<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR239552_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Statuut voor de raadscommissie gemeente Tilburg 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2012, 33</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Statuut voor de raadscommissies gemeente Tilburg 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-10-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-10-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2008/2079</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt het Commissiestatuut voor de vaste raadscommissies van advies gemeente Tilburg 2007</al><al>Grondslagen</al><al>1.Gemeentewet</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Statuut voor de raadscommissie gemeente Tilburg 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Raadsbesluit</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Tilburg;</al><lijst><li nr="-"><al>gezien het voorstel van het presidium;</al></li><li nr="-"><al>gelet op de Gemeentewet;</al></li><li nr="-"><al>gelet op het door de raad aanvaarde amendement 14-2;</al></li></lijst><al/><al><vet>Besluit:</vet></al><al/><al>Vast te stellen het Statuut voor de raadscommissies gemeente Tilburg 2013,
                        luidende als volgt:</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Raadscommissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening worden onder commissies verstaan:
                                raadscommissies als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvang van elke nieuwe zittingsperiode neemt de raad, op
                                voorstel van het presidium, een besluit over de in te stellen
                                commissies en de naam daarvan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien daartoe aanleiding bestaat is tussentijdse wijziging door de
                                raad mogelijk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissies bestaan uit ten minste één en maximaal drie
                                raadsleden per fractie, afhankelijk van de grootte van de fractie: </al><lijst><li nr="a."><al>fracties van vijf raadsleden of meer: per raadscommissie
                                        maximaal drie leden uit elke fractie;</al></li><li nr="b."><al>fracties van drie of vier leden: per raadscommissie maximaal
                                        twee leden uit elke fractie;</al></li><li nr="c."><al>fracties van één of twee leden: per raadscommissie één lid
                                        uit elke fractie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissieleden worden door de raad, op voordracht van de
                                fractievoorzitters benoemd. </al><al> Indien gedurende een raadsperiode wisseling in de bezetting van een
                                raadscommissie plaatsvindt is hiervoor geen afzonderlijk
                                raadsbesluit vereist, maar kan worden volstaan met een mededeling
                                door de fractievoorzitter aan de voorzitter van de commissie, indien
                                en voor zover de wisseling betrekking heeft op zittende raadsleden
                                of reeds benoemde commissieleden-niet raadsleden, als bedoeld in
                                artikel 3.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie wijst uit haar midden een voorzitter en een
                                plaatsvervangend voorzitter aan. Alleen zittende raadsleden komen
                                voor het voorzitterschap van een commissie in aanmerking.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter van de fractie, waarin de aangewezen voorzitter
                                zitting heeft, mag één extra lid voor de desbetreffende commissie
                                voordragen. In dat geval heeft de voorzitter geen stem in de
                                commissie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In geval van verhindering of ontstentenis van de voorzitter en de
                                plaatsvervangend voorzitter, wordt de vergadering voorgezeten door
                                een door de commissie uit zijn midden aan te wijzen lid, die zittend
                                raadslid is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Ingeval van verhindering kan een commissielid zich doen vervangen
                                door een ander lid van de fractie.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een commissielid kan tussentijds door de raad worden ontslagen op
                                voorstel van de voorzitter van de fractie op wiens voordracht het
                                lid is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Hij die ophoudt lid van de raad te zijn, houdt tevens op lid te zijn
                                van de commissie(s), waarin hij zitting heeft, een en ander
                                onverminderd het bepaalde in artikel 3. Een lid van een commissie
                                kan te allen tijde ontslag nemen. Hij geeft daarvan schriftelijk
                                kennis aan de voorzitter van de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Commissieleden-niet raadslid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2 kan een fractievoorzitter
                                maximaal twee personen voordragen als commissielid niet-raadslid,
                                met dien verstande dat, voor de periode van 1 januari 2013 tot het
                                einde van de zittingsperiode 2010-2014 van de raad,
                                eenpersoonsfracties drie personen kunnen voordragen als commissielid
                                niet-raadslid. Uitsluitend personen die op een geldig verklaarde
                                kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen hebben gestaan,
                                kunnen worden voorgedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De benoeming geschiedt door de gemeenteraad voor de zittingsperiode
                                van de raad. Het betreffende commissielid niet-raadslid kan
                                tussentijds door de raad worden ontslagen op eigen verzoek of op
                                voorstel van de fractievoorzitter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ten aanzien van commissieleden niet-raadsleden, zijn de artikelen
                                10, 11, 12, 13, 15 en 28 van de Gemeentewet van overeenkomstige
                                toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Bijwonen vergaderingen.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter nodigt, tenzij zwaarwichtige redenen zich daartegen
                                verzetten, de leden van het college tot wiens portefeuille de te
                                bespreken onderwerpen behoren, uit voor de vergaderingen van de
                                commissie om de beraadslaging in de commissie bij te wonen en, op
                                uitnodiging, aan de beraadslaging in de raadscommissie deel te
                                nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De collegeleden kunnen zich hierbij steeds doen vergezellen van
                                ambtelijke adviseurs.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de raad en commissieleden kunnen vergaderingen van de
                                commissies, waarin zij geen zitting hebben, bijwonen. Zij mogen aan
                                de beraadslagingen deelnemen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie is bevoegd ambtenaren van de gemeente
                                en anderen tot het bijwonen van de vergadering uit te nodigen voor
                                het verstrekken van inlichtingen of adviezen. Tot zodanige
                                uitnodiging gaat de voorzitter tevens over, indien ten minste twee
                                leden van de commissie daarom verzoeken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Ambtelijke ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De griffier wijst voor elke commissie een commissiesecretaris
                                (raadsadviseur) aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissiesecretaris ondersteunt de voorzitter van de commissie
                                bij al zijn werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raadsgriffie ondersteunt de commissie en de leden van de
                                commissie zowel beleidsinhoudelijk als logistiek. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De commissiesecretaris draagt zorg voor de vastlegging, zoals
                                omschreven in artikel 17.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Taak</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Algemene taak commissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissies zijn, op het hun toegewezen werkterrein, belast met
                                het invullen van de vertegenwoordigende, de kaderstellende en de
                                controlerende functie van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de algemene taakstelling van de commissie is de
