<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR24263_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de Rekenkamercommissie van de gemeente Uden 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Infopagina 17-09-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de Rekenkamercommissie van de gemeente Uden 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 810</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-02-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2008/6</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening werkt aansluitend op die van 2006</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de Rekenkamercommissie van de gemeente Uden
            2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voorzitter : de voorzitter van de Rekenkamercommissie;</al></li><li nr="b."><al>College : het College van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="c."><al>betrokkenen/ : degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van
                                    onderzoek is of is onderzochte partij(en) geweest en eventueel
                                    anderen door de Rekenkamercommissie aan te merken;</al></li><li nr="d."><al>bestuursorgaan : de gemeenteraad, het College van burgemeester
                                    en wethouders, de burgemeester, alsmede gemeentelijke commissies
                                    waaraan bevoegd-heden van de gemeenteraad of van burgemeester en
                                    wethouders zijn gedelegeerd;</al></li><li nr="e."><al>gemeentebestuur : ieder bevoegd orgaan van de gemeente;</al></li><li nr="f."><al>dienst : een gemeentelijke dienst, ecl of fcl;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Gemeentelijke Rekenkamercommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een gemeentelijke Rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentelijke Rekenkamercommissie bestaat uit drie leden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Raadscommissie</titel></kop><al>1.De Raadscommissie voor Algemene zaken heeft de volgende taken ten
                            aanzien van de Rekenkamercommissie:</al><lijst><li nr="-"><al>het aanbevelen van de kandidaten voor het lidmaatschap en
                                    plaatsvervangend lidmaatschap van de Rekenkamercommissie;</al></li><li nr="-"><al>het adviseren van de Raad over de rapporten die de
                                    Rekenkamercommissie uitbrengt;</al></li><li nr="-"><al>het adviseren van de Raad over al hetgeen de Rekenkamercommissie
                                    betreft. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Benoeming leden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Raad benoemt de leden van de Rekenkamercommissie voor de duur van
                                vier jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Raad benoemt uit de leden de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Raad kan een lid herbenoemen. Een zittend lid kan slechts één
                                keer herbenoemd worden, waarmee de totale termijn dus 8 jaar
                                maximaal is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Raad benoemt de leden en de voorzitter van de Rekenkamercommissie
                                op aanbeveling van de Raadscommissie voor Algemene zaken.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Raadscommissie voor Algemene zaken doet de aanbeveling vergezeld
                                gaan van een verklaring van elke kandidaat bevattende:</al><lijst><li nr="-"><al>de mededeling dat hij een benoeming als lid zal aanvaarden,
                                        en</al></li><li nr="-"><al>een overzicht van de openbare betrekkingen die hij
                                        bekleedt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voorafgaand aan de benoeming van leden van de Rekenkamercommissie
                                pleegt de Raadscommissie voor Algemene zaken overleg met de
                                Rekenkamercommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Plaatsvervanging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter treedt het
                                langstzittende lid op als voorzitter dan wel, als de overige leden
                                een gelijke periode zitting hebben gehad, het oudste lid in jaren.
                                In bijzondere gevallen kan de Raad een andere regeling treffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Raad benoemt een plaatsvervangend lid op de in artikel 4 bedoelde
                                wijze.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een plaatsvervangend lid kan door de voorzitter worden opgeroepen
                                een lid tijdelijk te vervangen, als dat lid door de Raad op
                                non-activiteit is gesteld dan wel bij voorziene afwezigheid
                                anderszins.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan het plaatsvervangend lid oproepen deel te nemen
                                aan bepaalde werkzaam-heden. Het plaatsvervangend lid heeft dan
                                dezelfde bevoegdheden als de gewone leden en maakt dan tevens deel
                                uit van de Rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De bepalingen van deze verordening zijn op het plaatsvervangende lid
                                van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Ontslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de Rekenkamercommissie wordt door de Raad
                                ontslagen:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen verzoek;</al></li><li nr="b."><al>bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met
                                        het lidmaatschap;</al></li><li nr="c."><al>wanneer hij bij onherroepelijk geworden gerechtelijke
                                        uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij
                                        zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die
                                        vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;</al></li><li nr="d."><al>indien hij bij onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak
                                        onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is
                                        verklaard, surseance van betaling heeft gekregen of wegens
                                        schulden is gegijzeld;</al></li><li nr="e."><al>indien hij naar het oordeel van de Raad ernstig nadeel
                                        toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid van de Rekenkamercommissie kan door de Raad worden
                                ontslagen:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is
                                        zijn functie te vervullen;</al></li><li nr="b."><al>indien hij handelt in strijd met artikel 10 van de
                                        verordening.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Non-activiteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de Rekenkamercommissie wordt van rechtswege op
                                non-activiteit gesteld indien:</al><lijst><li nr="a."><al>hij zich in voorlopige hechtenis bevindt;</al></li><li nr="b."><al>hij bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke
                                        uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij
                                        zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die
                                        vrijheids-beneming tot gevolg heeft;</al></li><li nr="c."><al>hij onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is
                                        verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens
                                        schulden is gegijzeld ingevolge een nog niet onherroepelijk
                                        geworden rechterlijke uitspraak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Raad kan een lid van de Rekenkamer op non-activiteit stellen,
                                indien tegen hem een gerechtelijk onderzoek terzake van een misdrijf
                                wordt ingesteld of indien er een ander ernstig vermoeden is van het
                                bestaan van feiten en omstandigheden die tot ontslag, anders dan op
                                gronden vermeld in artikel 6 eerste lid onder a en tweede lid onder
                                a zouden kunnen leiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De non-activiteit eindigt van rechtswege zodra de grond voor de
                                maatregel is vervallen, met dien verstande dat in een geval als
                                bedoeld in het tweede lid de non-activiteit in ieder geval eindigt
                                na zes maanden. In dat geval kan de Raad de maatregel telkens voor
                                ten hoogste drie maanden verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Procedure bij ontslag en non-activiteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de Rekenkamercommissie bericht het direct aan de
                                Rekenkamercommissie als een van de ontslaggronden of gronden voor
                                non-activiteit als bedoeld in de artikelen 6 en 7 op hem van
                                toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie bericht het direct aan de Raad als een van de
                                ontslaggronden of gronden voor non-activiteit zich voordoet als
                                bedoeld in de artikelen 6 en 7.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Raadscommissie voor Algemene zaken adviseert de Raad in de
                                gevallen bedoeld in de artikelen 6, tweede lid, en 7, tweede lid,
                                over de vraag of al dan niet moet worden overgegaan tot ontslag,
                                respectievelijk het op non-actief stellen van het betreffende
                                lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Raadscommissie voor Algemene zaken adviseert de Raad tevens met
                                betrekking tot een beslissing tot verlenging van de
                                non-activiteit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Onverenigbare functies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de Rekenkamercommissie is niet tevens:</al><lijst><li nr="a."><al>minister;</al></li><li nr="b."><al>staatssecretaris;</al></li><li nr="c."><al>lid van de Raad van State;</al></li><li nr="d."><al>lid van de Algemene Rekenkamer;</al></li><li nr="e."><al>nationale ombudsman; </al></li><li nr="f."><al>substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid,
