<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR24270_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Midden-Delfland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Midden-Delfland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2009, 7</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-04-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-04-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2009-03-09 b</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Nadere regels voor de graven en gedenkplaatsen 2009</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2006</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Midden-Delfland;</al><al>Gelezen het voorstel van de burgemeester en wethouders d.d. 31 maart 2009,
                        nr. 2009-03-09 b;</al><al>BESLUIT:</al><al/><al>Vast te stellen: Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2009</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>begraafplaatsen: de Algemene begraafplaats aan de Hofsingel 1,
                                    de Oude algemene begraafplaats aan de Commandeurskade in
                                    Maasland en de Algemene begraafplaats Dorppolderweg/Gaagweg in
                                    Schipluiden</al></li><li nr="b."><al>eigen graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor
                                    aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is
                                    verleend tot:</al><lijst><li nr="1."><al>het doen begraven en begraven houden van lijken;</al></li><li nr="2."><al>het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met
                                            of zonder urnen;</al></li><li nr="3."><al>het doen verstrooien van as.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een
                                    ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van
                                    lijken;</al></li><li nr="d."><al>eigen urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk of
                                    rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen
                                    bijzetten en bijgezet worden van asbussen met of zonder
                                    urnen;</al></li><li nr="e."><al>algemene urnennis: een nis waarvoor aan een ieder gelegenheid
                                    wordt geboden tot het doen bijzetten en bijgezet worden van
                                    asbussen met of zonder urnen;</al></li><li nr="f."><al>urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;</al></li><li nr="g."><al>asbus: een bus ter berging van as van een overledene;</al></li><li nr="h."><al>verstrooiingsplaats: een daartoe door het college aangewezen
                                    plaats waarop as wordt verstrooid;</al></li><li nr="i."><al>grafbedekking: gedenkteken;</al></li><li nr="j."><al>grafbeplanting: beplanting aangebracht door de rechthebbende of
                                    de gemeente;</al></li><li nr="k."><al>gedenkplaats: een plaats ingericht om overledenen te
                                    gedenken;</al></li><li nr="l."><al>beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding
                                    van de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt;</al></li><li nr="m."><al>rechthebbende: de rechthebbende op een eigen graf;</al></li><li nr="n."><al>gebruiker: de gebruiker van een algemeen graf</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Uitbreiding begrippen eigen en algemeen graf</titel></kop><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde
                            wordt, voor zover van belang onder 'eigen graf' mede verstaan een eigen
                            urnennis.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Openstelling, orde en rust op de begraafplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Openstelling begraafplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk
                                gedurende de door burgemeester en wethouders in de nadere regels
                                voor de graven en gedenkplaatsen 2009 vastgestelde tijden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de
                                toegangen tijdelijk worden gesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor
                                het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor
                                het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Ordemaatregelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen
                                personen verboden werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op
                                de begraafplaatsen te verrichten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde toestemming dient minimaal drie
                                werkdagen, voordat de werkzaamheden worden uitgevoerd, schriftelijk
                                te worden aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaatsen te
                                rijden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>buiten de daartoe aangewezen paden. Motorrijtuigen zijn buiten de
                                paden slechts toegestaan voor begrafenissen of voor het vervoer van
                                materialen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>sneller dan 10 km per uur;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                verbod, bedoeld in het eerste lid en het derde lid, aanhef en onder
                                a.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die
                                werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Degenen die zich niet aan de in het vijfde lid bedoelde aanwijzing
                                houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de
                                begraafplaats verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Dodenherdenkingen, onthulling gedenktekens e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke
                                plechtigheden op de begraafplaats moeten vijf dagen tevoren worden
                                gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de
                                plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal
                                plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten
                                zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de
                                aanwijzingen van de beheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opgravingen en ruimen</titel></kop><al>Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan
                            indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met
                            deze werkzaamheden zijn belast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorschriften voor lijkbezorging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het
                                graf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen
                                verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag
                                voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing
                                zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag
                                geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien
                                de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur
                                na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder
                                zo tijdig mogelijk worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het lijk dient bij aankomst op de begraafplaats te zijn voorzien van
                                een duurzaam identiteitskenmerk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het openen van een graf ter begraving en het daarna sluiten van een
                                graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend
                                geschieden op aanwijzing en onder toezicht van de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Rechthebbenden en gebruikers leveren, gebruiken en accepteren
                                uitsluitend lijkhoezen, die voldoen aan de regels die zijn
                                vastgesteld in het Lijkomhulselbesluit 1998. De lijkhoezen die
                                voldoen aan de normen van het Lijkomhulselbesluit, staan op de
                                “witte lijst” van de Landelijke Organisatie van
                                Begraafplaatsen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Gebruik gebouw</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gebruik van de ontvangstruimte en de aula moet uiterlijk om
                                12.00 uur van de werkdag voorafgaand aan de dag waarop van de ruimte
                                of de aula gebruik zal worden gemaakt, worden aangevraagd bij de
                                beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ruimten staan voor iedere plechtigheid gedurende een vooraf te
                                bepalen tijdsduur ter beschikking van de aanvrager.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Te overleggen stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot
                                begraven is overgelegd aan de beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de begraving of de bezorging van as in een eigen graf zal
                                plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te
                                worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze
                                is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn
                                binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen
                                plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn
                                met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn
                                ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De
                                verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of,
                                indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd
                                in artikel 16, tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar
                                boven toe afgerond op gehele jaren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De beheerder onderzoekt de juistheid van de overgelegde
                                stukken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Tijden van begraven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De tijd van begraven en het bezorgen van as is:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op werkdagen van 09.00 tot 12.00 uur en van 13.00 tot 15.00
                                uur;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op zaterdag van 10.00 tot 12.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen van deze
                                tijden afwijken.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Indeling en uitgifte van de graven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Indeling graven en asbezorging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de begraafplaats(en) kunnen worden uitgegeven:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>eigen graven;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>eigen urnennissen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders bepalen bij nader vast te stellen regels
                                hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen
                                worden bijgezet in de eigen graven en hoeveel verstrooiingen van as
                                er op of in de eigen graven kunnen plaatshebben. Zij bepalen tevens
                                de afmetingen en de uitgifteduur van de eigen graven. De
                                uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld
                                in de Wet op de lijkbezorging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aantal overledenen in algemene graven</titel></kop><al>In de algemene graven kan een door burgemeester en wethouders te bepalen
                            aantal lijken worden begraven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Volgorde van uitgifte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde
                                van ligging uitgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een eigen graf toewijzen anders
                                dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte,
                                indien dit wegens de situatie op de begraafplaatsen niet bezwaarlijk
                                is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Termijnen eigen graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen, voor zover de daartoe bestemde
                                ruimte van de begraafplaatsen zulks toelaat, op een daartoe bij hen
                                schriftelijk in te dienen aanvraag conform de door hen vastgestelde
                                nadere regels het recht op een eigen graf. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op
                                aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van
                                tien jaren, mits de aanvraag vóór het verstrijken van de lopende
                                termijn wordt ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één
                                rechthebbende worden verleend voor zichzelf en voor de personen
                                genoemd in artikel 17, eerste lid. Verlening van het recht voor een
                                ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen
                                bestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Grafkelder</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de rechthebbende op een eigen graf
                            vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen
                            van een grafkelder overeenkomstig de door burgemeester en wethouders te
                            stellen voorwaarden </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Overschrijving van verleende rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het recht op een eigen graf kan op aanvraag van de rechthebbende
                                worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner
                                dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad.
