<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR24223_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wmo-adviesraad Best</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Best</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Best</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Groeiend Best, 2007-03-01</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening WMO-adviesraad</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wmo, artikel 9, 11 en 12 en Gemeentewet, artikel 150</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wmo-adviesraad Best</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Best, </al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 14
                        november 2006 gelet op de verplichtingen op basis van de artikelen 9, 11 en
                        12 van de Wmo: </al><al>met inachtneming van artikel 150 van de Gemeentewet, </al><al/><al>b e s l u i t: </al><al>tot het vaststellen van de hiernavolgende Verordening Wmo-adviesraad Best
                    </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>-Algemene Bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>-Begrippen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
                                    niet nader worden omschreven hebben de betekenis die de Wet
                                    maatschappelijke ondersteuning (Wmo) daaraan toekent.</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet maatschappelijke ondersteuning;</al></li><li nr="b."><al>Wmo-adviesraad: een Wmo-adviesraad bestaande uit
                                            kiesgerechtigde leden: één lid per deelnemende
                                            organisatie;</al></li><li nr="c."><al>Adviesraad sociale voorzieningen: adviesraad ten behoeve
                                            van het college op het gebied van de Wet werk en
                                            bijstand (Wwb).</al></li><li nr="d."><al>Leden: vertegenwoordigers van de deelnemende
                                            organisaties;</al></li><li nr="e."><al>Vrijwilligersorganisatie: enig georganiseerd verband
                                            waarin zowel het bestuurlijk als ook het uitvoerend werk
                                            door vrijwilligers wordt verricht;</al></li><li nr="f."><al>Burger- en cliëntenparticipatie: de gestructureerde
                                            wijze waarop de gemeente Best de ingezetenen van de
                                            gemeente en in de gemeente een belang hebbende
                                            natuurlijke en rechtspersonen betrekt in de
                                            beleidsvorming, uitvoering en evaluatie van het
                                            gemeentelijk beleid op de Wmo;</al></li><li nr="g."><al>Compensatiebeginsel: de algemene verplichting aan het
                                            gemeentebestuur om personen met aantoonbare beperkingen
                                            op grond van ziekte of gebrek door het treffen van
                                            voorzieningen eengelijkwaardige uitgangspositie te
                                            verschaffen zodat zij zelfredzaam zijn en in staat tot
                                            maatschappelijke participatie; </al></li><li nr="h."><al>College: het college van burgemeester en wethouders van
                                            Best;</al></li><li nr="i."><al>Raad: de gemeenteraad van de gemeente Best.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>-DE WMO-ADVIESRAAD</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>-Samenstelling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Wmo-adviesraad bestaat uit vertegenwoordigers van
                                    vrijwilligersorganisaties – waaronder belangenorganisaties -die
                                    de lokale belangen behartigen van vragers en potentiële vragers
                                    van voorzieningen die onder de reikwijdte van het
                                    compensatiebeginsel vallen. De leden staan openigerlei wijze in
                                    contact met specifieke doelgroepen zoals in de Wmo omschreven.
                                </al></li><li nr="2."><al>Het college besluit over de samenstelling – voor wat betreft de
                                    deelname van organisaties -van de Wmo-adviesraad op voordracht
                                    van de Wmo-adviesraad.</al></li><li nr="3."><al>De Wmo-adviesraad telt maximaal zestien leden.</al></li><li nr="4."><al>Toegevoegd zijn een ambtenaar van de gemeente Best en een
                                    professionele ondersteuner die de functie van secretaris
                                    vervult.</al></li><li nr="5."><al>Alle leden van de Wmo-adviesraad hebben stemrecht.</al></li><li nr="6."><al>Zowel de gemeenteambtenaar als de professionele ondersteuner
                                    zijn geen lid en hebben geen stemrecht.</al></li><li nr="7."><al>Indien het ledental van de Wmo-adviesraad daalt tot zes of
                                    minder worden de werkzaamheden van de Wmo-adviesraad opgeschort
                                    tot het tijdstip dat de Wmo-adviesraad minimaal zes leden
                                    telt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>-Voorzitter</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen van de Wmo-adviesraad worden voorgezeten door
                                    de voorzitter.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter wordt met een gewone meerderheid door de
