<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR240109_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2012 en volgende jaren</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Berkelland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Berkelland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Berkelbericht, 8 januari 2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2012 en volgende jaren</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, artt. 8 lid 1, onderdeel d, 8 lid 2, onderdeel b, 8b en 36</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2012-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>17.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2012 en volgende jaren</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsvergadering : 11 december 2012</al><al>Agendanummer : 17.</al><al>De raad van de gemeente Berkelland;</al><al>gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de Sociale Dienst Oost
                        Achterhoek van 4 oktober 2012</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 oktober
                        2012;</al><al>gelet op artikel 8 lid 1 onderdeel d, artikel 8 lid 2 onderdeel b, artikel
                        8b en 36 van de Wet werk en bijstand en artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>overwegende dat de raad bij verordening het verstrekken van
                        langdurigheidstoeslag aan personen van 21 tot 65 jaar moet regelen;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG WET WERK EN BIJSTAND 2012 EN VOLGENDE
                            JAREN</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1 Algemene bepalingen</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1 Gemeenschappelijke regeling</nr></kop><al>Op grond van artikel 8b van de Wet werk en bijstand treedt het dagelijks
                            bestuur van de Sociale Dienst Oost Achterhoek op basis van een
                            gemeenschappelijke regeling in de plaats van het college van
                            burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2 Begripsbepalingen</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
                                    niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                    Wet werk en bijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
                                    en de Gemeentewet.</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Sociale
                                            Dienst Oost Achterhoek </al></li><li nr="b."><al>De wet: de Wet werk en bijstand (WWB)</al></li><li nr="c."><al>Het college: het college van burgemeester en
                                            wethouders.</al></li><li nr="d."><al>De raad: de gemeenteraad</al></li><li nr="e."><al>Referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand
                                            aan de peildatum.</al></li><li nr="f."><al>Peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op de
                                            langdurigheidstoeslag ontstaat. </al></li><li nr="g."><al>Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de
                                            wet, met dien verstande dat voor de zinsnede ‘een
                                            periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’
                                            moet worden gelezen ‘de referteperiode’. </al></li></lijst></li></lijst><al>Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet
                            voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als inkomen
                            gezien.</al><lijst><li nr="h."><al>WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten</al></li><li nr="i."><al>WSF 2000: Wet Studiefinanciering 2000</al></li><li nr="j."><al>Bijstandsnorm: de norm bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de
                                    wet</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Recht op langdurigheidstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Langdurig laag inkomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de voorwaarde van het hebben van een langdurig laag inkomen
                                zoals bedoeld in artikel 36 lid 1 WWB is voldaan als gedurende de
                                referteperiode het inkomen niet hoger is dan 105 procent van de
                                toepasselijke bijstandsnorm en belanghebbende geen in aanmerking te
                                nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de
                                belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan
                                wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte van de langdurigheidstoeslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De langdurigheidstoeslag bedraagt per kalenderjaar:</al><lijst><li nr="a."><al>Voor gehuwden € 515,00;</al></li><li nr="b."><al>Voor alleenstaande ouders € 465,00;</al></li><li nr="c."><al>Voor een alleenstaande € 360,00</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op
                                    langdurigheidstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste
                                    lid van de wet, </al></li></lijst><al>komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een
                            langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of