                                Overschrijving op verzoek van de rechthebbende op naam van een ander
                                dan de hiervoor genoemde personen is slechts mogelijk, indien
                                daarvoor gewichtige redenen bestaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na het overlijden van de rechthebbende kan het eigen graf worden
                                overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel
                                een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag
                                hiertoe wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de
                                rechthebbende. Overschrijving op naam van een ander dan de in de
                                vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor
                                gewichtige redenen bestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
                                overschrijving aan burgemeester en wethouders niet wordt gedaan
                                binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, zijn
                                burgemeester en wethouders bevoegd het recht op het eigen graf te
                                doen vervallen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een
                                jaar kunnen burgemeester en wethouders het eigen graf alsnog op naam
                                stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking
                                heeft op een eigen graf dat inmiddels is geruimd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Afstand doen van graven</titel></kop><al>Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de
                            rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van
                            het recht op het eigen graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring
                            doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de
                            rechthebbende.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Sluiting van graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op aanvraag van de rechthebbende kunnen burgemeester en wethouders
                                een graf gesloten verklaren. Gedurende de tijd dat een graf gesloten
                                is, mag daarop geen andere grafbedekking worden geplaatst en mag
                                daarin geen andere begraving plaatshebben, of asbus worden bijgezet,
                                dan wel as worden verstrooid dan die van de stoffelijke overschotten
                                van de personen die de rechthebbende in zijn aanvraag met name heeft
                                genoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders bepalen in overleg met de rechthebbende
                                de periode waarvoor de in het eerste lid bedoelde sluiting zal
                                geschieden. Zij stellen de bijzondere voorwaarden vast, waaraan moet
                                zijn voldaan alvorens het graf gesloten wordt verklaard.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Grafbedekkingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Vergunning grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke
                                vergunning nodig van burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende van een eigen graf of algemeen graf vraagt de
                                vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de
                                afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kunnen
                                burgemeester en wethouders nadere regels vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de door
                                hen vastgestelde nadere regels.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren
                                indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere regels;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de
                                begraafplaats;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 22, vierde lid is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De grafbedekking wordt geacht voor rekening en risico van de
                                rechthebbende of gebruiker te zijn aangebracht. Schade als gevolg
                                van brand, vandalisme, vorst, wateroverlast en andere van buiten
                                komende oorzaken, of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van
                                een grafbedekking voor een bijzetting of opgraving of ontstaan bij
                                het opnieuw stellen of schoonmaken, en eventuele gevolgschade voor
                                derden, is voor risico en rekening van de rechthebbende of
                                gebruiker.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Grafbeplanting</titel></kop><al>Beplantingen op een graf die in een verwaarloosde staat verkeren kunnen
                            door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden
                            gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en
                            dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden
                            verwijderd. Siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende twaalf
                            weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende of gebruiker.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Verwijdering grafbedekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door
                                burgemeester en wethouders worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt gedurende
                                ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de
                                grafbedekking zal worden verwijderd op een op het te ruimen graf te
                                plaatsen bordje door burgemeester en wethouders bekend gemaakt,
                                tenzij het adres van de rechthebbende of gebruiker bij burgemeester
                                en wethouders bekend is. In dat geval maken zij aan hem uiterlijk
                                een jaar voor het genoemd tijdstip per brief hun voornemen
                                bekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op grond van een daartoe door de rechthebbende of gebruiker bij
                                burgemeester en wethouders ingediende aanvraag, blijft de
                                grafbedekking na verwijdering nog gedurende twaalf weken ter
                                beschikking van degene aan wie een vergunning als bedoeld in artikel
                                19 was verleend. De aanvraag kan worden ingediend gedurende de in
                                het tweede lid genoemde termijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>geen verzoek op grond van het derde lid is ingediend en de termijn
                                waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend is
                                verstreken;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de grafbedekking niet binnen twaalf weken nadat deze van het graf is
                                verwijderd, is afgehaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Onderhoud door de rechthebbende</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende of gebruiker is verplicht de grafbedekking
                                behoorlijk te onderhouden of te herstellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien hij nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te
                                herstellen, kunnen burgemeester en wethouders de hiervoor in
                                aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking
                                doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter
                                beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente,
                                zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende of
                                gebruiker indien mogelijk per brief is opgeroepen om te worden
                                ingelicht over de toestand van de grafbedekking. De oproeping
                                geschiedt door mededeling op het mededelingenbord op de
                                begraafplaats als het adres van de rechthebbende of gebruiker niet
                                bekend is. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling
                                aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de rechthebbende of gebruiker per
                                aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te
                                herstellen indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het
                                oordeel van burgemeester en wethouders het uiterlijk aanzien van de
                                begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking
                                gevaar oplevert voor derden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Onderhoud door de gemeente</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders voorzien in het schoonhouden en het na
                            verzakking opnieuw stellen van het gedenkteken en in de zorg voor de
                            winterharde beplantingen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VI</nr><titel>Ruiming van graven en urnennissen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Ruiming, bezorging van overblijfselen en as</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het voornemen van burgemeester en wethouders om een graf te ruimen
                                wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip
                                waarop het graf geruimd zal worden op een bij het te ruimen graf te
                                plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbenden gebracht, tenzij
                                het adres van de rechthebbende op het graf aan hen bekend is. In dat
                                geval delen zij schriftelijk mee wanneer de termijn van uitgifte
                                gaat verstrijken. Als de rechthebbende geen verzoek indient om de
                                termijn te verlengen maken zij uiterlijk een jaar voor het genoemde
                                tijdstip per brief het voornemen tot ruiming bekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van de
                                overledenen worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de
                                daartoe bestemde, afgesloten gedeelten van de begraafplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen
                                graf, kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de
                                beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming van het graf de
                                overblijfselen - indien mogelijk - bijeen te laten brengen voor
                                herbegraving elders. Nabestaanden van een overledene waarvan een
                                asbus al of niet met een urn is bijgezet in een algemeen graf kunnen
                                bij de beheerder een aanvraag indienen om deze ter beschikking te
                                houden voor herbegraving of verstrooiing elders.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rechthebbende op een eigen graf kan bij de beheerder een aanvraag
                                indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze weer in
                                dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze elders opnieuw
