<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR243280_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening langdurigheidstoeslag Gouda 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gouda</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Goudse Post, 19 december 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening langdurigheidstoeslag Gouda 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8 en art. 36</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>787194</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening langdurigheidstoeslag Gouda 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Gouda</vet></al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 oktober 2012, nr.
                        787187;</al><al>Gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel d, tweede lid, onderdeel b en
                        artikel 36 van de Wet werk en bijstand;</al><al>Overwegende dat het noodzakelijk is het verstrekken van een
                        langdurigheidstoeslag aan personen van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65
                        jaar bij verordening te regelen;</al><al/><al>besluit vast te stellen de:</al><al/><al><vet>Verordening langdurigheidstoeslag Gouda 2013</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>inkomen: inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande
                        dat voor de zinsnede ‘een periode waarover een beroep op bijstand wordt
                        gedaan’ wordt gelezen: ‘de referteperiode’. Een bijstandsuitkering wordt, in
                        afwijking van artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op
                        langdurigheidstoeslag als inkomen gezien;</al><al>peildatum: datum waarop het recht op langdurigheidstoeslag is ontstaan;</al><al>referteperiode: periode voorafgaand aan de peildatum welke voor personen van
                        21 en 22 jaar 36 maanden bedraagt en voor personen van 23 jaar of ouder doch
                        jonger dan 65 jaar 60 maanden bedraagt;</al><al>sociaal minimum: 101% van de toepasselijke bijstandsnorm vermeerderd met de
                        maximale toeslag als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de wet;</al><al>wet: Wet werk en bijstand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Langdurig laag inkomen</titel></kop><al>Een persoon heeft langdurig een laag inkomen als bedoeld in artikel 36,
                        eerste lid, van de wet, indien zijn inkomen gedurende de referteperiode niet
                        hoger is geweest dan het geldend sociaal minimum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Geen uitzicht op inkomensverbetering</titel></kop><al>Een persoon heeft geen uitzicht op inkomensverbetering als bedoeld in
                        artikel 36, eerste lid, van de wet indien:</al><al> a. hij in het laatste jaar van de referteperiode niet meer dan 3
                        kalendermaanden inkomsten uit arbeid heeft gehad;</al><al> b. hij op de peildatum geen opleiding volgt als bedoeld in de Wet
                        tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, dan wel een studie volgt
                        als bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte langdurigheidstoeslag</titel></kop><al> 1. De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar voor personen van 21 en 22
                        jaar:</al><al>a. voor gehuwden € 292,00</al><al>b. voor een alleenstaande ouder € 262,00</al><al>c. voor een alleenstaande € 205,00</al><al/><al> 2. De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar voor personen van 23 jaar of
                        ouder doch jonger dan 65 jaar:</al><al>a. voor gehuwden € 486,00;</al><al>b. voor een alleenstaande ouder € 436,00;</al><al>c. voor een alleenstaande € 341,00.</al><al/><al> 3. De langdurigheidstoeslag voor gehuwden waarvan een echtgenoot 21 of 22
                        jaar is en een echtgenoot23 jaar of ouder bedraagt € 486,00 per jaar.</al><al/><al> 4. Voor de toepassing van dit artikel is de situatie op de peildatum
                        bepalend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Ingangsdatum langdurigheidstoeslag</titel></kop><al>De langdurigheidstoeslag wordt verleend met ingang van de peildatum, mits de
                        aanvraag is ingediend binnen 5 jaar na de peildatum.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Intrekking voorgaande verordening</titel></kop><al>De Verordening langdurigheidstoeslag 2012 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>In afwijking van artikel 8 werkt deze verordening niet terug tot en met 1
                        januari 2012 voor de belanghebbenden genoemd in artikel 78w, eerste lid van
                        de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2013 en werkt
                        terug tot 1 januari 2012. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening langdurigheidstoeslag
                        Gouda 2013.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Gouda in de openbare
                        vergadering van 12 december 2012.</al><al/><al>De raad van de gemeente voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening>,voorzitter</ondertekening><ondertekening>,griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al><vet>Positie langdurigheidstoeslag</vet></al><al>De langdurigheidstoeslag deed haar intrede met de Wet werk en bijstand per 1
                    januari 2004.</al><al>De rechtvaardiging van de langdurigheidstoeslag was dat mensen die langdurig van
                    het sociaal minimum afhankelijk zijn, over het algemeen geen mogelijkheden meer
                    hebben om te reserveren voor (onverwachte) hoge kosten, zoals voor
                    vervangingsuitgaven die na verloop van tijd onvermijdelijk zijn. De
                    langdurigheidstoeslag kan in die zin als opvolger gezien worden van de
                    categoriale bijstand onder de Algemene bijstandswet. De toeslag tilde de
                    bijstand van de doelgroep naar het niveau van de bijstandsnorm voor personen van
                    65 jaar of ouder die geen aanspraak kunnen maken op de langdurigheidstoeslag.