                                        van de Wet nationale ombudsman;</al></li><li nr="g."><al>Commissaris van de Koning;</al></li><li nr="h."><al>lid van Gedeputeerde Staten;</al></li><li nr="i."><al>griffier der staten;</al></li><li nr="j."><al>lid van de Raad;</al></li><li nr="k."><al>burgemeester van de gemeente Uden;</al></li><li nr="l."><al>wethouder van de gemeente Uden;</al></li><li nr="m."><al>lid van een commissie van de gemeente Uden;</al></li><li nr="n."><al>ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of
                                        daaraan ondergeschikt;</al></li><li nr="o."><al>ambtenaar, door of vanwege het Rijk of de provincie
                                        aangesteld tot wiens taak het behoort het verrichten van
                                        werkzaamheden in het kader van het toezicht op de
                                        gemeente;</al></li><li nr="p."><al>functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel
                                        van bestuur het gemeente-bestuur van advies dient.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder n, kan een lid van
                                de Rekenkamer tevens zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>ambtenaar van de burgerlijke stand;</al></li><li nr="b."><al>vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een
                                        wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep
                                        hulpdiensten verricht;</al></li><li nr="c."><al>ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar
                                        onderwijs.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de Rekenkamercommissie maken openbaar welke andere
                                functies dan het lidmaatschap van de Rekenkamercommissie zij
                                vervullen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Openbaarmaking van de in lid 3 bedoelde functies geschiedt door
                                terinzagelegging van een opgave van deze functies op het
                                Gemeentehuis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Onverenigbare relatie leden tot de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid van de Rekenkamercommissie mag niet:</al><lijst><li nr="a."><al>als advocaat, procureur of adviseur in geschillen werkzaam
                                        zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan
                                        wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het
                                        gemeentebestuur;</al></li><li nr="b."><al>als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van
                                        de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;</al></li><li nr="c."><al>als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve
                                        van derden tot het met de gemeente aangaan van:</al><lijst><li nr="-"><al>overeenkomsten als bedoeld onder onderdeel d;</al></li><li nr="-"><al>overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken
                                                aan de gemeente;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan
                                        betreffende:</al><lijst><li nr="-"><al>het aannemen van werk ten behoeve van de
                                                gemeente;</al></li><li nr="-"><al>het buiten dienstbetrekking tegen beloning
                                                verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de
                                                gemeente;</al></li><li nr="-"><al>het leveren van roerende zaken anders dan om niet
                                                aan de gemeente;</al></li><li nr="-"><al>het verhuren van roerende zaken aan de
                                                gemeente;</al></li><li nr="-"><al>het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van
                                                de gemeente;</al></li><li nr="-"><al>het van de gemeente onderhands verwerven van
                                                onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze
                                                zijn onderworpen;</al></li><li nr="-"><al>het onderhands huren of pachten van de
                                                gemeente.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het eerste lid, aanhef en onder d, kunnen gedeputeerde staten
                                ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Eed</titel></kop><al>Alvorens hun functie uit te kunnen oefenen leggen de leden van de
                            Rekenkamercommissie in de vergadering van de Raad, in handen van de
                            voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af:</al><al>“Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de Rekenkamercommissie
                            benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of
                            welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik
                            zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te
                            laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb
                            aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn
                            aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten
                            als lid van de Rekenkamercommissie naar eer en geweten zal vervullen. Zo
                            waarlijk helpe mij God almachtig!(Dat verklaar en beloof ik!)”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Vergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de Rekenkamercommissie ontvangt per vergadering
                                van de Rekenkamercommissie een vergoeding van € 194,00, prijspeil
                                2003. Deze vergoeding is inclusief voorbereidingstijd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De overige leden van de Rekenkamercommissie ontvangen per
                                vergadering van de Rekenkamercommissie een vergoeding van € 147,00,
                                prijspeil 2003. Deze vergoeding is inclusief
                                voorbereidingstijd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter van de Rekenkamercommissie kan voor werkelijk
                                verrichte werkzaamheden naast de vergaderingen uren declareren tegen
                                een vergoeding van € 115,00 per uur, prijspeil 2003, met een maximum
                                van vijftig uren per jaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergoedingen genoemd in dit artikel komen ten laste van het
                                budget van de Rekenkamercommissie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergoedingen worden jaarlijks geïndexeerd met het door het
                                Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in de
                                jaarlijkse circulaire betreffende vergoedingen raads- en
                                commissieleden opgenomen percentage. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Reglement van orde</titel></kop><al>De Rekenkamercommissie stelt een reglement van orde voor haar
                            vergaderingen en andere werkzaamheden vast en zendt dit reglement na
                            vaststelling ter kennisneming aan de Raad. Het reglement wordt voor
                            eenieder ter inzage gelegd op het Gemeentehuis.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><al>De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van
                            de Rekenkamercommissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van
                            de uitgangspunten en werkwijze van de Rekenkamercommissie en het
                            bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. De voorzitter voert
                            hiertoe regelmatig overleg met de overige leden van de
                            Rekenkamercommissie, de ambtelijke ondersteuning en eventueel extern
                            ingehuurde onderzoekers.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Ambtelijke ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie voorziet in overleg met de Raadscommissie
                                voor Algemene zaken in ambtelijke ondersteuning voor de
                                Rekenkamercommissie, binnen de hiervoor aan de Rekenkamercommissie
                                beschikbaar gestelde financiële middelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ambtelijke ondersteuning staat de Rekenkamercommissie bij de
                                uitvoering van haar taken terzijde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ambtelijke ondersteuning die werkzaamheden verricht voor de
                                Rekenkamercommissie, verricht niet tevens werkzaamheden voor een
                                ander orgaan van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ambtelijke ondersteuning verricht onderzoek, draagt zorg voor de
                                agendaplanning, de verslaglegging en de vorming van dossiers.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De ambtelijke ondersteuning legt rechtstreeks en uitsluitend
                                verantwoording af aan de Rekenkamercommissie over de wijze waarop de
                                ondersteunende taken worden verricht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Onderwerpselectie en opdrachtverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt,
                                formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet
                                vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de
                                Rekenkamercommissie ter kennisneming aan de Raad gestuurd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie legt uiterlijk in januari van het betreffende
                                onderzoeksjaar een onderzoeksplan ter kennisname aan de Raad
                                voor.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het in het derde lid bedoelde onderzoeksplan wordt naar onderwerp
                                aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>de afbakening van het onderzoeksterrein;</al></li><li nr="b."><al>de formulering van de onderzoeksopdracht;</al></li><li nr="c."><al>de eventuele randvoorwaarden;</al></li><li nr="d."><al>de planning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Raad kan de Rekenkamercommissie een gemotiveerd verzoek doen tot
                                het instellen van een onderzoek. De Rekenkamercommissie bericht de
                                Raad binnen een maand in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan.
