<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR24117_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de raadscommissies gemeente Zwartewaterland 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwartewaterland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwartewaterland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening raadscommissies 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-06-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-07-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-10-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de raadscommissies gemeente Zwartewaterland 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><tekst><al><vet>Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>lid: lid van een raadscommissie;</al></li><li nr="b."><al>voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens
                                vervanger;</al></li><li nr="c."><al>commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens
                                vervanger; </al></li><li nr="d."><al>griffier: griffier van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="e."><al>vergadering: vergadering van een raadscommissie.</al><lijst><li nr=""><al><vet>Hoofdstuk 2 Instelling, taken en
                                        samenstelling</vet></al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 2 Instelling raadscommissies</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt de volgende raadscommissies in:</al><lijst><li nr="a."><al>de commissie samenleving;</al></li><li nr="b."><al>de commissie grondgebied.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De raadscommissie samenleving adviseert en overlegt over onderwerpen
                                op het gebied van:</al><lijst><li nr="a."><al>publieke dienstverlening;</al></li><li nr="b."><al>openbare orde en veiligheid, waaronder de brandweer</al></li><li nr="c."><al>welzijn, cultuur en sport;</al></li><li nr="d."><al>sociale zaken en arbeidszaken;</al></li><li nr="e."><al>facilitaire zaken;</al></li><li nr="f."><al>personeel en organisatie;</al></li><li nr="g."><al>financiën;</al></li><li nr="h."><al>leefbaarheid;</al></li><li nr="i."><al>regiozaken;</al></li><li nr="j."><al>onderwijs.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De raadscommissie grondgebied adviseert en overlegt over onderwerpen
                                op het gebied van:</al><lijst><li nr="a."><al>beheer openbare ruimte;</al></li><li nr="b."><al>grondbeleid;</al></li><li nr="c."><al>ruimtelijke ordening;</al></li><li nr="d."><al>milieu en afval;</al></li><li nr="e."><al>verkeer, bereikbaarheid en openbaar vervoer;</al></li><li nr="f."><al>economisch beleid en bedrijfslocaties;</al></li><li nr="g."><al>volkshuisvesting;</al></li><li nr="h."><al>monumentenzorg;</al></li><li nr="i."><al>toerisme en recreatie.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt een
                                gezamenlijke vergadering van de raadscommissie belegd, tenzij de
                                agendacommissie beslist dat het onderwerp in de afzonderlijke
                                raadscommissies besproken dient te worden of in de raadscommissie
                                die het onderwerp het meest aangaat.</al></li><li nr="5."><al>Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt
                                belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die het
                                onderwerp het meest aangaat, de taken van de voorzitter.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 3 Taken</vet></al><al>Een raadscommissie heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="1."><al>het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of onderwerp
                                dat betrekking heeft op een aan de raadscommissie toegewezen
                                onderwerp waarover de raad een besluit moet nemen;</al></li><li nr="2."><al>het uitbrengen van advies aan de raad uit eigen beweging;</al></li><li nr="3."><al>voeren van overleg met het college of de burgemeester over door het
                                college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde
                                bestuur ten aanzien van de aan de raadscommissie toegewezen
                                onderwerpen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 4 Samenstelling / besluitvorming</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een raadscommissie bestaat uit tenminste één en maximaal twee leden
                                van elk van de in de gemeenteraad vertegenwoordigde fracties.</al></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid genoemde leden worden door de raad op
                                voordracht van de fracties benoemd.</al></li><li nr="3."><al>De fractie, waaruit de voorzitter van de commissie is benoemd, heeft
                                het recht naast de voorzitter met twee leden vertegenwoordigd te
                                zijn.</al></li><li nr="4."><al>Een lid kan zowel raadslid als niet-raadslid zijn. De artikelen 10,
                                11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige
                                toepassing op een lid van een raadscommissie.</al></li><li nr="5."><al>De raad benoemt op voordracht van een fractie voor iedere
                                raadscommissie tenminste een plaatsvervangend lid per fractie, die
                                zitting in een raadscommissie heeft bij verhindering of ontstentenis
                                van een lid als bedoeld in het eerste lid. Het plaatsvervangend lid
                                voldoet aan de in het derde lid, genoemde vereisten.</al></li><li nr="6."><al>Elke fractie heeft per onderwerp van de agenda één fractielid als
                                woordvoerder. In incidentele gevallen kan een fractielid, niet
                                zijnde een commissielid als woordvoerder van de fractie optreden. In
                                dat geval wordt dit vóór de vergadering aan de voorzitter
                                gemeld.</al></li><li nr="7."><al>In afwijking van lid 6 van dit artikel kan een commissielid, niet
                                zijnde een raadslid, alleen woordvoerder zijn in de raadscommissie,
                                waarin hij is benoemd.</al></li><li nr="8."><al>Elke fractie heeft één stem.</al></li><li nr="9."><al>Besluiten worden genomen met meerderheid van stemmen. Indien de
                                stemmen staken, is het voorstel verworpen.</al></li><li nr="10."><al>Een lid dat tot wethouder wordt gekozen is geen lid meer van de
                                raadscommissie.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 5 Eed of verklaring</vet></al><al>Om hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de commissieleden en
                        plaatsvervangend commissieleden in de vergadering van de raad, de volgende
                        eed (verklaring en belofte) af:</al><al>"Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot (plaatsvervangend) commissielid benoemd
                        te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk
                        voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.</al><al>Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te
                        laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb
                        aangenomen of zal aannemen.</al><al>Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten
                        zal nakomen en dat ik mijn plichten als (plaatsvervangend) commissielid naar
                        eer en geweten zal vervullen.</al><al>Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!"</al><al>(Dat verklaar en beloof ik!")</al><al><vet>Artikel 6 Voorzitter</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn
                                midden benoemd.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter is belast met:</al><lijst><li nr="a."><al>het leiden van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>het handhaven van de orde van de vergadering;</al></li><li nr="c."><al>het doen naleven van deze verordening;</al></li><li nr="d."><al>hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet>Artikel 7 Zittingsduur en vacatures</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun
                                plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de
                                zittingsperiode van de raad.</al></li><li nr="2."><al>Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een
                                raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4,
                                vierde lid, gestelde eisen.</al></li><li nr="3."><al>De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens
                                voordracht het lid is benoemd. </al></li><li nr="4."><al>De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.</al></li><li nr="5."><al>Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde
                                ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad.
