<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR24187_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatregelen en handhaving WWB 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Infopagina 10-12-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatregelen en handhaving WWB 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Art. 7 lid 4 van de Wet werk en bijstand</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-11-06</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-05-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging van artikel(s): 17</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2008/69</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>N.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatregelen en handhaving WWB 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Uden;</al><al>gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van
                        14 augustus 2007;</al><al>gelet op artikel 8 eerste lid onder b, artikel 8a en artikel 18 tweede
                        lid van de Wet werk en bijstand en artikel 147 eerste lid van de
                        Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t</al><al>vast te stellen de </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>algemene bijstand : de bijstand bedoeld in artikel 5 onder b van
                                    de wet;</al></li><li nr="b."><al>benadelingsbedrag : het bedrag aan
                                        netto/<cursief>bruto</cursief> bijstand dat ten onrechte of
                                    tot een te hoog bedrag is verleend;</al></li><li nr="c."><al>bijstand : algemene en bijzondere bijstand;</al></li><li nr="d."><al>bijstandsnorm : de bijstandsnorm bedoeld in artikel 5 onder c
                                    van de wet;</al></li><li nr="e."><al>bijzondere bijstand : de bijstand bedoeld in artikel 5 onder d
                                    van de wet;</al></li><li nr="f."><al>College : het College van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Uden;</al></li><li nr="g."><al>inlichtingenplicht : de verplichtingen genoemd in artikel 17
                                    eerste, tweede en vierde lid van de wet en artikel 28 tweede lid
                                    en 29 eerste lid van de Wet Structuur Uitvoeringsorganisatie
                                    Werk en Inkomen (SUWI);</al></li><li nr="h."><al>langdurigheidstoeslag : de langdurigheidstoeslag bedoeld in
                                    artikel 5 onder e van de wet;</al></li><li nr="i."><al>maatregel : het verlagen van de bijstand op grond artikel 18
                                    tweede lid van de wet;</al></li><li nr="j."><al>wet : Wet werk en bijstand (WWB).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Het opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als de belanghebbende naar het oordeel van het College
                                tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening
                                in het bestaan betoont dan wel de uit de wet of de artikelen 28
                                tweede lid of artikel 29 eerste lid van de Wet SUWI voortvloeiende
                                verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het
                                zich jegens het College of derden zeer ernstig misdragen, wordt
                                overeenkomstig deze verordening een maatregel opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
                                waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de
                                omstandigheden waarin hij verkeert.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Berekeningsgrondslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maatregel wordt toegepast op de algemene bijstand (inclusief de
                                verhoging of verlaging van de bijstandsnorm als bedoeld in artikel
                                30 eerste lid van de wet).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de maatregel ook worden
                                toegepast op de bijzondere bijstand of de langdurigheidstoeslag
                                als:</al><lijst><li nr="a."><al>aan belanghebbende bijzondere bijstand wordt verleend met
                                        toepassing van artikel 12 van de wet of</al></li><li nr="b."><al>de verwijtbare gedraging van belanghebbende, in relatie met
                                        zijn recht op bijzondere bijstand of de
                                        langdurigheidstoeslag, daartoe aanleiding geeft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verlaging kan niet meer bedragen dan de bijstand waarop de
                                belanghebbende recht zou hebben gehad gedurende de periode waarop de
                                verlaging betrekking heeft, als er geen grond voor verlaging zou
                                zijn geweest.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Het besluit</titel></kop><al>In het besluit tot het opleggen van een maatregel worden in ieder geval
                            vermeld: de reden van de maatregel, de duur van de maatregel, het
                            percentage waarmee de bijstand wordt verlaagd en, mits van toepassing,
                            de reden om af te wijken van een standaardmaatregel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Horen van belanghebbende</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat een maatregel wordt opgelegd wordt de belanghebbende in de
                                gelegenheid gesteld om zijn zienswijze naar voren te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten als:</al><lijst><li nr="a."><al>de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld
                                        zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen
                                        nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan;</al></li><li nr="b."><al>de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het
                                        College, of van een derde aan wie het College met toepassing
                                        van artikel 7 van de wet werkzaamheden in het kader van de
                                        wet heeft uitbesteed, om binnen een gestelde termijn te
                                        voldoen aan de inlichtingenplicht.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Afzien van het opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College ziet af van het opleggen van een maatregel als:</al><lijst><li nr="a."><al>elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt of</al></li><li nr="b."><al>de gedraging meer dan een jaar vóór constatering van die
                                        gedraging door het College heeft plaatsgevonden, tenzij de
                                        gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en
                                        als gevolg van die gedraging ten onrechte bijstand is
                                        verleend. Een maatregel wegens schending van de
                                        inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop van vijf
                                        jaren nadat de betreffende gedraging heeft
                                        plaatsgevonden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College kan afzien van het opleggen van een maatregel als het
                                daarvoor dringende redenen aanwezig acht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als het College afziet van het opleggen van een maatregel op grond
                                van dringende redenen wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk
                                mededeling gedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Ingangsdatum en tijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerstvolgende
                                kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het
                                opleggen van de maatregel aan de belanghebbende is bekendgemaakt.