                                    kiesgerechtigde leden uit hun midden gekozen. Ieder lid kan zich
                                    hiervoor kandidaat stellen. De stemming vindt schriftelijk
                                    plaats. Kandidaten voor de functie van voorzitter onthouden zich
                                    van stemming.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter vertegenwoordigt de Wmo-adviesraad.</al></li><li nr="4."><al>De stukken die van de Wmo-adviesraad uitgaan worden door de
                                    voorzitter ondertekend.</al></li><li nr="5."><al>De voorzitter is niet tevens:</al><lijst><li nr="a."><al>door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of
                                            daaraan ondergeschikt;</al></li><li nr="b."><al>lid van de gemeenteraad of van het college van de
                                            gemeente Best.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>- Professionele ondersteuner</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeente draagt zorg voor professionele ondersteuning voor
                                    gemiddeld acht uur per maand.</al></li><li nr="2."><al>De ondersteuner neemt deel aan de vergaderingen van de
                                    Wmo-adviesraad.</al></li><li nr="3."><al>De ondersteuner heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>verzorgen van het secretariaat, waaronder de
                                            verspreiding van relevante stukken;</al></li><li nr="b."><al>verslaglegging van de vergaderingen;</al></li><li nr="c."><al>initiëren en voorbereiden van de vergaderingen in
                                            samenwerking met de voorzitter;</al></li><li nr="d."><al>onderhouden van contacten met (regionale)
                                            belangenorganisaties en de gemeente;</al></li><li nr="e."><al>adviseren over de stabiliteit en continuïteit van de
                                            Wmo-adviesraad;</al></li><li nr="f."><al>archivering van de stukken van de Wmo-adviesraad;</al></li><li nr="g."><al>initiëren van publicaties over de activiteiten van de
                                            Wmo-adviesraad, waaronder een jaarlijks verslag.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De ondersteuner is niet tevens:</al><lijst><li nr="a."><al>door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of
                                            daaraan ondergeschikt;</al></li><li nr="b."><al>lid van de gemeenteraad of van het college van de
                                            gemeente Best.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>-Gemeenteambtenaar</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeente Best stelt een ambtenaar beschikbaar voor de
                                    Wmo-adviesraad.</al></li><li nr="2."><al>De gemeenteambtenaar neemt deel aan de vergaderingen op verzoek
                                    van de Wmo-adviesraad.</al></li><li nr="3."><al>De gemeenteambtenaar stelt tijdig relevante informatie ter
                                    beschikking van de Wmo-adviesraad.</al></li><li nr="4."><al>De gemeenteambtenaar maakt op verzoek van de Wmo-adviesraad
                                    samenvattingen van (beleids)stukken en formuleert eventuele
                                    vragen zodanig dat de Wmo-adviesraad in staat wordt gesteld deze
                                    te beantwoorden om tot een advies te kunnen komen.</al></li><li nr="5."><al>De gemeenteambtenaar is het ambtelijke aanspreekpunt voor de
                                    communicatie met de Wmo-adviesraad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>-Toetreding leden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De besturen van de deelnemende organisaties dragen uit hun
                                    organisatie een kandidaat voor die als vaste vertegenwoordiger
                                    in de Wmo-adviesraad zitting neemt.</al></li><li nr="2."><al>De besturen van de deelnemende organisaties wijzen een vaste
                                    plaatsvervanger aan, die bij afwezigheid van de vaste
                                    vertegenwoordiger de zaken waarneemt.</al></li><li nr="3."><al>In tussentijdse vacatures wordt zo spoedig mogelijk
                                    voorzien.</al></li><li nr="4."><al>Uitbreiding van de Wmo-adviesraad wordt door een gewone
                                    meerderheid van de kiesgerechtigde leden bepaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>-Zittingsduur en beëindiging lidmaatschap</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De zittingsduur van een lid van de Wmo-adviesraad bedraagt
                                    maximaal vier jaar, gerekend vanaf de datum van ingang van zijn
                                    toetreding. Deelname aan de eerste vergadering geldt als
                                    ingangsdatum. De leden kunnen na het verstrijken van hun
                                    zittingsduur onmiddellijk opnieuw toetreden met een totale
                                    zittingsduur van maximaal twee volle termijnen van vier
                                    jaar.</al></li><li nr="2."><al>Bij de start van de Wmo-adviesraad wordt een rooster van
                                    aftreden opgesteld waarbij na het vierde jaar elk jaar een
                                    vierde deel van het aantal leden aftredend is.</al></li><li nr="3."><al>Het lidmaatschap eindigt door:</al><lijst><li nr="a."><al>het verstrijken van de zittingsduur;</al></li><li nr="b."><al>het vervallen van de hoedanigheid van vertegenwoordiger