                                commissie belast met het uitbrengen van adviezen aan de raad en het
                                voeren van overleg met het college en de burgemeester over:</al><lijst><li nr="a."><al>voorstellen, die het college, de burgemeester of het
                                        presidium aan de raad voorlegt; </al></li><li nr="b."><al>initiatiefvoorstellen, die aan de raad zijn aangeboden;</al></li><li nr="c."><al>voorstellen, die op grond van het burgerinitiatief worden
                                        ingediend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Daarnaast geeft de commissie desgevraagd aan het college blijk van
                                haar wensen en bedenkingen over een voorgenomen besluit van het
                                college met betrekking tot een deelneming van de gemeente in een
                                privaatrechtelijke organisatie, als bedoeld in artikel 160, lid 2
                                van de Gemeentewet, van overdracht van collegebevoegdheden als
                                bedoeld in artikel 165 van de Gemeentewet, van een voorgenomen
                                besluit op grond van artikel 169, lid 4 van de Gemeentewet (de
                                wettelijk verplichte voorhangprocedure) dan wel een voorgenomen
                                besluit in andere gevallen waarin het college aan de raadscommissie
                                de gelegenheid geeft om wensen en bedenkingen in te brengen, voordat
                                het college een definitief besluit neemt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien, ingeval toepassing wordt gegeven aan lid 3, de commissie
                                wensen en bedenkingen heeft, kan de commissie aangeven of zij
                                behandeling in de raad wenselijk acht. Acht de commissie behandeling
                                in de raad wenselijk, dan wordt de aangelegenheid ter besluitvorming
                                voorgelegd aan de raad. Indien de commissie behandeling in de raad
                                niet nodig acht, dan wordt dit niet meer ter nadere besluitvorming
                                voorgelegd aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in lid 4, worden ontwerp-besluiten van
                                het college, die betrekking hebben op de wettelijk verplichte
                                voorhangprocedure, altijd aan de raad voorgelegd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Elke commissie is bevoegd aan de raad, aan het college of de
                                burgemeester ongevraagd advies uit te brengen en voorstellen te
                                doen, alsmede aan het college en de burgemeester om informatie of
                                inlichtingen te vragen, indien zij dit in het belang van de tot haar
                                werkkring behorende zaken nuttig en nodig acht.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Werkwijze</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Oproepen/vaststellen agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergaderingen van een commissie vinden plaats aan de hand van het
                                door de raad vastgestelde vergaderschema.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een commissie vergadert daarnaast zo dikwijls als de voorzitter het
                                nodig oordeelt of dit door ten minste een derde van het aantal leden
                                schriftelijk met opgave van redenen wordt gevraagd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt, in overleg met de commissiesecretaris, de
                                ontwerp-agenda van de vergadering. Hij draagt er zorg voor dat de in
                                artikel 6 bedoelde onderwerpen op de voorlopige agenda worden
                                geplaatst, alsmede de rondvraag voor de portefeuillehouder wiens
                                portefeuille tot het werkterrein van de commissie behoort en de
                                rondvraag voor de voorzitter. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor commissies die per vergadercyclus twee keer vergaderen wordt
                                ten behoeve van de tweede vergadering een geactualiseerde agenda
                                opgesteld, waaraan ook nieuwe agendapunten kunnen worden
                                toegevoegd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid van de commissie of het college kan de voorzitter verzoeken
                                een onderwerp, op de voorlopige agenda van de eerstvolgende
                                vergadering van de commissie te plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter geeft, spoedeisende gevallen uitgezonderd, 10 dagen
                                voor de vergadering aan de leden kennis van de vergadering, onder
                                opgaaf van de te behandelen punten.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>In de kennisgeving wordt aangegeven welke onderwerpen in één of twee
                                keer (eerste keer informatief en tweede keer meningsvormend) in de
                                commissie aan de orde komen. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De leden van de raad, die geen lid zijn van de commissie, alsmede
                                overige commissieleden, worden geïnformeerd over de kennisgeving,
                                bedoeld in het vorige lid.</al><al> De voorzitter bepaalt voorts aan wie de agenda eveneens moet worden
                                toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De voorzitter draagt er zorg voor dat de vergadering wordt
                                aangekondigd in een gratis verspreid huis-aan-huisblad en dat de
                                agenda wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website van Internet,
                                alsook de plaats waar de stukken ter inzage liggen.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De commissie stelt bij het begin van de vergadering de agenda vast.
                            </al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>In gevallen ter beoordeling van de voorzitter kan een commissie
                                schriftelijk worden geraadpleegd. Indien schriftelijke afdoening bij
                                een of meer leden op bezwaar stuit, geschiedt de behandeling van de
                                desbetreffende aangelegenheid in de eerstvolgende
                                commissievergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de meerderheid van de commissie daarom verzoekt schrijft de
                                voorzitter van de commissie een hoorzitting uit. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter regelt de orde tijdens de hoorzitting. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van het besprokene tijdens de hoorzitting wordt door de griffie een
                                beknopt verslag opgesteld. </al><al>Artikel 9. Besloten vergaderingen</al><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter kan een geheel of gedeeltelijk besloten
                                        vergadering beleggen. </al></li><li nr="2."><al>Bij toepassing van het vorige lid zendt de voorzitter de op
                                        het desbetreffende onderwerp betrekking hebbende stukken toe
                                        met het predicaat "vertrouwelijk".</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter draagt er zorg voor dat de stukken voor de
                                        leden van de commissie ter inzage liggen, waaronder begrepen
                                        de stukken, waaromtrent de commissie op grond van artikel 82
                                        van de Gemeentewet geheimhouding heeft opgelegd.</al></li></lijst><al>Artikel 10. Quorum</al><lijst><li nr=""><al>1.Indien uit de presentielijst blijkt dat niet meer dan de
                                        helft van het aantal zitting hebbende leden is opgekomen,
                                        wordt bezien of de fracties waartoe de wel aanwezige leden
                                        behoren in de gemeenteraad een meerderheid vormen. </al><al>1. Is dit laatste het geval dan vindt de vergadering
                                        doorgang.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer een vergadering vanwege de in het eerste lid
                                        genoemde reden geen doorgang vindt, kan de voorzitter een
                                        nieuwe vergadering beleggen, waarbij er slechts
                                        vierentwintig uur tussen het verzenden van de kennisgeving
                                        en het uur van de vergadering behoeven te verlopen. Die
                                        vergadering wordt gehouden ongeacht het aantal opgekomen
                                        leden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Vergaderorde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter is belast met de handhaving van de orde van de
                                vergadering. Artikel 26 van de Gemeentewet is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in
