<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.90--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR240338_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieregeling streeknetwerken Noord-Brabant</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-12-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Noord-Brabant</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.brabant.nl/loket/provinciale-bladen.aspx?qvi=43515">Provinciaal Blad, 2013, 46</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieregeling streeknetwerken Noord-Brabant</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Geen.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-03-19</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>3370774</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>ruimtelijke ordening, subsidies</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling is ingetrokken bij besluit van 19 maart 2013 tot vaststelling van de Subsidieregeling streeknetwerken Noord-Brabant 2013.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2016-41934</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Subsidieregeling streeknetwerken Noord-Brabant</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant</vet></al><al>Gelet op de artikelen 2 en 15 van de Algemene subsidieverordening Provincie
                        Noord-Brabant;</al><al>Overwegende dat Provinciale Staten op 9 december 2011 de notitie “De
                        transitie van het Brabantse stad en platteland – Een nieuwe koers” hebben
                        vastgesteld;</al><al>Overwegende dat Provinciale Staten op 22 juni 2012 kennis hebben genomen van
                        de uitvoering Transitie stad en platteland, onderdeel externe
                        organisatie;</al><al>Overwegende dat Provinciale Staten daarbij besloten hebben Gedeputeerde
                        Staten opdracht te geven tot het aangaan van samenwerkingsovereenkomsten met
                        netwerken van energie;</al><al>Overwegende dat Provinciale Staten daarbij tevens besloten hebben de
                        middelen uit het bestuursakkoord vrij te maken ten behoeve van
                        procesondersteuning van die netwerken met energie;</al><al>Overwegende dat het wenselijk is een subsidieregeling op te stellen voor het
                        verstrekken van de middelen aan de netwerken van energie;</al><al>Besluiten vast te stellen de volgende regeling:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> streek: gebied zoals weergegeven in bijlage 1;</al></li><li nr="b."><al> streeknetwerk: regionaal vrijwillig netwerk dat zich richt op de
                                realisatie van een toekomstbestendig en vitaal platteland.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Doelgroep</titel></kop><al>Subsidie kan worden aangevraagd door een rechtspersoon.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Subsidiabele activiteiten</titel></kop><al>Subsidie kan worden verstrekt voor het genereren van projecten gericht op
                        het vitaler maken van het platteland.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Subsidievereisten</titel></kop><al>Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3 in aanmerking te komen, wordt
                        voldaan aan de volgende vereisten:</al><lijst><li nr="a."><al> de aanvrager is deelnemer van een streeknetwerk;</al></li><li nr="b."><al> het streeknetwerk heeft als werkingsgebied een streek;</al></li><li nr="c."><al> het streeknetwerk is gericht op plattelandsontwikkeling;</al></li><li nr="d."><al> aan de subsidiabele activiteit ligt een sluitende begroting ten
                                grondslag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Subsidiabele kosten</titel></kop><al>Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie
                        komen alle daadwerkelijk gemaakte kosten voor subsidie in aanmerking.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Niet subsidiabele kosten</titel></kop><al>In afwijking van artikel 5 komen de volgende kosten niet voor subsidie in
                        aanmerking:</al><lijst><li nr="a."><al> kosten voor de uitvoering van projecten;</al></li><li nr="b."><al> kosten gemaakt voor 1 juli 2012;</al></li><li nr="c."><al> kosten van inzet van eigen personeel van de subsidieaanvrager of
                                van andere deelnemers van het streeknetwerk die publiekrechtelijk
                                rechtspersoon zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Vereisten subsidieaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Subsidieaanvragen worden ingediend bij Gedeputeerde Staten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Subsidieaanvragen worden ingediend voor 1 juli 2015.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Subsidieaanvragen worden ingediend met gebruikmaking van het daartoe
                            door Gedeputeerde Staten vastgestelde aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al> Een subsidieaanvraag bevat tenminste het volledig ingevulde
                            aanvraagformulier en de daarin voorgeschreven bijlagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8 Subsidieplafond</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode van 13
                        december 2012 tot en met 1 juli 2015 vast op € 7.500.000.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Subsidiehoogte</titel></kop><al>De hoogte van de subsidie bedraagt 50% van de totale subsidiabele kosten met