                                            van een vrijwilligers-en
                                            belangenbehartigingsorganisatie, die in de
                                            Wmo-adviesraad zitting heeft;</al></li><li nr="c."><al>aftreden op eigen schriftelijk verzoek;</al></li><li nr="d."><al>onder curatele stelling;</al></li><li nr="e."><al>overlijden;</al></li><li nr="f."><al>opzeggen van het vertrouwen door een gewone meerderheid
                                            van de zitting hebbende leden bij ernstig en langdurig
                                            disfunctioneren van een lid.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>-DOEL, TAKEN EN RECHTEN VAN DE WMO-ADVIESRAAD</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>- Doelstelling Wmo-adviesraad</titel></kop><al>De doelstelling van de Wmo-adviesraad is: </al><al>Het formuleren van collectieve wensen en signalen van de aan de
                            Wmo-adviesraad deelnemende organisaties in de gemeente Best, die als
                            beleidsvoorstellen en/of adviezen aangeboden worden aan het college op
                            grond waarvan gemeentelijk Wmo-beleid mede kan worden vastgesteld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>-Taak Wmo-adviesraad</titel></kop><al>De Wmo-adviesraad heeft tot taak het college gevraagd of ongevraagd te
                            adviseren over het gemeentelijk Wmo-beleid. Dit vertaalt zich in een
                            drieledige functie: </al><lijst><li nr="1."><al>een beleidsmatige functie: de gemeente streeft ernaar de
                                    invulling van het beleid zo dicht mogelijk aan te laten sluiten
                                    op de ondersteuningsbehoefte en de zorgvraag. Daarvoor moet er
                                    wel voldoende kennis zijn van de praktijk. De Wmo-adviesraad is
                                    in dat kader een belangrijke informatiebron voor de
                                    gemeente;</al></li><li nr="2."><al>een signaleringsfunctie: de Wmo-adviesraad signaleert leemten en
                                    knelpunten in beleid en uitvoering (re-actieve
                                    beleidsvorming);</al></li><li nr="3."><al>een idee- en creativiteitsfunctie: de Wmo-adviesraad draagt
                                    ideeën aan (pro-actieve beleidsvorming). Dat betekent dat de
                                    Wmo-adviesraad niet alleen reageert op beleidsvoorstellen, maar
                                    ook zelf voorstellen ter beleidsvorming doet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>-Mate van inspraak</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Wmo-adviesraad wordt betrokken bij het gehele proces van
                                    beleidsvorming.</al></li><li nr="2."><al>De Wmo-adviesraad adviseert: de gemeente geeft de Wmo-adviesraad
                                    de gelegenheid om problemen aan te dragen en oplossingen te
                                    formuleren. De ideeën van de Wmo-adviesraad spelen een
                                    volwaardige rol bij de ontwikkeling van beleid. De gemeente
                                    verbindt zich in principe aan de resultaten, maar kan bij de
                                    uiteindelijke besluitvorming hiervan beargumenteerd
                                    afwijken.</al></li><li nr="3."><al>De Wmo-adviesraad co-produceert: de gemeente komt samen met de
                                    Wmo-adviesraad een agenda met betrekking tot specifieke
                                    onderwerpen overeen en partijen zoeken samen naar oplossingen.
                                    De gemeente verbindt zich in principe aan deze oplossingen met
                                    betrekking tot de uiteindelijke besluitvorming.</al></li><li nr="4."><al>Over de inhoud van beleidsplannen en verordeningen beslist
                                    uiteindelijk het bevoegd gemeentelijke orgaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>-Informatierecht</titel></kop><al>Het college is verplicht aan de Wmo-adviesraad tijdig alle informatie te
                            verstrekken die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze
                            nodig heeft. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>-Geheimhoudingsplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Wmo-adviesraad neemt kennis van het bepaalde in artikel 2:5
                                    van de Algemene wet bestuursrecht.</al></li><li nr="2."><al>Behalve na voorafgaande schriftelijke toestemming van het
                                    college zal de Wmo-adviesraad informatie met een vertrouwelijk
                                    karakter niet aan derden kenbaar maken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>-Beleidsterreinen en prestatievelden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Wmo-adviesraad zal minimaal betrokken worden bij de
                                    voorbereiding en evaluatie van het (meerjarig) Wmo-beleidsplan
                                    en het beleid met betrekking tot de voorzieningen die onder de
                                    reikwijdte van het compensatiebeginsel vallen.</al></li><li nr="2."><al>Daarnaast zal de Wmo-adviesraad betrokken worden bij de
                                    voorbereiding en evaluatie van beleid dat van invloed is c.q.