                                Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of
                                zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.</al></li><li nr="6."><al>Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
                                raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming
                                van artikel 4 en 5.</al></li><li nr="7."><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
                                vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die
                                fractie is benoemd, van rechtswege.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 8 Griffier en commissiegriffier</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Ter ondersteuning van iedere raadscommissie fungeert een medewerker
                                van de griffie als commissiegriffier. </al></li><li nr="2."><al>De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig.</al></li><li nr="3."><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een
                                daartoe door de griffier aangewezen vervanger.</al></li><li nr="4."><al>De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn.</al></li></lijst><al><vet>Hoofdstuk 3 Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</vet></al><al><vet>Artikel 9 Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter kan de burgemeester of één of meer wethouders
                                uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en aan de
                                beraadslaging deel te nemen. </al></li><li nr="2."><al>Indien de burgemeester of een wethouder bij een vergadering aanwezig
                                wil zijn en wil deelnemen aan de beraadslagingen, doet hij hiertoe
                                een verzoek aan de voorzitter.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter neemt zo spoedig mogelijk een voorlopige beslissing op
                                het verzoek.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter van de raadscommissie kan het college verzoeken de
                                secretaris aanwezig te laten zijn. De secretaris kan in de
                                vergadering vragen beantwoorden en of een toelichting geven.</al></li><li nr="5."><al>De raadscommissie beslist bij aanvang van de vergadering over
                                deelname van de in de leden 1 en 4 genoemde personen aan de
                                vergadering. </al></li></lijst><al><vet>Hoofdstuk 4 Vergaderingen</vet></al><al><cursief>Paragraaf 1 </cursief><cursief> Tijdstip van vergaderen en
                            voorbereidingen</cursief></al><al><vet>Artikel 10 Vergaderfrequentie </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De commissies vergaderen volgens een jaarlijks vast te stellen
                                vergaderschema en in de regel op elke 2<sup>e</sup> donderdag van de
                                maand.</al></li><li nr="2."><al>De vergaderingen van de raadscommissies vangen in de regel aan om
                                19.30 uur, eindigen niet later dan 22.30 uur en vinden plaats in het
                                gemeentehuis van Zwartewaterland te Hasselt. Is de vergaderduur
                                bijna verstreken dan worden, op voorstel van de voorzitter, alleen
                                nog afspraken gemaakt over de wijze van afhandeling van het lopend
                                agendapunt en de resterende agendapunten.</al></li><li nr="3."><al>Een raadscommissie vergadert voorts indien de agendacommissie het
                                nodig acht of indien tenminste vier leden van raadscommissie
                                schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken. In het
                                laatstbedoelde geval belegt de agendacommissie binnen veertien
                                dagen, nadat dit verzoek schriftelijk ter kennis is gebracht van de
                                agendacommissie, een vergadering van de raadscommissie.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of
                                aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                voert hierover overleg met de agendacommissie.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 11 Agendacommissie</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Er is een agendacommissie.</al></li><li nr="2."><al>De agendacommissie bestaat uit de voorzitters en plaatsvervangend
                                voorzitters van de raadscommissies en worden door de raad benoemd.
                                De voorzitter van de raad kan de vergaderingen van de
                                agendacommissie bijwonen.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de leden van de
                                agendacommissie uit hun midden benoemd.</al></li><li nr="4."><al>Bij afwezigheid van een voorzitter van de raadscommissie in een
                                vergadering van de</al></li></lijst><al>agendacommissie wordt hij vervangen door de plaatsvervangend voorzitter van
                        de</al><al>commissie</al><lijst><li nr="5."><al>De agendacommissie heeft tot taak:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorbereiden van de agenda’s de raadscommissies en
                                        informatiecommissies;</al></li><li nr="b."><al>het opstellen van een vergaderrooster voor de raad, de
                                        raadscommissies en informatiecommissies en over de in de
                                        informatiecommissies te behandelen onderwerpen;</al></li><li nr="c."><al>het adviseren van het presidium over de werkwijze van de
                                        raad en de raadscommissies;</al></li><li nr="d."><al>het doen van procedurevoorstellen aan het presidium;</al></li><li nr="e."><al>het rapporteren aan het presidium over:</al><lijst><li nr="1."><al>de voortgangsbewaking van door de raad
                                                aangenomenmoties, toezeggingen, schriftelijke vragen
                                                en dergelijke;</al></li><li nr="2."><al>de bewaking van de raadsplanning;</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="6."><al>De agendacommissie wordt bijgestaan door de griffier</al></li><li nr="7."><al>De voorzitter van de agendacommissie kan voorstellen de
                                gemeentesecretaris uit te nodigen voor een vergadering van de
                                agendacommissie.</al></li><li nr="8."><al>De leden van de agendacommissie hebben elk één stem in de
                                agendacommissie.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 12 Oproep</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter zendt ten minste tien dagen voor een vergadering de
                                leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag, het
                                tijdstip en de plaats van de vergadering. </al></li><li nr="2."><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                                Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                schriftelijke oproep aan de leden verzonden.</al></li><li nr="3."><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                artikel 13, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48
                                uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 13 De agenda</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Elke fractie kan bij de agendacommissie een verzoek indienen een
                                onderwerp op de agenda te plaatsen. De agendacommissie kan dit
                                verzoek slechts om zwaarwegende redenen afwijzen.</al></li><li nr="2."><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de
                                schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen.</al></li><li nr="3."><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda
                                vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda
                                toevoegen of van de agenda afvoeren. </al></li><li nr="4."><al>Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor
                                de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college of de
                                burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De raadscommissie
                                bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw
                                geagendeerd wordt. </al></li><li nr="5."><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie de
                                volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 14 Ter inzage leggen van stukken</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de
                                agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de
                                schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage
                                gelegd . De voorzitter maakt van de terinzagelegging melding in de
                                openbare kennisgeving, bedoeld in artikel 13, lid 6. Indien na het
                                verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden
                                gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden en zo mogelijk
                                in een openbare kennisgeving.</al></li><li nr="2."><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het
                                gemeentehuis gebracht. </al></li><li nr="3."><al>Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid,
                                van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken
                                in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en
                                verleent de griffier een lid inzage.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 15 Openbare kennisgeving</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep op
