<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR243088_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening Zaanstad 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zaanstad</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2013, nummer 28</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Zaanstad</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0004825">Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-06-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-07-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-02-10</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging artikel 7, derde lid</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2013/150897</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>regeling parkeren binnen gemeente</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>- besluiten op basis van deze regeling worden apart gepubliceerd.</al><al>- aantal artikelen treedt een maand later in werking</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening Zaanstad 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders,</al><al>kennis genomen hebbende van de punten uit de voorbereidende vergadering op
                        13 december 2012,</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I.</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al/><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al>a. </al></entry><entry><al>RVV 1990: </al></entry><entry><al>het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                                1990;</al></entry></row><row><entry><al>b.</al></entry><entry><al>motorvoertuigen: </al></entry><entry><al>hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990
                                                metinbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in
                                                artikel 1 onder ia van het RVV 1990;</al></entry></row><row><entry><al>c.</al></entry><entry><al>parkeren: </al></entry><entry><al>het gedurende een aaneengesloten periode doen of
                                                laten staan van een motorvoertuig, anders dan
                                                gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt
                                                wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van
                                                personen dan wel het onmiddellijkladen of lossen van
                                                goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het
                                                openbaar verkeer openstaande terreinen of
                                                weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet
                                                ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                                verboden;</al></entry></row><row><entry><al>d. </al></entry><entry><al>houder van een motorvoertuig</al></entry><entry><al>degene op wiens naam het voor het motorrijtuig
                                                opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was
                                                ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet
                                                1994 aangehouden register van opgegeven
                                                kentekens;</al></entry></row><row><entry><al>e.</al></entry><entry><al>bedrijf</al></entry><entry><al>i: elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid
                                                optredend organisatorisch verband waarin krachtens
                                                arbeidsovereenkomst of krachtens publiekrechtelijke
                                                aanstelling arbeid wordt verricht,</al><al>ii: de zelfstandige die arbeid verricht in het eigen
                                                bedrijf of zelfstandig beroep, of</al><al>iii: een niet-commerciéle organisatie die hieraan
                                                door het college van burgemeester enwethouders is
                                                gelijkgesteld;</al><al>met dien verstande dat bedrijven worden beschouwd
                                                als één bedrijf indien de</al><al>vestigingsadressen dezelfde zijn of het een
                                                aaneengesloten bebouwing betreft, dan wel</al><al>indien sprake is van een (juridische) constructie
                                                waaruit moet worden geconcludeerd dat het in wezen
                                                één bedrijf of beroep betreft, tenzij het tegendeel
                                                wordt aangetoond;elk in de maatschap-pij als
                                                zelfstandige eenheid optredend organisa-torisch
                                                verbandwaarin krachtens arbeidsover-eenkomst of
                                                krachtens publiekrechtelijke aanstelling arbeid
                                                wordt verricht, de zelfstandige die arbeid verricht
                                                in het eigen bedrijf of zelfstandig beroep, of een
                                                niet-commerciéle organisatie die hieraan door het
                                                college van burgemeester enwethouders is
                                                gelijkgesteld; met dien verstande dat bedrijven
                                                worden beschouwd als één bedrijf indien de
                                                vestigingsadressen dezelfde zijn of het een
                                                aaneengesloten bebouwing betreft, dan wel indien
                                                sprake is van een (juridische) constructie waaruit
                                                moet worden geconcludeerd dat het in wezen één
                                                bedrijf of beroep betreft, tenzij het tegendeel
                                                wordt aangetoond;</al></entry></row><row><entry><al>f. </al></entry><entry><al>parkeerapparatuur</al></entry><entry><al>parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van
                                                verzamelparkeermeters en hetgeen naar
                                                maatschappelijke opvatting overigens onder
                                                parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></entry></row><row><entry><al>g.</al></entry><entry><al>parkeerappara-tuurplaats</al></entry><entry><al>een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt
                                                geheven door middel van parkeerapparatuur;</al></entry></row><row><entry><al>h. </al></entry><entry><al>parkeerplaats op eigen terrein</al></entry><entry><al>i ; een parkeerplaats waarover de aanvrager van een
                                                vergunning kan beschikken op grond van eigendom,
                                                erfpacht, huur, ingebruikgeving of anderszins;</al><al>ii ;een parkeerplaats in een (collectieve) garage of
                                                op een perceel, die/dat volgens een</al><al>raadsbesluit, een bouwvergunning, een erfpachts- of
                                                splitsingsakte of een huur- of</al><al>koopovereenkomst voor de woning van de aanvrager van
                                                een vergunning bestemd is;</al><al>iii : een oprit die voldoende ruimte biedt voor het
                                                parkeren van tenm inste één auto;</al><al>iv. een voormalige parkeerplaats op eigen terrein
                                                die na 11 oktober 2012 door of vanwege de aanvrager
                                                van een vergunning een andere bestemming dan die van
                                                parkeerplaats heeft gekregen;</al></entry></row><row><entry><al>i.</al></entry><entry><al>parkeervergunning</al></entry><entry><al>een vergunning krachtens welke het is toegestaan een
                                                motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen
                                                parkeerapparatuurplaatsen</al><al>zonder de parkeerapparatuur in werking te
                                                stellen;</al></entry></row><row><entry><al>j.</al></entry><entry><al>categorie I, II, III of IV:</al></entry><entry><al>de categorieindeling als bedoeld in artikel 3,
                                                tweede lid;</al></entry></row><row><entry><al>k.</al></entry><entry><al>bezoekersvergunning</al></entry><entry><al>een vergunning krachtens welke het is toegestaan
                                                uitsluitend op de door de vergunninghouder
                                                aangegeven datum een</al><al>motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen
                                                parkeerapparatuurplaatsen</al><al>zonder de parkeerapparatuur in werking te
                                                stellen;</al></entry></row><row><entry><al>l.</al></entry><entry><al>mantelzorgontvanger</al></entry><entry><al>degene met een indicatie voor mantelzorg van het CIZ
                                                of de WMO;</al></entry></row><row><entry><al>m.</al></entry><entry><al>bezoekersvergunning mantelzorg</al></entry><entry><al>een bezoekersvergunning die op verzoek van</al><al>een mantelzorgontvanger wordt verleend aan niet
                                                commerciële mantelzorgverleners;</al></entry></row><row><entry><al>n.</al></entry><entry><al>autodate</al></entry><entry><al>het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van
                                                motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen
                                                natuurlijke personen en</al><al>een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit
                                                meer dan één huishouden;</al></entry></row><row><entry><al>o.</al></entry><entry><al>autodateplaats</al></entry><entry><al>een parkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig
                                                bestemd voor autodate;</al></entry></row><row><entry><al>p.</al></entry><entry><al>autodatevergunning</al></entry><entry><al>een vergunning krachtens welke het is toegestaan een
                                                motorvoertuig te parkeren op een daartoe aangewezen
                                                autodateplaats.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het
                                parkeren door de houders van een parkeer- dan wel
                                bezoekersvergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan een verzameling weggedeelten aanwijzen als gebied
                                waarin een bezoekers- dan wel parkeervergunning geldig kan
                                zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan autodateplaatsen aanwijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een autodate- dan
                                wel een parkeervergunning verlenen. Het college kan bij de
                                vergunningverlening onderscheid maken in de categorieën als bedoeld
                                in het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning kan worden verleend aan:</al><lijst><li nr="a."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in
                                        een door het college aangewezen gebied als bedoeld in
                                        artikel 2, tweede lid (categorie 1).</al></li><li nr="b."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een bedrijf
                                        uitoefent dat is gevestigd in een door het college
                                        aangewezen gebied als bedoeld in artikel 2, tweede lid
                                        (categorie 11).</al></li><li nr="c."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een bedrijf
                                        uitoefent in meerdere gebieden waar mede door
                                        vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen
                                        aanwezig zijn en die aantoont dat het in het belang van
                                        diens bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in meerdere
                                        gebieden een motorvoertuig te parkeren (categorie 111).</al></li><li nr="d."><al>een eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd voor
                                        autodate op een autodateplaats binnen de gemeente (categorie
                                        IV).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning in categorie 1 wordt uitsluitend verleend voor het
                                gebied waarbinnen de aanvrager als inwoner staat ingeschreven</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een vergunning in categorie 11 wordt uitsluitend verleend voor het
                                gebied waarbinnen het bedrijf van de aanvrager is gevestigd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning in categorie 111 wordt verleend voor het gehele
                                grondgebied van de gemeente en wordt aangeduid als een volledige
                                vergunning.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen
                                aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet
                                aan één van de in het tweede lid genoemde vereisten.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Aan een parkeervergunning kan het college voorschriften en
                                beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang
                                van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte
                                overlast, hinder of schade.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Aan een autodatevergunning kan het college voorschriften en
                                beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang
                                van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte
                                overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu,
                                bedoeld in de Wet milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het
                                stimuleren van selectief autogebruik.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een volledige vergunning (categorie III) kan worden verleend aan de
                                aanvrager die aantoont dat hij in meerdere gebieden waar mede door
                                vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig
                                zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>regelmatig werkzaamheden verricht met een spoedeisend
                                        karakter, zoals werkzaamheden aan nutsvoorzieningen en
                                        storingsdiensten behoeve van bedrijfsmatige
                                        activiteiten;</al></li><li nr="b."><al>noodzakelijkerwijs regelmatig bedrijven of personen
                                        bezoekt;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen volledige vergunning wordt verleend voor laden en lossen of
                                voor het doen van financiële afdrachten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een volledige vergunning kan worden verleend voor de duur van een
                                jaar of van een dag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan degene die in aanmerking komt voor een
                                parkeervergunning in categorie II op een daartoe strekkende aanvraag
                                een parkeervergunning verlenen voor parkeerterrein de Burcht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning voor parkeerterrein de Burcht wordt aangeduid als
                                een</al><al>Burchtvergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de
                                geldigheid van de Burchtvergunning en kan het maximum aantal uit te
                                geven Burchtvergunningen vaststellen</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op dagen en tijden waarop parkeerterrein de Burcht is afgesloten, is
                                de houder van een Burchtvergunning gerechtigd elders in de gemeente
                                te parkeren. De aan de Burchtvergunning verbonden voorschriften en
                                beperkingen, voor zover niet onlosmakelijk verbonden aan
                                parkeerterrein de Burcht, blijven van kracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan besluiten om vanaf een door het college te bepalen
                                datum geen Burchtvergunningen meer te verlenen, indien dit naar het
                                oordeel van het college noodzakelijk is vanwege een te hoge
                                parkeerdruk op parkeerterrein de Burcht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al> Vanaf de dag na de datum van bekendmaking van het in het vorige lid
                                bedoelde besluit, worden aanvragen van Burchtvergunningen buiten
                                behandeling gelaten. Aanvragen die voordien zijn ingediend en waarop
                                nog niet is besloten, worden buiten behandeling gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Per adres worden maximaal twee parkeervergunningen in categorie I of
                                II verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan de aanvrager van parkeervergunningen voor het parkeerterrein de
                                Burcht worden maximaal tien parkeervergunningen verleend,