                            alleenstaande ouder zou gelden. </al><lijst><li nr="3."><al>Voor de toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie
                                    op de peildatum bepalend.</al></li><li nr="4."><al>De bedragen, genoemd in het eerste lid, gelden per 1 januari
                                    2012 en worden jaarlijks geïndexeerd conform de ontwikkelingen
                                    van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de
                                    Statistiek. De bedragen worden op hele euro’s naar boven
                                    afgerond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel.</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                            langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2012 en volgende jaren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013 en werkt
                                    terug tot en met 1 januari 2012.</al></li><li nr="2."><al>De vastgestelde Verordening langdurigheidstoeslag gemeente
                                    Berkelland, welke op 1 januari 2009 in werking is getreden,
                                    vervalt met ingang van 1 januari 2013 </al></li><li nr="3."><al>Het op 26 januari 2012 vastgestelde Raadsbesluit “tijdelijke
                                    regels aanscherping Wet werk en bijstand” komt hiermee te
                                    vervallen</al></li></lijst><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van </ondertekening><ondertekening>11 december 2012</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>Algemene toelichting Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2012
                    en volgende jaren</al><al>Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het normbedrag bedoeld
                    ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, met
                    inbegrip van een component reservering, in beginsel toereikend is. Toch kan de
                    financiële positie van mensen die langdurig op het minimum inkomen zijn
                    aangewezen onder druk komen te staan als er na verloop van tijd geen enkel
                    perspectief lijkt te zijn om door inkomen uit arbeid het inkomen te verhogen. Om
                    die reden is bij de invoering van de WWB in 2004 de langdurigheidstoeslag in het
                    leven geroepen. Sinds 1 januari 2009 is de langdurigheidstoeslag
                    gedecentraliseerd. Ook is de langdurigheidstoeslag sinds die datum een
                    bijzondere vorm van (categoriale) bijzondere bijstand.</al><al>De langdurigheidstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een
                    inkomensondersteunende maatregel voor bepaalde belanghebbenden die langdurig een
                    laag inkomen hebben en daarbij geen vooruitzicht hebben op inkomensverbetering
                    (artikel 36 lid 1 WWB). De gemeenteraad moet bij verordening regels vaststellen
                    over het verlenen van een langdurigheidstoeslag zoals bedoeld in artikel 36 WWB.
                    Deze regels moeten in ieder geval betrekking hebben op de wijze waarop invulling
                    wordt gegeven aan de begrippen “langdurig” en “laag inkomen”. Daarbij geldt dat
                    in ieder geval geen sprake is van laag inkomen bij een inkomen hoger dan 110%
                    van de toepasselijke bijstandsnorm. </al><al>De gemeenteraad dient in de verordening eveneens de hoogte van de
                    langdurigheidstoeslag te bepalen. </al></nota-toelichting><nota-toelichting><al>Artikelsgewijze toelichting Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en
                    bijstand.</al><al/><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Gemeenschappelijke regeling</titel></kop><al>De gemeenten Berkelland, Oost Gelre en Winterswijk hebben op grond van een
                        gemeenschappelijke regeling de uitvoering van de Wet werk en bijstand
                        opgedragen aan de Sociale Dienst Oost Achterhoek. In artikel 8b van de WWB
                        is geregeld dat indien bij een gemeenschappelijke regeling de uitvoering van
                        deze wet volledig is overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam
                        als bedoeld in artikel 8 van die wet, dat bestuur voor de toepassing van
                        deze wet, met uitzondering van de paragrafen 7.1 en 7.3 in de plaats treedt
                        van de betrokken colleges van burgemeester en wethouders.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de WWB, Awb of de
                        Gemeentewet niet afzonderlijk te definiëren in deze verordening. Dit
                        voorkomt dat in geval van wijziging van betreffende definities in de
                        betreffende wetten ook de Verordening moet worden gewijzigd.</al><al>Lid 2 onderdeel e: referteperiode.</al><al>In artikel 2 lid 2 onderdeel e van deze verordening is bepaald wat onder de
                        referteperiode moet worden verstaan: een periode van 36 maanden voorafgaand
                        aan de peildatum. Zie ook de toelichting bij artikel 3 onder
                        “langdurig”.</al><al>Lid 2 onderdeel f: peildatum.</al><al>De peildatum is de datum waarop het recht op de langdurigheidstoeslag is
                        ontstaan (artikel 2 lid 2 onderdeel f van deze verordening). Het gaat dus