                                de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door
                                plaatsing op de internetsite van de gemeente openbaar gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al></li><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige agenda van
                                de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij
                                behorende stukken kan inzien;</al></li><li nr="c."><al>de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht, als bedoeld
                                in artikel 17.</al></li><li nr="3."><al>Daarnaast worden de bij de voorlopige agenda behorende stukken,
                                indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente
                                geplaatst.</al></li></lijst><al><cursief>Paragraaf 2 </cursief><cursief> Orde der vergadering</cursief></al><al><vet>Artikel 16 Presentielijst</vet></al><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid de presentielijst. Aan
                        het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de
                        commissiegriffier door ondertekening vastgesteld.</al><al><vet>Artikel 17 Vergaderquorom </vet></al><al>De vergadering van de commissie kan plaatsvinden ongeacht de opkomst van de
                        leden.</al><al><vet>Artikel 18 Spreekrecht burgers</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Na de opening van de vergadering inventariseert de voorzitter welke
                                burgers, niet zijnde lid van de gemeenteraad, van de raadscommissie
                                of van het college, het woord willen voeren op de agenda vermelde
                                onderwerpen. </al></li><li nr="2."><al>Het woord kan niet gevoerd worden over:</al></li><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep
                                openstaat of heeft opengestaan;</al></li><li nr="b."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                personen;</al></li><li nr="c."><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet
                                bestuursrecht kan of kon worden ingediend.</al></li><li nr="3."><al>Zodra de voorzitter een agendapunt aan de orde stelt, stelt hij de
                                aanwezige, die zich conform het bepaalde in het eerste lid heeft
                                gemeld, in de gelegenheid het woord te voeren. </al></li><li nr="4."><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is
                                van de orde van de vergadering.</al></li><li nr="5."><al>Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter
                                verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan
                                zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen
                                afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.</al></li><li nr="6."><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de
                                commissievergadering toestaan aan de insprekers een korte vraag te
                                stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en
                                deelnemers van de vergadering.</al></li><li nr="7."><al>De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van
                                de inbreng van de spreker.</al></li><li nr="8."><al>Indien een spreker afwijkt van het onderwerp of zich beledigende
                                uitdrukkingen veroorloofd, wordt hij door de voorzitter vermaand en
                                tot de orde geroepen. Indien de spreker hierin volhardt, wordt hem
                                door de voorzitter het woord ontnomen.</al></li><li nr="9."><al>Indien een persoon gebruik maakt van het spreekrecht in de
                                raadscommissie, kan hij over hetzelfde onderwerp geen gebruik maken
                                van het spreekrecht in de raad, tenzij het raadsvoorstel afwijkt van
                                hetgeen in de raadscommissie is behandeld of in de tijd tussen de
                                commissievergadering en desbetreffende raadsvergadering een
                                verandering van de situatie is opgetreden.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 19 Verslag</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het concept verslag van de voorgaande vergadering wordt, zo mogelijk
                                aan de leden toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke oproep de
                                daaropvolgende vergadering. Het conceptverslag wordt op hetzelfde
                                moment aan de overige personen die het woord gevoerd hebben,
                                toegezonden.</al></li><li nr="2."><al>Bij het begin van de vergadering wordt het verslag van de vorige
                                vergadering vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders, hebben
                                het recht, een voorstel tot wijziging van het verslag aan de
                                raadscommissie te doen, indien het verslag onjuistheden bevat of
                                niet duidelijk weergeven hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel
                                tot verandering dient voor de aanvang van de vergadering bij de
                                commissiegriffier te worden ingediend.</al></li><li nr="4."><al>Het verslag moeten inhouden:</al></li><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de commissiegriffier, de burgemeester en
                                de wethouders, de secretaris en de ter vergadering aanwezige leden,
                                allen voorzover aanwezig, alsmede van de overige personen die het
                                woord gevoerd hebben, afzonderlijk wordt vermeld welke leden afwezig
                                waren.</al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;</al></li><li nr="c."><al>een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de
                                namen der aanwezigen die het woord voerden;</al></li><li nr="d."><al>een samenvatting van het advies aan de raad onder vermelding van de
                                namen van de leden die mededeling hebben gedaan van hun goed- of
                                afkeuring, en met aantekening van de namen van de leden die zich
                                niet uitgelaten hebben;</al></li><li nr="e."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die
                                personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 24 door de
                                raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de
                                beraadslagingen.</al></li><li nr="5."><al>Het verslag wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de
                                commissiegriffier.</al></li><li nr="6."><al>Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de
                                commissiegriffier ondertekend.</al></li><li nr="7."><al>Aan het verslag worden wordt een lijst met toezeggingen, inclusief
                                tijdsplanning, toegevoegd.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 20 Aantal spreektermijnen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders
                                beslist.</al></li><li nr="2."><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></li><li nr="3."><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren
                                over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></li><li nr="4."><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of
                                voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken
                                over een voorstel van orde. Ook het maken van of reageren op
                                interrupties wordt niet meegerekend.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 21 Spreektijd, spreekvolgorde en interrupties</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een lid van de commissie of de voorzitter kan een voorstel doen over
                                de spreektijd van de fracties, de collegeleden, de burgemeester of
                                anderen die het toegestaan is aan de beraadslagingen deel te nemen.
                                De commissie beslist over een dergelijk voorstel.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter bepaalt de volgorde van de sprekers.</al></li><li nr="3."><al>Het woord wordt gevoerd na het aan de voorzitter gevraagd en van hem
                                gekregen te hebben.</al></li><li nr="4."><al>De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer het woord
                                wordt gevraagd over de orde van de vergadering.</al></li><li nr="5."><al>De voorzitter kan een interruptie uitdrukkelijk of stilzwijgend
                                toelaten.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 22 Voorstellen van orde</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling
                                een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.</al></li><li nr="2."><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                betreffen.</al></li><li nr="3."><al>Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 23 Handhaving orde; schorsing</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:</al></li><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze
                                verordening te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker
                                zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.</al></li><li nr="2."><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen
                                veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een
                                andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de
                                orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen.