                                Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende algemene
                                bijstand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid wordt de maatregel met terugwerkende
                                kracht opgelegd, als de bijstand of de langdurigheidstoeslag nog
                                niet is uitbetaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De maatregel gaat niet in voordat de gedraging voor het eerst heeft
                                plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als een belanghebbende kennis heeft kunnen nemen van het opleggen
                                van een maatregel, maar de bijstand wordt beëindigd voordat de
                                maatregel kan worden toegepast, wordt deze opgeschort en alsnog
                                toegepast als binnen 6 maanden opnieuw bijstand wordt
                                verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als een belanghebbende kennis heeft kunnen nemen van het opleggen
                                van een maatregel, maar de bijstand wordt beëindigd voordat de
                                gehele periode van de maatregel is verstreken, wordt de resterende
                                periode van de maatregel opgeschort en alsnog toegepast als binnen 6
                                maanden opnieuw bijstand wordt verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Samenloop van gedragingen</titel></kop><al>Als een belanghebbende zich tegelijkertijd schuldig maakt aan
                            verschillende gedragingen als genoemd in artikel 2 eerste lid wordt voor
                            het bepalen van de hoogte en duur van de maatregel uitgegaan van de
                            gedraging waarop de zwaarste maatregel is gesteld. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen of
                            behouden van algemeen geaccepteerde arbeid of een traject gericht op het
                            verkrijgen van betaalde arbeid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Categorieën</titel></kop><al>Gedragingen waardoor de verplichting op grond van artikel 9 van de wet
                            niet of onvoldoende is nagekomen worden onderscheiden in de volgende
                            categorieën:</al><lijst><li nr="1."><al>Eerste categorie:</al><al>het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij de Centrale
                            organisatie werk en inkomen of het niet tijdig laten verlengen van de
                            registratie.</al></li><li nr="2."><al>Tweede categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde
                                            arbeid te verkrijgen;</al></li><li nr="b."><al>het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een
                                            onderzoek naar de mogelijkheden tot
                                            arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Derde categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>gedragingen die de inschakeling in de arbeid
                                            belemmeren;</al></li><li nr="b."><al>het onvoldoende meewerken aan een voorziening gericht op
                                            arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Vierde categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde
                                                <cursief>(</cursief>deeltijd-)arbeid;</al></li><li nr="b."><al>het door eigen toedoen niet behouden van algemeen
                                            geaccepteerde (deeltijd-)arbeid;</al></li><li nr="c."><al>het niet meewerken aan een voorziening gericht op
                                            arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Hoogte en duur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2 tweede lid wordt de maatregel vastgesteld
                                op:</al><lijst><li nr="a."><al>tien procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij
                                        gedragingen van de eerste categorie;</al></li><li nr="b."><al>twintig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij
                                        gedragingen van de tweede categorie;</al></li><li nr="c."><al>vijftig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij
                                        gedragingen van de derde categorie;</al></li><li nr="d."><al>honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij
                                        gedragingen van de vierde categorie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt
                                verdubbeld als de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na
                                bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd
                                opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of
                                hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd
                                wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
                                dringende redenen bedoeld in artikel 6 tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het percentage van de maatregel als bedoeld in het eerste lid onder
                                a, b en c wordt verdubbeld als de belanghebbende zich binnen 12
                                maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is
                                opgelegd als bedoeld in het tweede lid opnieuw schuldig maakt aan
                                een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. De duur