                                    een directe relatie heeft met de onder lid 1 genoemde
                                    voorzieningen.</al></li><li nr="3."><al>Het onder lid 1 en lid 2 genoemde beleid heeft hoofdzakelijk
                                    betrekking op de volgende Wmoprestatievelden (PV):</al><lijst><li nr=""><al>PV 3: het geven van informatie en advies en
                                            cliëntenondersteuning; </al></li><li nr=""><al>PV 4: het ondersteunen van mantelzorgers en
                                            vrijwilligers. </al></li><li nr=""><al>PV 5: het bevorderen van de deelname aan het
                                            maatschappelijke verkeer en van het zelfstandig
                                            functioneren van mensen met een beperking of een
                                            chronisch psychisch probleem of een psychosociaal
                                            probleem; </al></li><li nr=""><al>PV 6: het verlenen van voorzieningen aan mensen met een
                                            beperking of een chronisch psychisch probleem of een
                                            psychosociaal probleem ten behoeve van het behoud van
                                            hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het
                                            maatschappelijke verkeer. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Waar wenselijk wordt de Wmo-adviesraad betrokken bij overig
                                    gemeentelijk Wmo-beleid.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>-VERGADERINGEN, VERGADERORDE EN BESLISSINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>-Werkwijze</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De in dit artikel beschreven werkwijze is gebaseerd op de
                                    adviesfunctie van de Wmo-adviesraad. Deze werkwijze laat echter
                                    voldoende ruimte om ook de coproducerende functie vorm te
                                    geven.</al></li><li nr="2."><al>In het kader van burgerparticipatie vraagt het college de
                                    Wmo-adviesraad om advies (reactieve beleidsvorming) over het
                                    gemeentelijk Wmo-beleid. De Wmo-adviesraad is ook gerechtigd uit
                                    eigen beweging advies uit te brengen aan het college
                                    (pro-actieve beleidsvorming).</al></li><li nr="3."><al>Het college vraagt de Wmo-adviesraad in ieder geval om advies
                                    bij de onder paragraaf artikel 13. genoemde
                                    beleidsterreinen.</al></li><li nr="4."><al>Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd, dat het van
                                    wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Dit houdt
                                    in ieder geval in dat de Wmo-adviesraad:</al><lijst><li nr="•"><al>bij nieuw beleid wordt betrokken bij het vaststellen van
                                            de hoofdlijnen van het beleid; </al></li><li nr="•"><al>bij evaluatie wordt betrokken bij het vaststellen van
                                            vragen die ten grondslag liggen aan evaluatie </al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het college maakt jaarlijks aan de hand van de beleidscyclus in
                                    overleg afspraken met de Wmoadviesraad over:</al><lijst><li nr="•"><al>de onderwerpen waarover de Wmo-adviesraad geconsulteerd
                                            wordt; </al></li><li nr="•"><al>de wijze en het moment waarop de Wmo-adviesraad in het
                                            beleidsvormingsproces wordt betrokken; </al></li><li nr="•"><al>het budget van de Wmo-adviesraad. </al></li></lijst></li><li nr="6."><al>In het geval het college in een voorstel aan de gemeenteraad
                                    afwijkt van het advies van de Wmoadviesraad, wordt dit bij het
                                    voorstel vermeld, waarbij tevens is aangegeven op welke gronden
                                    van het advies van de Wmo-adviesraad is afgeweken.</al></li><li nr="7."><al>Indien de Wmo-adviesraad meer informatie wenst over een bepaald
                                    onderwerp of collectief belang, kan zij deskundigen of
                                    aandachtsfunctionarissen (gemeente) uitnodigen bij één van haar
                                    bijeenkomsten. Hiervan zal vooral gebruik gemaakt worden als het
                                    gaat om pro-actieve beleidsvorming.</al></li><li nr="8."><al>Tussen de verantwoordelijke wethouder en de Wmo-adviesraad vindt
                                    minimaal twee maal per jaar een overleg plaats.</al></li><li nr="9."><al>Over de door de Wmo-adviesraad ingediende beleidsvoorstellen en
                                    –adviezen geeft de gemeente binnen vier weken een schriftelijke
                                    reactie aan de Wmo-adviesraad. Deze termijn kan met vier weken
                                    verlengd worden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>-Vergadering Wmo-adviesraad en leiding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen van de Wmo-adviesraad vinden minimaal 4 maal
                                    per jaar plaats.</al></li><li nr="2."><al>Bij verhindering of afwezigheid van de voorzitter wijst de
                                    Wmo-adviesraad een van zijn leden aan als tijdelijk voorzitter
                                    van de vergadering.</al></li><li nr="3."><al>gelet op het bepaalde in artikel 12 zijn de vergaderingen van de
                                    Wmo-adviesraad niet openbaar.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van het vorige lid kan de Wmo-adviesraad bepalen om
                                    – op verzoek van derden – bepaalde agendapunten wel openbaar te
                                    behandelen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>-Schriftelijke oproeping</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter van de Wmo-adviesraad roept de leden en eventuele
