<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR240565_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatregelen, fraude en verrekenen bestuurlijke boete inkomensvoorzieningen 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">'s-Gravenhage</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">'s-Gravenhage</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 43, 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatregelen, fraude en verrekenen bestuurlijke boete inkomensvoorzieningen 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gelet op Verordening (EG) Nr. 8000/2008 VAN DE EUROPESE COMMISSIE van 6 augustus 2008, betreffende de toepassing van artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag van werkgelegenheidssteun; Gelet op artikel 8 en 8a van de Wet werk en bijstand; Gelet op artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers; Gelet op artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>rv 128,2012</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>2012/16</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatregelen, fraude en verrekenen bestuurlijke boete
            inkomensvoorzieningen 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>College</al></entry><entry colname="col3"><al>Het college van burgemeester en wethouders van
                                                  de gemeente Den Haag</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b. </al></entry><entry colname="col2"><al>Uitkering</al></entry><entry colname="col3"><al>De van toepassing zijnde norm inclusief
                                                  eventuele gemeentelijke toeslag of verlaging, van
                                                  de wetten genoemd in artikel 1, tweede lid van
                                                  deze verordening.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c. </al></entry><entry colname="col2"><al>Beslagvrije voet</al></entry><entry colname="col3"><al>Beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen
                                                  475c tot en met 475e van het Wetboek van
                                                  Burgerlijke Rechtsvordering.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d. </al></entry><entry colname="col2"><al>Bezit</al></entry><entry colname="col3"><al>Waarde van de bezittingen waarover
                                                  belanghebbende of diens gezin beschikt of
                                                  redelijkerwijs kan beschikken, met uitzondering
                                                  van het in de woning met bijbehorend erf gebonden
                                                  vermogen, bedoeld in artikel 50 eerste lid van de
                                                  WWB.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e. </al></entry><entry colname="col2"><al>Belanghebbende</al></entry><entry colname="col3"><al>Degene die als alleenstaande, alleenstaande
                                                  ouder of als lid van het gezin als bedoeld in de
                                                  WWB een uitkering krachtens de in artikel 1
                                                  genoemde wetten heeft aangevraagd of aan wie een
                                                  uitkering is toegekend.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f. </al></entry><entry colname="col2"><al>Maatregel</al></entry><entry colname="col3"><al>Een tijdelijke verlaging van de uitkering.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g. </al></entry><entry colname="col2"><al>Benadelingsbedrag</al></entry><entry colname="col3"><al>De uitkering of de bijstand die als gevolg van
                                                  schending van de inlichtingenverplichting ten
                                                  onrechte of tot een te hoog bedrag is
                                                  verstrekt.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begripsbepalingen van de WWB, IOAW , IOAZ en het Boetebesluit
                                sociale zekerheidswetten zijn op deze verordening en de daarop
                                berustende bepalingen van toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Maatregelen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college legt een maatregel op als de belanghebbende de
                                verplichtingen uit de WWB of de Wet Structuur Uitvoeringsorganisatie
                                niet of onvoldoende nakomt. Daaronder wordt in ieder geval
                                begrepen:</al><lijst><li nr="-"><al>tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de
                                        voorziening in het bestaan;</al></li><li nr="-"><al>het niet nakomen van de arbeidsinschakelende
                                        verplichtingen;</al></li><li nr="-"><al>het zich jegens onder verantwoordelijkheid van het college
                                        werkzame personen zeer ernstig misdragen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt afgestemd op de
                                ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de
                                omstandigheden van de belanghebbende en zijn gezin.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in afwijking van het gestelde in deze verordening de
                                hoogte of de duur van de maatregel hoger of lager vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de
                                voorziening in het bestaan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als de belanghebbende voorafgaand aan of tijdens de
                                uitkeringsverstrekking tekortschietend besef van