                                te doen begraven. De rechthebbende op een eigen urnennis kan bij de
                                beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden
                                om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VII</nr><titel>Gedeelte voor kerkgenootschap</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Afwijkende regels en kennisgeving onderhoudsbehoefte van
                                graven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen na overleg met het bestuur van het
                                kerkgenootschap ten aanzien van de openstelling van het gedeelte, de
                                indeling van graven, de onderverdeling van graven in categorieën en
                                de eisen voor de grafbedekking op het ter beschikking van het
                                kerkgenootschap gestelde deel van de begraafplaats nadere regels
                                stellen die afwijken van de regels krachtens de artikelen 2, eerste
                                lid, 10, tweede lid, 13 en 19, tweede lid van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuur van het kerkgenootschap kan burgemeester en wethouders
                                schriftelijk verzoeken hem er schriftelijk van in kennis te stellen
                                dat er onderhoud of herstel door de rechthebbende of gebruiker nodig
                                is van de grafbedekking op een of meer graven op het deel van de
                                begraafplaats dat aan het kerkgenootschap ter beschikking is
                                gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op grond van het in het tweede lid genoemde verzoek stellen
                                burgemeester en wethouders het bestuur van het kerkgenootschap
                                schriftelijk in kennis dat de grafbedekking van een of meer graven
                                onderhoud en herstel behoeft. De kennisgeving laat de bevoegdheid
                                van burgemeester en wethouders onverlet om de rechthebbende op de
                                graven ervan in kennis te stellen dat de grafbedekking moet worden
                                onderhouden of hersteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>VIII</nr><titel>Instandhouden historische graven en opvallende grafbedekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Lijst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders onderzoeken voordat tot ruiming van
                                graven wordt overgegaan of er graven van (cultuur)historische
                                betekenis zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer sprake is van graven zoals genoemd in het eerste lid, worden
                                deze door burgemeester en wethouders op een lijst geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het
                                verwijderen van grafbedekkingen die op de in het tweede lid bedoelde
                                lijst staan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IX</nr><titel>Inrichting register</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen voorschriften vast voor het
                                register van de begraven lijken en de bezorgde as.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het register wordt bijgehouden door de beheerder.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>X</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Oude regeling</titel></kop><al>De Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2006 wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten van burgemeester en wethouders die genomen zijn krachtens
                                de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen 2006 gelden als
                                besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om vergunning op grond van de Beheersverordening
                                gemeentelijke begraafplaatsen 2006 is ingediend en voor het tijdstip
                                van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is
                                beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Hij die handelt in strijd met de artikelen 3 tot en met 24 wordt
                            gestraft met een geldboete van de eerste categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de datum van
                            uitgifte van het gemeenteblad waarin zij is geplaatst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke
                            begraafplaatsen 2009. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 07 april 2009.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>A.de Vos, A.J. Rodenburg</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop><cursief><vet>Toelichting beheersverordening begraafplaatsen
                        2009</vet></cursief></tussenkop><tussenkop>Algemene toelichting </tussenkop><al/><al>Inleiding</al><al>In 2003 is de Model-beheersverordening begraafplaatsen naar aanleiding van de
                    dualisering van het gemeentebestuur herzien. De Model-beheersverordening
                    begraafplaatsen is verder inhoudelijk hetzelfde gebleven omdat de raad in het
                    dualistisch stelsel de verordenende bevoegdheid heeft gehouden. Uiteraard zijn
                    het model en de toelichting daarop wel aangepast aan de Wet dualisering
                    gemeentebestuur en de Aanwijzingen voor de decentrale regelgeving en verdere
                    wetswijzigingen en jurisprudentie die betrekking hebben op de begraafplaats. Bij
                    de behandeling van de concept beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen
                    2006, in november 2005 zijn door leden van de commissie Bestuur en Midden
                    Delfland inhoudelijke vragen gesteld. Deze vragen hebben wij meegenomen bij de
                    voorliggende wijziging.</al><al/><al>1. De verordenende bevoegdheid</al><al/><al>1.1 Begraafplaats op grondgebied van de eigen gemeente</al><al>In artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald dat gemeentelijke
                    verordeningen door de raad worden vastgesteld voorzover de bevoegdheid daartoe
                    niet bij de wet of door de raad krachtens de wet aan het college of burgemeester
                    is toegekend. Ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet maakt de raad de
                    verordening die hij in het belang van de gemeente nodig acht. Sinds de
                    inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur op 7 maart 2002 zijn in
                    de gemeente de bevoegdheden van de raad en het college ontvlecht. In het kader
                    van de ontvlechting van raad en college zijn de bestuursbevoegdheden van de
                    Gemeentewet geconcentreerd bij het college en zijn de kaderstellende en
                    controlerende bevoegdheden van de raad versterkt. De grondslag voor de
                    verordenende bevoegdheid voor begraafplaatsen berust op artikel 149 van de
                    Gemeentewet. Daarnaast moet worden genoemd artikel 35 van de Wet op de
                    lijkbezorging dat een verordening eist voor de dagen en uren dat de gemeente
                    gelegenheid moet geven tot begraven.</al><al/><al>1.2 Begraafplaats op grondgebied van een andere gemeente</al><al>Indien de begraafplaats is gelegen op het grondgebied van een andere gemeente
                    doet zich voor het uitoefenen van de verordenende bevoegdheid een ietwat
                    gecompliceerde situatie voor. Het is gemeenterechtelijk niet zonder meer
                    mogelijk dat een gemeente een verordening vaststelt die werkt buiten het
                    grondgebied van de gemeente. In het geval er verordeningen worden vastgesteld op
                    grond van artikel 36 van de Wet op de lijkbezorging, kan bij gemeenschappelijke
                    regeling worden bepaald dat overal waar in de verordeningen sprake is van het
                    college wordt bedoeld het college van ... (de gemeente die de begraafplaats
                    instandhoudt). De modelverordening bevat ook een uitvoeringsbepaling waarvoor de
                    gemeenteraad bevoegd is. Daarom zal in de gemeenschappelijke regeling tevens
                    moeten worden vastgelegd dat overal waar in de verordening sprake is van
                    gemeenteraad wordt bedoeld de raad van de gemeente die de begraafplaats
                    instandhoudt. De gemeenschappelijke regeling behoeft niet meer in te houden dan
                    de hier aangegeven bepalingen. Volgens artikel 36 van de Wet op de lijkbezorging
                    moet de verordenende bevoegdheid door de - terzake bevoegde - gemeenteraad
                    worden uitgeoefend in overeenstemming met de bevoegdheid van de andere gemeente.
                    De terzake bevoegde gemeenteraad is de raad van de gemeente waar de
                    begraafplaats is gelegen. De beide betrokken gemeenten zullen derhalve
                    overeenstemming moeten bereiken over de verordening die tenslotte wordt
                    vastgesteld door de gemeente waar de begraafplaats is gelegen. In een eenvoudige
                    gemeenschappelijke regeling wordt vervolgens, met toepassing van artikel 8,
                    derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regeling (WGR), bepaald dat daar waar
                    in de verordening sprake is van het college wordt bedoeld het college van de
                    gemeente die de begraafplaats instandhoudt. Op die manier kan het bestuur van de
                    gemeente, die de begraafplaats instandhoudt, bevoegdheden uitoefenen op het
                    grondgebied van de andere gemeente. Het gaat daarbij om bevoegdheden op grond
                    van de in onderlinge overeenstemming totstandgekomen verordening van de gemeente
                    waar de begraafplaats is gelegen. Deze bevoegdheden strekken zich ook uit tot de
                    handhaving door strafbedreiging.</al><al/><al>2. Gemeentelijk begraafplaatsenbeleid</al><al/><al>2.1 Inleiding</al><al>De beheersverordening begraafplaatsen bevat verschillende regels die de
                    gemeenten hanteren voor de instandhouding en de dienstverlening op de
                    gemeentelijke begraafplaatsen. </al><al/><al>2.2 Gemeentelijke verantwoordelijkheid en regelgeving</al><al>De burgers hebben vaak een emotionele betrokkenheid met de begraafplaatsen en
                    alles wat zich daarop afspeelt. Daarbij stelt de dienstverlening hen voor
                    financiële lasten. Dit maakt het nodig om de rechten en verplichtingen duidelijk
                    vast te leggen. Er is naar gestreefd om overbodige regelgeving te voorkomen en
                    procedures kort te houden. De beheerder van de begraafplaats kan worden
                    aangewezen voor contacten met de burgers voor bijvoorbeeld het in ontvangst
                    nemen van diverse aanvragen. De verantwoordelijkheid van de gemeente voor de
                    begraafplaats kan worden vergeleken met de verantwoordelijkheid die zij heeft
                    bij de zorg voor andere collectieve voorzieningen zoals wandelgebieden en
                    fietspaden. De verschillende aspecten van de begraafplaatsen vragen in
                    bestuurlijk opzicht om een speciale aanpak. Daarom wordt voorgesteld om bij de
                    gemeentelijke begraafplaatsen deskundigen te betrekken door een adviescommissie
                    ( artikel 84 van de Gemeentewet) in te stellen die het college over de algemene
                    aspecten van de begraafplaats en over de uitvoeringsbesluiten kan adviseren.