                                    genodigden, tot de vergadering op.</al></li><li nr="2."><al>De oproeping geschiedt door middel van een schriftelijke
                                    uitnodiging waarin de datum, het tijdstip van aanvang, de plaats
                                    van de vergadering en de agenda zijn vermeld. Eventuele bijlagen
                                    worden bij de agenda gevoegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>-Agenda</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De agenda voor de vergadering wordt door de voorzitter en de
                                    professionele ondersteuner in gezamenlijk overleg
                                    opgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Elk lid, alsmede de ambtenaar bedoeld in artikel 4 en de
                                    professionele ondersteuner als bedoeld in artikel 6, heeft het
                                    recht schriftelijk agendavoorstellen bij de voorzitter in te
                                    dienen.</al></li><li nr="3."><al>De agenda wordt ten minste één week voor de vergadering aan de
                                    leden en eventuele genodigden toegezonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>-Beslissing en advies</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergadering van de Wmo-adviesraad wordt niet geopend voordat
                                    meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                                    tegenwoordig is.</al></li><li nr="2."><al>Indien ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden
                                    geopend, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit
                                    artikel, opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten
                                    minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is
                                    gelegen.</al></li><li nr="3."><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
                                    niet van toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Alleen de leden van de Wmo-adviesraad hebben stemrecht.</al></li><li nr="5."><al>De leden van de Wmo-adviesraad stemmen zonder last.</al></li><li nr="6."><al>Indien over een voorstel geen stemming wordt gevraagd is het
                                    aangenomen.</al></li><li nr="7."><al>Stemmingen geschieden door middel van handopsteken, tenzij
                                    gestemd wordt over personen. In dat geval zal dit schriftelijk
                                    geschieden.</al></li><li nr="8."><al>Voor het totstandkomen van een beslissing bij stemming wordt de
                                    volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben
                                    uitgebracht.</al></li><li nr="9."><al>Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van
                                    stemmen het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende
                                    vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden
                                    heropend.</al></li><li nr="10."><al>Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een
                                    ingevolge het vorige lid opnieuw belegde vergadering, is het
                                    voorstel niet aangenomen.</al></li><li nr="11."><al>De adviezen van de Wmo-adviesraad aan het college worden gegeven
                                    overeenkomstig de mening van de meerderheid van de
                                    Wmo-adviesraad. Minderheidsstandpunten worden op verzoek in het
                                    voorstel of advies opgenomen.</al></li><li nr="12."><al>Indien door of namens het college is verzocht advies uit te
                                    brengen, geeft de Wmo-adviesraad hieraan zo spoedig mogelijk,
                                    doch in elk geval binnen drie weken gevolg.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>-Verslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De professionele ondersteuner stelt in samenwerking met de
                                    voorzitter van elke vergadering van de Wmo-adviesraad een
                                    verslag op. Dit verslag wordt in de eerstvolgende vergadering
                                    van de Wmoadviesraad ter vaststelling voorgelegd.</al></li><li nr="2."><al>Voorafgaande aan de vaststelling, bedoeld in het eerste lid,
                                    zendt de professionele ondersteuner het verslag aan de leden van
                                    de Wmo-adviesraad en aan het college.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>-FACILITEITEN EN VERGOEDINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>-Vergoedingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten die de Wmo-adviesraad redelijkerwijs moet maken voor
                                    de uitoefening van zijn taak komen ten laste van de
                                    gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Tot deze kosten kunnen mede worden gerekend de kosten van:</al><lijst><li nr="a."><al>bevordering van de deskundigheid van de leden;</al></li><li nr="b."><al>kinderopvang;</al></li><li nr="c."><al>reizen;</al></li><li nr="d."><al>raadplegen van deskundigen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De leden van de Adviesraad ontvangen voor hun werkzaamheden een
                                    onkostenvergoeding. De hoogte van deze vergoeding wordt door
                                    burgemeester en wethouders jaarlijks, na indexering,
                                    vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>-Verantwoording</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Wmo-adviesraad stelt jaarlijks vóór 1 april een financieel en
                                    inhoudelijk verslag op.</al></li><li nr="2."><al>Jaarlijks wordt in het burgerjaarverslag en/of een andere
                                    daartoe geëigende publicatie een paragraaf opgenomen over de
