<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR24237_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Besluit financiële tegemoetkomingen voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Aalsmeer 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Aalsmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Aalsmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Nieuwe Meerbode</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Besluit financiële tegemoetkomingen voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Aalsmeer 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning/article=5">Wet maatschappelijke ondersteuning, art. 5 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Aalsmeer 2007, artikelen 1.1, 2.1, 2.3, 2.4, 2.5, 3.5, 4.6, 4.8, 5.4, 7.3, 7.4, 8.2, 8.3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-10-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2008/15988-BO</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Besluit financiële tegemoetkomingen voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Aalsmeer 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Burgemeester en wethouders van Aalsmeer, verder te noemen het college;</al><al>gelezen het voorstel met registratienummer 2008/8733;</al><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning/article=5">artikel 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning</extref> en de
                        hierbij behorende nadere regels</al><al>en gelet op de artikelen 1.1, 2.1, 2.3, 2.4, 2.5, 3.5, 4.6, 4.8, 5.4, 7.3,
                        7.4, 8.2, 8.3 van de Verordening voorzieningen maatschappelijke
                        ondersteuning gemeente Aalsmeer 2007;</al><al>besluiten:</al><al>vast te stellen het Besluit financiële tegemoetkomingen voorzieningen
                        maatschappelijke ondersteuning gemeente Aalsmeer 2008.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1.1. Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Verordening: Verordening voorzieningen maatschappelijke
                                    ondersteuning gemeente Aalsmeer 2007, verder te noemen: de
                                    Verordening;</al></li><li nr="b."><al>Besluit: Besluit financiële tegemoetkomingen voorzieningen
                                    maatschappelijke ondersteuning Aalsmeer 2007, verder te noemen:
                                    het Besluit;</al></li><li nr="c."><al>Inkomen: </al><lijst><li nr="1."><al>Het netto maandinkomen van de persoon met beperkingen
                                            indien de persoon met beperkingen 18 jaar of ouder is en
                                            geen gezamenlijke huishouding voert in de zin van
                                                <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning/article=1">artikel 1, lid 4 tot en met 7 van de Wet
                                                maatschappelijke ondersteuning</extref>;</al></li><li nr="2."><al>Het gezamenlijk netto maandinkomen van de persoon met
                                            beperkingen en de persoon met wie hij een gezamenlijk
                                            huishouden voert in de zin van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning/article=1">artikel 1, lid 4 tot en met 7 van de Wet
                                                maatschappelijke ondersteuning</extref>;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>Norminkomen: de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Werk%20en%20Bijstand">paragraaf 3.2 van de Wet Werk en Bijstand</extref> bedoelde
                                    bijstandsnorm per kalendermaand verhoogd met de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20Werk%20en%20Bijstand/article=25">artikel 25, tweede lid van die wet</extref> bedoelde
                                    maximale toeslag;</al></li><li nr="e."><al>Ruimte in inkomen: het verschil tussen 1,5 x het norminkomen
                                    (Wmo-inkomensnorm), zoals bedoeld in hoofdstuk IV van de
                                    Algemene Maatregel van Bestuur "Besluit maatschappelijke
                                    ondersteuning” inzake eigen bijdrage en financiële
                                    tegemoetkomingen en het inkomen van de persoon met beperkingen
                                    (WWB-norminkomen);</al></li><li nr="f."><al>Draagkrachtpercentage Wmo: het draagkrachtpercentage is 25
                                    procent van het draagkrachtpercentage zoals gebruikt in het
                                    gemeentelijk beleid ten aanzien van de draagkrachtregeling voor
                                    bijzondere bijstand van de gemeente Aalsmeer;</al></li><li nr="g."><al>Draagkracht <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning">Wmo</extref>: tot 1,5 x het norminkomen wordt geen
                                    draagkracht opgelegd. Bij inkomens boven anderhalf maal het
                                    norminkomen is de draagkracht het draagkrachtpercentage van de
                                    ruimte in inkomen;</al></li><li nr="h."><al>Stijging van de woonlasten van huurders: de stijging van de huur
