<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR240064_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">'s-Gravenhage</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">'s-Gravenhage</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 43, 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gelet op Verordening (EG) Nr. 8000/2008 VAN DE EUROPESE COMMISSIE van 6 augustus 2008, betreffende de toepassing van artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag van werkgelegenheidssteun; Gelet op artikel 8 en 8a van de Wet werk en bijstand; Gelet op artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers; Gelet op artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>rv 128, 2012</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>2012/15</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry colname="col1"><al>a. </al></entry><entry colname="col2"><al>de wet: </al></entry><entry colname="col3"><al>Wet werk en bijstand.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b. </al></entry><entry colname="col2"><al>uitkeringsgerechtigde:</al></entry><entry colname="col3"><al>persoon, vanaf 18 jaar tot de AOW-gerechtigde
                                                leeftijd, die algemene bijstand ontvangt ingevolge
                                                de wet, ingevolge de Wet inkomensvoorziening ouderen
                                                gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
                                                (IOAW) of de Wet inkomensvoorziening oudere en
                                                gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                                                zelfstandigen (IOAZ).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c. </al></entry><entry colname="col2"><al>ANW-gerechtigde: </al></entry><entry colname="col3"><al>persoon die een nabestaanden- of halfwezenuitkering
                                                ontvangt op grond van de Algemene nabestaandenwet
                                                (ANW).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d. </al></entry><entry colname="col2"><al>niet-uitkeringsgerechtigde: </al></entry><entry colname="col3"><al>persoon, vanaf 18 jaar tot de AOW-gerechtigde
                                                leeftijd die geen uitkering heeft ingevolge de wet
                                                en de persoon vanaf 16 jaar tot de AOW-gerechtigde
                                                leeftijd die geen uitkering heeft ingevolge de
                                                wetten en regelingen in artikel 6 van de wet. Met
                                                een niet-uitkeringsgerechtigde wordt gelijkgesteld
                                                de persoon die arbeid verricht waarmee volledig in
                                                de kosten van het bestaan kan worden voorzien, doch
                                                waarvoor een vorm van subsidie aan de werkgever
                                                wordt verleend. Van toepassing is artikel 10, lid 2
                                                van de wet.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e. </al></entry><entry colname="col2"><al>belanghebbende: </al></entry><entry colname="col3"><al>persoon die overeenkomstig artikel 10 van de wet
                                                aanspraak kan maken op een voorziening.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f. </al></entry><entry colname="col2"><al>college</al></entry><entry colname="col3"><al>het college van burgemeester en wethouders van Den
                                                Haag.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begripsbepalingen van de wet zijn op deze verordening en de daarop
                            berustende bepalingen van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><al>Deze verordening vindt uitdrukkelijk mede haar grondslag in de bepalingen
                        van de in de aanhef vermelde EG-verordening inzakewerkgelegenheidssteun, met
                        name waar het de vormgeving van de voorziening loonkostensubsidie
                        betreft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Personenkring</titel></kop><al>De aanspraak op voorzieningen is beperkt tot personen die woonplaats hebben
                        in de gemeente Den Haag. Indien na aanvang van een voorziening de woonplaats
                        van een rechthebbende wijzigt, is het college bevoegd te bepalen of de
                        voorziening desondanks kan worden voortgezet. Van toepassing is artikel 40,
                        lid 1 van de wet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel worden drie groepen belanghebbenden onderscheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>belanghebbenden die binnen drie maanden betaald aan het werk
                                    kunnen met de inzet van lichte voorzieningen, te weten de
                                    voorzieningen genoemd onder lid 2a tot en met c en e;</al></li><li nr="b."><al>belanghebbenden die binnen 18 maanden, met gericht aanbod van de
                                    onder lid 2 genoemde voorzieningen betaald aan het werk
                                    kunnen;</al></li><li nr="c."><al>belanghebbenden die niet binnen 18 maanden betaald aan het werk
                                    kunnen, maar met inzet van de voorzieningen genoemd onder lid 2d
                                    en g werken aan hun ontwikkeling en zelfredzaamheid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ten behoeve van de belanghebbende zoals genoemd in lid 1
                            de volgende voorzieningen aanbieden:</al><lijst><li nr="a."><al>Sollicitatietraining</al><al>Het college biedt met modules op maat begeleiding bij het