                                Indien de Rekenkamercommissie niet aan het verzoek van de Raad
                                voldoet, zal zij daarvoor gegronde redenen moeten aanvoeren.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie kan in de loop van het jaar onderwerpen aan
                                het onderzoeksplan toevoegen indien de actualiteit daartoe
                                aanleiding geeft. De Raad wordt hiervan in kennis gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Taak en werkterrein</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie onderzoekt de doelmatigheid, de
                                doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het door het
                                gemeentebestuur gevoerde bestuur. Een door de Rekenkamercommissie
                                ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het door het
                                gemeentebestuur gevoerde bestuur bevat geen controle van de
                                jaarrekening als bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de
                                Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de
                                uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door
                                haar vastgestelde onderzoeksopzet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie legt haar bevindingen en haar oordeel vast in
                                openbare rapporten, met dien verstande dat hierin niet worden
                                opgenomen gegevens en bevindingen die naar hun aard vertrouwelijk
                                zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het werkterrein van de Rekenkamercommissie strekt zich uit over
                                alle:</al><lijst><li nr="a."><al>bestuursorganen;</al></li><li nr="b."><al>diensten;</al></li><li nr="c."><al>openbare lichamen en gemeenschappelijke organen ingesteld
                                        krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen waaraan de
                                        gemeente deelneemt;</al></li><li nr="d."><al>naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met
                                        beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente meer dan
                                        vijftig procent van het geplaatste aandelenkapitaal
                                        houdt;</al></li><li nr="e."><al>andere privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente
                                        of een derde voor rekening en risico van de gemeente
                                        rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening of garantie
                                        heeft verstrekt ten bedrage van ten minste vijftig procent
                                        van de baten van deze instelling.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Informatievergaring bij gemeentebestuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie is bevoegd alle documenten die berusten bij
                                het gemeentebestuur te onderzoeken voorzover zij dat ter vervulling
                                van haar taken nodig acht en is bevoegd bij alle leden van het
                                gemeentebestuur en bij alle ambtenaren de mondelinge en
                                schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de
                                uitvoering van de onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en
                                de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde
                                inlichtingen binnen de door de Rekenkamercommissie gestelde termijn
                                te verstrekken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de zorg voor een administratie aan een derde is uitbesteed,
                                is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op de administratie
                                van de betrokken derde dan wel van degene die de administratie in
                                opdracht van die derde voert.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Informatievergaring bij instellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie heeft de in de volgende leden vermelde
                                bevoegdheden ten aanzien van de volgende instellingen en over de
                                volgende periode:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare lichamen en gemeenschappelijke organen ingesteld
                                        krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan de
                                        gemeente deelneemt, over de jaren dat de gemeente deelneemt
                                        in de regeling;</al></li><li nr="b."><al>naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met
                                        beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente meer dan
                                        vijftig procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt,
                                        over de jaren dat de gemeente meer dan vijftig procent van
                                        het geplaatste aandelenkapitaal houdt;</al></li><li nr="c."><al>andere privaatrechtelijke rechtspersonen waaraan de gemeente
                                        of een derde voor rekening en risico van de gemeente
                                        rechtstreeks of middellijk een subsidie, lening of garantie
                                        heeft verstrekt ten bedrage van tenminste vijftig procent
                                        van de baten van deze instelling, over de jaren waarop deze
                                        subsidie, lening of garantie betrekking heeft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie is bevoegd bij de betrokken instelling nadere
                                inlichtingen in te winnen over de jaarrekeningen, daarop betrekking
                                hebbende rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben
                                gecontroleerd en overige documenten met betrekking tot die
                                instelling die bij het gemeentebestuur berusten. Indien een of meer
                                documenten ontbreken, kan de Rekenkamercommissie van de betrokken
                                instelling de overlegging daarvan vorderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie kan, indien de documenten, bedoeld in het
                                tweede lid, daartoe aanleiding geven, bij de betrokken instelling
                                dan wel bij de derde die de administratie in opdracht van de
                                instelling voert, een onderzoek instellen. De Rekenkamercommissie
                                stelt de Raad en het College van haar voornemen een dergelijk
                                onderzoek in te stellen in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van de Rekenkamercommissie gaan zorgvuldig om met al
                                hetgeen hen bij de uitvoering van hun taak als geheim of
                                vertrouwelijk ter kennis is gekomen. Zij maken van deze gegevens
                                alleen gebruik voorzover de invulling van hun taak dat vereist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie kan een of meer van haar bevoegdheden
                                mandateren aan de in artikel 15 bedoelde ambtelijke
                                ondersteuning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie kan ter voorbereiding van rapporten en in het
                                kader van het onderzoek openbare informatieve vergaderingen
                                beleggen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor de uitvoering van het onderzoek kan de Rekenkamercommissie, met
                                inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus
                                inschakelen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Externe personen of bureaus als bedoeld in het zesde lid zijn
                                verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen terzake van hun
                                dienstverlening ter kennis komt.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de Raad
                                tussentijds over de stand van lopende onderzoeken te
                                informeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Hoor en wederhoor</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie stelt de onderzochte partij(en) schriftelijk
                                op de hoogte van het nog niet gepubliceerde