                                    die optreedt ten gevolge van het doorberekenen in de huur van
                                    het niet voor subsidie in aanmerking komende deel van de
                                    aanpassingskosten, overeenkomstig de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Uitvoeringswet%20huurprijzen%20woonruimte">Uitvoeringswet huurprijzen</extref>, minus de toename van
                                    de individuele huurtoeslag ten gevolge van deze
                                    huurstijging;</al></li><li nr="i."><al>Stijging van de woonlasten van eigenaar/bewoners: de extra
                                    lasten die per jaar ontstaan als gevolg van de meest voordelige
                                    financiering van het niet door subsidie gedekte deel van de
                                    aanpassingskosten;</al></li><li nr="j."><al>Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van
                                    een voorziening die kan worden afgestemd op het inkomen van de
                                    aanvrager;</al></li><li nr="k."><al>Eigen bijdrage in de kosten: een door het college van het
                                    college vast te stellen bijdrage, die bij respectievelijk de
                                    verstrekking van huishoudelijke verzorging in natura of een
                                    persoonsgebonden budget betaald moet worden en waarop de regels
                                    van het Besluit van toepassing zijn;</al></li><li nr="m."><al>Eigen aandeel in de kosten: een door het college van het college
                                    vast te stellen bijdrage, die bij de verstrekking van
                                    voorziening of een persoonsgebonden budget betaald moet worden
                                    en waarop de regels van het Besluit van toepassing zijn;</al></li><li nr="n."><al>Normbedrag: een forfaitaire of een gemaximeerde vergoeding;</al></li><li nr="o."><al>Forfaitaire vergoeding: een bijdrage ineens die los van het
                                    inkomen en los van de werkelijke kosten van een voorziening
                                    wordt verstrekt, al dan niet met inachtneming van de
                                    inkomensgrens;</al></li><li nr="p."><al>Gemaximeerde vergoeding: een vergoeding in de kosten van een
                                    voorziening die tot een vastgesteld maximum wordt verstrekt, al
                                    dan niet met inachtneming van een inkomensgrens;</al></li><li nr="q."><al>Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom,
                                    bruikleen of in huur wordt verstrekt;</al></li><li nr="r."><al>Persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de aanvrager een
                                    of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven waarop
                                    de in dit Besluit te stellen regels van toepassing zijn;</al></li><li nr="s."><al>Instandhoudingskosten: kosten voor keuring, onderhoud en
                                    reparaties van Wmo-voorzieningen ter hoogte van het bedrag wat
                                    overeengekomen is in de onderhoudscontracten tussen gemeente en
                                    de leveranciers van zorg in natura;</al></li><li nr="t"><al>Besparingsbijdrage: een door de aanvrager te betalen bijdrage,
                                    gelijk aan het bedrag ten gevolge van de verstrekking van een
                                    voorziening door de aanvrager wordt bespaard omdat deze
                                    verstrekte voorziening een algemeen gebruikelijke voorziening
                                    vervangt of kan vervangen;</al></li><li nr="u."><al>Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen
                                    voorziening, voorzover dit deel van de kosten uitgaat boven voor
                                    die persoon als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van
                                    een dergelijke voorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.2. Beperkingen</titel></kop><al>Voor voorzieningen waarvan de kosten minder dan € 45 bedragen, wordt
                            geen financiële tegemoetkoming verleend.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.3. Overige kosten voortvloeiende uit de
                                beperkingen</titel></kop><al>Bij de vaststelling van de Wmo-draagkracht wordt rekening gehouden met
                            overige kosten voortvloeiende uit de beperkingen.</al><al>Het betreft kosten die:</al><lijst><li nr="a."><al>niet vanuit andere regelingen geheel of gedeeltelijk worden
                                    vergoed;</al></li><li nr="b."><al>niet algemeen gebruikelijk zijn;</al></li><li nr="c."><al>gemaakt zijn in het kalenderjaar waarop de Wmo-draagkracht
                                    betrekking heeft.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Bijzondere regels over het persoonsgebonden