                                    solliciteren naar een reguliere baan.</al></li><li nr="b."><al>Proefplaatsing</al><al>Het college kan een proefplaats aanbieden, zoals bedoeld in
                                    artikel 10a van de wet. De maximale duur van de proefplaatsing
                                    bedraagt 3 maanden, met een mogelijkheid tot verlenging met
                                    maximaal drie maanden.</al></li><li nr="c."><al>Werkcheque</al><al>Als tegemoetkoming in aantoonbare kosten volgend uit
                                    re-integratie kan het college aan de belanghebbende een
                                    kostenvergoeding verstrekken. </al><al>Deze tegemoetkoming kan worden verstrekt voor zover hiervoor
                                    geen beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening,
                                    waaronder een vergoeding van de kosten door de werkgever en de
                                    kosten naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn. </al></li><li nr="d."><al>Leerwerkplek</al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een leerwerkplek aanbieden. De voorwaarden en
                                    verplichtingen voor de leerwerkplek staan omschreven in artikel
                                    10a van de wet. De maximale duur van de leerwerkplek bedraagt
                                    twee keer één jaar, met de mogelijkheid tot verlenging met
                                    maximaal twee keer één jaar. </al></li><li nr="2."><al>Het college verstrekt na elke zes maanden aan de
                                    uitkeringsgerechtigde op een leerwerkplek een premie,
                                    indien:</al><lijst><li nr="-"><al>hij in die zes maanden naar het oordeel van het college
                                    voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op
                                    arbeidsinschakeling</al></li><li nr="-"><al>de leerwerkplek in die periode niet langer dan gedurende één
                                    kalendermaand onderbroken is geweest, tenzij hantering van deze
                                    bepaling in het individuele geval in strijd zou zijn met de
                                    redelijkheid en billijkheid.</al></li></lijst><al>De premie bedraagt 50 procent van het maximum bedrag, zoals
                                    genoemd in artikel 31 lid 2, sub r van de wet, bij de maximale
                                    omvang van de leerwerkplek, zijnde 32 uur. Bij een geringere
                                    omvang wordt de premie naar rato verstrekt.</al></li><li nr="3."><al>De premie is niet van toepassing op de persoon die jonger is
                                    dan 27 jaar.</al></li></lijst></li><li nr="e."><al> Werkgeverscheque</al><al>Het college kan een tegemoetkoming verstrekken aan de werkgever
                                    die aan de belanghebbende een arbeidsplaats aanbiedt en daarvoor
                                    aantoonbaar extra kosten moet maken die naar het oordeel van het
                                    college noodzakelijk zijn.</al></li><li nr="f."><al>Loonkostensubsidie</al><lijst><li nr="1."><al>Het college kan aan de werkgever een loonkostensubsidie
                                    verstrekken ter compensatie van verminderde
                                    arbeidsproductiviteit. Deze tijdelijke loonkostensubsidie wordt
                                    verstrekt onder de naam loonwaardesubsidie. </al><lijst><li nr="-"><al>De loonwaardesubsidie is bedoeld ten behoeve van de
                                    belanghebbende met een loonwaarde tot 80 procent.</al></li><li nr="-"><al>Het college stelt de loonwaarde van de belanghebbende vast
                                    aan de hand van een objectieve loonwaardemeting.</al></li><li nr="-"><al>De loonwaardesubsidie wordt verstrekt op basis van een
                                    dienstverband van tenminste zes maanden, met perspectief op
                                    uitstroom naar ongesubsidieerde arbeid.</al></li><li nr="-"><al>De hoogte van de subsidie wordt naar rato van het aantal
                                    gewerkte uren berekend.</al></li><li nr="-"><al>Het subsidiebedrag wordt vastgesteld over een periode van zes
                                    maanden met een mogelijkheid tot verlenging van de periode tot
                                    maximaal anderhalf jaar.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Loonwaardesubisidie wordt niet aangeboden bij de
                                    re-integratie van niet uitkeringsgerechtigden en
                                    ANW-gerechtigden.</al></li><li nr="3."><al>Loonkostensubsidies waarvan de aanvraag voor de eerste
                                    subsidieperiode voor 1 januari 2013 zijn ingediend, worden voor
                                    de totale subsidieduur verleend met toepassing van de bepalingen
                                    van de Verordening Wet Werk en Bijstand 2010 en het
                                    Uitvoeringsbesluit Loonkostensubsidie 2010.</al></li></lijst></li><li nr="g."><al>Participatievoorziening</al><al>Het college kan op grond van artikel 9 lid 1, sub b van de wet
                                    aan de uitkeringsgerechtigde die nog niet in staat is om te
                                    re-integreren een participatievoorziening aanbieden. Onder een
                                    participatievoorziening wordt verstaan het verrichten van
                                    maatschappelijk nuttige en andere sociale activiteiten ter
                                    voorbereiding op re-integratie en ter voorkoming van sociaal
                                    isolement. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de inzet van de voorzieningen kan het college bepalen dat aan