                                beginsel in twee termijnen, tenzij de voorzitter anders
                                beslist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie kan, op voorstel van de voorzitter, besluiten om in de
                                beraadslaging expliciet onderscheid te maken tussen
                                informatieverzameling, meningsvorming en besluitvorming, waarbij de
                                beraadslaging verdeeld wordt over twee commissievergaderingen,
                                waarbij de eerste vergadering het verzamelen van informatie centraal
                                staat en in de tweede vergadering meningsvorming en
                                besluitvorming.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Per fractie kan door één lid het woord worden gevoerd bij een
                                agendapunt. De voorzitter kan desgevraagd, indien daar bijzondere
                                redenen voor zijn, meerdere leden van een fractie toestemming geven
                                het woord te voeren bij een agendapunt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De commissie kan op voorstel van de voorzitter of van een lid van de
                                commissie door middel van een besluit een bindende afspraak maken
                                over de spreektijd bij een bepaald onderwerp per
                                spreker/fractie.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter kan besluiten tot een afwijkende / experimentele wijze
                                van vergaderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Advies van raadscommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de door de commissies uitgebrachte adviezen aan de raad over aan
                                de orde zijnde onderwerpen, de uitgebrachte wensen en bedenkingen
                                over voorgenomen collegebesluiten en de standpunten over
                                initiatiefvoorstellen, komen de visies van de in de vergadering
                                aanwezige fracties tot uitdrukking, waarbij het standpunt van de
                                commissie wordt bepaald op basis van gewogen stemmen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Besluiten van de commissie, waaronder besluiten over huishoudelijke
                                onderwerpen en het bepalen of een voorstel op de ontwerp-raadsagenda
                                wordt geagendeerd als A-stuk (agendapunten zonder discussie), als
                                B-stuk (agendapunten met moties en amendementen) of als C-stuk
                                (agendapunten met discussie) worden op basis van gewone meerderheid
                                van de uitgebrachte stemmen, met dien verstande dat wanneer een
                                fractie aangeeft bij een voorstel in de raad moties of amendementen
                                te willen indienen, dat punt in ieder geval als B-stuk wordt
                                geagendeerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de stemmen staken beslist de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Gecombineerde vergadering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen waarin een onderwerp tot het werkterrein van meerdere
                                commissies hoort stemmen de betrokken voorzitters onderling af in
                                welke commissie het onderwerp aan de orde wordt gesteld, zonodig
                                onder uitnodiging van de leden van de andere commissie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Slechts in bijzondere gevallen, zulks ter beoordeling van de
                                voorzitters, vergaderen commissies gezamenlijk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gecombineerde vergadering wordt door een der voorzitters, door
                                hen in onderling overleg bepaald, voorgezeten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Insprekers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgers en organisaties hebben de mogelijkheid om in een geheel of
                                gedeeltelijk openbare vergadering in te spreken bij een onderwerp
                                dat op de agenda van de commissie staat, de rondvraag uitgezonderd,
                                dan wel over een onderwerp dat niet is geagendeerd. Spreekgerechtigd
                                zijn inwoners van Tilburg en woordvoerders van organisaties die de
                                leeftijd van 16 jaar hebben bereikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot onderwerpen die niet zijn geagendeerd geldt dat
                                niet het woord kan worden gevoerd over:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep open
                                staat of heeft open gestaan of op een andere wijze onder de rechter
                                is;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>benoemingen, keuzes, voordrachten of aanbevelingen van
                                personen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet
                                bestuursrecht kan of kon worden ingediend;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>onderwerpen die louter een privé-belang betreffen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>onderwerpen de geen relatie hebben met de huishouding van de
                                gemeente;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>onderwerpen waarover men in een raadscommissie al heeft kunnen
                                inspreken;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>onderwerpen waarover al een gemeentelijke inspraakprocedure is
                                geweest of nog komt;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>onderwerpen die op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van
                                bestuur niet openbaar zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De personen die van de in lid 1 bedoelde mogelijkheid gebruik wensen
                                te maken, moeten daarvan tenminste één volle werkdag voor de aanvang
                                van de vergadering mededeling doen aan de voorzitter van de
                                commissie onder opgave van hun naam en adres en van het agendapunt
                                of de agendapunten, waaromtrent zij het woord verlangen. Wanneer
                                iemand wil inspreken over een punt dat niet op de agenda staat,
                                geldt hierbij een termijn van tien werkdagen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een onderwerp ingevolge artikel 7, lid 6 in twee keer in de
                                commissie wordt besproken, bestaat de mogelijkheid om in te spreken
                                alleen in de eerste vergadering waarin het betreffende onderwerp aan
                                de orde komt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De voorzitter bepaalt de spreektijd alsook de volgorde van spreken,
                                indien meer dan één persoon ten aanzien van eenzelfde agendapunt het
                                woord wordt verleend. De spreektijd bedraagt in beginsel vijf
                                minuten. Wanneer zich voor een bepaald onderwerp meerdere insprekers
                                hebben aangemeld, kan de voorzitter een afwijkende spreektijd
                                vaststellen, waarbij de totaal spreektijd voor de insprekers niet
                                minder mag bedragen dan vijf minuten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De voorzitter verleent, nadat de commissie daartoe bij de
                                vaststelling van de agenda heeft besloten, telkens bij de aanvang
                                van de behandeling van een agendapunt, aan insprekers het woord om
                                over het aan de orde zijnde agendapunt hun mening te geven.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De insprekers moeten de door de voorzitter in het belang van de orde
                                gegeven aanwijzingen opvolgen. De voorzitter kan hen het woord
                                ontnemen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De leden van de commissie zijn gerechtigd aan de insprekers vragen
                                te stellen over hetgeen door dezen naar voren is gebracht.</al><al> Hetgeen door de insprekers naar voren wordt gebracht vormt echter
                                geen punt van discussie tussen hen en de leden van de
                                commissie.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Insprekers krijgen na de bespreking in eerste termijn, de
                                gelegenheid om kort en zakelijk te reageren op de inbreng van de
                                commissie in eerste termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Ingekomen brieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingekomen brieven die betrekking hebben op een geagendeerd onderwerp