                                vergunningen in categorie II daaronder begrepen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan de aanvrager die beschikt over één parkeerplaats op eigen
                                terrein op zijn woon- dan wel vestigingsadres, wordt maximaal één
                                parkeervergunning verleend</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan de aanvrager die beschikt over twee of meer parkeerplaatsen op
                                eigen terrein op zijn woon- dan wel vestigingsadres, wordt geen
                                parkeervergunning verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op een daartoe strekkend verzoek van een inwonende
                                van een door het college aangewezen gebied als bedoeld in artikel 2,
                                tweede lid, bezoekersvergunningen verlenen aan bezoekers van dat
                                gebied.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Per adres worden per jaar maximaal 120 bezoekersvergunningen
                                verleend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op een daartoe strekkend verzoek van het zorgcentrum
                                Saenden aan de Nova Zembla 2 bezoekersvergunningen verlenen aan
                                bezoekers van de bewoners van het tehuis. Per jaar worden maximaal
                                11.040 bezoekersvergunningen verleend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan nadere procedurele regels stellen met betrekking tot
                                het uitgeven en gebruik van bezoekersvergunningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan bezoekersvergunningen mantelzorg verlenen op een
                                daartoe strekkend verzoek van een mantelzorgontvanger die gedurende
                                een periode van meer dan drie maanden minimaal vier uur per week
                                mantelzorg ontvangt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Per adres worden per jaar maximaal 240 bezoekersvergunningen
                                mantelzorg verleend</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere procedurele regels stellen met betrekking tot
                                het uitgeven en gebruik van bezoekersvergunningen mantelzorg.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Procedurele voorschriften.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><al>Deze afdeling is niet van toepassing op bezoekersvergunningen en</al><al>bezoekersvergunningen mantelzorg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel/></kop><al>Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een
                            vergunning.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag
                                van een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten
                                hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn
                                wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt verleend voor de termijn van een jaar</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het
                                        motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen
                                        beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de
                                        vergunning is verleend;</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                        omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                        vergunning;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van
                                        vergunningen komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn
                                        betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft
                                        voldaan;</al></li><li nr="f."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                        vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="g."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning
                                        onjuiste gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="h."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij intrekking van een parkeervergunning in de categorie I of II
                                vindt gedeeltelijke restitutie plaats van de ter zake van de
                                vergunning betaalde belasting. De hoogte van het te restitueren
                                bedrag wordt vastgesteld op basis van het maandtarief zoals
                                vastgelegd in de tarieventabel behorende bij en deel uitmakende van
                                de</al><al>Verordening Parkeerbelastingen 2013.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een autodateplaats een motorvoertuig te parkeren
                                of geparkeerd te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>zonder autodatevergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien
                                        van de voor dat motorvoertuig afgegeven
                                        autodatevergunning;</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de autodatevergunning verbonden
                                        voorschriften.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel/></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                            middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op
                            de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te
                                plaatsen of te laten staan:</al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een autodateplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel/></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>VI</nr><titel>Overgangs- en strafbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergunningen die zijn verleend krachtens 5:12 b van de Algemene
                                plaatselijke verordening worden geacht te zijn verleend krachtens
                                deze verordening</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die houder is van een vergunning waarvoor hij ingevolge deze
                                verordening niet meer in aanmerking komt, kan aansluitend aan het
                                verstrijken van de vergunningtermijn een nieuwe vergunning
                                aanvragen. De nieuwe vergunning wordt verleend onder dezelfde</al><al>voorwaarden als de daaraan voorgaande vergunning. Artikel 12 is van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel/></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de door het college aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel/></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: "Parkeerverordening 2013".</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid treedt deze
                                verordening voor het gebied Oud West, Russische buurt en Nieuw West
                                in werking op 1 februari 2013.</al><al>Tot 1 februari 2013 blijven de artikelen 5:1, sub c tot en met g en
                                5:12, sub a tot en met g van de Algemene Plaatselijke Verordening
                                voor dit gebied van kracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid treden de volgende
                                bepalingen op 1 februari 2013 in werking:</al><lijst><li nr="-"><al>artikel 3, tweede lid, onder c;</al></li><li nr="-"><al>artikel 3, vijfde lid;</al></li><li nr="-"><al>artikel 4.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij inwerkingtreding van deze verordening vervalt voor het gebied
                                waarop deze verordening in werking is getreden de werking van de
                                volgende bepalingen van de Algemene Plaatselijke Verordening:</al><lijst><li nr="-"><al>artikel 5:1, sub c tot en met g;</al></li><li nr="-"><al>artikel 5:12, sub a tot en met g.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op 1 februari 2013 komen de in het vierde lid genoemde bepalingen
                                van de Algemene Plaatselijke Verordening te vervallen.</al><al/><al/></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de raadsvergadering van donderdag 20 december 2012.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>1.2 Toelichting</label><nr/><titel/></kop><al><vet>1.3. Algemene toelichting</vet></al><al>Parkeerbeleid is vanouds een belangrijk onderdeel van het gemeentelijk verkeer-
                    en vervoerbeleid. Parkeerbeleid is van belang in verband met de verbetering van
                    de bereikbaarheid en leefbaarheid op lokaal en regionaal niveau. Via
                    parkeerbeleid kan de gemeente de verdeling van de schaarse parkeerruimte
                    reguleren en overlast voorkomen.</al><al/><al>De Parkeerverordening 2013 is gebaseerd op de visie "Eenvoudiger en Duidelijker
                    Parkeren", welke op 11 oktober 2012 door de raad is vastgesteld. De voorliggende
                    verordening is een directe vertaling van deze visie in een juridisch document.