                    Hierbij kan worden gedacht aan deskundigen op het gebied van de rouwverwerking,
                    de plaatselijke geschiedenis en monumenten. Maar ook personen uit de kring van
                    rechthebbenden op de graven en omwonenden van de begraafplaats kunnen deel
                    uitmaken van zo'n adviescommissie begraafplaatsen. De waarde die aan de
                    begraafplaatsen wordt toegekend maakt het voorts nodig dat er een inventarisatie
                    wordt samengesteld van de historische en culturele waarden die op de
                    begraafplaats aanwezig zijn. Het model voorziet in het opstellen van een lijst
                    van gedenkwaardige graven en bijzondere gedenktekens die het waard zijn om zo
                    lang mogelijk in stand te worden gehouden. Deze lijst geeft derhalve uitdrukking
                    aan de waarden van de begraafplaats als zodanig. Zij dient een ander doel dan de
                    monumentenlijst. Voor de dienstverlening op begraafplaatsen noemt het model een
                    uitgebreid voorzieningenpakket. De regeling noemt algemene en eigen graven,
                    bestemmingen voor as en gedenkplaatsen voor vermisten of voor overledenen in den
                    vreemde als het lichaam niet naar Nederland is vervoerd. Hiermee wordt voldaan
                    aan de behoeften die de samenleving in verband met het bezorgen van de doden
                    vraagt. In deze regeling is vastgelegd dat de gemeente in beginsel bereid is om
                    de voorzieningen te treffen. Het wil dus niet per se zeggen dat alle
                    voorzieningen daadwerkelijk op iedere gemeentelijke begraafplaats aanstonds
                    aanwezig moeten zijn. Het verdient misschien aanbeveling om met het treffen van
                    sommige feitelijke voorzieningen te wachten tot de vraag zich aandient. Van
                    belang is wel om vast te leggen en bekend te maken dat de gemeente in principe
                    bereid is om deze voorzieningen te bieden zodra blijkt dat daaraan behoefte is.
                    De als mogelijkheid aanwezige dienstverlening is dan in de volle breedte voor
                    iedereen duidelijk. De beheersverordening geeft het college de bevoegdheid om de
                    graven en urnennissen in te delen in categorieën. Het verdient aanbeveling om
                    daarbij niet in de eerste plaats de verschillende soorten graven als
                    uitgangspunt te nemen, maar zo veel mogelijk aan te sluiten bij de natuurlijke
                    situatie van het park en de daarop aangebrachte beplanting en kunstvoorwerpen.
                    Op deze wijze kan een te strakke en starre inrichting worden voorkomen en
                    behoudt het park zijn aantrekkelijkheid voor veel ingezetenen. Het is voor
                    nabestaanden, voor uitvaartondernemers, hoveniers en steenhouwers
                    begrijpelijkerwijs gewenst als de overboeking van een grafruimte of de
                    goedkeuring van een grafbedekking snel kan verlopen. Daarom kunnen de aanvragen
                    om grafuitgiften en vergunningen voor grafbedekking volgens dit voorstel het
                    best worden ingediend bij de beheerder van de begraafplaats. Door mandaat van de
                    beslissingsbevoegdheid aan de beheerder kunnen de verzoeken door hem worden
                    behandeld en afgewikkeld onder verantwoordelijkheid van het college.</al><al/><al>2.3 Algemene graven</al><al>De positie van hen die kiezen voor een plaats in een algemeen graf wordt
                    verbeterd. De nadere regels van burgemeester en wethouders bevatten een aanbod
                    van plaatsen in algemene graven voor 10 of 20 jaar, naar keuze. Verder wordt de
                    mogelijkheid om bij ruiming van algemene graven de stoffelijke resten
                    beschikbaar te houden voor herbegraving elders uitdrukkelijk genoemd.</al><al/><al>2.4 Ordemaatregelen</al><al>Op de begraafplaatsen moet orde, rust en netheid bestaan. Daarom bevat het model
                    gedragsvoorschriften voor hen die van de begraafplaats gebruikmaken. Dit kunnen
                    bezoekers, uitvaartondernemers, hoveniers of steenhouwers zijn. Personen die
                    zich niet gedragen volgens de aanwijzingen van de beheerder, kunnen door hem van
                    de begraafplaats worden verwijderd. Tegen overtreding van de ordevoorschriften
                    is straf bedreigd. De politie kan als gevolg van de strafbedreiging tegen
                    ordeverstoringen optreden en zo nodig proces verbaal opmaken. Uitdrukkelijk is
                    vastgesteld dat bij opgraving van een lichaam of bij ruiming van een of meer
                    graven alleen de personen aanwezig mogen zijn die met de werkzaamheden zijn
                    belast.</al><al/><al>2.5 Verplichte verlenging</al><al>Het gebeurt veelvuldig dat in eigen graven begravingen, bijzettingen of
                    asbezorging plaatsvinden betrekkelijk kort voor het aflopen van de
                    uitgiftetermijn. Daarom is vastgelegd dat in dergelijke gevallen begraving of
                    bijzetting alleen kan plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de
                    uitgiftetermijn. Uiteraard zal die verlenging dan een periode moeten omvatten
                    die de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk maakt aan de
                    wettelijke minimumtermijn voor het ruimen van graven.</al><al/><al>2.6 Overboeking van een eigen graf</al><al>Het recht op een eigen graf wordt verleend door een beschikking van het college.
                    Hierin wordt aan de aanvrager het uitsluitend recht gegeven om lijken in een
                    bepaald graf te doen begraven. In juridisch opzicht is een vergelijking mogelijk
                    met de vergunning om standplaats in te nemen op de openbare weg. De koopman mag
                    op een bepaalde plaats staan. Net als bij de standplaatsvergunning steunt het
                    recht om lijken in een bepaald graf te begraven, in de praktijk aangeduid als
                    'eigen graf', op een persoonlijke beschikking. De eigenaar kan zijn recht dus
                    niet verkopen. Het recht kan op verzoek van de rechthebbende wel worden
                    overgeschreven op een ander. De kring van de nieuwe rechthebbende wordt in
                    beginsel beperkt tot de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant tot
                    en met de derde graad. De achtergrond van deze beperking is gelegen in het feit
                    dat de schaarste aan eigen graven op de begraafplaats kan leiden tot het
                    'opkopen' van graven door willekeurige derden. Ervaringen in gemeenten hebben
                    geleerd dat een dergelijke ontwikkeling verre van denkbeeldig is. Het is
                    ongewenst daaraan medewerking te verlenen. Het spreekt daarbij vanzelf dat de
                    mogelijkheid open blijft dat ook een ander dan een familielid of levenspartner
                    als nieuwe rechthebbende wordt aangewezen.</al><al/><al>2.7 Voorschriften grafbedekking</al><al>Het aanzien van begraafplaatsen kan chaotisch worden als elke regelgeving
                    ontbreekt. Het andere uiterste, een strak keurslijf van bepalingen die elke
                    persoonlijke of kunstzinnige uiting aan banden legt of onmogelijk maakt, moet
                    worden voorkomen. Dit model geeft de burgers de nodige vrijheid; het beperkt
                    zich tot het aangeven van de materiaalkeuze, te weten duurzame materialen, en de
                    maximale afmetingen voor grafbedekkingen. Binnen die afmetingen zijn de
                    betrokkenen in beginsel vrij in de vormgeving van de grafbedekking. Dit model
                    beperkt zich tot enige algemene eisen waaraan grafbedekkingen moeten
                    voldoen:</al><lijst><li nr="1."><al>de grafbedekking mag geen afbreuk doen aan het aanzien van de