                                verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan,
                                wordt, afhankelijk van de omstandigheden, een maatregel opgelegd van
                                de tweede categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder tekortschietend besef van verantwoordelijkheid wordt in ieder
                                geval begrepen het op onverantwoorde wijze besteden van vermogen,
                                inbegrepen het doen van een schenking, voorafgaand aan of tijdens de
                                bijstandsverlening, voor zover bijstandsverlening redelijkerwijs was
                                te voorzien.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De periode waarover de maatregel wordt opgelegd, kan langer zijn dan
                                een maand, onder gelijktijdige aanpassing van het percentage van de
                                maatregel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college weigert de uitkering op grond van de IOAW tijdelijk of
                                blijvend, geheel of gedeeltelijk naar de mate waarin de
                                belanghebbende inkomen uit of in verband met arbeid had kunnen
                                verwerven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Niet nakomen van de arbeidsverplichtingen</titel></kop><al>Het niet nakomen van een arbeidsverplichting, nader omschreven in de
                            beschikking tot verlening of voortzetting van de uitkering, leidt tot
                            een maatregel, waarbij de volgende categorieën worden benoemd:</al><lijst><li nr="1."><al>Eerste categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>Het zich niet tijdig laten inschrijven als werkzoekende
                                            en het niet tijdig verlengen van de inschrijving als
                                            werkzoekende</al></li><li nr="b."><al>het in onvoldoende mate trachten algemeen geaccepteerde
                                            arbeid te verkrijgen;</al></li><li nr="c."><al>in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de
                                            mogelijkheden tot arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="d."><al>het niet tijdig voldoen aan een oproep om in verband met
                                            de arbeidsinschakeling op een aangegeven tijd, datum en
                                            plaats te verschijnen;</al></li><li nr="e."><al>gedragingen die de arbeidsinschakeling belemmeren;</al></li><li nr="f."><al>het in onvoldoende mate meewerken aan artikel 55 WWB
                                            gedurende vier weken na de melding als bedoeld in
                                            artikel 43 lid 4 en 5 WWB;</al></li><li nr="g."><al>het in onvoldoende mate meewerken aan het opstellen,
                                            uitvoeren of evalueren van een plan van aanpak;</al></li><li nr="h."><al>het in onvoldoende mate gebruik maken van de door het
                                            college op basis van de daaraan ten grondslag liggende
                                            re-integratieverordening aangeboden voorziening gericht
                                            op arbeidsinschakeling, waaronder begrepen activiteiten
                                            gericht op participatie;</al></li><li nr="i."><al>het in onvoldoende mate meewerken aan het doen van een
                                            tegenprestatie.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Tweede categorie</al><lijst><li nr="a."><al>het geen gebruik maken van de door het college op basis
                                            van de daaraan ten grondslag liggende
                                            re-integratieverordening aangeboden voorziening gericht
                                            op arbeidsinschakeling, waaronder begrepen activiteiten
                                            gericht op participatie;</al></li><li nr="b."><al>het door eigen toedoen niet behouden van algemeen
                                            geaccepteerde arbeid;</al></li><li nr="c."><al>het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde
                                            arbeid;</al></li><li nr="d."><al>het, door tekort schietend besef van
                                            verantwoordelijkheid niet of niet volledig tot
                                            uitbetaling komen van een voorliggende voorziening in de
                                            kosten van levensonderhoud;</al></li><li nr="e."><al>het niet meewerken aan het doen van een
                                            tegenprestatie.</al></li></lijst><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Zeer ernstige misdragingen</titel></kop><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer de belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt jegens onder
                                verantwoordelijkheid van het college werkzame personen en zijn
                                verplichtingen niet nakomt wordt een maatregel van 100% gedurende
                                één maand opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder zeer ernstige misdragingen wordt in ieder geval verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>verbaal geweld;</al></li><li nr="b."><al>discriminatie;</al></li><li nr="c."><al>intimidatie;</al></li><li nr="d."><al>lichamelijk geweld of bedreiging met lichamelijk
                                        geweld;</al></li><li nr="e."><al>gijzelneming;</al></li><li nr="f."><al>huis- of lokaalvredebreuk met geweld;</al></li><li nr="g."><al>geweld, dreiging met geweld of enige andere