                                worden bij de behandeling van dat onderwerp betrokken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De overige brieven worden ter voorbereiding van een nader in de
                                commissie aan de orde te stellen standpunt dan wel ter afdoening in
                                handen gesteld van de voorzitter van de commissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter stelt de briefschrijver in voorkomend geval in kennis
                                in welke vergadering van de commissie de ingekomen brief zal worden
                                behandeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Mededelingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter kan schriftelijk of mondeling mededelingen doen aan de
                                commissie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan een lid van het college in de gelegenheid stellen
                                een mededeling te doen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissie kan een mededeling voor kennisgeving aannemen of een
                                nadere uitleg vragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Verslaglegging</titel></kop><al>Van iedere commissievergadering wordt, onder de zorg van de
                            commissiesecretaris, een beknopte terugmelding gemaakt, waarin per
                            onderwerp de fractiestandpunten worden aangegeven, de toezeggingen van
                            de wethouder en in voorkomend geval of een agendapunt als A-, B- of
                            C-stuk wordt aangemeld voor de raadsagenda.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Interpretatie statuut</titel></kop><al>Bij twijfel omtrent de betekenis of de toepassing van dit statuut en in
                            gevallen, waarin dit statuut niet voorziet, beslist de voorzitter van de
                            commissie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Tijdstip inwerkingtreding en citeerartikel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                2013.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op het tijdstip als bedoeld in het eerste lid vervalt het
                                “Commissiestatuut voor de vaste raadscommissies van advies gemeente
                                Tilburg 2007”.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Statuut voor de
                                raadscommissies gemeente Tilburg 2013”.</al></lid></artikel></paragraaf></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Statuut voor de raadscommissies gemeente Tilburg 2013</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Dit commissiestatuut heeft betrekking op de functionele raadscommissies, als
                    bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet. Deze commissies hebben tot taak de
                    besluitvorming van de raad voor te bereiden en met het college en de
                    burgemeester te overleggen.</al><al>Het politieke besluitvormingsproces kan in drie fases worden onderverdeeld:</al><lijst><li nr="-"><al>het verzamelen van informatie over de aan de orde zijnde onderwerpen,
                            zodat daarover in een latere fase op een verantwoorde manier
                            besluitvorming kan plaatsvinden;</al></li><li nr="-"><al>meningsvorming, middels het politieke debat in de raadscommissies en
                            eventueel in de raad;</al></li><li nr="-"><al>besluitvorming. De besluitvorming vindt in de meeste gevallen plaats in
                            de raad, maar wordt dan in de raadscommissies voorbereid. </al></li></lijst><al>De werkwijze van de raad heeft ook gevolgen voor de raadscommissies. Alle
                    voorstellen die in de raad aan de orde komen worden eerst zo veel mogelijk in de
                    raadscommissies voorbereid. Dat geldt in beginsel ook voor
                    initiatiefvoorstellen. In de commissie wordt bepaald of het voorstel als
                    hamerstuk in de raad behandeld zal worden, of aan de hand van moties en
                    amendementen die in de commissievergadering worden aangekondigd, dan wel of het
                    voorstel als discussiestuk aan de raad wordt voorgelegd, op basis van
                    discussiepunten die nog resteren uit de behandeling van het voorstel in de
                    raadscommissie.</al><al>Dit commissiestatuut sluit zo veel mogelijk aan bij het Reglement van Orde van
                    de raad. </al><al>Ten opzichte van het vorige commissiestatuut zijn er enkele wijzigingen
                    aangebracht. In de artikelgewijze toelichting zijn deze nader aangegeven. </al><tussenkop>Artikelgewijze toelichting </tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Raadscommissies</tussenkop><al>Bij het aantreden van de raad bepaalt de raad welke raadscommissies er
                    zijn.</al><al>De samenstelling van de raadscommissies is geregeld in de artikelen 2 en 3 van
                    het commissiestatuut.</al><al>De raad heeft op 6 februari 2012 besloten om per 1 januari 2013 de volgende
                    commissie-indeling te hanteren:</al><lijst><li nr="-"><al>Leefbaarheid;</al></li><li nr="-"><al>Sociale Stijging;</al></li><li nr="-"><al>Vestigingsklimaat;</al></li><li nr="-"><al>Bestuur.</al></li></lijst><al>Dit commissiestatuut heeft betrekking op deze vier raadscommissies. </al><al>Daarnaast kennen we nog enkele andere raadscommissies, die hun eigen statuut
                    hebben, zoals de raadscommissie voor de Bezwaarschriften.</al><tussenkop>Artikel 2. Samenstelling</tussenkop><al>Raadsleden kunnen lid zijn van een raadscommissie en, onder bepaalde condities,
                    ook niet-raadsleden (zie artikel 3 van het commissiestatuut).</al><al>De raad benoemt aan het begin van elke raadsperiode de leden van de
                    raadscommissies. Indien er gedurende een raadsperiode een wisseling in de
                    bezetting van een raadscommissie plaatsvindt en de wisseling betrekking heeft op
                    zittende raadsleden of al benoemde commissieleden niet-raadsleden, dan is
                    daarvoor geen afzonderlijk raadsbesluit nodig. Dan kan worden volstaan met een
                    mededeling van de fractievoorzitter aan de voorzitter van de betreffende
                    raadscommissie. Dit bevordert een soepele overgang en voorkomt onnodige
                    bureaucratie.</al><al>Als het gaat om niet reeds benoemde commissieleden niet-raadsleden, dan is
                    daarvoor wel een raadsbesluit nodig, in verband met het onderzoek van de raad of
                    voldaan wordt aan de benoembaarheidseisen.</al><al>Artikel 82 van de Gemeentewet schrijft voor dat een lid van de raad voorzitter
                    is van een raadscommissie. Dat geldt uiteraard ook voor de plaatsvervangend
                    voorzitter. Dat betekent dat commissieleden niet-raadsleden geen voorzitter
                    respectievelijk plaatsvervangend voorzitter kunnen zijn van een
                    raadscommissie.</al><al>De voorzitter is, naast het leiden van de vergadering, het handhaven van de orde
                    en het doen naleven van het commissiestatuut, belast met het voorbereiden van de
                    vergaderingen van de raadscommissie, waaronder het opstellen van een
                    concept-agenda, alsmede met andere activiteiten van de raadscommissie, zoals
                    informatiebijeenkomsten, werkbezoeken etc. De voorzitter wordt hierbij
                    ondersteund door de commissiesecretaris en de overige medewerkers van de
                    raadsgriffie.</al><al>Het commissiestatuut geeft de fractie die de voorzitter levert de mogelijkheid
                    om een extra commissielid voor te dragen. Dit, omdat de voorzitter geen
                    woordvoerder kan zijn van zijn fractie. Als van deze mogelijkheid gebruik
                    gemaakt wordt, dan heeft de voorzitter geen stemrecht in de commissie, om te
                    voorkomen dat de stemverhouding wordt verstoord. </al><al>Bij staken van de stemmen beslist de voorzitter (zie artikel 12), ongeacht of de
                    voorzitter regulier stemrecht heeft in de commissie of niet.</al><al>In het commissiestatuut is nieuw opgenomen dat een commissielid die verhinderd
                    is de vergadering bij te wonen, zich door een ander lid van de fractie kan laten
                    vervangen. Deze vervanger heeft dan dezelfde rechten als een commissielid en kan
                    daardoor ook aan de stemming deelnemen.</al><al>Elk commissie- en raadslid had al de mogelijkheid om in elke commissie aanwezig
                    te zijn en daar het woord te voeren, maar de stemgerechtigheid was daarmee nog
                    niet geregeld.</al><tussenkop>Artikel 3. Commissieleden niet-raadslid</tussenkop><al>Alle fracties, ongeacht de grootte, kunnen twee commissieleden niet-raadsleden
                    voordragen. Dit heeft geen invloed op het toegestane maximale aantal
                    commissieleden per fractie in enige commissie.</al><al>Commissieleden die geen raadslid zijn, moeten ook voldoen aan een aantal
                    benoembaarheidseisen, vergelijkbaar met de benoembaarheidseisen van raadsleden.