                                van de maatregel wordt vastgesteld op drie maanden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid onder d wordt
                                vastgesteld op drie maanden als de belanghebbende zich binnen 12
                                maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is
                                opgelegd als bedoeld in het tweede lid opnieuw schuldig maakt aan
                                een verwijtbare gedraging van de vierde categorie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De bijstand wordt beëindigd als de belanghebbende zich, nadat
                                achtereenvolgens een maatregel is opgelegd als bedoeld in het eerste
                                lid onder d, het tweede lid en het vierde lid, binnen 12 maanden na
                                bekendmaking van het besluit als bedoeld in het eerste lid opnieuw
                                schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van de vierde
                                categorie.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Niet nakomen van de inlichtingenplicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Te laat verstrekken van gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een belanghebbende de inlichtingenplicht niet is nagekomen door
                                informatie die van belang is voor de verlening van bijstand of de
                                voortzetting daarvan niet binnen een week te verstrekken wordt een
                                maatregel opgelegd van vijf procent van de bijstandsnorm gedurende
                                een maand, dit onverminderd artikel 2 tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De duur van de maatregel wordt verdubbeld als de belanghebbende zich
                                binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een
                                maatregel is opgelegd opnieuw schuldig maakt aan de zelfde als
                                verwijtbaar aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee een
                                maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af
                                te zien op grond van dringende redenen bedoeld in artikel 6 tweede
                                lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van het opleggen van een maatregel kan worden afgezien en volstaan
                                kan worden met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij
                                het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt
                                binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop
                                aan de belanghebbende eerder een schriftelijke waarschuwing is
                                gegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen voor de
                                bijstand</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als het niet of niet behoorlijk nakomen van de
                                    inlichtingenplicht heeft geleid tot het ten onrechte of tot een
                                    te hoog bedrag verlenen van bijstand bedraagt de maatregel,
                                    onverminderd artikel 2 tweede lid, als het netto
                                    benadelingsbedrag:</al><lijst><li nr="-"><al>minder is dan € 500,00: tien procent van de bijstandsnorm;</al></li><li nr="-"><al>meer is dan € 500,00 en minder is dan € 1.000,00: twintig
                                    procent van de bijstandsnorm;</al></li><li nr="-"><al>meer is dan € 1.000,00 en minder is dan € 2.500,00: vijftig
                                    procent van de bijstandsnorm;</al></li><li nr="-"><al>meer is dan € 2.500,00: 100% van de bijstandsnorm;</al></li></lijst><al>gedurende een maand.</al></li><li nr="2."><al>De duur van de maatregel wordt verdubbeld als de belanghebbende zich
                            binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een
                            maatregel is opgelegd opnieuw schuldig maakt aan een gedraging als
                            bedoeld in het eerste lid. Met een besluit waarmee een maatregel is
                            opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond
                            van dringende redenen bedoeld in artikel 6 tweede lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Onjuiste of onvolledige inlichtingen zonder gevolgen voor de
                                bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht
                                niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag
                                verlenen van bijstand bedraagt de maatregel, onverminderd artikel 2
                                tweede lid, vijf procent van de bijstandsnorm gedurende een
                                maand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de maatregel wordt verdubbeld als de belanghebbende
                                zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij
                                een maatregel is opgelegd opnieuw schuldig maakt aan de zelfde als
                                verwijtbaar aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee een
                                maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af
                                te zien op grond van dringende redenen bedoeld in artikel 6 tweede
                                lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van het opleggen van een maatregel bedoeld in het eerste lid kan
                                worden afgezien en volstaan kan worden met het geven van een