                                ontwerponderzoeksrapport. Indien de bevindingen daartoe aanleiding
                                geven kan de Rekenkamercommissie terzake conceptaanbevelingen aan de
                                betrokken partij(en) opnemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om
                                binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste vier weken
                                bedraagt, hun zienswijze op het conceptonderzoeksrapport en, indien
                                van toepassing, de conceptaanbevelingen, schriftelijk aan de
                                Rekenkamercommissie kenbaar te maken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Na ontvangst van de zienswijze(n) sluit de Rekenkamercommissie haar
                                onderzoek af en stelt een definitief rapport op waarin de
                                bevindingen, conclusies en, indien van toepassing, aanbevelingen,
                                alsmede de reacties hierop zijn opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na vaststelling door de Rekenkamercommissie wordt het
                                onderzoeksrapport als bedoeld in lid 3 zo spoedig mogelijk, onder
                                toezending van een afschrift aan het College en betrokkenen, aan de
                                Raad aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Jaarverslag</titel></kop><al>De Rekenkamercommissie stelt elk jaar voor 1 april een verslag op van
                            haar werkzaamheden over het voorgaande jaar en zendt een afschrift van
                            dit verslag aan de Raad en het College.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Raad stelt, na overleg van de Raadscommissie voor Algemene zaken
                                met de Rekenkamercommissie, de Rekenkamercommissie de nodige
                                middelen ter beschikking voor een goede uitoefening van haar
                                werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie is bevoegd binnen de aan haar beschikbaar
                                gestelde middelen uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van
                                haar taken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten laste van de in het voorgaande lid bedoelde middelen worden de
                                kosten gebracht van:</al><lijst><li nr="a."><al>vergoedingen aan de leden;</al></li><li nr="b."><al>de ambtelijk ondersteuner;</al></li><li nr="c."><al>externe deskundigen die eventueel door de
                                        Rekenkamercommissie zijn ingeschakeld;</al></li><li nr="d."><al>eventuele overige uitgaven die de Rekenkamercommissie nodig
                                        acht voor de uitoefening van haar taak.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Rekenkamercommissie is voor de besteding van het budget
                                uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de Raad en verantwoordt
                                de baten en lasten van het vorig begrotingsjaar in het jaarverslag
                                aan de Raad als bedoeld in artikel 22.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2008 en vervalt op 1
                            januari 2012.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening op de
                            Rekenkamercommissie van de gemeente Uden 2008.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 21 februari 2008.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier de voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Inhoudsopgave</vet><onderstreept>Bladzijde</onderstreept></al><al> 1</al><al>Artikel 2. Gemeentelijke Rekenkamercommissie 1</al><al>Artikel 3. Raadscommissie 2</al><al>Artikel 4. Benoeming leden 2</al><al>Artikel 5. Plaatsvervanging 2</al><al>Artikel 6. Ontslag 2</al><al>Artikel 7. Non-activiteit 3</al><al>Artikel 8. Procedure bij ontslag en non-activiteit 3</al><al>Artikel 9. Onverenigbare functies 3</al><al>Artikel 10. Onverenigbare relatie leden tot de gemeente 4</al><al>Artikel 11. Eed 4</al><al>Artikel 12. Vergoedingen 5</al><al>Artikel 13. Reglement van orde 5</al><al>Artikel 14. De voorzitter 5</al><al>Artikel 15. Ambtelijke ondersteuning 5</al><al>Artikel 16. Onderwerpselectie en opdrachtverlening 5</al><al>Artikel 17. Taak en werkterrein 6</al><al>Artikel 18. Informatievergaring bij gemeentebestuur 6</al><al>Artikel 19. Informatievergaring bij instellingen 6</al><al>Artikel 20. Werkwijze 7</al><al>Artikel 21. Hoor en wederhoor 7</al><al>Artikel 22. Jaarverslag 8</al><al>Artikel 23. Budget 8</al><al>Artikel 24. Inwerkingtreding 8</al><al>Artikel 25. Citeertitel 8</al><al><vet>Toelichting op de Verordening op de Rekenkamercommissie van de
                                gemeente Uden 2006</vet> 1</al><al>Algemeen 1</al><al>Artikel 1. Begripsbepalingen 1</al><al>Artikel 2. Gemeentelijke rekenkamercommissie 1</al><al>Artikel 3. Raadscommissie 1</al><al>Artikel 4. Benoeming leden 2</al><al>Artikel 5. Plaatsvervanging 2</al><al>Artikel 6. Ontslag 3</al><al>Artikel 7. Non-activiteit 3</al><al>Artikel 8. Procedure bij ontslag en non-activiteit 3</al><al>Artikel 9. Onverenigbare functies 4</al><al>Artikel 10. Onverenigbare relatie leden tot de gemeente 4</al><al>Artikel 11. Eed 4</al><al>Artikel 12. Vergoedingen 4</al><al>Artikel 13. Reglement van orde 5</al><al>Artikel 14. De voorzitter 5</al><al>Artikel 15. Ambtelijke ondersteuning 5</al><al>Artikel 16. Onderwerpselectie en opdrachtverlening 5</al><al>Artikel 17. Taak en werkterrein 6</al><al>Artikel 18. Informatievergaring bij gemeentebestuur en artikel 19.
                            Informatievergaring bij instellingen 7</al><al>Artikel 20. Werkwijze 7</al><al>Artikel 21. Hoor en wederhoor 7</al><al>Artikel 22. Jaarverslag 8</al><al>Artikel 23. Budget 8</al><al>Artikel 24. Inwerkingtreding 8</al><al>Artikel 25. Citeertitel 8</al></bijlage><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting op de Verordening op de Rekenkamercommissie van de gemeente
                    Uden 2006</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Met de komst van het dualisme en de nieuwe Gemeentewet dient de Raad uiterlijk 1
                    januari 2006 een Rekenkamer in te stellen dan wel invulling te geven aan een
                    rekenkamerfunctie. De Raad van de gemeente Uden heeft ervoor gekozen invulling
                    te geven aan een rekenkamerfunctie. In artikel 81o van de Gemeentewet is bepaald
                    dat de Raad bij verordening regels moet vaststellen voor de uitoefening van de
                    Rekenkamerfunctie. De Verordening op de rekenkamercommissie van de gemeente Uden
                    is een uitwerking van dit artikel.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Begripsbepalingen</tussenkop><al>Dit artikel bevat enkele definities om te voorkomen dat bepaalde begrippen
                    telkens in hun geheel moeten worden uitgeschreven. </al><tussenkop>Artikel 2. Gemeentelijke rekenkamercommissie</tussenkop><al>De Raad van de gemeente Uden heeft ervoor gekozen de Rekenkamerfunctie in te
                    vullen middels het instellen van een gemeentelijke rekenkamercommissie. Het
                    eerste lid voorziet in de instelling van een Rekenkamercommissie. De keuze voor
                    een gemeentelijke rekenkamercommissie brengt de vrijheid met zich mee bij
                    verordening zelf regels te stellen met betrekking tot het lidmaatschap van
                    raadsleden, de samenstelling van de Rekenkamercommissie, benoeming en ontslag
                    van leden, bevoegdheden van de Rekenkamercommissie en ambtelijke ondersteuning.
                    De Raad heeft aangegeven daarbij, waar het gaat om het realiseren van een zo
                    onafhankelijk mogelijke rekenkamercommissie, zoveel mogelijk het model van de
                    Rekenkamer zoals beschreven in de Gemeentewet te willen volgen.</al><al>De Udense Rekenkamercommissie bestaat uit drie leden. Het betreft drie externe
                    leden. Raadsleden kunnen geen lid zijn van de Rekenkamercommissie. Hierop wordt
                    bij de toelichting op artikel 9 van deze verordening teruggekomen.</al><al>De Raad van Uden heeft een voorkeur uitgesproken voor een multidisciplinaire
                    samenstelling van de Rekenkamercommissie en heeft ervoor gekozen een
                    rekenkamercommissie in te stellen voor een de periode van twee jaar.</al><tussenkop>Artikel 3. Raadscommissie</tussenkop><al>De Raadscommissie voor Algemene zaken vervult een rol bij de benoeming en het
                    ontslag van leden en plaatsvervangend leden van de Rekenkamercommissie. Op deze
                    rol wordt in de toelichtingen op de artikelen 4, 5 en 8 nader ingegaan. De rol
                    van de Raadscommissie voor Algemene zaken beperkt zich hier echter niet toe.
