<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR239422_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reïntegratieverordening WWB, IOAW en IOAZ</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boekel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boekel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reïntegratieverordening WWB, IOAW en IOAZ</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8">Wet werk en bijstand, artikel 8.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=35">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 35.</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=35">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, artikel 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-12-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Z/016226 AB/009277</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Z/016226 AB/009277</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Reïntegratieverordening WWB, IOAW en IOAZ</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsbesluit</al><al>De raad van de gemeente Boekel;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 6 november 2012</al><al>gelet op:</al><al>artikel 8 Wet werk en bijstand, artikel 35 Wet inkomensvoorziening oudere en
                        gedeeltelijk werkloze werknemers en artikel 35 Wet inkomensvoorziening
                        oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al><al><vet>BESLUIT</vet>:</al><al>vast te stellen de</al><al><vet>Reïntegratieverordening WWB, IOAW en IOAZ</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader
                            worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en
                            bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                            arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, het
                            bijstandsbesluit zelfstandigen 2004 (Bbz) en de Algemene wet
                            bestuursrecht (Awb).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>Algemeen geaccepteerde arbeid</al></entry><entry><al>Alle arbeid, niet zijnde arbeid in het kader van de
                                                Wet sociale werkvoorzieningen, die algemeen
                                                maatschappelijk aanvaard is en niet indruist tegen
                                                de openbare orde of goed zeden;</al></entry></row><row><entry><al>ANW</al></entry><entry><al>Algemene Nabestaanden Wet;</al></entry></row><row><entry><al>Belanghebbende</al></entry><entry><al>Degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
                                                betrokken;</al></entry></row><row><entry><al>College</al></entry><entry><al>Het college van burgemeester en wethouders van
                                                Boekel;</al></entry></row><row><entry><al>De wet</al></entry><entry><al>De WWB, IOAW en IOAZ;</al></entry></row><row><entry><al>IOAW</al></entry><entry><al>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                                arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></entry></row><row><entry><al>IOAZ</al></entry><entry><al>Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                                arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></entry></row><row><entry><al>Nug/Nugger</al></entry><entry><al>Niet-uitkeringsgerechtigde (confrom artikel 6
                                                WWB);</al></entry></row><row><entry><al>Participatieplaats</al></entry><entry><al>Tijdelijk, onbeloonde en additionele werkzaamheden
                                                in de zin van artikel 10a WWB die met behoud van
                                                uitkering kunnen worden verricht door personen die
                                                vooralsnog niet bemiddelaar zijn op de
                                                arbeidsmarkt;</al></entry></row><row><entry><al>Subsidie</al></entry><entry><al>De aanspraak op financiële middelen, door een
                                                bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde
                                                activiteiten van de belanghebbende anders dan als
                                                betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde
                                                goederen of diensten;</al></entry></row><row><entry><al>Traject</al></entry><entry><al>Een plan dat door het college is opgesteld waarin de
                                                rechten en plichten van belanghebbende worden
                                                vastgelegd, dat ondertekend wordt door zowel de
                                                gemeente als belanghebbende en dat is gericht op het
                                                vergroten van de mogelijkheden tot inschakeling in
                                                het arbeidsproces;</al></entry></row><row><entry><al>Raad</al></entry><entry><al>Gemeenteraad van Boekel;</al></entry></row><row><entry><al>Voorziening</al></entry><entry><al>Iedere vorm van ondersteuning als bedoeld in artikel
                                                7 lid 1 onder a WWB en artikel 34 lid 1 onder a IOAW
                                                en IOAZ;</al></entry></row><row><entry><al>WWB</al></entry><entry><al>Wet werk en bijstand.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdracht college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingevolge artikel 7 WWB of op grond van artikel 34 IOAW en IOAZ biedt
                            het college ondersteuning aan leden van de doelgroepen en zorgt voor een
                            voldoende gevarieerd aanbod van voorzieningen. Het college houdt daarbij
                            rekening met de aard en de omvang van de verschillende binnen de