                                Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem
                                gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het
                                aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een
                                door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de
                                orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat
                                door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het
                                verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel
                                wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de
                                vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem
                                verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien
                                voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden
                                ontzegd.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 24 Beraadslaging</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid
                                beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel
                                afzonderlijk te beraadslagen.</al></li><li nr="2."><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te
                                schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven
                                tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat
                                de schorsingsperiode verstreken is.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 25 Deelname aan de beraadslaging door anderen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de
                                beraadslaging.</al></li><li nr="2."><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een
                                lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de
                                orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 26 Advies</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de
                                raadscommissie anders beslist.</al></li><li nr="2."><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of er
                                een advies aan de raad wordt uitgebracht.</al></li><li nr="3."><al>Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt beslissen
                                de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het
                                advies. </al></li><li nr="4."><al>In het advies worden de standpunten van alle fracties
                                opgenomen.</al></li></lijst><al><vet>Hoofdstuk 5 Besloten vergadering</vet></al><al><vet>Artikel 27 Openbaarheid/Besloten vergadering</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen van de commissies zijn openbaar tenzij het belang
                                daarvan niet opweegt tegen een belang zoals genoemd in artikel 10
                                Wet openbaarheid van bestuur.</al></li><li nr="2."><al>De deuren worden gesloten, wanneer ten minste een vijfde van de
                                aanwezige fracties of de voorzitter dit op grond van lid 1 geboden
                                acht(en).</al></li><li nr="3."><al>De commissie beraadslaagt in beslotenheid of met gesloten deuren zal
                                worden vergaderd.</al></li><li nr="4."><al>Over stukken waarover geheimhouding is opgelegd door de raad, het
                                college of de burgemeester, wordt steeds in beslotenheid
                                vergaderd.</al></li><li nr="5."><al>Ieder raadslid is gerechtigd een besloten commissievergadering bij
                                te wonen. De stukken waarover door een commissie geheimhouding is
                                opgelegd, liggen voor alle raadsleden ter inzage bij de
                                raadsgriffie.</al></li><li nr="6."><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening
                                van overeenkomstige toepassing voorzover deze bepalingen niet
                                strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 28 Verslag besloten vergadering</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Het verslag van een besloten vergadering wordt niet rondgedeeld,
                                maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij de griffier.</al></li><li nr="2."><al>Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering
                                ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de
                                raadscommissie een beslissing over het al dan niet openbaar maken
                                van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter
                                en de commissiegriffier ondertekend.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 29 Geheimhouding</vet></al><al>Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie
                        overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de
                        inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De
                        raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen.</al><al><vet>Artikel 30 Opheffing geheimhouding</vet></al><al>Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de
                        Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover,
                        indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt,
                        in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.</al><al><vet>Hoofdstuk 6 Toehoorders en pers</vet></al><al><vet>Artikel 31 Toehoorders en pers</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></li><li nr="2."><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde
                                van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die
                                bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten
                                hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 32 Geluid- en beeldregistraties</vet></al><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                        beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en
                        gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover
                        gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.</al><al><vet>Artikel 33 Verbod gebruik mobiele telefoons</vet></al><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                        vergadering het gebruik, alsmede het standby houden van mobiele telefoons of
                        andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de
                        vergadering zonder toestemming van de voorzitter niet toegestaan.</al><al><vet>Hoofdstuk 7 Overgangs- en slotbepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 34 Uitleg verordening</vet></al><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de
                        toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de
                        voorzitter.</al><al><vet>Artikel 35 Inwerkingtreding </vet></al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de dag van
                                bekendmaking.</al></li><li nr="2."><al>Op dat tijdstip vervalt de Verordening op de raadscommissies
                                gemeente Zwartewaterland 2003, vastgesteld bij raadsbesluit van 28
                                november 2002. </al></li></lijst><al><vet>Artikel 36 Overgangsbepaling</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 34, lid 2 heeft
                                geen gevolgen voor de geldigheid van benoemingen op basis van die
                                verordening.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt voor de duur van de
                                zittingsperiode als bedoeld in artikel 6 van deze verordening
                                eindigt in ieder geval aan het einde van de raadsperiode in
                                2010.</al></li></lijst></tekst></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Zwartewaterland van 28 juni 2007.</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>A.J. Kastelein – Renkema A.C. Hofland</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de verordening op de raadscommissies</titel></kop><al>In de Gemeentewet wordt onderscheid gemaakt tussen raadscommissies,
                    bestuurscommissies en andere commissies (resp. artikel 82, 83 en 84
                    Gemeentewet). Raadscommissies bereiden de besluitvorming in de raad voor en
                    voeren overleg met het college en de burgemeester. Bestuurscommissies zijn
                    commissies waaraan bevoegdheden van de raad, het college of de burgemeester
                    worden overgedragen. Andere commissies kunnen alle mogelijke denkbare taken
                    hebben. Er kan gedacht worden aan adviescommissies, ad hoc commissies en
                    wijkraden. </al><al>Op grond van artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet kan de raad zoveel
                    raadscommissies instellen als hij wenselijk acht. De raad regelt de taken,
                    bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de raadscommissies en de wijze
                    waarop de leden van een raadscommissie inzage hebben in stukken ten aanzien
                    waarvan geheimhouding geldt. De Gemeentewet verplicht overigens niet tot het
                    instellen van raadscommissies. </al><al>Een verordening zal in ieder geval aan het voorschrift moeten voldoen dat
                    collegeleden geen lid mogen zijn van raadscommissies. Bovendien moet de
                    voorzitter van een raadscommissie een raadslid zijn en zal er sprake moeten zijn
                    van een evenwichtige vertegenwoordiging van de fracties in de raadscommissies. </al><al><vet> Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al>Artikel 1 Begripsbepalingen</al><al>Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de verordening
                    moeten worden herhaald, zijn in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig
                    gedefinieerd. </al><al>Artikel 2 Instelling raadscommissies</al><al>In deze verordening is gekozen voor een stelsel van meerdere
                    raadscommissies.</al><al>Het vierde en vijfde lid zijn coördinatiebepalingen. Als een onderwerp meerdere
                    commissies aangaat, dan ligt een gezamelijke commissievergadering voor de hand.
                    De agendacommissie kan ook besluiten dat het onderwerp behandeld wordt in de
                    commissie die het onderwerp het meest aangaat. Er is voor gekozen om de
                    agendacommissie hierover te laten beslissen. </al><al>In geval van een gezamenlijke vergadering vervult de voorzitter van de commissie
                    die het onderwerp het meest aangaat, de rol van voorzitter. Het spreekt voor
                    zich dat dan ook de commissiegriffier van die commissie de functie van
                    commissiegriffier vervult.</al><al><vet>Artikel 3 Taken</vet></al><al>De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van
                    de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor
                    en overleggen met het college of de burgemeester. Voor wat betreft de invulling
                    van de taken van de raadscommissies zijn ruwweg twee modellen te onderscheiden.
                    In het eerste model is een raadscommissie vooral gericht op voorbereiding en
                    informatievoorziening en vindt het politieke debat plaats in de raad, in het
                    tweede vindt het politieke debat plaats in een raadscommissie en geschiedt de
                    besluitvorming door de raad plaats. In de gemeente zwartewaterland is, bij het
                    vaststellen van de aanbevelingen van het eindverslag van de werkgroep
                    versterking lokale democratie, ervoor gekozen om vooral het eerste model te
                    hanteren.</al><al>De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking
                    in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De
                    raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook
                    dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. </al><al>De raadscommissie bepaalt, evenals de raad, zijn eigen agenda. Dit betekent dat
                    niet het college maar de raadscommissie bepaalt, op advies van de
                    agendacommissie, of een voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens
                    het in de raad wordt besproken. Veelal zal het echter wel zo blijven dat een
                    onderwerp eerst in een raadscommissie wordt besproken.</al><al><vet>Artikel 4 Samenstelling/besluitvorming</vet></al><al>De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel
                    82, derde lid, van de Gemeentewet voor dat de raad moet zorgen voor een
                    evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke
                    groeperingen. Om dit te bereiken schrijft het eerste lid van artikel 4 voor dat
                    een raadscommissie bestaat uit ten minste een en maximaal twee leden per
                    fractie. De verhoudingen in de raadscommissies hoeven overigens blijkens
                    jurisprudentie niet exact overeen te komen met de verhoudingen in de raad. Om
                    tot een evenwichtige verdeling te komen is gekozen voor een minimum en een
                    maximum aantal leden per fractie.</al><al>Zoals ook uit het vierde lid blijkt, hoeven de leden van een raadscommissie geen
                    raadslid te zijn. Wel is er in deze verordening vanuit gegaan dat de politieke
                    groeperingen (fracties) de in het eerste lid bedoelde leden voordragen.