                    Beslissingen van de Raad over de Rekenkamercommissie worden voorbereid door de
                    Raadscommissie voor Algemene zaken. Dat houdt in dat de Raadscommissie voor
                    Algemene zaken ook aan de Raad advies uitbrengt over de rapporten van de
                    Rekenkamercommissie en dat de raadscommissie verder advies uitbrengt over al
                    hetgeen betrekking heeft op de Rekenkamercommissie.</al><al>De Raadscommissie vervult een brugfunctie tussen de Raad en de
                    Rekenkamercommissie. Het is immers van belang dat de Raad zich betrokken voelt
                    bij het werk van de Rekenkamercommissie en zich ook gebonden voelt aan de
                    uitkomsten van onderzoeken, ook als deze niet rooskleurig zijn. De
                    raadscommissie kan regelmatig in overleg treden met de Rekenkamercommissie. </al><tussenkop>Artikel 4. Benoeming leden</tussenkop><al>De leden van de Rekenkamercommissie worden door de Raad, op aanbeveling van de
                    Raadscommissie voor Algemene zaken, benoemd.</al><al>De Raad benoemt uit de leden de voorzitter en kan leden herbenoemen. De
                    Raadscommissie voor Algemene zaken heeft een taak bij de benoeming van leden. De
                    raadscommissie doet een aanbeveling aan de Raad omtrent de benoeming van leden
                    van de Rekenkamercommissie. De Raad benoemt op aanbeveling van de
                    raadscommissie. De aanbeveling die de raadscommissie doet gaat vergezeld van een
                    verklaring van elke kandidaat dat hij de benoeming als lid zal aanvaarden en van
                    een overzicht van de openbare betrekkingen die elke kandidaat bekleedt. Op grond
                    van artikel 9 derde lid zullen de leden van de Rekenkamercommissie openbaar
                    moeten maken welke andere functies dan het lidmaatschap van de
                    Rekenkamercommissie zij vervullen. Alvorens tot benoeming van een lid over te
                    gaan zal de Raad zeker moeten weten dat niets een benoeming in de weg staat. De
                    hiervoor benodigde informatie moet aan de Raad worden verschaft middels de in
                    het vijfde lid van artikel 4 bedoelde verklaring.</al><al>Voorafgaand aan de benoeming van leden van de Rekenkamercommissie pleegt de
                    Raadscommissie voor Algemene zaken overleg met de Rekenkamercommissie. Reeds
                    zittende leden van de Rekenkamercommissie dienen betrokken te worden bij de
                    benoeming van nieuwe leden. Het bepaalde in het zesde lid van artikel 4 komt
                    overeen met hetgeen in artikel 81c, vijfde lid, van de Gemeentewet is opgenomen
                    voor de Rekenkamer.</al><tussenkop>Artikel 5. Plaatsvervanging</tussenkop><al>Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter treedt het langstzittende lid
                    op als voorzitter. Als de overige leden een gelijke periode zitting hebben gehad
                    treedt de oudste in jaren op als voorzitter. Het is praktisch een dergelijke
                    algemene regel te stellen, vanuit het oogpunt van snelheid en flexibiliteit. In
                    geval van kortdurende ziekte en dergelijke kan deze regeling voldoende soelaas
                    bieden.</al><al>Mogelijk ontstaan er bijzondere situaties waarin het wenselijk is op andere
                    wijze in het plaatsvervangend voorzitterschap te voorzien. Bijvoorbeeld wanneer
                    het te voorzien is dat de vervanging langdurig aan de orde zal zijn. Te denken
                    valt aan langdurige ziekte, ontslag van de voorzitter, of wanneer de Raad de
                    voorzitter op non-activiteit stelt. De Raad kan dan een andere regeling voor
                    vervanging van de voorzitter treffen.</al><al>De Raad benoemt naast de drie vaste leden van de Rekenkamercommissie een
                    plaatsvervangend lid. De wijze van benoeming is identiek aan die voor vaste
                    leden van de Rekenkamercommissie. De Raad benoemt een plaatsvervangend lid op
                    aanbeveling van de Raadscommissie voor Algemene zaken. Een plaatsvervangend lid
                    kan door de voorzitter worden opgeroepen indien een vast lid tijdelijk vervangen
                    moet worden. Bepaald is dat de voorzitter het plaatsvervangende lid kan
                    oproepen, omdat soms snelheid geboden is als dit zal moeten gebeuren.</al><al>Het plaatsvervangende lid kan ook worden opgeroepen deel te nemen aan bepaalde
                    werkzaamheden. Bijvoorbeeld voor het doen van onderzoek of voor speciale
                    projecten. Het plaatsvervangende lid heeft dan dezelfde bevoegdheden als de
                    gewone leden en maakt dan ook deel uit van de Rekenkamercommissie. De bepalingen
                    van de verordening gelden op gelijke wijze voor het plaatsvervangende lid van de
                    Rekenkamercommissie. Deze bepaling voorkomt dat het plaatsvervangende lid
                    bepaalde (onderzoeks)bevoegdheden niet kan gebruiken.</al><al>De Raad heeft aangegeven voorstander te zijn van een multidisciplinaire
                    samenstelling van de Rekenkamercommissie. Bij de voordracht van een kandidaat
                    voor het plaatsvervangend lidmaatschap van de Rekenkamercommissie verdient het
                    aanbeveling te zoeken naar een kandidaat die qua kennis en kunde een aanvulling
                    betekent op de kennis en kunde van de vaste rekenkamercommissieleden.</al><al>Wanneer het plaatsvervangende lid qua kennis en kunde een toegevoegde waarde
                    heeft ten opzichte van de vaste rekenkamercommissieleden kan het oproepen van
                    hem voor bepaalde werkzaamheden betekenen dat geen extra externe deskundigheid
                    behoeft te worden ingehuurd. Op de mogelijkheid externe deskundigheid in te
                    huren wordt ingegaan in de toelichting op artikel 20.</al><tussenkop>Artikel 6. Ontslag</tussenkop><al>Dit artikel handelt over het ontslag van leden. Er wordt onderscheid gemaakt
                    tussen situaties waarin de Raad een lid van de Rekenkamercommissie
                        <cursief>moet</cursief> ontslaan en situaties waarin de Raad een lid van de
                    Rekenkamercommissie <cursief>kan</cursief> ontslaan. Aansluiting is gezocht bij
                    de in artikel 81c, zesde en zevende lid, van de Gemeentewet opgenomen regeling
                    voor leden van de Rekenkamer.</al><al>In het eerste lid van artikel 6 is beschreven in welke gevallen de Raad leden
                    van de Rekenkamercommissie <cursief>moet</cursief> ontslaan. Dat is het geval
                    wanneer een lid om ontslag verzoekt en wanneer een lid een functie aanvaardt die
                    onverenigbaar is met het lidmaatschap van de Rekenkamercommissie. De functies
                    die onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van de Rekenkamercommissie zijn
                    genoemd in artikel 9 van de verordening. Een lid wordt verder door de Raad
                    ontslagen wanneer sprake is van de in het eerste lid onder c, d, en e genoemde
                    situaties.</al><al>In het tweede lid van artikel 6 worden twee gronden genoemd waarop de Raad een
                    lid van de Rekenkamercommissie <cursief>kan</cursief> ontslaan. Een lid kan door
                    de Raad worden ontslagen indien hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt
                    is zijn functie te vervullen en indien hij in strijd handelt met artikel 10 van
                    de verordening.</al><tussenkop>Artikel 7. Non-activiteit</tussenkop><al>In dit artikel zijn bepalingen opgenomen over het op non-activiteit stellen van
                    leden van de Rekenkamercommissie op non-activiteit te stellen. Onderscheid is
                    gemaakt tussen gronden waarop een lid op non-activiteit <cursief>moet</cursief>
                    worden gesteld en gronden waarop een lid op non-activiteit
                        <cursief>kan</cursief> worden gesteld. Aansluiting is gezocht bij artikel
                    81d van de Gemeentewet. In dit artikel is opgenomen op welke gronden leden van
                    de Rekenkamer op non-activiteit worden gesteld of kunnen worden gesteld.