                            doelgroepen te onderscheiden groepen en voorzieningen die het geschiktst
                            zijn voor de leden van die groepen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij het bepalen van het aanbod van voorzieningen
                            prioriteiten stellen in verband met de financiële mogelijkheden dan wel
                            de maatschappelijke, economische of conjuncturele ontwikkelingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de voorzieningen
                            en subsidies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doelgroep en prioriteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college wijst de volgende doelgroepen aan:</al><lijst><li nr="a."><al>personen met WWB uitkering tot 27 jaar;</al></li><li nr="b."><al>personen met WWB-, IOAW-, IOAZ uitkering vanaf 27 jaar;</al></li><li nr="c."><al>nuggers en Anw-ers.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze doelgroepen worden in de volgende trajectsoorten gedefinieerd:</al><lijst><li nr="a."><al>Traject Werk bedoeld voor de doelgroep zoals benoemd in artikel
                                    3 lid 1 onder a, b en c van deze verordening.</al></li><li nr="b."><al>Traject Zorg bedoeld voor de doelgroep zoals benoemd in artikel
                                    3 lid 1 onder a en b van deze verordening.</al></li><li nr="c."><al>Traject Rust bedoeld voor de doelgroep zoals benoemd in artikel
                                    3 lid 1 onder a en b van deze verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college geeft prioriteit aan de trajecten in de volgorde zoals
                            omschreven in artikel 3 lid 2. Waarbij het Traject Werk de hoogste
                            prioriteit heeft en het Traject Rust de laagste prioriteit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Alle personen uit de doelgroepen krijgen ondersteuning op maat
                            aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als en voor zover het budget niet toereikend is, hebben de doelgroepen
                            zoals bedoeld in lid 1 onder a en b voorrang op de doelgroep zoals
                            bedoeld in lid 1 onder c.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Ondersteuning die al is opgestart wordt bij voorkeur niet onderbroken
                            als gevolg van (een dreigend) tekort op het budget.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Budget- en subsidieplafonds</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan bij uitvoeringsbesluit één of meer subsidie- of
                            budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een door het college ingesteld subsidie- of budgetplafond vormt een
                            weigeringsgrond bij de aanspraak op een specifieke voorziening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in
                            aanmerking komt voor een specifieke voorziening</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanvraag Nuggers en Anw-ers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een traject wordt door een Nugger of Anw-er aangevraagd door indiening
                            van een volledig ingevuld en eigenhandig ondertekend, op een door het
                            college vastgesteld, formulier waarbij de gevraagde bescheiden
                            overgelegd moeten worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verdelen van het beschikbare budget al bedoeld in artikel 4 vindt
                            plaats in volgorde van ontvangst van het aanvraagfomulier en in
                            aanwezigheid van de gevraagde bescheiden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aanspraak op ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Personen uit de doelgroepen zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 onder a en
                            b hebben aanspraak op ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of
                            sociale activering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Personen uit de doelgroep zoals bedoeld in artikel lid 1 onder c hebben
                            aanspraak op ondersteuning bij de arbeidsinschakeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in lid 1 en lid 2 bedoelde ondersteuning kan, afhankelijk van de
                            doelgroep bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>ondersteuning bij verwerving van arbeid;</al></li><li nr="b."><al>ondersteuning bij het behoud van arbeid;</al></li><li nr="c."><al>sociale activering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor personen behorend tot de doelgroep zoals benoemd in artikel 3 lid 1
                            onder c gelden extra voorwaarden. Deze voorwaarden worden omschreven in
                            de regels zoals bedoeld in artikel 2 lid 3. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Combinatie arbeid en zorg</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 9 WWB, en met in achtneming van het
                        bepaalde in artikel 9a WWB, artikel 37a en artikel 38 IOAW/IOAZ, betrekt het
                        college bij de ondersteuning de beschikbaarheid van passende kinderopvang,
                        het belang van voldoende scholing en de belastbaarheid van
                        belanghebbende.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Arbeidsongeschiktheid en medische beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In aansluiting op het bepaalde in artikel 9 lid 2 WWB en artikel 37a lid
                            1 IOAW/IOAZ, stemt het college de ondersteuning af op de medische
                            beperkingen van belanghebbende.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot ontheffing van de arbeidsverplichting voor personen die
                            blijvend geheel arbeidsongeschikt zijn, heeft een geldigheidsduur van