                                    wijze waarop vorm en inhoud is gegeven aan het recht op burger-
                                    en cliëntenparticipatie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>-SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>-Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist: </al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter van de Wmo-adviesraad, indien het de vergaderorde
                                    betreft;</al></li><li nr="2."><al>Het college, in overleg met de Wmo-adviesraad, over andere
                                    aangelegenheden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>-Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Verordening
                            Wmo-adviesraad’. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>- Aanpassing bestaande verordeningen</titel></kop><al>Op de datum van inwerkingtreding van deze verordening komt in de
                            Verordening klantenparticipatie Wet werk en bijstand, in werking
                            getreden 1 januari 2005, onder artikel 1 lid 2 sub a, het tekstgedeelte
                            “en de Wet voorzieningen gehandicapten” (WVG) te vervallen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>- Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2007. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de
                        gemeente</al><al/><al>Best d.d. 11 december 2006.</al></slotformulering><ondertekening>De raad voornoemd, </ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>ALGEMENE TOELICHTING WETTEKST WMO EN MEMORIE VAN TOELICHTING</titel></kop><al>Relevant in dit verband zijn de volgende bepalingen zoals opgenomen in de
                    wettekst Wmo en Memorie van Toelichting (MvT): </al><al/><al><vet>Artikel 3 - Plan gemeenteraad </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad stelt een of meer plannen vast, die richting geven aan
                            de door de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders te
                            nemen beslissingen betreffende maatschappelijke ondersteuning.</al></li><li nr="2."><al>De gemeenteraad stelt het plan telkens voor een periode van ten hoogste
                            vier jaren vast. Het plan kan tussentijds gewijzigd worden.</al></li><li nr="3."><al>Het plan bevat de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid
                            betreffende maatschappelijke ondersteuning.</al></li><li nr="4."><al>In het plan wordt in ieder geval aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>wat de gemeentelijke doelstellingen zijn op de verschillende in
                                    artikel 1, eerste lid, onder g, genoemde onderdelen van
                                    maatschappelijke ondersteuning;</al></li><li nr="b."><al>hoe het samenhangende beleid betreffende maatschappelijke
                                    ondersteuning zal worden uitgevoerd en welke acties in de door
                                    het plan bestreken periode zullen worden ondernomen;</al></li><li nr="c."><al>welke resultaten de gemeente in de door het plan bestreken
                                    periode wenst te behalen;</al></li><li nr="d."><al>welke maatregelen de gemeenteraad en het college van
                                    burgemeester en wethouders nemen om de kwaliteit te borgen van
                                    de wijze waarop de maatschappelijke ondersteuning wordt
                                    uitgevoerd;</al></li><li nr="e."><al>welke maatregelen de gemeenteraad en het college van
                                    burgemeester en wethouders nemen om voor degene aan wie
                                    maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1, eerste
                                    lid, onder g, onderdelen 2°, 5° en 6°, wordt verleend, de
                                    keuzevrijheid te bieden met betrekking tot de activiteiten van
                                    maatschappelijke ondersteuning;</al></li><li nr="f."><al>op welke wijze de gemeenteraad en het college van burgemeester
                                    en wethouders zich hebben vergewist van de behoeften van kleine
                                    doelgroepen.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 9 </vet></al><al>Het college van B en W publiceert jaarlijks voor 1 juli de uitkomsten van
                    onderzoek naar de tevredenheid van vragers over maatschappelijke ondersteuning
                    over de uitvoering van de wet, die verkregen zijn volgens een methode die na
                    overleg met representatieve organisaties op het gebied van maatschappelijke
                    ondersteuning tot stand is gekomen. </al><al/><al><vet>Artikel 11 </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het college van B en W betrekt de ingezetenen van de gemeente en in de
                            gemeente belanghebbende natuurlijke en rechtspersonen bij de
                            voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning,
                            op de wijze voorzien in de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet
                            vastgestelde verordening.</al></li><li nr="2."><al>Het college van B en W stelt ingezetenen van de gemeente en in de
                            gemeente belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen in de gelegenheid
                            zelfstandig voorstellen voor het beleid inzake maatschappelijke
                            ondersteuning te doen.</al></li><li nr="3."><al>Het college van B en W verschaft informatie die nodig is ter uitvoering
                            van het bepaalde in het eerste en tweede lid.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het eerste lid vergewist het college van B en W zich bij de
                            voorbereiding van het beleid tevens van de belangen en behoeften van
                            ingezetenen die hun belangen en behoeften niet goed </al><al>kenbaar kunnen maken.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 12 </vet></al><al>1.Alvorens een voordracht tot vaststelling door de gemeenteraad te doen vraagt