                            begraafplaats;</al></li><li nr="2."><al>de duurzaamheid van de materialen moet voldoende zijn;</al></li><li nr="3."><al>de constructie moet deugdelijk zijn;</al></li><li nr="4."><al>de grafbedekking moet voldoen aan de door burgemeester en wethouders
                            gegeven nadere regels.</al></li></lijst><al>Als er door de rechthebbende geen grafbedekking wordt aangebracht zal wel moeten
                    worden aangeduid dat er een overledene begraven ligt om te voorkomen dat
                    bezoekers ongewild over het graf lopen. Uit een aanduiding bij het graf en de
                    administratie zal voorts moeten blijken welke overledene daar begraven is.</al><al/><al>2.8 Verplicht onderhoud</al><al>Het model stelt verplicht dat enkele handelingen van het onderhoud, zoals het
                    onderhoud van blijvende grafbeplanting en het jaarlijks schoonmaken en stellen
                    van het gedenkteken, van gemeentewege worden verzorgd. Een dergelijke
                    verplichting bestaat al in veel gemeenten. Er zijn dan ook twee belangrijke
                    aspecten aan verbonden. In de eerste plaats laat het onderhoud van veel graven
                    thans te wensen over. Een verplicht onderhoud van gemeentewege komt het aanzien
                    van de begraafplaatsen ten goede. Het tweede aspect is van financiële aard. Voor
                    het verplicht onderhoud kan een bedrag in rekening worden gebracht bij de
                    rechthebbende op het graf. De gemeente kan hiermee deze kosten van onderhoud
                    verhalen. De regeling geldt voor nieuw uit te geven graven, alsmede voor de
                    graven waarvan de termijn wordt verlengd. Zij kan uiteraard niet van toepassing
                    zijn op graven waarvan de uitgiftetermijn op het moment van inwerkingtreding van
                    de nieuwe verordening nog loopt. Naast het minimum aan onderhoud van
                    gemeentewege zijn de rechthebbenden op eigen graven, gezien de aard en de omvang
                    en de lange tijdsduur dat deze graven bestaan, verplicht hun grafbedekkingen
                    behoorlijk te onderhouden en zo nodig te herstellen. Indien er sprake is van
                    verwaarlozing van de grafbedekking kan de beheerder van de begraafplaats de
                    nabestaande aanspreken en sommeren tot het overgaan van herstelwerkzaamheden aan
                    de grafbedekking.</al><al/><al>2.9 Het ter beschikking van een kerkgenootschap gestelde deel</al><al>De wet geeft aan de kerkgenootschappen die daarom vragen het recht op een
                    afzonderlijk deel van de gemeentelijke begraafplaats. Gebleken is dat er bij de
                    kerkgenootschappen behoefte bestaat aan een lokale regelgeving voor deze ter
                    beschikking van de kerkgenootschappen gestelde delen. Daarom geeft dit model aan
                    het college de bevoegdheid om ten aanzien van bepaalde onderwerpen nadere regels
                    vast te stellen die kunnen afwijken van de nadere regels die gelden voor de rest
                    van de begraafplaats. Daarnaast kan het kerkgenootschap verlangen om in kennis
                    te worden gesteld van de onderhouds- en herstelbehoeften van een of meer graven
                    op het ter beschikking van het kerkgenootschap gestelde deel. Hierdoor kan het
                    kerkgenootschap in de gelegenheid worden gesteld om mede zorg te besteden aan
                    het aanzien van en de goede gang van zaken op het ter beschikking van de kerk
                    gestelde afzonderlijke deel.</al><al/><al>2.10 Delen die ter beschikking zijn gesteld van het Nederlands Israelitisch
                    Kerkgenootschap</al><al>De graven op een joods gedeelte van de gemeentelijke begraafplaats verdienen
                    aparte vermelding omdat er ter plaatse vaak geen Israëlitische gemeenschap meer
                    bestaat en voorts omdat er meestal geen nabestaanden van de overledenen meer in
                    leven zijn. Wel zijn verschillende gemeenten in het verleden verplichtingen
                    aangegaan in de eerste plaats met het ter beschikking stellen van een gedeelte
                    op de gemeentelijke begraafplaats aan het Nederlands Israëlitisch
                    Kerkgenootschap en ten tweede bij de beslissingen tot grafuitgiften. Vervolgens
                    hebben veel gemeenten na de Tweede Wereldoorlog op gronden van piëteit de zorg
                    voor de ter beschikking gestelde gedeelten en de daarop gelegen graven op zich
                    genomen. Joodse graven moeten volgens de joodse voorschriften onaangeroerd
                    blijven liggen. Aangenomen moet dan ook worden dat de graven op de joodse
                    gedeelten in het verleden voor onbepaalde tijd zijn uitgegeven. Het Nederlands
                    Israëlitisch Kerkgenootschap te Amsterdam heeft de rechten van de vroegere
                    lokale Israëlitische gemeenschappen overgenomen en waakt over het voortbestaan
                    van de graven.</al><al/><al><vet><cursief>Artikelsgewijze toelichting</cursief></vet></al><al/><al>Toelichting op enkele bepalingen van de beheersverordening begraafplaatsen</al><al/><al>Artikel 1</al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al>Artikel 2</al><al>Voor een eigen graf, eigen urnengraf, eigen strooiveld, eigen gedenkplaats en
                    eigen urnennis gelden vrijwel dezelfde rechten en plichten. De woorden
                    'voorzover van belang' zijn ingevoegd omdat de bepalingen betreffende het ruimen
                    en het wegnemen van een asbus alleen werken bij een eigen graf, respectievelijk
                    eigen urnengraf. Voor de algemene graven geldt overeenkomstig hetgeen is
                    opgemerkt bij het eerste lid ten aanzien van de algemene urnengraven.</al><al/><al>Artikel 3</al><al>Lid 3 van dit artikel is geïntroduceerd met het oog op de strafbaarstelling van
                    personen die zich op de begraafplaats bevinden buiten de uren van openstelling
                    voor bezoekers.</al><al/><al>Artikel 4</al><al>Steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds van bewust zijn dat hun
                    werkzaamheden storend kunnen zijn voor rouwende nabestaanden en tijdens
                    uitvaartplechtigheden. De toestemming om werkzaamheden op de begraafplaats te
                    verrichten moet vlot aan de steenhouwers of anderen kunnen worden gegeven.
                    Daarom verdient het aanbeveling dat het college het verlenen van die toestemming
                    onder behoud van hun verantwoordelijkheid opdragen aan de beheerder (mandaat).
                    De bevoegdheid van de beheerder om personen weg te sturen als zij zich niet aan
                    zijn aanwijzingen houden en de verbodsbepalingen, bieden voldoende mogelijkheden
                    om tegen ongewenste activiteiten op te kunnen treden. Aan een uitzondering op de
                    regel als bedoeld in het tweede lid onder a bestaat behoefte omdat men soms
                    dichtbij het graf moet kunnen komen met een motorrijtuig. Deze situatie kan
                    uiteraard verschillen per begraafplaats.</al><al/><al>Artikel 5</al><al>Met dit artikel wordt beoogd om plechtigheden ordelijk te doen verlopen. Door te
                    eisen dat de mededeling vijf dagen vooraf moet plaatshebben, kan worden
                    voorkomen dat de plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een begrafenis moet
                    volgens de wet uiterlijk op de vijfde dag na overlijden geschieden.
                    Bijeenkomsten die het karakter van een plechtigheid te buiten gaan, kunnen het
                    karakter hebben van een openbare manifestatie. Hiervan moet vooraf kennisgeving
                    worden gedaan aan de burgemeester volgens de Wet openbare manifestaties (Stb.