                    In afwijking van de visie is opgenomen dat er bezoekersvergunningen aan het
                    verzorgingstehuis Nova Zembla kunnen worden verstrekt. Daarmee wordt de huidige
                    situatie gecontinueerd. Voor het overige is de verordening volledig in
                    overeenstemming met de visie.</al><al/><al>Met de parkeerverordening wordt ook vastgelegd of een bepaalde aanpassing van de
                    regels bevoegdheid van college of van de raad is. Gezien de politieke
                    gevoeligheden op dit dossier wordt met deze verordening voorgesteld niet meer
                    dan strikt noodzakelijke bevoegdheden bij het college neer te leggen.
                    Afgesproken is dat de vastgestelde parkeervisie geëvalueerd wordt. Dat zou dan
                    de aanleiding kunnen zijn om de bevoegdheden op een andere wijze te
                    verdelen.</al><al/><al>In de parkeervisie is ervoor gekozen het systeem van
                    belangenhebbendenvergunningen los te laten. Dit betekent dat er geen
                    parkeerplaatsen meer zijn uitsluitend voor vergunninghouders. Vergunninghouders
                    parkeren op de betaalde parkeerplaatsen.</al><al/><al>Verdere maatregelen als gevolg van de parkeervisie zijn:</al><al>• Door een nieuwe gebiedsindeling mogen bewoners alleen parkeren in het
                    deelgebied waar zij wonen.</al><al>• Er is één soort parkeervergunning voor bewoners met één tarief. Bewoners komen
                    per adres in aanmerking voor maximaal twee bewonersvergunningen.</al><al>• Er is één soort gebiedsvergunning voor bedrijven binnen het gereguleerde
                    gebied met één tarief. Per bedrijfsadres worden maximaal twee
                    gebiedsvergunningen afgegeven.</al><al>• Het gebruik van private parkeergelegenheid wordt gestimuleerd. Dit gebeurt
                    door bij het aantal te verstrekken vergunningen rekening te houden met de
                    mogelijkheid voor parkeren op privaat terrein.</al><al>• De kraskaart voor bezoek van bewoners blijft. De kraskaart is de informele
                    aanduiding voor een bezoekersvergunning. Bewoners kunnen echter minder
                    bezoekersvergunningen aanschaffen dan in 2012.</al><al>• De gemeente introduceert een regeling voor bewoners die mantelzorg
                    ontvangen.</al><al>• Bedrijven kunnen aanvullende vergunningen aanschaffen voor parkeerterrein de
                    Burcht. Deze vergunningen zijn geldig op weekdagen, uitgezonderd de
                    avonden.</al><al>• Bedrijven kunnen tegen een commercieel tarief een vergunning aanschaffen voor
                    het complete gereguleerde gebied in Zaanstad. De werkzaamheden van het bedrijf
                    zijn bepalend of men in aanmerking komt voor deze vergunning.</al><al/><al>In de Parkeerverordening wordt vooral aandacht besteed aan het verlenen van</al><al>parkeervergunningen en is een aantal verbodsbepalingen opgenomen, zoals het
                    zonder vergunning parkeren op een autodateplaats en het plaatsen van andere
                    voorwerpen op parkeerplaatsen die bestemd zijn voor betaald parkeren.</al><al/><al><vet>1.4. Fiscalisering</vet></al><al>Er is gekozen voor het systeem van fiscale afhandeling van het betaald parkeren.
                    Dit houdt in dat de handhaving door de gemeente zelf wordt gedaan door middel
                    van het opleggen van een fiscale naheffingsaanslag, wanneer iemand niet, niet
                    geheel of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting via de aangewezen
                    parkeerapparatuur heeft voldaan. Dit in tegenstelling tot de strafrechtelijke
                    afhandeling via de 'Wet Mulder', waarbij de handhaving door de politie,</al><al>bijzondere opsporingsambtenaren (boa's) en het openbaar ministerie wordt
                    gedaan.</al><al/><al>Het parkeren bij parkeerapparatuur (parkeermeters, parkeerautomaten en verder
                    alles wat hieronder kan worden verstaan) kan worden gefiscaliseerd. Bij deze
                    apparatuur wordt een parkeerbelasting geheven. Het college van burgemeester en
                    wethouders wijst de gebieden aan waar het betaald parkeren wordt ingevoerd. Bij
                    niet, niet geheel of niet tijdige betaling van de parkeerbelasting wordt het
                    verschuldigde parkeergeld nageheven en worden ook de kosten van de
                    naheffingsaanslag doorgerekend.</al><al/><al>Met de vaststelling van de visie "Eenvoudiger en Duidelijker Parkeren" heeft de
                    raad ervoor gekozen geen aparte parkeerplaatsen alleen voor vergunninghouders
                    meer in stand te houden. Het parkeren voor vergunninghouders valt samen met het
                    betaald parkeren.</al><al>Vergunninghouders mogen parkeren op parkeerplaatsen met parkeerapparatuur. In
                    feite is er dus sprake van een gecombineerd gebied voor betaald parkeren en
                    parkeren voor vergunninghouders. Wanneer iemand in zo'n gebied parkeert zonder
                    vergunning én zonder betaling van de parkeerbelasting, kan een naheffingsaanslag
                    worden opgelegd.</al><al/><al><vet>1.5. Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1.</vet></al><al><cursief>b. motorvoertuigen</cursief></al><al>Op grond van artikel 225 van de Gemeentewet kunnen parkeerbelastingen worden
                    geheven voor het parkeren met voertuigen. In de Parkeerverordening is ervoor
                    gekozen om de werking van deze verordening te beperken tot motorvoertuigen,
                    zoals bedoeld in artikel 1 onder z van het RW 1990 met inbegrip van
                    brommobielen. In dit artikel wordt onder motorvoertuigen verstaan: 'alle
                    gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en
                    gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te worden
                    voortbewogen'.</al><al>Een brommobiel is in het RVV 1990 (art. 1 onder ia) gedefinieerd als een
                    bromfiets op meer dan twee wielen, die is voorzien van een carrosserie.