                                        feitelijkheid.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Categorieën</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de bepaling van de hoogte en de duur van een maatregel wordt,
                                onverminderd artikel 2, derde lid, een categorie-indeling
                                gehanteerd. De hoogte en de duur van de categorieën worden als volgt
                                onderscheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>Eerste categorie: 30% van de uitkering of de grondslag
                                        gedurende één maand;</al></li><li nr="b."><al>Tweede categorie: 100% van de uitkering of de grondslag
                                        gedurende één maand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De duur of de hoogte van een maatregel bedraagt bij recidive:</al><lijst><li nr="a."><al>Eerste categorie: bij eerste recidive binnen één jaar 100%
                                        van de uitkering gedurende een maand en bij tweede en
                                        volgende recidive 100% van de uitkering gedurende twee
                                        maanden;</al></li><li nr="b."><al>Tweede categorie: bij eerste recidive binnen één jaar 100%
                                        van de uitkering voor de duur van twee maanden en bij tweede
                                        en volgende recidive 100% van de uitkering gedurende drie
                                        maanden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Waarschuwing als maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 6 lid 1 onder a, kan het
                                college bij een eerste overtreding in de eerste categorie besluiten
                                een waarschuwing op te leggen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als zich binnen één jaar na de verwijtbare gedraging waarvoor een
                                waarschuwing is afgegeven, zich wederom een zelfde soort gedraging
                                voordoet, wordt in alle gevallen een onvoorwaardelijke maatregel
                                opgelegd. De waarschuwing telt mee in de bepaling van recidive.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Afzien van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van het opleggen van een maatregel wordt afgezien, als elke vorm van
                                verwijtbaarheid ontbreekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het opleggen van een maatregel afzien, als
                                sprake is van dringende redenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Berekening van de maatregel</titel></kop><al>De maatregel wordt vastgesteld in de vorm van een percentage van de
                            netto uitkering of de bruto grondslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een maatregel wordt niet opgelegd als tussen het tijdstip van de
                                gedraging en de constatering van het feit meer dan een jaar is
                                verstreken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een maatregel wordt niet opgelegd voordat het besluit aan
                                belanghebbende bekend is gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een maatregel kan met terugwerkende kracht worden opgelegd als de
                                verwijtbare gedraging in het verleden heeft plaatsgevonden, en de
                                periode waarover de maatregel wordt opgelegd nog niet tot
                                uitbetaling is gekomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er kan een maatregel worden toegepast op de bijzondere bijstand
                                zoals bedoeld in artikel 12 of artikel 35 lid 1 van de WWB.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op grond van de maatregel zoals bedoeld in het eerste lid kan de
                                bijzondere bijstand worden verlaagd bij een belanghebbende die zich
                                verwijtbaar gedraagt door tekortschietend besef van
                                verantwoordelijkheid van het bestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van artikel 6 eerste lid wordt een maatregel niet
                                opgelegd als tussen het tijdstip van de verwijtbare gedraging en de
                                aanvraagdatum van de bijzondere bijstand meer dan vijf jaar
                                verstreken is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Fraude, terugvordering, invordering, herziening, kwijtschelding en
                            verhaal</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Voorkoming en opsporing fraude</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering
                            van de wet en treft maatregelen ten aanzien van:</al><lijst><li nr="a."><al>preventie van misbruik en oneigenlijk gebruik;</al></li><li nr="b."><al>opsporing van misbruik en oneigenlijk gebruik;</al></li><li nr="c."><al>controle op misbruik en oneigenlijk gebruik;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Terugvordering, invordering, herziening, opschorting, brutering,
                                kwijtschelding en verhaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot terugvordering en
                                invordering van de in artikel 58, tweede lid WWB genoemde
                                bijstand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt gebruik van de in de wet opgenomen bevoegdheid tot
                                herziening en opschorting van het recht op uitkering en