                    1968, 157) en mogelijk van toepassing zijnde APV-bepalingen, zoals artikel
                    2.1.2.1 van de model-APV.</al><al/><al>Artikel 6</al><al>De aard van de werkzaamheden bij het opgraven en ruimen van graven brengt met
                    zich mee dat het bezwaarlijk is om toe te staan dat anderen hierbij aanwezig
                    zijn. De praktijk heeft aangetoond dat er behoefte is aan een wettelijk
                    voorschrift om de toegang hierbij van derden te weren.</al><al/><al>Artikel 7</al><al>Een schriftelijke kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen wat
                    voor graf er wordt gevraagd. De as kan volgens de wet worden bijgezet in of op
                    een graf dan wel in een bewaarplaats, meestal een urnennis. Bij het begraven van
                    een lijk binnen 36 uur is omwille van urgentie uitsluitend toestemming van de
                    burgemeester noodzakelijk. Indien de nabestaanden alle of bepaalde werkzaamheden
                    zelf willen verrichten zijn niettemin de aanwijzingen en de hulp van het
                    personeel van de begraafplaats nodig, ook om redenen van veiligheid, in het
                    bijzonder bij het openen en sluiten van het graf. De werkzaamheden kunnen door
                    de nabestaanden en het personeel van de begraafplaats samen worden verricht. De
                    nabestaanden kunnen bijvoorbeeld een begin maken. Vervolgens kan het personeel
                    de handelingen verrichten waar ervaring voor nodig is of die van de nabestaanden
                    te zware lichamelijke inspanning vragen. Het aanbrengen van de grafranden ter
                    stutting van de grond om het geopende graf en het verwijderen van die randen
                    voor het sluiten van het graf zal door het personeel moeten geschieden.</al><al/><al>Artikel 8</al><al>De kern Schipluiden heeft geen ontvangstruimte, aula of muziekinstallatie. De
                    rest van het artikel spreekt voor zich.</al><al/><al>Artikel 9</al><al>De wet eist dat er een verlof tot begraven aanwezig is, afgegeven door de
                    ambtenaar van de burgerlijke stand. Hierbij aansluitend is het gewenst de
                    beheerder van de begraafplaatsen een eigen bevoegdheid te geven om medewerking
                    aan de lijkbezorging te weigeren, indien niet aan de wettelijke vereisten is
                    voldaan. De bezorging van as omvat zowel het bijzetten als de verstrooiing. Er
                    mag van worden uitgegaan dat het stoffelijk overschot van de rechthebbende zelf
                    in het eigen graf mag worden bijgezet (lid 2). De wettelijke minimum
                    grafrusttermijn (lid 3) is de termijn dat een lijk volgens de wet ten minste
                    begraven moet blijven voordat het mag worden geruimd.</al><al/><al>Artikel 10</al><al>De wet verplicht tot de mogelijkheid van begraven op iedere dag gedurende een
                    bij gemeentelijke verordening te bepalen tijd met uitzondering van zon- en
                    feestdagen. Gemeenten zijn vrij te bepalen dat ook op zondag of een algemeen
                    erkende feestdag wordt begraven. Joodse begrafenissen vinden niet plaats op de
                    sabbat. Het Nederlands Israelitisch Kerkgenootschap heeft er daarom belang bij
                    dat de begraafplaatsen op zon- en feestdagen voor een begrafenis kunnen worden
                    opengesteld. Daarnaast zijn er ook andere gevallen denkbaar waarin de
                    nabestaanden er een belang bij hebben om op een zon- of feestdag een begrafenis
                    of asbezorging te kunnen doen plaatshebben. In de praktijk is het mogelijk om de
                    begraafplaats alleen in bijzondere gevallen hiervoor open te stellen. Een
                    bijzonder geval kan zich voordoen als de burgemeester toestemming heeft gegeven
                    om een lijk binnen 36 uur te begraven. Sommige nabestaanden vragen om deze
                    toestemming om godsdienstige redenen. Daarnaast kan spoed geboden zijn in geval
                    van lijkvinding.</al><al/><al>Artikel 11</al><al>Naast de eigen graven noemt dit artikel de verschillende andere soorten van
                    voorzieningen op de begraafplaats. Met deze voorzieningen wordt tegemoetgekomen
                    aan de behoeften van de nabestaanden die de crematie op enige afstand van huis
                    hebben doen plaatsvinden en graag een identificatiepunt in de omgeving hebben om
                    de overledene dichtbij te kunnen gedenken. Gedenkplaatsen kunnen bijvoorbeeld
                    worden uitgegeven voor vermisten of als de persoon in het buitenland is
                    overleden en het stoffelijk overschot niet naar Nederland is vervoerd.</al><al/><al>Artikel 12</al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al>Artikel 13</al><al>Een graf zal alleen buiten de volgorde van ligging worden toegewezen als dit
                    niet bezwaarlijk is voor de situatie op de begraafplaats. Hierbij kan worden
                    gedacht aan het aanzien van de begraafplaats en de gesteldheid van de
                    bodem.</al><al/><al>Artikel 14</al><al>Een indeling in categorieën is nodig als het college verschillende regels wil
                    vaststellen voor de grafbedekkingen op de graven die liggen op de verschillende
                    delen (categorieën) van de begraafplaats.</al><al/><al>Artikel 15</al><al>Lid 1 van artikel 15 is opgenomen omdat sommige rechthebbenden in de
                    veronderstelling verkeren dat de uitgiftetermijn pas begint te lopen op het
                    moment van de eerste begraving of bijzetting. De Wet op de lijkbezorging bepaalt
                    dat vanaf twee jaar voor het verstrijken van de lopende termijn, verlenging van
                    de graftermijn kan worden aangevraagd. Binnen een jaar na het begin van deze
                    periode moet het college volgens het wetsvoorstel de rechthebbende op het graf
                    mededelen dat de graftermijn gaat aflopen, hetzij per brief, hetzij door
                    aanplakking op de begraafplaats tot aan het einde van de periode dat de
                    rechthebbende om verlenging van de termijn van uitgifte kan vragen. Zie verder
                    de toelichtingen op de artikelen 21 en 24. De bepaling in het model is hiermee
                    in overeenstemming. Het is van belang om de rechthebbenden mede te delen dat
                    verlenging van de termijn tijdig moet worden aangevraagd. Indien er ten tijde
                    van de opheffing van de begraafplaats nog rechten op eigen graven bestaan, zal
                    in overleg met de rechthebbenden op die graven moeten worden bezien welke
                    beslissingen er ten aanzien van die graven zullen worden genomen. Het derde lid
                    stelt buiten twijfel dat bijvoorbeeld ook een stichting rechthebbende kan zijn
                    indien daarvoor gewichtige redenen bestaan (artikel 17, eerste en tweede
                    lid).</al><al/><al>Artikel 16</al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al>Artikel 17</al><al>Het is gewenst dat er na overlijden van een rechthebbende een nieuwe
                    rechthebbende wordt aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en
                    de daaraan verbonden kosten op zich neemt. Tot aanwijzing van een nieuwe
                    rechthebbende kunnen alleen de personen bevoegd worden geacht die belang hebben
                    bij het graf. Dit zijn in de eerste plaats de bloed- en aanverwanten, genoemd in
                    het eerste lid van dit artikel. De ervaring heeft geleerd dat het gewenst is om
                    slechts een persoon als rechthebbende te doen aanwijzen. Deze bepaling stelt de
                    termijn op een jaar. Het vierde lid brengt tot uitdrukking dat de termijn met de
                    nodige soepelheid zal worden gehanteerd. Het verdient aanbeveling dat de
                    overschrijving van het eigen graf schriftelijk aan de nieuwe rechthebbende
                    kenbaar wordt gemaakt.</al><al/><al>Artikel 18</al><al>Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat de rechthebbende