                    Dezelfde gronden zijn in dit artikel van de verordening opgenomen voor leden van
                    de Rekenkamercommissie. Uit praktische overwegingen is opgenomen dat in de
                    gevallen waarin een lid op non-activiteit <cursief>moet</cursief> worden gesteld
                    non-activiteit van rechtswege ontstaat. Dat betekent dat de Raad in deze
                    gevallen hiertoe geen besluit hoeft te nemen. Wel wordt een besluit gevraagd in
                    de gevallen waarin een lid van de Rekenkamercommissie op non-activiteit
                        <cursief>kan</cursief> worden gesteld.</al><al>De non-activiteit eindigt van rechtswege zodra de grond ervoor is vervallen. In
                    ieder geval loopt de non-activiteit na zes maanden af, tenzij de Raad deze
                    verlengt. Dat kan steeds voor ten hoogste drie maanden.</al><tussenkop>Artikel 8. Procedure bij ontslag en non-activiteit</tussenkop><al>Wanneer zich een van de gronden voor ontslag of non-activiteit voordoet als
                    beschreven in de artikelen 6 en 7 moet het betreffende Rekenkamerlid dit direct
                    melden aan de Rekenkamercommissie. </al><al>De Rekenkamercommissie informeert vervolgens direct de Raad. </al><al>De Raadscommissie voor Algemene zaken adviseert de Raad in de gevallen waarin de
                    Raad <cursief>kan</cursief> overgaan tot ontslag of op non-activiteitstelling.
                    Ook adviseert de Raadscommissie voor Algemene zaken de Raad met betrekking tot
                    een beslissing de non-activiteit te verlengen.</al><tussenkop>Artikel 9. Onverenigbare functies</tussenkop><al>In artikel 9 worden functies genoemd die onverenigbaar zijn met het lidmaatschap
                    van de Rekenkamercommissie. Leden van de Rekenkamercommissie mogen de in dit
                    artikel genoemde functies niet bekleden. Aanvaarden zij tijdens hun lidmaatschap
                    van de Rekenkamercommissie een van de in dit artikel genoemde functies, dan
                    volgt op grond van artikel 6 ontslag.</al><al>Met het bepaalde in artikel 9 wordt het model gevolgd dat in de Gemeentewet is
                    neergelegd voor de Rekenkamer, met het oogmerk de onafhankelijkheid van de
                    Rekenkamercommissie zo veel mogelijk te garanderen. Vastgelegd in artikel 9 is
                    onder meer dat leden van de Raad geen lid kunnen zijn van de
                    Rekenkamercommissie. De tekst van artikel 9 komt overeen met artikel 81f van de
                    Gemeentewet, voorzover van toepassing op de Gemeente Uden. Dat wil zeggen dat de
                    bepalingen uit artikel 81f, met uitzondering van de bepalingen die zien op
                    functies met betrekking tot deelraden en deelgemeenten, integraal in artikel 9
                    zijn overgenomen. Door overname van de tekst van artikel 81f op deze wijze is
                    ervoor gekozen de in de Gemeentewet met het lidmaatschap van de Rekenkamer
                    onverenigbaar verklaarde functies van overeenkomstige toepassing te verklaren op
                    het lidmaatschap van de Udense Rekenkamercommissie.</al><tussenkop>Artikel 10. Onverenigbare relatie leden tot de gemeente</tussenkop><al>In artikel 81h van de Gemeentewet is opgenomen dat artikel 15, eerste en tweede
                    lid, van overeenkomstige toepassing is op leden van de Rekenkamer. Ten aanzien
                    van leden van de Rekenkamercommissie is een dergelijke bepaling niet in de
                    gemeentewet opgenomen. Vanuit het oogpunt van integriteit en een maximale
                    onafhankelijkheid is het niettemin wenselijk de tekst van artikel 15, eerste en
                    tweede lid, van de Gemeentewet van toepassing te laten zijn op leden van de
                    Rekenkamercommissie. Om deze reden is de tekst van artikel 15, eerste en tweede
                    lid, van de Gemeentewet, toegesneden op leden van de Rekenkamercommissie,
                    opgenomen als artikel 10 van deze verordening. De provincie heeft desgevraagd
                    laten weten in voorkomend geval een rol te zullen vervullen bij
                    ontheffingverlening.</al><tussenkop>Artikel 11. Eed</tussenkop><al>Voor de leden van de Rekenkamer vloeit uit artikel 81g van de Gemeentewet de
                    verplichting voort de in dat artikel vermelde eed of verklaring en belofte af te
                    leggen. Voor leden van de Rekenkamercommissie vloeit deze verplichting niet
                    voort uit de Gemeentewet. Uit het oogpunt van integriteit en een maximale
                    onafhankelijkheid van de Rekenkamercommissie is het wenselijk dat leden van de
                    Rekenkamercommissie een eed of verklaring en belofte afleggen. Vandaar dat deze
                    in dit artikel is opgenomen. De tekst is gelijk aan die van artikel 81g, maar
                    toegesneden op leden van de Rekenkamercommissie.</al><tussenkop>Artikel 12. Vergoedingen</tussenkop><al>In dit artikel is vastgelegd welke vergoedingen de leden van de
                    Rekenkamercommissie ontvangen voor hun werkzaamheden. Voor de hoogte van deze
                    vergoedingen is aangesloten bij de vergoedingen die gelden voor leden van de
                    Commissie voor Bezwaarschriften en Klachten (CBK). Bij de evaluatie kan worden
                    vastgesteld of vergoedingen als genoemd in dit artikel volstaan of dat
                    aanpassing nodig is.</al><al>De vergoeding per vergadering gaat uit van vier uur werk per vergadering,
                    vergadertijd en voorbereidingstijd inclusief. Voor de voorzitter zal deze tijd
                    niet toereikend zijn. De voorzitter heeft niet alleen meer voorbereidingstijd
                    nodig voor de vergaderingen, maar moet ook de ambtelijke ondersteuning (zie
                    artikel 15) aansturen en zal vermoedelijk meer overleggen voeren. De voorzitter
                    van de Rekenkamercommissie kan deze extra uren voor werkelijk verrichte
                    werkzaamheden declareren, maar met een maximum van 50 uren op jaarbasis.</al><al>De vergoedingen aan de leden van de Rekenkamercommissie worden jaarlijks
                    geïndexeerd. De in de verordening opgenomen bedragen hebben betrekking op 2003.