                                schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk
                                nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee
                                jaar te rekenen vanaf de datum waarop aan de belanghebbende eerder
                                een schriftelijke waarschuwing is gegeven.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Overige gedragingen die leiden tot een maatregel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een belanghebbende een tekortschietend besef van
                                verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft
                                betoond als bedoeld in artikel 18 tweede lid van de wet wordt een
                                maatregel opgelegd die wordt afgestemd op de periode dat de
                                belanghebbende als gevolg van zijn gedraging tot een hoger bedrag,
                                eerder of langer recht heeft op bijstand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2 tweede lid wordt de duur van de maatregel
                                bepaald op de periode dat tot een hoger bedrag, eerder of langer een
                                beroep op bijstand wordt gedaan met een maximum van twaalf
                                maanden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een belanghebbende een aan de bijstand verbonden bijzondere
                                voorwaarde niet is nagekomen wordt gedurende een maand een maatregel
                                opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2 tweede lid wordt de in de vorige leden
                                bedoelde maatregel vastgesteld op twintig procent van de
                                bijstandsnorm.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Misdragingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een belanghebbende zich misdraagt tegenover het College of
                                zijn ambtenaren of medewerkers van andere organisaties die zich in
                                opdracht van het College bezig houden met de uitvoering van de wet,
                                onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de
                                uitvoering van de wet als bedoeld in artikel 18 tweede lid van de
                                wet, wordt onverminderd artikel 2 tweede lid, met hantering van het
                                agressieprotocol gemeente Uden, een waarschuwingsbrief verzonden,
                                eventueel vergezeld van een uitnodiging voor een ordegesprek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het
                                College of zijn ambtenaren of medewerkers van andere organisaties
                                die zich in opdracht van het College bezig houden met de uitvoering
                                van de wet, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met
                                de uitvoering van de wet als bedoeld in artikel 18 tweede lid van de
                                wet, wordt onverminderd artikel 2 tweede lid een maatregel opgelegd
                                van tenminste:</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>tien procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij verbaal
                                geweld;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>dertig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij
                                discriminatie;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>twintig procent van de bijstandsnorm gedurende twee maanden bij
                                intimidatie;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>veertig procent van de bijstandsnorm gedurende twee maanden bij
                                zaakgericht fysiek geweld;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>dertig procent van de bijstandsnorm gedurende drie maanden bij
                                mensgericht fysiek geweld;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>vijftig procent van de bijstandsnorm gedurende drie maanden bij een
                                combinatie van zaakgericht en mensgericht fysiek geweld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Voorkomen en bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Handhaving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College draagt zorg voor een uitvoeringsbeleid en –organisatie
                                die gericht zijn op het zo veel mogelijk voorkomen en bestrijden van
                                misbruik en oneigenlijk gebruik, en het wegnemen van de gevolgen van
                                geconstateerd misbruik en oneigenlijk gebruik. Daartoe behoren in
                                ieder geval:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het verstrekken van informatie over de verplichtingen die aan een
                                uitkering verbonden zijn;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het controleren op de naleving van deze verplichtingen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het gebruik maken van de bevoegdheid tot terugvordering van te veel
                                of ten onrechte betaalde bijstand;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het opleggen van maatregelen als bedoeld in de artikelen 11, 12 en
                                13 van deze verordening;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>het doen van aangifte van een vermoeden van bijstandsfraude bij het
                                Openbaar Ministerie als er sprake is van het niet of onvoldoende
                                nakomen van de inlichtingenplicht leidend tot een bruto