                            budget</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.1. Regels rond verstrekking en verantwoording</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een persoonsgebonden budget kan alleen worden toegekend indien
                                    een individuele voorziening is geïndiceerd. Verstrekking van een
                                    toegekende individuele voorziening in de vorm van een
                                    persoonsgebonden budget vindt plaats op aanvraag;</al></li><li nr="2."><al>Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats
                                    indien op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek
                                    duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de
                                    aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een
                                    persoonsgebonden budget;</al></li><li nr="3."><al>Woonvoorzieningen die uitsluitend in natura kunnen worden
                                    verstrekt zijn: elektrische deuropeners, oprijroosters, mobiele
                                    tilliften, losse douchestoelen, douchebrancards en
                                    toiletstoelen;</al></li><li nr="4."><al>De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de
                                    budgethouder aan het college vindt plaats in alle gevallen na
                                    aanschaf van een hulpmiddel of een voorziening, na afloop van de
                                    verstrekking of in het geval van huishoudelijke verzorging na
                                    afloop van elk kwartaal. Controle over deze verantwoording vindt
                                    steekproefsgewijs plaats, waarbij de steekproef minimaal een
                                    omvang heeft van 25 procent van de verstrekte persoonsgebonden
                                    budgetten;</al></li><li nr="5."><al>Het deel van het toegekende budget dat niet wordt besteed aan de
                                    geïndiceerde voorziening (huishoudelijke verzorging of een
                                    hulpmiddel), wordt niet uitgekeerd, of dient te worden
                                    terugbetaald aan de gemeente;</al></li><li nr="6."><al>In de bijlage bij de Beleidsregels zijn de Regels
                                    Persoonsgebonden budget gemeente Aalsmeer opgenomen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Eigen bijdragen en eigen aandeel</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.1. Omvang van eigen bijdragen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bedrag dat ongehuwde personen tussen de 18 jaar en 65 jaar
                                    dienen te betalen bedraagt € 16,80 per vier weken. Van het
                                    meerinkomen boven € 16.301 dient op jaarbasis 15 procent extra
                                    aan eigen bijdrage betaald te worden;</al></li><li nr="2."><al>Het bedrag dat ongehuwde personen van 65 jaar en ouder aan eigen
                                    bijdrage dienen te betalen bedraagt € 16,80 per vier weken. Van
                                    het meerinkomen boven € 14.365 dient op jaarbasis 15 procent aan
                                    eigen bijdrage betaald te worden;</al></li><li nr="3."><al>Het bedrag dat gehuwde personen indien een van beiden ouder is
                                    dan 18 jaar en jonger is dan 65 jaar aan eigen bijdrage dienen
                                    te betalen bedraagt € 24,20 per vier weken. Van het meerinkomen
                                    boven € 21.002 dient op jaarbasis 15 procent aan eigen bijdrage
                                    betaald te worden;</al></li><li nr="4."><al>Het bedrag dat gehuwde personen die beiden 65 jaar of ouder zijn
                                    aan eigen bijdrage dienen te betalen bedraagt € 24,20 per vier
                                    weken. Van het meerinkomen boven € 19.759 dient op jaarbasis 15
                                    procent extra aan eigen bijdrage betaald te worden;</al></li><li nr="5."><al>De eigen bijdrage kan nooit meer bedragen dan de kostprijs van
                                    de voorziening of de huishoudelijke verzorging;</al></li><li nr="6."><al>Voor rolstoelen wordt geen eigen bijdrage gevraagd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.2. Maximaal 39 perioden van vier weken eigen
                                aandeel</titel></kop><al>Een voorziening kan bestaan uit het verschaffen in eigendom van een
                            roerende zaak dan wel een bouwkundige of woontechnische aanpassing van
                            een woning die bewoond wordt door de aanvrager.</al><al>Gedurende maximaal negenendertig perioden van vier weken kan een eigen
                            aandeel in rekening worden gebracht. Bij de vaststelling van de hoogte
                            van de financiële tegemoetkoming kan gedurende maximaal die periode een
                            met toepassing van het daarvoor geldende bedrag in mindering worden
                            gebracht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Huishoudelijke verzorging</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.1. Vaststelling bedrag persoonsgebonden budget