                        een maximum van € 1.000.000 per aanvrager.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Verdeelcriteria</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al> Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de
                            subsidieaanvragen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al> Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het
                            bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de
                            subsidie als datum van binnenkomst de dag waarop de subsidieaanvraag
                            volledig is.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan
                            vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige
                            subsidieaanvragen plaats door middel van loting.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><al>De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:</al><lijst><li nr="a."><al> de te genereren projecten zijn gericht op de streek waar het
                                streeknetwerk zijn werkingsgebied heeft;</al></li><li nr="b."><al> de te genereren projecten zijn gericht op het aantrekkelijker maken
                                van de streek als leefomgeving en hebben betrekking op tenminste een
                                van de volgende thema’s: </al><lijst><li nr="1°."><al> vestigings- en leefklimaat inclusief natuur en water;</al></li><li nr="2°."><al> innovatie in de sector van agrofood en het Midden- en
                                        Kleinbedrijf;</al></li><li nr="3°."><al> recreatie en ontspanning;</al></li><li nr="4°."><al> leefbaarheid;</al></li><li nr="5°."><al> identiteit;</al></li><li nr="6°."><al> energietransitie en klimaat;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al> de te genereren projecten dragen bij aan structurele verduurzaming
                                van de desbetreffende streek;</al></li><li nr="d."><al> de subsidieontvanger zoekt aansluiting bij initiatieven in zijn
                                eigen netwerk voor het genereren van projecten;</al></li><li nr="e."><al> de subsidieontvanger draagt zorg voor naamsbekendheid van het
                                streeknetwerk onder initiatiefnemers van te genereren
                                projecten;</al></li><li nr="f."><al> de subsidieontvanger organiseert participatie van overheden,
                                ondernemers, onderwijs en overige partijen in het
                                streeknetwerk;</al></li><li nr="g."><al> de subsidieontvanger overlegt jaarlijks voor 1 juli een tussentijds
                                voortgangsverslag waarin tenminste is opgenomen: </al><lijst><li nr="1°."><al> de mate waarin aan de verplichtingen genoemd onder a tot en
                                        met f is voldaan;</al></li><li nr="2°."><al> het aantal projecten als bedoeld in artikel 3, dat door het
                                        streeknetwerk is gegenereerd;</al></li><li nr="3°."><al> de omvang van de financiële en personele bijdrage van de
                                        deelnemers aan het streeknetwerk;</al></li><li nr="4°."><al> de taakverdeling binnen de deelnemers aan het
                                        streeknetwerk;</al></li></lijst></li><li nr="h."><al> de subsidieontvanger houdt een administratie bij van aan de
                                activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel
                                4:37, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="i."><al> de subsidiabele activiteit is uiterlijk 1 juli 2016
                                gerealiseerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Bevoorschotting en betaling</titel></kop><al>Gedeputeerde Staten betalen het voorschot op het verleende subsidiebedrag in
                        termijnen, waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot
                        subsidieverlening worden bepaald.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
                        uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling streeknetwerken
                        Noord-Brabant.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>’s-Hertogenbosch, 11 december 2012</ondertekening><ondertekening>Gedeputeerde Staten voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk</ondertekening><ondertekening>de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel> Bijlagen</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Noord-Brabant/i159011.pdf">Bijlage bij Subsidieregeling streeknetwerken Noord-Brabant</extref></al></bijlage><nota-toelichting><al><vet>Toelichting behorende bij de Subsidieregeling streeknetwerken
                    Noord-Brabant.</vet></al><tussenkop><vet>Algemeen</vet></tussenkop><al><vet>Aanleiding</vet>Het in 2011 door Provinciale Staten vastgestelde
                    koersdocument “Transitie stad en platteland” geeft de wijze aan waarop de
                    provincie wil samenwerken in de ontwikkeling van het landelijk gebied in relatie
                    met de Brabantse steden. De provincie wil de ambities voor een vitaal landelijk
                    gebied in aansluiting op het stedelijk gebied realiseren door samenwerking te