                    het college van B en W over het ontwerpplan advies aan de gezamenlijke
                    vertegenwoordigers van representatieve organisaties van de kant van vragers op
                    het gebied van maatschappelijke ondersteuning. Deze verplichting richt zich op
                    de ‘vragers’ van maatschappelijke ondersteuning en niet op organisaties
                    vanaanbieders. Bij ‘vragers’ gaat het niet alleen om mensen die een individuele
                    voorziening vragen, maar ook om (organisaties van) potentiële vragers. De
                    gemeente kan gemotiveerd zelf uitmaken wanneer zij een organisatie als
                    representatief beschouwt. (MvT). </al><al>2.Het college van B en W voegt bij de voordracht tot vaststelling door de
                    gemeenteraad tevens een motivering hoe met de belangen en behoeften van personen
                    als bedoeld in artikel 11, tweede lid, heeft gewogen.</al><al/><al>Gemeentewet </al><al/><al>In artikel 150 van de gemeentewet staat het volgende: </al><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt een verordening vast waarin regels worden gesteld met
                            betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en in de gemeente een belang
                            hebbende natuurlijke en rechtspersonen bij de voorbereiding van
                            gemeentelijk beleid worden betrokken.</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening worden ten minste geregeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de wijze waarop van de beleidsvoornemens waarop inspraak zal
                                    worden verleend, openbaar wordt kennis gegeven;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop ingezetenen en in de gemeente een belang
                                    hebbende natuurlijke en rechtspersonen in staat worden gesteld
                                    hun mening over de onder a. bedoelde beleidsvoornemens kenbaar
                                    te maken;</al></li><li nr="c."><al>de rapportering over de onder b. bedoelde inspraak en over de
                                    uitkomsten daarvan;</al></li><li nr="d."><al>de wijze waarop ingezetenen en in de gemeente een belang
                                    hebbende natuurlijke en rechtspersonen in de gelegenheid worden
                                    gesteld hun beklag te doen over de uitvoering van de
                                    verordening.</al></li></lijst></li></lijst></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel/></kop><al/><al><vet>TOELICHTING ARTIKELEN </vet></al><al>Het betreft hier geen artikelsgewijze toelichting, maar alleen een toelichting
                    op onderdelen. Overige artikelen behoeven geen toelichting. </al><al/><al><vet>Artikel 1. - Begrippen</vet></al><al>Bij de begripsomschrijvingen is aangesloten bij de begripsbepalingen uit de
                    Verordening voorzieningen </al><al>maatschappelijke ondersteuning en het gemeentelijk vrijwilligerswerkbeleid. </al><al/><al/><al><vet>Artikel 2. - Samenstelling</vet></al><al>Eerste lid </al><al>Het betreft hier op de eerste plaats de deelname van belangenorganisaties. Maar
                    ook andere vrijwilligersorganisaties die, gelet op hun werkzaamheden en/of
                    contacten met kwetsbare groepen van burgers c.q. vragers een zinvolle bijdrage
                    kunnen leveren aan het Wmo-beleid, kunnen deelnemen. In bijna alle gevallen gaat
                    het hier om vrijwilligersorganisaties die werkzaam zijn op het terrein van de
                    zorg. </al><al/><al>Tweede lid </al><al>Het betreft hier het al dan niet toelaten van organisaties. Op grond van artikel
                    12 van de Wmo moet het college van B en W over het ontwerp-beleidsplan advies
                    aan de gezamenlijke vertegenwoordigers van representatieve organisaties van de
                    kant van vragers op het gebied van maatschappelijke ondersteuning. De gemeente
                    kan gemotiveerd zelf uitmaken wanneer zij een organisatie als representatief
                    beschouwt. </al><al/><al/><al>Derde lid </al><al>Het gaat hier om een voorlopige samenstelling. In de praktijk wordt bekeken in
                    hoeverre een organisatie een zinvolle bijdrage op het (specifieke) Wmo-beleid
                    kan leveren worden en of dit consequenties heeft voor de samenstelling. </al><al>Een maximum stellen aan het aantal leden is van belang uit het oogpunt van een
                    werkbare situatie. </al><al>Vooralsnog gaat het om deelname van de volgende organisaties: </al><lijst><li nr="1."><al>Algemene Hulpdienst</al></li><li nr="2."><al>Gehandicaptenplatform (GPB)</al></li><li nr="3."><al>Islamitische Stichting</al></li><li nr="4."><al>Katholieke Bond van Ouderen (KBO)</al></li><li nr="5."><al>Philips Vereniging van Gepensioneerden Eindhoven e.o. (PVGE, afdeling
                            Best)</al></li><li nr="6."><al>Rode Kruis</al></li><li nr="7."><al>Vereniging van Ouders en Verwanten van mensen met een Verstandelijke
                            handicap (VOGG)</al></li><li nr="8."><al>Voedselbank</al></li><li nr="9."><al>Vrouwennetwerk</al></li><li nr="10."><al>Vrijwillige thuiszorg</al></li><li nr="11."><al>Algemene Nederlandse Gehandicapten Organisatie = ANGO (afdeling Kempen
                            Noord)</al></li><li nr="12."><al>Zonnebloem</al></li><li nr="13."><al>Vertegenwoordiging van Kerkelijke organisaties</al></li></lijst><al>Tijdelijk neemt ook een professioneel medewerker van de GGZ-Eindhoven deel,
                    totdat een kandidaat gevonden is die als vrijwilliger de belangen van de
                    cliënten van de GGZ kan behartigen. De GGZ heeft tot dat moment geen stemrecht. </al><al/><al>Zevende lid </al><al>Als de Wmo-Adviesraad te klein wordt, kan het uitbrengen van een voldragen
                    advies in gevaar komen. Vandaar dat de werkzaamheden van de Wmo-adviesraad