                    Overigens is geen artikel opgenomen dat de in het eerste lid bedoelde leden op
                    grond van deze bepaling op de kandidatenlijst van een fractie moeten hebben
                    gestaan om ook “instroom” van nieuwe mensen gedurende de raadsperiode mogelijk
                    te maken. Wel is in de gemeenteraad afgesproken het wel de voorkeur geniet dat
                    commissieleden ook op de kandidatenlijst hebben gestaan, maar dat uitzondering
                    op deze regel mogelijk moet blijven.</al><al>De leden, niet zijnde raadsleden moeten evenals de raadsleden voldoen aan
                    hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet. Dit
                    betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige
                    verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen
                    functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen en niet in strijd mogen
                    handelen met artikel 15. </al><al>Om er voor te zorgen dat iedere fractie en met name ook de kleine fracties in
                    staat zijn om deel te nemen aan de vergaderingen van de raadscommissie bepaalt
                    het vierde lid dat iedere fractie een plaatsvervangend lid kan voordragen. Om de
                    vergaderorde nog enigszins overzichtelijk te houden geldt de vervangingsregeling
                    uitsluitend voor raadsleden en is bepaald dat per onderwerp slechts één
                    woordvoerder per fractie kan optreden.</al><al>In de leden 8 en 9 staat aangegeven dat elke fractie één stem heeft en dat
                    besluiten met meerderheid van stemmen worden genomen. Hierbij dient de tekst van
                    bovenstaande artikel 3 over de taken van de raadscommissie in ogenschouw te
                    worden genomen. De raadscommissie is voornamelijk een adviesorgaan en pleegt
                    soms overleg met het college. Er worden nauwelijks echte besluiten genomen, met
                    uitzondering van het besluit dat een onderwerp als A- of B-onderwerp wordt
                    doorgeleid naar de gemeenteraad. En ook hierbij geldt nog dat aan een begin van
                    een raadsvergadering de agenda wordt vastgesteld door de gemeenteraad, waarbij
                    een raadslid een orde-voorstel kan doen. </al><al><vet>Artikel 6 Voorzitter</vet></al><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een raadscommissie raadslid moet zijn. Het staat de raad vrij om te bepalen dat
                    een raadscommissie de (plaatsvervangende) voorzitter benoemt. </al><al>Gelet op de belangrijke functie die de raadscommissies ten opzichte van de raad
                    vervult, ligt het wel in de rede dat de raad de (plaatsvervangende) voorzitters
                    benoemt. Om die reden bepaalt artikel 6, eerste lid, dat de raad de voorzitters
                    en hun plaatsvervangers 'uit zijn midden' benoemt. </al><al>Op basis van het tweede lid, is de voorzitter geen lid van de raadscommissie.
                    Dit is een bewuste keuze, op deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op
                    zijn taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het
                    bewaken van de positie van de raadscommissie. Hij hoeft zich niet te bekommeren
                    om de inbreng van zijn fractie in de raadscommissie. Een andere keuze is echter
                    ook denkbaar, de Gemeentewet verzet zich er niet tegen dat de (plaatsvervangend)
                    voorzitter tevens lid van een raadscommissie is. Indien de raad er voor kiest om
                    de voorzitters tevens lid van de raadscommissies te laten zijn dan zullen de
                    artikelen 5 en 6 hierop aangepast moeten worden. In de gemeente Zwartewaterland
                    is hiervoor echter niet voor deze 2<sup>e</sup> optie gekozen.</al><al>Het ligt voor de hand dat de (plaatsvervangend) voorzitters, evenals de leden,
                    van de raadscommissies in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                    samenstelling worden benoemd, aangezien de zittingsperiode van de voorzitters en
                    de leden aan het einde van de zittingsperiode van de raad eindigt (artikel 6,
                    eerste lid). Aangezien het echter niet altijd mogelijk zal zijn om de
                    voorzitters direct na de verkiezingen te benoemen, is er voor gekozen om geen
                    termijn in artikel 6, eerste lid, op te nemen. Hetzelfde geldt overigens voor
                    artikel 5, tweede lid.</al><al><vet>Artikel 7 Zittingsduur en vacatures</vet></al><al>De zittingsperiode van de leden, de voorzitters en hun plaatsvervangers is even
                    lang als de zittingsperiode van de raadsleden, in principe dus vier jaar. De
                    benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan. </al><al>Op grond van het tweede lid eindigt het lidmaatschap van een raadscommissie
                    eveneens van rechtswege indien een lid niet meer voldoet aan de in artikel 4,
                    vierde lid, gestelde eisen en indien een lid is benoemd op voordracht van een
                    fractie die blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad
                    niet meer vertegenwoordigd is in de raad (zevende lid). </al><al>De raad kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie die het
                    lid heeft voorgedragen, ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van
                    een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op
                    grond van artikel 4, eerste lid, recht op een eigen lid. </al><al>De (plaatsvervangend) voorzitter van een raadscommissie kan de raad ook zonder
                    voorstel van een fractie ontslaan, bijvoorbeeld indien deze (plaatsvervangend)
                    voorzitter niet meer het vertrouwen van de meerderheid van de raad bezit. Het
                    vijfde en zesde lid voorzien in de situatie van tussentijdse vacature, hetzij
                    door ontslag hetzij door overlijden.</al><al><vet>Artikel 8 Griffier en commissiegriffier</vet></al><al>Iedere raadscommissie wordt ondersteund door een commissiegriffier. </al><al>Indien de commissiegriffier een medewerker van de griffie is, is de raad de
                    werkgever en benoemt deze de commissiegriffier en regelt zijn vervanging. Er
                    wordt in dit artikel gekozen om de vervanging van de commissiegriffiers over te
                    laten aan de griffier, omdat zich gevallen kunnen voordoen dat door de beperkte
                    bezetting van de griffie ( 2 medewerkers) verhinderd zijn de
                    commissievergadering bij te wonen en in dat geval een beroep zal moeten worden
                    gedaan op de ambtelijke organisatie. Een (tijdelijke) benoeming door de raad
                    vergt dan wel heel veel administratieve druk.</al><al>Als de tijdelijke commissiegriffier een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke
                    organisatie is, is het college de werkgever en zal de griffier in overleg met
                    het college moeten beslissen welke ambtenaar deze functie vervult. De facto zal
                    de secretaris bij deze beslissing vaak een rol vervullen.</al><al>De commissiegriffier is altijd bij de vergaderingen van de raadscommissie
                    aanwezig. In principe neemt hij geen deel aan de beraadslagingen, zij het dat de
                    raadscommissie op grond van artikel 26 van deze modelverordening altijd de
                    mogelijkheid heeft om anderen aan de beraadslagingen deel te laten nemen. Of de
                    griffier aanwezig is in de vergaderingen van de raadscommissies hangt af van de
                    omvang van de griffie en het daarmee samenhangende profiel van de
                    commissiegriffier. In de gemeente Zwartewaterland vervult de griffier ook bij
                    één commissie de taken van de commissiegriffier, alhoewel dat in de toelichting
                    op de modelverordening van de VNG dit minder wenselijk wordt geacht, gelet op de
                    overige taken die de griffier moet vervullen</al><al><vet>Artikel 9 Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris</vet></al><al>Het kan gewenst zijn dat een lid van het college of de burgemeester deelneemt
                    aan de vergadering van de raadscommissie. De (voorzitter van de ) commissie kan
                    per vergadering beslissen of de aanwezigheid al dan niet gewenst is en of de
                    genodigde aan de beraadslagingen mag deelnemen. Artikel 82, vijfde lid, dat
                    artikel 21, tweede lid, van overeenkomstige toepassing verklaard, is hiervoor de
                    grondslag. Dit geldt zowel voor besloten als voor niet besloten vergaderingen.