                    Daarom wordt, net zoals dat bij raadsleden gebeurt, bij elke benoeming van
                    nieuwe commissieleden niet-raadslid, door de raad daartoe een onderzoek
                    ingesteld.</al><al>Voor de commissieleden niet- raadslid geldt in voorkomend geval de
                    geheimhoudingsplicht op dezelfde manier als voor raadsleden.</al><tussenkop>Artikel 4. Bijwonen vergaderingen</tussenkop><al>Uitgangspunt is dat de portefeuillehouder bij de commissievergaderingen aanwezig
                    is, voor het verstrekken van informatie en het beantwoorden van vragen. De
                    portefeuillehouder kan zich daarbij doen vergezellen van ambtelijke adviseurs,
                    die op uitnodiging van de voorzitter ook het woord kunnen voeren.</al><al>Op 3 juni 2002 heeft de raad de volgende regels gesteld omtrent de deelname van
                    leden van het college aan commissie- en raadsvergaderingen:</al><lijst><li nr="1."><al>Bij voorstellen die door het college worden voorgelegd, wordt de
                            betrokken portefeuillehouder in de gelegenheid gesteld om een
                            toelichting te verstrekken, indien de commissie te kennen geeft daaraan
                            behoefte te hebben. Daarbij verstrekt de portefeuillehouder de
                            toelichting, informatie en inlichtingen, die door of vanuit de commissie
                            wordt gevraagd.</al></li><li nr="2."><al>Ten aanzien van andere punten bepaalt de voorzitter, zo mogelijk vooraf
                            en anders ter vergadering, of en hoe de portefeuillehouder in de
                            gelegenheid wordt gesteld om aan de beraadslaging van de commissie deel
                            te nemen, in het bijzonder voor het verstrekken van informatie en
                            inlichtingen en het geven van toelichting.</al></li><li nr="3."><al>Ook individuele leden van de commissie kunnen, met inachtneming van de
                            vergaderorde en het commissiestatuut, aan de portefeuillehouder
                            toelichting, informatie en inlichtingen vragen.</al></li><li nr="4."><al>Indien een portefeuillehouder in overige situaties wil deelnemen aan de
                            beraadslaging van een commissie, richt hij daartoe een met redenen
                            omkleed verzoek aan de voorzitter. De voorzitter bepaalt of het verzoek
                            wordt ingewilligd. Daarbij betrekt hij zo nodig de opvattingen van de
                            commissie daarover. De voorzitter houdt daarbij rekening met alle
                            relevante feiten en omstandigheden, zoals de inhoud van de agenda van de
                            betreffende commissie en de actualiteit of urgentie van het te bespreken
                            onderwerp.</al></li></lijst><al>Raadsleden kunnen in elke commissievergadering aanwezig kunnen zijn en daar ook
                    het woord voeren. Dus ook in de commissievergaderingen waarvan zij geen lid
                    zijn. Van deze bepaling kan gebruik worden gemaakt ingeval van verhindering van
                    een commissielid of als er een onderwerp aan de orde komt dat meer specifiek op
                    het werkterrein ligt van een raadslid dat geen lid is van de betreffende
                    raadscommissie.</al><al>Deze mogelijkheid geldt ook voor commissieleden niet-raadslid. </al><al>Alleen leden van een commissie die ter vergadering aanwezig zijn, kunnen
                    deelnemen aan de stemming.</al><al>Commissie- en raadsleden die een commissielid vervangen kunnen ook aan de
                    stemming deelnemen.</al><tussenkop>Artikel 5. Ambtelijke ondersteuning</tussenkop><al>De ambtelijke ondersteuning door de raadsgriffie is vooral procedureel en
                    procesmatig, zowel voor de commissies als geheel als voor individuele
                    commissieleden. De ambtelijke ondersteuning is geregeld in de Verordening
                    ambtelijke bijstand raad 2002, waarin is vastgelegd dat raadsleden voor
                    feitelijke informatie en voor ondersteuning terecht kunnen bij de raadsgriffie.