                    Brommobielen vallen dus niet onder de definitie van motorvoertuigen. In artikel
                    2a van het RVV 1990 is echter bepaald dat de regels voor motorvoertuigen ook van
                    toepassing zijn op brommobielen en de bestuurders en passagiers van
                    brommobielen. Bestuurders van brommobielen moeten zich in het verkeer dus
                    gedragen als een 'gewone' automobilist. Dit geldt ook voor het parkeren met een
                    brommobiel. Daarom is ervoor gekozen de Parkeerverordening en de Verordening
                    parkeerbelastingen ook van toepassing te verklaren op brommobielen. </al><al/><al><cursief>c. parkeren</cursief></al><al>In de Parkeerverordening is aansluiting gezocht bij de definitie van het begrip
                    parkeren in artikel 225 van de Gemeentewet en dus niet bij de definitie uit
                    artikel 1 onder ac. van het RVV 1990. Er is gekozen voor deze definitie, omdat
                    het invoeren van betaald parkeren en vergunninghouderparkeren ook gebaseerd is
                    op artikel 225 van de Gemeentewet.</al><al/><al><cursief>d. houder</cursief></al><al>In de definitie van het begrip houder van een motorvoertuig komt het begrip
                    'motorrijtuig' voor. Dit is gedaan, omdat in de WVW 1994 bepaald is dat
                    motorrijtuigen over een kenteken moeten beschikken. Het RVV 1990, waarin onder
                    andere bepalingen over parkeren zijn opgenomen, spreekt daarentegen over
                    motorvoertuigen. Dit is op zich verwarrend, maar materieel gezien komen de
                    definities van beide begrippen goeddeels overeen. </al><al/><al><cursief>j. autodate</cursief></al><al>De omschrijving van het begrip autodate is bewust ruim gelaten, om ruimte te
                    bieden aan verschillende vormen van autodate. Anderzijds dient autodate te
                    worden onderscheiden van andere, met name reguliere vormen van autoverhuur,
                    hetgeen uiteraard niet betekent dat reguliere autoverhuurbedrijven geen autodate
                    kunnen aanbieden. Deze 'reguliere' vormen van autoverhuur vallen niet onder
                    autodate, omdat het daarbij niet gaat om herhaald gezamenlijk gebruik op grond
                    van een overeenkomst. Bij autodate worden overeenkomsten gesloten tussen
                    meerdere deelnemers en een aanbieder op grond waarvan deelnemers meerdere malen
                    een auto kunnen gebruiken. Bij reguliere autohuur wordt in beginsel per</al><al>huurperiode een overeenkomst gesloten.</al><al/><al><cursief>k. bezoekersvergunning</cursief></al><al>Dit is een speciaal soort vergunning. Deze wordt verstrekt aan bewoners, maar
                    degene die de kaart in zijn auto legt is op dat moment de vergunninghouder. De
                    kraskaart wordt geactiveerd door het vermelden van het kenteken en het aangeven
                    van de datum van parkeren, door middel van het open krassen van vakjes op de
                    kaart. De kaart is de hele dag geldig.</al><al/><al/><al><vet>1.5.1. </vet><vet>Afdeling II. Plaatsen voor vergunninghouders,
                        vergunningen en vergunningbewijzen</vet></al><al><vet>Artikel 2. </vet></al><al>De bevoegdheid tot het aanwijzen van de gebieden en plaatsen waar en de tijden
                    waarop met een vergunning op parkeerapparatuurplaatsen geparkeerd kan worden, is
                    uit praktische overwegingen bij het college neergelegd. Hetzelfde geldt voor de
                    bevoegdheid tot het aanwijzen van autodateplaatsen.</al><al/><al>Het motief voor het aanwijzen van autodateplaatsen is gelegen in het voorkomen
                    of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede
                    de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer (zie artikel 2,
                    tweede lid WVW 1994).</al><al/><al>Autodate levert een bijdrage aan een selectiever autogebruik en daarmee aan het
                    verbeteren van de luchtkwaliteit en het verminderen van de geluidsoverlast door
                    het verkeer. Het reserveren van een autodateplaats in een gebied zonder
                    parkeerdruk is nodig om autodate als werkbaar alternatief voor de eigen auto te
                    kunnen aanbieden. Voorkomen moet worden dat de gebruiker van een date-auto eerst
                    de gehele buurt moet gaan afzoeken naar de plek waar de date-auto door de vorige
                    gebruiker is geparkeerd. Het welslagen van autodatesystemen is in grote mate
                    afhankelijk van de mate waarin de aanbieder een dienst kan aanbieden die
                    hetzelfde gebruikersgemak kent als 'de (eigen) auto voor de deur'.</al><al/><al><vet>Artikel 3. </vet></al><al>Het college kan parkeervergunningen afgeven voor het parkeren op
                    autodateplaatsen of plaatsen met parkeerapparatuur.</al><al/><al>ln het tweede lid worden verschillende categorieën belanghebbenden genoemd die
                    inaanmerking kunnen komen voor een parkeervergunning. ln de verordening zijn
                    vier categorieën opgenomen: bewoners, in het gereguleerde gebied gevestigde
                    bedrijven met een parkeerbehoefte bij het bedrijf, bedrijven die voor hun
                    bedrijfsvoering op uiteenlopende verschillende plaatsen in Zaanstad moeten
                    kunnen parkeren en autodatebedrijven.</al><al/><al>Bewoners kunnen alleen een vergunning krijgen voor het gebied waarbinnen