                    In openbare vergaderingen kunnen collegeleden en de burgemeester uiteraard
                    altijd aanwezig zijn. Deelnemen aan de beraadslagingen kunnen zij echter alleen
                    als de raadscommissie hiermee instemt. In de regel zal de portefeuillehouder
                    veelal wel aanwezig zijn ten behoeve van het voeren van overleg en het
                    uitoefenen van controle door de raadscommissie.</al><al>Ook kan het wenselijk zijn dat de gemeentesecretaris tijdens de vergadering
                    vragen beantwoorde of een toelichting te geven. De voorzitter van de commissie
                    doet hiertoe een verzoek aan het college van burgemeester en wethouders.</al><al>De stuurgroep Leenhuis heeft in haar rapport aandacht besteed aan de
                    aanwezigheid van de burgemeester en leden van het college in de
                    commissievergaderingen. Naar verwachting komt het ministerie van Binnenlandse
                    Zaken en Koninkrijksrelaties te zijner tijd met voorstellen voor een minder
                    ‘stramme’ ontvlechting.</al><al>Om te komen tot een praktische regeling is er in deze bepaling voor gekozen om
                    de voorzitter van de raadscommissie een voorlopige beslissing omtrent de
                    aanwezigheid van de burgemeester, een wethouder of de secretaris en de deelname
                    aan de beraadslagingen te laten nemen. Als de raadscommissie het niet met deze
                    voorlopige beslissing van de voorzitter eens is, kan zij bij aanvang van de
                    vergadering anders beslissen. Een expliciete beslissing bij iedere vergadering
                    is niet nodig. Als de raadscommissie niet aangeeft dat de deelname aan de
                    commissie van het college of secretaris niet gewenst is, volstaat de beslissing
                    van de commissievoorzitter.</al><al><vet>Artikel 10 Vergaderfrequentie</vet></al><al>Veelal zullen de vergaderingen van de raadscommissies plaatsvinden op de
                    2<sup>e</sup> donderdag van de maand , 14 dagen voorafgaand aan de vergaderingen
                    van de raad. Een raadscommissie vergadert vaker als de agendacommissie het nodig
                    oordeelt of indien ten minste vier commissieleden hierom vragen.</al><al>Indien een raadscommissie een hoorzitting zal willen houden, kan de voorzitter
                    gebruik maken van het derde lid en een andere dag, aanvangsuur of plaats
                    bepalen. Bepaald is dat de voorzitter hierover overleg voert met de
                    agendacommissie. Het is ook denkbaar dat hierover overleg wordt gevoerd met de
                    commissiegriffier.</al><al>Over de openbaarheid van de vergaderingen bevat deze verordening geen bepaling,
                    aangezien artikel 82, vijfde lid, van de gemeentewet hierin voorziet. In deze
                    bepaling wordt artikel 23 van overeenkomstige toepassing verklaard op
                    raadscommissies. Dit betekent dat de vergaderingen van de raadscommissies in de
                    regel in het openbaar plaatsvinden. Op verzoek van een vijfde van het aantal
                    leden van een raadscommissie of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen om
                    achter gesloten deuren te vergaderen. Van een besloten vergadering wordt een
                    afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar is tenzij de raadscommissie
                    anders beslist.</al><al><vet>Artikel 11 Agendacommissie</vet></al><al>De agendacommissie vervult een coördinerende rol bij de agendering van zaken in
                    commissies en een adviserende rol richting het presidium. </al><al>De agendacommissie stelt de agenda’s van de raadscommissies voorlopig vast. De
                    definitieve vaststelling van de agenda van een raadscommissie geschiedt door de
                    betreffende commissie bij de aanvang van de vergadering. </al><al>De agendacommissie vervult ook een adviserende rol richting het presidium. Deze
                    taken liggen vooral op het gebied van bewaking van de planning en werkwijze van
                    de raad en van de raadscommissie. Maar ook de planning van het college voor wat
                    betreft het aanleveren van agendapunten vormt een punt van aandacht van deze
                    agendacommissie. Omdat voorstellen en onderwerpen in de regel eerst in de
                    raadscommissie worden besproken is de taakomschrijving van de agendacommissie
                    bij deze verordening vastgelegd. </al><al>Overigens is ook afgesproken met de gemeenteraad dat de agendacommissie het
                    presidium tevens adviseert ten aanzien van de in de informatiecommissies te
                    behandelen onderwerpen (zie ook het reglement van orde voor de raad). </al><al><vet>Artikel 12 Oproep</vet></al><al>De leden van een raadscommissie ontvangen een oproep inclusief de agenda voor
                    een vergadering en de stukken tenminste 10 dagen voor de vergadering. Indien in
                    spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld bedraagt deze
                    termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. </al><al>Uiteraard kan ook voor andere termijnen worden gekozen. Wel zal de termijn
                    uiteraard zodanig moeten zijn dat de leden van een raadscommissie in staat zijn
                    om de stukken te lezen. De stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd
                    worden niet toegezonden, maar kunnen bij de griffier worden ingezien (artikel
                    13, vierde lid). </al><al><vet>Artikel 13 De agenda</vet></al><al>Voor het verzenden van de oproep, stelt de agendacommissie de agenda voorlopig
                    vast. </al><al>Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie echter zijn eigen agenda. De agenderende
                    rol van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het tweede, derde en vierde
                    lid. Dit betekent onder andere dat een raadscommissie kan bepalen dat een
                    onderwerp of voorstel onvoldoende voorbereid is en voor inlichtingen of advies
                    aan het college wordt gezonden. Een raadscommissie bepaalt vervolgens in welke
                    vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt en niet het
                    college. Uiteraard zal hierover wel overleg gevoerd moeten worden met het
                    college of de secretaris.</al><al><vet>Artikel 14 Ter inzage leggen van stukken</vet></al><al>Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden stukken die
                    ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen op een
                    vaste plaats voor een ieder ter inzage gelegd. Veelal zal dit in het
                    gemeentehuis zijn, maar uiteraard kan in een gemeente met meerdere dorpskernen
                    ook gekozen worden voor terinzagelegging op meerdere plaatsen. In de openbare
                    kennisgeving wordt vermeld waar de stukken liggen. Originele stukken moeten
                    uiteraard bij de gemeente blijven berusten. Stukken ten aanzien waarvan
                    geheimhouding wordt opgelegd kunnen leden van raadscommissies ook bij de
                    commissiegriffier in plaats van bij de griffier inzien. Deze keuze is aan de
                    gemeenteraad.</al><al><vet>Artikel 15 Openbare kennisgeving</vet></al><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter van
                    een raadscommissie tegelijkertijd met de schriftelijke oproep de dag, het
                    tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De
                    voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de
                    schriftelijke oproep en op een bij openbare kennisgeving aan te geven plaats ter
                    inzage gelegd. Deze bepaling geeft hier een regeling voor.</al><al>Bij de herziening van deze verordening en van het reglement van orde voor de
                    raad is tevens de verplichting opgenomen op de agenda en stukken ook op internet
                    te plaatsen. Vanuit het oogpunt van service aan de burger is dit een voor de
                    hand liggende regeling die, doordat alle gemeenten beschikking hebben over een
                    website, ook praktisch uitvoerbaar is. Dit is echter niet verplicht op grond van
                    de Gemeentewet; gemeenten kunnen ervoor kiezen het derde lid niet over te
                    nemen.</al><al><vet>Artikel 16 en 17 Presentielijst/Quorom</vet></al><al>De presentielijst en de ondertekening door de voorzitter en de commissiegriffier