                            specifieke doelgroepen prioriteit gegeven wordt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanspraak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitkeringsgerechtigde, de ANW-gerechtigde en de
                            niet-uitkeringsgerechtigde hebben van rechtswege aanspraak op
                            ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op een voorziening, indien de
                            inzet daarvan door het college noodzakelijk wordt geacht. Het college
                            bepaalt welke voorziening of combinatie van voorzieningen wordt
                            aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan besluiten een voorziening te beëindigen indien naar haar
                            oordeel:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorziening niet langer noodzakelijk is voor
                                    arbeidsinschakeling of daaraan niet blijkt bij te dragen;</al></li><li nr="b."><al>belanghebbende onvoldoende medewerking verleent aan de
                                    tenuitvoerlegging van de voorziening;</al></li><li nr="c."><al>de voorziening anderszins niet (langer) noodzakelijk is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><al>De uitkeringsgerechtigde die door het college wordt ondersteund bij zijn
                        arbeidsinschakeling of voor een voorziening in aanmerking wordt gebracht, is
                        verplicht hiervan gebruik te maken. In het geval dat deze verplichting niet
                        of in onvoldoende mate wordt nagekomen, vindt verlaging plaats van de</al><al>uitkering ingevolge de wet, de IOAW of de IOAZ, indien daarop aanspraak
                        bestaat. De verlaging vindt plaats overeenkomstig de bepalingen van de wet
                        en de verordening Maatregelen en fraude.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Eigen bijdrage</titel></kop><al>Het college kan besluiten dat en op welke wijze en onder welke voorwaarden
                        de niet-uitkeringsgerechtigde of de ANW-gerechtigde aan wie een voorziening
                        wordt aangeboden, een eigen bijdrage verschuldigd is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Het college kan de kosten van een voorziening geheel of gedeeltelijk van
                        belanghebbende terugvorderen als door verwijtbaar handelen een voorziening
                        voortijdig wordt beëindigd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Premie deeltijdarbeid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt aan de uitkeringsgerechtigde, die deeltijdarbeid
                            verricht na elk half jaar een premie. De hoogte van de premie komt
                            overeen met hetgeen in artikel 31, lid 2 sub r van de wet is bepaald en
                            is in duur beperkt tot maximaal twee jaar.</al><al> Het recht op de premie wordt achteraf vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toekenning van de premie onder lid 1 geschiedt ambtshalve.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van het recht op een premie zoals bedoeld onder lid 1 is uitgesloten de
                            persoon die recht heeft op de inkomstenvrijlating uit hoofde van artikel
                            31 lid 2, sub r of n van de wet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De premie deeltijdwerk is niet van toepassing op de persoon die jonger
                            is dan 27 jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitstroompremie alleenstaande ouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt een uitstroompremie aan de alleenstaande ouder die
                            door werkaanvaarding niet langer een uitkeringsgerechtigde is en de zorg
                            heeft voor een inwonend kind dat jonger is dan 12 jaar en hierdoor
                            kosten maakt voor kinderopvang.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uitstroompremie bedraagt 300 euro en wordt ambtshalve toegekend als
                            de uitstroom zes maanden heeft geduurd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De premie wordt toegekend aan de uitkeringsgerechtigde die voorafgaand
                            aan de werkaanvaarding minimaal zes maanden ononderbroken een uitkering
                            heeft ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De uitstroompremie is niet van toepassing op de persoon die jonger is
                            dan 27 jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Tegemoetkoming kinderopvang</titel></kop><al>Het college kan gelet op artikel 1.13 van de Wet kinderopvang en
                        kwaliteitseisen peuterspeelzalen gebruik maken van de bevoegdheid om
                        uitkeringsgerechtigden een extra tegemoetkoming kinderopvang te
                        verstrekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Tegenprestatie</titel></kop><al>Het college kan op grond van artikel 9 lid 1 onderdeel c van de wet een
                        uitkeringsgerechtigde opdragen om onbeloonde maatschappelijk nuttige
                        werkzaamheden te verrichten, bedoeld als tegenprestatie voor de uitkering
                        die hij ontvangt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeerartikel en inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Re-integratieverordening Wet werk
                        en bijstand 2013 en treedt in werking op 1 januari 2013, onder intrekking
                        van de verordening Re-integratie Wet werk en bijstand 2010.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van</ondertekening><ondertekening>De griffier, mr. H.L.G. Seuren en de voorzitter, J.J. van Aartsen. ​</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>