                                huishoudeliike verzorging</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De omvang van het persoonsgebonden budget voor huishoudelijke
                                    verzorging gaat uit van 85 procent van de hoogste prijs van de
                                    inkooptarieven in natura voor de betreffende dienst (HV-1 en
                                    HV-2) vermenigvuldigd met het aantal werkelijk geïndiceerde
                                    aantal uren.</al></li><li nr=""><al>In die gevallen waar geen exact aantal uren wordt geïndiceerd
                                    maar een klasse, wordt het gemiddelde gehanteerd van het aantal
                                    uren van de klasse.</al></li><li nr="2."><al>De omvang van het persoonsgebonden budget voor huishoudelijke
                                    verzorging is weergegeven in onderstaande tabel. </al><table><tgroup cols="3"><thead><row><entry colname="col1"><al>Huishoudelijke verzorging</al></entry><entry colname="col2"><al>Hoogste uurtarief</al></entry><entry colname="col3"><al>85 procent = RGB</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>HV1</al></entry><entry colname="col2"><al>€15,90</al></entry><entry colname="col3"><al>€13,52</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>HV2</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 22,26</al></entry><entry colname="col3"><al>€18,92</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Woonvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.1. Hoogte financiële tegemoetkoming in de kosten van
                                woonvoorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van de door het college te verlenen forfaitaire
                                    vergoeding voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel 4.3,
                                    sub a van de Verordening (verhuis- en herinrichtingskosten)
                                    bedraagt € 2.723</al></li><li nr="2."><al>De financiële tegemoetkoming voor een bouwkundige of
                                    woontechnische woonvoorziening (woningaanpassing) als bedoeld in
                                    artikel 4.3., sub b wordt vastgesteld op het bedrag zoals
                                    vermeld in de door het college geaccepteerde offerte minus het
                                    eigen aandeel;</al></li><li nr="3."><al>De hoogte van de financiële tegemoetkoming in de kosten van een
                                    woonvoorziening als bedoeld in artikel 4.3., sub b van de
                                    Verordening bedraagt: </al><lijst><li nr="a."><al>bij inkomens tot en met 1,5 x het norminkomen 100
                                            procent van de voor subsidie in aanmerking komende
                                            kosten;</al></li><li nr="b."><al>bij inkomens boven 1,5 x het norminkomen wordt de
                                            Wmo-draagkracht als eigen aandeel in mindering gebracht
                                            op de voor subsidie in aanmerking komende kosten;</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De hoogte van een door het college te verlenen financiële
                                    tegemoetkoming in de instandhoudingskosten van een
                                    woonvoorziening als bedoeld in artikel 4.3., sub e van de
                                    Verordening zal het daarvoor algemeen geldende bedrag niet te
                                    boven gaan;</al></li><li nr="5."><al>Voor een woonvoorziening die in bruikleen wordt verstrekt als
                                    bedoeld in artikel 4.1, sub b van de Verordening is geen eigen
                                    aandeel verschuldigd;</al></li><li nr="6."><al>De hoogte van een door het college te verlenen financiële
                                    tegemoetkoming voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel
                                    4.3., sub f bedraagt: </al><lijst><li nr="a."><al>de werkelijke kosten van de kale huur minus huurtoeslag,
                                            met een maximum van zes maanden, als tegemoetkoming in
                                            de kosten van het tijdelijk betrekken van zelfstandige
                                            woonruimte en het langer moeten aanhouden van de te
                                            verlaten woonruimte;</al></li><li nr="b."><al>de werkelijke kosten van de kale huur met een maximum
                                            van zes maanden, ter tegemoetkoming in de kosten van het
                                            tijdelijk betrekken van een niet-zelfstandige
                                            woonruimte;</al></li><li nr="c."><al>de hoogte van een door het college te verlenen
                                            financiële tegemoetkoming in de kosten van een
                                            voorziening als bedoeld in artikel 4.3, sub f van de
                                            Verordening is afhankelijk van de kale huur van de