                    zijn bedoeld om formeel vast te stellen wie tijdens de commissievergadering
                    aanwezig waren en om de vergoedingen voor de leden van een raadscommissie te
                    kunnen vaststellen. In de gemeentewet ontbreekt een bepaling over het
                    vergaderquorom voor een commissievergadering. In deze verordening zou het wel
                    geregeld kunnen worden, maar omdat de commissievergadering bedoeld is als
                    voorbereiding voor de besluitvorming in de raad is en op zich geen
                    besluitvorming in de commissievergadering plaatsvindt is besloten om voor de
                    raadscommissies geen vergaderquorum vast te stellen. </al><al><vet>Artikel 18 Spreekrecht burgers</vet></al><al>Het spreekrecht van burgers kan bijdragen aan het vergroten van de betrokkenheid
                    van de burgers bij het lokaal bestuur, één van doelstellingen van de vernieuwing
                    van het lokaal bestuur. </al><al>Het spreekrecht is beperkt gehouden tot geagendeerde onderwerpen, omdat burgers
                    op die manier een doeltreffende bijdrage kunnen leveren aan de beraadslagingen
                    van een raadscommissie. Doordat het spreekrecht betrekking heeft op geagendeerde
                    onderwerpen, kan een burger alleen inspreken over onderwerpen die een
                    raadscommissie aangaan. Inmiddels is het in de gemeente gebruikelijk dat tijdens
                    de gezamenlijke opening van de beide raadscommissies insprekers het recht
                    krijgen om in te spreken. Het kan hierbij dan gaan om een onderwerp dat op één
                    van beide agenda’s van de commissies voorkomt.</al><al>In het tweede lid zijn drie onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet
                    voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar
                    en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook
                    kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Verder zijn de benoemingen,
                    keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen uitgesloten van het
                    spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen,
                    voordrachten of aanbevelingen van personen - de belangen van - kandidaten al dan
                    niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers
                    hierover geen uitlatingen doen. Als laatste kunnen burgers zich ook niet
                    uitlaten over onderwerpen, waar zij op grond van artikel 9:2 Algemene wet
                    bestuursrecht een klacht over kunnen indienen. Deze procedure gaat voor het
                    spreekrecht van burgers.</al><al>In deze verordening is bewust niet gekozen voor een constructie waarbij een
                    burger, die van het spreekrecht gebruik wenst te maken, een verzoek daartoe
                    uiterlijk een bepaalde termijn voor aanvang van de vergadering moet indienen. </al><al>Volstaan wordt met een inventarisatie aan het begin van de vergadering.</al><al>Desgewenst kan de voorzitter bepalen dat de inspreker ook in de tweede termijn
                    van de beraadslaging het woord wordt gegeven. </al><al><vet>Artikel 19 Verslag</vet></al><al>Het ontwerpverslag wordt tegelijkertijd met de schriftelijk oproep verstuurd aan
                    de leden en overige personen die het woord gevoerd hebben toegezonden. Wel
                    bestaat er inmiddels de afspraak dat de griffie er naar streeft dat de
                    concept-verslagen vóór de daaropvolgende raadsvergadering beschikbaar zijn voor
                    de raadsleden en de commissieleden.</al><al> De voorzitter, de leden, de collegeleden hebben het recht een voorstel tot
                    wijziging te doen. Een voorstel tot wijziging kan voorafgaand aan de vergadering
                    schriftelijk bij de commissiegriffier worden ingediend. Het recht om aanpassing
                    voor te stellen (derde lid) komt ook toe aan de voorzitter, een lid en een
                    collegelid, dat bij de desbetreffende vergadering niet aanwezig was. Het is aan
                    de raadscommissie om te beslissen of een voorgestelde wijziging of aanvulling
                    geaccepteerd wordt, aangezien de raadscommissie het verslag vaststelt. Een
                    afwijzing van een dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep (aldus de
                    Afdeling Rechtspraak van de Raad van State). Het is aan te bevelen uitsluitend
                    een zakelijke samenvatting van hetgeen besproken is, te geven. De uiteindelijke
                    verantwoordelijkheid voor het verslag ligt bij de commissiegriffier op grond van
                    het vijfde lid. Na vaststelling van het verslag ondertekenen de voorzitter en de
                    commissiegriffier deze.</al><al><vet>Artikel 20 Aantal spreektermijnen</vet></al><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een
                    spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Dit hoeft overigens niets te
                    veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng
                    van de leden in de eerste en tweede termijn. Een verzoek van een lid na afloop
                    van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter
                    niet te honoreren. Indien de raadscommissie van mening is, dat na de tweede
                    termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk
                    besluiten.</al><al><vet>Artikel 21 Spreektijd</vet></al><al>Dit artikel strekt er ook toe dat een raadscommissie op eigen initiatief regels
                    kan stellen over de spreektijd van de leden. Hetzelfde geldt voor de spreektijd
                    van overige sprekers. De voorzitter hoeft dit niet voor te stellen, maar kan dat
                    wel in het kader van het handhaven van de orde. </al><al><vet>Artikel 22 Voorstellen van orde</vet></al><al>Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De
                    beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de
                    betreffende raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder
                    beraadslaging, besloten door een raadscommissie. Bij staken van stemmen is het
                    voorstel niet aangenomen, (artikel 32, vierde lid Gemeentewet is hierop niet van
                    toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de
                    vergadering voor een (overleg) pauze.</al><al><vet>Artikel 23 Handhaving orde; schorsing</vet></al><al>Het eerste lid verzekert dat leden van een raadscommissie vrijelijk kunnen
                    spreken. Wel zijn interrupties uiteraard toegestaan voor zover de voorzitter bij
                    een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de
                    beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                    interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet
                    belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de
                    Gemeentewet bovendien dat artikel 22 van overeenkomstige toepassing is op leden
                    van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te
                    vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij
                    in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel
                    raadsleden als niet-raadsleden.</al><al>Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de
                    voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige
                    onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering
                    schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, kan hij de vergadering
                    sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en
                    hem uit de vergadering doen verwijderen. </al><al>Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de
                    vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd. Het vierde lid is
                    sluit aan bij artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet, die een dergelijke
                    regeling geeft ten aanzien van raadsleden. </al><al>Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed-
                    of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor
                    wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar
                    artikel 30 van deze verordening.</al><al><vet>Artikel 24 Beraadslaging</vet></al><al>Om de duur van vergaderingen niet te beperken wordt over een voorstel dat in
                    onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In