                    bevorderen tussen partijen zoals gemeenten, terreinbeheerders, bedrijfsleven,
                    maatschappelijke organisaties en burgers. Op 22 juni 2012 hebben Provinciale
                    Staten kennisgenomen van de territoriale aanpak van de nieuwe koers Stad en
                    platteland opgenomen in het koersdocument “Uitvoering Transitie stad en
                    platteland; een nieuw koers”. De nieuwe koers leidt tot een andere wijze van
                    organiseren. De gebieds- en reconstructiecommissie zijn opgeheven en voro het
                    realiseren van de provinciale ambities wordt aangesloten bij de zogenaamde
                    streeknetwerken. De reconstructie- en gebiedscommissies hebben in iedere regio
                    de basis gelegd voor een manier van werken waarbij partijen samen bepalen wat
                    nodig is en hoe de uitvoering moet gebeuren. Streeknetwerken pakken door waar de
                    reconstructie- en gebiedscommissies zijn gebleven. De provincie participeert in
                    de streeknetwerken. De streeknetwerken leggen daarbij nóg meer de focus op
                    participatie. Van onderwijs, de omgeving, ondernemers en overheid. Dat moet
                    leiden tot gedragen, innovatieve en betaalbare ideeën, met voldoende evenwicht
                    en samenhang tussen natuur, maatschappij en economie. Dat zijn ideeën die
                    bijdragen aan een duurzaam platteland.</al><al>Voorts hebben Gedeputeerde Staten op 22 juni 2012 van Provinciale Staten
                    opdracht gekregen om samenwerkingsovereenkomsten aan te gaan met de
                    streeknetwerken. Hierin zijn afspraken vastgelegd over wederzijdse inzet in het
                    gebied en wat de samenwerking tussen de verschillende partners richting
                    uitvoerbare projecten moet opleveren. De samenwerkingsovereenkomst dient ter
                    realisatie van het regionale uitvoeringsprogramma. Het regionale
                    uitvoeringsprogramma zelf maakt geen deel uit van de
                    samenwerkingsovereenkomst.</al><al>Ten behoeve van procesondersteuning van de streeknetwerken zijn daartoe bestemde
                    middelen uit het bestuursakkoord vrijgemaakt. De middelen kunnen worden benut
                    voor het organiseren van netwerkbijeenkomsten, communicatie of aanvullende
                    procesondersteuning zoals bijvoorbeeld het instellen van een onafhankelijk
                    voorzitter. Met deze regeling wordt beoogd de financiële bijdrage aan de
                    streeknetwerken de juiste grondslag te geven.</al><al>Doelstelling van de regeling Een streeknetwerk opereert in een streek in Brabant
                    en wordt daarom ook streeknetwerk genoemd. Het is een regionaal vrijwillig, maar
                    niet vrijblijvend samenwerkingsverband tussen partners, dat zich richt op de
                    realisatie van een toekomstbestendig, vitaal platteland. De netwerken dienen te
                    leiden tot een hoge mate van zelforganiserend vermogen en veerkracht, om nu en
                    in de toekomst te zorgen voor regionale identiteit en een vitaal platteland. Ten
                    tijde van het opstellen van het koersdocument “Uitvoering Transitie stad en
                    platteland; een nieuw koers” waren zeven netwerken relevant omdat zij de ambitie
                    hadden ook provinciale doelen te realiseren. Uiteindelijk betreft het acht
                    netwerkenen gebiedsopgave Brabantse Wal. Dit zijn netwerken in Kempenland,
                    Boven-Dommel, De Peel, Noordoost-Brabant, Biesbosch, Landstad de Baronie, Groene
                    Woud en Hart van Brabant.</al><al>De provincie heeft middelen vrijgemaakt om de processen binnen het netwerk te
                    faciliteren, processen om tot uitvoering van projecten te komen, het proces om
                    uitvoerbare projecten te genereren door middel van bijvoorbeeld het organiseren
                    van netwerkbijeenkomsten, communicatie of aanvullende procesondersteuning.</al><al>Met de regeling geeft de Provincie de komende vier jaren een bijdrage aan de
                    streeknetwerken die passen binnen de ambitie van de Provincie voor het genereren
                    van projecten die leiden tot een vitaler platteland. Jaarlijks wordt gemonitord
                    of er daadwerkelijk uitvoerbare projecten zijn gegeneerd, op de juiste wijze en
                    passend binnen de afgesproken doelen. Waar nodig wordt als gevolg van deze
                    monitoring de bijdrage bijgesteld.</al><al><vet>Juridisch kader</vet>De regels van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en
                    de Algemene subsidieverordening provincie Noord-Brabant (ASV) zijn op deze
                    subsidieregeling van toepassing.</al><tussenkop><vet>Artikelsgewijs</vet></tussenkop><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet>a. In de bijlage bij de verordening zijn
                    de streken weergegeven waar de relevante netwerken zich op richten. De
                    afbakening van de gebieden is ontstaan na de opheffing van de reconstructie- en
                    gebiedscommissie door de vorming van netwerken van energie.</al><al><vet>Artikel 4 Subsidievereisten</vet> Dit artikel richt zich met name op de