                        uitdrukkelijk niet om de datum waarop is aangevraagd. Het betreft de datum
                        waarop een belanghebbende langdurig een laag inkomen heeft, geen in
                        aanmerking te nemen vermogen (zoals bedoeld in artikel 34 WWB) en geen
                        uitzicht op inkomensverbetering.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Langdurig laag inkomen</titel></kop><al>Bij het bepalen wat een langdurig laag inkomen is, moet de gemeenteraad
                        vastleggen wat onder langdurig wordt verstaan en wat onder laag wordt
                        verstaan.</al><al><cursief>Langdurig</cursief></al><al>De door de gemeenteraad vastgestelde langdurige periode voorafgaande aan de
                        peildatum, wordt aangeduid als referteperiode. De referteperiode is
                        vastgesteld in artikel 2 onderdeel e van deze verordening. Uit het feit dat
                        de minimumleeftijd voor het recht op langdurigheidstoeslag is verlaagd van
                        23 naar 21 jaar kan worden afgeleid dat onder langdurig tenminste 3 jaar
                        moet worden begrepen. Een belanghebbende is immers in beginsel vanaf 18 jaar
                        zelfstandig rechtssubject. De gemeenteraad sluit aan bij de periode van 3
                        jaar. De referteperiode bedraagt een periode van 36 maanden voorafgaand aan
                        de peildatum.</al><al><cursief>Laag inkomen</cursief></al><al>Met betrekking tot de invulling van het begrip “laag inkomen” is de
                        gemeenteraad gebonden aan een ondergrens en aan een bovengrens. De
                        ondergrens van “laag” is de bijstandsnorm. De bovengrens bedraagt 110% van
                        de toepasselijke bijstandsnorm (artikel 36 lid 6 WWB). Bij een inkomen hoger
                        dan deze 110%, is er geen sprake meer van een “laag” inkomen. De
                        gemeenteraad heeft ervoor gekozen de bovengrens vast stellen op 105%. Dat
                        betekent dat het in aanmerking te nemen inkomen gedurende de referteperiode
                        niet hoger mag zijn dan 105% van de toepasselijke bijstandsnorm.</al><al>De vraag of het inkomen van een belanghebbende gedurende de referteperiode
                        niet hoger is dan het langdurige lage inkomen van 105% van de toepasselijke
                        bijstandsnorm, dient niet al te rigide te worden beoordeeld. Een marginale
                        overschrijding van dit lage inkomen moet worden genegeerd (vergelijk CRvB
                        19-08-2008, nrs. 06/1163 WWB e.a.,LJN BE8918, en CRvB 15-02-2011, nr.
                        08/5141 WWB, LJN BP5532).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte langdurigheidstoeslag</titel></kop><al>In artikel 4 is de hoogte van de langdurigheidstoeslag geregeld. Daarbij
                        wordt onderscheid gemaakt tussen gehuwden, een alleenstaande ouder en een
                        alleenstaande.</al><al>Bij gehuwden moet in het oog worden gehouden dat het recht op
                        langdurigheidstoeslag de gehuwden gezamenlijk toekomt. Worden
                        belanghebbenden op de peildatum als gehuwden aangemerkt, dan moeten beide
                        gehuwden voldoen aan de voorwaarden van artikel 36 lid 1 WWB. Voldoet één
                        van hen niet aan deze voorwaarden, dan bestaat voor beiden geen recht op
                        langdurigheidstoeslag (vergelijk bijvoorbeeld CRvB 13-07-2010, nr, 08/2345
                        WWB, LJN BN 2529).</al><al>Is één van de echtgenoten uitgesloten van het recht op
                        langdurigheidstoeslag, anders dan het niet voldoen aan de voorwaarden van
                        artikel 36 lid 1 WWB, dan komt de rechthebbende partner wel in aanmerking
                        voor een langdurigheidstoeslag. Het gaat hier om een partner die op een van
                        de in artikel 11 of 13 lid 1 WWB genoemde gronden geen recht heeft op
                        bijstand.</al><al>Als slechts één partner recht heeft op langdurigheidstoeslag, komt deze
                        rechthebbende partner in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de
                        hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Dat
                        is geregeld in artikel 4 lid 2 van deze verordening.</al><al>In lid 3 is bepaald dat voor de toepassing van de hoogte van de
                        langdurigheidstoeslag moet worden uitgegaan van de situatie op de
                        peildatum.</al><al>In lid 4 is een indexeringsbepaling opgenomen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onvoorziene gevallen.</titel></kop><al>In dit artikel is geregeld dat, wanneer de verordening ergens niet in
                        voorziet, het college beslist.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.</al><al>Als gevolg van de wijzigingen in de Wet werk en bijstand (WWB) en de
                        intrekking van de Wet investeren in jongeren (WIJ) per 1 januari 2012 en de
                        inwerkingtreding van de Wet afschaffing huishoudinkomenstoets dient deze
                        verordening terug te werken tot en met 1 januari 2012.</al><al>De Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Berkelland dient de
                        vervallen.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>