                            maximaal vijf jaar en kan verlengd worden na herbeoordeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beoordeling of iemand volledig en duurzaam arbeidsongeschikt of
                            gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, wordt als noodzakelijk gebaseerd op
                            een medisch, arbeidskundig of psychologisch onderzoek, dan wel een
                            combinatie van de genoemde onderzoeken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Voorzieningen gericht op arbeidsinschankeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een persoon uit de doelgroepen een voorziening
                            aanbieden, voor zover het college deze noodzakelijk acht voor de
                            arbeidsinschakeling van de desbetreffende persoon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in lid 1 bedoelde voorziening kan bestaan uit:</al><lijst><li nr="a."><al>ondersteuning bij het verwerven en behouden van arbeid;</al></li><li nr="b."><al>ondersteuning bij het verbeteren of behouden van de positie op
                                    de arbeidsmarkt en/of binnen de maatschappij;</al></li><li nr="c."><al>ondersteuning bij het wegnemen van belemmeringen voor de
                                    arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="d."><al>ondersteuning bij het verwerven van een dienstverband als
                                    bedoeld in artikel 2 lid 1 van de Wet sociale
                                    werkvoorziening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In aanvulling op lid 2 kan een voorziening ook bestaan uit een
                            voorbereidingsperiode op een zelfstandig beroep of bedrijf.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd lid 2 kan een voorziening tevens zien op:</al><lijst><li nr="a."><al>de noodzakelijke kosten samenhangende met de deelname aan een
                                    voorziening;</al></li><li nr="b."><al>de kosten ter bepaling van de noodzakelijkheid en inhoud van een
                                    voorziening; en</al></li><li nr="c."><al>de noodzakelijke kosten in verband met loonvormende arbeid.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Sociale activering</titel></kop><al>Het college kan een persoon uit de doelgroepen zoals bedoeld in artikel 3
                        lid 1 onder a en b sociale activering aanbieden, voor zover het college dit
                        noodzakelijk acht voor de arbeidsinschakeling dan wel maatschappelijke
                        participatie van belanghebbende</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Participatieplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de duur van de
                            plaatsing en de verplichtingen die aan de participatieplaats worden
                            verbonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de premie
                            participatieplaats zoals bedoeld in artikel 10a lid 6 WWB.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De voorzieningen</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 9 kan het college personen uit de
                        doelgroepen, één of meer van de volgende voorzieningen aanbieden:</al><lijst><li nr="a."><al>ondersteuning bij een beroep op maatschappelijke opvang of medische
                                zorg;</al></li><li nr="b."><al>ondersteuning bij maatschappelijke participatie;</al></li><li nr="c."><al>arbeidsactivering en –toeleiding;</al></li><li nr="d."><al>sociale activering;</al></li><li nr="e."><al>stages bij bedrijven of instellingen;</al></li><li nr="f."><al>opleidingen die de toegang tot de arbeidsmarkt bevorderen;</al></li><li nr="g."><al>loonkostensubsidies;</al></li><li nr="h."><al>participatieplaatsen;</al></li><li nr="i."><al>nazorg bij arbeidsinschakeling;</al></li><li nr="j."><al>voorbereidingstrajecten voor zelfstandige arbeid;</al></li><li nr="k."><al>kinderopvang;</al></li><li nr="l."><al>bijzondere onkostenvergoedingen;</al></li><li nr="m."><al>diagnose instrumenten;</al></li><li nr="n."><al>onderzoeken door deskundigen;</al></li><li nr="o."><al>werkleeraanbod.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Het beëindigen van voorzieningen</titel></kop><al>Het college kan een voorziening beëindigen als:</al><lijst><li nr="a."><al>belanghebbende die aan een voorziening deelneemt zijn verplichtingen
                                als bedoeld in de wet en de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
                                werk en inkomen niet nakomt;</al></li><li nr="b."><al>belanghebbende die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroepen
                                van de wet;</al></li><li nr="c."><al>belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen
                                gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;</al></li><li nr="d."><al>naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende
                                bijdraagt aan een doelmatige arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Terugvordering van kosten van een traject ten aanzien van een
                            Nugger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een Nugger de verplichtingen die verbonden zijn aan de voorziening
                            niet nakomt, trekt het college het toekenningsbesluit van de voorziening
                            in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de kosten van de gebruikte voorziening als
                            onverschuldigd betaald terugvorderen op grond van artikel 6:203
                            Burgerlijk Wetboek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de beoordeling van de terugvordering houdt het college rekening met
                            de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden van
                            belanghebbende.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan ten gunste van belanghebbende afwijken van de bepalingen van
