<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR239505_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-12-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ommen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Vechtdal Centraal, 9 januari
                2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-7544</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-7545</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING AMBTELIJKE BIJSTAND EN FRACTIEONDERSTEUNING</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier of een ambtenaar met een
                                verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar
                                        zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                                informatie bedoeld onder het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij
                                de secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om bijstand
                                bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere
                                bijstand.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bijstand, bedoeld in het derde lid, wordt verleend door de
                                griffier of een medewerker van de griffie. Indien de gevraagde
                                bijstand niet door de griffier of een medewerker van de griffie kan
                                worden verleend kan de griffier de gemeentesecretaris verzoeken de
                                directeur van de Bestuursdienst Ommen-Hardenberg opdracht te geven,
                                één of meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo
                                spoedig mogelijk verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ambtenaar verleent ambtelijke bijstand tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
                                        betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al></li><li nr="c."><al>het bijstand, bedoeld in artikel 1, derde lid, betreft en de
                                        gevraagde bijstand, al dan niet samen met eerdere verzoeken
                                        om ambtelijke bijstand, gelet op het daaraan bestede en/of
                                        te besteden uren, te omvangrijk is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
                                eerste lid geweigerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt
                                de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het
                                raadslid dat het verzoek heeft ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris
                            wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek
                            voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig
                            mogelijk over het verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar
                                verleende bijstand, doet hij of de griffier hiervan mededeling aan
                                de secretaris.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide
                                partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de
                                burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de
                                zaak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk raadslid heeft recht op ambtelijke bijstand als bedoeld in
                                artikel 1, derde lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris houdt in een register bij hoeveel verzoeken om
                                ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 1, vierde lid, een
                                raadslid per jaar doet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>De secretaris verstrekt de desbetreffende portefeuillehouder in het
                            college desgewenst een afschrift van het verzoek uit het register. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijk bijstand of
                                de inhoud van het gegeven advies geheim wordt gehouden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college of leden van het college informatie wensen over
                                een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven
                                advies wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken
                                raadslid.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2:</nr><titel>Fractieondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De fracties, zoals bedoeld in artikel 5 van het reglement van orde,
                                ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de
                                kosten voor het functioneren van de fractie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze bijdrage bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een vast deel voor elke fractie;</al></li><li nr="b."><al>een bedrag per raadszetel voor elke fractie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze bedragen worden jaarlijks bij de vaststelling van de begroting
                                vastgesteld voor het volgende jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende,
                                kaderstellende en controlerende rol te versterken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:</al><lijst><li nr="a."><al>uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en
                                        overige regelingen;</al></li><li nr="b."><al>betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen
                                        verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan
                                        ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen)
                                        geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een
                                        gespecificeerde, reële declaratie;</al></li><li nr="c."><al>giften;</al></li><li nr="d."><al>uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen
                                        die de leden ingevolge het rechtspositiebesluit raads- en
                                        commissieleden toekomen;</al></li><li nr="e."><al>opleidingen voor raads- en commissieleden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de activiteiten waarvoor de bijdrage wel mag worden gebruikt
                                gelden forfaitaire bedragen, die zijn opgenomen in de bijlage;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in lid 3 bedoelde bedragen worden jaarlijks door de raad
                                vastgesteld bij de vaststelling van de begroting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bijdrage voor fractieondersteuning wordt, voor 31 januari van een
                                kalenderjaar, voor dat kalenderjaar verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt de bijdrage