                    zij</al><al>wonen. Bedrijven kunnen een vergunning krijgen voor het gebied waarin zij
                    gevestigd. Er zijn geen afzonderlijke parkeerplaatsen voor bewoners en voor
                    bedrijven.</al><al/><al>Een vergunning voor het gehele gereguleerde gebied, de volledige
                    bedrijvenvergunning, kan worden verstrekt aan bedrijven die zowel binnen als
                    buiten Zaanstad zijn gelegen. Een volledige vergunning kan worden verleend,
                    indien een bedrijf aantoont dat voor het uitvoeren van werkzaamheden in één of
                    meerdere parkeerzones het gebruik van een motorvoertuig onmisbaar is en het
                    bedrijf bovendien de noodzaak van een parkeervergunning aantoont. ln artikel 4
                    zijn criteria opgenomen op basis waarvan deze vergunning verstrekt kan
                    worden.</al><al/><al>Parkeervergunningen voor autodate worden veelal verleend aan bedrijven die
                    zich</al><al>bezighouden met het aanbieden van date-auto's. Deze vergunningen zijn geldig op
                    de voor specifiek aangewezen autodateplaatsen. Daarnaast kunnen dit soort
                    vergunningen ook worden verleend aan natuurlijke personen of aan een maatschap
                    ten behoeve van particuliere autodate.</al><al/><al>ln het zesde lid is een soort hardheidsclausule opgenomen. ln bijzondere
                    gevallen kan het college ook een (tijdelijke) parkeervergunning verlenen aan de
                    eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de
                    vereisten die in het tweede lid zijn opgenomen. Hierbij kan onder andere worden
                    gedacht aan personen of bedrijven die nog niet in het vergunningenhoudersgebied
                    wonen of gevestigd zijn, maar die dat wel binnen afzienbare tijd gaan doen. Ook
                    kan gedacht worden aan schijnende persoonlijke situaties waarbij de aanvrager
                    geen permanente bewoner is of geen eigenaar van het voertuig kan zijn. ln
                    deze</al><al>gevallen zal getoetst worden op basis van de noodzakelijkheid van het
                    autogebruik, bijvoorbeeld als gevolg van een handicap, of de rechten als bewoner
                    centraal gesteld worden. Financide overwegingen zijn geen reden om ontheffing te
                    verlenen.</al><al/><al>ln de parkeervisie is alleen voor de Burcht een plafond ingesteld. Wanneer voor
                    andere gebieden een plafond noodzakelijk is, is een aanpassing van de
                    verordening noodzakelijk. </al><al/><al>Op grond van zevende lid kunnen met het oog op een goede verdeling van de
                    beschikbare parkeerruimte aan de vergunning zowel beperkingen worden verbonden
                    met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de
                    tijdstippen waarop de vergunning van kracht is. Voor betaald parkeren wordt dit
                    via de belastingverordening geregeld. Het betaald parkeren is daarom hier niet
                    opgenomen.</al><al/><al><vet>Artikel 4.</vet></al><al>ln artikel 4 zijn criteria opgenomen op basis waarvan een volledige vergunning
                    verstrekt kan worden. Deze criteria worden ook genoemd in bijlage 5 van de
                    visie.</al><al/><al><vet>Artikel 5. </vet></al><al>Bedrijven kunnen aanvullende vergunningen aanschaffen voor parkeerterrein de
                    Burcht. De Burchtvergunningen zijn alleen geldig op maandag tot en met vrijdag
                    tot 19.00 uur. Wanneer de Burcht wordt afgesloten voor de kermis of andere
                    activiteiten is de vergunning ook elders in Zaandam geldig. Op koopavond en
                    zaterdag kan de Burchtvergunning niet worden gebruikt.</al><al/><al>Het college kan een maximum stellen aan het aantal uit te geven
                    Burchtvergunningen. Mocht blijken dat de parkeerdruk te hoog is, dan kan het
                    college besluiten geen verdere vergunningen te verlenen. De bevoegdheid om
                    uitgegeven vergunningen in te trekken wordt in dit artikel niet toegekend, omdat
                    het college die bevoegdheid al heeft ingevolge artikel 13: het college kan een
                    vergunning intrekken of wijzigen om redenen van openbaar belang.</al><al/><al><vet>Arikel 6. </vet></al><al>Bewoners en bedrijven kunnen maximaal twee parkeervergunningen krijgen voor het
                    gebied waarin zij wonen dan wel gevestigd zijn.</al><al/><al>Parkeermogelijkheid op eigen terrein is een reden om het aantal vergunningen per
                    adres omlaag te brengen. Bedrijven en bewoners uit complexen waar een deel van
                    het parkeren op eigen terrein is opgelost, komen in aanmerking voor maximaal één
                    parkeervergunning.</al><al>Uitgangspunt is de situatie zoals deze is vastgelegd in bouwvergunningen.</al><al/><al>Indien aan een woon- dan wel vestigingsadres een eigen parkeerplaats is
                    gekoppeld, wordt voor dit adres maximaal één parkeervergunning afgegeven. Het
                    gaat dan om parkeervoorzieningen in de vorm van een:</al><al>• een oprit met en lengte van minimaal vijf meter;</al><al>• een carport;</al><al>• een losse garagebox;</al><al>• een garage die verbonden is met de woning;</al><al>• een collectieve gebouwde stallingvoorziening.</al><al/><al>Indien aan een woon- dan wel vestigingsadres twee of meer parkeerplaatsen zijn
                    gekoppeld, wordt voor dit adres maximaal geen parkeervergunning afgegeven.</al><al/><al>Het recht op aanschaf van bezoekersvergunningen vervalt niet wanneer er één of