                    Indexering geschiedt op basis van het in de jaarlijkse circulaire van het
                    Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties betreffende
                    vergoedingen raads- en commissieleden genoemde percentage.</al><tussenkop>Artikel 13. Reglement van orde</tussenkop><al>In artikel 81i van de Gemeentewet is opgenomen dat voor de Rekenkamer een
                    reglement van orde wordt vastgesteld. De Gemeentewet bepaalt niet dat ook voor
                    een rekenkamercommissie een reglement van orde moet worden vastgesteld. Daarom
                    is in deze verordening een artikel opgenomen dat hierin voorziet. In het
                    reglement van orde kunnen zaken worden vastgelegd als:</al><lijst><li nr="-"><al>de gang van zaken in vergaderingen van de Rekenkamercommissie;</al></li><li nr="-"><al>het oproepen tot vergaderingen en de vergaderfrequenties;</al></li><li nr="-"><al>de wijze van besluitvorming;</al></li><li nr="-"><al>de verhouding tussen de ambtelijk ondersteuner en de voorzitter van de
                            Rekenkamercommissie (zie artikel 15);</al></li><li nr="-"><al>de procedure die wordt gevolgd bij onderzoeken;</al></li><li nr="-"><al>de mandatering van bevoegdheden aan de ambtelijk ondersteuner (zie
                            artikelen 15 en 20).</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 14. De voorzitter</tussenkop><al>In dit artikel zijn de taken van de voorzitter van de Rekenkamercommissie
                    vermeld. Dit is geen limitatieve opsomming. De voorzitter heeft naast de in dit
                    artikel genoemde taken ook de taken die de andere leden van de
                    Rekenkamercommissie ook hebben. In de artikelen 16, 17, 18, 19, 20, 21 en 22
                    staan de taken verwoord voor de Rekenkamercommissie als geheel.</al><tussenkop>Artikel 15. Ambtelijke ondersteuning</tussenkop><al>De Rekenkamercommissie kan gebruik maken van ambtelijke ondersteuning. De
                    Rekenkamercommissie kan hierin zelf voorzien, in overleg met de raadscommissie
                    voor de Rekenkamercommissie. De Rekenkamercommissie dient binnen de door de Raad
                    hiervoor beschikbaar gestelde middelen te blijven. Na enkele jaren ervaring te
                    hebben opgedaan met het werk voor de Rekenkamercommissie is ervoor gekozen om de
                    gedetacheerde secretaris van de commissie in dienst te nemen van de gemeente
                    Uden. De functionele aansturing van deze ambtenaar blijft berusten bij de
                    voorzitter van de Rekenkamercommissie.</al><al>De ambtelijke ondersteuning staat de Rekenkamercommissie bij de uitvoering van
                    haar taken terzijde. In het vijfde lid staan activiteiten vermeld die de
                    ambtelijke ondersteuning verricht. Om onafhankelijkheid te optimaliseren is
                    bepaald dat de ambtelijke ondersteuning rechtstreeks en uitsluitend
                    verantwoording aflegt aan de Rekenkamercommissie en niet tevens werkzaamheden
                    voor een ander orgaan van de gemeente verricht. Hier is aangesloten bij de in de
                    gemeentewet in artikel 81j, derde en vierde lid, voor de Rekenkamer opgenomen
                    regeling.</al><tussenkop>Artikel 16. Onderwerpselectie en opdrachtverlening</tussenkop><al>De Rekenkamercommissie dient onafhankelijk te zijn. Om deze onafhankelijkheid te
                    bevorderen is het van belang dat zij zelfstandig de onderzoeksonderwerpen kan
                    kiezen. De Raad wordt wel geïnformeerd over de opzet van onderzoeken die de
                    Rekenkamercommissie gaat verrichten. Voorafgaand aan ieder jaar stelt de
                    Rekenkamercommissie een onderzoekplan op dat ter kennisname aan de Raad wordt
                    voorgelegd. In dat onderzoeksplan wordt per onderwerp aangegeven wat de
                    afbakening van het onderzoeksterrein is, wat de formulering is van de
                    onderzoeksopdracht, binnen welke eventuele randvoorwaarden het onderzoek
                    plaatsvindt en wat de tijdsplanning is. De Rekenkamercommissie dient het
                    onderzoeksplan uiterlijk in januari van het betreffende onderzoeksjaar ter
                    kennisname aan de Raad voor te leggen.</al><al>De Raad kan de Rekenkamercommissie verzoeken een onderzoek in te stellen. De
                    Rekenkamercommissie is echter niet verplicht het verzoek van de Raad in te
                    willigen. In artikel 182, tweede lid, van de Gemeentewet wordt de mogelijkheid
                    dat de Raad verzoekt om een onderzoek expliciet genoemd. In artikel 81o van de
                    Gemeentewet is vastgelegd dat artikel 182 van overeenkomstige toepassing is voor
                    de uitoefening van de Rekenkamerfunctie. Doordat deze mogelijkheid uitdrukkelijk
                    in de wet is genoemd, wordt er een bepaald gewicht toegekend aan het verzoek van
                    de Raad. Indien de Rekenkamercommissie niet voldoet aan een goed gemotiveerd van
                    de Raad zal zij daarvoor goede gronden moeten aanvoeren.</al><al>Dit is verwoord in het derde lid van artikel 16 van de verordening. Ook is
                    hierin aangegeven dat de Rekenkamercommissie de Raad binnen een maand moet
                    aangeven in hoeverre aan het verzoek van de Raad wordt voldaan.</al><al>Indien de actualiteit daar aanleiding toe geeft kan de Rekenkamercommissie in de
                    loop van het jaar onderwerpen toevoegen aan het onderzoekplan. Hiervan stelt de
                    Rekenkamercommissie de Raad in kennis. Het is niet de bedoeling van deze
                    bepaling dat de Rekenkamercommissie naar de waan van de dag gaat handelen. In
                    principe moet helder zijn welke onderzoeken verwacht kunnen worden van de
                    Rekenkamercommissie. Wél is het de bedoeling de Rekenkamercommissie in de
                    gelegenheid te stellen te reageren op actuele ontwikkelingen. Met deze bepaling
                    wordt de Rekenkamercommissie ook in de positie gebracht in het lopende jaar
                    uitvoering te kunnen geven aan verzoeken van de Raad als de actualiteit daar
                    aanleiding toe geeft.</al><tussenkop>Artikel 17. Taak en werkterrein</tussenkop><al>In het eerste lid van dit artikel staat omschreven wat de taakomschrijving van
                    de Rekenkamercommissie is. Deze taakomschrijving is ingegeven door de
                    Gemeentewet. In artikel 182 van de Gemeentewet is de taakomschrijving van de
                    Rekenkamer beschreven. Artikel 81o, tweede lid, regelt dat artikel 182 voor de
                    uitoefening van de Rekenkamerfunctie, en daarmee voor de Udense
                    Rekenkamercommissie, van overeenkomstige toepassing is.</al><al>De Rekenkamercommissie onderzoekt de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de
                    rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Er wordt
                    doelmatig gehandeld wanneer de nagestreefde doelen tegen zo gering mogelijke
                    kosten worden bereikt. Doeltreffend is gehandeld wanneer de resultaten van het
                    beleid beantwoorden aan wat er met het beleid werd beoogd en de gestelde
                    beleidsdoelen zijn verwezenlijkt. Het handelen is rechtmatig geweest wanneer is
                    voldaan de wettelijke kaders en regelgeving. Het gaat dan met name om wet- en
                    regelgeving die direct van belang is voor de rechtmatigheid van de
                    totstandkoming van de gemeentelijke baten en lasten. Een door de
                    Rekenkamercommissie ingesteld onderzoek naar rechtmatigheid bevat geen controle
                    van de jaarrekening. Voor deze controle zijn in artikel 213 tweede lid van de
                    Gemeentewet bepalingen opgenomen.</al><al>De Rekenkamercommissie heeft de verantwoordelijkheid voor de uitvoering,
                    begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde
                    onderzoeksopzet. Dit is vastgelegd in het tweede lid van artikel 17. In het
                    derde lid van artikel 17 is opgenomen dat de Rekenkamercommissie de verplichting
                    heeft de resultaten van het onderzoek en het oordeel van de Rekenkamercommissie
                    vast te leggen in openbare rapporten. Gegevens en bevindingen die naar hun aard
                    vertrouwelijk zijn worden in de rapporten niet opgenomen. Een gelijksoortige
                    bepaling is in artikel 185, eerste en vijfde lid, van de Gemeentewet opgenomen.