                    afstand van het graf kan doen.</al><al/><al>Artikel 19</al><al>De vergunningseis geldt voor de grafbedekkingen op algemene en eigen graven. De
                    grafbedekking zal op punten als vormgeving, constructie en materiaalkeuze aan
                    bepaalde minimumeisen moeten voldoen. Deze eisen zijn nader uitgewerkt in de
                    nadere regels van het college. Zij zijn ruim geformuleerd zodat zelden een
                    verzoek om ontheffing zal worden ingediend. De vergunningseis omvat het
                    gedenkteken en de winterharde beplantingen.</al><al/><al>Artikel 20</al><al>In de dagelijkse praktijk rijzen er nog wel eens wat moeilijkheden over
                    verwijderde bloemen en eenjarige planten zoals afrikanen en geraniums. Omdat de
                    bloemen en planten eigendom zijn van de rechthebbenden op de graven is een
                    waarschuwing vooraf op zijn plaats. Het zou veel te omslachtig zijn de
                    rechthebbenden telkenmale per brief te waarschuwen dat de verwaarloosde planten
                    of verwelkte bloemen zullen worden verwijderd. Het verdient aanbeveling om op
                    het mededelingenbord op de begraafplaats doorlopend algemeen bekend te maken hoe
                    daarmee wordt gehandeld. Het is gewenst om verwelkte bloemen niet te snel te
                    verwijderen omdat gezegd mag worden dat zij passend zijn bij de sfeer van de
                    begraafplaats.</al><al/><al>Artikel 21</al><al>De bordjes bij de graven met een mededeling voor de grafbezoekers dienen alleen
                    aan de grafbezoeker op te vallen. Op enkele begraafplaatsen zijn goede
                    ervaringen opgedaan met bordjes van 15 x 10 cm in een onopvallende kleur. De
                    mededeling dat het college voornemens is om de grafbedekking te verwijderen
                    wordt ten minste een jaar van tevoren gedaan, zowel aan de rechthebbende op een
                    eigen graf als aan degene die koos voor een plaats in een algemeen graf en
                    daarop een grafbedekking aanbracht. De mededeling aan de rechthebbende op een
                    eigen graf dat de grafbedekking zal worden verwijderd, kan in veel gevallen
                    gelijktijdig worden gedaan met de mededelingen dat de graftermijn verstrijkt en
                    dat het graf zal worden geruimd (zie ook artikel 15, tweede lid, met de
                    toelichting en artikel 24, eerste lid). De grafbedekking kan ook worden
                    verwijderd nadat het college het grafrecht vervallen heeft verklaard omdat er na
                    het overlijden van de rechthebbende niet tijdig een nieuwe rechthebbende is
                    aangewezen (artikel 17, derde lid). In dat geval geldt eveneens het vereiste van
                    de voorafgaande mededeling per brief of door het plaatsen van een bordje bij het
                    graf gedurende minstens een jaar.</al><al/><al>Artikel 22</al><al>De aard en de afmetingen van de grafbedekkingen op eigen graven en de termijn
                    van uitgifte van deze graven met het recht om deze termijn telkenmale te
                    verlengen, maken dat bij deze grafbedekkingen niet kan worden volstaan met het
                    minimum aan onderhoud door de gemeente. Daarom zijn de rechthebbenden op eigen
                    graven verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden en zo nodig te
                    herstellen. Op 25 oktober 2002 heeft de Hoge Raad de uitspraak gedaan dat
                    graftekens (graven met uitsluitend recht als bedoeld in artikel 28 Wet op de
                    lijkbezorging) middels natrekking in eigendom toebehoren aan de eigenaar van de
                    grond. Hiermee werd het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 4 mei 2002
                    bevestigd. De consequentie van deze uitspraak is dat de begraafplaats als
                    eigenaar van grafmonumenten aansprakelijk is voor de schade die het grafmonument
                    aan een ander grafmonument of aan een ander object, mens of dier aanbrengt
                    (risicoaansprakelijkheid).</al><al/><al>Artikel 23</al><al>Het onderhoud door de gemeente is een minimale zorg met de bedoeling dat de
                    begraafplaats als geheel een verzorgd aanzien heeft. In de meeste gevallen is
                    het voldoende als de gedenktekens tweemaal per jaar worden gereinigd. Op de
                    graven kunnen winterharde beplantingen worden aangebracht, zoals rozen,
                    coniferen en buxushagen. De zorg voor deze blijvende beplantingen kan omvatten,
                    het snoeien, het onkruidvrij houden, het verwijderen van onkruid en het
                    aanbrengen van nieuwe planten. Het verdient aanbeveling om het beleid dat
                    burgemeester en wethouders ter uitvoering van dit artikel voeren mede te delen
                    bij de afgifte van de vergunning voor het hebben van een grafbedekking en/of
                    bekend te maken op het mededelingenbord op de begraafplaats.</al><al/><al>Artikel 24</al><al>De mededeling dat het college voornemens is om de graven te ruimen wordt gedaan
                    zowel aan de rechthebbenden op eigen graven als aan degenen die kozen voor een
                    plaats in een algemeen graf. Zie verder hetgeen is vermeld in de toelichting op
                    artikel 21. Iedere belanghebbende kan van zijn zienswijze doen blijken,
                    bijvoorbeeld omdat het graf van historische betekenis is (zie artikel 26). Aan
                    de rechthebbende op het graf moet ook worden medegedeeld dat hij verlenging van
                    de graftermijn kan vragen volgens artikel 27, eerste lid, van de wet. Hij kan
                    ook vragen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze weer in dezelfde
                    grafruimte te doen plaatsen, dan wel elders bij te zetten, volgens artikel 24,
                    vierde lid, van de verordening. Degene die in een algemeen graf heeft doen
                    begraven kan volgens artikel 24, derde lid, een aanvraag indienen om de
                    overblijfselen indien mogelijk bijeen te doen brengen voor herbegraving elders.
                    De mededelingen volgens deze bepaling zijn geen voldoende basis om eigen graven
                    te ruimen. Het derde lid opent de mogelijkheid ook bij ruiming van algemene
                    graven de stoffelijke overblijfselen dan wel de as een andere bestemming te
                    geven dan die welke genoemd is in het tweede lid. Dat wil zeggen dat de
                    overblijfselen niet worden begraven in het verzamelgraf (de beenderenkuil) en
                    dat de as niet op een algemeen terrein wordt verstrooid. Die andere bestemming
                    voor zowel algemene als eigen grafruimten is zo ruim mogelijk omschreven. Zo kan
                    bijvoorbeeld het eigen graf extra diep worden uitgegraven. De overblijfselen
                    kunnen dan in kleine ruimingskistjes in die extra diepte worden geplaatst. De
                    rechthebbende kan dan vervolgens het graf bestemmen voor andere overledenen. Op
                    deze wijze kan het graf gedurende een volgende generatie in dezelfde familie
                    blijven. Ook is het mogelijk om de overblijfselen opnieuw bij te zetten in een
                    ander graf op dezelfde begraafplaats of deze over te brengen naar een andere
                    begraafplaats.</al><al/><al>Artikel 25</al><al>Het ter beschikking van een kerkgenootschap gestelde deel op een gemeentelijke
                    begraafplaats valt volgens de Wet op de lijkbezorging onder het beheer van de
                    gemeente. Hierdoor is ook de beheersverordening op dit gedeelte van toepassing.
                    Het college is dus verantwoordelijk voor de goede gang van zaken op het ter
                    beschikking van de kerk gestelde gedeelte. Het college voorziet ook in het
                    minimale onderhoud van de grafbedekkingen op het kerkelijk deel (artikel 23).
                    Wegens het kerkelijk karakter kunnen er redenen bestaan om voor dit deel ten
                    aanzien van enkele onderwerpen nadere regels vast te stellen die afwijken van de
                    nadere regels die gelden voor het overige gedeelte van de begraafplaats.