                                verstrekt voor de maanden tot en met de maand waarin de verkiezingen
                                plaatsvinden. In de eerste maand na de maand waarin de eerste
                                vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt wordt de bijdrage
                                verstrekt voor de overige maanden van dat jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bijdrage wordt verrekend met teveel ontvangen bijdragen in jaren
                                waarvoor het presidium de bedragen heeft vastgesteld bedoeld in
                                artikel 13, tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het zeteltal van een fractie ten gevolge van verkiezingen
                                verandert, wijzigt de bijdrage:</al><lijst><li nr="a."><al>bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag van de
                                        maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw
                                        gekozen raad plaatsvindt;</al></li><li nr="b."><al>bij vermeerdering van het zeteltal: op de eerste dag van de
                                        maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad
                                        plaatsvindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij splitsing van een fractie wordt de op grond van artikel 8,
                                2<sup>e</sup> lid, sub b vastgestelde bijdrage voor de
                                oorspronkelijke fractie verdeeld over de betrokken fracties naar
                                evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden. Bij
                                de berekening wordt rekening gehouden met de in het betreffende
                                begrotingsjaar nog resterende tijdsperiode vanaf de splitsing. De
                                nieuw ontstane fractie ontvangt de op grond van artikel 8,
                                2<sup>e</sup> lid, sub a vastgestelde bijdrage, rekening houdende
                                met de in het betreffende begrotingsjaar resterende tijdsperiode
                                vanaf de splitsing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij splitsing van een fractie wordt de aan de oorspronkelijke
                                fractie verstrekte bijdrage verrekend overeenkomstig de verdeling
                                die volgt uit het tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een fractie reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van
                                de bijdrage toekomend aan de fractie ter besteding door die fractie
                                in volgende jaren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De reserve is niet groter dan 30% van de bijdrage die de fractie in
                                het voorgaande kalenderjaar toekwam ingevolge artikel 8.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het beroep in enig jaar op de opgebouwde reserve, komt tot
                                uitdrukking in de afrekening als bedoeld in artikel 13 over dat
                                jaar. Bevoorschotting vindt desgevraagd plaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de fractie die
                                onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die naar het
                                oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan worden
                                beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou worden
                                dan aangegeven in het tweede lid, vervalt het recht op dat
                                meerdere.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij splitsing van een fractie, wordt de reserve verdeeld over de
                                betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de
                                splitsing betrokken leden, voor zover deze reserve niet meer
                                bedraagt dan 30% van de bijdrage die de oorspronkelijke fractie in
                                het voorgaande kalenderjaar ontving.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een fractie die in enig jaar zoveel kosten maakt, dat de voor dat
                                jaar verstrekte bijdrage, vermeederd met gereserveerde, in
                                voorgaand() ja(a)r(en) niet gebruikte delen van bijdragen niet
                                toereikend zijn om die te dekken, mag het aldus ontstane tekort ten
                                laste brengen van de voor het volgende kalenderjaar te ontvangen
                                bijdrage, tot een maximum van 30% van die bijdrage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke fractie legt, binnen drie maanden na het einde van een
                                kalenderjaar, aan het presidium verantwoording af over de besteding
                                van de bijdrage voor fractieondersteuning onder overlegging van een
                                verslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het presidium stelt na ontvangst van de verantwoording als bedoeld
                                in lid 1 de bedragen vast van:</al><lijst><li nr="a."><al>de uitgaven van een fractie die in het vorige kalenderjaar
                                        uit de bijdrage bekostigd zijn;</al></li><li nr="b."><al>de wijziging van de reserve;</al></li><li nr="c."><al>de resterende reserve;</al><al> d de verrekening tussen de in het kalenderjaar gedane
                                        fractie-uitgaven, bedoeld onder a, en de in dat jaar
                                        ontvangen bijdrage. </al></li><li nr="e."><al>indien van toepassing: het in het kalenderjaar niet
                                        gebruikte gedeelte van de bijdrage, toekomend aan de
                                        fractie, dat het maximaal te reserveren bedrag, als bedoeld
                                        in artikel 12, lid 2, overschrijdt en daarom moet worden
                                        teruggestort;</al></li><li nr="f."><al>de hoogte van het bedrag, dat eventueel maximaal ten laste
                                        gebracht mag worden van de het daarop volgende kalanderjaar
                                        te ontvangen bijdrage, als bedoeld in artikel 12, lid
                                        7.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>Deze verordening wordt geacht in werking te zijn getreden met ingang van
                            1 januari 2012 en vervangt de “Verordening ambtelijke bijstand en
                            fractieondersteuning van 30 mei 2002, kenmerk PJO 71558, gewijzigd bij
                            raadsbesluit 20 december 2007, kenmerk GR 9676.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Ommen/i158587.pdf">Bijlage</extref></al></bijlage><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Ommen/i158585.pdf">Toelichting</extref></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>