.</al><al>Bij de kamerbehandeling van de TW heeft de minister gesteld dat de gemeente een
                    marktpartij kan verplichten om kabelgoten te gebruiken die voor andere
                    telecomaanbieders toegankelijk zijn. In de verordening wordt uitdrukkelijk
                    bepaald dat een voorschrift hierover aan het instemmingsbesluit kan worden
                    verbonden. Dit betekent niet alleen dat een marktpartij door het college van
                    burgemeester en wethouders kan worden verplicht om van bestaande kabelgoten
                    gebruik te maken, maar ook dat een marktpartij kan worden verplicht om nog niet
                    aanwezige kabelgoten te realiseren. Omdat dit grote kosten met zich mee kan
                    brengen voor een aanbieder, moet de gemeente zich er terdege van bewust zijn dat
                    het verbinden van een dergelijk voorschrift aan het instemmingsbesluit op een
                    daadkrachtige motivering moet berusten. Overigens zijn de aanbieders van
                    telecommunicatienetwerken verplicht, op basis van artikel 5.10, TW, om elkaar
                    medegebruik van voorzieningen (waaronder kabelgoten) te verlenen, mits daar een
                    redelijke vergoeding tegenover staat. Dit is echter een zaak waar de.gemeente
                    buiten staat.</al><al>Ook kan de gemeente een voorschrift of beperking aan het instemmingsbesluit
                    verbinden waarbij een zekerheid wordt verlangd over de nakoming van bepaalde
                    verplichtingen. In het bestuursrecht is het verbinden van een financiele
                    voorwaarde aan een besluit in beginsel toegestaan als daarmee de met het besluit
                    meespelende belangen worden gediend. Als voorbeeld kan genoemd worden het
                    verbinden van een voorschrift aan het instemmingsbesluit inhoudende dat een
                    waarborgsom moet worden gestort om het wegoppervlak weer in de oude staat terug
                    te brengen.</al><al>Artikel 5.2, vierde lid, onder c, TW bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening
                    in ieder geval regels vaststelt over de wijze van uitvoering bij aanleg,
                    onderhoud, verplaatsing en opruiming en van medegebruik van voorzieningen. Gelet
                    hierop moet in het derde lid van artikel 4 een verwijzing naar de in de gemeente
                    gebruikte technische vereisten worden opgenomen. Veel gemeenten gebruiken in de
                    praktijk een handboek met technische gegevens waaraan graafwerkzaamheden moeten
                    voldoen. Een verwijzing hiernaar in artikel 4 zorgt ervoor dat de wijze van
                    uitvoering bij aanleg, onderhoud en verplaatsing, alsmede de opruiming van
                    kabels en het medegebruik van voorzieningen, dient te geschieden conform deze
                    technische vereisten.</al><al>De TW laat de publiekrechtelijke bevoegdheden van de gemeente en andere
                    overheden die zijn gebaseerd op specifieke wettelijke regelingen onverlet. Dat
                    wil zeggen dat de aanbieder van een telecommunicatie- of omroepnetwerk bij deze
                    overheden de benodigde vergunningen, ontheffingen etc. dient aan te vragen
                    (bijvoorbeeld een vergunning op basis van de keur van het waterschap als de
                    kabel in een dijklichaam wordt aangelegd). Het ontbreken van dergelijke
                    vergunningen of ontheffingen kan echter geen reden zijn om het
                    instemmingsbesluit te weigeren.</al><al>Bekendmaking</al><al>Het instemmingsbesluit zal bekendgemaakt moeten worden overeenkomstig artikel
                    3:41 Awb. Toezending van het instemmingsbesluit aan de aanvrager, welke meestal
                    de aanbieder zal zijn, ligt dan in de rede. De Awb vereist niet dat besluiten
                    die, ingevolge artikel 3:41, aan een of meer belanghebbenden zijn gericht,
                    openbaar bekendgemaakt worden. Indien het gemeentelijk gebruik is dat dergelijke
                    besluiten toch worden gepubliceerd, zijn ook anderen tijdig op de hoogte van de
                    verlening.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>