<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR24000_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 1997, 42</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen 1997</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet op de lijkbezorging</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>1997-01-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1997-02-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1997/031</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Inleidende bepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen.</titel></kop><lid><lidnr>·</lidnr><al>Deze verordening verstaat onder: begraafplaatsen: de Centrale
                                Begraafplaats West en de Begraafplaats Gilzerbaan; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>eigen graf : een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan
                                een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend
                                tot het doen begraven van lijken of het plaatsen van asbussen; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>algemeen graf : een graf dat bij de gemeente in beheer is en waarin
                                eenieder de gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van
                                lijken; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>eigen urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of
                                rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen
                                plaatsen van asbussen; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>urn : een voorwerp ter berging van een of meer asbussen; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>asbus : een bus ter berging van as van een overledene; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>grafbedekking : gedenkteken en grafbeplanting op een graf; beheerder
                                : de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de
                                begraafplaatsen, of degene die hem vervangt; </al></lid><lid><lidnr>·</lidnr><al>rechthebbende : de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een
                                uitsluitend recht op een graf is verleend. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Openstelling, orde en rust op de begraafplaats.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Openstelling begraafplaats(en).</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk
                                gedurende de door burgemeester en wethouders bij nadere regels vast
                                te stellen tijden. Zij maken deze tijden openbaar bekend. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de
                                toegangen tijdelijk worden gesloten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor
                                het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor
                                het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Werkzaamheden.</titel></kop><al>Het is verboden, anders dan met toestemming van burgemeester en
                            wethouders, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de
                            begraafplaatsen te verrichten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Dodenherdenkingen en onthullingen van gedenktekens.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke
                                plechtigheden op de begraafplaats moeten vijf dagen van te voren
                                worden gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de
                                plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten
                                zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de
                                aanwijzingen van de beheerder. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Voorschriften voor lijkbezorging.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Kennisgeving begraven, delven en sluiten van een graf.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die wil doen begraven geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur
                                van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving zal
                                plaatsvinden schriftelijk kennis aan de beheerder. De beheerder
                                bepaalt het moment van begraving. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen
                                36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving zo tijdig
                                mogelijk worden gedaan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als
                                werkdag. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Over te leggen stukken.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Begraving mag slechts geschieden indien van te voren het verlof tot
                                begraven of de toestemming tot het plaatsen van een asbus is
                                overgelegd aan de beheerder. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Begraving in een graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de
                                wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden
                                onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een
                                zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn tenminste
                                gelijk is aan de wettelijke grafrusttermijn. De verlenging dient te
                                worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is
                                overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 16,
                                tweede lid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar
                                boven toe afgerond op hele jaren. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Tijden van begraven.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het begraven wordt gelegenheid geboden van maandag tot en met
                                vrijdag tussen 8.00 en 15.00 uur, en op zaterdag tussen 10.00 en
                                13.00 uur, met uitzondering van algemeen erkende feestdagen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen van deze
                                tijden afwijken. Hoofdstuk 4. Indeling en uitgifte der graven.