                    In artikel 81o, tweede lid, is vastgelegd dat artikel 185 van overeenkomstige
                    toepassing is voor de uitoefening van de Rekenkamerfunctie, en daarmee ook op de
                    Rekenkamercommissie van de gemeente Uden.</al><al>In het vierde lid van artikel 17 is het werkterrein van de Rekenkamercommissie
                    omschreven. Aangesloten is bij de beschrijving van het werkterrein van de
                    Rekenkamer, als blijkend uit de artikelen 183 en 184 van de Gemeentewet.</al><tussenkop>Artikel 18. Informatievergaring bij gemeentebestuur en artikel 19.
                    Informatievergaring bij instellingen</tussenkop><al>In de artikelen 18 en 19 staat vastgelegd welke bevoegdheden de
                    Rekenkamercommissie heeft ten aanzien van informatievergaring bij het
                    gemeentebestuur en bij instellingen zoals genoemd in artikel 17. De in deze
                    verordening opgenomen bevoegdheden komen overeen met de in artikel 183 en 184
                    van de Gemeentewet opgenomen bevoegdheden ten aanzien van de Rekenkamer.</al><tussenkop>Artikel 20. Werkwijze</tussenkop><al>In dit artikel zijn richtlijnen gegeven voor de werkwijze van de
                    Rekenkamercommissie.</al><al>De vergaderingen van de Rekenkamercommissie vinden in beslotenheid plaats. </al><al>De leden van de Rekenkamercommissie dienen zorgvuldig om te gaan met de
                    informatie die hen ter kennis komt. Zeker als het informatie betreft die geheim
                    of vertrouwelijk is. Om deze reden is in artikel 20 hierover een bepaling
                    opgenomen. Deze bepaling komt overeen met hetgeen is bepaald in de Algemene wet
                    bestuursrecht.</al><al>Om de werkzaamheden van de Rekenkamercommissie zo doelmatig en doeltreffend
                    mogelijk te kunnen verrichten kan de Rekenkamercommissie een of meer van haar
                    bevoegdheden mandateren aan de in artikel 15 bedoelde ambtelijk ondersteuner. In
                    het reglement van orde dat de Rekenkamercommissie dient op te stellen krachtens
                    artikel 13 kan de Rekenkamercommissie hierover nadere regels stellen.</al><al>De Rekenkamercommissie kan externe personen of bureaus inschakelen als dat nodig
                    is voor de uitvoering van het onderzoek. Aan de Rekenkamercommissie zijn
                    hiervoor middelen beschikbaar gesteld door de Raad. De Rekenkamercommissie heeft
                    de bevoegdheid uitgaven te doen, maar moet binnen de aan haar beschikbaar
                    gestelde middelen blijven en moet over de besteding van de middelen
                    verantwoording afleggen aan de Raad (artikel 23 van de verordening). Van externe
                    deskundigheid zal gebruik gemaakt worden wanneer de beschikbare capaciteit
                    onvoldoende is of er expertise wordt gevraagd die de Rekenkamercommissie zelf
                    niet in huis heeft. Het verdient uit doelmatigheidsoverwegingen aanbeveling dat
                    de Rekenkamercommissie bij onvoldoende beschikbare capaciteit of bij gebrek een
                    specifieke expertise zoveel mogelijk een beroep doet op het plaatsvervangend lid
                    van de Rekenkamercommissie, voorzover deze in de vraag in kwalitatief en
                    kwantitatief opzicht kan voorzien.</al><al>Het is aan de Rekenkamercommissie te beoordelen of het wenselijk is de Raad
                    tussentijds te informeren over de stand van lopende onderzoeken.</al><tussenkop>Artikel 21. Hoor en wederhoor</tussenkop><al>Uit oogpunt van zorgvuldigheid is het van groot belang dat de onderzochte
                    partijen de kans krijgen om te reageren op het (nog niet gepubliceerde)
                    ontwerponderzoeksrapport. Er vindt dan wederhoor plaats waarbij de feitelijke
                    bevindingen die uit het onderzoek voortvloeien aan de betreffende partijen
                    worden voorgelegd met de vraag eventuele onjuistheden aan te duiden en de
                    corrigeren. De onderzochte partijen dienen voldoende tijd te krijgen hun
                    zienswijze aan de Rekenkamercommissie kenbaar te maken. Om deze reden is
                    opgenomen dat de reactietermijn die de Rekenkamercommissie kan geven ten minste
                    vier weken bedraagt. Na binnenkomst van de zienswijzen maakt de
                    Rekenkamercommissie haar definitieve rapport op en neemt daarin ook de reacties
                    op die zijn binnengekomen.</al><al>De inhoud van dit artikel is een nadere uitwerking van hetgeen in de Gemeentewet
                    in artikel 185, tweede en vierde lid, is opgenomen en middels artikel 81o,
                    tweede lid, van overeenkomstige toepassing is verklaard voor uitoefening van de
                    Rekenkamerfunctie, en daarmee op de Rekenkamercommissie van de gemeente
                    Uden.</al><tussenkop>Artikel 22. Jaarverslag</tussenkop><al>De Rekenkamercommissie stelt elk jaar voor 1 april een verslag op van haar
                    werkzaamheden over het voorgaande jaar en zendt een afschrift hiervan een de
                    Raad en het College. Dit komt overeen met het in artikel 185, derde en vierde
                    lid, bepaalde en krachtens artikel 81o, tweede lid, van overeenkomstige
                    toepassing verklaarde voor de uitoefening van de Rekenkamerfunctie.</al><tussenkop>Artikel 23. Budget</tussenkop><al>Het bepaalde in artikel 23 is van groot belang voor de onafhankelijkheid van de
                    Rekenkamercommissie van de gemeente Uden. In dit artikel is in het eerste lid
                    vastgelegd dat de Raad de nodige middelen beschikbaar moet stellen aan de
                    Rekenkamercommissie om deze in staat te stellen haar werkzaamheden goed uit te
                    oefenen. Om onafhankelijkheid te waarborgen moet worden voorkomen dat de
                    Rekenkamercommissie voor ieder handelen terugmoet naar de Raad om budget te
                    verkrijgen. In het tweede lid is bepaald dat de Rekenkamercommissie bevoegd is
                    binnen de aan haar beschikbaar gestelde middelen uitgaven te doen. Dit eveneens
                    met het oog op maximale onafhankelijkheid. De Rekenkamercommissie moet de gedane
                    uitgaven aan de Raad verantwoorden via het jaarverslag.</al><tussenkop>Artikel 24. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Na een proefperiode van twee maal twee jaar wordt er nu voor gekozen om de
                    looptijd te verlengen tot 4 jaar. Uit de gesprekken met de fracties die de
                    commissie heeft gevoerd, zijn geen signalen gekomen dat aanpassing van de
                    commissie noodzakelijk werden geacht. Tegen deze achtergrond wordt het niet
                    zinvol geacht elke twee jaar opnieuw de verordening vast te stellen. Gelet op de
                    continuïteit is ervoor gekozen deze verordening in werking te laten treden per 1
                    januari 2008.</al><tussenkop>Artikel 25. Citeertitel</tussenkop><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al>Vastgesteld in de openbare vergadering van 21 februari 2008.</al><al>De Raad voornoemd</al><al>de griffier de voorzitter</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>