                    het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Zowel de voorzitter
                    als de leden hebben het recht om voor te stellen een voorstel gesplitst te
                    behandelen. Het eerste lid brengt daarmee tot uitdrukking dat een raadscommissie
                    zijn eigen werkwijze bepaalt. Het recht wordt aan ieder individueel lid
                    toegekend. Dit past in het streven naar dualisering, aangezien dualisering
                    versterking van de vertegenwoordigende en daarmee agenderende rol van een
                    raadscommissie veronderstelt. Hiertoe dienen ook individuele leden en kleine
                    fracties over adequate instrumenten te beschikken. </al><al>Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede
                    termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot
                    formulering van het advies overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde
                    termijn toegevoegd (zie artikel 21).</al><al><vet>Artikel 25 Deelname aan beraadslaging door anderen</vet></al><al>Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet
                    geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet
                    van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en
                    andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook
                    mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in
                    bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen (bij voorbeeld de
                    voorzitter van een deelraad aan de beraadslaging over
                    deelgemeente-aangelegenheden). Het gaat in deze bepaling om anderen dan de
                    leden, de voorzitter, de burgemeester, de wethouders en de secretaris. Deze
                    hebben op grond van de artikelen 8, 9, 19 en 20 van deze modelverordening reeds
                    het recht om aan de beraadslagingen deel te nemen. Uiteraard hebben deze andere
                    sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer
                    geen recht om een voorstel te doen tot wijziging van de notulen, een voorstel
                    over de spreektijd of over de orde van de vergadering.</al><al><vet>Artikel 26 Advies</vet></al><al>De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toegelicht, tenzij een raadscommissie anders beslist. Een
                    raadscommissie neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming in de
                    raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. </al><al>Wel kan een raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad.
                    De leden beslissen over het advies. Ten behoeve van het debat in de raad en om
                    recht te doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten,
                    wordt de standpunten van alle fracties opgenomen. Het ligt voor de hand dat
                    indien een lid het niet eens is met het fractiestandpunt, dat hier afzonderlijk
                    melding van wordt gemaakt in het advies aan de raad.</al><al><vet>Artikel 27 Algemene bepalingen over de openbaarheid van en een besloten
                        vergadering.</vet></al><al>De in het eerste lid genoemde belangen van artikel 10 van de Wet openbaarheid
                    van bestuur zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>de economische en financiële belangen van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>het belang van opsporing en vervolging van strafbare feiten;</al></li><li nr="c."><al>het belang van eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;</al></li><li nr="d."><al>het belang om onevenredige bevoordeling of benadeling te voorkomen van
                            bij het</al></li></lijst><al>behandelde betrokken personen, rechtspersonen of derden;</al><al>e.andere in artikel 10, lid 2 van de Wet openbaarheid van bestuur genoemde
                    belangen.</al><al>De belangen genoemd in sub e zullen die zich in een gemeente waarschijnlijk
                    alleen in theoretische gevallen voordoen. Bij de hiervoor opgesomde gevallen
                    vindt een afweging plaats door de commissie zelf.</al><al>Bij bepalingen in lid 6 die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer
                    gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het
                    vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn
                    echter niet van toepassing, voorzover de toepassing van die bepalingen strijdig
                    is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen
                    beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten
                    aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het
                    behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld
                    in artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al><al><vet>Artikel 28 Verslag</vet></al><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van
                    overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet
                    schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt
                    opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus een
                    raadscommissie anders beslist. In aanvulling hierop bepaalt het tweede lid van
                    deze bepaling dat het verslag van een besloten vergadering ter inzage liggen bij
                    de griffier. De raadscommissie beslist over het openbaar maken van dit verslag. </al><al><vet>Artikel 29 Geheimhouding</vet></al><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een raadscommissie kan
                    geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een raadscommissie, het college en
                    de burgemeester kunnen geheimhouding aan een raadscommissie opleggen. Overigens
                    kan een raadscommissie ook geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten
                    aanzien van stukken die zij aan de raad of het college overlegt (artikel 25,
                    tweede lid, en artikel 55, tweede lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding
                    geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of
                    die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De
                    geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of de
                    raad, haar opheft.</al><al>In de gevallen van lid 4 is sprake van verplichte vertrouwelijke behandeling. De
                    voorzitter, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester kunnen
                    ook geheimhouding opleggen over door hen aan de commissie overlegde stukken. Dan
                    moet er wel sprake zijn van belangen die genoemd worden in artikel 10 van de Wet
                    openbaarheid van bestuur Richt de commissie zich tot de raad over een zaak
                    waarvoor de geheimhoudingsverplichting geldt, dan wordt deze in acht genomen tot
                    de raad deze opheft</al><al><vet>Artikel 30 Opheffing geheimhouding</vet></al><al>De raad kan de geheimhouding die een raadscommissie aan de raad oplegt,
                    opheffen. In deze modelbepaling is een overlegverplichting opgenomen waardoor
                    recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor.</al><al><vet>Artikel 31 Toehoorders en pers </vet></al><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies
                    ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid voorziet
                    hierin.</al><al><vet>Artikel 32 Geluid- en beeldregistratie</vet></al><al>Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn,
                    kunnen radio- en tv-stations geluids- en beeldregistraties maken. Dit is
                    uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.</al><al><vet>Artikel 33 Verbod gebruik mobiele telefoons</vet></al><al>Dit artikel heeft betrekking op het mobiele telefoonverkeer. Het afgaan van
                    mobiele telefoons werkt verstorend tijdens de vergadering. Dit laat echter
                    onverlet, dat indien zwaarwegende redenen dit noodzakelijk maken, de voorzitter
                    aanwezigen toestemming kan geven hun mobiele telefoon wel standby te laten
                    staan.</al><al><vet>Artikel 34 Uitleg verordening en 35 Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al><al><vet>Artikel 36 Overgangsbepaling</vet></al><al>Met de bepaling in artikel 35 wordt voorkomen dat met het vaststellen van de
                    verordening de commissieleden opnieuw benoemd moeten worden.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>