                    De griffie kan hierbij eventueel de reguliere ambtelijke organisatie
                    inschakelen.</al><al>Er bestaat recht op ambtelijke bijstand, tenzij:</al><lijst><li nr="1."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking
                            heeft op de werkzaamheden van de raad;</al></li><li nr="2."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al></li><li nr="3."><al>het presidium heeft bepaald dat de gevraagde bijstand
                            buitenproportioneel is.</al></li></lijst><al>De raadsgriffie heeft geen zelfstandige inhoudelijke adviesfunctie (in casu geen
                    tweede kanaalsadvisering).</al><tussenkop>Artikel 6. Algemene taken commissie</tussenkop><al>In het Reglement van Orde van de raad is aangegeven dat voorstellen aan de raad
                    in beginsel steeds inhoudelijk in de raadscommissie aan de orde komen, ter
                    voorbereiding van de besluitvorming in de raad. Dit geldt ook voor
                    initiatiefvoorstellen, tenzij de raad besluit om het initiatiefvoorstel direct
                    in de raad aan de orde te stellen. In de raadscommissie kan
                    informatie-uitwisseling plaatsvinden en meningsvorming. </al><al>De commissie kan daarnaast gevraagd en ongevraagd adviezen uitbrengen en het
                    college en de burgemeester informatie en inlichtingen vragen. Dit als onderdeel
                    van de verantwoordingsplicht van het college en de burgemeester.</al><al>In het commissiestatuut is verder de "voorhangprocedure" geregeld.</al><al>Op grond van artikel 160, lid 2 van de Gemeentewet kan het college slechts
                    besluiten tot oprichting van een rechtspersoon nadat de raad een ontwerp besluit
                    is toegezonden en hij zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college
                    heeft kunnen brengen.</al><al>Eenzelfde procedure wordt voorgeschreven voor de overdracht van
                    bestuursbevoegdheden van het college aan o.a. bestuurscommissies (art. 165
                    Gemeentewet). Daarnaast moet de raad in de gelegenheid worden gesteld om wensen
                    en bedenkingen te geven over enkele voorgenomen bestuursbesluiten (art. 169, lid
                    4 Gemeentewet). In al deze gevallen is sprake van de wettelijk verplichte
                    voorhangprocedure.</al><al>In sommige gevallen verbindt de raad aan delegatie of attributie van een
                    bevoegdheid aan het college de voorwaarde dat de functionele raadscommissie
                    daarin wordt betrokken. </al><al>Het college kan daarnaast in belangrijke kwesties, zonder dat er sprake is van
                    een op de wet of raadsbesluit gebaseerde verplichting, de raadscommissie
                    gelegenheid geven haar wensen en bedenkingen in te brengen, voordat het college
                    een definitief besluit neemt.</al><al>In deze gevallen wordt gesproken van de vrijwillige voorhangprocedure.</al><al>Als toepassing wordt gegeven aan de wettelijk verplichte voorhangprocedure, dat
                    wordt de aangelegenheid na de commissiebehandeling altijd ter besluitvorming
                    voorgelegd aan de raad.</al><al>Ingeval van een vrijwillige voorhangprocedure, kan de commissie aangeven of de
                    aangelegenheid nog voorgelegd moet worden aan de raad.</al><al>Op 5 september 2011 heeft het presidium besloten om terughoudender om te gaan
                    met de vrijwillige voorhangprocedure en daarbij, als uitgangspunt, de volgende
                    criteria te hanteren: </al><lijst><li nr="1."><al>De gevallen bedoeld in artikel 169, lid 4 van de Gemeentewet. In dit
                            wetsartikel is bepaald (in aanvulling op de algemene bepalingen over de
                            actieve en passieve informatieplicht van het college) dat het college
                            aan de raad vooraf inlichtingen moet geven, als het gaat om de
                            uitoefening van onderstaande bevoegdheden, indien de raad daarom
                            verzoekt of indien de uitoefening van die bevoegdheid ingrijpende
                            gevolgen kan hebben voor de gemeente:</al></li><li nr="-"><al>privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente;</al></li><li nr="-"><al>voeren van rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve
                            beroepsprocedures of het verrichten van handelingen ter voorbereiding
                            daarop;</al></li><li nr="-"><al>besluiten ten aanzien van de civiele verdediging;</al></li><li nr="-"><al>instellen, veranderen of afschaffen van jaarmarkten of gewone
                            marktdagen.</al><al> Als zich een van de situaties voordoet èn er is sprake van dat "de
                            uitoefening van de bevoegdheid ingrijpende gevolgen kan hebben voor de
                            gemeente", dan behoort de raad dus, aldus de Gemeentewet, in de
                            gelegenheid te worden gesteld om wensen en bedenkingen naar voren te
                            brengen, voordat het college hierover een besluit neemt.</al></li><li nr="2."><al>Als het college voornemens is om af te wijken van eerder door de raad
                            vastgestelde beleidsuitgangspunten.</al></li><li nr="3."><al>Als het college voornemens is om af te wijken van een door de raad
                            aanvaarde motie.</al></li><li nr="4."><al>Ten aanzien van kadernota's worden startnotities geagendeerd voor de
                            functionele raadscommissie, zodat de commissie wensen en bedenkingen kan
                            geven over de op te stellen kadernota en het te doorlopen proces van de
                            totstandkoming daarvan.</al></li></lijst><al>Op 18 juni 2012 heeft het presidium de volgende afspraken gemaakt over
                    informatiebijeenkomsten:</al><lijst><li nr="1."><al>Het doel van informatiebijeenkomsten is uitsluitend het uitwisselen van
                            informatie tussen het college en de raad. Er worden geen politieke
                            standpunten gewisseld of opgehaald. </al></li><li nr="2."><al>De ambtelijke organisatie en de raadsgriffie bekijken in het voortraject
                            of een informatiebijeenkomst nuttig en zinvol is en of een
                            informatiebijeenkomst het juiste instrument is om de raad te
                            informeren</al></li><li nr="3."><al>Informatiebijeenkomsten voor de raad zijn openbaar.</al></li><li nr="4."><al>Tijdens informatiebijeenkomsten krijgen uitsluitend raadsleden,
                            collegeleden, commissieleden, ambtenaren het woord. </al></li><li nr="5."><al>Het college verstrekt uitsluitend vertrouwelijke informatie tijdens een
                            vertrouwelijke vergadering van een raadscommissie. Uitgangspunt is om