                                            woonruimte, waarbij de kale huur maximaal gelijk is aan
                                            de maximale huurgrens waarvoor huursubsidie wordt
                                            verstrekt;</al></li><li nr="d."><al>de hoogte van een door het college te verlenen
                                            financiële tegemoetkoming in de kosten van een
                                            voorziening als bedoeld in artikel 4.6, sub 4 van de
                                            Verordening bedraagt maximaal € 2.500.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2. Toepassing primaat van verhuizing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het primaat van verhuizing, zoals bedoeld in artikel 4.4.van de
                                    Verordening, geldt indien de kosten van de woningaanpassing naar
                                    verwachting meer dan € 10.000 bedragen;</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het voorgaande lid kan bemvloed worden door een
                                    aantal factoren, die in paragraaf 4.3 van de Beleidsregels met
                                    name worden genoemd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.3. Afschrijvingsschema</titel></kop><al>Het in artikel 4.8. van de Verordening genoemde afschrijvingsschema
                            luidt als volgt:</al><al>Afschrijving in 10 jaar;</al><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar-bewoner, die krachtens deze Verordening een
                                    financiële tegemoetkoming in de kosten van het treffen van een
                                    woonvoorziening ter waarde van minimaal het bedrag dat geldt
                                    voor het toepassen van de grens van het primaat van verhuizing
                                    heeft ontvangen, en die binnen een periode van 10 jaar na de
                                    datum van gereedmelding van de werkzaamheden de woning verkoopt,
                                    is gehouden om binnen een week na het passeren van de koopakte
                                    het college hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen. De
                                    eventuele meerwaarde die door het treffen van de voorziening is
                                    ontstaan, dient gedeeltelijk aan de gemeente te worden
                                    terugbetaald;</al></li><li nr="2."><al>De vaststelling van de eventuele meerwaarde geschiedt door een
                                    beedigd taxateur, aan te wijzen en te betalen door het
                                    college;</al></li><li nr="3."><al>De restitutie als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor het
                                    eerste jaar na gereedmelding 100 procent van de meerwaarde; </al><lijst><li nr=""><al>voor het tweede jaar 90 procent van de meerwaarde;</al></li><li nr=""><al>voor het derde jaar 80 procent van de meerwaarde;</al></li><li nr=""><al>voor het vierde jaar 70 procent van de meerwaarde;</al></li><li nr=""><al>voor het vijfde jaar 60 procent van de meerwaarde;</al></li><li nr=""><al>voor het zesde jaar 50 procent van de meerwaarde;</al></li><li nr=""><al>voor het zevende jaar 40 procent van de meerwaarde;</al></li><li nr=""><al>voor het achtste jaar 30 procent van de meerwaarde;</al></li><li nr=""><al>voor het negende jaar 20 procent van de meerwaarde;</al></li><li nr=""><al>voor het tiende jaar 10 procent van de meerwaarde.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Op het te restitueren bedrag worden de kosten van de taxatie in
                                    mindering gebracht tot maximaal € 227.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.4 Normbedragen</titel></kop><al>Als normbedragen voor het in artikel 4.3, sub c van de Verordening
                            genoemde afschrijvingsschema luidt als volgt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor zeil of linoleum € 53 per strekkende meter (uitgaande van
                                    een gemiddelde breedte van de rol van 4 meter), inclusief
                                    egalisatiekosten;</al></li><li nr="b."><al>gordijnen: € 15 per meter voor rolgordijnen of een ander soort
                                    gladde gordijnen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6 Vervoersvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6.1 Persoonsgebonden budget voor
                                Vervoersvoorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het persoonsgebonden budget voor Vervoersvoorzieningen
                                    (inclusief scootmobielen) wordt vastgesteld op basis van de
                                    tegenwaarde van de goedkoopst-adequate voorziening, zoals die
                                    door het college aan de leverancier wordt betaald;</al></li><li nr="2."><al>Indien nodig wordt dit bedrag verhoogd met een bedrag voor
                                    instandhoudingskosten, gebaseerd op het gemiddelde bedrag voor
                                    instandhoudingkosten over het jaar voorafgaand aan het laatste