                    aanvrager van subsidie. Immers wordt subsidie verstrekt ten behoeve van de
                    streeknetwerken. Met deze vereisten wordt gewaarborgd dat de aanvrager deelnemer
                    is van een dergelijk netwerk.</al><al><vet>Artikel 5 Subsidiabele kosten</vet>Dit artikel bepaalt welke kosten voor
                    subsidie in aanmerking komen. In principe betreft het alle daadwerkelijk
                    gemaakte kosten. Deze wijze waarop dit dient te worden verantwoord is geregeld
                    in artikel 12 bij de verplichtingen van de subsidieontvanger.</al><al><vet>Artikel 6 Niet subsidiabele kosten</vet>De middelen kunnen worden benut
                    voor het organiseren van netwerkbijeenkomsten, communicatie of aanvullende
                    procesondersteuning die gemaakt zijn na het opheffen van de
                    reconstructiecommissie per 1 juli 2012. Vandaar dat kosten voor het uitvoeren
                    van projecten en kosten gemaakt voor 1 juli 2012 niet subsidiabel zijn.</al><al>Omdat de provincie ondersteunt met budget, via deze regeling, en capaciteit op
                    voorwaarde dat het gebied een evenredige inzet levert, zijn de kosten van inzet
                    van eigen capaciteit door de aanvrager of andere deelnemers van het
                    streeknetwerk die rechtspersoonlijkheid krachtens het publiekrecht bezitten,
                    niet subsidiabel.</al><al><vet>Artikel 7 Vereisten subsidieaanvraag</vet> In dit artikel staat aangegeven
                    in welke periode en op welke wijze de subsidieaanvragen ingediend moeten
                    worden.</al><al><vet>Artikel 8 Subsidieplafond</vet>Het subsidieplafond geeft het bedrag aan dat
                    voor de genoemde periode beschikbaar is voor subsidie.</al><al><vet>Artikel 10 Verdeelcriteria</vet> Omdat de omvang van het voor verstrekking
                    van subsidies beschikbare bedrag wordt beperkt door het subsidieplafond, wordt
                    in dit artikel bepaald hoe de beschikbare gelden over de in beginsel voor
                    verlening in aanmerking komende aanvragen wordt verdeeld.</al><al><vet>Artikel 11 Verplichtingen van de subsidieontvanger</vet>In de artikelen
                    4:37 tot en met 4:41 van de Awb is geregeld welke verplichtingen aan de
                    subsidieontvanger kunnen worden opgelegd. Enkele verplichtingen vloeien
                    rechtstreeks voor uit de Awb. De verplichtingen starten zodra de subsidie wordt
                    verleend en eindigen over het algemeen als de subsidie wordt vastgesteld. Dit
                    betekent dat niet bij de aanvraag reeds getoond hoeft te worden dat voldaan
                    wordt aan de verplichtingen. Gedurende het project dient jaarlijks voor 1 juli
                    te worden getoond dat voldaan wordt aan de verplichtingen. Het niet voldoen aan
                    de verplichtingen kan overigens leiden tot bijstelling van de subsidieverlening
                    binnen de in de regeling gestelde ruimte. Artikel 4:48 van de Awb geeft de
                    grondslag voor het tussentijds wijzigen ten nadele van de
                    subsidieontvanger.</al><al>De thema’s genoemd onder b zijn afgeleid uit de Agenda van Brabant. Bij de
                    beoordeling of aan een van de thema’s is voldaan wordt de uitleg van de Agenda
                    van Brabant gevolgd alsmede de hierop gebaseerde koersdocumenten. Ten aanzien
                    van het begrip structurele verduurzaming onder c is bij het vaststellen van het
                    koersdocument door Provinciale Staten op 9 december 2011 een motie aangenomen
                    waarin structurele verduurzaming per regio uitgangspunt is bij het formuleren
                    van gezamenlijke doestellingen voer economische ontwikkeling, natuur, recreatie
                    en toerisme, duurzame energie en kringlopen. Aan deze motie wordt getoetst. Ter
                    zake van de participatie van overheden, ondernemers, onderwijs en overige
                    partijen, de 4 O’s, is in het koersdocument “Uitvoering Transitie stad en
                    platteland; een nieuw koers” opgenomen dat de territoriale aanpak op regionale
                    schaal moet leiden tot een uitvoeringsprogramma met participatie van de 4 O’s,
                    bijvoorbeeld door netwerken waarin deze O’s deelnemen.</al><al><vet>Artikel 12 Bevoorschotting en betaling</vet>Dit artikel beoogt te
                    realiseren dat gedurende de looptijd van het project de verleende subsidie
                    gelijkmatig wordt bevoorschot. Omdat de aanvraag ziet op projecten die reeds 1
                    juli 2012 zijn aangevangen en doorlopen tot 1 juli 2016, betreft het niet een
                    gelijkmatige jaarlijkse bevoorschotting en dient in iedere beschikking tot
                    subsidieverlening concreet gemaakt te worden welk bedrag op welk moment wordt
                    bevoorschot.</al><al>’s-Hertogenbosch, 11 december 2012</al><al>Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><tbody><row><entry><al>de voorzitter</al></entry><entry><al>de secretaris</al></entry></row><row><entry><al>prof. dr. W.B.H.J. van de Donk</al></entry><entry><al>drs. W.G.H.M. Rutten</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>