                                benadelingsbedrag van € 6.000,00 of meer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Raad bepaalt de onderwerpen waarover het College aan hem verslag
                                uitbrengt. Daartoe behoren in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal gevallen waarin bijstand ten onrechte of tot een
                                        te hoog bedrag is verleend;</al></li><li nr="b."><al>het aantal gevallen waarin is besloten tot
                                        terugvordering;</al></li><li nr="c."><al>het aantal opgelegde maatregelen in verband met misbruik en
                                        oneigenlijk gebruik;</al></li><li nr="d."><al>het aantal gevallen waarin aangifte bij het Openbaar
                                        Ministerie is gedaan.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Uitsluitingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>SVB 65-plus</titel></kop><al><cursief>Deze verordening is niet van toepassing op de belanghebbende
                                van 65 jaar of ouder die op grond van de regeling
                                ‘mandaatverstrekking, machtiging en volmachtverlening aan de SVB’
                                van 26 augustus 2008 een uitkering ingevolge de wet ontvangt. Op
                                diegene is het maatregelenbeleid van de SVB (Staatscourant 2006,
                                121) van toepassing.</cursief></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><al>Het College kan binnen de aangegeven kaders (aanvullende) beleidsregels
                            vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Intrekking oude verordening en overgangsmaatregel</titel></kop><al>De Verordening maatregelen en handhaving WWB wordt ingetrokken, met dien
                            verstande dat zij voor gedragingen die zich vóór 1 oktober 2007 hebben
                            voorgedaan haar werking behoudt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt op de derde dag na die van bekendmaking in
                            werking en werkt terug tot en met 1 oktober 2007.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatregelen en
                            handhaving WWB 2007.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 27 september 2007.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier de burgemeester</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Inhoudsopgave</vet><onderstreept>Bladzijde</onderstreept></al><al>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen 1</al><al>Artikel 1. Begripsomschrijving 1</al><al>Artikel 2. Het opleggen van een maatregel 1</al><al>Artikel 3. Berekeningsgrondslag 2</al><al>Artikel 4. Het besluit 2</al><al>Artikel 5. Horen van belanghebbende 2</al><al>Artikel 6. Afzien van het opleggen van een maatregel 2</al><al>Artikel 7. Ingangsdatum en tijdvak 2</al><al>Artikel 8. Samenloop van gedragingen 3</al><al>Hoofdstuk 2. Geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen
                            of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid of een traject gericht op
                            het verkrijgen van betaalde arbeid 3</al><al>Artikel 9. Categorieën 3</al><al>Artikel 10. Hoogte en duur 3</al><al>Hoofdstuk 3. Niet nakomen van de inlichtingenplicht 4</al><al>Artikel 11. Te laat verstrekken van gegevens 4</al><al>Artikel 12. Onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen voor de
                            bijstand 4</al><al>Artikel 13. Onjuiste of onvolledige inlichtingen zonder gevolgen voor de
                            bijstand 4</al><al>Hoofdstuk 4. Overige gedragingen die leiden tot een maatregel 5</al><al>Artikel 14. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid 5</al><al>Artikel 15. Misdragingen 5</al><al>Hoofdstuk 5. Voorkomen en bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik
                            5</al><al>Artikel 16. Handhaving 5</al><al>Hoofdstuk 6. Slotbepalingen 6</al><al>Artikel 17. Beleidsregels 6</al><al>Artikel 18. Intrekking oude verordening en overgangsmaatregel 6</al><al>Artikel 19. Inwerkingtreding 6</al><al>Artikel 20. Citeertitel 6</al><al>Toelichting Verordening maatregelen en handhaving WWB 2007 1</al><al>Artikelsgewijze toelichting (voor zover gewijzigd) 1</al><al>Artikel 7. Ingangsdatum en tijdvak 1</al><al>Artikelen 9. en 10. Categorieën en hoogte en duur van de maatregel
                            1</al><al>Artikel 12. Onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen voor de
                            bijstand 1</al><al>Artikel 14. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid 1</al><al>Artikel 15. Misdragingen 1</al><al>Artikel 17. Beleidsregels 1</al><al/><tussenkop>De beleidsregels van de SVB hebben geen betrekking op de plicht tot
                    arbeidsinschakeling, omdat die niet geldt voor 65-plussers. Deze verordening
                    blijft dus wel gelden voor de partner jonger dan 65 jaar die zonder geldige
                    reden niet aan de opgelegde arbeidsverplichtingen voldoet. Paragraaf 4 van
                    Bijlage 1 ‘SVB Beleidsregels inzake het opleggen van een maatregel ingevolge de
                    WWB’ voorziet hierin.</tussenkop><tussenkop>Artikel 18. Beleidsregels</tussenkop><al>De maatregelwaardige gedragingen zijn in hoofdlijnen vastgelegd. Dit artikel
                    geeft het College de bevoegdheid om te bepalen welk soort gedragingen onder de