                                    voile kalenderjaar voor de toekenning van de voorziening;</al></li><li nr="3."><al>Een persoonsgebonden budget wordt toegekend voor een periode die
                                    aansluit op de voor de voorziening geldende
                                    afschrijvingstermijn. Voor een scootmobiel is deze termijn 7
                                    jaar. Een uitzondering op deze termijn kan alleen gelden indien
                                    een wijziging van de medische situatie hiertoe aanleiding
                                    geeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.2 Eigen bijdragen en hoogte financiële tegemoetkomingen
                                in de kosten van Vervoersvoorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van de eigen bijdrage voor het Wmo-vervoersysteem (de
                                    Servicetaxi) als bedoeld in artikel 5.1, sub a, van de
                                    Verordening is per te reizen zone (inclusief een instapzone)
                                    gelijk aan het blauwe zonetarief zoals dat jaarlijks voor het
                                    reguliere openbaar vervoer wordt vastgesteld.</al></li><li nr=""><al>Per januari 2008 gelden de volgende prijzen per zone: </al><table><tgroup cols="2"><thead><row><entry colname="col1"><al>zone</al></entry><entry colname="col2"><al>Prijs per zone</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>zone 1</al></entry><entry colname="col2"><al>€1,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>zone 2</al></entry><entry colname="col2"><al>€1,45</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>zone 3</al></entry><entry colname="col2"><al>€1,90</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>zone 4</al></entry><entry colname="col2"><al>€2,35</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>zone 5</al></entry><entry colname="col2"><al>€2,80</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li><li nr="1."><al>Voor bestemmingen verder dan de 5e zone (met uitzondering van
                                    een aantal ziekenhuizen in de regio) berekent de vervoerder het
                                    geldende tarief met een korting van 15 procent.</al></li><li nr="2."><al>Voor Vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 5.1, sub b en
                                    c, van de Verordening wordt geen eigen bijdrage gevraagd;</al></li><li nr="3."><al>De hoogte van een door het college te verlenen financiële
                                    tegemoetkoming als bedoeld in artikel 5.1, sub d, onder 1, van
                                    de Verordening wordt bepaald door de Wmo-draagkracht in
                                    mindering te brengen op de voor vergoeding in aanmerking komende
                                    kosten van de te verstrekken voorziening;</al></li><li nr="4."><al>De door het college te verlenen financiële tegemoetkoming voor
                                    Vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 5.1, sub d., onder
                                    2, 3, en 4 van de Verordening is een forfaitaire
                                    vergoeding.</al></li><li nr=""><al>Voor de vaststelling van de hoogte van de vergoeding wordt
                                    uitgegaan van de volgende normbedragen: </al><table><tgroup cols="2"><thead><row><entry colname="col1"><al>Type voorziening</al></entry><entry colname="col2"><al>Normbedrag</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>eigen (rolstoel)auto</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.650</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bruikleenauto (lease constructie)</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 439</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>eigen (rolstoel) personenbus</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 548</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>taxi</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.650</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>rolstoeltaxi</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 2.200</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li><li nr="5."><al>Indien de persoon met beperkingen gebruik kan maken van een
                                    collectief vervoerssysteem regionaal en/of bovenregionaal, maar
                                    dit systeem voorziet slechts gedeeltelijk in zijn individuele
                                    vervoersbehoefte wordt een financiële tegemoetkoming individueel
                                    bepaald. </al><table><tgroup cols="2"><thead><row><entry colname="col1"><al>Type voorziening</al></entry><entry colname="col2"><al>Normbedrag</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>eigen auto</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 825</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>taxi</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 825</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Rolstoeltaxi</al></entry><entry colname="col2"><al>€1.100</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li><li nr="6."><al>Indien de persoon met beperkingen gebruik kan maken van een