                    Voor de 65-plussers werd al rekening gehouden met hogere kosten van bestaan op
                    de langere termijn.</al><al>De langdurigheidstoeslag kan op grond van de wet alleen worden toegekend aan
                    personen van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar met een langdurig laag
                    inkomen, die geen uitzicht hebben op inkomensverbetering en niet beschikken over
                    in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet. </al><al>Gehuwden kunnen alleen aanspraak maken op een langdurigheidstoeslag indien beide
                    echtgenoten tot de doelgroep behoren.</al><al>Per 1 januari 2009 is de langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd. Gemeenten
                    dienen invulling te geven aan de begrippen 'langdurig een laag inkomen’ en 'geen
                    uitzicht op inkomensverbetering’.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelgewijze toelichting</titel></kop><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></al><al>De in de verordening gebruikte begrippen hebben dezelfde betekenis als in de
                    WWB, tenzij hier anders is aangegeven. Voor een aantal begrippen die niet in de
                    WWB staan is een definitie gegeven in deze verordening. Met betrekking tot het
                    begrip 'inkomen’ is een van de WWB afwijkende definitie opgenomen, doordat in
                    afwijking van de wet, de bijstandsuitkering ook als inkomen wordt aangemerkt.
                    Hiermee wordt aangesloten bij de in de bestaande uitvoeringspraktijk gehanteerde
                    (en ook door de wetgever bedoelde) invulling van het begrip inkomen in artikel
                    36, eerste lid, WWB.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Langdurig een laag inkomen</vet></al><al>Dit artikel geeft invulling aan de voorwaarde 'langdurig een laag inkomen
                    hebben'.</al><al>'Een langdurig laag inkomen' wordt gedefinieerd als een inkomen dat gedurende de
                    referteperiode van drie of vijf jaar niet hoger is dan 101% van het sociaal
                    minimum, te weten de toepasselijke bijstandsnorm met maximale toeslag. Gekozen
                    is voor 101% van het sociaal minimum omdat gebleken is dat personen met een
                    inkomen gebaseerd op het bruto minimumloon, toch regelmatig een netto
                    maandinkomen hebben dat enkele euro’s meer bedraagt dan de bijstandsnorm. Dit is
                    het gevolg van verschillen in het bruto/netto traject en een afwijkende
                    berekening van het vakantiegeld. De Centrale Raad van Beroep heeft al bepaald
                    dat marginale overschrijdingen van enkele euro’s boven de bijstandsnorm
                    genegeerd dienen te worden (zie CRvB 30 maart 2010, LJN: BL9744). Door de
                    inkomensgrens op 101% van het sociaal minimum te bepalen is hierin
                    voorzien.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Geen uitzicht op inkomensverbetering</vet></al><al>Dit artikel geeft invulling aan de volgende voorwaarde voor het recht op
                    langdurigheidstoeslag, namelijk dat er geen uitzicht mag zijn op
                    inkomensverbetering.</al><al>De Centrale Raad van Beroep heeft het criterium 'inkomsten uit arbeid'
                    acceptabel geacht voor de bepaling of er zicht op inkomensverbetering is. Daarom
                    is dit criterium ook in deze verordening als uitgangspunt genomen. Alleen als er
                    sprake is van zeer geringe inkomsten gedurende een zeer geringe duur voldoet dit
                    criterium niet (zie CRvB 04-07-2006, nr. 05/4005 WWB). Dit bezwaar wordt evenwel
                    ruimschoots ondervangen door het bepaalde in het eerste lid, onder a.</al><al>Onderdeel b van het eerste lid sluit expliciet leerlingen op het voortgezet