                            zoveel mogelijk aan te sluiten bij de data van de reguliere
                            commissievergaderingen (voor of ná het openbare deel
                            commissievergadering).</al></li><li nr="6."><al>De afspraken over informatiebijeenkomsten opnemen in het reglement van
                            orde van de raad.</al></li></lijst><al>In het Reglement van Orde van de raad is een bepaling opgenomen over de
                    Werkagenda van de raad met het oog op de voorbereiding van belangrijke
                    onderwerpen, die maatschappelijk en/of politiek relevant zijn en die de
                    eerstkomende periode op de politieke agenda staan en veelal in de commissies aan
                    de orde komen. De voortgang van de Werkagenda wordt door de commissies bewaakt. </al><tussenkop>Artikel 7. Oproepen/vaststellen agenda</tussenkop><al>In het vergaderschema dat de raad elk jaar vaststelt, worden ook de
                    vergaderingen van de raadscommissies ingepland. De raad heeft op 6 februari 2012
                    besloten hierbij uit te gaan van een vijfwekelijkse vergadercyclus. Hierin
                    vergaderen de commissies Leefbaarheid, Sociale Stijging, en Vestigingsbeleid in
                    beginsel twee keer per vergadercyclus en de commissie Bestuur één keer. </al><al>Op 6 februari 2012 heeft de raad tevens besloten om voor de commissies die per
                    vergadercyclus twee keer vergaderen, ten behoeve van de tweede vergadering een
                    geactualiseerde agenda op te stellen, waaraan ook nieuwe agendapunten kunnen
                    worden toegevoegd.</al><al>Commissievergaderingen worden, behoudens onvoorziene omstandigheden, niet op
                    eenzelfde tijd ingepland. Dit is als zodanig ook expliciet geregeld in het
                    Reglement van Orde van de raad.</al><al>De voorzitter van de commissie is belast met het opstellen van de ontwerp agenda
                    van de commissie. Hij let er daarbij op dat aangeleverde agendapunten op de
                    agenda worden geplaatst, zoals de voorstellen van het college en de
                    initiatiefvoorstellen die de raad voor advies in handen van de commissie heeft
                    gesteld. </al><al>Elk commissielid kan een verzoek indienen om een onderwerp op de ontwerp agenda
                    te plaatsen.</al><al>In het overleg met de commissievoorzitters van 1 maart 2005 is een gedragslijn
                    opgesteld ten aanzien van de behandeling van agendapunten, die op verzoek van
                    een commissielid op de agenda zijn geplaatst:</al><lijst><li nr="-"><al>Het verzoekende commissielid licht het agendapunt kort toe.</al></li><li nr="-"><al>Wil het commissielid iets anders dan een korte toelichting (bijvoorbeeld
                            een presentatie e.d.), dan moet hij hierover, voorafgaande aan de
                            commissievergadering, contact opnemen met de voorzitter van de
                            commissie.</al></li><li nr="-"><al>De voorzitter bepaalt wat tijdens de vergadering is toegestaan.</al></li><li nr="-"><al>Bij verschil van mening tussen het commissielid en de voorzitter,
                            beslist de voorzitter.</al></li></lijst><al>In elke agenda wordt de rondvraag opgenomen, zowel per portefeuillehouder wiens
                    portefeuille betrekking heeft op het werkterrein van de betreffende commissie
                    als een rondvraag voor de voorzitter.</al><al>Met betrekking tot de rondvraag geldt de werkafspraak dat rondvraagpunten die
                    uiterlijk op donderdag vóór de commissievergadering bij de commissiesecretaris
                    zijn aangeleverd worden uitgezet bij de dienst / portefeuillehouder, zodat de
                    portefeuillehouder een juist en volledig antwoord kan geven tijdens de
                    commissievergadering. De tijdig ingediende vragen worden ook toegezonden aan de
                    overige commissieleden. Rondvraagpunten die niet tijdig zijn aangeleverd worden
                    zo mogelijk door de portefeuillehouder tijdens de vergadering beantwoord. Is dit
                    voor de portefeuillehouder niet mogelijk, dat wordt de vraag later via de
                    terugkoppeling beantwoord.</al><al>Zijn er vooraf geen vragen voor de portefeuillehouder aangemeld, dan is het
                    mogelijk dat een plaatsvervangend portefeuillehouder de vragen beantwoordt c.q.
                    in ontvangst neemt.</al><al>Daarnaast geldt de gedragslijn dat tijdens de rondvraag geen vragen worden
                    gesteld over een onderwerp dat al door een andere fractie op de politieke agenda
                    is gezet, bijvoorbeeld al schriftelijke vragen heeft gesteld op grond van
                    artikel 47 van het Reglement van Orde van de raad.</al><al>In de uitnodiging geeft de voorzitter aan of een onderwerp in één of twee keer
                    in de commissie aan de orde komt. </al><al>De uitnodigingen voor de commissievergaderingen met de vergaderstukken worden in
                    beginsel ten minste 10 dagen vóór de commissievergadering toegestuurd, zodat
                    commissieleden in ieder geval twee weekenden hebben ter voorbereiding. Raads- en
                    commissieleden die geen zitting hebben in de betreffende commissie, ontvangen de
                    agenda, zodat zij geïnformeerd zijn over de punten die in de commissie aan de
                    orde komen.</al><tussenkop>Artikel 8. Hoorzitting</tussenkop><al>Deze bepaling is overgenomen uit het vorige commissiestatuut.</al><al>Deze bepaling regelt het houden van hoorzittingen door de raadscommissie. </al><al>Dit zijn specifieke bijeenkomsten, waarvan een beknopt verslag wordt
                    gemaakt.</al><al>Daarnaast kan de commissie besluiten andersoortige bijeenkomsten te houden,
                    zoals werkbezoeken en informatiebijeenkomsten. Veelal zal dit gebeuren ter
                    voorbereiding van belangrijke onderwerpen die in de raadscommissie aan de orde
                    komen.</al><tussenkop>Artikel 9. Besloten vergaderingen</tussenkop><al>De Gemeentewet bepaalt dat vergaderingen van raadscommissies als regel in het
                    openbaar plaatsvinden. Op verzoek van een vijfde van het aantal leden van de
                    raadscommissie of de voorzitter, kan de raadscommissie beslissen om achter
                    gesloten deuren te vergaderen. De commissie kan dat doen op grond van een belang
                    genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur (zie art. 86
                    Gemeentewet). Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag
                    gemaakt, dat niet openbaar is tenzij de raadscommissie anders beslist.</al><al>Wanneer er voor het college aanleiding is om vertrouwelijke informatie te
                    verstrekken, dan gebeurt dat altijd in een besloten commissievergadering.