                                Artikel 8. Indeling begraafplaats. Op de begraafplaatsen wordt op
                                verzoek gelegenheid gegeven tot het begraven op het Rooms Katholiek
                                gedeelte, het Islamitisch gedeelte of op het algemeen gedeelte.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Indeling graven.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op de begraafplaatsen wordt op verzoek gelegenheid gegeven tot: </al><lijst><li nr="·"><al>het begraven van lijken in algemene graven; </al></li><li nr="·"><al>het begraven van lijken en het plaatsen van asbussen met of
                                        zonder urn in eigen graven. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De algemene graven worden onderscheiden in: </al><lijst><li nr="·"><al>standaardgraven; </al></li><li nr="·"><al>graven voor levenloos geborenen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De eigen graven worden onderscheiden in: </al><lijst><li nr="a."><al>bijzondere graven; </al></li><li nr="b."><al>graven eerste klasse; </al></li><li nr="c."><al>graven tweede klasse; </al></li><li nr="d."><al>kindergraven; </al></li><li nr="e."><al>urnengraven. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Grafafmetingen.</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders stellen nadere regels met betrekking tot de
                            afmetingen van de graven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Grafkelder.</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen aan de rechthebbende op een bijzonder
                            graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen
                            aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door hen te stellen
                            voorwaarden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Aantal overledenen in graven.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In een graf mogen niet meer dan twee lijken worden begraven. Op
                                verzoek wordt in een graf waarin één of twee lijken zijn begraven
                                gelegenheid gegeven tot het plaatsen van één asbus. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een eigen urnengraf mogen niet meer dan drie asbussen worden
                                geplaatst. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders afwijken
                                van het bepaalde in de voorgaande leden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Volgorde van uitgifte.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De graven worden slechts op het moment van begraving en in volgorde
                                van ligging uitgegeven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een graf toewijzen anders dan op
                                het moment van begraving en buiten de volgorde van ligging, mits dit
                                wegens de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Termijnen van graven.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen, voor zover de daartoe bestemde
                                ruimte van de begraafplaatsen zulks toelaat, op een daartoe bij hen
                                schriftelijk in te dienen aanvraag, het recht op een eigen graf.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het recht op een eigen graf wordt verleend voor de termijn van
                                twintig jaar, met uitzondering van het recht op een bijzonder graf
                                dat voor dertig jaar wordt verleend. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het tweede lid genoemde termijn vangt aan op de datum waarop
                                het graf is uitgegeven. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het recht op een eigen graf wordt op verzoek van de rechthebbende
                                telkens met een termijn van tien jaren verlengd. Het verzoek dient
                                voor het verstrijken van de lopende termijn te worden ingediend.
                            </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een recht als bedoeld in het eerste lid kan slechts aan één
                                rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de
                                personen genoemd in artikel 16 eerste lid. Verlening van het recht
                                ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor
                                gewichtige redenen bestaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Grafrechten.</titel></kop><al>Voor eigen graven worden grafrechten geheven overeenkomstig hetgeen
                            daaromtrent is bepaald in de Verordening begraafplaatsrechten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Overschrijving van verleende rechten.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen het recht op een graf op
                                schriftelijk verzoek van de rechthebbende overschrijven ten name van
                                de echtgenoot of levenspartner danwel een bloedverwant of aanverwant
                                tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de
                                rechthebbende ten name van een ander dan de vorengenoemde personen
                                is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na het overlijden van de rechthebbende kan het graf worden
                                overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel
                                een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad, mits het
                                verzoek hiertoe schriftelijk wordt gedaan binnen een jaar na het
                                overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een
                                ander dan de in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk,
                                indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien na het overlijden van de rechthebbende het schriftelijk
                                verzoek tot overschrijving aan burgemeester en wethouders niet wordt
                                gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn
                                zijn burgemeester en wethouders bevoegd het recht op het graf te
                                doen vervallen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Afstand doen van graven.</titel></kop><al>Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de
                            rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van
                            het recht op het graf. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Grafbedekkingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Vergunning gedenkteken.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het plaatsen van een gedenkteken op een graf is een vergunning
                                nodig van burgemeester en wethouders. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen omtrent de
                                aard en afmetingen, alsmede omtrent de wijze van aanbrengen van
                                gedenktekens. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren indien: </al><lijst><li nr="a."><al>niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere
                                        regels; </al></li><li nr="b."><al>het grafteken afbreuk doet aan het aanzien van de
                                        begraafplaats; </al></li><li nr="c."><al>de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; </al></li><li nr="d."><al>de constructie van het grafteken ondeugdelijk is. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor het plaatsen van een gedenkteken op een graf worden rechten
                                geheven overeenkomstig het bepaalde in de Verordening
                                begraafplaatsrechten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Grafbeplanting.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen omtrent het
                                aanbrengen van grafbeplanting. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Beplantingen op een graf die in een verwaarloosde staat verkeren
                                kunnen door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan
                                worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen
                                en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder
                                worden verwijderd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Verwijderen grafbedekking.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na het vervallen van een recht op een graf dient de rechthebbende de
                                grafbedekking binnen vier weken van het graf te verwijderen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Verwijdering van de grafbedekking dient te geschieden op aanwijzing
                                en onder toezicht van de beheerder. De beheerder dient tenminste een
                                dag van tevoren op de hoogte te worden gesteld van het voornemen tot
                                verwijdering van de grafbedekking. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien verwijdering van de grafbedekking achterwege blijft,
                                geschiedt verwijdering van gemeentewege. De rechthebbende kan in dit
                                geval geen aanspraak maken op het afkomend materiaal of op een
                                vergoeding daarvoor. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Onderhoud door de rechthebbende.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende is verplicht het grafteken behoorlijk te
                                onderhouden of te herstellen. Hieronder wordt mede begrepen het
                                waterpas stellen van graftekens. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien hij nalaat het grafteken behoorlijk te onderhouden of te
                                herstellen, kunnen burgemeesters en wethouders de hiervoor in
                                aanmerking komende voorwerpen doen verwijderen. Het verwijderde
                                blijft gedurende twaalf weken ter beschikking van de rechthebbende
                                en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige
                                vergoeding is verplicht. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verwijdering vindt niet eerder plaats dan nadat de rechthebbende
                                overeenkomstig het bepaalde in artikel 28 vierde lid van de Wet op
                                de lijkbezorging op de verwaarlozing van het graf is gewezen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Onderhoud door de gemeente.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders voorzien in het algemeen onderhoud van de
                                begraafplaatsen, alsmede het onderhouden van de graven, met
                                uitzondering van de graftekenen en grafkelders. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het onderhouden van de graven worden rechten geheven
                                overeenkomstig het bepaalde in de Verordening begraafplaatsrechten.