                        deze verordening, als de toepassing hiervan leidt tot onbillijkheden van
                        overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op die datum wordt de Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ 2011 en
                            de daarop betrekking hebbende wijzigingen en de Verordening Premiebeleid
                            WWB 2004 ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: <vet>Reïntegratieverordening WWB,
                            IOAW en IOAZ.</vet></al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van</ondertekening><ondertekening>de raad van de gemeente Boekel, gehouden op 13 december 2012</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>M.R.P. Philipse P.M.J.H. Bos </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Met ingang van 1 januari 2012 is de Wet tot wijziging van de Wet werk en
                        bijstand en samenvoeging met de Wet investeren in jongeren gericht op
                        bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen
                        verantwoordelijkheid van belanghebbenden (verder Aanscherping WWB) in
                        werking getreden. </al><al>Bovenstaande wijziging is reden geweest om de Reïntegratieverordening WWB,
                        IOAW en IOAZ 2011 daar waar nodig te actualiseren.</al><al>Daarnaast maken de ontwikkelingen op het Participatiebudget (Werk-deel) het
                        noodzakelijk om de inzet van reïntegratieactiviteiten op verschillende
                        doelgroepen flexibel te houden. Hiermee wordt er ruimte gecreëerd om de
                        middelen daar in te zetten waar ze het meeste effect bewerkstelligen en
                        wordt getracht ‘meer met minder’ te doen. Uitgangspunt is dat zonder inzet
                        van financiële middelen wordt getracht belanghebbenden te activeren.</al><al>Artikelsgewijze toelichting</al><al><vet><onderstreept>Artikel 1 – Begripsbepalingen</onderstreept></vet></al><al>Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsbepalingen uit de
                        Wet werk en bijstand. Waar dat nodig is zijn via de begripsbepalingen eigen
                        accenten gelegd. </al><al>In de verordening wordt het begrip ‘belanghebbende’ gebruikt. Dit begrip
                        wordt in artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht omschreven als
                        ‘degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken’.</al><al>Artikel 2 – Opdracht college</al><al>Lid 1: Hierin is de opdracht aan het college vormgegeven analoog aan artikel
                        7 WWB. Hiervoor is gekozen uit oogpunt van kenbaarheid en consistentie.
                        Daarnaast geeft dit lid een vertaling van de opdracht uit de WWB dat de
                        gemeente evenwichtige aandacht aan de diverse doelgroepen moet
                        besteden.</al><al>Lid 2: Geeft de mogelijkheid, gelet op de ontwikkelingen van het
                        Participatiebudget te sturen op het aanbod in relatie tot de financiële
                        mogelijkheden. Er kan bijvoorbeeld gekozen worden om geen
                        activiteiten/trajecten te financieren voor personen die een voldoende
                        uitgangspositie op de arbeidsmarkt hebben.</al><al>Lid 3: Behoeft geen toelichting.</al><al>Artikel 3 – Doelgroepen en prioriteiten</al><al>Lid 1: Er is voor gekozen de doelgroep onder te verdelen in drie
                        categorieën. Hiermee wordt sturing op financiën in relatie tot de
                        betreffende doelgroep beter hanteerbaar. Een splitsing tussen de doelgroep
                        jonger dan 27 jaar en tussen 27 en 65 jaar is gemaakt omdat voor jongeren
                        (jonger dan 27 jaar) andere verplichtingen binnen de WWB gelden dan voor de
                        doelgroep tussen 27 en 65 jaar. Daarnaast is er voor gekozen om de doelgroep
                        Nuggers en Anw-ers specifiek als doelgroep aan te wijzen.</al><al>Lid 2: Naast een verdeling in doelgroepen wordt er ook onderscheid gemaakt
                        in trajectsoorten. Ook dit is weer gedaan in verband met het beheersen van
                        financiën. In dit lid wordt bepaald dat Nuggers en Anw-ers uitsluitend in
                        aanmerking komen voor Werktrajecten.</al><al>Lid 3: In relatie tot de beschikbare middelen is er aan de trajectsoorten
                        een prioritering gekoppeld. Werk trajecten hebben de hoogste prioriteit
                        omdat iedere belanghebbende die uitstroomt, minder kost op het Inkomensdeel
                        van de WWB.</al><al>Lid 4: Geeft aan dat bij alle trajecten maatwerk voorop staat.</al><al>Lid 5: Rekening houdend met beperkte beschikbare middelen is in dit lid
                        geregeld dat de groep mensen met een bijstandsuitkering voorrang hebben de
                        groep zonder bijstandsuitkering. Mocht het zo zijn dat het beschikbare
                        participatiebudget niet toereikend is om de complete doelgroep van een
                        traject te voorzien dan gaat de groep waar de gemeente het meeste profijt
                        van heeft (uitstroom uit de uitkering) voor.</al><al>Lid 6: Mocht gedurende de duur van een traject het budget opraken of op
                        dreigen te raken dan regelt dit artikel dat er een mogelijkheid is een
                        traject voortijdig te beëindigen maar dat het de voorkeur heeft om reeds
                        gestarte trajecten af te ronden.</al><al>Artikel 4 – Budget- en subsidieplafonds</al><al>Het college kan, om de financiële risico’s te beheersen, een verdeling maken
                        van de middelen over de verschillende voorzieningen. Bij dit artikel wordt
                        uitgegaan van de bevoegdheid van het college om plafonds in te stellen.