                                    collectief vervoerssysteem en dit systeem voorziet geheel in
                                    zijn vervoersbehoefte wordt geen financiële tegemoetkoming
                                    toegekend.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 7 Rolstoelen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 7.1 Persoonsgebonden budget voor een rolstoel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel wordt vastgesteld
                                    op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst-adequate
                                    voorziening, zoals die door het college aan de leverancier, met
                                    wie de gemeente een contract mee heeft, wordt betaald;</al></li><li nr="2."><al>Indien nodig wordt dit bedrag verhoogd met een bedrag voor
                                    instandhoudingskosten, gebaseerd op het gemiddelde bedrag voor
                                    instandhoudingskosten over het jaar voorafgaand aan het laatste
                                    voile kalenderjaar voor de toekenning van de voorziening;</al></li><li nr="3."><al>Een persoonsgebonden budget wordt toegekend voor een periode van
                                    zeven jaar, overeenkomstig de geldende afschrijvingstermijn. Een
                                    uitzondering op deze termijn kan alleen indien een wijziging van
                                    de medische situatie hiertoe aanleiding geeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7.2 Rolstoelen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er geldt geen eigen bijdrage voor rolstoelvoorzieningen, zoals
                                    bedoeld in artikel 6.1, sub a. en b., van de Verordening;</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van een door het college te verlenen forfaitaire
                                    tegemoetkoming voor een sport(rolstoel)voorziening zoals bedoeld
                                    in artikel 6.1, sub c. van de Verordening bedraagt €3.146 per
                                    drie jaar;</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het voorgaande lid kan een forfaitaire
                                    tegemoetkoming voor een elektrische sport(rolstoel)voorziening
                                    worden verstrekt. De hoogte van de tegemoetkoming bedraagt €
                                    6.292 per zes jaar.</al></li><li nr="4."><al>De financiële tegemoetkoming voor de oplaadkosten van een
                                    elektrische rolstoel bedraagt € 75,- per jaar.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 8 Advisering en samenhangende afstemming</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8.1 Verplicht advies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bedrag waarboven ingevolge artikel 7.3, sub 2, onder a.
                                    juncto artikel 4.1 van de Verordening advies gevraagd wordt,
                                    bedraagt € 20.000. Daarnaast wordt advies gevraagd bij twijfel
                                    of vermeende afwijzing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8.2 Samenhangende afstemming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Om de verkrijging van individuele voorzieningen samenhangend af
                                    te stemmen op de situatie van de aanvrager wordt in overleg met
                                    de aanvrager bij het onderzoek inzake het advies ex artikel 7.3
                                    van de Verordening indien van toepassing aandacht besteed aan: </al><lijst><li nr="a."><al>de algemene gezondheidstoestand van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de beperkingen die de aanvrager in zijn functioneren
                                            ondervindt als gevolg van ziekte of gebrek;</al></li><li nr="c."><al>de woning en de woonomgeving van de aanvrager;</al></li><li nr="d."><al>het psychisch en sociaal functioneren van de
                                            aanvrager;</al></li><li nr="e."><al>de sociale omstandigheden van de aanvrager.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 9 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 9.1 Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit financiële
                                    tegemoetkomingen voorzieningen maatschappelijke ondersteuning
                                    gemeente Aalsmeer 2008;</al></li><li nr="2."><al>Dit besluit treedt met terugwerkende kracht in werking vanaf 1
                                    januari 2008.</al></li><li nr="3."><al>Bij de inwerkingtreding van het in lid 1 genoemde Besluit
                                    vervalt het Besluit financiële tegemoetkomingen voorzieningen
                                    maatschappelijke ondersteuning gemeente Aalsmeer 2007.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aalsmeer, 28 oktober 2008</ondertekening><ondertekening>BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening>burgemeester, secretaris</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>