<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR239418_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van onroerende zaakbelastingen 2012</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oirschot</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oirschot</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch Gemeenteblad, 18-12-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende-zaakbelastingen 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220a">Gemeentewet, art. 220a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220b">Gemeentewet, art. 220b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220c">Gemeentewet, art. 220c</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220d">Gemeentewet, art. 220d</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220e">Gemeentewet, art. 220e</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220f">Gemeentewet, art. 220f</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=220h">Gemeentewet, art. 220h</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>DSS</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De regeling is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR291801_2">Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2013</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van onroerende zaakbelastingen 2012</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oirschot; </al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 29 november
                        2011;</al><al>gelet op de artikelen 220 tot en met 220h en 255 van de Gemeentewet;</al><al>gegeven de agendering door het Presidium d.d. 6 december 2011</al><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening: </al><al>Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen
                        2012</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>1. Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen' worden ter zake van
                                binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen
                                geheven: </al><lijst><li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot
                                        woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                                        recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen:
                                        gebruikersbelasting;</al></li><li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                        kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft
                                        krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te
                                        noemen: eigenarenbelasting.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak
                                        in gebruik is gegeven, (verder: de gebruiker) aangemerkt als
                                        gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven
                                        (verder: de gebruikgever); de gebruikgever is bevoegd de
                                        belasting als zodanig te verhalen op de gebruiker;</al></li><li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                        volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die de
                                        onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de
                                        onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                        belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak
                                        terbeschikking is gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin
                                van het kalenderjaar </al><al>als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij
                                blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingobject</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                                hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde
                                die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken
                                is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden
                                toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning
                                dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                                waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde
                                waarde voor het </al><al>kalenderjaar bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet
                                van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de
                                heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                                toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en
                                20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><lijst><li nr="a."><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling
                                        van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor
                                        zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in
                                        dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. ten behoeve
                                        van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
                                        cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede
                                        de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend
                                        wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de
                                        ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;b. glasopstanden,
                                        die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt
                                        van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit
                                        de in onderdeel a bedoelde grond;c. onroerende zaken die in
                                        hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor
                                        het houden van openbare bezinningssamenkomsten van
                                        levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van
                                        delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;d.
                                        één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de
                                        voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat
                                        voldoet aan de in artikel 1, derde lid, onderdeel b, van die
                                        wet bedoelde voorwaarden met uitzondering van de daarop
                                        voorkomende gebouwde eigendommen;e. natuurterreinen,
                                        waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden,
                                        zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door
                                        rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich
                                        uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van
                                        natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;f. openbare
                                        land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail,
                                        een en ander met inbegrip van kunstwerken;g.
                                        waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden
                                        beheerd door organen, instellingen of diensten van
                                        publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de
                                        delen van zodanige werken die dienen als woning;h. werken
                                        die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                                        afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen
                                        of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met
                                        uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als
                                        woning;i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen
                                        worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis
                                        aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf
                                        als gebouwde eigendommen zijn aan te merken.j. onroerende
                                        zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de
                                        publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen
                                        van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden
                                        gebruikt voor het geven van onderwijs;k. straatmeubilair,
                                        waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet
                                        zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het
                                        belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter
                                        verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten,
                                        verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen,
                                        banken, abri's, hekken en palen;l. plantsoenen, parken en
                                        waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan
                                        de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of
                                        beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige
                                        onroerende zaken die dienen als woning;m. begraafplaatsen,
                                        urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van
                                        zodanige onroerende zaken die dienen als woning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De vrijstelling met betrekking tot de in onderdeel j van het eerste
                                lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet
                                voor zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens
                                eigendom, bezit of beperkt recht.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                                heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking
                                gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in
                                hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                                woondoeleinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het tarief bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het
                                percentage bedraagt voor: </al><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1"/><colspec colname="col2"/><colspec colname="col3"/><tbody><row><entry><al>a.</al></entry><entry><al> de gebruikersbelasting</al></entry><entry><al> 0,1231%</al></entry></row><row><entry><al>b.</al></entry><entry><al> de eigenarenbelasting</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al>1.</al></entry><entry><al> voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot
                                                  woning dienen</al></entry><entry><al> 0,0877%</al></entry></row><row><entry><al>2.</al></entry><entry><al> voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot
                                                  woning dienen</al></entry><entry><al> 0,1532%</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden
                                afgerond op gehele euro's.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Voor belastingbedragen tot maximaal € 10 vindt geen invordering
                                plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van
                                op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen
                                onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één
                                belastingbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na
                                dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
                                lid gestelde termijnen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In afwijking van lid 1 van dit artikel is de belasting verschuldigd
                                in acht gelijke termijnen als belastingplichtige de gemeente
                                toestemming geeft voor automatische incasso. De eerste termijn is
                                verschuldigd één maand na dagtekening van het aanslagbiljet, de
                                daarop volgende termijnen steeds een maand later.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7A</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Voor de onroerende-zaakbelastingen wordt geen kwijtschelding
                            verleend;</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            onroerende-zaakbelastingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De 'Verordening onroerende zaakbelastingen 2011 van 21 december 2010
                            wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid genoemde
                            datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                            toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                            voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2012</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening
                            onroerende-zaakbelastingen 2012'</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van
                        Oirschot</ondertekening><ondertekening>van 20 december 2011,</ondertekening><ondertekening>De gemeenteraad,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Han Struijs, Ruud Severijns,</ondertekening><ondertekening>Griffier Voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>