                    onderwijs en studenten uit van aanspraak op een langdurigheidstoeslag. De reden
                    daarvoor is dat scholing / studie het uitzicht op inkomensverbetering vergroot,
                    zodat er geen sprake is van een gebrek aan uitzicht op inkomensverbetering.</al><al/><al><vet>Artikel 4 Hoogte langdurigheidstoeslag</vet></al><al>Per 1 januari 2009 is de leeftijdsgrens voor aanvragers van een
                    langdurigheidstoeslag verlaagd van 23 naar 21 jaar. Voor personen van 23 jaar of
                    ouder geldt een referteperiode van vijf jaar. Voor personen van 21 en 22 jaar
                    geldt een referteperiode van drie jaar. Men is immers vanaf 18 jaar meerderjarig
                    en vanaf dat moment kan men aanspraak maken op een bijstandsuitkering. Uitgaande
                    van de leeftijd van 18 jaar, kan men op 21-jarige leeftijd hooguit drie jaar
                    hebben voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een
                    langdurigheidstoeslag. </al><al>De toeslagen voor 21 en 22 jarigen zijn, gelet op de kortere referteperiode en
                    de lagere bijstandsnormen die voor hen gelden, vastgesteld op 3/5 van de toeslag
                    voor een 23 jarige.</al><al>Voor de personen van 23 jaar of ouder zijn de toeslagen van toepassing zoals zij
                    waren onder het voorgaande artikel 36 van de WWB gedurende de tweede helft van
                    2008.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Aanvraagtermijn langdurigheidstoeslag</vet></al><al>Dit artikel bepaalt dat een aanvraag voor een langdurigheidstoeslag moet zijn
                    ingediend binnen vijf jaar na het ontstaan van het recht. Deze termijn is
                    ontleend aan de jurisprudentie en de verjaringstermijnen in het Burgerlijk
                    Wetboek.</al><al/><al><vet>Artikel 6 Intrekking voorgaande verordening</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al><vet>Artikel 7 Overgangsrecht</vet></al><al>Ingevolge artikel 78w van de wet blijft de huishoudinkomenstoets tot uiterlijk 1
                    januari 2013 van toepassing op de belanghebbenden voor wie de
                    huishoudinkomenstoets tot een hogere uitkering leidt. Het gaat dan om ouders met
                    inwonende meerderjarige kinderen met een Wajong-uitkering, aangezien de
                    Wajong-uitkering onder het oude recht niet tot de middelen werd gerekend.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Inwerkingtreding</vet></al><al>De Wet afschaffing huishoudinkomenstoets is in werking getreden op 18 juli 2012
                    en werkt terug tot 1 januari 2012. Omdat de wet die aanleiding was tot
                    herziening van deze verordening met terugwerkende kracht inwerking is getreden,
                    dient dit ook voor de gewijzigde verordening te gelden.</al><al>De verordening werkt niet terug tot de periode voor 1 januari 2012. De reden
                    hiervoor is dat deze verordening (net als de Verordening langdurigheidstoeslag
                    2010 en 2012) substantieel soepeler voorwaarden kent om in aanmerking te komen
                    voor een langdurigheidstoeslag dan de toepasselijke verordeningen over de jaren
                    2004 tot en met 2009. Dit artikel bepaalt dat degene wiens aanvraag voor een
                    langdurigheidstoeslag over de jaren 2004 tot en met 2009 is afgewezen, niet
                    alsnog een langdurigheidstoeslag over deze periode kan worden toegekend, met
                    toepassing van de deze verordening. </al><al>Aanvragen met terugwerkende kracht worden beoordeeld naar de regelgeving die
                    gold in de periode waarop de aanvraag betrekking heeft.</al><al/><al><vet>Artikel 9 Citeertitel</vet></al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>