                    Daarnaast kan het kerkbestuur er behoefte aan hebben om van het college bericht
                    te ontvangen als volgens hun oordeel onderhoud of herstel nodig is van de
                    grafbedekking van een of meer graven op het kerkelijk deel. Het betreft hier het
                    onderhoud waartoe de rechthebbende op het graf verplicht is (artikel 22). In de
                    praktijk kunnen zich verschillende gevallen voordoen. Zo kan de rechthebbende op
                    een graf nalatig zijn, wellicht omdat deze niet in staat is om voor de
                    grafbedekking te zorgen. Soms ook waakt een kerkgenootschap over de graven als
                    er geen nabestaanden meer in leven zijn. Als het kerkbestuur schriftelijk aan
                    het college heeft gevraagd om telkenmale als zich de noodzaak van onderhoud of
                    herstel van grafbedekking voordoet, te worden geïnformeerd zal aan dit verzoek
                    moeten worden voldaan. Het kerkgenootschap kan zich dan telkenmale beraden hoe
                    te handelen.</al><al/><al>Artikel 26</al><al>Het is vaak voorgekomen dat graven die van bijzondere waarde zijn, door de
                    werkers op de begraafplaats ondoordacht worden geruimd. De graven kunnen van
                    betekenis zijn vanwege de overledene die er begraven ligt dan wel alleen vanwege
                    het gedenkteken. De overledene kan voor de plaatselijke gemeenschap van
                    betekenis zijn geweest zodat wellicht de naam nog bij de volgende generatie
                    bekend is. Het gedenkteken kan opvallen door zijn vormgeving en door het
                    materiaal. Een voorbeeld is het gietijzer gesmeed door een ijzergieterij, vaak
                    subtiel voorzien van symbolen van de dood. Het ijzer herinnert aan een reeds
                    lang verdwenen nijverheid en is alleen al daardoor van waarde. Andere
                    voorbeelden zijn porseleinen beeldjes. Er dient te worden gezorgd dat graven van
                    bekende overledenen niet ondoordacht worden geruimd en dat vrij zeldzame
                    voorwerpen op een terrein dat zozeer aan het verleden herinnert, behouden
                    blijven. Bij twijfel over de betekenis van het gedenkteken, is het gewenst om
                    een deskundige te raadplegen. De lijst is een inventarisatie van gedenkwaardige
                    graven. Daarnaast kan de inhoud van de lijst een hulpmiddel zijn voor het
                    samenstellen van de monumentenlijst.</al><al/><al>Artikel 27</al><al>Dit artikel spreekt voor zich</al><al/><al>Artikel 28</al><al>De datum waarop de oude regeling vervalt, is de datum waarop de verordening in
                    werking treedt.</al><al/><al>Artikel 29</al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al>Artikel 30</al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al/><al>Artikel 31</al><al>Tot 1 januari 2002 traden alle verordeningen in werking op de achtste dag na
                    bekendmaking, tenzij een ander tijdstip daarvoor was aangewezen (artikel 142
                    Gemeentewet). Hierin is verandering gekomen door de inwerkingtreding van de
                    Tijdelijke referendumwet (Trw) op 1 januari 2002. Deze wet maakt referenda
                    mogelijk over onder andere de vaststelling, wijziging en intrekking van
                    verordeningen. Wel zijn enkele verordeningen uitgezonderd die hier niet van
                    belang zijn. De vaststelling, wijziging of intrekking van een verordening
                    begraafplaatsen is een van de besluiten waarover een referendum kan worden
                    gehouden. Verordeningen waarover op grond van de Trw een referendum kan worden
                    gehouden treden in afwijking van artikel 142 Gemeentewet, niet eerder in werking
                    dan zes weken na de bekendmaking van de verordening (artikel 22 Trw). De termijn
                    van zes weken hangt ermee samen dat na bekendmaking van de verordening en de
                    mededeling dat over deze verordening een referendum gehouden kan worden, een
                    verzoek tot het houden van een referendum kan worden ingediend. Wel kan gekozen
                    worden voor een later tijdstip van inwerkingtreding. Als er een tijdstip voor
                    inwerkingtreding is bepaald en indien een inleidend verzoek tot het houden van
                    een referendum over de verordening begraafplaatsen onherroepelijk is toegelaten,
                    vervalt het tijdstip van inwerkingtreding van rechtswege (artikel 22, derde lid,
                    Trw) en zal de raad, nadat vaststaat dat geen referendum wordt gehouden of het
                    referendum niet heeft geleid tot een raadgevende uitspraak tot afwijzing
                    (artikel 5), opnieuw in de inwerkingtreding moeten voorzien. Indien een
                    referendum wordt gehouden dat leidt tot een raadgevende uitspraak tot afwijzing,
                    moet de raad na het referendum de beslissing tot vaststelling of wijziging van
                    de verordening begraafplaatsen heroverwegen. Ook als de raad na heroverweging
                    alsnog besluit tot inwerkingtreding (in plaats van intrekking) van de
                    verordening begraafplaatsen zal de raad opnieuw in een tijdstip van
                    inwerkingtreding moeten voorzien. Op grond van de Trw bepaalt de raad (dus niet
                    het college) het tijdstip van inwerkingtreding. Naast de mogelijkheid om het
                    tijdstip van inwerkingtreding in de verordening zelf aan te wijzen, blijft het
                    ook geoorloofd in de verordening te bepalen dat de verordening in werking treedt
                    op een door de raad te bepalen tijdstip. Met het oog op de Trw is deze keuze het
                    eenvoudigst, waarbij het tijdstip van inwerkingtreding pas wordt vastgesteld
                    nadat onherroepelijk vaststaat dat over de verordening geen referendum wordt
                    aangevraagd. Het ligt in de rede dat ook een besluit van de raad waarbij de
                    datum van inwerkingtreding wordt aangewezen, wordt afgekondigd op dezelfde wijze
                    als de verordening zelf (zie mr. J. Bool, De Gemeentewet, blz. 134, noot 3). Het
                    college is op grond van de Trw gehouden tot het bekendmaken van de verordening
                    en de mededeling dat tot drie weken na bekendmaking van de verordening een
                    verzoek tot het houden van een referendum over de marktverordening kan worden
                    ingediend. Op grond van de Tijdelijke referendumwet is de gemeente verplicht om
                    een referendum te organiseren over een verordening indien voldoende
                    kiesgerechtigden een verzoek tot het houden van een referendum indienen. Zie
                    voor meer informatie over de Trw de circulaires van het ministerie van
                    Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (CW2001/82554 en CW2001/82050) en de
                    ledenbrieven van de VNG over dit werp (Lbr. 01/158 en Lbr. 01/217). De
                    verordening begraafplaatsen is een besluit van het gemeentebestuur op
                    overtreding waarvan straf is gesteld. Een dergelijk besluit wordt op dezelfde
                    wijze bekendgemaakt als alle overige besluiten van het gemeentebestuur die
                    algemeen verbindende voorschriften inhouden (artikel 139 Gemeentewet). Wel is
                    van belang dat de gemeente gehouden is dit besluit mee te delen aan het parket
                    van het arrondissement waarin de gemeente is gelegen (artikel 143
                    Gemeentewet).</al><al>In artikel 28 wordt geen tijdstip vermeld waarop de oude verordening wordt
                    ingetrokken. Dat is ook niet nodig. De datum waarop de oude regeling vervalt, is
                    de datum waarop de nieuwe verordening in werking treedt. De Tijdelijke
                    referendumwet maakt dit niet anders. Weliswaar kan over een besluit tot
                    intrekking van een verordening een referendum worden aangevraagd, echter in dit
                    model maakt het besluit tot intrekking deel uit van de verordening tot
                    vaststelling of wijziging van de bestaande marktverordening en is alleen het
                    besluit tot vaststelling van de verordening referendabel.</al><al/><al>Artikel 32</al><al>In de citeertitel wordt een jaartal opgenomen om de betrokken regeling te
                    onderscheiden van de voorgaande regeling.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>