                    Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de agenda van de
                    reguliere commissievergaderingen (voor of ná het openbare deel van de
                    commissievergadering).</al><tussenkop>Artikel 10. Quorum</tussenkop><tussenkop>Deze bepaling is overgenomen uit het vorige commissiestatuut en behoeft
                    geen nadere toelichting.</tussenkop><tussenkop>Artikel 11. Vergaderorde</tussenkop><al>In dit artikel is vastgelegd dat elke fractie in beginsel bij elk agendapunt
                    slechts één woordvoerder heeft. Van de commissieleden wordt verwacht dat zij per
                    agendapunt binnen de fractie afspraken maken over het woordvoerderschap, zodat
                    de woordvoerder namens de fractie het woord voert. Als dat aan de orde is, kan
                    daarbij zo nodig blijk worden gegeven van meerderheids- en
                    minderheidsstandpunten. Maar dat zal zich in de praktijk niet of nauwelijks
                    voordoen.</al><al>Technische vragen moeten zoveel mogelijk, voorafgaand aan de
                    commissievergadering, via de commissiesecretaris worden gesteld. De voorzitter
                    van de commissie bewaakt dit. Antwoorden op vooraf gestelde vragen worden aan de
                    commissieleden rondgestuurd, tenzij de vragensteller expliciet heeft aangegeven
                    daar bezwaar tegen te hebben.</al><al>In dit artikel is verder bepaald dat belangrijke onderwerpen in twee
                    vergaderingen kunnen worden besproken. Eerst informatief en later meningsvormend
                    / besluitvormend.</al><al>Conform het raadsbesluit van 17 mei 2007, naar aanleiding van de evaluatie van
                    het nieuwe vergaderstelsel, is in het commissiestatuut de mogelijkheid opgenomen
                    voor meer afwijkende / experimentele wijzen van bespreking van agendapunten in
                    de raadscommissie. De voorbeelden die daarbij zijn genoemd hebben onder meer
                    betrekking op het toelichten van initiatiefvoorstellen in de
                    commissievergadering door de indiener vanaf het spreekgestoelte, waarna de
                    commissieleden gelegenheid krijgen om vragen te stellen over het voorstel,
                    waarna onderling inhoudelijk debat plaats vindt. De portefeuillehouder krijgt de
                    mogelijkheid een pre-advies te geven. Als ander voorbeeld is genoemd het
                    vergaderen op locatie.</al><tussenkop>Artikel 12. Advies van raadscommissie</tussenkop><al>In dit artikel is vastgelegd dat, als er in een commissie gestemd wordt, dit
                    gebeurt op basis van gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. </al><al>In het overleg van de commissievoorzitters van 10 maart 2003 is afgesproken dat,
                    indien een fractie aangeeft niet aanwezig te kunnen zijn bij een
                    commissievergadering, maar wel fractiestandpunten kenbaar gemaakt heeft vóór de
                    commissievergadering bij de voorzitter / secretaris, deze standpunten bij de
                    behandeling van het desbetreffende agendapunt door de voorzitter worden
                    meegedeeld. </al><al>Indien een fractie heeft aangegeven niet aanwezig te kunnen zijn bij een
                    commissievergadering, maar ná de commissievergadering nog wel fractiestandpunten
                    kenbaar maakt aan de voorzitter / secretaris, dan worden deze standpunten ter
                    kennis gebracht van de commissieleden. Deze standpunten hebben geen invloed op
                    de bepaling van het commissiestandpunt. Bepalend is immers het
                    commissiestandpunt, zoals de voorzitter dit tijdens de vergadering
                    formuleert.</al><al>Ten aanzien van raadsvoorstellen die in de commissie aan de orde komen, bepaalt
                    de commissie of het voorstel aan de raad wordt voorgelegd als A-stuk
                    (agendapunten zonder discussie), als B-stuk (agendapunten met moties en
                    amendementen) of als C-stuk (agendapunten met discussie). Een punt wordt in
                    ieder geval als B-stuk geagendeerd, als een fractie aangeeft dat bij dat punt
                    moties of amendementen zullen worden ingediend. Op grond van de Gemeentewet
                    heeft elk raadslid immers het recht om moties en amendementen in te dienen.</al><tussenkop>Artikel 13. Gecombineerde vergadering</tussenkop><al>Elke commissie heeft haar eigen werkterrein. In de praktijk komt het voor dat
                    een bepaald onderwerp tot het werkterrein van meerdere raadscommissies behoort. </al><al>In artikel 12 is vastgelegd dat in een dergelijk geval de voorzitters van de
                    betrokken raadscommissies in onderling overleg bepalen in welke commissie het
                    onderwerp aan de orde komt.</al><al>Het is in Tilburg praktijk dat gecombineerde commissievergaderingen tot een
                    minimum beperkt blijven. In voorkomend geval kunnen raads- en commissieleden van
                    andere commissies desgewenst deel nemen aan de vergadering waarin het
                    betreffende onderwerp aan de orde komt.</al><tussenkop>Artikel 14. Insprekers</tussenkop><al>In het vorige commissiestatuut is er reeds voor gekozen om het spreekrecht in de
                    commissievergadering meer uit te werken. In het commissiestatuut is een
                    mogelijkheid opgenomen om in te spreken over onderwerpen die niet op de agenda
                    staan zijn. </al><tussenkop>Artikel 15. Ingekomen brieven</tussenkop><al>Ingekomen brieven die betrekking hebben op een agendapunt, worden betrokken bij
                    het betreffende agendapunt. In andere gevallen draagt de voorzitter zorg voor
                    afdoening van de brieven.</al><al>In de praktijk worden commissieleden zo snel mogelijk geïnformeerd over
                    ingekomen brieven, via de Dagmail. Het is dan aan de commissieleden om te
                    bepalen of zij de brief willen agenderen voor de commissievergadering.</al><al>Wanneer een brief een antwoord vergt, draagt de voorzitter daar zorg voor.</al><tussenkop>Artikel 16. Mededelingen</tussenkop><al>Zie ook de toelichting bij artikel 4 omtrent de deelname van portefeuillehouders
                    aan de commissievergaderingen.</al><tussenkop>Artikel 17. Verslaglegging</tussenkop><al>Van het besprokene wordt geen verslag meer gemaakt.</al><al>Fractiestandpunten en toezeggingen worden wel vastgelegd. Deze worden
                    teruggekoppeld naar het college, zodat het college deze kan betrekken bij de
                    definitieve besluitvorming en eventueel kan verwerken in het Eindvoorstel over
                    raadsvoorstellen.</al><al>De commissies worden geïnformeerd over de besluiten van het college naar
                    aanleiding van deze terugkoppeling. De voortgangsbewaking verloopt via de
                    commissies. </al><al>Het besprokene tijdens de commissievergaderingen kan ook live via internet
                    worden gevolgd. De geluidsbestanden zijn later ook via de gemeentesite te
                    raadplegen.</al><tussenkop>Artikel 18. Interpretatie statuut </tussenkop><al>Deze bepaling behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 19. Tijdstip inwerkingtreding en citeerartikel</tussenkop><al>Deze bepaling behoeft geen toelichting.</al><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 22 oktober 2012</al><al>de griffier, </al><al>de voorzitter,</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>