                        Daarbij is in lid 2 geregeld dat het subsidie- of budgetplafond een
                        weigeringsgrond voor het college is.</al><al>Daarnaast kan aan een bepaalde voorziening een maximum aantal deelnemers
                        gesteld worden. Dit alles om grip te kunnen houden op de financiën.</al><al>Artikel 5 – Aanvraag Nuggers en Anw-ers</al><al>Lid 1: Bij een belanghebbende met een bijstandsuitkering wordt automatisch
                        bekeken welk traject voor die persoon passend is. Om te bepalen of de
                        aanvrager voldoet aan de voorwaarden moet het college kunnen beschikken over
                        de daartoe noodzakelijke gegevens. Omdat er geen zicht is op Nuggers en
                        Anw-ers en beoordeeld moet worden of zij wel tot de doelgroep behoren is het
                        indienen van een aanvraag daarom noodzakelijk. </al><al>Lid 2: Het vaststellen van het moment van aanvraag en de schriftelijke
                        vastlegging daarvan is van belang voor de juiste toepassing van een
                        subsidieplafond.</al><al>Artikel 6 – Aanspraak op ondersteuning</al><al>Lid 1: Hierin wordt geregeld dat de doelgroep met een WWB, IOAW of IOAZ
                        uitkering voor zowel arbeidsinschakeling als sociale activering aanspraak op
                        ondersteuning heeft. </al><al>Lid 2: De doelgroep Nuggers en Anw-ers wordt uitgesloten van ondersteuning
                        bij sociale activering. Bij sociale activering gaat het veelal om lang
                        lopende trajecten met de daarbij horende kosten. </al><al>Lid 3: Dit zijn de vormen van ondersteuning en wordt benadrukt dat de soort
                        ondersteuning afhankelijk is van de doelgroep.</al><al>Lid 4: Behoeft geen toelichting.</al><al>Artikel 7 – Combinatie arbeid en zorg</al><al>In de wet wordt in artikel 9 WWB de plicht tot arbeidsinschakeling geregeld.
                        In artikel 9a WWB zijn de ontheffingen ten aan zien van arbeidsinschakeling
                        voor alleenstaande ouders geregeld. Wellicht ten overvloede maar voor de
                        volledigheid wordt in dit artikel benoemd dat het college met het aanbod van
                        ondersteuning rekening houdt met passende kinderopvang, voldoende scholing
                        en belastbaarheid. Kortom maatwerk.</al><al>Artikel 8 – Arbeidsongeschiktheid en medische beperkingen</al><al>Lid 1: Regelt dat in aansluiting op de tijdelijke ontheffing als bedoeld in
                        artikel 9 lid 2 WWB, de ondersteuning afgestemd kan worden op de medische
                        beperkingen van belanghebbende.</al><al>Lid 2: Als belanghebbende die ‘blijvend’ geheel arbeidsongeschikt is een
                        ontheffing krijgt voor de arbeidsverplichtingen dan kan dit voor maximaal
                        vijf jaar. Na afloop van deze periode kan dit weer verlengd worden maar
                        altijd pas na een herbeoordeling.</al><al>Lid 3: Om belanghebbende als arbeidsongeschikt aan te merken is altijd een
                        onafhankelijk onderzoek nodig.</al><al>Artikel 9 – Voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling</al><al>Lid 1: voorzieningen worden alleen aangeboden als het college deze ook nodig
                        zijn om tot arbeidsinschakeling te komen. Personen die op eigen kracht weer
                        aan het werk kunnen wordt geen voorziening aangeboden en aanvragen kunnen op
                        grond van dit lid afgewezen worden.</al><al>Lid 2: Dit lid geeft een opsomming van de voorzieningen gericht op
                        arbeidsinschakeling. De omschrijvingen zijn algemeen omschreven zodat de
                        voorzieningen binnen de uitvoering zo breed mogelijk kunnen worden
                        ingezet.</al><al>Lid 3: Onder het participatiebudget valt ook de voorbereiding van een
                        zelfstandig beroep of bedrijf (Bbz). Dit lid regelt dat deze voorziening