                    meerdere parkeerplekken op eigen terrein aanwezig zijn.</al><al/><al>Bedrijven en bewoners uit complexen waarvoor het parkeren volledig (voor zowel
                    bewoners als bezoekers) op eigen is gerealiseerd, zijn niet opgenomen in de
                    vergunningengebieden.</al><al>Dit betekent dat voor deze adressen geen vergunningen worden verleend. Ook
                    kunnen bewoners van deze complexen geen bezoekersvergunningen aanschaffen. Deze
                    situatie is niet anders dan onder de huidige regeling. Het betreft hier de
                    complexen:</al><al>• Hermitage</al><al>• Murano</al><al>• Aurum</al><al>In het aanwijzingsbesluit worden de exacte adressen genoemd die van het</al><al>vergunningengebied zijn uitgezonderd.</al><al/><al>In de "Parkeernota Zaanstad 2009" is aangekondigd dat in gebieden met
                    parkeerregulering rekening wordt gehouden met de beschikbaarheid van
                    parkeervoorzieningen op eigen terrein. De gemeente eist van ontwikkelaars dat
                    zij parkeren op eigen terrein realiseren. Daarmee is het niet nodig om in de
                    openbare ruimte het parkeren van deze voorziening te faciliteren. In de
                    "Parkeernota Zaanstad 2009" is daarom aangegeven dat de gemeente het aantal</al><al>vergunningen aan bewoners met parkeermogelijkheden op eigen terrein wil beperken
                    en daarmee het gebruik van die voorzieningen stimuleren. Eigen terrein moet
                    hierin ruim beschouwd worden. Het gaat om bouwplannen waar het parkeren binnen
                    het plan is opgelost, zonder dat hiervoor de openbare weg is gebruikt. Voor deze
                    bouwplannen zijn in de omgeving geen of minder parkeerplaatsen
                    gerealiseerd.</al><al/><al>Het maximaal aantal van twee vergunningen voor het gebied waarin een bedrijf
                    gevestigd is, kan worden aangevuld met parkeervergunningen voor parkeerterrein
                    de Burcht. Wanneer het bedrijf niet beschikt over vergunningen voor het gebied,
                    kunnen er tien Burchtvergunningen worden aangeschaft.</al><al/><al><vet>Artikel 7. </vet></al><al>Bezoekersvergunningen zijn een bijzonder soort vergunningen. Ze
                    kunnen per tien worden aangeschaft door een inwoner van het gereguleerde gebied,
                    maar deze wordt daardoor nog geen vergunninghouder. De inwoner kan de
                    bezoekersvergunningen ter beschikking stellen aan bezoekers. Een bezoeker
                    activeert de bezoekersvergunning door de datum en het kenteken van zijn auto op
                    de vergunning aan te geven. Dit gebeurt door de desbetreffende vakjes open te
                    krassen, Bezoekersvergunningen staan daarom ook wel bekend als kraskaarten.</al><al/><al>Als gevolg van de parkeervisie worden er 120 bezoekersvergunningen (kraskaarten)
                    per jaar per adres verstrekt. Een afwijkende regeling geldt voor het
                    verzorgingstehuis Nova Zembla. Dit tehuis voorziet de bezoekers van de bewoners
                    van de bezoekersvergunningen. Nova Zembla is het enige verzorgingstehuis in het
                    gebied met parkeerregulering.</al><al/><al>De vastgestelde parkeervisie wordt na één jaar geëvalueerd. Dat zou dan de
                    aanleiding kunnen zijn om deze bevoegdheden op een andere manier en mogelijk een
                    meer flexibele manier te regelen.</al><al/><al><vet>Artikel 8. </vet></al><al>De parkeerverordening sluit aan bij landelijk gehanteerde definities van
                    mantelzorg. Dezelfde definitie wordt ook gebruikt bij de indicatiestelling van
                    CIZ en WMO. Deze indicatiestelling is noodzakelijk om in aanmerking te komen
                    voor een bezoekersvergunning voor mantelzorg. De vereiste indicatiestelling is
                    geregeld in de definities van artikel 1.</al><al/><al>Speciaal voor mantelzorgers staat de parkeervisie 240 extra
                    bezoekersvergunningen toe. De bezoekersvergunningen mantelzorg bestaan naast de
                    gewone bezoekersvergunningen en worden verstrekt tegen een ander tarief.</al><al/><al><vet>1.5.2. Afdeling III. PROCEDURELE VOORSCHRIFTEN.</vet></al><al><vet>Artikel 9. </vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting. </al><al/><al><vet>Artikel 10. </vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichtibg.</al><al/><al><vet>Artikel 11. </vet></al><al>De gemeente verstrekt jaarlijks aan het eind van het jaar nieuwe
                    vergunningen. Door deze werkwijze is een relatief lange beslistermijn
                    noodzakelijk. In de situatie dat iemand voor het eerst een nieuwe vergunning
                    aanvraagt kan de vergunning over het algemeen direct worden meegegeven.</al><al/><al><vet>Artikel 12. </vet></al><al>Om de administratieve lasten laag te houden is het gewenst om vergunningen voor
                    een lange termijn geldig te laten zijn. Om te voorkomen dat vergunninghouders
                    die geen recht meer op de vergunning hebben, de vergunning blijven gebruiken is
                    het echter verstandig om de geldigheidsduur te beperken. De gemeente heeft
                    gekozen voor een periode van een jaar. Dit is in het land een gebruikelijke
                    periode.</al><al/><al><vet>Artikel 13. </vet></al><al>In de aanhef van het eerste lid wordt aangegeven dat het college een