                                bijstand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college maakt gebruik van de in artikel 58, vijfde lid genoemde
                                bevoegdheid tot brutering van een terugvordering.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt gebruik van de in artikel 58, zevende lid genoemde
                                bevoegdheid tot het afzien van terugvordering of van verdere
                                terugvordering.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot verhaal als bedoeld
                                in artikel 61 WWB.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college stelt daartoe beleidsregels op.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Waarschuwing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college ziet af van het opleggen van een bestuurlijke boete,
                                indien belanghebbende de inlichtingenplicht geschonden heeft zonder
                                dat er sprake is van een benadelingsbedrag. In plaats daarvan wordt
                                een waarschuwing afgegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt een bestuurlijke boete op van €150,-, indien
                                belanghebbende binnen de recidivetermijn als genoemd in artikel 18a,
                                lid 4 van de WWB opnieuw de inlichtingenplicht schendt, zonder dat
                                er sprake is van een benadelingsbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Hoogte bestuurlijke boete bij verminderde verwijtbaarheid</titel></kop><al>Het college stelt de hoogte van de boete vast op 10% van het
                            benadelingsbedrag met een minimum van €150,-, indien bij de beoordeling
                            van de mate van verwijtbaarheid naar oordeel van het college sprake is
                            van verminderde verwijtbaarheid waaronder in ieder geval de situaties
                            als bedoeld en omschreven in het Boetebesluit Sociale Zekerheid. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Verrekenen bestuurlijke boete met beslagvrije voet bij voldoende
                                bezit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verrekent de recidiveboete zonder inachtneming van de
                                beslagvrije voet, indien het bezit van een belanghebbende tenminste
                                driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verrekening, bedoeld in het eerste lid, geschiedt gedurende een
                                tijdvak van drie maanden vanaf het moment van de dagtekening waarop
                                de bestuurlijke boete is opgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Verrekenen bestuurlijke boete bij geen of onvoldoende
                                bezit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verrekent de recidiveboete gedurende één maand zonder
                                toepassing van de beslagvrije voet, indien het bezit van een
                                belanghebbende niet ten minste driemaal de toepasselijke
                                bijstandsnorm bedraagt. De verrekening geschiedt vanaf het moment
                                van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid, verrekent
                                het college de recidiveboete in de daaropvolgende twee maanden op
                                een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een
                                inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen
                                gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en r,
                                van de Wet werk en bijstand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Verrekening met inachtneming van de beslagvrije voet</titel></kop><al>In afwijking van de artikelen 16 en 17 kan het college de recidiveboete
                            met inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aannemelijk is dat verrekening op de wijze, bedoeld in de
                                    artikelen 16 of 17 zal leiden tot huisuitzetting van
                                    belanghebbende en diens gezin;</al></li><li nr="b."><al>er anderszins sprake is van dringende redenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</titel></kop><al>De artikelen 16, 17 en 18 zijn van overeenkomstige toepassing op de
                            verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste
                            lid, van de WWB, indien en voor zover deze boete nog niet is betaald op
                            het moment van verrekening van de recidiveboete.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Slot en overgangsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Maatregelwaardige gedragingen die hebben plaatsgevonden voor de
                            invoerdatum van deze verordening worden beoordeeld naar de regelgeving
                            in de Maatregelverordening inkomensvoorzieningen zoals die gold voor de
                            datum van in werking treden van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Intrekking oude verordeningen</titel></kop><al>De Maatregelverordening Inkomensvoorzieningen en de Verordening
                            fraudebeleid worden ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013. </al><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening maatregelen, fraude
                            en verrekenen bestuurlijke boete inkomensvoorzieningen 2013”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 20 december 2012.</ondertekening><ondertekening>De griffier, mr. H.L.G. Seuren en de voorzitter, J.J. van Aartsen. ​</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>