                        voor de doelgroepen ingezet kan worden.</al><al>Lid 4: Bij het aangaan van een voorziening kunnen meerdere kosten komen
                        kijken zoals bijvoorbeeld reiskosten of verplichte bedrijfskleding. Dit lid
                        regelt dat deze kosten ook voor vergoeding in aanmerking komen.</al><al>Artikel 10 – Sociale activering</al><al>Volgens de WWB moet ook sociale activering uiteindelijk gericht zijn op
                        arbeidsinschakeling. Voor bepaalde doelgroepen is arbeidsinschakeling echter
                        een te hoog gegrepen doel. Voor deze personen staat dan ook niet
                        reïntegratie, maar participatie voorop.</al><al>Gelet op de beperkte middelen uit het werkdeel in relatie tot de omvang van
                        de doelgroep, kan het een overweging zijn onderscheid te maken tussen
                        sociale activering als onderdeel van een reïntegratietraject, als
                        voorbereiding op arbeidsinschakeling, en sociale activering gericht op het
                        laten participeren van de persoon in de maatschappij.</al><al>Artikel 11 – Participatieplaatsen</al><al>De WWB bepaalt in art. 8 eerste lid onder d en e dat de gemeenteraad bij
                        verordening regels stelt over de participatieplaatsen. Dit geldt ook voor de
                        premie participatieplaats.</al><al><vet><onderstreept>Artikel 12 – De voorzieningen</onderstreept></vet></al><al>Dit betreft een niet limitatieve lijst van voorzieningen die door het
                        college ingezet kunnen worden.</al><al> Artikel 13 – Het beëindigen van voorzieningen</al><al>Het college kan een voorziening beëindigen en in welke gevallen zij dat kan
                        doen. Onder beëindigen wordt hierbij ook verstaan het stopzetten van de
                        subsidie aan een werkgever of het opzeggen van de arbeidsovereenkomst bij
                        een detacheringsbaan. Bij deze laatste wijze van beëindigen moeten
                        vanzelfsprekend de toepasselijke bepalingen uit het arbeidsrecht en de
                        eventueel aanwezige rechtspositieregeling in acht worden genomen.</al><al>Artikel 14 – Terugvordering van kosten van een traject ten aanzien van een
                        Nugger of Anw-er</al><al>Als een Nugger of Anw-er verwijtbaar geen medewerking aan een traject
                        verleend dan komt terugvordering in beeld. Bij een belanghebbende met een
                        bijstandsuitkering is het mogelijk om via de uitkering bij onvoldoende
                        medewerking een maatregel op te leggen. Bij een Nugger of Anw-er is dit niet
                        het geval. Daarom worden de kosten van een traject dat door toedoen van een
                        Nugger of Anw-er niet afgerond wordt bij belanghebbende teruggevorderd.</al><al><vet><onderstreept>Artikel 15 –
                                Onvo</onderstreept></vet><vet><onderstreept>orziene
                                omstandigheden</onderstreept></vet></al><al>Deze restclausule biedt het college de mogelijkheid in alle onvoorziene
                        omstandigheden te handelen naar bevind van zaken. Omdat ook deze
                        beslissingen onderworpen zijn aan de voorgeschreven bezwaar- en
                        beroepsprocedures, moet ook in deze gevallen de beslissing gemotiveerd
                        genomen worden.</al><al><vet><onderstreept>Artikel 16 – Hardheidsclausule</onderstreept></vet></al><al>Dit artikel maakt het mogelijk in het voordeel van belanghebbende af te
                        wijken van hetgeen in deze verordening is vastgelegd.</al><al><vet><onderstreept>Artikel 17 – Inwerkingtreding en
                            Artik</onderstreept></vet><vet><onderstreept>el 18 –
                                Citeertitel</onderstreept></vet></al><al>Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>