                    worden opgeschort tot het tijdstip dat hij minimaal zes leden telt. </al><al/><al/><al><vet>Artikel 8. - Doelstelling Wmo-adviesraad </vet></al><al>Hierdoor wordt de positie van (potentiële) vragers van voorzieningen van
                    maatschappelijke ondersteuning (Wmo-voorzieningen) in de gemeente Best
                    versterkt. Deze Wmo-adviesraad fungeert als centraal aanspreekpunt voor de
                    gemeente Best betreffende de vormgeving, monitoring en evaluatie </al><al>(specifieke onderdelen) van het gemeentelijk Wmo-beleid. </al><al/><al/><al><vet>Artikel 11. -Informatierecht</vet></al><al>Deze bepaling regelt het passieve informatierecht van de Wmo-adviesraad. Het is
                    vorm gegeven in een actieve informatieplicht van het college. Het college dient
                    uit eigen beweging te zorgen dat de Wmoadviesraad tijdig de nodige informatie
                    ontvangt die voor zijn functioneren noodzakelijk of dienstbaar is. </al><al>Naast dit passieve informatierecht bezit de Wmo-adviesraad ook een actief
                    informatierecht: hij kan zelf om bepaalde inlichtingen en/of gegevens vragen. </al><al>Het informatierecht omvat tevens het recht op ondersteuning bij het toegankelijk
                    maken van informatie, de bevordering van de deskundigheid van de leden van de
                    Wmo-adviesraad, waaronder wordt begrepen het bevorderen van kennis en inzicht,
                    het leren vergaderen en communiceren met de uitvoerders, het leren lezen van
                    beleidsnota's, het formuleren en onderbouwen van de adviezen, het planmatig
                    werken enz. </al><al/><al/><al><vet>Artikel 12. -Geheimhoudingsplicht</vet></al><al>Artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht luidt: </al><al>1.Eenieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan
                    en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke
                    karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit
                    hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift terzake vandie gegevens een
                    geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens,
                    behoudens voorzover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of
                    uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. </al><al>2.Het eerste lid is mede van toepassing op instellingen en daartoe behorende of
                    daarvoor werkzame personen die door een bestuursorgaan worden betrokken bij de
                    uitvoering van zijn taak, en op instellingen en daartoe behorende of daarvoor
                    werkzame personen die een bij of krachtens de wet toegekende taak
                    uitoefenen.</al><al>Omdat de mogelijkheid bestaat dat de Wmo-adviesraad kennis neemt van
                    vertrouwelijke informatie is het goed zich ervan rekenschap te geven dat hierop
                    de geheimhoudingsplicht van artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht rust.
                    Na vooraf verkregen schriftelijke toestemming van het college mag de </al><al>Wmo-adviesraad genoemde informatie aan derden verstrekken of publiek maken. </al><al/><al><vet>Artikel 13. - Beleidsterreinen</vet></al><al>Eerste lid </al><al>Het compensatiebeginsel geeft gemeenten de opdracht voorzieningen te treffen ter
                    compensatie van de beperkingen die hun burgers ondervinden in zelfredzaamheid en
                    de maatschappelijke participatie. Deze voorzieningen op het gebied van
                    maatschappelijke ondersteuning stellen burgers in staat om: </al><lijst><li nr="a."><al>een huishouden te voeren;</al></li><li nr="b."><al>zich te verplaatsen in en om de woning;</al></li><li nr="c."><al>zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel;</al></li><li nr="d."><al>medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te
                            gaan</al></li></lijst><al/><al>Tweede lid </al><al>Hiermee wordt hoofdzakelijk gedoeld op beleid met betrekking tot de
                    ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers. </al><al/><al>Derde lid </al><al>De exacte omschrijving van de prestatievelden is als volgt: </al><al>PV 3: het geven van informatie, advies en cliëntondersteuning; </al><al>PV 4: het ondersteunen van mantelzorgers daar onder begrepen steun bij het
                    vinden van adequate oplossingen indien zij hun taken tijdelijk niet kunnen
                    waarnemen, alsmede het ondersteunen van vrijwilligers; </al><al>PV5 het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en van het
                    zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch
                    probleem en van mensen met een psychosociaal probleem; </al><al>PV6. het verlenen van voorzieningen aan mensen met een beperking of een
                    chronisch psychisch probleem en aan mensen met een psychosociaal probleem ten
                    behoeve van het behouden en het bevorderen van hun zelfstandig functioneren of
                    hun deelname aan het maatschappelijke verkeer; </al><al>Onder mantelzorg wordt in de Wmo verstaan: langdurige zorg die niet in het kader
                    van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen
                    uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit
                    de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar
                    overstijgt; </al><al/><al>Vierde lid </al><al>De eventuele betrokkenheid van de Wmo-adviesraad bij het beleid op andere
                    prestatievelden c.q. beleidsterreinen blijft open. Dit hangt mede af van
                    samenwerking met andere initiatieven op het gebied van burgerparticipatie in
                    Best zoals de Adviesraad Sociale Voorzieningen in het kader van de Wet Werk en
                    Bijstand, Integrale wijkontwikkeling, de ‘Klankbordgroep Vrijwilligerswerk’ en
                    projecten als Handicapproof en Ouderenproof (in de gemeente bekend onder de
                    namen 'Samen door één deur is Best!' en 'Project 55 Plus Best'). </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>