                    algemeen omschreven aanduidingen vallen.</al><al>A.Toepassingsregister</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="19*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="24*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Jaartal-</al><al><vet>Volgnr.</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Onderwerp</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet><onderstreept>V</onderstreept></vet><vet>aststelling</vet></al><al><vet><onderstreept>B</onderstreept></vet><vet>ekendm</vet><vet>a</vet><vet>king</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Inwerkingtreding </vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>Voorbe-reidings-afdeling</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2007-</al></entry><entry colname="col2"><al>Verordening maatregelen en handhaving WWB 2007</al></entry><entry colname="col3"><al><onderstreept>V</onderstreept></al><al><onderstreept>B</onderstreept></al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>PZSJ</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>B.Supplementenregister</al><table><tgroup cols="6"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="11*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="24*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="15*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="11*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="25*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Jaartal-Volgnr.</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Onderwerp </vet><vet> besluit B(&amp;W)</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet><onderstreept>V</onderstreept></vet><vet>aststelling
                                                </vet><vet><onderstreept>B</onderstreept></vet><vet>ekendm</vet><vet>a</vet><vet>king</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Inwe</vet><vet>r</vet><vet>king-treding</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>Wijziging en/of
                                        aanvu</vet><vet>l</vet><vet>ling:</vet></al></entry><entry colname="col6"><al><vet>Aangeduid met:</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-Nieuw!</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al><onderstreept>V</onderstreept></al><al><onderstreept>B</onderstreept></al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Versie 1. 20 juli 2005</al></bijlage><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting Verordening maatregelen en handhaving WWB 2007</tussenkop><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting (voor zover gewijzigd)</tussenkop><tussenkop>Artikel 7. Ingangsdatum en tijdvak</tussenkop><al>Een maatregel wordt opgelegd als de belanghebbende de aan de bijstand verbonden
                    voorwaarden onvoldoende of niet is nagekomen. Een maatregel heeft, als de
                    bijstand wordt beëindigd voordat deze (geheel) kan worden geëffectueerd,
                    materieel geen of onvoldoende effect. Hierin voorzien de leden 4 en 5 van dit
                    artikel.</al><tussenkop>Artikelen 9. en 10. Categorieën en hoogte en duur van de
                    maatregel</tussenkop><al>Het onderscheid in categorieën naar het verkrijgen, aanvaarden of behouden van
                    betaald werk enerzijds en het onvoldoende of niet meewerken aan in het kader van
                    reïntegratie aangeboden voorzieningen anderzijds is komen te vervallen. Beiden
                    zijn immers gericht op het (op termijn) uitstromen uit de bijstand, zodat er
                    geen aanleiding is om onderscheid te maken in de ernst van het feit en de mate
                    van verwijtbaarheid.</al><al>De ‘oude’ verordening voorzag in een eerste maatregel en - zonodig - een tweede
                    maatregel bij recidive. In de praktijk is gebleken dat, met name als sprake is
                    van ‘niet-willers’, ook een tweede maatregel niet altijd tot de gewenste
                    gedragsverandering leidt. In die gevallen werd de maatregel ad hoc vastgesteld
                    op basis van artikel 2 tweede lid van de verordening. Met het bij verordening
                    vaststellen van een derde maatregel is in deze onvolkomenheid voorzien. Nieuw is
                    ook de bepaling dat in het uiterste geval de bijstand kan worden beëindigd als
                    geen enkele maatregel het gewenste effect sorteert.</al><tussenkop>Artikel 12. Onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen voor de
                    bijstand</tussenkop><al>In tegenstelling tot de ‘oude’ verordening is de hoogte van de maatregel
                    afgestemd op de mate waarin ten onrechte of een te hoog bedrag bijstand is
                    verleend. Hiermee wordt meer recht gedaan aan het uitgangspunt dat een maatregel
                    wordt afgestemd op de ernst van de gedraging.</al><al>De bepaling dat de maatregel in afwijking van artikel 7 eerste lid van de
                    verordening wordt toegepast gedurende de periode dat de gedraging heeft
                    plaatsgevonden is komen te vervallen.</al><al>Bij recidive wordt nu de duur in plaats van de hoogte van de maatregel
                    verdubbeld.</al><tussenkop>Artikel 14. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid</tussenkop><al>De duur van de maatregel is bepaal op maximaal 12 maanden. Hiermee wordt
                    voorkomen dat de belanghebbende onverantwoord lang op een inkomen van 80% van de
                    bijstandsnorm is aangewezen.</al><tussenkop>Artikel 15. Misdragingen</tussenkop><al>Een maatregel wegens misdragingen tegenover het College of zijn ambtenaren is
                    ook gerechtvaardigd bij misdragingen tegenover medewerkers van andere
                    organisaties, die zich in opdracht van het College bezig houden met de
                    uitvoering van de wet, zoals reïntegratiebedrijven.</al><tussenkop>Artikel 17</tussenkop></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>