                    parkeervergunning 'kan' intrekken of wijzigen. Bedoeld is hiermee aan te geven
                    dat het ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders staat of
                    een vergunning daadwerkelijk moet worden ingetrokken of gewijzigd, wanneer een
                    van de opgesomde omstandigheden zich voordoet. De opsomming is limitatief
                    bedoeld. Om andere redenen kan de vergunning dan ook niet worden ingetrokken of
                    gewijzigd.</al><al/><al>Het tweede lid maakt het mogelijk dat houders van parkeervergunningen die in de
                    loop van het jaar worden ingetrokken, in aanmerking komen voor restitutie voor
                    de gehele kalendermaanden dat de vergunning niet is gebruikt. Dit stimuleert het
                    teruggeven van de vergunning wanneer men hier geen recht meer op heeft.</al><al/><al><vet>1.5.3. AFDELING IV. VERBODSBEPALINGEN.</vet></al><al><vet>Artikel 14</vet>.</al><al>Bij het zonder vergunning parkeren in op een autodateplaats kan geen
                    fiscale</al><al>naheffingsaanslag worden opgelegd. Daarom moet in de verordening een
                    strafbepaling worden opgenomen, die alleen voor strafrechtelijke handhaving via
                    de 'Wet Mulder' in aanmerking komt.</al><al/><al><vet>Artikel 15. </vet></al><al>Ook dit artikel bevat een verbodsbepaling voor gedragingen die niet
                    gefiscaliseerd kunnen worden. In de toekomst wordt het mogelijk om ook met het
                    zogenaamd belparkeren te betalen voor het parkeren. Dit wordt dan op de automaat
                    aangegeven en is daardoor eveneens toegestaan.</al><al/><al><vet>Artikel 16. </vet></al><al>Dit artikel verbiedt het plaatsen van voorwerpen, niet zijnde motorvoertuigen,
                    op</al><al>parkeerapparatuur- en belanghebbendenplaatsen. Het plaatsen van dergelijke
                    voorwerpen belemmert het normale gebruik van de bedoelde parkeerplaatsen en
                    doorkruist daarmee de beoogde parkeerregulering.</al><al/><al><vet>Artikel 17.</vet></al><al>Artikel 154 van de Gemeentewet bepaalt dat gemeenten op overtreding van hun</al><al>verordeningen een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de
                    tweede categorie kunnen stellen. Openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak
                    kan als bijkomende straf op een overtreding worden gesteld.</al><al/><al>Gezien de ernst van een parkeerovertreding lijkt het minder gewenst om daarop de
                    zwaarste strafsanctie te stellen. Er is daarom gekozen voor een hechtenis van
                    maximaal een maand of een geldboete van de eerste categorie. Het openbaar maken
                    van de rechterlijke uitspraak is een bijkomende straf waarvan bij
                    parkeerovertredingen weinig effect te verwachten valt. Het opnemen daarvan in de
                    Parkeerverordening is daarom achterwege gelaten.</al><al/><al><vet>Artikel 18. </vet></al><al>Als overgangsregeling blijven alle huidige vergunningen bestaan of worden
                    omgezet naar een vergelijkbaar product in de nieuwe situatie. Nieuw uit te geven
                    vergunningen gaan gelden volgens de nieuwe regels. Dit betekent dat alle
                    bewonersvergunningen en bedrijvenvergunningen worden omgezet naar de nieuwe
                    gebiedsvergunningen. Wanneer op basis van de huidige regelgeving meer dan twee
                    vergunningen per adres verstrekt zijn, worden deze gecontinueerd. Dit geldt ook
                    voor vergunningen dit op basis van de regeling ten aanzien van het parkeren op
                    eigen terrein niet meer binnen de voorgestelde regeling passen.</al><al/><al><vet>Artikel 19.</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting. </al><al/><al><vet>Artikel 20. </vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting. </al><al/><al><vet>Artikel 21. </vet></al><al>De parkeervisie is vastgesteld op 11 oktober 2012. Direct daarna zijn</al><al>parkeerautomaten besteld om uitvoering te geven aan het invoeren van één
                    soort</al><al>parkeerregulering. Deze automaten hebben een levertijd van 3 maanden en worden
                    daarmee pas half januari 2013 geplaatst.</al><al>In de periode tussen de inwerkingtreding van de verordening en het daadwerkelijk
                    in bedrijf zijn van de automaten zou er dan feitelijk sprake van vrij parkeren
                    in de gebieden waar nu belanghebbenden parkeren is. Dit trekt parkeerders aan in
                    deze omgeving en veroorzaakt overlast in deze buurten. Maatschappelijk leidt dit
                    tot een ongewenste situatie. Daarom wordt het belanghebbendenparkeren voor het
                    gebied, bestaande uit Oud West, Russische buurt en Nieuw West bij wijze van
                    overgangsregeling gecontinueerd tot 1 februari 2013.</al><al>Om dezelfde reden kunnen de Burchtvergunning en de volledige
                    bedrijven-vergunning pas per 1 februari 2013 worden verstrekt. Daarom treden de
                    artikelen die op deze vergunningen betrekking hebben pas op die datum in
                    werking.</al><al/><al>De bepalingen in de APV met betrekking tot het oude parkeerregime, kunnen niet
                    direct per 1 januari 2013 vervallen. Zij zijn nog nodig zolang niet het nieuwe
                    regime niet in het gehele gebied in werking is getreden. Ze vervallen per 1
                    februari 2013.</al><al/><al/><al/><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>