                            </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Ruiming van graven.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Ruiming, bezorging van overblijfselen en as.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het voornemen van burgemeester en wethouders om graven te ruimen
                                wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip
                                waarop de graven geruimd zullen worden, door middel van een algemene
                                mededeling op de begraafplaats bekend gemaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde voornemen wordt bovendien tenminste
                                12 weken voor de ruiming bekend gemaakt in een regionaal
                                verschijnend dag- of weekblad. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van
                                lijken worden begraven op een van de daartoe bestemde afgesloten
                                gedeelten van de begraafplaats, tenzij door de rechthebbende op het
                                graf - of bij een algemeen graf de nabestaanden - een verzoek is
                                gedaan tot alsnog cremeren van de overblijfselen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van de bij de ruiming van het graf aanwezige asbussen wordt de
                                betreffende as verstrooid, tenzij door de rechthebbende op het graf
                                - of bij een algemeen graf de nabestaanden - een verzoek is gedaan
                                om de asbus elders te begraven. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Gedeelte voor kerkgenootschap.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Kerkgenootschap.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen na overleg met het bestuur van een
                                kerkgenootschap een gedeelte van de begraafplaats reserveren voor
                                het betreffende kerkgenootschap. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in deze verordening is eveneens van toepassing voor de
                                gedeelten op de begraafplaats welke zijn bestemd voor een
                                kerkgenootschap. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8.</nr><titel>Slotbepalingen.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die
                                    waarop zij is bekendgemaakt. </al></li><li nr="2."><al>Op het tijdstip van inwerkingtreding als bedoeld in het
                                    voorgaande lid vervallen </al></li><li nr="·"><al>de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen van de
                                    gemeente Tilburg zoals vastgesteld bij besluit van de raad van
                                    Tilburg d.d. 26 februari 1996 en </al></li><li nr="·"><al>de Verordening regelende het beheer van de Algemene
                                    Begraafplaats voor de gemeenten Berkel-Enschot, Moergestel,
                                    Oisterwijk en Udenhout zoals vastgesteld bij besluit van de raad
                                    van Berkel Enschot d.d. 28 juni 1984. </al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Overgangsbepaling.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Rechten en verplichtingen met betrekking tot graven - hoe ook
                                genaamd - die zijn ontstaan op basis van de Beheersverordening
                                gemeentelijke begraafplaatsen van de gemeente Tilburg zoals genoemd
                                in artikel 25 tweede lid worden, voorzover deze niet reeds zijn
                                vervallen of ingetrokken, geacht te zijn ontstaan op basis van
                                onderhavige verordening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een verzoek om een vergunning danwel een ander verzoek - hoe ook
                                genaamd - is gedaan op grond van de Beheersverordening gemeentelijke
                                begraafplaatsen van de gemeente Tilburg zoals genoemd in artikel 25
                                tweede lid, en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                verordening daarop nog niet is beslist, wordt de overeenkomstige
                                bepaling van deze verordening toegepast. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Citeerartikel.</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Beheersverordening
                            gemeentelijke begraafplaatsen 1997. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>